Makita KR401MP Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita KR401MP (92 pagina’s), behorend tot de categorie Cultivators. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Makita KR401MP of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/92
KR401MP
EN
Cultivator Attachment
ORIGINAL INSTRUCTION
MANUAL
4
FR
Tête Moto-BineuseINSTRUCTIONS D’EMPLOI11
DE
Kultivator-Aufsatz
ORIGINAL-
BETRIEBSANLEITUNG
19
IT
Accessorio coltivatore
MANUALE DI ISTRUZIONI
ORIGINALE
28
NL
Grondfreeshulpstuk
ORIGINELE
GEBRUIKSAANWIJZING
37
ES
Accesorio para Cultivador
MANUAL DE
INSTRUCCIONES ORIGINAL
45
PT
Implemento Cultivador
MANUAL DE INSTRUÇÕES
ORIGINAL
53
DA
Tilbehør til kultivator
OPRINDELIG
BRUGSANVISNING
61
EL
Προσάρτημα καλλιεργητή
ΠΡΩΤΟΤΥΠΟ ΕΓΧΕΙΡΙΔΙΟ
ΟΔΗΓΙΩΝ
68
TR
Kültivatör ek parçası
ORİJİNAL KULLANIM
KILAVUZU
77
ZHTW
耕耘器組件原始操作手冊
84

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Cultivators
Model: KR401MP
Kleur van het product: Black, Grey
Breedte: 220 mm
Merkcompatibiliteit: Makita
Type product: Handcultivator
Handgreep inbegrepen: Nee

Handleiding Makita KR401MP – volledige tekst

37 NEDERLANDSNEDERLANDS (Originele instructies)TECHNISCHE GEGEVENSModel: KR401MPAfmetingen: lengte x breedte x hoogte (met rotormessen) 933 mm x 235 mm x 256 mmNettogewicht 3,2 kgFreesbreedte 220 mmBuitendiameter van rotormes 220 mmOverbrengingsverhouding van tandwielen 1/43• Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkelingbehoudenwijonshetrechtvoorbovenstaandetech-nischegegevenstewijzigenzondervoorafgaandekennisgeving. • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Goedgekeurd aandrijfsysteemDit hulpstuk is alleen goedgekeurd voor gebruik met de volgendeaandrijfsystemen:• MultifunctioneelaccuaandrijfsysteemBUX360,BUX361, BUX362, UX360D, UX361D, UX362D, DUX60, DUX18, UX01G• MultifunctioneelaandrijfsysteemEX2650LHWAARSCHUWING: Gebruik het hulpstuk nooit met een niet-goedgekeurd aandrijfsysteem.

Een niet-goedgekeurde combinatie kan leiden tot ernstig letsel. SymbolenHieronderstaandesymbolendieophethulpstukenindezegebruiksaanwijzingwordengebruikt. Udientdebetekenis ervan te kennen. Besteedbijzonderezorgenaandacht. Leesdegebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidshelm, oog- en gehoorbescherming. Draag stevige schoenen met antislipzolen. Veiligheidsschoenen met stalen neuzen worden aanbevolen. Houd uw lichaam uit de buurt van draai-ende messen. Houd omstanders op minstens 5 m afstand. Hete delen - brandgevaar voor vingers en handen. Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conformEU-richtlijninzakegeluidsemissiebuitenhuis. Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, AustraliëGebruiksdoeleindenDit gereedschap is uitsluitend bedoeld voor het frezen van grond in combinatie met een goedgekeurd aan-drijfsysteem.

38 NEDERLANDSVEILIGHEIDSWAAR-SCHUWINGENVeiligheidswaarschuwingen voor een grondfreesWAARSCHUWING: Lees voor gebruik alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit apparaat werden geleverd, en tevens de gebruiks-aanwijzing van het aandrijfsysteem. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot brand en/of ernstig letsel van de gebruiker en/of omstanders. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De termen “grondfrees” en “apparaat” in de waarschu-wingenenvoorzorgsmaatregelenverwijzennaardecombinatievanhethulpstukenhetaandrijfsysteem. De term “motor” in de waarschuwingen en voorzorgs-maatregelenverwijstnaardebenzinemotorofelektro-motorvanhetaandrijfsysteem. Algemene veiligheid1.

Een beginnende of onervaren gebruiker moet zich door de dealer laten instrueren in de vol-ledige bediening van dit apparaat. Laat in geen geval kinderen, personen met een verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen, of gebrek aan kennis en ervaring, en personen die de gebruiksaanwijzing niet gelezen heb-ben, het apparaat gebruiken. 2. Het verdient aanbeveling het apparaat uit-sluitend uit te lenen aan mensen die bewezen hebben ervaren te zijn. Geef altijd de gebruiks-aanwijzing mee. 3. Let altijd goed op, kijk naar wat u aan het doen bent, en gebruik uw gezond verstand tijdens het werken met het apparaat. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent, of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Eenogenblikvanonoplettendheidkantijdenshetgebruik van het apparaat leiden tot ernstig per-soonlijkletsel. 4.

Vermijd het gebruik van het apparaat onder slechte weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. 5. Houd u aan alle nationale en lokale regelge-ving omtrent het gebruik van elektrische appa-raten buitenshuis. 6.

Probeer nooit het apparaat te wijzigen. 7.  Denk eraan dat de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen en gevaren die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Veiligheid op de werkplekWAARSCHUWING: Houd de grondfrees uit de buurt van hoogspanningsleidingen en com-municatiekabels. Als u een hoogspanningsleiding nadert of aanraakt met de grondfrees, kan dat leiden totdedoodofernstigletsel. Kijkoferhoogspannings-leidingen of schrikdraadafrasteringen in de buurt van hetwerkgebiedzijnvoordatumetdewerkzaamhe-den begint. 1. Bedien het apparaat alleen bij goed zicht en daglicht. Bedien het apparaat niet in het don-ker of in mist. 2. Start en bedien de motor alleen buitenshuis op een goed geventileerde plaats. Gebruik in een gesloten ruimte of op een slecht geventileerde plaats kan leiden tot de dood als gevolg van ver-stikking of koolmonoxidevergiftiging. 3.

Onderzoek het werkgebied op draadafrasterin-gen, stenen en andere massieve voorwerpen voordat u met de werkzaamheden begint. Zijkunnen de rotormessen beschadigen. 4. Tijdens gebruik mag u nooit op een instabiele of gladde ondergrond of op een steile helling staan. Let in de winter op ijs en sneeuw, en zorg er altijd voor dat u stevig staat. 5. Werk niet in de buurt van afrasteringen, stron-ken of boomwortels. Zijkunnenderotormessenbeschadigen. 6. Werk niet in de buurt van gebouwen, auto’s en andere eigendommen. Deze kunnen worden beschadigd door stenen en rommel die door de grondfrees worden geraakt. Persoonlijke-veiligheidsmiddelen1. Draag altijd een sterke lange broek, stevige schoenen, handschoenen en een shirt met lange mouwen. Draag geen loszittende kle-ding, sieraden, een korte broek of sandalen, en werk niet blootsvoets. Bind uw haar op tot boven schouderhoogte. 2.

Draag altijd een veiligheidsbril om uw ogen tegen letsel te beschermen tijdens het gebruik van het apparaat. De veiligheidsbril moet voldoen aan ANSI Z87.

39 NEDERLANDSwerkgever om ervoor te zorgen dat veiligheids-middelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmid-dellijke omgeving van de werkplek. 3. Draag gehoorbescherming, zoals oorkappen. Blootstelling aan harde geluiden kan leiden tot gehoorbeschadiging. 4. Draag altijd stevige schoenen met een antis-lipzool. Dit beschermt uw voeten tegen letsel en garandeert dat u stevig staat. 5. Draag zo nodig een stofmasker. Brandstof bijvullen1. Zet de motor uit voordat u brandstof bijvult. Blijf uit de buurt van open vuur en vonken. Rook nooit tijdens het bijvullen van de brandstof. Anders kan brand en/of een explosie ontstaan. 2. Vul brandstof alleen bij in de open lucht. Als u brandstofbijvultineenafgeslotenvertrek,kandebrandstofdamp exploderen. 3. Vermijd contact met brandstof en motorolie. Adem geen brandstofdampen in.

Als brandstof of olie wordt gemorst, veegt u het onmiddellijk van het apparaat of de grond af. Als brandstof wordt gemorst op uw kleren, moet u onmiddel-lijk andere kleren aantrekken om te voorkomen dat deze vlam vatten. 4. Draai na het bijvullen van brandstof de brandstoftankdop stevig vast en controleer op brandstoekkage. Start de motor op een afstand van minstens 3 m van de brandstof-bron en bijvulplaats. 5. Vervoer en bewaar brandstof uitsluitend in goedgekeurde jerrycans. Houd kinderen uit de buurt van de opgeslagen brandstof. De grondfrees starten1. Alvorens het apparaat te monteren of af te stel-len, zet u de motor uit en trekt u de bougiekap eraf of verwijdert u de accu. 2. Trek veiligheidshandschoenen aan voordat u de rotormessen hanteert. 3. Draag de persoonlijke-beschermingsmiddelen voordat u de motor start. 4.

Probeer nooit de motor te starten als het apparaat beschadigd is of nog niet volledig gemonteerd is met de juiste beschermkappen, platen of andere veiligheidsmiddelen. Anders kan ernstig letsel ontstaan. 6. Voordat u de motor start, controleert u zorg-vuldig of de rotormessen niet de grond, uw lichaam of andere voorwerpen raken. Als u de motorstartterwijlderotormesseneenvreemdvoorwerp raken, kan dat leiden tot een ernstig ongeval. 7.  Voordat u de motor start, verzekert u zich ervan dat zich geen personen of dieren binnen het werkgebied bevinden. 8. Stel het schouderdraagstel en de handgreep af op de lichaamsgrootte van de gebruiker. 9. Vervang de rotormessen als deze gebarsten, verbogen of beschadigd zijn. Beschadigde rotormessenkunnentijdensgebruikinstukkenuiteen vliegen en ernstig letsel veroorzaken. 10.

Start en bedien het apparaat alleen buitenshuis in een goed geventileerde omgeving. Gebruik in een gesloten ruimte of op een slecht geventileerde plaats kan leiden tot de dood als gevolg van ver-stikking of koolmonoxidevergiftiging. 11. Wanneer u de motor start, zet u het apparaat op een stevige ondergrond, bewaart u goed uw evenwicht en zorgt u ervoor dat u stevig staat. 12. Wanneer u aan de trekstarthandgreep van de motor trekt, houdt u het aandrijfsysteem met uw linkerhand stevig tegen de grond gedrukt. Ga nooit op de aandrijfschacht van het aan-drijfsysteem staan. 13. Als de rotormessen bij stationair toerental ronddraaien, zet u de motor uit en verlaagt u het stationair toerental. Anders kan onbedoeld aanraken van ronddraaiende rotormessen leiden tot ernstig letsel. 14. Zet de motor onmiddellijk uit als u enige sto-ring waarneemt. 15.

Verzeker u ervan dat tijdens vervoer per auto het apparaat op een veilige plaats ligt om te voorkomen dat er brandstof uit lekt. 3. Til het hele apparaat op van de grond wanneer u het apparaat draagt. Als u het apparaat sleept, wordt de brandstoftank beschadigd en een lekk-age veroorzaakt waardoor brand ontstaat. 4. Wanneer u het gereedschap vervoert, draagt u het horizontaal door de schacht vast te pak-ken. Houd de hete uitlaatdemper uit de buurt van uw lichaam. Bediening1. Houd tijdens gebruik omstanders en dieren ten minste 5 meter uit de buurt van de grondfrees. Zet de motor uit zodra iemand dichterbij komt. 2. In geval van nood zet u de motor onmiddellijk uit. 3. Als u tijdens gebruik een ongebruikelijke situ-atie opmerkt (bijv. geluid, trillingen), schakelt u de motor uit. Gebruik het apparaat niet meer totdat de oorzaak is opgespoord en verholpen. 4.

Terwijl de motor slechts stationair loopt, maakt u het gereedschap vast aan het schouderdraagstel. 5. Gebruik tijdens het werk het schouderdraag-stel. Houd het apparaat stevig tegen uw rechterzij. ►Fig. 16. Houd de voorhandgreep met uw linkerhand.

40 NEDERLANDSvast, en houd de achterhandgreep met uw rechterhand vast, ongeacht of u links- of rechtshandig bent. Vouw uw vingers en dui-men om de handgrepen. 7.  Probeer nooit het apparaat met één hand te bedienen. Als u de controle over het gereed-schap verliest, kan dat leiden tot ernstig of fataal letsel. Om de kans op verwonding te verkleinen, houdt u uw handen en voeten uit de buurt van de rotormessen. 8. Breng tijdens gebruik de rotormessen nooit hoger dan heuphoogte. 9. De rotormessen blijven gedurende een korte tijd doordraaien nadat de gashendel is losgela-ten of de motor is uitgezet. Raak de rotormes-sen niet onmiddellijk aan. 10. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een stevige stand en goede lichaamsbalans. Kijk uit voor verborgen obstakels, zoals boomstronken, boomwortels en greppels, om te voorkomen dat u valt. 11.

Wees bijzonder voorzichtig wanneer u de draairichting van de rotormessen omkeert of het apparaat naar u toe trekt. Als het aan-drijfsysteem de draairichting kan omkeren, gebruikt u dit alleen wanneer het noodzakelijk is. Tijdensgebruikmetomgekeerdedraairichting,zal de grondfrees tegen u aan duwen wanneer de rotormessen de grond raken. 12. Overbelast het apparaat niet door te proberen te snel of te diep te frezen. Het apparaat zal onderdejuistebelastingbeterwerkenenerisdaneen lager risico op letsel. 13. Verhoog het toerental van de motor niet terwijl de rotormessen geblokkeerd worden. Hierdoor neemt de belasting toe en zal het apparaat beschadigd worden. 14. Wees voorzichtig bij het frezen in harde grond. De rotormessen kunnen vastslaan in de grond en de grondfrees naar voren trekken. Als dit gebeurt, laat u de handgrepen los en houdt u het apparaat niet tegen. 15.

Controleer het brandstofsysteem op brand-stoekkage, en de bedieningselementen en veiligheidsvoorzieningen op juiste werking. Als enige beschadiging zichtbaar is of u twij-felt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie. 16. Raak het tandwielhuis niet aan. Het tandwiel-huis wordt tijdens gebruik erg warm. 17.  Neem een pauze om te voorkomen dat u door vermoeidheid de controle over het gereed-schap verliest. Wijadviserenuiederuur10tot20minuten te rusten. 18. Wanneer u het apparaat achterlaat, al is het maar even, zet u altijd de motor uit of verwij-dert u de accu. Een onbeheerd apparaat met een draaiende motor kan door onbevoegden worden gebruikt en tot een ernstig ongeval leiden. 19. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het aandrijfsysteem voor het juiste gebruik van de gashendel en schakelaar. 20.

Leg tijdens of na gebruik het warme apparaat niet op droog gras of brandbare materialen. 21. Als de rotormessen verstrikt raken in onkruid of iets dergelijks, zet u de motor uit, trekt u de bougiekap eraf of verwijdert u de accu, en verwijdert u de obstakels. 22. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de rotormessen. Aanraking van de rotormessen kan leiden tot ernstig letsel. Alvorens de rotor-messen te hanteren, zet u de motor uit en trekt u de bougiekap eraf of verwijdert u de accu. 23. Controleer de rotormessen tijdens gebruik veelvuldig op barsten of botte snijranden. 24. Zet altijd de motor uit of verwijder de accu voordat u plantenresten, zoals wortels die verstrikt zijn geraakt in de rotormessen, verwijdert. 25. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het aan-drijfsysteem voor informatie over het starten en bedienen van het apparaat.

TrillingenBlootstelling aan buitensporige trillingen bescha-digt de bloedvaten of het zenuwstelsel van de gebruiker en veroorzaakt de volgende symptomen in de vingers, handen of polsen: ‘slapen’ (gevoel-loosheid), tintelen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw dokter. Om de kans op deze ‘witte-vingerziekte’ te verklei-nen, houdt u uw handen warm tijdens gebruik en onderhoudt u het apparaat en de accessoires goed. Onderhoud uitvoeren1. Voordat u enige onderhouds-, reparatie- of schoonmaakwerkzaamheden uitvoert aan het apparaat, zet u altijd de motor uit en trekt u de bougiekap eraf of verwijdert u de accu. Wacht totdat de motor is afgekoeld. 2. Om de kans op brand te verkleinen, mag u nooit onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoeren in de buurt van een vuur. 3.

Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u de rotormessen hanteert. 4. Verwijder altijd stof en vuil vanaf het gereed-schap. Gebruik voor dit doel nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan lei-den tot verkleuren, vervormen of barsten van de kunststofdelen. 5. Draai na gebruik alle schroeven en moeren vast, uitgezonderd de stelschroeven van de carburateur. 6. Houd de rotormessen scherp. Vervang de rotormessen als deze bot zijn geworden. 7.  Repareer nooit verbogen of afgebroken rotor-messen door het recht te buigen of te lassen. Hierdoor kunnen delen van de rotormessen losraken en ernstig persoonlijk letsel veroor-zaken. Om de rotormessen te vervangen door originele rotormessen, neemt u contact op met ons erkende servicecentrum. 8. Probeer geen onderhoud of reparatie uit te voeren die niet in deze gebruiksaanwijzing of de gebruiksaanwijzing van het aandrijfsysteem.

41 NEDERLANDSwordt beschreven. Vraag ons erkend service-centrum om dergelijke werkzaamheden uit te voeren. 9. Volg de instructies voor het smeren en het vervangen van accessoires. 10. Gebruik altijd uitsluitend originele vervan-gingsonderdelen en accessoires. Als u onder-delen of accessoire van derden gebruikt, kan het gereedschap defect raken, eigendommen worden beschadigd en/of ernstig letsel worden veroorzaakt. 11. Verzoek regelmatig ons erkend service-centrum om het apparaat te inspecteren en onderhouden. Opslag1. Alvorens het apparaat op te bergen, voert u alle schoonmaak- en onderhoudswerkzaam-heden uit. Trek de bougiekap eraf of verwijder de accu. Tap de brandstof af nadat de motor is afgekoeld. 2. Berg het gereedschap op een droge en hoge of afgesloten plaats op, buiten bereik van kinderen. 3. Laat het gereedschap nooit ergens tegenaan leunen, zoals tegen een muur.

Als u dit doet, kan het plotseling vallen en letsel veroorzaken. EHBO1. Zorg dat ervoor dat een EHBO-doos beschik-baar is in de buurt waar wordt gemaaid om eerste hulp te bieden bij een eventueel onge-val. Vul direct na gebruik van de inhoud de EHBO-doos weer aan. 2. Geef de volgende informatie wanneer u om hulp vraagt:— Plaats van het ongeval— Beschrijving van het ongeval— Aantal gewonden— Soort letsels— Uw naamWAARSCHUWING: Het gebruik van dit gereedschap kan stof opwerpen waarin chemi-sche bestanddelen kunnen zitten die ziekten aan de luchtwegen of andere ziekten kunnen veroor-zaken. Enkele voorbeelden van deze chemische bestanddelen zijn verbindingen die gevonden worden in pesticiden, insecticiden, meststo?en en herbiciden. Het risico van deze blootstellingen varieert en hangt af van hoe vaak u dit soort werk-zaamheden uitvoert.

Om blootstelling aan deze chemische sto?en te verminderen: moeten de werkzaamheden uitgevoerd worden in een goed geventileerde werkomgeving en gebruikmakend van goedgekeurde beschermingsmiddelen, zoals stofmaskers die ontworpen zijn om microsco-pisch kleine deeltjes te kunnen lteren. BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN►Fig. 2: 1. Dop 2. Pijp3. Beschermkap 4. Tandwielhuis 5. Rotormessen 6. Borgpen 7. Klem 8. Naaf 9. TorxsleutelMONTAGEWAARSCHUWING: Alvorens het gereed-schap te monteren of af te stellen, zet u de motor uit en trekt u de bougiekap eraf of verwijdert u de accu. Anderskanhetsnijgarnituurofandereonderdelen gaan ronddraaien en ernstig letsel veroorzaken. WAARSCHUWING: Trek veiligheidshand-schoenen aan voordat u de rotormessen hanteert. Tijdenshetmonterenofafstellenkunnenuwvingershet rotormes raken waardoor ernstig letsel kan wor-den veroorzaakt.

WAARSCHUWING: Leg het gereedschap altijd op de grond wanneer u het afstelt of onder-delen aanbrengt. Als u onderdelen aanbrengt of hetgereedschapafsteltterwijlhetrechtopstaat,kanernstig letsel worden veroorzaakt. WAARSCHUWING: Volg de waarschu-wingen en voorzorgsmaatregelen in het hoofd-stuk “VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN” op en raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het aandrijfsysteem. De hulpstukpijp bevestigenLET OP: Controleer na het aanbrengen altijd of de hulpstukpijp stevig is bevestigd. Dooronjuistaanbrengenkanhethulpstukvanhetaandrijfsysteemafvallenenpersoonlijkletselveroorzaken. Bevestigdepijpvanhethulpstukaanhetaandrijfsysteem. 1. Kantel de hendel naar het hulpstuk. ►Fig. 3: 1. Hendel2.  Lijndepenuitmetdepijlmarkering. Steekdehulpstukpijperintotdeontgrendelknopomhoogspringt.

42 NEDERLANDSOmdepijpteverwijderen,kanteltudehendelnaarhethulpstukentrektudepijperuitterwijludeontgrendel-knop ingedrukt houdt. ►Fig. 6: 1. Ontgrendelknop 2. Hendel 3. PijpBEDIENINGWAARSCHUWING: Volg de waarschu-wingen en voorzorgsmaatregelen in het hoofd-stuk “VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN” op en raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het aandrijfsysteem. WAARSCHUWING: Stel voor gebruik de positie van het bevestigingsoog en het schouder-draagstel af op comfortabel gebruik. De grond frezenLET OP: Verwijder voor gebruik harde en/of lange voorwerpen, zoals stenen, blikjes en tou-wen, uit het werkgebied. Deze kunnen de rotormes-sen beschadigen of het draaien van de rotormessen hinderen. LET OP: Bij het frezen van de grond mag de grondfrees niet sneller voortbewegen dan loopsnelheid.

LET OP: Bij het lopen achter of trekken aan een draaiende grondfrees, houdt u een veilige afstand tussen uw voeten en de rotormessen. De rotormessen draaien in de richting aangegeven in de afbeelding. Kiesdebestemaniervanfrezenafhankelijkvande grootte van het werkgebied, het terrein en de bodemomstandigheden. ►Fig. 7BasisbedieningDruk de rotormessen in de grond en verhoog het motortoerental. Beweeg ze beurtelings naar voren en achteren. De grond openbrekenHoud de grondfrees stevig vast en frees tot de gewenste diepte. Bodemverbeteraar inmengenVerspreid de bodemverbeteraar, zoals compost, bla-deren,meststo?enendergelijke,gelijkmatig. Brengderotormessen in de grond en meng de bodemverbete-raar in de grond. DoorploegenTrek de rotormessen langzaam naar achteren. Als het moeilijkisomdegewenstediepteinéénkeerteberei-ken, gaat u nogmaals door het gefreesde spoor.

OPMERKING: Plantenresten, zoals wortels, kunnen verstrikt raken in de rotormessen. Zet in dat geval demotoruitenverwijderderotormessenvanafhettandwielhuis en spoel de resten eraf. ONDERHOUDWAARSCHUWING: Alvorens het gereed-schap te inspecteren of te onderhouden, zet u de motor uit en trekt u de bougiekap eraf of ver-wijdert u de accu. Anderskanhetsnijgarnituurofandere onderdelen gaan ronddraaien en ernstig letsel veroorzaken. WAARSCHUWING: Leg het gereedschap altijd op de grond wanneer u het inspecteert of onderhoudt. Als u onderdelen aanbrengt of het gereedschapafsteltterwijlhetrechtopstaat,kanernstig letsel worden veroorzaakt. WAARSCHUWING: Volg de waarschu-wingen en voorzorgsmaatregelen in het hoofd-stuk “VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN” op en raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het aandrijfsysteem.

KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeenerkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. De grondfrees reinigenDe grondfrees kan met water worden gewassen. Gebruikeennylonborstelofietssoortgelijksomhetvuileraf te wassen. Omgemakkelijkertekunnenreinigen,kuntuderotor-messenvanafhettandwielhuisverwijderen. Raadpleeg“Derotormessenverwijderen”indeparagraaf“Derotormessen vervangen” voor instructies voor het verwijderen. ►Fig. 8: 1. Aandrijfsysteem2. Pijpuiteinde3.

43 NEDERLANDSAlgehele inspectie• Draai losse bouten, moeren en schroeven vast. • Controleeropbeschadigdeonderdelenensnijgar-nituur. Vraag ons erkende servicecentrum om het zo nodig te vervangen. De rotormessen en beschermkap inspecterenControleer en reinig de rotormessen en beschermkap dagelijks. Alsdezeversleten,verbogenofgebarstenzijn,vervangtuze. De rotormessen vervangenOptioneel accessoireLET OP: Gebruik altijd de originele rotor-messen van Makita. De rotormessen verwijderen►Fig. 9: 1. Klem 2. Borgpen1.  Verwijderdeklemmetbehulpvaneentangvanafde borgpen. 2.  Verwijderdeborgpen. 3.  Verwijderhetrotormes. 4.  Verwijderopdezelfdemanierhetrotormesaandeandere kant. De rotormessen aanbrengen►Fig. 10: 1. Klem 2. Borgpen 3. Naaf van het rotor-mes 4. Pijlmarkering1. Steek de naaf van het rotormes op het tandwiel-huis.

Let erop dat u het rotormes zodanig aanbrengt dat depijlmarkeringenophetrotormesenhettandwielhuisindezelfderichtingwijzen. 2. Steek de borgpen in het gat van de naaf van het rotormes. 3. Steek de klem in het gat van de borgpen tot deze stevig vast zit. 4. Breng op dezelfde manier het rotormes aan op de andere kant. Bewegende delen smerenKENNISGEVING: Houd u aan de frequentie en de opgegeven hoeveelheid vet. Als u dat niet doet, kunnen door onvoldoende smering de bewe-gende delen worden beschadigd. Tandwielhuis:LET OP: Breng geen vet aan terwijl het tand-wielhuis heet is. Het hete tandwielhuis kan brand-wonden veroorzaken. Vul ongeveer 30 ml smeervet (Makita-smeervet SG No. 0)gelijkmatigbijviadesmeeropeningelke25bedrijfsuren. Verwijdermetbehulpvandebijgeleverdetorxsleutelde bout naast de smeerpunt-markering op het tand-wielhuis.

Nadathetsmeervetisbijgevuld,draaitudeboutenweer vast. ►Fig. 11: 1. Bout 2. TandwielhuisAandrijfas:Vulsmeervet(Makita-smeervetSGNo. 0)bijelke25bedrijfsuren. ►Fig. 12OPMERKING: Origineel Makita-smeervet kan wor-denaangeschaftbijuwplaatselijkeMakita-dealer. OpslagWAARSCHUWING: Volg de waarschu-wingen en voorzorgsmaatregelen in het hoofd-stuk “VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN” op en raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het aandrijfsysteem. Alshethulpstuklosvanhetaandrijfsysteemwordtopgeborgen, brengt u de dop aan op het uiteinde van de schacht. ►Fig.

44 NEDERLANDSPROBLEMEN OPLOSSENAlvorens om reparatie te vragen, voert u eerst uw eigen inspectie uit. Als u een probleem ondervindt dat niet wordt beschrevenindezegebruiksaanwijzing,magunietproberenhetapparaattedemonteren. InplaatsdaarvanvraagtueenerkendMakita-servicecentrum,dataltijdMakita-vervangingsonderdelengebruikt,omhetapparaatterepareren. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) OplossingDe motor start niet. - Raadpleegdegebruiksaanwijzingvanhetaandrijfsysteem. De motor stopt spoedig. - Raadpleegdegebruiksaanwijzingvanhetaandrijfsysteem. Het motortoerental neemt niet toe. - Raadpleegdegebruiksaanwijzingvanhetaandrijfsysteem. Rotormes draait niet rond. Zetdemotoronmiddellijkuit. Depijpenvanhetaandrijfsysteemenhetgrondfreeshulpstukzijnnietgoedmet elkaar verbonden.

Verbinddepijpenopdejuistemaniermetelkaar. Het rotormes is verstrikt geraakt in een wortelofietsdergelijks. Verwijderhetvreemdevoorwerp. Probleemmethetaandrijfsysteem Neem contact op met een erkend servicecentrum voor reparatie. Hetaandrijfsysteemtriltabnormaal. Zetdemotoronmiddellijkuit. Gebroken of verbogen rotormes. Vervang het rotormes. Losse verbinding van het rotormes. Draai de schroeven van het rotormes stevig vast. Verkeerde bevestiging van het rotormes. Bevestighetrotormesopdejuistemanier. Probleemmethetaandrijfsysteem Neem contact op met een erkend servicecentrum voor reparatie. Derotormessenblijvenronddraaien,zelfs als de trekkerschakelaar/hendel is losgelaten. Zetdemotoronmiddellijkuit. Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Stel het stationair toerental af in het geval het aan-drijfsysteemeenmotorheeft.

Neemcontactopmeteen erkend servicecentrum voor reparatie. OPTIONELE ACCESSOIRESLET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bijgebruikvanandereaccessoiresofhulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet-sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces-soires,neemdancontactopmethetplaatselijkeMakita-servicecentrum. • Set rotormessen (L/R)OPMERKING:Sommigeitemsopdelijstkunnenzijninbegrepenindedoosvanhetgereedschapalsstandaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita KR401MP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Cultivators Makita

Handleiding Cultivators

Nieuwste handleidingen voor Cultivators