Master B 70 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Master B 70 (140 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Master B 70 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Master |
| Categorie: | Heater |
| Model: | B 70 |
Handleiding Master B 70 – volledige tekst
BELANGRIJK: DEZE WERKHANDLEIDING EERST LEZEN EN BEGRIJPEN VOORALEER DE ASSEMBLAGE, DE INWERKINGSTELLING OF HET ONDERHOUD VAN DEZE GENERATOR UIT TE VOEREN. VERKEERD GEBRUIK VAN DE GENERATOR KAN ERNSTIGE LETSELS VEROORZAKEN. BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR RAADPLEGING IN DE TOEKOMST. 1. INLICHTINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEIDWAARSCHUWINGEN BELANGRIJK: Dit luchtverwarmings-toestel is ontworpen voor mobiele en tijde-lijke professionele toepassingen. Het is niet ontworpen voor huishoudelijk gebruik of om mensen warmtecomfort te bieden. BELANGRIJK: Dit toestel is niet geschikt om gebruikt te worden door personen (kinde-ren inbegrepen) met beperkte fysische, sen-sorische en mentale capaciteiten, of zonder ervaring, tenminste als ze niet onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Men moet erop toe-zien dat kinderen niet met het toestel spelen.
GEVAAR: Koolmonoxidevergiftiging kan fataal zijn. De eerste symptomen van koolmonoxidevergiftiging lijken op die van griep, met hoofdpijn, duizeligheid en/of braken. Dergelijke symptomen kunnen worden veroorzaakt door een slechte werking van de generator. ALS DEZE SYMPTOMEN ZICH ZOUDEN VOORDOEN, MOET MEN ONMIDDELLIJK NAAR BUITEN GAAN en de generator laten repareren door de technische dienst. ►►1. 1. BIJTANKEN:►1. 1. 1. Het personeel belast met het bijtanken moet gekwaliceerd zijn, en volledig vertrouwd met de instructies van de fabrikant en met de geldende normen wat betreft het veilig bijtanken van generatoren. ►1. 1. 2. Gebruik uitsluitend het type brandstof dat uitdrukkelijk vermeld wordt op het identicatielabel van de generator. ►1. 1. 3. Vooraleer bij te tanken, zet de generator uit en wacht tot hij afgekoeld is. ►1. 1. 4.
De brandstof moet bewaard worden in lokalen waar de vloer geen penetratie toelaat of het wegdrupppelen op vlammen eronder, die ontbranding kunnen veroorzaken. ►1. 1. 7. Het bewaren van de brandstof dient te gebeuren conform met de geldende normen. ►►1. 2. VEILIGHEID:►1. 2. 1. Gebruik de generator nooit in lokalen waar er benzine, solventen voor verf of andere zeer ontvlambare dampen aanwezig zijn. ►1. 2. 2. Houdt u tijdens het gebruik van de generator aan alle plaatselijke reglementeringen en aan de geldende normen. ►1. 2. 3. Generatoren die gebruikt worden in de nabijheid van dekzeilen, gordijnen of ander gelijkaardig afdekmateriaal, moeten zich op veilige afstand bevinden. Het is ook aanbevolen om brandvertragende afdekmaterialen te gebruiken. ►1. 2. 4. Uitsluitend gebruiken in goed geventileerde ruimtes.
Voorzie een geschikte opening volgens de geldende normen, om verse lucht van buiten aan te voeren. ►1. 2. 5. De generator enkel voeden met stroom waarvan de spanning en frequentie conform is met de specicaties op het identicatielabel van de generator. ►1. 2. 6. Gebruik uitsluitende verlengkabels met drie draden die correct op de massa aangesloten zijn. ►1. 2. 7. Aanbevolen veilige minimumafstanden te respecteren tussen de generator en ontvlambare substanties zijn: uitgang vooraan = 2,5 m; zijkant, van boven en achteraan = 1,5 m. ►1. 2. 8. Plaats de generator die warm is of in werking, op een stabiele en vlakke ondergrond, om brandgevaar te vermijden. ►1. 2. 9. Houd dieren op veilige afstand van de generator. ►1. 2. 10. Haal de stekker van de generator uit het stopcontact als hij niet gebruikt wordt. ►1. 2. 11.
of bijgevuld worden, of onderworpen worden aan onderhoudswerkzaamheden. ►1. 2. 15. De lucht niet kanaliseren, niet bij ingang noch bij uitgang van de generator. ►1. 2. 16. Houd voldoende afstand tot ontvlambare materialen, of hittelabiele elementen (met inbegrip van de voedingskabel) van de warme delen van de generator. ►1. 2. 17. Als de voedingskabel beschadigd blijkt, moet hij door de technische dienst worden vervangen, om ieder risico te vermijden. 2. UITPAKKEN►2. 1. Haal alle verpakkingsmateriaal weg, gebruikt om de generator te verpakken en te versturen, en verwijder die volgens de geldende normen. ►2. 2. Haal alle artikelen uit de verpakking. ►2. 3. Controleer op eventuele beschadigingen, opgelopen tijdens het transport. Als de generator beschadigd lijkt, moet men onmiddellijk de concessiehouder verwittigen, waar het toestel werd aangekocht. 3. ASSEMBLAGE (29-44 kW)(ZIE FIG.
1) Deze modellen zijn uitgerust met wielen en hand-vaten/handvat, naargelang het model. Deze com-ponenten bevinden zich samen met de bijhorende montagebouten in de doos van de generator. 4. BRANDSTOFWAARSCHUWING: De generator werkt enkel op DIESEL of KEROSINE. Gebruik uitsluitend diesel of kerosine, om brandgevaar of ontplo?ngsgevaar te vermijden. Maak nooit gebruik van benzine, nafta, solventen voor verfsto?en, alcohol of andere zeer ontvlambare brandsto?en. Gebruik onschadelijke antivriesadditieven bij zeer lage temperaturen. 5. WERKINGSPRINCIPESDe serie compressorproducten heeft een ruim vermogenaanbod. De modellen zijn beschikbaar met zowel enkele als dubbele verbrandingskamers naast elkaar.
Bij verwarmingen met een dubbele verbrandingskamer kunnen de twee verbrandingskamers tegelijk op maximaal vermogen worden gebruikt, ofwel kunt u één enkele verbrandingskamer gebruiken om een medium vermogen te verkrijgen. (ZIE FIG. 2)A. Verbrandingskamer en kop, B. Ventilator, C. Motor, D. Compressor, E. Tank.
De compressor (D) die door de motor (C) in werking wordt gezet, drukt de lucht samen, die via de vernevelingsspuitmond de brandstof uit de tank (E) aanzuigt door het “VENTURI - EFFECT”. Bij contact met de ontsteker ontbrandt de vernevelde brandstof binnenin de verbrandingskamer (A). De verbrandingsproducten worden vermengd met de luchtstroom van de omgeving, opgewekt door de rotatie van de ventilator (B), en naar buiten uit de generator gedreven. Een fotoweerstand die op een elektronische besturingskaart is aangesloten, controleert constant de correcte werking van de generator, en stopt de cyclus wanneer er zich problemen voordoen. 6. WERKINGWAARSCHUWING: Lees aandachtig de “INLICHTINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID” vooraleer de generator aan te zetten. ►►6. 1. DE GENERATOR AANZETTEN:►6. 1. 1. Volg alle instructies met betrekking tot de veiligheid. ►6. 1. 2.
Controleer of er brandstof in de tank aanwezig is. ►6. 1. 3. Sluit de dop van de tank. ►6. 1. 4. Steek de stekker in het netstopcontact (ZIE SPANNING IN DE “TABEL TECHNISCHE GEGEVENS”) (ZIE FIG. 3). ►6. 1. 5. Zet de schakelaar “ON/OFF” op de stand “ON” (|) (ZIE FIG. 4). De generator moet binnen enkele seconden aangaan. Als de generator niet opstart, raadpleeg de paragraaf “13. EEN PROBLEEM UITZOEKEN”. MODELLEN MET EEN DUBBELE VERBRANDINGSKAMER: Om de verwarming op maximaal vermogen te gebruiken, draait u beide “ON/OFF”-schakelaars naar “ON” (I). Om de verwarming op medium vermogen te gebruiken, zet u slechts een van de “ON/OFF”-schakelaars op “ON” (I). U vindt aanwijzingen voor het beheer en de selectie van de afzonderlijke kamer op het besturingspaneel en op de verbrandingskamer. ►6. 1. 6. Voor de modellen met omgevingsthermostaat, controleer de stand van de draaiknop (ZIE FIG. 9-10). N.
►6. 3. 1. Zet de schakelaar “ON/OFF” op de stand “OFF” (0) (ZIE FIG. 5). ►6. 3. 2. Koppel de generator los van het elektrische net (ZIE FIG. 6). 7. BIJREGELEN VAN DE DRUK VAN DE COMPRESSOR (Raadpleeg een erkende servicedienst)(ZIE FIG. 7)WEGENS SLIJTAGE VAN DE GENERATOR KAN HET NODIG WORDEN OM DE DRUK VAN DE COMPRESSOR WEER OP PEIL TE BRENGEN. ►7. 1. Bepaal in de “TABEL TECHNISCHE GEGEVENS”, de correcte druk (Bar - PSI - kPa) van uw generator. ►7. 2. Haal de schroef/dop weg van de koppeling van de manometer (A). ►7. 3. Monteer de manometer (niet meegeleverd, zie “ACCESSOIRES”). ►7. 4. Zet de generator aan. ►7. 5. Draai de regelschroef in wijzerzin om de druk te verhogen en in tegenwijzerzin om de druk te verminderen (B). ►7. 6. Neem de manometer weg en plaats de schroef/dop terug (A). 8. REINGING FILTER VAN DE TANK(ZIE FIG.
8)AFHANKELIJK VAN DE HOEVEEELHEID BRANDSTOF DIE GEBRUIKT WORDT, KAN HET NODIG WORDEN OM DE FILTER VAN DE TANK TE REINIGEN. ►8. 1. Verwijder de dop (A) van de tank. ►8. 2. Haal de lter (B) uit de tank. ►8. 3. Reinig de lter (B) met zuivere brandstof, zorg ervoor de lter niet te beschadigen. ►8. 4. Hermonteer de lter (B) in de tank. ►8. 5. Sluit de dop (A). 9. OPSLAG EN TRANSPORTOM DE GENERATOR ZO GOED MOGELIJK OP TE SLAAN EN/OF TE VERVOEREN, IS HET AANBEVOLEN DE VOLGENDE PROCEDURE TE VOLGEN. ►9. 1. Haal alle brandstof uit de tank tot hij leeg is (sommige modellen zijn uitgerust met een afvoerdop onderaan de tank. Verwijder in dat geval de afvoerdop en laat de brandstof eruit lopen). ►9. 2. Indien men vaststelt dat er residuen zijn, giet zuivere brandstof in de tank en laat opnieuw af. ►9. 3.
Om de generator zo goed mogelijk te bewaren, is het aanbevolen deze in vlakke positie te houden, om te vermijden dat er brandstof uitloopt, en om die op een droge plaats op te slaan, beschut tegen mogelijke externe schade. 10. KAMERTHERMOSTAAT►►10. 1. MODELLEN VOORAF INGESTELD VOOR EEN KAMERTHERMOSTAAT OP AFSTAND:(ZIE FIG. 9)Bij modellen die vooraf ingesteld zijn voor een kamerthermostaat op afstand, verwijdert u de afdekking verbonden met de verwarming (A); sluit de thermostaat (B) (optie) aan en stel de gewenste kamertemperatuur in. De kamerthermostaat zet de verwarming volledig uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt. Als de temperatuur onder de ingestelde temperatuur daalt, zal de verwarming automatisch zelf opnieuw inschakelen. ►►10. 2. MODELLEN MET KAMERTHERMOSTAAT GEÏNSTALLEERD OP HET BEDIENINGSPANEEL:(ZIE FIG.
10)Wanneer u bij modellen met kamerthermostaat geïnstalleerd op het bedieningspaneel aan de knop (B) draait, begint de gewenste temperatuur enkele seconden op het display (A) te knipperen, daarna verschijnt de kamertemperatuur op het display. Wanneer de knop (B) helemaal naar rechts wordt gedraaid,verschijnt “CH” op het display (A); daarna werkt de verwarming continu. ►►10. 3. MODELLEN VOORAF INGESTELD VOOR EEN KAMERTHERMOSTAAT OP AFSTAND EN KAMERTHERMOSTAAT GEÏNSTALLEERD OP HET BEDIENINGSPANEEL:(ZIE FIG. 9-10)Bij modellen die vooraf ingesteld zijn voor een kamerthermostaat op afstand en een kamerthermostaat geïnstalleerd op het bedieningspaneel, verwijdert u de afdekking verbonden met de verwarming (ZIE A FIG. 9) en sluit u de thermostaat aan (ZIE B FIG. 9) (optie). Voor een correcte werking van de verwarming draait u de knop helemaal naar rechts (ZIE B FIG.
11. PREVENTIEF ONDERHOUDSPROGRAMMAWAARSCHUWING: VOORALEER EEN ONDERHOUD OF REPARATIE UIT TE VOEREN, MOET MEN DE VOEDINGSKABEL LOSKOPPELEN VAN HET ELEKTRISCHE NET EN ER ZICH VAN VERZEKEREN DAT DE GENERATOR KOUD IS. COMPONENT FREQUENTIE ONDERHOUD ONDERHOUDSPROCEDUREBrandstoftank Iedere 150-200 werkuren de tank leegmaken en spoelen met zuivere brandstofDe tank leegmaken en spoelen met zuivere brandstof (ZIE PARAG. 9)Filters Iedere 500 werkuren of naargelang de noodwendigheden reinigen of vervangenRaadpleeg een erkende servicedienst12. FOUTMELDINGEN OP DE DISPLAY (WAAR AANWEZIG)(ZIE FIG. 7)OORZAAK OPLOSSINGF01. De “ON/OFF” schakelaar staat in de positie “ON” (|) wanneer de generator wordt aangesloten op het elektriciteitsnet1.
Haal de stekker uit het stopcontact, zet de ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0) en sluit het apparaat opnieuw aan op het elektriciteitsnet en zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “ON” (|)F11. Te weinig brandstof2. De brandstof is verontreinigd3. De fotocel is verontreinigd of beschadigd4. Het brandsto?lter is verontreinigd5. Ontstekingsfout1. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0) en brandstoftank bijvullen2. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0), de brandstoftank leegmaken en vervolgens weer bijvullen. Reinig het lter met behulp van schoon brandstof. Wees voorzichtig om het lter niet te beschadigen (ZIE PARAG. 8)3. Raadpleeg een erkende servicedienst4. ZIE PARAG. 85. Raadpleeg een erkende servicedienstF21. Kabel onderbroken2. De sensor is beschadigd1. Raadpleeg een erkende servicedienst2. Raadpleeg een erkende servicedienstF31.
TROUBLESHOOTINGPROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK MOGELIJKE OPLOSSINGDe generator start niet1. Generator geblokkeerd2. Startschakelaar staat op “OFF” (0) 3. Geen voeding4. Interventie van de temperatuursensor5. Besturingskaart geblokkeerd6. Foutieve instelling van de omgevingsthermostaat (waar aanwezig) 1. De generator resetten (ZIE PARAG. 6. 2)2. Zet de startschakelaar op “ON” (|)3. Steek de voedingskabel correct in het stopcontact van het elektrische net4. Wacht minstens tien minuten en probeer vervolgens opnieuw over te gaan tot de ontstekingsfase5a. De generator resetten (ZIE PARAG. 6. 2)5b. Identiceer de foutmelding op de display (waar aanwezig)6. Bedien de omgevingsthermostaat, zet hem op een hogere temperatuur dan die van de werkomgeving (ZIE FIG. 9-10)De motor start maar er komt geen vlam 1. Geen brandstof2. Verkeerde druk van de pomp3. Vreemde substanties aanwezig in de tank1.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Master B 70 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Heater Master
Handleiding Heater
Nieuwste handleidingen voor Heater