Magnum Comfort Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Magnum Comfort (12 pagina’s), behorend tot de categorie Vloerverwarming. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen. Heb je een vraag over Magnum Comfort of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/12
Installaevoorschrien
© C&F Technics B.V. 01-2010 / Aan deze voorschrien kunnen geen rechten worden ontleend.
®
Specialist in elektrisch verwarmen

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Magnum
Categorie: Vloerverwarming
Model: Comfort

Handleiding Magnum Comfort – volledige tekst

2Geachte relae,Gefeliciteerd met de aanschaf van dit MAGNUM produkt. MAGNUM Comfort kabel is gefabriceerd met hoogwaardige en duurzame materialen. Om te garanderen dat uw produkt opmaal werkt zijn er enkele aandachtspunten, deze zijn beschreven in de installaevoorschien. Alleen bij juiste montage volgens deze voorschrien kunnen wij u de volledige garane geven.Lees voor montage deze voorschrien goed door, inclusief de gele middenpagina, en zorg voor het juiste gereedschap en materialen. U dient de elektrische installae uit te laten voeren door een erkend installateur volgens de NEN1010 normen.

33. Aandachtspunten:Controleer vooraf of de oppervlakte van de verwarmingskabel overeenkomt met het te verwarmen vloeroppervlak en er voldoende stroomcapaciteit (Amp. ) voorhanden is. U dient de kabel tussen en na iedere arbeids-gang te controleren d. m. v. een mulmeter en de gemeten waardes in te vullen op de gele kaart (middenpagina). Meet tussen de weer-standsdraden en gebruik hiervoor de tabel op pagina 2. De Ohmse waarde mag max. 5% afwijken. Meet ook tussen de weerstandsdra-den en de aardmantel. Bij deze meng mag de meter niet uitslaan, mocht dit wel het geval zijn dan contact opnemen met de supportline. Wees jdens het verwerken en andere werk-zaamheden voorzichg met scherpe voorwer-pen die de kabel kunnen beschadigen. De sensor dient in het midden van 2 kabels te worden gemonteerd voor een opmale temperatuurregistrae.

Tevens mag de sen-sor( buis) geen verwarmingskabels kruisen. Zorg dat het meetgedeelte van de sensor (verdikking) op ruime afstand (min. 50 cm) van (verborgen) radiator- en (warm-) waterleidin-gen, afvoeren en elektriciteitskabels of andere externe warmtebronnen wordt gemonteerd. De sensor dient aljd IN de sensorbuis te blijven. Dop het uiteinde van de buis af om te voorkomen dat de sensor vast komt te zien bij verwerking. Indien de sensor ooit vervan-gen moet worden kan deze er gemakkelijk uit worden gehaald. De verwarmingskabel mag NIET worden onderbroken. De kabels mogen NIET over elkaar heen gelegd worden en mogen elkaar NOOIT kruisen. De onzichtbare overgang van de weerstandskabel (warmtegedeelte van de kabel) naar de voedingskabel (koude aansluitgedeelte van de kabel) is aangegeven met het woordje "SPLICE" tussen twee pijltjes in.

De voedingskabel van ongeveer 2,5 meter gemerkt met sterretjes: ****, mag men ver-lengen of inkorten. De warmtekabel mag men niet inkorten en de eindlas mag nooit worden verbroken. De kabel kan zonder retour met zigzag lussen worden aangebracht op isolae of bestaan-de ondergrond.

De construce van de kabel laat ook verwerking in nae ruimtes toe. De verwarmingskabel mag nooit worden aange-bracht onder vaste objecten zoals wandmeu-bels, keukenblok, ligbad, douchebak en moet zijn warmte onbelemmerd kunnen afgeven. De verwarmingskabel dient volledig in de massa verwerkt te zijn. De installae van de thermostaat mag uitslui-tend worden gedaan door een erkend installa-teur. Gedurende de installae dient de stroom-toevoer afgesloten te blijven. Aansluing dient via een aardlekschakelaar te geschieden vol-gens de NEN 1010 installaenormen. Indien meerdere kabels in een ruimte worden geïn-stalleerd kan een verzamelcontactdoos voor het stroompunt worden geplaatst zodat slechts één voedingskabel naar de thermostaat loopt. Maximale aansluitvermogen van de thermos-taat is hierbij 16 Ampere.

Bij een hoger aan-sluitvermogen op 1 thermostaat dient een relaisschakeling te worden geïnstalleerd. 4. Levenslange garane*:MAGNUM Comfort is een onderhoudsvrij vloerverwarmingsysteem met een levenslange garane* op de elektrotechnische werking van de verwarmingskabel en 2 jaar op de thermos-taat en vloersensor. *Lees de voorwaarden en registreer op www. magnum. nl.

46. Voorbereiding:- Controleer de kabellengte/wattage of deze overeenkomt met de te verwarmen vrije vloeroppervlakte.- Controleer beschikbare aansluitwaarde en netspanning in ruimte van installae.- Meet de weerstandsdraden door met een mulmeter en controleer of de Ohmse waar-den overeenkomen met de meetgegevens in hoofdstuk 2. Meet tevens tussen de weer-standsdraden en aardmantel, deze laatste moet 0 (oneindig) zijn en de meter mag niet uitslaan.- Vanuit inbouwdoos van de thermostaat die-nen 1 à 2 sleuven in de muur te worden ingefreesd t.b.v. 2 elektrabuizen, 1 voor de voedingskabel, en 1 voor de vloersensor. LET OP: Sensorbuis NIET in de buurt van een (verborgen) radiator- of waterleiding plaatsen!- Zorg voor een schone en uitgevlakte onder-vloer.- Breng indien mogelijk aljd isolae op de ondervloer aan.- Plaats de randstoken (voor opvang van het krimpen en uitzetten van de vloer).5.

57. Voorbeeldberekeningen kabelafstand: Om de juiste kabelafstand te berekenen dient u het aantal m2 vrije vloeroppervlak te delen door het totale vermogen van de set. De uit-komst hiervan vermenigvuldigt u met 17 (17 = Watt per strekkende meter kabel). De eerste twee cijfers achter de komma geven de kabel-afstand aan in cenmeters.Enkele voorbeelden:500 Watt kabel op 3 m2: (166W/m2) (3 m2 : 500 Wa) X 17 W/m1 = 0,102 Kabel 10cm uit elkaar monteren.1000 Watt kabel op 7 m2: (142W/m2)(7 m2 : 1000 Wa) X 17 W/m1 = 0,119 Kabel 11 à 12 cm uit elkaar monteren.8. Montage van de kabel Voer het kabeleind (gemerkt met *******) door één elektrobuis naar de inbouwdoos van de thermostaat. De aanduiding “splice" moet zichtbaar blijven en later in de vloermassa worden verwerkt! Bevesg de kabel met alu-tape en verwerk de kabel in zigzag vorm met een kabelafstand zoals aangeduid in de tabel.

Indien bewapening wordt toe-gepast (krimp-net of kippengaas) kunnen ook kunststof snel-binders worden gebruikt voor bevesging van kabel rechtstreeks op bewapening (zie hoofd-stuk 8C). Verleng de 2e elektrobuis tot op ca. 50 cm afstand uit de muur en laat deze in het midden van een kabellus uitkomen. Trek de sensorkabel door tot aan de inbouwdoos en zorg dat de sensor in de buis ligt. Dicht het uit-einde van de buis af d.m.v. het grijze dopje om te voorkomen dat er cement in komt.Splice

69. Het aanbrengen van mortel:A: Indien de kabel is bevesgd op isolaemateriaal:1. Respecteer een afwerklaag van minimaal 4 cm indien zand/cement wordt toegepast, en gebruik ter voorkoming van krimpwerking van de vloer MAGNUM Stabilisaevezels of een krimpnet, en MAGNUM Randstroken.2. Gebruik voor dunbedverwerking (minimaal 4 cm werkhoogte) een daartoe geschikte exi-bele mortel.3. Bescherm de kabels jdens het aanvoeren van de specie of mortel door het aanbrengen van loopplanken. Gebruik geen kruiwagens met onbeschermde voetsteunen.B: rechtstreeks aangebracht op een harde en stabiele ondervloer:1. Voor een goede bevesging van de kabel op de ruwe ondervloer is er een speciaal beves-gingssysteem te leveren. (MAGNUM Spacer-strips). Tevens dienen MAGNUM Randstroken te worden geplaatst.2. Zorg voor een goede hechng en brand de ondervloer aan door deze in te borstelen met losse cement.3.

Breng vervolgens een dunne specielaag aan van 2,5 cm. Aan te bevelen is deze te vermen-gen met de MAGNUM Stabilisaevezels, en laat deze eerst uit-harden voordat de tegels verlijmd worden, of een ander type vloerbe-dekker word aangebracht.

74. Deze methode van aanbrengen is tevens geschikt voor het aanbrengen van spuit en gietvloeren in diktes van 3 tot maximaal 6 cm.5. Bescherm de kabels jdens het aanvoeren van de specie of mortel door het aanbrengen van loopplanken. Gebruik geen kruiwagens met onbeschermde voetsteunen.NB:Voor grotere ruimtes telt dat in veelvou-den van ca. 40/50 m2 dilataevoegen dienen te worden aangebracht of gerespecteerd. De kabels mogen deze niet overschrijden om te voor-komen dat spanningen in bouw schade aan de kabels toebrengen.C: op een betonnet met isolae:Het is van het grootste belang dat de aan te brengen werkvloer luchtbelvrij wordt aan-gebracht. Luchtbellen vormen isolerende niet geleidende gedeeltes waardoor de kabel haar warmte niet kwijt kan en gevaar voor over-verhitng kan ontstaan. Hierdoor kan de kabel beschadigen.

Om dit te voorkomen dient in eerste instane slappere mortel te worden aangebracht die de kabel en betonmat omsluit. Aansluitend kan met een meer droge mortel de werkvloer worden afgereden. Ook in dit geval kan een spuit/gietvloer een goede ope zijn.Bescherm de kabels jdens het aanvoeren van de specie of mortel door het aanbrengen van loopplanken. Gebruik geen kruiwagens met onbeschermde voetsteunen.

8D: op zwaluwstaartplaten:Altijd randstroken toepassen. Zwaluwstaart onder-vloeren hebben zeer slechte isolerende eigen-schappen. 1. Indien deze langs de onderkant niet kunnen worden geïsoleerd is het aan te bevelen eerst een werkvloer aan te brengen door de groeven op te vullen met specie en vervolgens drukvaste isolatie (MAGNUM Isoplate) aan te brengen. Handel ver-der overeenkomsg hoofdstuk 8A. 2. Indien de zwaluwstaartplaten langs de onder-kant geïsoleerd zijn kunnen het beste eerst de groeven worden uitgevuld alvorens de kabels worden geïnstalleerd. Vervolgens kan gewerkt worden overeenkomsg hoofdstuk 8A. In het laat-ste geval kan ook een spuit/giet methode worden toegepast. Bescherm de kabels tijdens het aanvoeren van de specie of mortel door het aanbrengen van loopplanken. Gebruik geen kruiwagens met onbe-schermde voetsteunen.10.

Aansluiten MAGNUM Intelligent-Control:- Vóór montage of demontage van de thermos-taat aljd de elektriciteit in de meterkast uit-schakelen. Aansluing dient door een erkend installateur te worden uitgevoerd overeen-komsg de NEN 1010 voorschrien. Plaatsing thermostaat dient overeen te komen met de gel-dende installatienormen (NEN). Voor installatie in natte ruimtes zoals badkamers geld dat deze in zone 3 dient te worden geplaatst. De Intelligent-Control thermostaat is uitgerust met een intelligente gidsfunce die de gebruiker door het programma heen begeleidt en is uiterst gebruiksvriendelijk ingericht. Bestudeer deson-danks de bijgevoegde handleiding zorgvuldig en bewaar deze bij andere garanepapieren.10.1 Aanwijzingen voor de installateur:Controleer of de stroom is uitgeschakeld. Verwijder het displayhuis door met een niet scherp passend voorwerp, bijv.

de punt van een balpen, voorzichg in het vierkante gaatje aan de onderzijde van de thermostaat lichte druk uit te oefenen. Het displayhuis en de afdekplaat kunnen dan worden afgenomen.

910.2 Aansluitschema (Zie voorbeeld A en B):Het aansluiten gebeurt als volgt: - 1,4 en zijn bestemd voor de aansluitdraden van de verwarmingskabel.- 2 (nul), 3 (fase) zijn bestemd voor de stroom- toevoer.- 5 wordt alleen gebruikt indien er sprake is van externe regeling (Domoca).- 6 (aarde) is bestemd voor de aarde van zowel de stroomtoevoer alsmede de aansluitkabel. Beide aardedraden dienen te zijn LET OP: vebonden d.m.v. een adereindhuls of buiten de thermostaat om d.m.v. een kroonsteen. (Zie voorbeeld A en B)- 7 en 8 zijn bestemd voor de aansluing van de sensor. 10.3 Monteren:Breng de thermostaat in positie en monteer en borg deze in de inbouwdoos met 2 schroees. Herplaats de afwerkplaat en plaats het display-huis terug in posie en druk deze zachtjes aan. 10.4 LET OP: Indien er voor de eerste maal spanning op de thermostaat wordt gezet zal deze pas na 5 minuten opstarten (i.v.m.

het opladen van het back-up geheugen) Na ongeveer 5 minuten verschijnt de eerste vraag uit het opstartmenu. Volg het opstartmenu zorgvuldig. Voor het instellen van de thermostaat verwijzen wij u naar de gebruikershandleiding die bij de thermostaat is geleverd.11. Ingebruikname:Volg eerst de instruces van de lijmfabrikant voor specicaes. Hierna kunt u kiezen voor de langzame opstarunctie in de thermostaat. Voor cement dekvloeren geldt over het algemeen een droogtijd van 1 week per aangebrachte cm. met een minimum van 3 weken. AB

LEES GOED DOOR A. U. B. : BELANGRIJKE AANDACHTSPUNTEN UIT DE ALGEMENE INSTALLATIEVOORSCHRIFTENVOORKOM BESCHADIGINGNeem voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat jdens en na installae de verwarmingskabels worden bescha-digd door bv. het laten vallen van scherpe objecten, het betreden van de kabels, het onvoorzichg aanbrengen van dekvloer en overige werkzaamheden na het aanbrengen van de dekvloer. VERwERK HET SySTEEM VOLLEDIGZorg ervoor dat de verwarmingskabel of vloerverwarmingsmat volledig wordt verwerkt. In het geval van het Millimat systeem mag grootte van de mat nooit groter zijn dan het te beleggen oppervlakte. AARDLEKSCHAKELAAR VERPLICHTDe systemen dient achter een aardlekschakelaar van maximaal 30mA te worden geplaatst.

KNIP DE VERwARMINGSKABEL NOOIT DOOR EN KORT DE KABEL/MAT NOOIT IN Indien de verwarmingskabel abusievelijk toch beschadigd of doorgeknipt is, raadpleeg dan direct de support line: tel. 0900-9110911 (€ 0,45 p. m. )BIJVERwARMING / HOOFDVERwARMING. Doorgaans worden de systemen geïnstalleerd als bijverwarming. Dwz. dat de systemen te allen jde correct kun-nen functioneren in combinatie met een verwarmingsbron met voldoende capaciteit welke de ruimtetemperatuur reguleert. De systemen Comfort en Millimat kunnen ook worden gebruikt als enige verwarmingsbron ofwel hoofd-verwarming. Hiervoor dient afhankelijk van diverse situae factoren de capaciteit van het verwarmingssysteem toereikend te zijn. Voor advies verwijzen wij u hiervoor naar onze supportline: tel. 0900-9110911 (€ 0,45 p. m. )INKORTEN OF VERLENGEN AANSLUITKABELMAGNUM Comfort: de aansluitkabel is ca 2,5 meter lang.

Deze mag niet meer dan 1,5 meter worden ingekort. Er dient aljd minimaal 1 meter aansluitkabel over te blijven. De aanduiding ***SPLICE*** dient in de vloermassa te worden verwerkt. MAGNUM Millimat: de aansluitkabel is ongeveer 2,5 meter lang.

De aansluitkabel mag niet meer dan 1,5 meter wor-den ingekort, er dient aljd minimaal 1 meter aansluitdraad over te blijven. Alle kabels die op de mat gemonteerd zijn inclusief overgang warm naar koudedraad dienen in de vloermassa te worden verwerkt. LET OP BIJ HET PLAATSEN VAN DE VLOERSENSOR. Plaats de sensor in een afgesloten buis. Installeer deze op ruime afstand (min. 50 cm) van CV of waterleidingen. Installeer de sensor exact tussen 2 kabels (lus) van het verwarmingssysteem. Voorkom dat de warmtekabels direct contact maken met de buis waarin de vloersensor wordt gemonteerd. Laat de sensorbuis lineair aan de richng van de verwarmingskabel lopen. LAAT DE VLOER VOLDOENDE UITHARDEN. Volg eerst de instructies van de lijmfabrikant voor specicaties. Hierna kunt u kiezen voor de langzame opstarunce in de thermostaat.

Voor cement dekvloeren geldt over het algemeen een droogjd van 1 week per aangebrachte cm. met een minimum van 3 weken. TIJDSDUUR VAN OPwARMINGVoor nieuwe vloeren geldt dat de opwarmperiode erg lang kan zijn. In uitzonderlijke gevallen kan zelfs niet de inge-stelde comforttemperatuur worden gehaald. Hier zijn diverse mogelijke oorzaken voor aan te merken zoals hoge vochtgehalte van de vloer of omgeving en een (zeer) lage (basis) vloertemperatuur. Doorgaans zal dit eect na 2 à 3 weken vanzelf verdwijnen. Bij twijfel kunt u contact opnemen met onze helpdesk tel: 0900-9110911 (€ 0,45 p. m. )POSITIE THERMOSTAATPlaatsing thermostaat dient overeen te komen met de geldende installaenormen (NEN). Voor installatie in natte ruimtes zoals badkamers geld dat deze in zone 2 dient te worden geplaatst.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Magnum Comfort stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden