Makita EW3050H Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita EW3050H (32 pagina’s), behorend tot de categorie Waterpomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen. Heb je een vraag over Makita EW3050H of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Waterpomp |
| Model: | EW3050H |
Handleiding Makita EW3050H – volledige tekst
56VOORWOORDHartelijk dank voor uw aanschaf van een MAKITA POMP. Deze gebruiksaanwijzing beschrijft het gebruik en onderhoud van uw MAKITA POMP. Alle informatie in deze publicatie is gebaseerd op de meest recente productinformatie die beschikbaar was ten tijde van goedkeuring voor afdrukken. Lees deze gebruiksaanwijzing vóór gebruik aandachtig door. Neem een moment de tijd om uzelf bekend te maken met de correcte bedienings- en onderhoudsprocedures om dit apparaat zo veilig en efciënt mogelijk te gebruiken. Houd deze gebruiksaanwijzing bij de hand zodat u het op elk moment kunt raadplegen. Door onze constante inzet onze producten te verbeteren, kunnen bepaalde procedures en technische gegevens worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving. Als u vervangingsonderdelen bestelt, vermeldt u altijd het MODEL, PRODUCTIENUMMER en SERIENUMMER van uw pomp.
Controleer het productienummer en serienummer op uw pomp en vul ze hieronder in. (De locatie van het etiket verschilt afhankelijk van de productspecicatie. )PROD No. SER No. PROD No. / SER No. (etiket)SER No. (gestanst)Raadpleeg de afbeeldingen op de achterkant van de voorkaft voor afb. t/m aangegeven in de tekst. OPMERKINGINHOUDPagina1. VEILIGHEIDSVOORZORGSMAATREGELEN. 572. COMPONENTEN. 593. VOORBEREIDINGEN VOOR HET STARTEN. 604. DE POMP BEDIENEN. 615. ONDERHOUD. 626. VOORBEREIDINGEN VOOR OPSLAG. 647. INSTRUCTIES VOOR OLIESENSOR. 658. EENVOUDIG STORINGZOEKEN. 659. TECHNISCHE GEGEVENS. 67Nederlands (Originele instructies).
571. VEILIGHEIDSVOORZORGSMAATREGELENWij vragen u elke voorzorgsmaatregel aandachtig te lezen. Let met name goed op de tekst die vooraf gegaan wordt door de volgende woorden: “WAARSCHUWING”, wijst op een grote kans op ernstig persoonlijk letsel of de dood in het geval de instructies niet worden gevolgd. “LET OP”, wijst op een kans op persoonlijk letsel of beschadiging van het apparaat in het geval de instructies niet worden gevolgd. : VOORZORGSMAATREGELEN TEGEN UITLAATGASSEN ■Adem nooit de uitlaatgassen in. Deze bevatten koolmonoxide: een kleurloos, geurloos en extreem gevaarlijk gas dat kan leiden tot bewusteloosheid of de dood. ■Gebruik de pomp nooit binnenshuis of in een slecht geventileerd gebied, zoals in een tunnel, grot, enz. ■Wees uitermate voorzichtig wanneer de pomp wordt gebruik in de buurt van mensen of dieren. ■Houd de uitlaatpijp vrij van vreemde voorwerpen.
: VEILIGHEIDSVOORZORGSMAATREGELEN BIJ HET TANKEN ■Brandstof is uiterst brandbaar en de dampen ervan kunnen bij ontsteking exploderen. ■Vul geen brandstof bij binnen of in een slecht geventileerd gebied. ■Zorg ervoor dat de pomp is uitgeschakeld voordat u brandstof bijvult. ■Verwijder de brandstoftankdop niet en vul geen brandstof bij wanneer de motor nog heet is of draait. Laat de motor minstens 2 minuten afkoelen voordat u brandstof bijvult. ■Vul de brandstoftank niet te vol. ■Als brandstof wordt gemorst, veegt u dit voorzichtig af en wacht u tot de brandstof is opgedroogd voordat u de motor start. ■Nadat brandstof is bijgevuld, zorgt u ervoor dat de brandstoftankdop goed wordt vastgedraaid om te voorkomen dat brandstof wordt gemorst. : BRANDPREVENTIE ■Bedien de pomp niet terwijl u rookt en in de buurt van open vuur.
■Plaats de kant van de motor met de koelluchtlinlaat (vlakbij de trekstartinrichting) en de uitlaatdemper op minstens 1 meter afstand tot gebouwen, obstakels en andere brandbare voorwerpen. ■Houd de pomp uit de buurt van brandbare en andere gevaarlijke materialen (vuilnis, poetsdoeken, smeermiddelen, explosieven). : OVERIGE VEILIGHEIDSVOORZORGSMAATREGELEN ■Ga niet met alcohol op rijden. ■Wees voorzichtig rondom de hete onderdelen. De uitlaatdemper en andere motoronderdelen worden zeer heet terwijl de pomp draait of net is uitgezet. Gebruik de pomp op een veilige plaats en houd kinderen uit de buurt van de draaiende pomp. WAARSCHUWING LET OP WAARSCHUWING WAARSCHUWING WAARSCHUWING WAARSCHUWING1m1m.
58 ■Raak de ontstekingskabel niet aan tijdens het starten en draaien van de pomp. ■Gebruik de pomp op een stabiele en horizontale ondergrond.Als de motor wordt gekanteld, kan brandstof worden gemorst.OPMERKINGAls de pomp onder een steile hellingshoek wordt gebruikt, kan hij vastlopen wegens onvoldoende smering, ondanks een maximaal oliepeil. ■Transporteer de pomp niet met brandstof in de tank of met geopende brandstofkraan. ■Houd het apparaat droog (gebruik het niet in de regen).: OPSTARTCONTROLES ■Controleer zorgvuldig de brandstofslangen en -koppelingen op loszitten en brandstoekkage. Gelekte brandstof veroorzaakt een potentieel gevaarlijke situatie. ■Controleer of de bouten en moeren los zitten. Een loszittende bout of moer kan leiden tot een ernstige motorstoring. ■Controleer het motoroliepeil en vul zo nodig motorolie bij. ■Controleer het brandstofpeil en vul zo nodig brandstof bij.
Wees voorzichtig dat de tank niet te vol wordt. ■Houd de koelribben van de cilinder en de trekstartinrichting vrij van vuil, gras en ander afval. ■Draag nauwsluitende werkkleding tijdens het gebruik van de motor.Een loshangend schort, handdoek, riem, enz. kan door de motor of aandrijving worden gegrepen, waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat.: KIJK UIT VOOR WATERSLAG ■Zorg ervoor dat de afvoerslang niet wordt overreden door een voertuig en sluit de afvoerkraan niet plotseling omdat hierdoor waterslag kan optreden, waardoor ernstige schade kan worden veroorzaakt aan de pomp.Over de afvoerslang rijden Plotseling sluiten van de afvoerkraan WAARSCHUWING LET OP
59SYMBOLENLees de gebruiksaanwijzing.Zet de brandstofkraan dicht wanneer de motor niet in gebruik is.Blijf uit de buurt van hete oppervlakken.Controleer op lekkages uit slangen en koppelingen.De uitlaatgassen zijn giftig. Niet gebruiken in een ongeventileerd vertrek of omsloten gebied.Vuur, vlammen en roken zijn verboden.Zet de motor uit voordat u brandstof bijvult.HEET, vermijd aanraking van hete oppervlakken.Aan (draaien)Motor starten (elektrisch starten)Brandstof (benzine)OntluchtingUit (stoppen) MotorstopDBrandstof (diesel)Duw op ontluchtingMotorolie Koude motorBrandstofkraan dichtNiet op ontluchting drukkenVoeg olie toe Warme motorBrandstofsysteem storing/defectTwee keerAccuElektrisch voorverwarmen (starthulp bij lage temperaturen)ChokeSnel Stand voor draaienPlus: positieve polariteitLangzaamStand voor stoppenMin: negatieve polariteit2. COMPONENTEN(Zie afb.
603. VOORBEREIDINGEN VOOR HET STARTEN(Zie afb. )1. SLUIT DE AANZUIGSLANG AAN (zie afb. - )Gebruik een slang met een versterkte wand of een slang met een gevlochten buitenmantel om onderbreking van de aanzuiging te voorkomen. Aangezien de zelfontluchtingstijd van de pomp rechtstreeks proportioneel is met de lengte van de slang, adviseren wij u een korte slang te gebruiken. LET OPGebruik altijd een zeef met de aanzuigslang. Kiezels of afval die in de pomp wordt gezogen zal ernstige schade veroorzaken aan de waaier en het pomphuis. 2. SLUIT DE AFVOERSLANG AAN (zie afb. - )Bij gebruik van een textielslang, gebruikt u altijd een slangklem om te voorkomen dat de slang losraakt onder hoge druk. 3. CONTROLEER HET MOTOROLIEPEIL (zie afb.
- )Alvorens het motoroliepeil te controleren of motorolie bij te vullen, verzekert u uzelf ervan dat de motor op een stabiele en horizontale ondergrond staat, en is uitgezet. ■Draai de oliepeilstok niet in de olievulnek om het oliepeil te meten. Als het oliepeil laag is, vult u bij tot aan het bovenste peil met de volgende aanbevolen olie. ■Gebruik reinigende olie voor 4-takt-motoren van API-classicatie SE of hoger (SG, SH en SJ worden aanbevolen). ■Selecteer de viscositeit aan de hand van de luchttemperatuur op het moment van gebruik, zoals aangegeven in de tabel. (Zie afb. - )Beschrijving van afb. - Oliepeilstok Bovenste peil Onderste peilModel Olie-inhoudEW2050HEW3050HEW2051HEW3051H0,6 liter4. CONTROLEER HET BRANDSTOFPEIL (zie afb. - ) WAARSCHUWING ■Vul geen brandstof bij terwijl u rookt, vlakbij open vuur of andere dergelijke potentiële gevaren.
Statische elektriciteit kan zich vanaf uw lichaam ontladen door met uw handen een metalen onderdeel van het apparaat en de brandstofopvoerpomp aan te raken. OPMERKINGDEZE MOTOR IS GECERTIFICEERD VOOR GEBRUIK OP LOODVRIJE BENZINE VOOR AUTO’S. ■Zet de motor uit en open de brandstoftankdop. ■Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. ● Loodvrije normale/super of opnieuw geformuleerde benzine die niet meer dan 10% ethanol (E10) of 15% MTBE bevat mag ook worden gebruikt. ● Gebruik nooit benzine die meer dan 10% ethanol of 15% MTBE bevat omdat hierdoor de motor of het brandstofsysteem kan worden beschadigd. ● Gebruik nooit oude of verontreinigde benzine. ● Het gebruik van dergelijke niet-aanbevolen brandstoffen kan leiden tot lagere prestaties en/of verlies van garantie.
Inhoud van brandstoftankModelInhoud brandstoftank literEW2050HEW3050HEW2051HEW3051H3,2 ■Sluit de brandstofkraan voordat u brandstof bijvult. ■Vul niet bij tot boven de bovenkant van de brandstofzeef (aangegeven met ), omdat anders de brandstof ander gemorst kan worden nadat deze is opgewarmd en uitgezet.
61Beschrijving van afb. - Maximaal brandstofpeil ■Gebruik bij het vullen van de brandstoftank altijd de brandstofzeef. ■Bevestig de brandstoftankdop weer door deze rechtsom te draaien tot aan de fysieke aanslag (ongeveer een kwart slag). Probeer niet tot voorbij de fysieke aanslag te draaien omdat daardoor de brandstoftankdop kan worden beschadigd. ■Veeg eventueel gemorste brandstof af voordat u de motor start. (Zie afb. - )5. CONTROLEER HET ONTLUCHTINGSWATER (zie afb. - )Wij adviseren dat de waterkamer van het pomphuis vol wordt ontlucht door hem te vullen met water voordat de pomp wordt gestart. WAARSCHUWINGProbeer nooit de pomp te bedienen zonder ontluchtingswater bij te vullen omdat anders de pomp oververhit raakt. Bij langdurig droog draaien wordt de mechanische afdichting onherstelbaar beschadigd.
Als het apparaat droog draait, stopt u de motor onmiddellijk en laat u de pomp afkoelen voordat u ontluchtingswater bijvult. 4. DE POMP BEDIENEN1. STARTEN (zie afb. )(1) Open de brandstofkraan. (Zie afb. - )(2) Draai de STOPSCHAKELAAR naar stand “ I ” (ON). (Zie afb. - )(3) Stel de toerentalregelhendel in op 1/3 deel van de stand voor hoog toerental. (Zie afb. - )(4) Zet de chokehendel dicht. (Zie afb. - ) ■Als de motor koud is of de omgevingstemperatuur laag is, zet u de chokehendel helemaal zicht. ■Als de motor warm is of de omgevingstemperatuur hoog is, zet u de chokehendel half open of laat u hem helemaal open staan. (5) Trek langzaam aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt. Dit is het “compressiepunt”. Laat de handgreep teruglopen naar zijn uitgangsstand en trek er snel aan. Trek het touw niet maximaal uit.
Zet de chokehendel niet onmiddellijk helemaal open wanneer de motor koud is of de omgevingstemperatuur laag is, omdat dan de motor kan afslaan. (Zie afb. - )2. DRAAIEN (zie afb. )(1) Nadat de motor is gestart, zet u de toerentalregelhendel in de stand voor laag toerental (L) en warmt u de motor onbelast op gedurende enkele minuten. (Zie afb. - )(2) Beweeg de toerentalregelhendel geleidelijk in de richting van de stand voor hoog toerental (H) en stel hem in op het gewenste motortoerental. (Zie afb. - ) ■Wanneer bedrijf op hoog toerental niet vereist is, verlaagt u het motortoerental (stationair) door de toerentalregelhendel te verplaatsen en zo brandstof te besparen en de levensduur van de motor te verlengen. 3. STOPPEN (zie afb. )(1) Stel de toerentalregelhendel in de stand voor laag toerental en laat de motor gedurende 1 of 2 minuten op een laag toerental draaien voordat u hem uitzet.
(Zie afb. - )(2) Draai de STOPSCHAKELAAR linksom naar stand “” (OFF). (Zie afb. - )(3) Sluit de brandstofkraan. (Zie afb. - )(4) Trek langzaam aan de trekstarthandgreep en laat de handgreep teruglopen naar zijn uitgangsstand wanneer u weerstand voelt. Deze handeling is noodzakelijk om te voorkomen dat vochtige buitenlucht kan binnendringen in de verbrandingskamer. (Zie afb. - ) DE MOTOR UITZETTEN MET DE BRANDSTOFKRAANSluit de brandstofkraan en wacht even tot de motor stopt. Voorkom dat brandstof gedurende een lange tijd in de carburateur blijft zitten omdat daardoor de doorstroomopeningen in de carburateur verstopt kunnen raken door verontreinigingen, waardoor een storing kan optreden.
625. ONDERHOUD(Zie Afb. )1. DAGELIJKSE INSPECTIEVoordat u de motor laat draaien, controleert u de volgende servicepunten: Loszittende of afgebroken bouten en moeren Reinig luchtlterelement Voldoende en schone motorolie Lekkage van benzine en motorolie Voldoende benzine Omgeving veilig Controleer het ontluchtingswater Buitensporige trillingen en/of lawaai2. PERIODIEKE ONDERHOUDPeriodiek onderhoud is essentieel voor een veilige en efciënte werking van uw pomp.Raadpleeg de onderstaande tabel voor de intervallen voor het periodiek onderhoud.De onderstaande tabel is gebaseerd op een normaal gebruiksschema van het apparaat. LET OPVervang de rubberen pijpen waar de brandstof door stroomt elke twee jaar.
- )Een vuil luchtlterelement zal leiden tot startproblemen, vermogensverlies en motorstoringen, en tevens de levensduur van de motor sterk verkorten. Houd het luchtlterelement altijd schoon. WAARSCHUWINGVuur verboden ■Het urethaanschuimelement reinigen (zie afb. - - )Was en reinig het urethaanschuimelement met een wasmiddel. Na het reinigen, droogt u het. Reinig het urethaanschuimelement elke 50 bedrijfsuren. ■Het papierelement reinigen (zie afb. - - )Reinig door voorzichtig tegen het element te tikken om vuil te verwijderen en blaas het stof eruit. Gebruik nooit olie. Reinig het papierelement elke 50 bedrijfsuren en vervang de beide elementen elke 200 bedrijfsuren. OPMERKINGReinig en vervang de luchtlterelementen vaker bij gebruik in stofge omgevingen.
647. DE BRANDSTOFSLANG VERVANGEN (zie afb. - ) WAARSCHUWING ■Wees uitermate voorzichtig bij het vervangen van de brandstofslang; benzine is uiterst brandbaar. ■Verwijder statische elektriciteit vanaf uw lichaam voordat u benzine bijvult. Vonken door elektrostatische ontlading kunnen leiden tot ontsteking van verdampte brandstof (benzine) en brandwonden veroorzaken. Statische elektriciteit kan zich vanaf uw lichaam ontladen door met uw handen een metalen onderdeel van het apparaat aan te raken. Vervang de brandstofslang elke 1 000 uur of elke 2 jaar. Als brandstof lekt uit de brandstofslang, vervangt u de brandstofslang onmiddellijk. 8. BOUTEN, MOEREN EN SCHROEVEN CONTROLEREN ■Draai loszittende bouten en moeren opnieuw vast. ■Controleer op brandstof en olielekkages. ■Vervang beschadigde onderdelen door nieuwe. 9. DE BINNENKANT VAN HET POMPHUIS REINIGEN (zie afb.
- – )(behalve EW2050H en EW3050H)Als de binnenkant van het pomphuis verstopt is met kleine steentjes, of als de binnenkant van het pomphuis moet worden gereinigd, kunt u de binnenkant van het pomphuis reinigen door de afdekkap van het pomphuis te verwijderen met behulp van de inbussleutel die bij de pomp wordt geleverd. De bijgeleverde inbussleutel (8 mm) is bevestigd aan het bovenste deel van het pomphuis. (Zie afb. - )(1) De afdekkap van het pomphuis verwijderen (zie afb. - )Verwijder de 4 inbusbouten. (2) De binnenkant van het pomphuis reinigen (zie afb. - )Nadat de steentjes en het vuil vanuit de binnenkant van het pomphuis zijn verwijderd, spoelt u het uit met schoon water. Beschrijving van afb. - Afdekkap van pomphuis O-ringZorg ervoor dat de O-ring niet wordt beschadigd omdat hierdoor waterlekkage zal ontstaan.
Als de O-ring verslechterd of beschadigd is, vervangt u deze door een nieuwe. (3) De afdekkap van het pomphuis weer aanbrengen (zie afb. - )Monteer de 4 inbusbouten. 6. VOORBEREIDINGEN VOOR OPSLAG1. TAP HET WATER AF (zie afb. - )Tap al het water af via de aftapplug.
LET OPVergeet niet voor het vast draaien van de aftapplug eerst de aftapplug en de schroefdraad van het draadgat schoon te maken. Anders kan de schroefdraad worden beschadigd. 2. KOPPEL DE AFVOERSLANG LOSKantel de pomp en tap al het water af via de aansluiting voor de afvoerslang. Als water bevriest in het pomphuis kan de pomp ernstig worden beschadigd. 3. TAP DE BRANDSTOF AF (zie afb. - ) WAARSCHUWINGVuur verbodenAls u de motor gedurende langer dan 1 maand niet gebruikt, tapt u de brandstof af om afzetting in het brandstofsysteem en de carburateur te voorkomen. WAARSCHUWING ■Verwijder statische elektriciteit vanaf uw lichaam voordat u benzine bijvult. Vonken door elektrostatische ontlading kunnen leiden tot ontsteking van verdampte brandstof (benzine) en brandwonden veroorzaken.
Statische elektriciteit kan zich vanaf uw lichaam ontladen door met uw handen een metalen onderdeel van het apparaat aan te raken. ■Bewaar/transporteer de brandstof (benzine) altijd in een metalen jerrycan om brand te voorkomen.
65 ■Verwijder de zeef, houd de zeef boven een opvangbak en open de brandstofkraan om de brandstof uit de brandstoftank te laten lopen. ■Verwijder de aftapschroef van de vlotterkamer van de carburateur en laat de brandstof eruit lopen. 4. MOTOROLIE AFTAPPEN (zie afb. - ) ■Vervang de motorolie door nieuwe olie. ■Verwijder de bougie, giet ongeveer 5 cc motorolie in de cilinder, trek langzaam 2 of 3 keer aan de trekstarthandgreep van de trekstartinrichting en monteer de bougie weer. 5. REINIGEN EN OPBERGEN ■Trek langzaam aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt en laat de motor in die stand staan. ■Reinig de pomp grondig met een geoliede doek, breng de afdekking aan en berg de pomp binnen op een goed geventileerde plaats met een lage luchtvochtigheid op. 7. INSTRUCTIES VOOR OLIESENSOR1.
WERKING VAN OLIESENSORDe motor stopt automatisch wanneer het oliepeil onder de veiligheidsgrens komt. De motor kan niet worden gestart voordat het oliepeil wordt verhoogd tot het voorgeschreven peil. (Zie afb. - )2. OPNIEUW STARTEN(1) Vul het carter met olie tot het correcte peil. (2) Voor het opnieuw starten en bedienen van de motor, raadpleegt u hoofdstuk “4. DE POMP BEDIENEN” op pagina 61. ■Controleer de kabelstekker vanaf de motor. Deze moet stevig zijn aangesloten op de kabel vanaf de oliesensor. ■Voor het selecteren van de motorolie raadpleegt u pagina 60 voor de aanbevolen olie. 8. EENVOUDIG STORINGZOEKEN1. POMP DRAAIT NIET ■Motor start niet. (Zie “8. -6. WANNEER DE MOTOR NIET START”. ) ■Waaier zit vast (demonteren en reinigen). 2. POMPOPBRENGST IS LAAG ■Er wordt lucht aangezogen aan de aanzuigkant. (Controleer de leiding aan de aanzuigkant. ) ■Afname van motoruitvoer.
) ■Water lekt uit waterdoorvoer. (Stop de lekkage. ) ■De waaier wordt geblokkeerd door vreemde materialen. (Demonteer en reinig. ) ■De waaier is versleten. ■De zeef is verstopt. (Reinig. ) ■Het motortoerental is te laag. (Vraag advies aan de dichtstbijzijnde dealer. )3. POMP ONTLUCHT NIET ZELF ■Er wordt lucht aangezogen aan de aanzuigkant. (Controleer de leiding aan de aanzuigkant. ) ■Onvoldoende ontluchtingswater binnenin het pomphuis. (Vul ontluchtingswater bij. ) ■De aftapplug is onvoldoende vastgedraaid. (Draai de pluggen helemaal vast. ) ■Het motortoerental is te laag. (Vraag advies aan de dichtstbijzijnde dealer. ) ■Er wordt lucht aangezogen door de mechanische afdichting. (Vraag advies aan de dichtstbijzijnde dealer. )4. AFVOERSLANG BLIJFT NIET OP AANSLUITING ZITTEN ■De slang kan geknikt zijn of het uitstroomuiteinde kan geblokkeerd of verstopt zijn. (Maak recht of reinig. )5.
666. WANNEER DE MOTOR NIET START:Voer de volgende controles uit voordat u de pomp naar uw Makita-dealer brengt. Als u nog steeds problemen ondervindt nadat u de controles hebt uitgevoerd, brengt u uw pomp naar de dichtstbijzijnde Makita-dealer. (1) Wordt een sterke vonk geproduceerd tussen de elektroden. ■Staat de stopschakelaar in stand “I” (ON). ■Verwijder en inspecteer de bougie. Als de elektroden vuil zijn, reinigt u ze of vervangt u de bougie door een nieuwe. ■Wijder de bougie en sluit hem aan op de bougiekap. Trek aan de trekstarthandgreep terwijl u de bougie aardt tegen de motorbehuizing. Als de vonk zwak is of als er geen vonk is, probeert u het met een nieuwe bougie. Als met een nieuwe bougie geen vonk wordt geproduceerd, is het ontstekingssysteem defect. WAARSCHUWING ■Veeg gemorste brandstof nauwkeurig af alvorens deze controle uit te voeren.
Houd de bougie zo ver mogelijk uit de buurt van het bougiegat. ■Houd de bougie niet met de hand vast terwijl u aan de trekstarthandgreep trekt. OPMERKINGDe motor met een oliesensor stopt automatisch wanneer het oliepeil onder de voorgeschreven grens komt. Pas nadat het oliepeil is verhoogd tot boven het voorgeschreven peil, stopt de motor onmiddellijk nadat deze is gestart. (2) Is er voldoende compressie. Trek langzaam aan de trekstarthandgreep en controleer of u weerstand voelt. Als slechts weinig kracht nodig is om de trekstarthandgreep uit te trekken, controleert u of de bougie stevig is vastgedraaid. Als de bougie los zit, draait u hem vast. (3) Is de bougie nat van de benzine. ■Staat de brandstofkraan open. ■Gebruik de choke (sluit de chokehendel) en trek vijf of zes keer aan de trekstarthandgreep. Verwijder de bougie en controleer of de elektroden nat zijn.
69Geluid1. Geluidsdrukniveau op de werkplek. (2006/42/EC)Merknaam GeluidsdrukniveauDe bedrijfsomstandigheid van de machine tijdens de meting en de meetmethodeEW2050H 86 dB (A)Bedrijfsomstandigheid: op 75% belastingMeetmethode: op een afstand van 1 m vanaf het oppervlak van de machine en op een hoogte van 1,6 m vanaf de vloer. En de geluidsdrukwaarde van de richting die werd gebruikt toen de maximale geluidsdruk werd verkregen.EW3050H 89 dB (A)EW2051H 87 dB (A)EW3051H 90 dB (A)MicrofoonDe kant die het hoogste geluidsdrukniveau produceerde1,0 m1,6 mPOMP2. Geluidsvermogenniveau (2000/14/EC-2005/88/EC)Merknaam Gemeten geluidsvermogenniveau Gegarandeerd geluidsvermogenniveauEW2050H 100 dB (A) 101 dB (A)EW3050H 103 dB (A) 103 dB (A)EW2051H 101 dB (A) 103 dB (A)EW3051H 104 dB (A) 105 dB (A)Deze geluidsniveaus betekenen niet noodzakelijkerwijs een veilig bedrijfsniveau.
De gebruiker is echter beter in staat om de gevaren en risico’s te beoordelen aan de hand van deze informatie.Opmerking: Het geluidsniveau verschilt afhankelijk van de technische gegevens.De technische gegevens kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita EW3050H stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Waterpomp Makita
Alle Makita Waterpomp handleidingen