Makita DUV320 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita DUV320 (200 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Makita DUV320 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | DUV320 |
Handleiding Makita DUV320 – volledige tekst
73 NEDERLANDSNEDERLANDS (Originele instructies)TECHNISCHE GEGEVENSModel: DUV320Werkbreedte 320 mmNullasttoerental 3. 300 min-1Onderdeelnummer van vervan-gende verticuteermessenVerticuteermessen YA00001316 Viltmessen YA00001317Afmetingen (l x b x h)tijdens gebruik 1. 035 mm x 565 mm x 995 mmtijdens opslag (zonder grasmand)610 mm x 565 mm x 430 mmNominale spanning 18 V gelijkstroomNettogewicht 10,1 - 10,4 kgBeschermingsklasse IPX4• In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com-binaties worden vermeld in de tabel.
Toepasselijke accu’s en ladersAccu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860BLader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC• Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. WAARSCHUWING: Gebruik geen bekabelde voeding, zoals een accuadapter of draagbare voeding-seenheid met dit gereedschap. De kabel van een dergelijke voeding kan het gebruik hinderen waardoor per-soonlijk letsel wordt veroorzaakt. SymbolenHieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Wees vooral voorzichtig en let goed op. Lees de gebruiksaanwijzing.
De verticuteermessen blijven nadraaien nadat de motor is uitgeschakeld. Ni-MHLi-ionAlleen voor EU-landenAls gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara-ten en accu‘s niet met het huisvuil weg. In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elek-tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzame-lingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt.
Het gebruik van een RCD verkleint de kans op elektrische schokken. 7. Elektrische gereedschappen kunnen elek-tromagnetische velden (EMF) genereren die ongevaarlijk zijn voor de gebruiker. Echter, gebruikers met een pacemaker of andere soort-gelijke medische apparaten dienen voor advies contact op te nemen met de fabrikant van hun apparaat en/of een dokter voordat ze dit elektrisch gereedschap gebruiken. Persoonlijke veiligheid1. Let altijd goed op, kijk naar wat u aan het doen bent, en gebruik uw gezond verstand tijdens het werken met een elektrisch gereedschap. Ga niet met elektrisch gereedschap werken wanneer u moe bent of als u drugs, alcohol of medicijnen hebt ingenomen. Een ogenblik van onoplettendheid kan tijdens het gebruik van een elektrisch gereedschap leiden tot ernstig persoonlijk letsel. 2. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-delen. Draag altijd oogbescherming.
Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor-bescherming, gebruikt in toepasselijke situaties, dragen bij tot vermindering van persoonlijk letsel. 3. Voorkom onbedoeld starten. Controleer dat de schakelaar in de uit-stand staat alvorens het gereedschap aan te sluiten op de voeding en/of accu, op te pakken of te dragen. Door elek-trisch gereedschap te dragen met uw vinger op de schakelaar, of door het gereedschap op een voe-ding aan te sluiten terwijl de schakelaar aan staat, neemt de kans op ongelukken sterk toe. 4. Verwijder afstelsleutels en tangen voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Een sleutel of tang die nog aan een draaiend deel van het elektrisch gereedschap vastzit, kan persoonlijk letsel veroorzaken. 5. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een stevige stand en goede lichaamsbalans.
Loshangende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen. 7. Als het elektrisch gereedschap is uitgerust met een aansluiting voor stofafzuig- en stof-opvangvoorzieningen, zorgt u ervoor dat deze zijn aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofvanger kan gevaar door stof verminderen. 8. Laat bekendheid met gereedschappen door veelvuldig gebruik er niet toe leiden dat u gemakzuchtig wordt en de veiligheidsprin-cipes voor het werken met gereedschappen negeert. Een ondoordachte handeling kan in een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel. 9. Draag tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87. 1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland.
76 NEDERLANDSHet is de verantwoordelijkheid van de werk-gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek. Gebruik en verzorging van elektrisch gereedschap1. Overbelast het elektrisch gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrisch gereedschap voor het werk. Het juiste elektrisch gereedschap werkt beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. 2. Gebruik het elektrisch gereedschap niet als het niet kan worden in- en uitgeschakeld met de schakelaar. Ieder elektrisch gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet eerst worden gerepareerd. 3.
Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver-wijder de accu, indien afneembaar, vanaf het elektrisch gereedschap voordat u afstellingen maakt, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verlagen de kans dat het elektrisch gereedschap per ongeluk wordt gestart. 4. Bewaar elektrische gereedschappen die niet worden gebruikt buiten het bereik van kinde-ren en voorkom dat personen die onbekend zijn met het gebruik ervan of met deze instruc-ties het elektrisch gereedschap gebruiken. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers. 5. Onderhoud het elektrisch gereedschap en de accessoires. Controleer op een slechte uitlijning of het aanlopen van draaiende delen, het afbreken van onderdelen en alle andere situaties die van invloed kunnen zijn op de werking van het elektrisch gereedschap.
Als het elektrisch gereedschap beschadigd is, laat u het eerst repareren voordat u het gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt doordat het elektrisch gereedschap slecht wordt onderhouden. 6. Houd snij- en zaaggarnituren scherp en schoon. Goed onderhouden snij- en zaaggarnitu-ren met scherpe snij- en zaagranden lopen minder vaak vast en zijn gemakkelijker te gebruiken. 7.
77 NEDERLANDSaanwezigheid van dieren. Dieren kunnen gewond raken tijdens het gebruik van de machine. 3. Inspecteer het gebied waar de machine gebruikt gaat worden zorgvuldig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen. Weggeworpen voorwer-pen kunnen leiden tot persoonlijk letsel. 4. Voordat u de machine gebruikt, inspecteert u altijd of de tanden en messen niet zijn versle-ten of beschadigd. Versleten of beschadigde onderdelen verhogen de kans op letsel. 5. Controleer veelvuldig de grasopvanger op slijtage en beschadigingen. Een versleten of beschadigde grasopvanger kan de kans op per-soonlijk letsel verhogen. 6. Houd de beschermkappen op hun plaats. De beschermkappen moeten in werkende staat zijn en goed gemonteerd zijn. Een beschermkap die los zit, beschadigd is of niet goed werkt, kan persoonlijk letsel veroorzaken. 7.
Zorg ervoor dat alle koelluchtinlaten vrij zijn van vuil. Verstopte luchtinlaten en vuil kunnen leiden tot oververhitting of de kans op brand. 8. Draag tijdens gebruik van de machine altijd slipvast veiligheidsschoeisel. Gebruik de machine niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Dit verkleint de kans op letsel aan uw voeten door contact met bewe-gende tanden. 9. Draag tijdens gebruik van de machine altijd een lange broek. Blootliggende huid verhoogt de kans op letsel door weggeworpen voorwerpen. 10. Gebruik de machine niet wanneer het gras nat is. Loop gewoon en ren niet. Dit verkleint de kans op uitglijden en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel. 11. Gebruik de machine niet op zeer steile hellin-gen. Dit verkleint de kans op verlies van controle, uitglijden en vallen die kunnen leiden tot persoon-lijk letsel. 12.
Dit verkleint de kans op verlies van controle, uitglijden en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel. 13. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de machine achteruit laat rijden of naar u toe trekt. Wees u altijd bewust van uw omgeving. Dit verkleint de kans op struikelen tijdens gebruik. 14. Houd de machine alleen vast aan de geïso-leerde vlakken omdat de tanden met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer de tanden in aanraking komen met onder span-ning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van de machine onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen. 15. Raak de tanden en andere gevaarlijke bewe-gende delen niet aan terwijl deze nog bewe-gen. Dit verkleint de kans op letsel door bewe-gende delen. 16.
Bij het verwijderen van vastgelopen mate-riaal of het schoonmaken van de machine verzekert u zich ervan dat alle aan-uitschake-laars uit staan en de accu's zijn losgekoppeld. Onverwachts in werking treden van de machine kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. 17. Verzeker u ervan dat de verticuteermessen stil staan wanneer de machine moet worden gekanteld om hem te verplaatsen over een andere ondergrond dan gras, en wanneer de machine moet worden verplaatst van of naar het gebied waarin deze moet worden gebruikt. 18. Kantel de machine niet wanneer u de machine inschakelt. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref-fende gereedschap altijd strikt in acht.
VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij-zing kan leiden tot ernstige verwondingen. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENWAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol-gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Instructie1. Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedie-ningsorganen en het correcte gebruik van de machine. 2. Laat nooit kinderen of anderen die niet ver-trouwd zijn met deze instructies de machine bedienen. De toegestane leeftijd van gebrui-kers kan ook zijn vastgelegd in de plaatselijke wetgeving. 3. Bedien de machine nooit in de buurt van andere personen, met name kinderen, of huisdieren. 4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aanspra-kelijk is voor ongelukken met letsel aan andere personen of schade aan hun eigendommen. 5. Kinderen dienen onder toezicht te staan om ervoor te zorgen dat zij niet met de machine spelen. 6.
Lichamelijke conditie - Gebruik de machine niet onder de invloed van alcohol, stimule-rende of verdovende middelen, of na het inne-men van medicijnen. Voorbereidingen1. Draag tijdens het gebruik van de machine altijd stevige schoenen en een lange broek. Gebruik.
78 NEDERLANDSde machine niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Draag geen juwelen of kleding die erg ruim valt of waar-van koordjes of bandjes los bungelen. Deze kunnen door de bewegende delen gegrepen worden. 2. Inspecteer de machine vóór gebruik altijd visu-eel op beschadigde, ontbrekende of verkeerd gemonteerde beschermkappen of schilden. 3. Zorg dat er geen andere personen in de buurt zijn voordat u de machine bedient. Stop de machine wanneer er iemand nadert. 4. Controleer vóór gebruik zorgvuldig de snijbla-den en de bouten van de snijbladen op barsten of andere beschadigingen. Vervang gebarsten of beschadigde snijbladen of bouten van de snijbladen onmiddellijk. 5.
Verwijder voordat u de machine bedient eerst vreemde voorwerpen, zoals stenen, ijzerdraad, glas, botten en grote takken, uit het werkge-bied, om persoonlijk letsel en schade aan de machine te voorkomen. 6. Als de verticuteermessen een voorwerp raken, kan ernstig persoonlijk letsel wor-den veroorzaakt. Controleer altijd vóór elk gebruik het gazon zorgvuldig en verwijder alle voorwerpen. 7. Kijk uit voor kuilen, sporen, hobbels, stenen en andere verborgen voorwerpen. Ongelijkmatig terrein kan leiden tot uitglijden en vallen. In lang gras kunnen obstakels verborgen zitten. 8. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor-bescherming, gebruikt in toepasselijke situaties, dragen bij tot vermindering van persoonlijk letsel. Bediening1. Reik niet te ver.
In dat geval kantelt u hem niet verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg er altijd voor dat u beide handen op de bedieningspositie houdt voordat u de machine weer op de grond laat zakken. 14. Plaats nooit uw handen of voeten onder of vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds uit de buurt van de uitwerpopening. 15. Verplaats de machine niet terwijl de machine is ingeschakeld. 16. Gebruik de machine niet wanneer het gras nat is. 17. Houd de handgreep altijd stevig vast. 18. Pak de blootliggende verticuteermessen of andere scherpe randen niet vast bij het optillen of dragen van de machine. 19. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de draaiende verticuteermessen. Let op: de messen blijven nadraaien nadat de machine is uitgeschakeld. 20. Stop onmiddellijk met het gebruik wanneer u iets vreemds opmerkt. Schakel de machine uit.
Inspecteer vervolgens de machine. 21. Probeer nooit de werkdiepte af te stellen terwijl de machine draait. 22. Laat de schakelhendel los en wacht tot de messen stil staan voordat u een oprit, tuin-pad, weg of enig grindoppervlak oversteekt. Schakel ook de machine uit wanneer u de machine achterlaat, wanneer u iets dat in de weg ligt wilt oprapen of verwijderen, of om elke andere reden die u kunt aeiden van waar u mee bezig bent. 23. Als de machine een vreemd voorwerp raakt, gaat u als volgt te werk:- Stop de machine, laat de schakelhendel los en wacht tot de verticuteermessen helemaal.
79 NEDERLANDStot stilstand zijn gekomen. - Verwijder de accu. - Controleer de machine zorgvuldig op beschadigingen. - Vervang de verticuteermessen indien deze op enige wijze beschadigd zijn. Repareer elke beschadiging voordat u de machine opnieuw start en in gebruik neemt. 24. Als de machine abnormaal begint te trillen (onmiddellijk controleren):- inspecteer op schade;- vervang of repareer alle beschadigde delen;- controleer op loszittende delen en zet die goed vast. 25. Trek de machine niet naar achteren, behalve indien absoluut noodzakelijk. Wanneer u niet anders kan dan de machine achteruit te bewegen vanaf een afrastering of andere, soortgelijke obstructie, kijkt u omlaag en achterom vóór en tijdens het achteruit bewegen. 26. Schakel de motor uit en wacht tot de verticu-teermessen volledig tot stilstand zijn geko-men, voordat u de grasopvanger verwijdert.
Denk eraan dat de messen nog een bepaalde tijd nadraaien nadat u de schakelaar hebt uitgezet. 27. Let bij het gebruik van het gereedschap op leidingen en kabels. Onderhoud en opslag1. Vervang alle versleten of beschadigde onder-delen, voor uw veiligheid. Gebruik uitslui-tend originele vervangingsonderdelen en accessoires. 2. Inspecteer en onderhoud de machine regelmatig. 3. Indien niet in gebruik, bewaart u de machine buiten bereik van kinderen. 4. Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn aangedraaid, om het gereedschap veilig te kunnen gebruiken. 5. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang een versleten grasmand uit veiligheidsover-wegingen altijd door een origineel, nieuw vervangingsonderdeel. 6.
Gebruik uitsluitend de in deze gebruiksaan-wijzing door de fabrikant voorgeschreven verticuteermessen. 7. Wees uiterst voorzichtig tijdens het afstellen van de machine om te voorkomen dat uw vingers bekneld raken tussen de bewegende verticuteermessen en de vaste onderdelen van de machine. 8.
Controleer veelvuldig of de snijbladbevesti-gingsbout stevig vast zit. 9. Laat de machine altijd eerst afkoelen voordat u hem opbergt. 10. Onthoud goed bij het onderhouden van de ver-ticuteermessen dat ook als de stroombron is uitgeschakeld, de messen nog steeds kunnen bewegen. 11. Haal de veiligheidsvoorzieningen niet uit elkaar en knoei er niet aan. Controleer regel-matig of ze correct werken. Doe nooit iets dat de beoogde werking van een veiligheidsvoor-ziening hindert of de bescherming die een veiligheidsvoorziening biedt vermindert. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt1. Voorkom onbedoeld inschakelen. Controleer of de schakelaar in de uit-stand staat alvorens de accu aan te brengen, de machine op te pak-ken of te dragen.
Door de machine te dragen met uw vinger op de schakelaar, of door de machine op een voeding aan te sluiten terwijl de schakelaar aan staat, neemt de kans op ongevallen sterk toe. 2. Haal de accu van de machine af voordat u instellingen aanpast, accessoires vervangt of de machine opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verkleinen de kans dat de machine per ongeluk wordt ingeschakeld. 3. Laad alleen op met de acculader aanbevolen door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu. 4. Gebruik machines uitsluitend met de daarvoor bestemde accu‘s. Het gebruik van een andere accu kan gevaar voor letsel of brand opleveren. 5.
Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwer-pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan leiden tot brandwonden of brand. 6. Onder zware gebruiksomstandigheden kan vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra-king. Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af.
Als de vloei-stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand-wonden veroorzaken. 7. Gebruik geen accu of machine die beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of het risico van letsel. 8. Stel een accu of gereedschap niet bloot aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken. 9. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu of de machine niet op buiten het temperatuurbe-reik vermeld in de instructies. Verkeerd opladen of bij een temperatuur buiten het vermelde bereik, kan de accu beschadigen en het risico van brand verhogen. 10. Laat onderhoud en reparatie uitvoeren door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangingsonderde-len.
Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van de machine behouden blijft. 11. Probeer niet de machine of de accu te wijzigen of te repareren, behalve zoals aangegeven in de instructies voor gebruik en verzorging. Elektrische veiligheid en accu1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor.
81 NEDERLANDSbrandwonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu. 15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken. 16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar-door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan. 17. Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspannings-leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu. 18. Houd de accu uit de buurt van kinderen. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor-zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens-duur van de accu1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. 2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu. 3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. 4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader. 5.
Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. MONTAGEWAARSCHUWING: Verzeker u er altijd van dat de accu is verwijderd voordat u enige werk-zaamheden aan de machine gaat uitvoeren.
Als u de accu niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel als gevolg van onbedoeld starten. WAARSCHUWING: Start de machine nooit voordat deze geheel is gemonteerd. Door de machine in een gedeeltelijk gemonteerde toestand te bedienen, kan dat na per ongeluk starten leiden tot ernstig persoonlijk letsel. De handgreep monterenKENNISGEVING: Wees voorzichtig dat de kabel tijdens het monteren niet bekneld raakt tussen de onderdelen van de handgreep. Een beschadigde kabel kan leiden tot een storing van de machine. KENNISGEVING: Wees voorzichtig de kabel tijdens het monteren niet te verdraaien. Onderste handgrepen1. Bevestig de mannelijke koppelingen van de onder-ste handgrepen aan de vrouwelijke koppelingen op de machine door de draadstangen door de mannelijke koppelingen te steken. 2.
Tweede (binnenste) schroefdraadKabelklemmenZet de kabel gemakkelijk vast met de 3 kabelklemmen. Klem de kabel recht langs de onderste en middelste handgrepen. Zorg dat de kabel langs de binnenzijde van de handgrepen loopt. ► Fig. 8: 1. Kabelklem 2. Middelste handgreep 3. Onderste handgreep 4. KabelOPMERKING: Bevestig 2 van de 3 kabelklemmen aan de onderste handgreep, één zo dicht mogelijk bij de middelste handgreep en de andere bij het ronde buisuiteinde onderaan, zodat ze niet in de weg zitten bij het openen en sluiten van de achterklep. De grasmand monterenOPMERKING: Verzeker u ervan de juiste kant van de graszak naar buiten te keren (met de logo's aan de buitenkant) voordat u hem aanbrengt. De grasmand in elkaar zetten1. Open de graszak met het versterkte oppervlak aan de onderkant. 2. Schuif het frame in de opening van de graszak.
Zorg ervoor dat het handvat boven het bovenoppervlak van de graszak blijft. 3. Haak de klemmen vast aan de stangen van het frame om de graszak aan het frame te bevestigen.
Verzeker u ervan de klemmen vanuit de binnenkant naar de buitenkant te bevestigen. ► Fig. 9: 1. Graszak 2. Versterkt oppervlak 3. Frame 4. Klem 5. Uitwerparm van het frame 6. Handvat4. Verdeel de spanning en strijk de plooien in het doek glad. De grasmand aanbrengen1. Houd de achterklep open. ► Fig. 10: 1. Achterklep2. Breng de grasmand aan op de achterkant van de machine door de staafjes in de ophangopeningen te haken. ► Fig. 11: 1. Grasmand 2. Handvat 3. Staafje 4. OphangopeningWanneer u de grasmand eraf haalt, houdt u het handvat van de grasmand met één hand vast en houdt u de ach-terklep met de ander hand open. Til de grasmand onder een kleine hoek omhoog zodat de staafjes uit de ophan-gopeningen komen en trek hem van de machine af.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Verzeker u er altijd van dat de machine is uitgeschakeld en de accu is verwij-derd alvorens de functies op de machine af te stellen of te controleren. Uitvoeringen van de verticuteermessenVerticuteermessenDe verticuteermessen verwijderen het vilt en mos uit het gazon en snijden verticaal door de wortellaag van het gazon. De verticuteermessen maken de grond losser en verbeteren de beluchting van het gazon, waardoor het water niet meer op het oppervlak blijft staan maar naar de graswortels kan stromen. ► Fig. 12ViltmessenDe viltmessen verwijderen het vilt en mos uit het gazon zonder door de wortellaag van het gazon te snijden. ► Fig. 13.
83 NEDERLANDSDe accu aanbrengen en verwijderenLET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het apparaat en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het apparaat en de accu niet stevig vast-houdt, kunnen deze uit uw handen glippen waardoor het apparaat of de accu kan worden beschadigd of persoonlijk letsel kan worden veroorzaakt. LET OP: Zorg dat u voor gebruik het accu-deksel stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen. LET OP: Breng de accu altijd volledig aan. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit de machine vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. LET OP: Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waar-schijnlijk in de verkeerde stand.
LET OP: Houd het accudeksel stevig vast tij-dens het aanbrengen of verwijderen van de accu. De accu aanbrengen:1. Trek de lip van het accudeksel omhoog om het accudeksel te openen. ► Fig. 14: 1. Accudeksel 2. Lip2. Lijn de lip op de accu uit met de gleuf in de machine en schuif daarna de accu erin tot deze met een klikgeluid op zijn plaats wordt vergrendeld. ► Fig. 15: 1. Accu 2. Accugleuf3. Sluit het accudeksel en duw het omlaag tot het met een klik op zijn plaats wordt vergrendeld. De accu verwijderen:1. Trek de lip van het accudeksel omhoog om het accudeksel te openen. 2. Trek de accu uit de machine terwijl u de knop op de voorkant van de accu omhoog schuift. 3. Sluit het accudeksel. IndicatorlampjeHet indicatorlampje, onderaan op de achterkant van het accuhuis, geeft in real time de bedrijfsstatus- en sto-ringsinformatie van de accu aan.
Het lampje brandt of knippert rood wanneer een fout is opgetreden. ► Fig. 16: 1. IndicatorlampjeBeveiligingssysteem voor apparaat/accuHet apparaat is uitgerust met een beveiligingssysteem voor gereedschap/accu.
KENNISGEVING: Als het gereedschap stopt als gevolg van een oorzaak die niet hierboven wordt beschreven, raadpleegt u het hoofdstuk Problemen oplossen. De resterende acculading controlerenAlleen voor accu’s met indicatorlampjesDruk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu-rende enkele seconden. ► Fig. 17: 1. Indicatorlampjes 2. TestknopIndicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%.
84 NEDERLANDSIndicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan-digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge-lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys-teem in werking is getreden. De trekkerschakelaar gebruikenWAARSCHUWING: Alvorens u de accu aan-brengt, controleert u eerst of de schakelhendel goed werkt en bij loslaten automatisch naar de oorspronkelijke stand terugkeert. Bediening van het apparaat met een schakelaar die niet goed werkt kan leiden tot ongecontroleerde bewegingen, met kans op ernstig lichamelijk letsel.
OPMERKING: De machine start niet zonder de uit-vergrendelknop ingedrukt te houden, ook al wordt de schakelhendel ingetrokken. OPMERKING: Wanneer u de machine probeert te bedienen op harde grond, start de machine mogelijk niet als gevolg van overbelasting. Stel in dat geval de werkdiepte ondieper in. Deze machine is uitgerust met een uit-vergrendelknop. Als u iets vreemds opmerkt met betrekking tot de uit-vergrendelknop, stopt u onmiddellijk met het gebruik en laat u de machine controleren door uw dichtstbij-zijnde erkende Makita-servicecentrum. 1. Breng de accu aan en sluit daarna het accudeksel. OPMERKING: Het indicatorlampje brandt rood als u de accu aanbrengt terwijl u de schakelhendel inge-trokken houdt. Laat de schakelhendel los voordat u de accu aanbrengt. 2. Trek de schakelhendel naar u toe terwijl u de uit-vergrendelknop ingedrukt houdt.
KENNISGEVING: Wanneer u de machine ver-voert of niet gebruikt, moet de instelhendel zo ver mogelijk in de richting van het achterwiel worden geplaatst zodat de verticuteermessen van de grond af worden getild. KENNISGEVING: Bij gebruik van de viltmessen stelt u de werkdiepte altijd in op +4 mm of 0 mm. Als de werkdiepte te laag wordt ingesteld, kunnen de viltmessen beschadigd raken of breken. De verticuteermessen kunnen worden ingesteld op 4 hoogtestanden uiteenlopend van +4 mm tot -8 mm om tot een perfect resultaat te komen. (1) Laat de schakelhendel los om de motor te stoppen. (2) Houd de instelhendel naar buiten getrokken in de richting van het wiel om hem te ontgrendelen. (3) Verplaats de instelhendel naar de gewenste hoog-testand van de verticuteermessen. (4) Laat de instelhendel los om hem weer te vergrendelen. ► Fig. 19: 1. Instelhendel 2.
VoorwielDe werkdiepte kan worden ingesteld in stappen van 4 mm tot de maximale diepte van -8 mm door de instel-hendel naar voren te verplaatsen. ► Fig. 20Stand van de hendel Werkdiepte1(boven de grond)+4 mm2(op de grond)0 mm3(in de grond)-4 mm4(in de grond)-8 mmOPMERKING: De waarden voor de werkdiepte mogen slechts als richtlijn worden gebruikt. Afhankelijk van de gazon- en bodemomstandigheden kan de daadwerkelijke werkdiepte iets verschillen van de ingestelde werkdiepte. OPMERKING: Voer een test uit op een minder opval-lende plaats om de gewenste werkdiepte te bepalen. Opbergen van de inbussleutelBewaar de inbussleutel in zijn opberggleuf in de machi-nebehuizing wanneer u hem niet gebruikt. Open het accudeksel en plaats daarna de inbussleutel stevig in de gleuf zodat deze op zijn plaats blijft zitten. ► Fig. 21: 1. Inbussleutel 2. Opberggleuf 3. Accudeksel.
85 NEDERLANDSBeveiliging tegen onopzettelijk herstartenWanneer de schakelhendel introkken wordt gehouden en de accu wordt aangebracht, start de machine niet. Om de machine te kunnen starten, laat u eerst de scha-kelhendel los, houdt u daarna de uit-vergrendelknop ingedrukt en knijpt u vervolgens de schakelhendel weer in. Elektronische functiesDe machine is uitgerust met de volgende elektronische functies. • Elektrische remDeze machine is uitgerust met een elektrische rem. Als de machine constant niet in staat is de verticuteermessen snel stil te zetten nadat de schakelhendel is losgelaten, laat u de machine onderhouden door een erkend Makita-servicecentrum. BEDIENINGDe machine bedienenWAARSCHUWING: Voordat u de machine gebruikt, verwijdert u takken en stenen uit het werkgebied. Verwijder tevens van tevoren alle onkruiden uit het werkgebied. ► Fig.
22WAARSCHUWING: Draag tijdens het bedie-nen van de machine altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril met zijkappen. LET OP: Als het maaisel of een vreemd voorwerp zich ophoopt binnenin de machinebe-huizing, verwijdert u altijd eerst de accu en trekt u handschoenen aan voordat u het maaisel of vreemde voorwerp verwijdert. KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen voor gazons. Gebruik deze machine niet voor onkruiden. KENNISGEVING: Voordat u de machine gebruikt, moet het gras worden gemaaid op een hoogte van ongeveer 20 mm tot 30 mm. Als het gras te lang is, kan dit de werking van de machine hinderen. Houd de handgreep stevig met beide handen vast wanneer u de machine bedient. De richtlijn voor de werksnelheid is ongeveer 5 meter per 10 seconden. ► Fig.
23OPMERKING: Als bij gebruik op een dichtbegroeid gazon een slecht werkresultaat wordt behaald of tijdens gebruik het motortoerental daalt, verlaagt u de werksnelheid tot onder de waarde aanbevolen in deze gebruiksaanwijzing of stelt u de werkdiepte ondieper in. Gebruik de markeringen op de voorkant als aanduiding van de werkbreedte. ► Fig. 24: 1.
Werkbreedte 2. MarkeringenControleer regelmatig het maaisel in de grasmand. Leeg de grasmand voordat deze vol raakt. Alvorens een periodieke controle uit te voeren, moet u de schakel-hendel loslaten en de machine uitschakelen. KENNISGEVING: Als de machine wordt gebruikt met een volle grasmand, kunnen de verticuteermessen niet soepel draaien en wordt de motor zwaarder belast, waardoor deze defect kan raken. De grasmand legenWAARSCHUWING: Om ongelukken te voor-komen, controleert u regelmatig de grasmand op schade of verzwakking door slijtage. Vervang zo nodig de grasmand. 1. Laat de schakelhendel los. 2. Verwijder de accu uit de machine. 3. Houd het handvat van de grasmand met één hand vast en houd de achterklep met de ander hand open. Til de grasmand onder een kleine hoek omhoog zodat de staafjes loskomen van de machine en trek hem van de machine af. ► Fig. 25: 1. Achterklep 2. Grasmand 3.
Handvat 4. Staafje4. Leeg de grasmand. ONDERHOUDWAARSCHUWING: Verzeker u er altijd van dat de accu uit de machine is verwijderd voordat u de machine opbergt of draagt, of voordat u inspectie of onderhoud uitvoert. WAARSCHUWING: Draag handschoenen bij het verrichten van inspectie of onderhoud. WAARSCHUWING: Draag bij het verrichten van inspectie of onderhoud altijd een bescher-mende bril of een veiligheidsbril met zijkappen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.
86 NEDERLANDSRoutineonderhoud1. Verwijder de accu en sluit daarna het accudeksel. 2. Leg de machine op zijn zijkant. Reinig het gras-afval dat zich heeft opgehoopt op de onderkant van de machinebehuizing. 3. Giet water op de onderkant van de machine waar-aan de verticuteermessen zijn bevestigd. ► Fig. 26KENNISGEVING: Was het gereedschap niet met water onder hoge druk. 4. Controleer of alle moeren, bouten, schroeven enz. stevig vast zitten. 5. Inspecteer de bewegende onderdelen op schade, defecten en slijtage. Beschadigde of ontbrekende onderdelen moeten worden gerepareerd of vervangen. 6. Berg de machine op een veilige plaats op buiten bereik van kinderen. De handgreep inklappenOPMERKING: Ondersteun de handgreep zodat deze tijdens het inklappen onder dezelfde hoek blijft staan, waardoor deze veilig en gemakkelijk kan worden ingeklapt.
Draai de vingermoeren van de onderste hand-grepen handvast om de ingeklapte handgrepen op hun plaats vast te zetten. ► Fig. 33: 1. VingermoerDe machine dragenLET OP: Voordat u de machine draagt, verze-kert u zich ervan dat de accu is verwijderd. LET OP: Draag altijd handschoenen wanneer u de machine met uw handen draagt. KENNISGEVING: Haal altijd de grasmand eraf en klap de handgrepen in voordat u de machine vervoert. Til de machine op door de zijgrepen aan de linker en rechter zijkant van de machine met uw handen vast te pakken. Om verwonding te voorkomen bij het verplaatsen van de machine, houdt u de machine horizontaal en bent u tijdens het dragen voorzichtig de machine niet te stoten of te kantelen. ► Fig. 34OpbergenKENNISGEVING: Berg de machine binnenshuis op, op een koele, droge en afgesloten plaats.
Berg de machine niet op een plaats op waar de tempe-ratuur tot 40 °C of hoger kan oplopen. Verwijder na elk gebruik grond en wortelresten die aan de machine vastzitten. Klap de handgrepen twee of drie keer op en plaats de grasmand bovenop de machine voor ruimtebesparende opslag.
87 NEDERLANDSDe verticuteermessen aanbrengen en verwijderenWAARSCHUWING: De verticuteermessen draaien nog enkele seconden na nadat de scha-kelhendel is losgelaten. Voer geen enkele hande-ling uit voordat de messen volledig tot stilstand zijn gekomen. WAARSCHUWING: Verwijder altijd de accu voordat u de verticuteermessen gaat verwijderen of aanbrengen. Als u dat niet doet, kan dat leiden tot ernstig letsel. WAARSCHUWING: Draag bij het hanteren van de verticuteermessen altijd handschoenen. KENNISGEVING: Gebruik uitsluitend de in deze gebruiksaanwijzing door de fabrikant voorge-schreven verticuteermessen. KENNISGEVING: Als de boutgaten in de beu-gel of vreemde voorwerpen, verwijder u dit met behulp van een scherp gereedschap, zoals een platkopschroevendraaier. KENNISGEVING: Gebruik de inbussleutel die bij de machine werd geleverd om zeker te zijn van een goede bevestiging.
Richtlijn voor het vervangen van de verticuteermessenAls de punten van de verticuteermessen de slijtage-grens hebben bereikt (d. w. z. de resterende meslengte is 45 mm), moeten de verticuteermessen worden ver-vangen door nieuwe. ► Fig. 36: 1. 45 mmDe verticuteermessen verwijderen1. Leg de machine op zijn zijkant zodat de instelhen-del voor de werkdiepte aan de bovenkant zit. 2. Draai de bouten los waarmee de verticuteermes-sen zijn bevestigd, en verwijder deze met de beugels. ► Fig. 37: 1. Instelhendel 2. Bouten 3. Beugel 4. Verticuteermessen3. Til de verticuteermessen iets op en verwijder ver-volgens de verticuteermessen uit de mesophangingen. ► Fig. 38: 1.
VerticuteermessenOPMERKING: Als het moeilijk is om de verticuteer-messen uit de mesophangingen te verwijderen, gebruikt u een handgereedschap zoals een platkop-schroevendraaier om de onderkant van de verticu-teermessen iets op te tillen. ► Fig. 39: 1. HandgereedschapDe verticuteermessen aanbrengenWAARSCHUWING: Als u de verticuteermes-sen vervangt, volgt u altijd de instructies die in deze gebruiksaanwijzing worden gegeven.
WAARSCHUWING: Draai de bouten rechtsom stevig aan om de verticuteermessen vast te zetten. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de verti-cuteermessen en alle bevestigingsdelen correct zijn aangebracht en stevig zijn vastgezet. 1. Steek het as-uiteinde van de verticuteermessen in de onderste mesophanging van de machine. Steek vervolgens het beugel-uiteinde van de verticuteermes-sen in de ankergroef van de bovenste mesophanging van de machine. ► Fig. 40: 1. As-uiteinde 2. Mesophanging 3. Beugel-uiteinde 4. AnkergroefOPMERKING: Roteer de messen rond de as en daarmee de aangrijpende delen om het aanbrengen te vergemakkelijken. 2. Draai de bouten van de beugel aan om de verticu-teermessen vast te zetten. ► Fig. 41: 1. Bouten 2. Beugel.
Gebruik accessoires of hulpstukken uit-sluitend voor de aangegeven doeleinden. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces-soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum. • Verticuteermessen• Originele Makita-accu en -acculaderOPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het product als stan-daard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita DUV320 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Makita
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd