Makita DDA460 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita DDA460 (80 pagina’s), behorend tot de categorie Boormachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 38 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Makita DDA460 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Boormachine |
| Model: | DDA460 |
Handleiding Makita DDA460 – volledige tekst
Toepasselijke accu’s en ladersAccu BL1815N / BL1820 / BL1820B / BL1830 / BL1830B / BL1840 / BL1840B / BL1850 / BL1850B / BL1860BLader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH• Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaruwoont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. GebruiksdoeleindenDit gereedschap is bedoeld voor het boren in hout, metaal en kunststof.
Verliezen van de macht over het gereedschap kan letsel veroorzaken. 2. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het accessoire in aanraking komt met verborgen bedrading. Wanneer accessoires in aanraking komen met onder spanning staande dra-den, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat degebruikereenelektrischeschokkankrijgen. 3. Zorg ook altijd dat u stevig op een solide bodem staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat er zich niemand recht onder u bevindt. 4. Houd het gereedschap stevig vast. 5. Houd uw handen uit de buurt van draaiende onderdelen. 6. Laat het gereedschap niet draaiend achter. Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het stevig vasthoudt. 7. Raak direct na uw werk het boorbit of het werk-stuk niet aan.
Zij kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken. 8. Bepaalde materialen kunnen giftige chemicaliën bevatten. Vermijd contact met uw huid en zorg dat u geen stof inademt. Volg de veiligheidsvoor-schriften van de fabrikant van het materiaal. 9. Als het boorbit niet kan worden losgemaakt ondanks dat de klauwen geopend zijn, gebruikt u een tang om het eruit te trekken. In dat geval kan met de hand eruit trekken leiden tot letselvanwegezijnscherperand. Veiligheidsinstructies bij gebruik van lange boorbits1. Gebruik nooit op een hoger toerental dan het maximale nominale toerental van het boorbit. Op eenhogertoerentalzalhetbitwaarschijnlijkverbui-genalshetvrijronddraaitzondercontactmethetwerkstuk,waardoorpersoonlijkletselkanontstaan. 2. Begin altijd te boren op een laag toerental en terwijl de punt van het bit contact maakt met het werkstuk.
Op een hoger toerental zal het bit waarschijnlijkverbuigenalshetvrijronddraaitzonder contact met het werkstuk, waardoor per-soonlijkletselkanontstaan. 3.
Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccuontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor-zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens-duur van de accu1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. 2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu. 3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. 4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader. 5. Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
38 NEDERLANDSBESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitge-schakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de func-ties op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderenLET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kun-nen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen,ofkanpersoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig. 1: 1. Rood deel 2. Knop3. AccuOmdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaandevoorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccuuithetgereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuitmetdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijnplaats.
Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereedschaptotueenklikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als deaccunietgemakkelijkinhetgereedschapkanwor-den geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controlerenAlleen voor accu’s met indicatorlampjes►Fig. 2: 1. Indicatorlampjes2. TestknopDruk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. Deindicatorlampjesbrandengedurendeenkeleseconden. Indicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op.
Er kan een storingzijnopgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan-digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge-lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvandewerkelijkeacculading. Gereedschap-/accubeveiligingssysteemHet gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accube-veiligingssysteem. Ditsysteemschakeltautomatischdevoe-ding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap endeaccuteverlengen. Hetgereedschapkantijdenshetgebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:OverbelastingsbeveiligingWanneer het gereedschap/de accu wordt bediend op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrok-ken, stopt het gereedschap automatisch.
Wanneer dat gebeurt, schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap oververhit raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. OververhittingsbeveiligingWanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in deze situatie het gereedschap/de accu afkoelen voordat u het gereed-schap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladenAls de acculading onvoldoende is, stopt het gereed-schapautomatisch. Indithetgevalverwijdertudeaccuvanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Aan-uitknopWAARSCHUWING: Schakel altijd de aan-uit-knop uit wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt. Omhetgereedschapstandbytezetten,druktuopdeaan-uitknop tot de aan-uitlamp gaat branden. Om uit te schakelen, drukt u nogmaals op de aan-uitknop. ►Fig. 3: 1.
Om onbedoeld starten te voorkomen wordt de aan-uitknop automa-tisch uitgeschakeld wanneer de trekkerschakelaar nietwordtingeknepenbinneneenbepaaldetijdsduurnadat de aan-uitknop is ingeschakeld. De trekkerschakelaar gebruikenLET OP: Alvorens de accu in het gereed-schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. ►Fig. 4: 1. TrekkerschakelaarOmhetgereedschaptestarten,knijptudetrekkerscha-kelaarinterwijldehoofdschakelaarisingeschakeld. Hoeharderudetrekkerschakelaarinknijpt,hoesnellerhet gereedschap draait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen.
39 NEDERLANDSOPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt. De lamp op de voorkant gebruikenLET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. ►Fig. 5: 1. LampKnijpdetrekkerschakelaarinomdelampinteschake-len. Delampblijftbrandenzolangdetrekkerschakelaarwordt ingeknepen. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp uit. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en begint de lamp te knipperen. Laat in dat geval de trekkerscha-kelaar los. De lamp gaat na 5 minuten uit. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. De omkeerschakelaar bedienen►Fig. 6: 1.
OmkeerschakelaarLET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeer-schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandertterwijlhetgereedschapnogdraait,kanhetgereedschap beschadigd raken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha-kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de schakelhendel niet worden ingeknepen. Automatische toerentalwisselfunctieDit gereedschap heeft een “hoog-toerentalfunctie” en een “hoog-koppelfunctie”.
Als de werkbelasting hoog is, draait het gereedschap in de “functie voor hoog koppel” om krachtiger te kunnen werken. ►Fig. 7: 1. Functie-indicatorDe functie-indicator brandt groen wanneer het gereed-schap in de “hoog-koppelfunctie” draait. Als het gereedschap onder buitensporige belasting draait, knippert de functie-indicator groen. De functie-in-dicator stopt met knipperen en gaat branden of gaat uit wanneer u de belasting op het gereedschap verlaagt. Status van functie-indicator Bedienings-functie Brandt Uit KnippertHoog-toerentalfunctieHoog-koppelfunctieWaarschuwing wegens overbelastingSnelheidskeuzeKENNISGEVING: Gebruik de snelheidskeu-zeknop alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als de snelheid van het gereedschap wordt veranderd voordat het gereed-schap tot stilstand is gekomen, kan het gereedschap worden beschadigd.
KENNISGEVING: Zet de snelheidskeuzeknop altijd voorzichtig in de juiste stand. Als u het gereedschap gebruikt met de snelheidskeuzeknop halverwege tussen de standen 1 en 2, kan het gereedschap beschadigd worden. De twee snelheidsbereiken kunnen vooraf worden geselecteerd met behulp van de snelheidskeuzeknop. Om de snelheid te veranderen, drukt u de vergrendel-knop in en draait u de snelheidskeuzeknop zodanig dat depijlpuntisuitgelijndmetstand1voorlagesnelheidofmet stand 2 voor hoge snelheid. ►Fig. 8: 1. Vergrendelknop 2. Pijlpunt3. SnelheidskeuzeknopKoppelbegrenzerDe koppelbegrenzer treedt in werking wanneer een bepaald koppelniveau is bereikt in de instelling voor lagesnelheid(stand1). Demotorwordtlosgekoppeldvan de uitgaande as. Zodra dit gebeurt, stopt het boor-bit met draaien.
MONTAGELET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. De zijhandgreep (hulphandgreep) aanbrengenLET OP: Controleer altijd voor gebruik of de zijhandgreep stevig vastzit.
40 NEDERLANDSVoorhandgreepLET OP: Beweeg de voorhandgreep niet ver-der dan de grenzen aangegeven door de pijlen in de afbeelding. Wees voorzichtig dat uw hand niet bekneld raakt onder de voorhandgreep. Houd uw hand uit de buurt van de boorspankop. Dit kan leiden tot ernstige ongevallen. LET OP: Verzeker u er altijd van dat de zes-kantbouten (aan beide zijkanten) van de voor-handgreep stevig zijn vastgedraaid. De voorhandgreep kan in elke stand worden bevestigd binnen 0° - 112,5°, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig. 10: 1. VoorhandgreepOm de stand te veranderen, draait u de zeskantbouten (aanbeidezijkanten)losmetbehulpvaneeninbussleu-tel en kantelt u de voorhandgreep naar de gewenste stand. Draai daarna de zeskantbouten stevig vast. ►Fig. 11: 1. Voorhandgreep 2.
InbussleutelHet boorbit aanbrengen of verwijderenOm het boorbit aan te brengen, plaatst u het zo ver mogelijkindespankop. Draaidespankopmetdehandvast. Steek de spankopsleutel in elk van de drie ope-ningen en draai ze rechtsom vast. Zorg ervoor dat u alle driespankopopeningeningelijkematevastdraait. Omhetboorbitteverwijderen,draaitudespankops-leutel in slechts één opening linksom en draait u vervol-gens de spankop met de hand los. ►Fig. 12: 1. SpankopsleutelPlaats na gebruik de spankopsleutel terug in de opberg-houder in het gereedschap, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig. 13BEDIENINGLET OP: Druk de accu altijd stevig aan totdat die op zijn plaats vastklikt. Wanneer het rode deel aan de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accu er nog niet helemaal in. Schuif hem er helemaal in totdat het rode deel niet meer zichtbaar is.
Als u dit nalaat, zou de accu uit het gereedschap kunnen vallen en uzelf of anderen kunnen verwonden. LET OP: Wanneer de snelheid sterk afneemt, verlaagt u de belasting of stopt u het gereedschap om te voorkomen dat het gereedschap wordt beschadigd.
LET OP: Houd het gereedschap tijdens gebruik stevig vast. Het gereedschap vasthoudenLET OP: Dit is een krachtig gereedschap. Een hoog koppel wordt uitgeoefend en het is belang-rijk dat het gereedschap stevig wordt vastgehou-den en goed wordt afgesteund. Pak de handgreep met één hand vast en de voorhand-greep met de andere hand. ►Fig. 14: 1. Voorhandgreep 2. HandgreepAls u een groot gat boort met behulp van een gatenzaag meteenzelftappendbit,enz. ,moetdezijhandgreep(hulphandgreep)alsafsteunpuntwordengebruiktomhetgereedschap veilig onder controle te kunnen houden. Alshetbitvooruit(rechtsom)draait,moethetgereedschapworden afgesteund om een linksom draaiende reactie-kracht op te kunnen vangen in het geval het bit vastloopt. ►Fig. 15: 1. Reactiekracht 2. Vooruit 3.
ZijhandgreepAls het bit achteruit draait, steunt u het gereedschap zodanig af dat een rechtsom draaiende reactiekracht wordt opgevan-gen. Alshetboorbitmoetwordenverwijderduiteengedeelte-lijkgeboordgat,zorgtuervoordathetgereedschapafdoendewordt afgesteund voordat u het bit achteruit laat draaien. ►Fig. 16: 1. Reactiekracht 2. AchteruitGebruik als boormachineBoren in houtBijhetboreninhoutverkrijgtudebesteresultatenmethoutboortjesvoorzienvaneengeleideschroefpunt. Dezegeleideschroefpuntvergemakkelijkthetboren,door het boorbit het werkstuk in te trekken. Boren in metaalOmtevoorkomendathetboorbitbijhetbeginvanhetborenzijdelingswegglijdt,maaktumeteenhamereneencenter-ponseenputjepreciesopdeplaatswaaruwiltboren. Plaatsdandepuntvanhetboorbitinhetputjeenbeginmetboren.
Uitzonderingenhierbijzijnijzerenkoper,diedrooggeboord moeten worden. LET OP: Het boren zal niet sneller verlopen als u hard op het gereedschap drukt. In feite zaldergelijkharddrukkenalleenmaarleidentotbeschadiging van het boorbit, lagere prestaties van het gereedschap en een kortere levensduur van het gereedschap. LET OP: Houd het gereedschap stevig vast en let vooral goed op wanneer het boorbit door het werkstuk heen breekt. Op het moment dat het boor-gat doorbreekt wordt een enorme wringende kracht uitgeoefend op het gereedschap/boorbit. LET OP: Een vastgelopen boorbit kan een-voudig verwijderd worden door de draairichting te veranderen met de omkeerschakelaar, om zo het boorbit eruit te draaien. Houd het gereedschap daarbij wel stevig vast, want er is kans op een plotselinge terugslag.
LET OP: Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of soortgelijke klemvoorziening. LET OP: Boor niet in materialen waarvan u vermoedt dat er verborgen spijkers of andere voorwerpen in zitten die ertoe kunnen leiden dat het boorbit vastloopt of breekt. LET OP: Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de accu leeg is, laat u het gereed-schap gedurende 15 minuten liggen alvorens verder te werken met een volle accu.
41 NEDERLANDSEen touw (tuiriem) bevestigenVeiligheidswaarschuwingen speciek voor wer-ken op hoogteLees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot ernstig letsel. 1. Houd het gereedschap altijd vastgebonden tijdens het werken ‘op hoogte’. De maximale lengte van het touw is 2 m. De maximaal toegestane valhoogte van het touw (tuiriem) mag niet meer zijn dan 2 meter. 2. Gebruik uitsluitend met een touw dat geschikt is voor dit gereedschap en een draagvermo-gen heeft van minstens 7,0 kg (15,4 lbs). 3. Veranker het touw van het gereedschap niet aan iets op uw lichaam of aan een verplaats-baar voorwerp. Veranker het touw van het gereedschap aan een stevige constructie die de krachten van een vallend gereedschap kan opvangen. 4. Verzeker u er vóór gebruik van dat het touw goed is vastgemaakt aan beide uiteinden. 5.
Inspecteer het gereedschap en touw vóór elk gebruik op beschadigingen en correcte wer-king (inclusief het materiaal en de stiksels). Gebruik het niet wanneer het beschadigd is of niet correct werkt. 6. Wikkel touwen niet rondom scherpe of ruwe randen en laat ze er niet mee in aanraking komen. 7. Bevestig het andere uiteinde van het touw bui-ten het werkgebied zodat een vallend gereed-schap stevig bevestigd blijft. 8. Bevestig het touw zodanig dat het gereed-schap tijdens het vallen zich verwijderd van de gebruiker. Een gereedschappen dat valt zal aan het touw slingeren, waardoor letsel kan worden veroorzaakt of u uw evenwicht kunt verliezen. 9. Gebruik niet nabij bewegende onderdelen of draaiende machines. Als u zich hier niet aan houdt, kan dat leiden tot beknellingsgevaar of verstrikkingsgevaar. 10. Draag het gereedschap niet aan de bevesti-gingsvoorziening of het touw. 11.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita DDA460 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Boormachine Makita
Handleiding Boormachine
Nieuwste handleidingen voor Boormachine