Lotus Emira Handleiding

Lotus Auto Emira

Bekijk gratis de handleiding van Lotus Emira (288 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Lotus Emira of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/288
HANDBOEK VOOR EIGENAREN

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Lotus
Categorie: Auto
Model: Emira

Handleiding Lotus Emira – volledige tekst

5Welkom bij de Lotus-familieLotus is een rijdend icoon dat gedurende tientallen jaren van ontwikkeling trouw is gebleven aan zijn grondbeginselen van innovatie, zuiverheid en concurrentievermogen.Uw nieuwe Lotus is gebouwd in de ware traditie van Lotus-sportwagens; hoge prestaties met een nauwkeurige besturing. Dit is een serieuze auto die consequent dynamische en compromisloze prestaties levert, precies zoals u zou verwachten van een auto die op het circuit is ontwikkeld.Door zijn lichte constructie, uitstekende wendbaarheid en aerodynamische vormgeving onderscheidt deze zich duidelijk van zijn concurrenten. Alles in deze auto heeft een functie en niets is overbodig: dit voertuig is ontworpen om zonder compromissen te presteren en weerspiegelt het legendarische race-erfgoed van Lotus. Dit alles zorgt ervoor dat u als bestuurder één bent met uw auto. INLEIDING

68Toerental bij een koude motor. 69Schakelindicator. 69Versnellingsindicator. 71Schakelindicator. 71Rijmodusdisplay. 71Lotus Launch Control. 72Voorbereiding Lotus Launch Control. 72WIDGETS OP HET BESTUURDERSDISPLAYWidget-opties. 75Tripcomputer. 76Kilometertellerscherm. 76Kilometerteller. 76Rit A. 76Rit B. 76Schermen voor ritten A & B. 76Performance. 77G-krachtmeter. 77Performancemeters. 77Downforcemeter. 77Circuit-widget. 77Handmatige rondetimer. 78Navigatie. 81Recente bestemmingen. 81Mijn Bestemmingen. 81Toestand van het voertuig. 83Bandenspanningen. 83Motoroliepeil*. 83Toestand van het voertuig. 83Meldingen. 83Media. 84Radio. 84Bluetooth. 84Apple CarPlay. 84Android Auto. 84Mijn muziek. 84Telefoon. 85Toegang tot recente gesprekken. 85Toegang tot favoriete contacten. 85Spraakoproep (indien beschikbaar). 85RIJASSISTENTIECruise Control. 87De Cruise Control-snelheid verhogen.

13HANDBOEKINFORMATIEHandboekinformatieHet Handboek voor Eigenaren is beschikbaar in digitale en gedrukte vorm. U kunt dit bekijken via de mobiele Emira-app en op de website van Lotus Cars. Bij het voertuig is een Snelstartgids geleverd. Een volledige gedrukte versie van het Handboek voor Eigenaren kunt u bestellen bij elke Lotus-dealer.Website van Lotus CarsMeer informatie en ondersteuning voor uw voertuig is beschikbaar op de web-site van Group Lotus.Ga naar Lotuscars.com om de pagina te bezoeken. Ondersteuning is beschik-baar voor de meeste markten.Downloadbare informatiekaartenVoor voertuigen uitgerust met navigatie zijn downloads beschikbaar in de vorm van software-updates die in uw Emira kunnen worden geïnstalleerd tijdens een bezoek aan uw erkende Lotus-dealer.Handboeken voor Eigenaren Deze zijn beschikbaar in PDF-formaat.

Selecteer een voertuigmodel en modeljaar om het gewenste Handboek te downloaden.KlantenserviceOp de website van Group Lotus vindt u de contactgegevens voor klanten-ondersteuning en het netwerk van Lotus-dealers.Gedrukte handboekenBij het voertuig is een Snelgids geleverd met informatie over de meest gebruikte functies van het voertuig. U kunt deze samen met de elektronische of papieren versie van het Handboek voor Eigenaren gebruiken.

14Dit Handboek gebruikenLees dit Handboek alvorens u voor de eerste keer met het voertuig gaat rij-den. De inhoud omvat belangrijke veiligheidsinformatie om u te beschermen tegen letsel, uitleg en instructies voor de bedieningselementen, voorschriften voor onderhoud door de eigenaar, technische specificaties en een uitleg van de garantie Dit Handboek is niet bedoeld om alle technische informatie te verstrekken die nodig is voor onderhoud. Als er aanpassingen nodig zijn, raden we de eigenaar dringend aan om contact op te nemen met zijn Lotus-dealer. Het is een vereiste van de garantie en de verantwoordelijkheid van de eigenaar/bestuurder om ervoor te zorgen dat het onderhoud aan het voertuig met de juiste tussenpozen wordt uitgevoerd. Een uitgebreide inhoudsopgave (zie pag.

4) en een alfabetische index achterin dit Handboek helpen u informatie te vinden over een bepaalde functie of onderwerp. De informatie en specificaties in deze publicatie waren correct ten tijde van het drukken. Lotus voert een beleid van voortdurende productverbetering en behoudt zich het recht voor de specificaties, het ontwerp of de uitrusting te allen tijde zonder voorafgaande kennisgeving en zonder enige verplichting stop te zetten of te wijzigen. Onderhoud een regelmatig contact met uw Lotus-dealer om op de hoogte te blijven van technische ontwikkelingen die de specificaties, prestaties of veiligheid van uw auto kunnen verbeteren. Dit Handboek heeft betrekking op verschillende modellen en kan beschrijvingen bevatten van uitrustingen en voorzieningen waarmee uw auto mogelijk niet mee is uitgerust.

Waarschuwingen en mededelingenInbegrepen in het HandboekWAARSCHUWING: In combinatie met het veiligheidswaarschu-wingssymbool duidt dit op een risico op overlijden of ernstig let-sel voor de bestuurder, andere in-zittenden van het voertuig, andere weggebruikers of omstanders. LET OP: De berichten zijn bedoeld om u te helpen schade aan uw voertuig, andere eigendommen of het milieu te voorkomen.

15HANDBOEKINFORMATIESCCTC12219HN1000LOTUS CARS LTDMANUFACTURED BYMAX VEHICLE WEIGHTMAX COMBINED WEIG HTMAX AXLE WT. FRONTMAX AXLE WT. REARV.I.N.PAINT CODE VEHICLE IDENT NO.NAT. TYPE APPR. NO.KgKgKgKg0+ 4 +1 -2 -MAXIMUM ALLOWABLE MASS INLUGGAGE COMPARTMENT: 50kgSCCXXXXXXXXXXXXXXNBerichten of symbolen bedoeld als leidraad of hulp WAARSCHUWING: Berichten die u wijzen op de aanwezigheid van gevaar en die, indien genegeerd, kunnen leiden tot ernstig persoonlijk letsel of overlijdeniLabels met specifieke voertuiginformatie Op het voertuigWaar nodig zijn op het voertuig stickers aangebracht met waarschuwingen en informatie. Labels en berichten kunnen verschillen al naar gelang het model en de markt.

16Veiligheidsinformatie WAARSCHUWING: De volgende paragrafen van dit hoofdstuk bevatten veiligheidsberichten. – Alle inzittenden moeten een veilig-heidsgordel dragen. – Rijd nooit onder invloed van alcohol of drugs. – Rijd nooit als u moe bent. – Gebruik nooit een mobiele telefoon met uw handen, lees nooit een kaart en probeer nooit andere afleidende activiteiten uit te voeren tijdens het rijden. – Pas de instellingen van het infotainment niet aan tijdens het rijden. – Houd u altijd aan alle verkeerswetgeving en -regels, overschrijd nooit de plaatselijke snelheidslimiet en houd rekening met de verkeers- en wegomstandigheden. – Wees bijzonder voorzichtig als u op gladde of natte ondergrond rijdt. – Gebruik niet het volledige vermogen van het voertuig totdat u ervaring hebt opgedaan en alleen in omstan-digheden waarin dat wettelijk en veilig is.

– Neem het onderhoudsschema in acht en houd het voertuig in goede staat. – Laat jonge kinderen nooit zonder toezicht achter in het voertuig. – Lees alle veiligheidsberichten in dit Handboek en neem deze in acht. – Voor accessoires en wijzigingen, zie pag. 214. WAARSCHUWING: Raak tijdens het rijden niet afgeleid door het centrale display. U kunt een ongeluk veroorzaken. We raden aan om het voertuig te stoppen alvorens u bepaalde beschikbare opties gebruikt, zoals het toetsenbord, het invoeren van adres- en contactgegevens, enz. Alvorens u met uw voertuig gaat rijdenVoor elke rit: – Controleer de banden op schade, slij-tage en een juiste bandenspanning. Een onjuiste bandenspanning ver-slechtert de wegligging van het voer-tuig (Zie ‘Banden’ op pag. 231). – Controleer of alle ruiten, spiegels, cameralenzen en lichten vrij en onbelemmerd zijn en of alle lampen correct werken.

17HANDBOEKINFORMATIECopyrightinformatieHet Bluetooth-woordmerk en de Blue-tooth-logo’s zijn geregistreerde han-delsmerken van Bluetooth SIG, Inc. en elk gebruik van deze merken door Lotus Cars gebeurt onder licentie. An-dere handelsmerken en -namen zijn ei-gendom van hun respectieve eigenaars. Apple CarPlay, iPhone en iPod zijn han-delsmerken van Apple Inc. AndroidTM en Android AutoTM zijn han-delsmerken van Google LLC. Juridische voorwaarden en privacyverklaringen U hebt toegang tot de volgende juridi-sche documentatie die van toepassing is op uw gebruik van de functies van het voertuig: – Lotus Cars Limited Licentieovereenkomst – Lotus Cars Limited Privacyverklaring – andere informatie over licenties, gebruiksvoorwaarden en privacyverklaringenop de volgende webpagina:https://www. Lotuscars.

com/en-GB/emira-privacyAfbeeldingen in het handboekSommige afbeeldingen van het bestuurdersdisplay en de menuopties van het centrale display in dit handboek zijn opnieuw vormgegeven om deze geschikt te maken voor publicatie. Gegevens over botsingenUw voertuig is uitgerust met een gebeurtenisgegevensrecorder. Het belangrijkste doel is het registreren van informatie over botsingen en ongevallen met voertuigen De geregistreerde gegevens kunnen een beter inzicht verschaffen in de omstandigheden waarin ongevallen en verwondingen plaatsvinden. Een deel van de geregistreerde infor-matie is nodig voor het diagnostice-ren en verhelpen van voertuigfouten tijdens service en onderhoud, zodat Lotus kan voldoen aan wettelijke eisen en andere regelgeving. Lotus gebruikt de informatie ook voor onderzoek om de kwaliteit en de vei-ligheid voortdurend te ontwikkelen en verbeteren.

Op grond van wet- en regelgeving kan Lotus verplicht zijn andere soorten geregistreerde gegevens bekend te maken aan bepaalde overheidsinstanties die een wettelijk recht op toegang tot dergelijke gegevens kunnen uitoefenen, zoals, maar niet beperkt tot, politieautoriteiten enz. Registratie van motorgegevens Bepaalde elektronische regelmodules bewaken en registreren verschillende bedrijfsparameters voortdurend. Op verzoek kunnen Lotus-dealers deze gegevens downloaden om te helpen bij de storingsdiagnose en het identificeren van eventueel misbruik van het voertuig. Software-updatesIn het kader van continue verbetering kan Lotus bijgewerkte software ontwik-kelen die in uw Emira kan worden geïn-stalleerd tijdens een bezoek aan uw er-kende Lotus-dealer.

18Telkens wanneer uw Emira voor onderhoud of reparatie naar een erkende Lotus-dealer gaat, dient de dealer u op de hoogte te brengen van eventuele updates die op uw Emira van toepassing zijn en welke systemen worden geüpdatet.NOPMERKING: De werking van sommige voertuigsystemen kan variëren na een software-update. VoertuigidentificatieHet VIN (Voertuigidentificatienummer) bevindt zich op 4 verschillende plaatsen in het voertuig. Er kan naar uw VIN gevraagd worden wanneer u reserveonderdelen bestelt of wanneer u contact opneemt met Lotus Cars. Centraal displaySelecteer in de zijbalk van het centra-le display > Algemene instellingen en app-opties > Algemeen > Autogege-vens. Zie de informatie over het centra-le display op pagina 123.

Voorruit Bevestigd op het dashboard, van bui-tenaf gezien aan de rechterkant van de voorruit.OnderstelGestempeld op de dwarsbalk onder de rechterstoel, zichtbaar als de stoel naar achteren wordt geschoven. VloerpaneelBedrukt etiket, op de vloer geplakt ach-ter de rechterstoel. Trek een flap in het tapijt terug om het etiket te bekijken.HANDBOEKINFORMATIE

20Lotus-pechhulpUitgebreide pechhulpdiensten (inclu-sief bergen, homestart, repatriëring en meertalige service) zijn nu beschikbaar via Lotus-pechhulp.Lotus-pechhulp is alleen geldig binnen de driejarige standaard fabrieksgaran-tieperiode van de Lotus die u heeft ge-kocht.Voor meer informatie scant u de onder-staande QR-code of gaat u direct naar onze website: go.Lotuscars.com/emira/rsaVoordelen van Lotus-pechhulp – 24/7 pechhulp in het VK + de EU en Homestart Recovery. – Reisvoorziening, inclusief taxi, premium huurauto, treinen, vluchten, hotelaccommodatie en noodvoorschotten. – Geavanceerde sleephulp. – Incidentele assistentie op het circuit bij niet-competitief gebruik**Niet-competitief is gedefinieerd als circuitgebruik dat niet getimed is en niet racen tegen andere voertuigen.

Assistentie op het circuit valt niet on-der deze bepalingen en mag niet wor-den gebruikt ter vervanging van weg-sleepdiensten op het circuit.Wat te doen bij pech? 1. Zorg dat uzelf en uw voertuig veilig zijn. Breng uzelf niet in gevaar.2. Neem contact op met Lotus-pechhulp via het telefoonnum-mer van uw land uit de lijst in het afzonderlijke Pechhulpboekje.3. Geef de operator de details van het defect - inclusief naam, voertuigre-gistratie of VIN, locatiegegevens. Als uw voertuig schade heeft opgelopen door een ongeval, geef dit dan ook aan.4. Wacht op een veilige plek op de hulpdienst. Via sms ontvangt u re-gelmatig updates over de verwachte aankomsttijd van de pechhulpdienst.LOTUS-PECHHULP

31VeiligheidsgordelsWAARSCHUWING: Zwaar remmen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel als de veiligheidsgordels niet worden gebruikt. Veiligheidsgordels met oprolmechanismeVeiligheidsgordels met oprolmechanisme laten onder normale rijomstandigheden de voorwaartse beweging van het bovenlichaam toe, maar de gordel blokkeert automatisch bij remmen, accelereren, in scherpe bochten of bij een botsing. De vergrendeling treedt ook op als het voertuig in een bepaalde richting kantelt. GordelvoorspannersEen ernstige frontale botsing die voldoende is om het airbagsysteem te activeren, activeert de gordelvoorspanners in beide oprolmechanismen van de voorstoelen, waardoor de gordels strakker worden aangetrokken om de inzittenden beter te beschermen. WAARSCHUWING: Veiligheidsgor-dels zijn ontworpen om samen te werken met het airbagsysteem.

Als een veiligheidsgordel niet of verkeerd wordt gebruikt, dan kan dit de bescherming die de airbag bij een botsing biedt, verminderen. WAARSCHUWING: Het is van essentieel belang om de gehele veiligheidsgordel te vervangen en de bevestigingspunten van de veiligheidsgordel te controleren als het voertuig aan een ernstige botsing is blootgesteld, zelfs als de schade aan de veiligheidsgordel niet duidelijk is. De veiligheidsgordel moet vervangen worden als de gordel gerafeld, vervuild of beschadigd is. Controleer de veiligheidsgordels regelmatig. WAARSCHUWING: Niemand mag plaatsnemen in een stoel waarvan de veiligheidsgordel niet werkt. WAARSCHUWING: Het niet contro-leren of onderhouden van veilig-heidsgordels kan ertoe leiden dat deze niet goed werken wanneer dat nodig is. Controleer de veilig-heidsgordels regelmatig en laat elk probleem onmiddellijk verhelpen.

WAARSCHUWING: Aan de veilig-heidsgordels mogen geen wijzi-gingen of toevoegingen worden aangebracht. WAARSCHUWING: Steek geen vreemde voorwerpen in een gesp. Bij een botsing werken de veilig-heidsgordels dan mogelijk niet zoals bedoeld.

Het dragen van een veiligheidsgordel Zorg ervoor dat de bestuurder en de passagier altijd veiligheidsgordels dra-gen en deze goed dragen alvorens u gaat rijden. Zorg ervoor dat u comfortabel zit en dat de bedieningselementen, de voet-pedalen en het stuur binnen bereik zijn, zie pag. 165. VEILIGHEID.

32De gordel bevestigen 1. Ga rechtop en volledig achterover in de stoel zitten. Houd de tong van de veiligheidsgordel vast, trek deze over het lichaam en trek de gordel uit het oprolmechanisme. 1. Leg de gordel over het lichaam alvo-rens u de gordeltong in de sluiting aan de binnenzijde van de stoel duwt tot u “klik” hoort. 2. Trek aan de gordel om te controleren of deze goed vastzit. Controleer of de gordel stevig tegen de carrosserie zit en of de het oprolmechanisme alle speling heeft opgenomen. Draag de gordel moet laag over de voorkant van het bekken (niet over de buik) en over de borst en schouder. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat geen enkel deel van de gordel gedraaid is of verstrikt raakt in het deur- of stoelmechanisme.WAARSCHUWING: Gebruik nooit één veiligheidsgordel voor twee personen en laat een kind nooit op de schoot van de bestuurder of passagier zitten.

WAARSCHUWING: Klem of haak de veiligheidsgordel niet vast aan ha-ken of andere interieuronderdelen, want dan kan de veiligheidsgordel niet goed aangetrokken worden.WAARSCHUWING: Een onjuiste plaatsing van de veiligheidsgordels kan bij een ongeval ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben. LosmakenDruk op de rode knop op de gordelslui-ting en laat de gordel oprollen.Als de gordel niet volledig oprolt, voer deze dan met de hand terug in het op-rolmechanisme zodat hij niet los hangt.VEILIGHEID

33De gordel bevestigen tijdens de zwangerschapOok zwangere bestuurders moeten al-tijd veiligheidsgordels dragen om zich-zelf en hun ongeboren kind te bescher-men. Leg het diagonale deel van de gordel over de schouder en leid de gordel ver-volgens tussen de borsten en opzij van de buik. Draag het heupgedeelte van de gordel moet zo laag mogelijk onder de buik en zorg dat dit niet omhoog kan gaan. Ver-wijder eventuele speling en zorg ervoor dat de gordel zo dicht mogelijk op het lichaam aansluit. Zwangere bestuurders moeten de po-sitie van de stoel en het stuurwiel zo aanpassen dat de afstand tussen buik en stuurwiel zo groot mogelijk blijft, maar zodanig dat zij de voetpedalen en het stuurwiel tijdens het rijden nog steeds gemakkelijk kunnen bedienen. Om het voertuig tijdens de zwangerschap te besturen, kunnen verdere aanpassingen van de stoel en het stuurwiel nodig zijn.

Raadpleeg regelmatig een arts om na te gaan of het verantwoord is om tij-dens de zwangerschap te rijden. Herinnering deur/veiligheidsgordelDe herinnering waarschuwt inzittenden zonder gordel om de veiligheidsgordel om te doen. BestuurdersdisplayDe afbeelding op het bestuurdersdisplay toont welke stoelen bezet zijn en of de veiligheidsgordels vast of los zitten. Bij draaiende motor waarschuwt het display ook als een deur, het voorste toegangspaneel of de achterklep geopend is. Het display dat het openstaande onderdeel toont, wordt rood als het voertuig in beweging komt. U kunt de afbeelding uitschakelen door op de centrale ‘O’/bevestigingsknop op het toetsenbord rechts van het stuurwiel te drukken. Als het voertuig met een snel-heid van minder dan 10 km/u rijdt, dan gaat het informatie-symbool op het bestuurders-display branden.

34DakconsoleEen visuele en hoorbare herinnering waarschuwt de inzittenden van het voertuig als zij de veiligheidsgordel niet dragen. De hoorbare herinnering is afhankelijk van de snelheid van het voertuig.VEILIGHEIDKindveiligheidUit statistieken blijkt dat kinderen veiliger zijn als ze goed vastzitten op de achterbank van een auto. Deze optie is in deze auto niet beschikbaar. Bovendien is een passagiersairbag gemonteerd. Dit levert een ernstig risico op voor kinderen - met name voor baby’s en kleine kinderen. Indien u een kind in de passagiersstoel van de auto wilt meenemen, dan gelden de volgende aanwijzingen als richtsnoer:Gebruik de standaardstoel en veiligheidsgordel wanneer een kind een zodanige fysieke omvang heeft dat de standaard heup- en diagonale veiligheidsgordel goed passen.

Leid de gordel over het sleutelbeen en over het midden van de borstkast.Alle kinderen, ongeacht hun leeftijd en grootte, moeten altijd goed vastzitten in het voertuig. Laat een kind nooit op schoot bij de passagier zitten.KinderbeveiligingssystemenGebruik een geschikt verhogingskus-sen of kinderzitje als de gordel de nek van het kind raakt of kruist of als dit wettelijk verplicht is. Dit advies geldt ook voor volwassenen met een klein postuur. Geschikte kinderzitjesUitsluitend universele kinderzitjes zijn geschikt voor de Emira. Zie pag. 36 voor meer informatie.

35Het kinderzitje installerenNaar voren gericht kinderzitjeWanneer u een naar voren gericht kinderzitje plaatst, zorg er dan voor dat de passagiersairbag is geactiveerd, zie pag. 39.Achterwaarts gericht kinderzitjeKinderen die niet zelfstandig kunnen zitten, mag u uitsluitend in een achter-waarts gericht kinderzitje vervoeren.Wanneer u een achterwaarts gericht kinderzitje plaatst, zorg er dan voor de passagiersairbag is uitgeschakeld, zie pag. 39.WAARSCHUWING: Gebruik nooit een achterwaarts gericht kinder-zitje op de passagiersstoel als de airbag actief is.8894982965Een waarschuwingslabel voor het pas-sagiersairbagsysteem bevindt zich aan de passagierszijde van de interieurhe-mel boven de voorruit, of op de zonne-klep indien aanwezig.

WAARSCHUWING: Naar voren gerichte passagiers (kinderen en volwassenen) mogen nooit op de passagiersstoel zitten als de passagiersairbag is uitgeschakeld.WAARSCHUWING: Laat nooit iemand voor de passagiersstoel staan of zitten.WAARSCHUWING: Het niet opvolgen van de instructies over veiligheidsgordels, kinderzitjes en airbagsystemen kan levens in gevaar brengen of leiden tot ernstig persoonlijk letsel.NOPMERKING: Bij het gebruik van kinderbeveiligingssystemen is het belangrijk om de meegeleverde in-stallatie-instructies te lezen en de uitrusting goed aan te brengen. Als u vragen hebt over het installeren van veiligheidsuitrusting voor kin-deren, neem dan contact op met de fabrikant voor nadere informatie.NOPMERKING: Laat een kinderzitje nooit los achter in de auto.

Zet dit altijd vast conform de instal-latievoorschriften, ook als u het kinderzitje niet gebruikt.NOPMERKING: Langdurig gebruik van een kinderzitje kan slijtage aan de autostoel en het interieur veroorzaken. Dergelijke slijtage valt niet onder de dekking van de autogarantie.VEILIGHEID

36Geschikte kinderzitjesUitsluitend universele kinderzitjes zijn geschikt voor de Emira. ‘Universeel’ betekent dat het kinderzitje is goedgekeurd voor installatie in alle auto’s. Controleer echter of het kinderzitje van uw keuze goed in de passagiersstoel van uw Emira past. De tabel geeft de installatiemogelijkheden aan voor een universeel goedgekeurd kinderzitje dat met de driepuntsgordel van Emira wordt bevestigd.StoelpositieStoelpositienummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9Stoelpositie geschikt voor universele gordel (ja/nee) JA N.v.t. JA N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.i-Size stoelpositie (ja/nee) N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.Stoelpositie geschikt voor zijdelingse bevestiging (L1/L2) N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.Grootste, geschikte achterwaarts gerichte bevestiging (R1/R2X/R2/R3) N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t. N.v.t.Grootste, geschikte voorwaarts gerichte bevestiging (F2X/F2/F3) N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.Grootste geschikte booster (B2/B3) N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.De passagiersstoel moet volledig naar achteren staan, de rugleuning moet een hoek van 25 graden hebben en de stoel moet 10 mm hoger staan dan de laagste stand alvorens het kinderbeveiligingssysteem wordt geïnstalleerd.Stoelnummer Positie in het voertuig1 Linksvoor2 Middenvoor3 Rechtsvoor4 2e rij links5 2e rij midden6 2e rij rechts7 3e rij links8 3e rij midden9 3e rij rechtsVEILIGHEID

37Airbagveiligheidssysteem In combinatie met het dragen van vei-ligheidsgordels biedt het airbagsys-teem de inzittenden van de auto extra bescherming bij een ernstige botsing. Airbags zijn ontworpen om samen te werken met het gordelsysteem. Als een veiligheidsgordel niet of verkeerd wordt gebruikt, kan dit de bescherming die de airbag bij een botsing biedt, verminderen. WAARSCHUWING: Inzittenden van een voertuig kunnen bij een ongeval overlijden of ernstig gewond raken als zij geen veilig-heidsgordel dragen - zelfs met airbags. De belangrijkste onderdelen van een airbagsysteem zijn: – Elektronisch bewakingssysteem (SRS-regelmodule en sensoren). – Bestuurdersairbag. – Passagiersairbag. – Zij-airbags voor bestuurder en pas-sagier. – Opblaasbare gordijnen voor bestuurder en passagier. – Voorgespannen veiligheidsgordels.

Waarschuwingslampje airbagOFFAls dit waarschuwingslamp-je tijdens het rijden gaat bran-den, dan is er een storing in het airbagveiligheidssysteem geconstateerd. Dit kan be-tekenen dat één of meer air-bags bij een botsing niet geac-tiveerd worden. WAARSCHUWING: Als het waarschuwingslampje voor de airbag niet gaat branden als u het contact inschakel of als het langer dan enkele seconden blijft branden, laat de storing dan onmiddellijk verhelpen door uw erkende Lotus-dealer. Als u het waarschuwingslampje negeert, dan kan dat ertoe leiden dat de airbags of de gordelspanners niet werken wanneer dat nodig is. WAARSCHUWING: Gebruik geen elektrische testapparatuur en breng geen wijzigingen aan in de bedrading van elektrische accessoires in de buurt van SRS-onderdelen of kabelbomen. Hierdoor kan het airbagsysteem uitgeschakeld of onbedoeld geactiveerd worden, met persoonlijk letsel tot gevolg.

38Bestuurders- en passagiersairbagsDe bestuurdersairbag zit in het midden van het stuurwiel. De passagiersairbag zit in een vakje boven het dashboard-kastje. Op de afdekplaten van beide air-bags staat ‘AIRBAG’.Bij een ernstige frontale botsing wor-den de airbags in een fractie van een se-conde opgeblazen om het bovenlichaam van de inzittenden te beschermen. Afhankelijk van de hoek van de botsing (frontaal of bijna frontaal) kunnen de bestuurders- en passagiersairbags ge-activeerd worden zonder dat andere airbags geactiveerd worden. De airbags lopen tijdens de botsing snel leeg om de inzittenden zo min mo-gelijk te hinderen en het verstikkings-gevaar te beperken.

Het is normaal dat er tijdens het leeglopen rook uit de air-bag komt.WAARSCHUWING: Als een airbag bij een frontale botsing afgaat, dan heeft een passagier zo min mogelijk kans op letsel als hij/zij zo rechtop mogelijk zit, met zijn/haar voeten op de grond en zijn/haar rug tegen de rugleuning.Houd het stuurwiel altijd aan de buiten-ste rand vast. Laat uw handen nooit op de airbagafdekking rusten en bevestig niets aan de stuurwielnaaf.Plaats geen voorwerpen voor of boven het dashboard waar de passagiersair-bag zich bevindt.WAARSCHUWING: Houd het traject van een opblazende airbag vrij. Als een voorwerp tussen een persoon en een airbag wordt geplaatst, dan wordt de airbag mogelijk niet correct opgeblazen. Ook kan het betreffende voorwerp in de persoon gedrukt worden, waardoor deze overlijdt of ernstig letsel oploopt.

8894982965Label van de passagiersairbagEen waarschuwingslabel voor het pas-sagiersairbagsysteem bevindt zich aan de passagierszijde van de interieurhe-mel boven de voorruit, of op de zonne-klep indien aanwezig. WAARSCHUWING: Gebruik nooit een achterwaarts gericht kinder-zitje op de passagiersstoel als de airbag actief is.WAARSCHUWING: Een naar voren gerichte passagier (kind of volwassene) mag nooit op de passagiersstoel zitten als de passagiersairbag is uitgeschakeld.VEILIGHEID

39ABSchakelaar passagiersairbagIn het dashboardkastje bevindt zich een schakelaar om de passagiersairbag voorin te deactiveren/activeren. De schakelaar is alleen toegankelijk als het dashboardkastje geopend is.AAAN - De airbag is geactiveerd en alle naar voren gerichte passagiers (kinderen en vol-wassenen) kunnen veilig op de passagiersstoel plaatsnemen.BUIT - De airbag is uitgeschakeld en kinderen in achterwaarts gericht kinderzitjes kunnen veilig op de passagiersstoel zitten.12Passagiersairbag deactiveren11. Trek de schakelaar naar bui-ten.22. Draai deze van de positie AAN naar UIT.Op het bestuurdersdisplay verschijnt de melding dat de passagiersairbag is uitgeschakeld.Bevestig het bericht door op de centra-le knop /bevestigen op toetsenbord rechts van het stuurwiel te drukken, zie pag.

65 voor meer informatie.WAARSCHUWING: Een naar voren gerichte passagier (kind of vol-wassene) mag nooit op de passa-giersstoel zitten als de passagier-sairbag is uitgeschakeld.Op het dakconsole verschijnen ook een bericht en een symbool dat de passa-giersairbag is uitgeschakeld.NOPMERKING: Als de passagiersairbag is uitgeschakeld terwijl de auto in contactstand I of lager staat, dan verschijnen deze berichten ongeveer 6 seconden nadat het contact in stand II is gezet.VEILIGHEID

4012De passagiersairbag activeren11. Trek de schakelaar naar bui-ten.22. Draai deze van de stand UIT naar AAN.Op het bestuurdersdisplay verschijnt de melding dat de passagiersairbag is geactiveerd.Bevestig het bericht door op de centra-le knop /bevestigen op toetsenbord rechts van het stuurwiel te drukken, zie pag.

65 voor meer informatie.WAARSCHUWING: Never sit a chil on a booster cushion Gebruik nooit een achterwaarts gericht kinderzitje op de passagiersstoel als de airbag actief is.WAARSCHUWING: De passagiersairbag moet altijd geactiveerd zijn als een naar voren gerichte passagier (kind of volwassene) op de voorstoel voor de passagier zit.Op het dakconsole verschijnen ook een bericht en een symbool dat de passagiersairbag is geactiveerd.NOPMERKING: Als de passagiersairbag is geactiveerd terwijl de auto in contactstand I of lager staat, dan verschijnen deze berichten ongeveer 6 seconden nadat het contact in stand II is gezet.Zij-airbagsAan de buitenzijde van beide rugleu-ningen bevindt zich een zij-airbag, her-kenbaar aan het woord ‘AIRBAG’.Als de auto betrokken raakt bij een ma-tige tot ernstige aanrijding van opzij, dan ontplooien de zij-airbags zich tus-sen de inzittende en het deurpaneel.

NOPMERKING: De zij-airbags wor-den mogelijk niet bij alle aanrijdin-gen van opzij geactiveerd.De airbags lopen tijdens de botsing snel leeg om de inzittenden zo min mogelijk te hinderen en het verstikkingsgevaar te beperken. Het is normaal dat er tijdens het leeglopen rook uit de airbag komt. De gordelvoorspanners worden tegelijkertijd geactiveerd. VEILIGHEID

41VEILIGHEID WAARSCHUWING: Rijd nooit met uw arm of hoofd uit het raam, want dan bevinden uw arm, hoofd en nek zich in de ontplooiingszone van de zij-airbag.WAARSCHUWING: Plaats geen voorwerpen tussen de zij-airbag en de deur. De airbag kan dan mo-gelijk niet goed worden opgebla-zen of het voorwerp wordt het in-terieur in geduwd, hetgeen de dood of ernstig letsel tot gevolg kan hebben. WAARSCHUWING: Bevestig of leg niets op de afdekking van de zij-airbag. Dat kan ertoe leiden dat de airbag niet goed wordt opge-blazen.Zij-airbags en kinderzitjesDe zij-airbag vermindert niet de bescherming die het airbagsysteem biedt aan een kind dat in een kinderzitje of op een verhogingskussen zit.Opblaasbare gordijnenAan beide zijden van de hemelbekleding zit een opblaasbaar gordijn. Dit helpt de bestuurder en de passagiers op de buitenste zitplaatsen van het voertuig te beschermen.

Op de panelen staat ‘AIRBAG’.Als het voertuig betrokken is bij een matige tot ernstige frontale botsing of aanrijding van opzij en/of als het voer-tuig over de kop slaat, dan wordt het opblaasbare gordijn geactiveerd om te voorkomen dat de inzittende bij een botsing zijn hoofd tegen de binnenkant van het voertuig stoot.De airbags lopen tijdens de botsing snel leeg om de inzittenden zo min mogelijk te hinderen en het verstikkingsgevaar te beperken. Het is normaal dat er tijdens het leeglopen rook uit de airbag komt.NOPMERKING: Het opblaasbare gordijn ontplooit zich mogelijk niet in alle situaties waarin het voertuig van opzij aangereden wordt.WAARSCHUWING: Schroef of monteer niets op de dakbekleding, deurstijlen of zijpanelen van het voertuig. Dit zou de beoogde bescherming in gevaar kunnen brengen.

WAARSCHUWING: Zorg dat de objecten in de laadruimte achter de stoelen niet hoger komen dan 10 cm onder de bovenrand van de achterste zijruiten. Objecten die hoger worden geplaatst, kunnen de werking van het opblaasbare gordijn belemmeren.

42VeiligheidsmodusDe veiligheidsmodus wordt ingeschakeld als één of meerdere de veiligheidssystemen, zoals de airbags of de gordelvoorspanners, worden geactiveerd. Een botsing kan een belangrijke functie in het voertuig hebben beschadigd, zoals het brandstof-/remsysteem of de sensoren van één van de veiligheidssystemen, enz.Als het voertuig een aanrijding heeft gehad, maar het bestuurdersdisplay en het elektrische systeem van het voertuig nog functioneren, dan verschijnen mogelijk de melding ‘Veiligheidsmodus -raadpleeg het Handboek voor Eigenaren’ en een waarschuwingssymbool op het bestuurdersdisplay. In de Veiligheidsmodus is de functionaliteit van het voertuig beperkt. WAARSCHUWING: Probeer het voertuig nooit opnieuw te starten als u een brandstofgeur ruikt of tekenen van brandstoflekkage ziet.

Verlaat het voertuig onmiddellijk.Afhankelijk van de schade aan het voertuig, is het wellicht mogelijk om het systeem te resetten om het voertuig te starten en te verplaatsen over een zo kort mogelijke afstand (bijvoorbeeld om het voertuig weg te rijden uit een gevaarlijke verkeerssituatie).WAARSCHUWING: Het voertuig moet na elke botsing door eenLotus-dealer geïnspecteerd worden. Sommige functies werken mogelijk niet meer, ook al lijkt het voertuig niet beschadigd.WAARSCHUWING: Als het voertuig in de veiligheidsmodus staat, dan mag u er niet mee rijden en mag het ook niet weggesleept worden. Het voertuig moet op een dieplader naar een Lotus-dealer vervoerd worden voor inspectie/reparatie.VEILIGHEID

44SleutelsEr worden 2 sleutel-hangers meegele-verd. Deze worden gebruikt om: – Het voertuig te ontgrendelen/vergrendelen. – Het alarmsysteem van het voertuig in en uit te schake-len, zie pag.57. – Het voertuig zonder sleutel te starten wanneer een geldige sleutelhanger zich in het passagierscompartiment bevindt, zie pag.182. – Om indien nodig de deuren handmatig met de verwijderbare noodsleutel te vergrendelen/ontgrendelen.De sleutelhanger opbergen Als u slechts één sleutelhanger ge-bruikt, bewaar de andere sleutelhanger dan op een veilige plaats. Als u één van de sleutelhangers kwijtraakt, dan moet u onmiddellijk een vervangend exem-plaar kopen.

Extra sleutelhangers bestellenExtra sleutelhangers en noodsleutels kunnen besteld en geprogrammeerd worden door een Lotus-dealer.Kwijtgeraakte of gestolen sleutelhangersBij verlies van een sleutelhanger of noodsleutel moet u ook de andere sleutels naar een Lotus-dealer brengen, zodat de code van de verloren afstandsbediening uit het autosysteem wordt gewist om diefstal te voorkomen.

We raden ook aan om het deurslot van het voertuig te laten vervangen om het voertuig volledig veilig te houden.WAARSCHUWING: Schakel het contact altijd uit en laat de sleutelhanger niet in de cabine achter wanneer u de auto verlaat.WAARSCHUWING: Laat de au-to nooit onbeheerd achter met de sleutelhanger in de cabine, voor-al niet als er kinderen en/of dieren zonder toezicht in de auto zitten.LET OP: Wijzig de sleutelhanger niet en knal er niet mee tegen harde voorwerpen aan, want dat kan de werking ervan beïnvloeden. Problemen met de sleutelhanger als gevolg hiervan vallen niet onder de garantie van het voertuig. SleutelhangerherinneringEr moet een sleutelhanger in de auto aanwezig zijn om de contactstanden te activeren en de motor te starten. Als er geen sleutelhanger wordt gedetecteerd, dan verschijnt er een melding op het bestuurdersdisplay.Sleutel niet in autoSLEUTELS, SLOTEN & ALARM

45Knoppen op de sleutelhangerBij vergrendelen: Als u op de knop drukt, dan worden beide deuren, de achterklep en de tankklep vergren-deld. Het alarm wordt dan ook in-geschakeld, zie pag. 56.Houd deze knop ingedrukt houden om alle ramen tegelijk te sluiten.Bij ontgrendelen: Als u op de knop drukt, dan worden beide deuren, de achterklep en de tankklep ontgrendeld. Het alarm wordt ook uitgeschakeld, zie pag. 57.Als u de knop langer indrukt, dan worden alle ramen tegelijk geopend.U kunt deze instelling wijzigen via het centrale display, zie pag.

59.Als u de knop ongeveer 1,5 - 2 seconden ingedrukt houdt, worden de achterklep, de tankklep en het slot ontgrendeld.Kort indrukken van 0,5 seconden (ongeveer) ontgrendelt alleen de tankklep.OntgrendelingsoptiesU hebt de keuze uit twee verschillende ontgrendelingsopties.Beide deuren: Met één druk op de knop worden beide deuren tegelijkertijd ontgrendeld.Enkele deur: Met één druk op de knop wordt de bestuurdersdeur ontgrendeld. Een tweede druk ontgrendelt de passagiersdeur.U kunt deze optie wijzigen via het centrale display, zie pag. 59.Bereik van de sleutelhangerHet normale werkingsbereik is tot 20 meter van het voertuig, maar dit kan verminderd worden door: – Het voertuig staat dicht bij een ra-dio/tv-mast of een elektriciteitscen-trale. – De sleutelhanger bevindt zich in de buurt van andere draadloze appara-tuur, zoals een mobiele telefoon, een zender of een radio.

– De sleutelhanger wordt aangeraakt of wordt bedekt door een metalen materiaal. – De sleutelhanger bevindt zich in de buurt van een elektrisch apparaat zoals een computer. – De batterij van de sleutelhanger is bijna leeg. – Omgevingsomstandigheden.Als de deuren niet vergrendelen/ont-grendelen wanneer u op een knop van de sleutelhanger drukt - ga dan dichter bij het voertuig staan en probeer het opnieuw.SLEUTELS, SLOTEN & ALARM

46Bevestiging van vergrendelen/ontgrendelen van buitenaf – Bij vergrendelen: De alarmknipper-lichten knipperen eenmaal, de bui-tenspiegels klappen naar binnen en de dagrijverlichting gaat uit. Hoorba-re ontgrendeling is ook beschikbaar, zie pag.59. – Bij ontgrendelen: De alarmlichten knipperen twee keer en de buiten-spiegels klappen uit. Hoorbare ont-grendeling is ook beschikbaar, zie pag.59.Beide deuren, achterklep, motorkap en tankklep moeten gesloten zijn om het voertuig volledig te vergrendelen en het alarm in te schakelen.Vergrendelings-/alarmindicatorDe indicator op het dashboard knippert om aan te geven dat het voertuig is vergrendeld en dat het alarm is ingeschakeld, zie ook pag.

57.Instellingen voor vergrendelingsindicatorVia het instellingenmenu in het cen-trale display kunt u verschillende res-ponsopties voor de vergrendeling se-lecteren:Zichtbare feedback: aan - uitHoorbare feedback: aan - uitU kunt ook de optie voor het inklappen van de buitenspiegels activeren of de-activeren, zie pag. 59.VergrendelingZorg ervoor dat beide deuren, de achterklep en de tankklep gesloten zijn en druk dan op de knop op de sleutelhanger. – Beide deuren worden vergrendeld. – De binnenlichten (indien deze bran-den) gaan uit. – Na 10seconden wordt de tankklep vergrendeld. – Na 45seconden worden de starton-derbreker van de motor en het alarm geactiveerd. – Op dat moment knippert de ver-grendelings-/alarmindicator om de 2seconden.Er is geen zichtbare of hoorbare feed-back als u het voertuig probeert te ver-grendelen terwijl een deur niet volledig gesloten is.

In dat geval wordt geen van beide deuren vergrendeld en het alarm wordt niet ingeschakeld.Als u probeert te vergrendelen terwijl de achterklep open staat, dan worden de deuren vergrendeld en wordt het SLEUTELS, SLOTEN & ALARM

47alarm ingeschakeld. Wanneer u het voertuig ontgrendelt, dan knipperen de waarschuwingsknipperlichten niet.LET OP: Laat de sleutelhanger niet in de bagageruimte liggen als u de achterklep sluit als de rest van het voertuig vergrendeld en het alarm ingeschakeld is. Als u de achterklep van het voertuig dan sluit, dan vergrendelt u het voertuig volledig. U hebt dan de andere sleutelhanger nodig om het voertuig te ontgrendelen.OntgrendelenDruk op de knop op de sleutelhanger. – Beide deuren* en de tankklep wor-den ontgrendeld. – De vergrendelings-/alarmindicator op het dashboard stopt met knippe-ren**. – Het alarm wordt uitgeschakeld en de startonderbreker van motor wordt uitgeschakeld. – Het binnenlicht gaat branden (indien ingesteld op de stand “Courtesy”), zie pag.149.* Afhankelijk van de gekozen vergrendelingsoptie, zie pag.

59.**Tenzij er een poging tot diefstal wordt gedetecteerd, zie pag. 56.Een deur van buitenaf openenAls het voertuig ontgrendeld is: – Druk op de voorkant van de deur-greep. – De achterkant van de deurgreep draait naar buiten. – Trek aan de achterkant van de deur-greep om de deur te openen. Automatisch opnieuw vergrendelenHet voertuig wordt automatisch opnieuw vergrendeld en het alarm wordt opnieuw ingeschakeld als u een deur of achterklep niet binnen 2 minuten na het ontgrendelen opent. Dit zorgt ervoor dat het voertuig niet onbedoeld ontgrendeld blijft.SLEUTELS, SLOTEN & ALARM

48Automatisch vergrendelenWanneer het voertuig een bepaalde snelheid bereikt, dan worden de deu-ren en de achterklep automatisch ver-grendeld, zie pag. 59 voor de instelmo-gelijkheden.De sleutelhanger werkt nietGa dichter bij het voertuig staan en probeer het opnieuw.Zie pag. 55 als u de deuren niet kunt vergrendelen of ontgrendelen met de afstandsbediening.Ontgrendelen bij een ongevalOm de toegang te vergemakkelijken bij een ongeval waarbij de airbags zijn af-gegaan, wordt een van binnenuit ver-grendelde deur automatisch ontgren-deld (indien mogelijk).De deuren van binnenuit vergrendelen/ontgrendelen DeurschakelaarsU kunt de deuren vergrendelen en ont-grendelen met de centrale vergrende-lingsschakelaar in het deurpaneel aan de bestuurderskant.Druk op de knop om beide deuren te ontgrendelen, zie ook pag. 45. Als beide deuren dicht zijn, dan drukt u op de knop om deze te vergrendelen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Lotus Emira stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden