Makita BHX2510 Handleiding
Pagina's 19 Bladblazer
Bekijk de handleiding van Makita BHX2510 gratis online of download de PDF. 12 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Bladblazer |
| Model: | BHX2510 |
Handleiding Makita BHX2510 – volledige tekst
Hartelijk dank voor uw aankoop van deze MAKITA-Bladblazer. Wij zijn ervan verzekerd dat deze u zal bevallen, daar deze hetresultaat is van jarenlange research en onze know-how en ervaring. De MAKITA BHX2500 kombineert de voordelen van de huidige stand dertechniek met ergonomisch design; zij zijn licht in gewicht, handig,compacte en staan voor professionele inzet van tal van verschillendegebruiksvormen. Lees, begrijp en volg de in deze gebruiksaanwijzing omschreven puntenom zodoende volledig gebruik te maken van de mogelijkheden die dezemachine u biedt. Dit biedt u de garantie zo goed en veilig mogelijk tewerken met de MAKITA-Bladblazer. INHOUDSTABELPageSymbolen. 70Veiligheidsvoorschriften. 71-73EU-conformiteitsverklaring. 74Technische gegevens. 74Benaming van onderdelen. 75Opbouwinstructies. 76Voor gebruik. 77-78Bediening. 79-80Afstellingen. 80Bedieningsmethode. 81Inspectie en onderhoud.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENAlgemene instructies• Om verzekerd te zijn van een correcte en veilige bediening moet degebruiker de gebruiksaanwijzing lezen, begrijpen en opvolgen omvertrouwd te geraken met de blazer (1). Niet volledig geïnstrueerde gebruikers riskeren ongelukken voorzichzelf en voor anderen door niet correct gebruik. • Het is aan te bevelen de machine enkel uit te lenen aan mensen dievertrouwd zijn met de werking hiervan. Reik altijd degebruiksaanwijzing over• Onervaren gebruikers moeten zich door de dealer op de hoogtelaten stellen van het correcte gebruik van de blazer. • Kinderen en personen onder de 18 jaar mogen niet werken met demachine. Personen boven de 16 jaar mogen enkel onderbegeleiding van deskundigen met de machine werken. • Gebruik de blazer met de meeste zorg en waakzaamheid. • Gebruik de blazer enkel wanneer u in een goede, lichamelijkeconditie verkeerd.
Werk met de grootste waakzaamheid. Degebruiker is verantwoordelijk voor derden. • Gebruik de blazer nooit indien de gebruiker onder invloed vanalcohol of medicijnen is (2). • Werk niet met de machine indien u zich moe voelt. • Bewaar deze instrukties voor later naslagwerk. Persoonlijke beschermingsmiddelen• De te dragen kleding moet functioneel zijn en afdoende beschermingbieden. De kleding mag de werkzaamhedn niet hinderen. Draagnooit kettingen, loszittende kledingstukken of lang haar wat door deaanzuigtrechter kan worden ingezogen. • Om hoofd-, oog-, of voetverwondingen te voorkomen evenals uwgehoor te beschermen moet u tijdens de werkzaamhen de volgendebeschermende maatregelen nemen:Geef de volgende voorschriften extra aandacht:• Kleding moet nauwaansluitend en afgekleed zitten, maar moetvoldoende bewegingsruimte bieden.
(4)• Het uitlaatgeluid kan uw gehoor beschadigen. Draag oor-bescherming zoals oorproppen of gehoorbeschermers. Regelmatige gebruikers moeten hun gehoor regelmatig laten testen. (3)• Het gebruik van handschoenen is aangeraden. Goed schoeisel iserg belangrijk. Draag beschermende schoenen met anti-slipzolen. (4)• Deugdlijke oogbescherming is een must. Alhoewel de luchtstroomvan u af gericht is, kunnen steentjes of takjes terug kaatsen tijdensde werkzaamheden. (3)• Werk nooit met de blazer zonder uw ogen te beschermen met eendeugdelijke gelaatsbescherming of bril, die volgens de betreffendeveiligheidseisen goedgekeurd is. Het starten van de blazer• Verzeker u ervan dat er geen kinderen of andere personen zichbevinden binnen een straal van 15 meter (5), sla ook acht opeventuele aanwezigheid van dieren. Gebruik de blazer niet in drukbevolkte gebieden.
• Voor ingebruikname, eerst de blazer controleren op veilig gebruik. Controleer de gashandle op goed funktioneren, deze moet vrij ensoepel kunnen bewegen. Ook de vergrendeling. Controleer opvetvrije en droge bedieningshandgrepen en test het funktionerenvan de I-O schakelaar. Houd handles vrij van olie en benzine. (1)(2)(3)(4)(5)15meter71.
Start de blazer enkel volgens de instructies. Probeer de machine niet op een andere manier te starten (6). • Gebruik de blazer en de toebehoren enkel waarvoor zij bedoeld zijn. • Start de blazer enkel wanneer deze geheel is opgebouwd. Werkenmet de blazer is alleen toegestaan indien deze geheel isopgebouwd. • De motor moet direct worden uitgeschakeld, indien zich hierproblemen mee voor doen. • Wanneer u met de machine werkt, sla uw vingers altijd losjes om dehandgreep zodat u volledige controle heeft over de gashandle ende aan/uitschakelaar. Verzeker u ervan dat de bedieningsorganenen de handgrepen vrij van vuil, vet en olie zijn. Verzeker u er altijd van dat u veilig en in evenwicht kunt staan. • Werk zo met de machine dat u voorkomt dat u uitlaatgasseninademt. Werk nooit met de machine in afgesloten ruimten (gevaarvan vergiftiging). Koolmonoxyde is een geur- en kleurloos gas.
Zorg altijd voor voldoende ventilatie. • Schakel de motor altijd uit tijdens werkpauzes of wanneer de blazereven niet gebruikt wordt. Berg deze zonodig veilig op voor gevaarvoor derden, brandgevaar door licht ontvlambaar materiaal ofbeschadiging van de machine. • Zet de machine nooit neer in droog gras of andere licht-ontvlambarematerialen. • Alle benodigde beschermingsmiddelen moeten worden gebruikttijdens de werkzaamheden. • Werk nooit met een dichtgekoolde (vervuilde) uitlaat. • Schakel de motor uit bij transport (7). • Plaats de machine veilig tijdens transporteren om brandstof-lekkagete voorkomen. • Overtuig u ervan dat bij transporteren van de blazer de tankgeledigd is. Tanken• Schakel de motor uit bij tanken (7), houdt de machine weg bij openvuur en rook beslist niet. • Voorkom huidcontact met benzine. Inhaleer geen benzinedampen.
Bedieningsinstructie• Gebruik de blazer enkel bij goed zicht en goede belichting. Tijdensde koude seizoenen, sla acht op een natte en gladde ondergrondmet ijs en sneeuw (gevaar tot uitglijden). Sta altijd stabiel. • Werk nooit op instabiele ondergrond of op steile hellingen. • Om persoonlijke verwondingen te voorkomen, richt nooit deblaasmond in de richting van derden, omdat de luchtstroom kleinevoorwerpen met grote snelheid kan meedragen. • Plaats nooit vreemde voorwerpen in de blaaspijp, omdat deze deventilator kunnen beschadigen en de gebruiker of omstanderskunnen verwonden, indien voorwerpen met grote kracht wordenuitgeblazen. • Sla acht op de windrichting; werk niet tegen de windrichting in. • Om het gevaar van struikelen en vallen te voorkomen, werk nooitlopend in achterwaartse richting.
• Schakel de motor altijd uit indien u de machine onderhoud of reinigtof indien u onderdelen vervangt. Onderhoudsinstructies• Wees milieubewust. Werk met zo min mogelijk lawaai en belastingvan het milieu als mogelijk. Laat de afstelling van de carburateurchecken. • Reinig de blazer met regelmaat en controleer alle bouten, moeren enschroeven op hun bevestiging. • Onderhoud of plaats de blazer nooit in nabijheid van open vuur,vonken, etc. (11). • Sla de blazer altijd op met een lege tank in een goed geventileerderuimte. Sla acht en volg alle relevante veiligheidsinstrukties,uitgegeven door overheidsinstellingen en verzekeraars. Voer geen enkele modifikatie uit aan uw blazer, omdat dit uwveiligheid in gevaar brengt. Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker isbeperkt tot de in deze gebruiksaanwijzing omschreven punten.
Alle andere werkzaamheden dienen door de erkende vakman/dealeruitgevoerd te worden. Gebruik enkel originele MAKITA-onderdelen. Gebruik van niet originele onderdelen of toebehoren verhoogt de kansop verwondingen en ongelukken.
MAKITA accepteert geen enkeleclaim die voortvloeit uit het gebruik van niet-originele onderdelen oftoebehoren. Eerste HulpIn geval van ongelukken dient een goed gevulde Eerste hulp-koffervolgens DIN 13164 aanwezig te zijn. Vul direct na gebruik van deinhoud de koffer weer volledig aan. Wanneer u hulp inroept, geef altijd de volgende informatie:• Plaats van ongeluk• Wat er gebeurt is• Aantal verwonde mensen• Aard van verwondingen• Uw naamVerpakkingDe MAKITA-blazer wordt geleverd in een beschermende kartonnen doos,Karton is geschikt voor hergebruik en geschikt voor recycling. (10)(11)(12)73.
OPBOUWINSTRUCTIES Waarschuwing: Altijd voordat u werkzaamheden aan de blazer uitvoert, de motor uitschakelen en de bougiedop lostrekken. Draag altijd beschermende handschoenen. Waarschuwing: Start de blazer enkel wanneer deze volledig is opgebouwd. 1. Bevestiging van de pijpen 1) Lijn de groeven van de blazerpijpen uit met de nokken op het ventilatorhuis en plaats deze over elkaar. 2) Draai nu de pijp met de richting van de klok mee en schroef deze aan elkaar. 3) Plaats de klem Ԙ rond de opening van de pijp van de blazer. Zet goed vast met bout ԙ en moer 㽴. 2. Bevestiging van de zuigtoebehoren. 1) Monteer opzuigpijp (nozzle) (1) Draai schroef ԛ los en open het beschermrooster Ԝ. WAARSCHUWING: Wanneer u deze machine als blazer gebruikt, moet u elke keer voor de machine gestart wordt controleren of de schroef ԛ niet los zit. Als de schroef los zit, moet u deze weer vast draaien.
Het is gevaarlijk de machine te gebruiken terwijl schroef ԛ los zit. Degene die met de machine werkt zou zo met een vinger of met zijn of haar kleding de impeller kunnen raken, hetgeen zal leiden tot ernstige ongevallen. (2) Lijn de afgetekend op de opzuigpijp uit met het “٨” teken op de blazer. Plaats nu de opzuigpijp in de opening van de blazer. (3) Draai de opzuigpijp totdat de is uitgelijnd met de ”ٕ” teken op de blazer, zodat deze vastgedraaid zit. (4) Zet de opzuigpijp goed vast aan de blazer met schroef ԛ en beugel ԝ. Waarschuwing: Voer de handelingen voor het bevestigen zoals beschreven onder (4) hierboven niet uit als de blazer wordt gebruikt in een land of gebied waar het CE keurmerk niet van toepassing is. Waarschuwing: De schroef ԛ haalt sterk teveel niet aan. WAARSCHUWING. Houd altijd het bevestigingseind van de opzuigpijp vast wanneer u deze monteert of demonteert.
(3) Bevestig de elleboog op de blazer. (4) Plaats klem Ԙ rond de opening van de elleboog. Zet goed vast met bout ԙ en moer 㽴. Waarschuwing: Voer de handelingen voor het bevestigen zoals beschreven onder (4) hierboven niet uit als de blazer wordt gebruikt in een land of gebied waar het CE keurmerk niet van toepassing is. WAARSCHUWING. Zuig geen grote stukken hout, metalen, glas, stenen, vloeistoffen, brandende sigaretten of andere brandende voorwerpen op. Bevestig altijd de opzuigpijp korrekt voordat u gaat werken. Werken zonder de beschermende opzuigpijp is gevaarlijk, de ventilator kan uw lichaamsdelen of kleren raken en zo ernstige verwondingen veroorzaken. Verwijder niet de schrooef (1) en demonteer niet de opzuigpijp. Veillgheidsnormen vereisen een minimale afstand van 900mm tussen de ventilator en het einde van de pijp. 900mm 900mm 76.
VOOR GEBRUIK. 1. Inspectie en bijvullen van motorolie (1) Voer de volgende procedure uit wanneer de motor is afgekoeld. • Inspectie䋺 Houd de machine horizontaal, verwijder de oliedop en controleer of het oliepeil zich tussen de bovenste en onderste merktekens bevindt. Als het oliepeil te laag is (speciaal wanneer dit onder het onderste merkteken staat), dient u olie bij te vullen. • Verversen䋺 Houd de machine verticaal (met de afdekking van de luchtinlaat naar beneden) en verwijder de oliedop. Voer olie toe via de olieleiding en stop wanneer het oliepeil het juiste niveau bereikt. (2) Voor uw informatie, het duurt ongeveer 10 uur voor er olie bijgevuld moet worden (vulfrequentie: 10 keer). (3) Als de olie verkleurd blijkt, of wanneer u vuil in de olie aantreft, dient u de olie te verversen. (Zie bladzijde 82 voor de intervallen en manier van verversen.
) Aanbevolen olie: SAE10W-30 olie van API Classificatie SF Klasse of hoger (4-takt olie voor auto's) Hoeveelheid olie: Ongeveer 0. 08 L NOOT • Als de motor niet recht wordt gehouden, kan er olie in de motor terecht komen en kunt u teveel olie in het blok doen. Als er teveel olie in het carter gedaan is, kan de olie verontreinigd raken, of verbranden met een witte rook als resultaat. 㩷• Verwijder stof en vuil rond de olievul-opening en draai de oliepeilstok los. • Houd de losgemaakte oliepeilstok vrij van zand en stof. Doet u dat niet, dan kan vuil dat aan de oliepeilstok blijft kleven de circulatie van de olie door de motor belemmeren of het binnenwerk beschadigen, wat kan leiden tot problemen. • Een manier om de pielstok schoon te houden, is door de peilstok met de top in het motor cover te steken.
Opmerking 1 bij het verversen van de olie; de "oliepeilstok"㩷㩷㩷㩷㩷• Het veroorzaakt olievlekken. Vergeet niet om gemorste olie op te nemen voor u de motor weer in gebruik neemt.
2. Brandstofvoorziening OPSLAGTERMIJN VAN BRANDSTOF Brandstof hoort binnen 4 weken opgebruikt te worden, zelfs al wordt het bewaard in een speciale container in een goed geventileerde, donkere ruimte. Als u geen speciale container gebruikt, of als de container open is, kan brandstof binnen een dag onbruikbaar worden. BRANDSTOF De gebruikte motor is een 4-takt motor. Let er op dat u benzine voor auto's gebruikt (normaal of super). Met het bijtanken van de brandstof, ben er zeker van om de motor tegen te houden en dat de motor afgekoeld is. METHODE VOOR HET BIJTANKEN • Maak de tankdop een beetje los om eventuele gassen te laten ontsnappen. • Haal de tankdop los en doe brandstof in de tank terwijl u er voor zorgt dat de gassen in de tank kunnen ontsnappen door de vulopening naar boven te houden. (Doe nooit brandstof in de vulopening voor de motorolie.
) • Doe de tankdop weer goed vast als u klaar bent met tanken. • Als de tankdop beschadigt is, dient u deze te vervangen. • De tankdop is aan slijtage onderhevig en dient elke twee a drie jaar vervangen te worden. WAARSCHUWING • Bij het hanteren van brandstof dient u de volgende instructies op te volgen om brandgevaar te voorkomen: - Werk met brandstof en tank op een plek waar geen vuur of hittebron in de buurt is. Breng in geen geval vuur of hittebronnen (door te roken bijvoorbeeld) in de buurt van de brandstof. - Stop de motor en laat deze afkoelen voor u gaat tanken. - Maak de dop van de brandstoftank langzaam los. De brandstoftank kan enigszins onder druk staan waardoor er brandstof uit zou kunnen spuiten. - Wees voorzichtig dat u geen brandstof morst. Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg. - Tank alleen op een goed geventileerde plek. • Ga voorzichtig om met brandstof.
㩷㩷• Bewaar de machine en de tank op een koele plek, uit de zon. • Bewaar in geen geval brandstof in de passagiersruimte of de bagageruimte van uw auto. Opslag van de machine en de tank㩷㩷㩷㩷㩷• Gebruik nooit een benzine-olie mengsel. Doet u dit toch, dan kan er zich een koolstof afzetting vormen en kunnen er mechanische problemen op gaan treden. • Gebruik van slechte brandstof zal de motor onregelmatig doen starten. Opmerkingen over brandstof㩷㩷㩷㩷㩷78.
BEDIENING. 1. Starten 1) Wanneer de motor koud is of als er is bijgetankt. (1) Laat het gas los en zet de omwentelingssnelheid van de motor op het minimum. (2) Zet de stopschakelaar op "I". (3) Blijf op de opvoerpomp drukken tot er brandstof in de opvoerpomp komt. • In het algemeen zal er na 7 tot 10 keer drukken brandstof in de opvoerpomp komen. • Als u de opvoerpomp te intensief gebruikt, zal het teveel aan benzine teruggevoerd worden naar de brandstoftank. (4) Doe de chokehendel aan de rechterkant naar boven en doe de choke dicht. (5) Houd de hoofdgreep vast met uw linkerhand om te voorkomen dat de machine van zijn plaats komt en zet uzelf schrap. (6) Trek rustig aan de trekstarter tot u weerstand voelt (compressiepunt). Laat de trekstarter vervolgens terugkeren en trek er dan krachtig aan. • Trek de trekstarter nooit volledig uit.
• Laat nooit direct los nadat u de trekstarter heeft uitgetrokken. Houd de trekstarter vast totdat deze terugkeert naar zijn oorspronkelijke positie. (7) Zet de chokehendel open wanneer de motor start. • Zet de chokehendel steeds verder open terwijl u controleert hoe de motor loopt. Vergeet niet dat de chokehendel uiteindelijk helemaal open moet staan. • Als het koud is of wanneer de motor is afgekoeld, mag u nooit de chokehendel ineens helemaal open zetten. Doet u dit toch, dan kan de motor stilvallen. (8) Laat de motor 2 a 3 minuten opwarmen. (9) Het toerental van de motor zal zich stabiliseren en de overgang van laag naar hoog toerental zal soepeler gaan. De motor is nu opgewarmd. WAARSCHUWING • Start de motor in geen geval op dezelfde plek als waar u getankt heeft. Ga minstens 3 m bij de tankplek vandaan voor u de motor start. - Doet u dit niet, dan kan er brand ontstaan.
- Gebruik van de motor op een slecht geventileerde plek ka leiden tot vergiftiging door uitlaatgassen. • Stop en inspecteer de motor onmiddellijk wanneer u na het starten iets abnormaals bespeurt, zoals een vreemd geluid, geur, of trilling. - Als u de motor blijft gebruiken terwijl zich een dergelijk abnormaal verschijnsel voordoet, kan dat leiden tot een ongeval. • Controleer of de motor inderdaad stopt wanneer de stopschakelaar op de “O” stand wordt gezet. 㩷 (2) StopschakelaarOpvoerpomp Open (6)(7)Close(3) (4) 79.
2) Wanneer de motor warm is. (1) Plaats de motor op een vlakke ondergrond. (2) Druk een paar keer op de opvoerpomp. (3) Controleer of de chokehendel open staat. (4) Houd de hoofdgreep met uw linkerhand vast om te voorkomen dat de motor van zijn plaats komt en zet uzelf schrap. (5) Trek de hendel van de trekstarter voorzichtig uit tot u weerstand voelt. Laat de trekstarter terugkeren naar de uitgangspositie en trek er vervolgens stevig aan. (6) Wanneer de motor moeilijk te starten is, kunt u proberen het gas ongeveer 1/3 open te zetten. 2. Stop 1) Wanneer de cruise control hendel uit (OFF) staat. Laat de trekker los om het toerental te verlagen en zet de stop schakelaar in de "O" stand. 2) Wanneer de cruise control hendel aan (ON) staat. Zet de cruise control hendel in de OFF stand, verlaag het toerental en zet de stop schakelaar in de "O" stand.
AFSTELLINGEN CONTROLEREN VAN HET STATIONAIRE TOERENTAL Stel het stationaire toerental in op 3500 t/m. • Wanneer het noodzakelijk is het stationaire toerental bij te stellen, dient u de stelschroef op de carburateur bij te stellen, met een kruiskopschroevendraaier. • Draai de stelschroef naar rechts om het toerental van de motor toe te laten nemen. Draai de stelschroef naar links om het toerental te laten dalen. OPMERKING • De motor kan beschadigd raken als de chokehendel verder gezet wordt dan de “CLOSE” (Dicht) stand. • Als de motor stopt met een plof of als de motor wel aansloeg maar stil viel voor de chokehendel verzet werd, zet deze hendel dan terug in de "OPEN" stand en gebruik de trekstarter om de motor weer te starten.
• Als u aan de starter blijft trekken met de chokehendel in de "CLOSE" stand, is het mogelijk dat de motor niet meer gestart kan worden omdat deze teveel brandstof toegevoerd heeft gekregen ('verzopen').
• Als de motor teveel brandstof toegevoerd heeft gekregen ('verzopen'), dient u de bougie te verwijderen en een paar keer aan de starter te trekken om het teveel aan brandstof uit de cilinder te verwijderen. Maak de elektroden van de bougie netjes droog. • Wanneer de gasklep niet terugkomt in een stand waarin deze de stationair stelschroef raakt, zelfs niet wanneer het gas helemaal dicht staat, stel dan de kabel opnieuw af zodat de klep terugkeert in de correcte stand. GEVAAR De carburateur is standaard ingesteld voor het verlaten van de fabriek. Als het nodig is om hem bij te stellen, dient u contact op te nemen met uw erkende onderhoudsmonteur. Stelschoef Carbureteur Cruise control hendel OFF ON 80.
BEDIENINGSMETHODE 1. Gebruik als blazer • Houdt de machine stevig vast tijdens gebruik. • Richt het uiteinde van het mondstuk op de plek waar u wilt blazen en haal de trekker over. • De trekker kan worden vastgezet in elke stand met de 'cruise control' hendel (vergrendeling). • Houd de trekker in een stand waarin het toerental geschikt is voor het werk wat u wilt doen en zet de 'cruise control' hendel (vergrendeling) in de "ON" stand. • Om het toerental te regelen dient u de cruise control hendel in de "OFF" stand te zetten, het toerental te regelen met de trekker en dan de cruise control hendel weer op "ON" te zetten. • Als de trekker wordt gebruikt terwijl de cruise control hendel op "ON" staat kan leiden tot storingen. • Het onderste deel van de brandstoftank fungeert tevens als hulpgreep zodat u de machine met beide handen kunt gebruiken.
Houd in dit geval de hulpgreep met uw rechterhand vast. 2. Zuigen • Draag de schouderriem voor de stofzak en stel de riem op een comfortabele lengte in. • Controleer of de stofzak niet gedraaid zit en haal de trekker over om uw werk te beginnen. • Wanneer de stofzak vol zit, dient u deze van de machine te halen en te openen zodat u deze kunt legen. WAARSCHUWING• Zorg ervoor dat er geen dingen zoals kerosine, benzine of brandende sigaretten de machine in gezogen worden. - Hierdoor kan namelijk gemakkelijk brand ontstaan. • Zorg ervoor dat er geen ongeschikte materialen zoals grote houtsnippers, stukken metaal, glas, kiezelstenen enz. in de machine gezogen worden. - Hierdoor kunnen namelijk gemakkelijk storingen ontstaan. • Niet op tijd legen van de stofzak kan deze doen overlopen aan de kant van de motor. Leeg daarom de zak op tijd. - Doet u dat niet, dan kan gemakkelijk brand ontstaan.
INSPECTIE EN ONDERHOUD. 㩷㩷㩷㩷1. Verversen van de motorolie Te lang gebruikte motorolie zal de levensduur van de heen en weer bewegende en roterende onderdelen flink bekorten. Vergeet niet te controleren wanneer en hoeveel olie ververst moet worden. 㩷 Verversingsinterval: In het begin na elke 20 bedrijfsuren, daarna na elke 50 bedrijfsuren. Aanbevolen olie: SAE10W-30 olie van API Classificatie SF Klasse of hoger (4-takt olie voor auto's) Voer de volgende procedure uit bij het verversen van de olie. 㩷(1) Controleer of de tankdop goed dicht zit. (2) Maak de oliedop los. - Houd de oliepeilstok vrij van stof of vuil. (3) Kantel de machine naar de kant van de aftapopening en tap de olie af. - Vang de olie op in een daarvoor geschikte bak. (4) Houd de machine verticaal (met de aftapopening naar beneden) en vul bij met olie tot aan de rand in de olieleiding.
(5) Doe de oliepeilstok weer terug en zet hem goed vast na het verversen van de olie. Als u de oliepeilstok niet goed vast maakt, zal er olie gaan lekken. GEVAAR • Stop de motor en laat deze afkoelen voor u inspectie en onderhoud gaat uitvoeren. Verwijder ook de bougie en de bougiekap. - Als u inspectie of onderhoud uitvoert direct nadat de motor gestopt is of wanneer de bougiekap nog op zijn plaats zit, kunt u zich branden of een ongeval oplopen omdat de motor onverwacht opstart. • Controleer of alle onderdelen goed op hun plek zitten na inspectie of onderhoud. Ga pas daarna de machine opnieuw gebruiken. GEVAAR • In het algemeen zullen de motor zelf en de motorolie nog enige tijd heet blijven ook al is de motor gestopt. Als u de olie wilt gaan verversen, moet u eerst controleren of de motor zelf en de motorolie daarin voldoende zijn afgekoeld.
• Als er teveel olie in het carter gedaan is, kan de olie verontreinigd raken, of verbranden met een witte rook als resultaat. 㩷㩷• Gooi afgewerkte motorolie niet weg met het normale vuilnis en loos het niet in de natuur of in een sloot. Het afvoeren van olie is wettelijk geregeld. Volg altijd de geldende wetten en regelgeving wanneer u zich van afgewerkte motorolie wilt ontdoen. Neem contact op met een erkende onderhoudsmonteur als u hieromtrent vragen hebt. • Ook wanneer u olie gewoon bewaart zal de olie op den duur bederven. Controleer regelmatig of de olie die u wilt gebruiken nog goed is (vervang de olie minstens elke 6 maanden). Opmerkingen bij het verversen van de motorolie㩷㩷㩷㩷 (4) Plank(3) 82.
2. Reinigen van het luchtfilter 㩷㩷㩷㩷GEVAAR: ONTVLAMBARE MATERIALEN TEN STRENGSTE VERBODEN Interval voor reiniging en inspectie: Dagelijks (om de 10 bedrijfsuren)㩷(1) Verwijder de bevestigingsbout(en) van het deksel van het luchtfilter. (2) Trek het deksel naar beneden en haal het los. (3) Doe de chokehendel helemaal dicht en zorg ervoor dat er verder geen stof en vuil in de carburateur terecht kan komen. (4) Als er nog olie aan het element (spons) zit, dient u het stevig uit te knijpen. (5) Bij zware verontreiniging: 1) Verwijder het element (spons), dompel het in warm water of in een neutraal sopje en laat het vervolgens goed drogen. 2) Reinig het element (vilt) met benzine en laat het goed drogen. (6) Voor u het element weer terugzet, moet u controleren of het volledig gedroogd is. Is het element nog niet goed droog, dan kunt startproblemen ondervinden.
(7) Veeg met een poetsdoek eventuele olie rond de afdekking van het luchtfilter en luchtinlaat weg. (8) Direct na het reinigen dient u het deksel terug te zetten en vast te maken met de bevestigingsbout(en). (Maak eerst de haakjes aan de bovenkant vast en vervolgens aan de onderkant. ) 㩷㩷㩷㩷㩷3. Controleren van de bougie (1) Open/dicht doen van de afdekking Gebruik uw vingers op de hoofdgreep en het uitsteeksel op de afdekking zoals op de afbeelding rechts wanneer u de afdekking wilt openen. Druk het uitsteeksel omhoog en schuif de afdekking in de "OPEN" richting. Sluit de afdekking af door deze in de "CLOSE" richting te schuiven tot deze weer goed op zijn plaats vast zit. Druk tenslotte het uitsteeksel in. (2) Verwijderen van de bougie Gebruik de meegeleverde bougiesleutel om de bougie te verwijderen of vast te draaien.
Maak de bougie grondig schoon of vervang de bougie wanneer deze verontreinigd of aangeslagen is. (4) Vervangen van de bougie Gebruik een NGK-CMR6A bougie ter vervanging. GEVAAR • Reinig het element verschillende keren per dag als er erg veel stof door wordt opgevangen. • Als u door blijft werken terwijl het element nog olie bevat. kan er olie uit het luchtfilter lekken, met alle gevolgen van dien. 㩷Pak dit gedeelte vast en verwijder het element (vilt). Element (vilt)Element (spons)Afdekking luchtfilterBevestigingsLuchtinlaatPlaat (3) (1) (2) Laterale elektrode (-)Elektrodespeling 0,7 - 0,8 mm83.
4. Schoonmaken van het brandstoffilter • Een verstopt filter kan leiden tot startproblemen of de onmogelijkheid het toerental te verhogen. • Controleer het brandstoffilter regelmatig op de volgende wijze: (1) Verwijder de tankdop en tap de brandstof af zodat de tank helemaal leeg is. Controleer de binnenkant van de tank op eventuele ongerechtigheden. Verwijder eventueel aanwezige ongerechtigheden. (2) Trek het brandstoffilter met een draad uit de tank via de vulopening. (3) Reinig het brandstoffilter met schone benzine als het filter vuil is. Vuile benzine dient u weg te gooien in overeenstemming met de ter plaatse geldende regelgeving. Als het brandstoffilter te vuil is, dient u het te vervangen. (4) Doe het brandstoffilter terug in de tank en doe de tankdop weer stevig op zijn plaats. Ter vervanging dient u contact op te nemen met uw dealer of een erkende reparateur. 㩷5.
Inspectie van bouten, moeren en schroeven • Draai losgetrilde bouten, moeren enz. opnieuw vast. • Controleer of er brandstof- of olielekkage is opgetreden. • Vervang beschadigde of versleten onderdelen onmiddellijk door nieuwe om een veilige werking van het apparaat te waarborgen. 6. Reinigen van onderdelen • Houd de motor altijd zo schoon mogelijk. • Houd de cilinders vrij van stof en vuil. Als de koelvinnen bedekt raken door stof en vuil, kan de motor vastlopen. 7. Vervangen van pakkingen en afdichtingen Wanneer u de motor opnieuw monteert nadat u het apparaat uit elkaar heeft gehaald, moet u de pakkingen en afdichtingen door nieuwe vervangen. Onderhouds- of afstelwerkzaamheden die niet beschreven worden in deze handleiding mogen alleen worden uitgevoerd door een erkende onderhoudsmonteur. MACHINE-OPSLAG.
(2) Gebruik een draad om het brandstoffilter te verwijderen. (3) Druk op de opvoerpomp tot alle brandstof daaruit verwijderd is en tap eventuele brandstof uit de tank af. (4) Doe het filter weer terug in de tank en doe de tankdop goed vast. (5) Laat de motor vervolgens lopen tot deze vanzelf stopt. (6) Verwijder de bougie en druppel een beetje motorolie in het bougiegat. 㩷(7) Trek voorzichtig aan de starter zodat de motorolie verdeeld wordt en doe de bougie weer terug. 㩷(8) Tijdens opslag, houd rechtop zich bevindt de machine om te worden. 㩷(9) Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan in een goed geventileerde ruimte. 㩷WAARSCHUWING • Voor u de brandstof aftapt moet u de motor stoppen en laten afkoelen. - Kort nadat de motor gestopt is, kan deze nog heet zijn, hetgeen kan leiden tot brandwonden, brandgevaar en brand.
Storing lokaliseren Storing Onderdeel Observatie Oorzaak Motor start niet of nauwelijks Ontsteking Bougie vonkt Oorzaak in benzinetoevoer of compressiesysteem, of mechanische oorzaak Vonkt niet Stopschakelaar, kabelbreuk, kortsluiting, bougie of aansluiting defect ontstekingsspoel defect Benzinetoevoer Tank gevuld Onjuiste chokepositie, carburateur defect, vervuilde zuigkop, breuk, knik of vuil in benzineleiding Compressie Geen compressie bij start Voetpakking stuk, krukaskeerringen defect, zuigerveren gebroken of lekke bougiepakking Mechanische storing Starter functioneert niet Gebroken startveer, defecte startpallen Warm start problemen Tank gevuld bougie vonkt Carburateur vervuild, laten reinigen Motor start maar valt stil Benzinetoevoer Tank gevuld Onjuiste afstelling, vervuilde zuigkop of carburateur Defecte ontluchting, breuk benzineleiding, kabelbreuk, ontsteking defect Onvoldoende vermogen Diverse oorzaken Stationairloop onregelmatig Luchtfilter vervuild, carburateur vervuild, uitlaat verstopt uitlaatpoort vervuild Onderdeel Bedrijfsuren Voor gebruikNa smeringDagelijks (10 u.
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN Ga eerst zelf na wat er aan de hand zou kunnen zijn voor u om een reparatie gaat verzoeken. Als u iets abnormaals vindt, voer dan de handelingen beschreven in deze handleiding uit. Knoei niet met onderdelen en demonteer geen onderdelen als dat niet in de handleiding beschreven wordt. Neem contact op met een erkende onderhoudsmonteur of uw dealer voor eventuele reparaties. Probleem Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing U heeft de opvoerpomp niet gebruikt. Druk 7 tot 10 keer op de opvoerpomp. Er wordt niet snel genoeg aan de trekstarter getrokken. Trek harder. Niet genoeg brandstof. Ga tanken. Brandstoffilter verstopt. Reinig het brandstoffilter. Brandstofleiding geknakt of kapot. Haal de knik eruit of vervang de brandstofleiding. Slechte brandstof. Als de brandstof oud of slecht is, is de motor moeilijker te starten, Gebruik verse brandstof.
(Ververs de brandstof in de tank minstens een keer per maand. ) Te grote toevoer van brandstof (verzuipen). Zet de gashendel op halve of hoge snelheid en trek aan de trekstarter totdat de motor start. Als de motor nog steeds niet wil starten, dient u de bougie eruit te draaien, af te drogen en weer in te draaien. Start de motor vervolgens zoals beschreven. Losse bougiedop. Zet de bougiedop weer vast. Vuile bougie. Maak de bougie schoon. Abnormale elektrodenafstand. Stel de afstand tussen de elektroden van de bougie bij. Andere problemen met de bougie. Vervang de bougie. Problemen met de carburateur. Verzoek om inspectie en onderhoud. De trekstarter werkt niet. Verzoek om inspectie en onderhoud. De motor start niet Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud. Niet genoeg opgewarmd. Laat de motor eerst opwarmen.
Verzoek om inspectie en onderhoud. Motor valt stil. Motorsnelheid neemt niet toe. Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud. Stekkertje los. Maak het stekkertje vast. Problemen met het elektrische systeem. Verzoek om inspectie en onderhoud. De motor stopt niet. Wanneer de motor niet start na het opwarmen: Als u geen problemen vindt via de bovenstaande controles, dient u het gas ongeveer 1/3 open te zetten en vervolgens de motor te starten. Laat de motor stationair lopen en zet de chokehendel op CLOSE (dicht). 86.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita BHX2510 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Bladblazer Makita
Alle Makita Bladblazer handleidingen