Makita EBH253U Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita EBH253U (26 pagina’s), behorend tot de categorie Grastrimmer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen. Heb je een vraag over Makita EBH253U of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/26
INSTRUCTION MANUAL
MODE D'EMPLOI
BEDIENUNGSANLEITUNG
MANUALE DI ISTRUZIONI
GEBRUIKSAANWIJZING
MANUAL DE INSTRUCCIONES
MANUAL DE INSTRUÇÕES
BRUGSANVISNING
EBH252U/EBH253U/EBH252L/EBH253L
GBPetrol Brushcutter
FDébroussailleuse thermique
DMotorsense
IDecespugliatore a benzina
NLBenzinebosmaaier
EDesbrozadora
PRoçadeira a gasolina
DKBenzindrevet buskrydder
GR
EBH252U
EBH253U
EBH252L
EBH253L

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Grastrimmer
Model: EBH253U

Handleiding Makita EBH253U – volledige tekst

95Hartelijk dank voor uw aankoop van deze benzinebosmaaier van MAKITA. Met trots bevelen wij u deze benzinebosmaaier van MAKITA van harte aan als resultaat van een langdurig ontwikkelingsprogramma en jarenlange kennis en ervaring. Lees deze handleiding met daarin nauwkeurige beschrijvingen van de diverse punten die zijn hoogstaande prestaties demonstreren. Hierdoor bent u in staat de best mogelijke resultaten te behalen die de benzinebosmaaier van MAKITA u kan bieden. Inhoud PaginaSymbolen. 95Veiligheidsinstructies. 96Technische gegevens. 100Namen van onderdelen. 102De handgreep monteren. 103De beschermkap monteren. 104Het snijgarnituur monteren. 105Vóór het begin van het werk. 106Correcte hantering. 108Tips voor gebruik en procedure voor stoppen. 108Het snijgarnituur slijpen. 110Onderhoudsinstructies. 112Opslag. 115Nederlands Besteed bijzondere zorg en aandacht.

96Algemene instructies– Voor een correcte gebruik dient de gebruiker deze gebruiksaanwijzing te lezen om zichzelf bekend te maken met de juiste manier van omgaan met de benzinebosmaaier. Gebruikers die onvoldoende geïnformeerd zijn, lopen de kans zichzelf en anderen in gevaar te brengen als gevolg van onjuist omgaan met de benzinebosmaaier. – Het verdient aanbeveling de benzinebosmaaier uitsluitend uit te lenen aan mensen die bewezen hebben ervaren te zijn met het gebruik van een benzinebosmaaier. Geef altijd de gebruiksaanwijzing mee. – Allereerst dienen gebruikers de dealer te vragen om basisinstructies om zichzelf bekend te maken met het omgaan met een motoraangedreven maaier. – Laat geen kinderen of jonge mensen die jonger zijn dan 18 jaar met de benzinebosmaaier werken.

Jongeren die ouder zijn dan 16 jaar mogen echter het gereedschap gebruiken om te oefenen, maar alleen onder toezicht van – Gebruik de benzinebosmaaiers met de hoogst mogelijke zorg en aandacht. – Gebruik de benzinebosmaaier alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen. – Gebruik nooit de benzinebosmaaier nadat u alcohol of geneesmiddelen hebt gebruikt of als u zich moe of ziek voelt. Bedoeld gebruik van het gereedschap– De benzinebosmaaier is alleen bedoeld voor het maaien van gras, onkruid, struiken en ondergroei. Hij mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden zoals het snoeien van heggen en hagen, anders kan dit letsels veroorzaken. Persoonlijke-veiligheidsuitrusting– De te dragen kleding dient functioneel en geschikt te zijn, d. w. z. nauwsluitend zonder te hinderen.

Draag geen juwelen of kleding die in de struiken kunnen verstrikt raken. – Om tijdens het gebruik letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschermen, moeten de volgende veiligheidsuitrusting en beschermende kleding worden gebruikt terwijl u met de benzinebosmaaier werkt.

– Draag altijd een helm wanneer het risico bestaat op vallende objecten. U moet de veiligheidshelm (1) regelmatig controleren op schade en uiterlijk na 5 jaar worden vervangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshelmen. – Het spatscherm (2) van de helm (of de veiligheidsbril) beschermt het gezicht tegen rondvliegend afval en stenen. Draag altijd een veiligheidsbril of een spatscherm wanneer u de benzinebosmaaier gebruikt om oogletsel te voorkomen. – Draag geschikte uitrusting om u te beschermen tegen het lawaai en gehoorbeschadiging te voorkomen (oorbeschermers (3), oordopjes, enz. ). – Een werkoverall (4) beschermt tegen rondvliegend afval en opspringende stenen. Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen. – Speciale handschoenen (5) van dik leer maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik van de benzinebosmaaier.

– Draag altijd stevige schoenen (6) met een antislipzool wanneer u de benzinebosmaaier gebruikt. Dit beschermt u tegen letsel en garandeert dat u stevig staat. De benzinebosmaaier starten– Controleer of er geen kinderen of andere mensen aanwezig zijn binnen een werkbereik van 15 meter (50 feet) en let ook of er geen dieren in de werkomgeving zijn. – Controleer vóór het gebruik altijd of de benzinebosmaaier veilig is voor gebruik: Controleer de bevestiging van de snijgarnituur, controleer of de gashendel gemakkelijk kan worden bediend, en controleer of de uit-vergrendelhendel goed werkt. – Het snijgarnituur mag niet draaien bij stationair motortoerental. Neem bij twijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de stopschakelaar. 15 metersSchematische voorstellingVEILIGHEIDSINSTRUCTIES.

97Start de benzinebosmaaier alleen in overeenstemming met de instructies. – Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten. – Gebruik de benzinebosmaaier en de gereedschappen uitsluitend voor de beschreven toepassingen. – Start de motor van de benzinebosmaaier alleen nadat deze volledig is gemonteerd. Het gereedschap mag uitsluitend worden gebruikt nadat alle toepasselijke toebehoren zijn gemonteerd. – Controleer vóór het starten of het snijgereedschap geen contact heeft met harde voorwerpen, zoals takken, stenen, enz. , omdat het snijgereedschap gaat ronddraaien tijdens het starten. – De motor moet onmiddellijk uitgeschakeld worden in geval van enige motorstoring. – Als het snijblad of de maaikop stenen of andere harde voorwerpen raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het snijgarnituur controleren.

– Controleer het snijgarnituur regelmatig op beschadiging (inspecteren op haarscheurtjes met de klopgeluidentest). – Gebruik de benzinebosmaaier alleen wanneer de schouderriem is bevestigd, die goed moet worden afgesteld voordat de benzinebosmaaier wordt gebruikt. Het is belangrijk de schouderriem af te stellen overeenkomstig de lichaamsgrootte van de gebruiker om vermoeidheid tijdens gebruik te voorkomen. Houd de maaier nooit met slechts één hand vast tijdens het gebruik. – Houd de benzinebosmaaier altijd met beide handen vast tijdens het gebruik. Zorg er altijd voor dat u stevig staat. – Gebruik de benzinebosmaaier zo, dat u geen uitlaatgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (kans op gasverstikking). Koolmonoxide is een geurloos gas.

– Schakel de motor uit tijdens pauzes en wanneer u de benzinebosmaaier onbeheerd achterlaat, en leg hem op een veilige plaats om gevaar voor anderen en beschadiging van het gereedschap te voorkomen. – Leg nooit een warme benzinebosmaaier op droog gras of enige andere ontvlambare materialen.

– Het snijblad moet zijn uitgerust met zijn bijbehorende beschermkap. Gebruik de maaier nooit zonder zijn beschermkap. – De hele veiligheidsuitrusting en alle beschermkappen die bij het gereedschap zijn geleverd, moeten tijdens het werk worden gebruikt. – Gebruik het gereedschap nooit met een defecte uitlaatdemper. – Schakel de motor uit tijdens het vervoer. – Tijdens vervoer over lange afstanden moeten altijd de beschermingsdelen die bij het gereedschap werden geleverd worden gebruikt. – Leg tijdens vervoer per auto de benzinebosmaaier op een veilige plaats om te voorkomen dat er brandstof uit lekt. – Wanneer u de benzinebosmaaier vervoert, moet u ervoor zorgen dat de brandstoftank volledig leeg is. – Let erop dat bij het uitladen van de benzinebosmaaier uit de auto de motor niet op de grond valt omdat hierdoor de brandstoftank ernstig kan worden beschadigd.

– Behalve in noodgevallen mag u de benzinebosmaaier nooit laten vallen of op de grond gooien omdat dit ernstige schade aan de benzinebosmaaier kan veroorzaken. – Let erop dat u het volledige gereedschap van de grond tilt wanneer u het verplaatst. Het is bijzonder gevaarlijk de brandstoftank over de grond te slepen en dit zal beschadiging en lekkage veroorzaken die kan leiden tot brand. Brandstof bijvullen– Schakel de motor uit tijdens het bijvullen van brandstof, houd het gereedschap uit de buurt van open vuur en rook niet. – Vermijd huidcontact met minerale-olieproducten. Adem brandstofdampen niet in. Draag altijd veiligheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig vervangt en reinigt. – Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemverontreiniging te voorkomen (milieubescherming).

– Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zijn dat de dop stevig kan worden aangedraaid en niet lekt. – Draai de dop van de brandstoftank stevig vast. Verplaats de maaier voordat u de motor start (tenminste 3 meters afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. )– Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (kan op explosie). – Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen. • Pauzeren• Vervoeren• Brandstof bijvullen• Onderhouden• Onderdelen vervangen.

98Gebruiksmethode– Gebruik de benzinebosmaaier alleen bij een goede verlichting en zichtbaarheid. Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (gevaar voor uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat. – Maai nooit boven heuphoogte. – Sta nooit op een ladder terwijl u de benzinebosmaaier gebruikt. – Klim nooit in een boom om daar de benzinebosmaaier te gebruiken. – Werk nooit op een instabiele ondergrond. – Verwijder zand, stenen, spijkers, enz. , die u binnen uw werkbereik vindt. Vreemde voorwerpen kunnen het snijgarnituur beschadigen en gevaarlijke terugslagen veroorzaken. – Voordat u begint te maaien, moet het snijgarnituur op maximaal toerental draaien. Let op:TerugslagSchematische voorstellingSchematische voorstellingTerugslag– Wanneer u de benzinebosmaaier gebruikt, kan een ongecontroleerde terugslag optreden.

– Dit is met name het geval wanneer u begint met maaien binnen het snijbladsegment van de benzinebosmaaier tussen 12 en 2 uur. – Begin nooit met maaien binnen het segment tussen 12 en 2 uur op het snijblad van de benzinebosmaaier. – Zorg ervoor dat dit snijbladsegment van de benzinebosmaaier nooit in aanraking komt met harde voorwerpen, zoals stuiken, bomen, enz. , met een diameter van 3 cm of meer omdat anders de benzinebosmaaier met grote kracht wordt teruggeslagen met kans op letsel. Terugslag voorkomenHoud rekening met het volgende om terugslag te voorkomen:– Maaien binnen het snijbladsegment tussen 12 en 2 uur levert risico op, met name bij gebruik van metalen snijgarnituur. – Maaien binnen het snijbladsegment tussen 11 en 12 uur of tussen 2 en 5 uur mag alleen worden uitgevoerd door opgeleide en ervaren gebruikers, en dit alleen op eigen risico.

Onderhoudsinstructies– De toestand van de maaier, met name van het snijgarnituur en de veiligheidsuitrusting, naast de schouderriem, moeten worden gecontroleerd voor aanvang van de werkzaamheden. Besteed bijzondere aandacht aan de snijbladen die correct moeten worden geslepen. – Schakel de motor uit en trek de bougiekap eraf wanneer u het snijgarnituur vervangt of slijpt, en wanneer u de maaier of het snijgarnituur schoonmaakt. SnijgarniturenGebruik uitsluitend het juiste snijgarnituur voor de geplande werkzaamheden. EBH252U, EBH253U, EBH252L, EBH253L met metalen snijblad of nylondraad-maaikopVoor het maaien van dik materiaal, zoals onkruid, hoog gras, struiken, heesters, kreupelhout, ondergroei, enz. (max. 2 cm diameter). U kunt maaien door de benzinebosmaaier gelijkmatig in halve cirkels van rechts naar links te zwaaien (op de manier waarop u een zeis gebruikt).

Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, ENGELANDProbeer nooit beschadigde snijgarnituren recht te trekken of te lassen. – Gebruik de benzinebosmaaier met zo weinig mogelijk lawaai en vervuiling. Controleer met name de carburator op een verkeerde afstelling. – Maak de benzinebosmaaier regelmatig schoon en controleer of alle bouten en moeren stevig zijn vastgedraaid. – Onderhoud of bewaar de benzinebosmaaier niet in de buurt van open vuur. – Bewaar de benzinebosmaaier altijd in een afgesloten ruimte en met een leeggemaakte brandstoftank. VerpakkingDe benzinebosmaaier van MAKITA wordt geleverd in twee beschermende kartonnen dozen om schade tijdens het transport te voorkomen. Karton is een ruw basismateriaal en kan daarom opnieuw worden gebruikt en is geschikt om te recyclen (recyclen papierafval).

Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de activiteiten die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen en accessoires die zijn vervaardigd en geleverd door MAKITA. Het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op ongevallen. MAKITA aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongevallen of schade veroorzaakt door het gebruik van niet-goedgekeurde snijgarnituren, bevestigingsmiddelen voor snijgarnituren of accessoires. EHBOZorg dat er altijd een EHBO-doos beschikbaar is in de buurt waar er wordt gemaaid om eerste hulp te bieden bij eventuele ongevallen. Vervang onmiddellijk elk item dat uit de EHBO-doos is genomen.

103LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan de benzinebosmaaier, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken. Draag altijd veiligheidshandschoenen!LET OP: Start de benzinebosmaaier pas nadat deze geheel in elkaar is gezet.– Draai knop (1) los.– Plaats de handgreep (4) tussen de handgreepklem (2) en de handgreepvoet (3).– Stel de handgreep (4) af onder een hoek die u een comfortabele werkhouding biedt en zet deze daarna vast door de knop (1) met de hand vast te draaien.LET OP: Vergeet niet om de veer (5) te plaatsen.MotorDE HANDGREEP MONTERENVoor gereedschappen met een rond-type handgreep – Monteer een eindstuk aan de linkerkant van het gereedschap tezamen met de handgreep ter bescherming van de gebruiker.– Monteer de ronde handgreep niet te dicht bij het gashandvat. Houd minimaal 250 mm afstand tussen de handgreep en het handvat.

104In naleving van de toepasselijke veiligheidsregels mogen uitsluitend de gereedschap/beschermkap-combinaties worden gebruikt die in de afbeelding worden aangegeven. Verzeker u ervan uitsluitend originele snijbladen of nylondraad-maaikoppen van MAKITA te gebruiken. – Het snijblad moet goed geslepen zijn en vrij zijn van barsten of breuken. Als het snijblad tijdens het gebruik een steen raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het snijblad controleren. – Slijp of vervang het snijblad na elke drie uur gebruik. – Als de nylondraad-maaikop tijdens het gebruik een steen raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en de nylondraad-maaikop controleren. LET OP: Voor uw veiligheid en om te voldoen aan de voorschriften voor ongevallenpreventie, moet u altijd de geschikte beschermkap installeren. Het is verboden het gereedschap te gebruiken zonder dat de beschermkap is gemonteerd.

De buitendiameter van het snijblad moet 230 mm (9 - 1/16”) zijn. Gebruik nooit snijbladen met een buitendiameter groter dan 230 mm (9 - 1/16”). Metalen snijbladBeschermkap voor metalen snijbladNylondraad-maaikopBeschermkap voor nylondraad-maaikop(3)(2)(1)(3)(4)DE BESCHERMKAP MONTEREN– Bij gebruik van het metalen snijblad, monteer de beschermkap (3) met behulp van de twee bouten M6 x 30 (1) op de klem (2). OPMERKING: Draai de linker- en rechterbout gelijkmatig vast zodat de opening tussen de klem (2) en de beschermkap (3) evenwijdig blijft. Als u dit niet doet, is het mogelijk dat de beschermkap niet werkt zoals bedoeld. – In het geval de nylondraad-maaikop wordt gebruikt, moet u de beschermkap van de nylondraad-maaikop (4) monteren op de beschermkap van het metalen snijblad (3).

– Haal de tape af van het mesje voor het afsnijden van de nylondraad op de beschermkap van de nylondraad-maaikop (4). LET OP: Duw de beschermkap van de nylondraad-maaikop (4) erop tot deze geheel op zijn plaats zit. Wees voorzichtig uzelf niet te verwonden aan het mesje voor het afsnijden van de nylondraad. Nok.

105Draai het gereedschap ondersteboven zodat u het metalen snijblad of de nylondraad-maaikop gemakkelijk kunt vervangen.– Steek de inbussleutel in de opening van het tandwielhuis en draai de ontvangerring (4) met de inbussleutel tot deze vergrendeld wordt.– Maak de moer (1) (met linksdraaiend schroefdraad) los met de dopsleutel en verwijder de moer (1), de beker (2) en de klemring (3).DraairichtingInbussleutelHET SNIJGARNITUUR MONTERENHet snijblad monteren terwijl de inbussleutel er nog in zit– Monteer het snijblad op de schacht zodat de nok op de ontvangerring (4) past in de uitsparing in het asgat van het snijblad. Monteer de klemring (3), beker (2) en zet het snijblad vast met de moer (1). [Aanhaalkoppel: 13 - 23 Nm]OPMERKING: Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u het snijblad hanteert.OPMERKING: De bevestigingsmoer van het snijblad (met veerring) is een verbruiksartikel.

Als u slijtage of vervorming van de veerring opmerkt, moet u de moer vervangen.De nylondraad-maaikop monteren– De klemring (3), de beker (2) en de moer (1) zijn niet nodig voor het monteren van de nylondraad-maaikop. De nylondraad-maaikop moet bovenop de ontvangerring komen (4).– Steek de inbussleutel in de opening van het tandwielhuis en draai de ontvangerring (4) met de inbussleutel tot deze vergrendeld wordt.– Schroef daarna de nylondraad-maaikop op de as door deze linksom te draaien.– Haal de inbussleutel eruit.– Zorg ervoor dat het snijblad met de goede kant omhoog wijst.(3)(2)(1)InbussleutelLosdraaienVastdraaienInbussleutel(4)(4)

106Controleren en bijvullen van de motorolie– Voer de volgende procedure uit bij koude motor. – Houd de motor horizontaal, verwijder de oliepeilstok en controleer of het oliepeil tussen de bovenste en onderste merktekens staat. Als het oliepeil zo laag staat dat alleen de punt van de peilstok de olie raakt, ook wanneer de oliepeilstok in het motorblok is gestoken zonder deze vast te draaien (zie afb. 1), vult u via de olievulopening nieuwe olie bij (zie afb. 2). – Ter informatie, na ongeveer iedere 10 bedrijfsuren moet olie worden bijgevuld (10 keer of 10 tanks met bijgevulde olie). Als de olie door vuil van kleur is veranderd, ververst u de vuile olie door nieuwe. (Raadpleeg pagina 112 voor informatie over de verversingsinterval en verversingsprocedure.

)Aanbevolen olie:Hoeveelheid olie: Ongeveer 0,08 literOpmerking: Als de motor niet horizontaal wordt gehouden, kan de olie binnenin de motor terechtkomen en te veel worden bijgevuld. Als de olie tot boven het bovenste merkteken wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt. Tip 1 bij het verversen van de olie: “Oliepeilstok” – Verwijder stof of vuil rondom de olievulopening en draai de oliepeilstok eruit. – Zorg ervoor dat geen zand of stof op de oliepeilstok komt. Als dit toch gebeurt, kan het zand of stof dat aan de oliepeilstok kleeft leiden tot een onregelmatige oliecirculatie of slijtage van de motoronderdelen, waardoor storingen kunnen ontstaan. – Een manier om de oliepeilstok schoon te houden is om de draaiknop van de oliepeilstok in de motorafdekking te steken, zoals aangegeven in afbeelding 3.

107BRANDSTOF BIJVULLENOmgaan met brandstofHet is noodzakelijk uiterst voorzichtig om te gaan met brandstof. Brandstof kan stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Het bijvullen van brandstof moet gebeuren in een vertrek met een voldoende goede ventilatie of in de open lucht. Adem nooit brandstofdampen in en houd afstand tot de brandstof. Als uw huid herhaaldelijk in aanraking komt met brandstof gedurende een lange tijd, wordt uw huid droog, waardoor een huidziekte of allergie kan ontstaan. Als brandstof in uw oog komt, spoelt u uw oog uit met schoon water. Als uw oog daarna blijft irriteren, raadpleegt u een dokter. Opslagtermijn van brandstofBrandstof dient binnen een periode van 4 weken te worden opgebruikt, ook wanneer de brandstof wordt bewaard in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw.

Als geen speciale jerrycan wordt gebruikt, of als de brandstof in een open bak wordt bewaard, kan de brandstof binnen één dag verslechteren. Brandstof bijvullenWAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALENGebruikte benzine: Benzine voor auto’s (loodvrije benzine)– Draai de brandstofvuldop een klein stukje los zodat een verschil in luchtdruk wordt opgeheven. – Draai de brandstofvuldop eraf, vul brandstof bij en laat de lucht uit de brandstoftank stromen door de brandstoftank iets te kantelen zodat de brandstofvulopening recht omhoog wijst. (Vul nooit brandstof bij via de olievulopening. ) – Veeg rondom de brandstofvuldop goed schoon om te voorkomen dat vreemde stoffen in de brandstoftank kunnen vallen. – Na het bijvullen van brandstof draait u de brandstofvuldop weer vast. geconstateerd, moet deze worden vervangen. drie jaar worden vervangen.

Tip 2 bij het verversen van de olie: “Olielekkage” – Als olie eruit lekt tussen de brandstoftank en het motorblok, wordt de olie via de koelluchtinlaatopening naar binnen gezogen waardoor de motor verontreinigd raakt. Veeg gelekte olie af voordat u met het werk begint. OPSLAG VAN MAAIER EN JERRYCAN– Bewaar de maaier en jerrycan op een koele plaats uit direct zonlicht. – Bewaar de brandstof nooit in de passagiersruimte of bagageruimte van een auto. Tips voor het omgaan met brandstof– Gebruik nooit mengsmering, waarin motorolie zit. Als u dat doet, zal buitensporige koolafzetting of mechanische storing optreden. – Als verslechterde olie wordt gebruikt, zal dat leiden tot onregelmatig starten.

108De schouderriem bevestigen– Pas de lengte van de schouderriem zo aan, dat het snijblad parallel aan de grond kan worden gehouden.Volg de toepasselijke voorschriften voor ongevallenpreventie!STARTENHoud tenminste 3 meters afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. Plaats de benzinebosmaaier op een schoon stuk grond en zorg ervoor dat de snijgarnituur de grond of andere voorwerpen niet raakt.A: Startprocedure bij koude motor1) Plaats het gereedschap op een vlakke ondergrond. BEDRIJFUit-vergrendelhendelHoog toerentalLaag toerentalGashendelBevestigingsoogCORRECTE HANTERINGTIPS VOOR GEBRUIK EN PROCEDURE VOOR STOPPENLosmakenVoor EBH252L en EBH253L– In geval van nood, druk de knoppen (1) aan beide zijkanten in zodat het gereedschap los komt van uw lichaam. Let er goed op dat u op dat moment de controle over het gereedschap behoudt.

Zorg ervoor dat het gereedschap zich niet in uw richting of in de richting van iemand die in de buurt staat beweegt.WAARSCHUWING: Als u geen complete controle over het gereedschap behoudt, kan dit ernstige lichamelijk letsels of de DOOD veroorzaken.Voor EBH252U en EBH253U– In geval van nood trekt u met een vinger hard aan de noodhendel (2). Het gereedschap komt dan los van de schouderriem en uw lichaam. Let er goed op dat u op dat moment de controle over het gereedschap behoudt. Zorg ervoor dat het gereedschap zich niet in uw richting of in de richting van iemand die in de buurt staat beweegt.WAARSCHUWING: Als u geen complete controle over het gereedschap behoudt, kan dit ernstige lichamelijk letsels of de DOOD veroorzaken.EBH252LEBH253LEBH252UEBH253USTOP(1)STOPBEDRIJFUit-vergrendelhendelHoog toerentalLaag toerentalGashendel(1)(1)Bevestigingsoog(2)

1092) Zet de stopschakelaar (1) in de stand I (bedrijf). 3) Chokehendel Zet met de chokehendel de choke dicht. Choke: – Volledig open bij lage temperaturen of wanneer de motor koud is. – Volledig of half dicht bij opnieuw starten van de motor direct na het uitschakelen. Opmerking: – Als de gashendel herhaaldelijk wordt ingeknepen terwijl de chokehendel in de dichte stand staat, zal de motor niet gemakkelijk starten vanwege een overmatige brandstoftoevoer. – In geval van een overmatige brandstoftoevoer, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep om overtollige brandstof te verwijderen. Maak ook het elektrodengedeelte van de bougie droog. Opgelet tijdens gebruik:Als de gashendel volledig wordt ingeknepen tijdens onbelast bedrijf, neemt het motortoerental toe tot meer dan 10. 000 toeren min-1 of meer.

Laat de motor nooit draaien op een hoger toerental dan nodig is en met een toerental van 6. 000 tot 8. 500 toeren min-1. OPENDICHTCarburatorBrandstofhandpomp4) Brandstofhandpomp Blijf op de brandstofhandpomp drukken tot de brandstof in de brandstofhandpomp stroomt. (Over het algemeen stroomt de brandstof in de brandstofhandpomp na 7 tot 10 keer duwen. ) Als te vaak op de brandstofhandpomp wordt gedrukt, vloeit het overschot aan brandstof terug naar de brandstoftank. 5) Trekstartinrichting Trek voorzichtig aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt (compressiepunt). Laat de trekstarthandgreep terugtrekken en trek er vervolgens krachtig aan. Trek nooit door tot aan het einde van het trekstartkoord. Nadat aan de trekstarthandgreep is getrokken, mag u hem niet onmiddellijk loslaten. Houd de trekstarthandgreep vast tot het trekstartkoord is opgewonden in de trekstartinrichting.

110B: Startprocedure bij warme motor1) Druk herhaaldelijk op de brandstofhandpomp. 2) Laat de chokehendel in de stand voor stationair draaien staan. 3) Trek krachtig aan de trekstarthandgreep. 4) Als de motor moeilijk te starten is, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open. Let goed op het snijblad dat kan gaan draaien.STOPPEN1) Laat de gashendel (2) volledig los en, nadat het motortoerental is afgenomen, duw de stopschakelaar (1) naar de stand “STOP” om de motor uit te schakelen.2) Bedenk dat het snijgarnituur wellicht niet onmiddellijk stopt en laat het volledig uitdraaien.HET LAAG TOERENTAL (VOOR STATIONAIR DRAAIEN) AFSTELLENAls het nodig is het laag toerental (voor stationair draaien) af te stellen, doet u dit met behulp van de stelschroef op de carburator.HET LAAG TOERENTAL CONTROLEREN– Stel het laag toerental af op 3.000 toeren min-1.

Als het nodig is het laag toerental af te stellen, draait u de stelschroef (rechts afgebeeld) met een kruiskopschroevendraaier.– Draai de stelschroef rechtsom om het motortoerental te verhogen. Draai de stelschroef linksom om het motortoerental te verlagen.klant. Mocht het toch nodig zijn deze opnieuw af te stellen, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.StelschroefCarburatorLET OP: De hieronder vermelde snijgarnituren mogen alleen worden geslepen door een bevoegd bedrijf.

Het handmatig slijpen zal resulteren in onbalans van het snijgarnituur, waardoor trillingen zullen ontstaan en het gereedschap schade kan oplopen.– snijblad De erkende sevicecentra bieden een professionele service voor het slijpen en uitbalanceren.OPMERKING: Om de levensduur van het snijblad te verlengen, kan dit eenmalig worden omgekeerd, totdat beide snijranden bot zijn geworden.Waarschuwing bij de bedieningAls de motor ondersteboven wordt gebruikt, kan witte rook uit de uitlaatpijp komen.HET SNIJGARNITUUR SLIJPENEBH252LEBH253LEBH252UEBH253USTOP(1)STOP(2)(1)(2)

111NYLONDRAAD-MAAIKOPDe nylondraad-maaikop is een dubbele-draadkop voor de graskantmaaier die is uitgerust met zowel een automatisch draadaanvoermechanisme als een stoot-aanvoermechanisme. De nylondraad-maaikop voert automatisch de juiste lengte nylondraad aan overeenkomstig van veranderingen in de centrifugale kracht die wordt veroorzaakt door een toenemend of afnemend toerental. Om zacht gras nylondraad aan te voeren, zoals beschreven onder het kopje Bediening. Bediening– Verhoog het toerental van de nylondraad-maaikop naar ongeveer 6. 000 toeren min-1. Een laag toerental (lager dan 4. 800 toeren min-1) is niet geschikt omdat de nylondraad bij een laag toerental niet goed aangevoerd wordt. – Het meest effectieve maaigebied wordt aangegeven door het gearceerde deel in de afbeelding. Ga als volgt te werk als de nylondraad niet automatisch wordt aangevoerd:1.

Laat de gashendel los zodat de motor stationair draait en knijp de gashendel vervolgens volledig in. Herhaal deze procedure tot de nylondraad tot de juiste lengte is aangevoerd. 2. Als de nylondraad te kort is om automatisch met behulp van de bovenstaande procedure aan te voeren, stoot u de stootknop van de snijkop tegen de grond om de nylondraad aan te voeren. 3. Als de nylondraad niet met behulp van procedure 2 kan worden aangevoerd, volgt u de procedures die zijn beschreven onder “De nylondraad vervangen” om de nylondraad opnieuw op te wikkelen of te vervangen. Meest effectieve maaigebiedStationair toerentalMaximaal toerentalStootknopAfdekkingLippenDrukkenDrukken80 mm (3 - 1/8”) DraadspoelVoor linksom draaienDraadspoel100 mm (3 - 15/16”) InkepingenOogjesDe nylondaad vervangen– Schakel eerst de motor uit.

– Haak het midden van de totale lengte van de nieuwe nylondraad in het midden van de draadspoel en zorg ervoor dat één uiteinde ongeveer 80 mm (3 - 1/8”) langer is dan het andere. Wikkel vervolgens beide draadhelften rond de draadspoel in de draairichting van de maaikop (de wikkelrichting linksom wordt aangegeven door de pijl LH, en de wikkelrichting rechtsom wordt aangegeven door de pijl RH op de zijkant van de draadspoel). – Wikkel op 100 mm (3 - 15/16”) na de volledige lengte van de nylondraad op de draadspoel, en haak de uiteinden tijdelijk in de inkeping in de zijkant van de draadspoel. – Plaats de draadspoel zodanig in de behuizing dat de groeven en uitsteeksels op de draadspoel overeenkomen met die in de behuizing. Zorg ervoor dat de zijkant van d draadspoel waarop de letters staan naar buiten wijst.

112MOTOROLIE VERVERSEN Verslechterde motorolie verkort sterk de levensduur van de bewegende delen van de motor. Controleer het verversingsinterval en de bijvulhoeveelheid. LET OP: Over het algemeen zijn de motor zelf en de motorolie heet kort nadat de motor is uitgeschakeld. Alvorens de motorolie te verversen, controleert u op de motor zelf en de motorolie voldoende zijn afgekoeld. Als u dit niet doet, bestaat de kans op verbranding. Opmerking: Als de olie tot boven het bovenste merkteken wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt. Verversingsinterval: In eerste instantie iedere 20 bedrijfsuren, en daarna iedere 50 bedrijfsurenAanbevolen olie:– Lijn de uitsteeksels op de onderkant van de afdekking uit met de gleuven van de oogjes. Duw daarna de afdekking stevig op de behuizing om deze te bevestigen.

AfdekkingUitsteekselGleuf van oogjeVolg de onderstaande procedure om de olie te verversen. 1) Controleer of de brandstofvuldop stevig vastgedraaid is. 2) Draai de oliepeilstok los en trek hem eruit. Zorg ervoor dat de oliepeilstok schoon blijft. BrandstofvuldopOliepeilstokLET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan de benzinebosmaaier, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken (zie “De bougie controleren”). Draag altijd veiligheidshandschoenen. Om een lange levensduur te garanderen en eventuele schade aan het gereedschap te voorkomen, moeten de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden. Dagelijkse controle en onderhoud– Controleer het gereedschap voor het gebruik op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let vooral op of het snijblad of de nylondraad-maaikop stevig is bevestigd.

– Voer de volgende werkzaamheden dagelijks uit na het gebruik:• Reinig de buitenkant van de benzinebosmaaier en inspecteer op beschadigingen. gereinigd. • Controleer het snijblad of de nylondraad-maaikop op beschadigingen en controleer of het snijblad of de maaikop stevig bevestigd is. • Controleer of er voldoende verschil is tussen het stationair toerental en het aangrijptoerental om zeker te zijn dat het snijgarnituur stilstaat wanneer de motor stationair draait (verlaag zo nodig het stationair toerental). In het geval het snijgarnituur bij stationair toerental blijft draaien, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. – Controleer de werking van de stopschakelaar, de uit-vergrendelhendel, de gashendel, en de vergrendelingsknop. ONDERHOUDSINSTRUCTIES.

113HET LUCHTFILTER REINIGENWAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALENControle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)– Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburator vrij van stof of vuil.– In geval van ernstige verontreiniging:oplossing van een neutraal schoonmaakmiddel in water, en droog het grondig.moeilijk starten.poetsdoek.monteert u de bevestigingsbout. (Plaats bij het monteren eerst de bovenrand en daarna de onderrand.)Trek aan deze lip en verwijder het AchterplaatFilterelement (spons)BevestigingsboutFilterelement (vilt)OntluchtingAbsorptiepapier3) Leg absorptiepapier rondom de olievulopening. TIPS VOOR HET OMGAAN MET OLIE– Gooi verbruikte motorolie nooit weg met het afval, op de grond, of in een rioolput. Het weggooien van olie is bij wet geregeld. Houd u bij het weggooien altijd aan de betreffende wetten en regelgeving.

In het geval u hierover vragen heeft, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.– Olie verslechtert, ook wanneer de olie niet wordt gebruikt. Controleer en ververs de olie regelmatig (ververs de olie iedere 6 maanden).leiden.4) Draai de oliepeilstok los, trek hem eruit, en tap de olie af door de motor te kantelen zodat de olievulopening onder zit. Laat de olie in een bak lopen zodat u de olie op de juiste wijze kunt weggooien. 5) Plaats de motor horizontaal en vul met nieuwe olie tot aan de rand van de olievulopening. 6) Draai na het bijvullen de oliepeilstok stevig vast. Bij onvoldoende vastdraaien van de oliepeilstok kan olie eruit lekken.

114HET BRANDSTOFFILTER REINIGENWAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALENControle- en reinigingsinterval: Maandelijks (iedere 50 bedrijfsuren)Zuigkop in brandstoftankdraait u de brandstofvuldop eraf en gebruikt u een draadhaak om de geworden, of vervuild of verstopt is, moet het worden vervangen. – Onvoldoende brandstoftoevoer kan ervoor zorgen dat het maximale toegelaten toerental wordt overschreden. Het is daarom belangrijk het een goede brandstoftoevoer naar de carburator. DE BRANDSTOFLEIDING VERVANGENLET OP: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALENControle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)Vervanging: Jaarlijks (iedere 200 bedrijfsuren)Als tijdens de inspectie een lekkage wordt gevonden, vervangt u de DE BOUTEN, MOEREN EN SCHROEVEN INSPECTEREN– Draai losse bouten. moeren, enz. , weer vast. – Controleer op brandstof- en olielekkage.

– Vervang beschadigde onderdelen door nieuwe voor een veilig gebruik. DE ONDERDELEN REINIGEN– Houd de motor altijd schoon. – Houd de koelribben van de cilinder vrij van stof en vuil. Stof en vuil dat zich tussen de koelribben ophoopt, zal leiden tot het vastlopen van de zuiger. Slangklem0,7 mm - 0,8 mm(0,028” - 0,032”)DE BOUGIE CONTROLEREN– Gebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de bougie te verwijderen of te installeren. – De afstand tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm (0,028” - 0,032”) bedragen. Als de afstand te groot of te klein is, moet u deze aanpassen. Als de elektroden van de bougie verstopt of vervuild zijn, moet u deze grondig schoonmaken of de bougie vervangen. LET OP: Raak de bougiekap nooit aan terwijl de motor draait (gevaar op elektrische schok door hoogspanning).

Alle onderhouds- of aanpassingswerkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door erkende servicecentra. TandwielhuisSmeeropeningHET TANDWIELHUIS SMEREN– Breng elke 30 bedrijfsuren smeervet (Shell Alvania 2 of gelijkwaardig) aan in het tandwielhuis via de smeeropening. (Origineel MAKITA-smeervet kan worden aangeschaft bij uw MAKITA-dealer. )Brandstof.

115WAARSCHUWING: Controleer of de motor is uitgeschakeld en afgekoeld voordat u begint met het aftappen van de brandstof. Vlak na het uitschakelen van de motor, is deze nog heet en kan brandwonden, ontbranding en brand veroorzaken. LET OP: Als het gereedschap gedurende een lange tijd niet gebruikt gaat worden, tapt u alle brandstof uit de brandstoftank en carburator, en slaat u het op een droge, schone plaats op. Storingzoeken– Tap de brandstof af uit de brandstoftank en carburator aan de hand van de volgende procedure:1) Draai de brandstofvuldop eraf en tap de brandstof volledig af. Als een vreemde substantie is achtergebleven in de brandstoftank, verwijdert u deze volledig. brandstofvulopening. 3) Druk op de brandstofhandpomp totdat de brandstof daaruit en in de brandstoftank stroomt. brandstofvuldop stevig vast. 5) Laat de motor vervolgens draaien tot deze afslaat.

– Verwijder de bougie en breng enkele druppels motorolie via het bougiegat in de cilinder. – Trek voorzichtig aan de starthendel zodat de motorolie zich door de motor verspreidt, en monteer daarna de bougie weer. – Bevestig de beschermkap op het snijblad. – Tijdens opslag moet de schacht horizontaal liggen of het gereedschap verticaal geplaatst worden met het snijblad omhoog gericht. (Let er in dat geval goed op dat het gereedschap niet kan omvallen. ) Plaats het gereedschap nooit met het snijblad omlaag gericht. De smeerolie kan er dan uitvloeien. – Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw. Brandstof aftappenVochtOPSLAGAandachtspunt na langdurige opslag– Alvorens de motor na langdurige stilstand opnieuw te starten, moet de olie worden ververst (zie pag. 112). De olie verslechtert terwijl het gereedschap niet in gebruik is.

Storing Systeem Waarneming OorzaakMotor start niet of moeilijk Ontstekingssysteem Ontstekingsvonk OK Fout in brandstoftoevoer of compressiesysteem, mechanisch defectGeen ontstekingsvonk Stopschakelaar ingeschakeld, bedradingsfout of kortsluiting, bougie of bougiekap defect, ontstekingsmodule defectBrandstoftoevoer Brandstoftank vol Onjuiste stand van chokehendel, carburator defect, Compressie Geen compressie bij aantrekkenCilindervoetpakking defect, krukasafdichtingen beschadigd, cilinder of zuigerveren defect, of slechte afdichting van bougieMechanisch defect Starter wordt niet geactiveerdGebroken startveer, gebroken onderdelen binnenin de motorProblemen bij starten van warme motorBrandstoftank vol, ontstekingsvonk aanwezigCarburator vervuild.

116*1 Eerste keer verversen na 20 bedrijfsuren.*2 Vraag een erkend servicecentrum of een machinewerkplaats om de inspectie na 200 bedrijfsuren uit te voeren.*3 Na het aftappen van de brandstoftank, laat u de motor draaien om de brandstof in de carburator op te gebruiken.BedrijfsurenItemVoor gebruikNa smerenDagelijks(10 uur)30 uur 50 uur 200 uurLangdurige opslagZie paginaMotorolieInspecteren/reinigen106Vervang de bougie*1112Vastdraaien(bouten, moeren, enz.)Inspecteren 114BrandstoftankReinigen/inspecteren—Brandstof aftappen*3115GashendelWerking controleren—StopschakelaarWerking controleren110Snijblad Inspecteren 104Laag toerentalInspecteren/afstellen110Reinig 113Bougie Inspecteren 114KoelluchtinlaatkanaalReinigen/inspecteren114Inspecteren 114Vervang de bougie.*2—Smeervet in tandwielhuis Bijvullen 114Reinigen/vervangen114Afstand tussen luchtinlaatklep en luchtuitlaatklepStel af *2—Motor reviseren *2—CarburatorBrandstof aftappen*3115

117PROBLEMEN OPLOSSENAlvorens een verzoek voor reparatie in te dienen, controleer u de storing zelf aan de hand van de onderstaande tabel. Als een probleem is gevonden, repareert u het gereedschap aan de hand van de beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Probeer nooit enig onderdeel te demonteren of repareren in strijd met de beschrijvingen. Voor reparatie neemt u contact op met een erkend servicecentrum of uw plaatselijke dealer. Als de motor niet start ondanks dat deze opgewarmd is:Als bij het doorlopen van de controlepunten geen probleem wordt gevonden, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open en start u de motor.

Probleemomschrijving Mogelijke oorzaak (storing) OplossingMotor start nietDe brandstofhandpomp werd niet ingedrukt Druk deze 7 tot 10 keer inTe zwak aantrekken van het startkoord Trek krachtigGebrek aan brandstof Vul brandstof bijReinigVerslechterde brandstof De verslechterde brandstof bemoeilijkt het starten. Vervang de brandstof door nieuwe. (Aanbevolen vervangingsinterval: 1 maand)Buitensporige toevoer van brandstof Verander de stand van de gashendel van middelhoog toerental naar hoog toerental en trek aan de trekstarthandgreep tot de motor start. Nadat de motor is gestart, begint het snijblad te draaien. Let goed op het snijblad. Als de motor nog steeds niet start, draait u de bougie eruit, maakt u de elektroden droog, en monteert u de bougie weer. Start vervolgens zoals beschreven.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita EBH253U stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden