Lochinvar SLN125 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Lochinvar SLN125 (21 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Lochinvar SLN125 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Lochinvar |
| Categorie: | Boiler |
| Model: | SLN125 |
Handleiding Lochinvar SLN125 – volledige tekst
2 Er is geen vonk bij de aansteekbrander_____________________________________ 16 8. 3 Ontstekingsvonk is aanwezig maar de aansteekbrander wordt niet ontstoken _________ 17 8. 4 De aansteekbrander brandt maar de hoofdbrander wordt niet ontstoken _____________ 18 8. 5 De ontsteekautomaat gaat regelmatig in vergrendeling _________________________ 18 9. GARANTIE VOORWAARDEN_______________________________________________ 19.
1 1. INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN 1.1 Algemeen Lees eerst deze installatievoorschriften alvorens met de installatie wordt begonnen. De installatie dient te voldoen aan de laatste versie van de volgende voorschriften: • NEN 1006, Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties • NEN 1010, Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties • NEN 1078, Eisen en bepalingsmethoden voor huishoudelijke gasleidinginstallaties • NEN 2757, Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rook van verbrandingstoestellen • Eventuele plaatselijk geldende voorschriften Dit toestel mag uitsluitend door een daartoe erkend installatiebedrijf worden geïnstalleerd. 1.2 De opstelling van de boiler Plaats de boiler op een vlakke vloer in een vorstvrije ruimte.
In de opstellingsruimte moeten minimaal de volgende afstanden tot een wand, deur of luik in acht worden genomen: - 100 mm rondom het toestel - 50 mm rondom de rookgasafvoerleiding. Plaats de boiler in een ruimte waar, in geval van lekkage aan de tank of aan de aansluitingen, geen waterschade kan ontstaan aan de direkte omgeving of aan lager gelegen verdiepingen. Indien dit niet mogelijk is, dient de boiler in een veiligheids-opvangbak met afvoermogelijkheid geplaatst te worden. Het toestel mag niet worden geplaatst in een ruimte waarvan de atmosfeer chemisch agressief of anderszins verontreinigd is. 1.3 Wateraansluitingen De koudwater- en warmwaterleiding kunnen afhankelijk van het model als volgt worden aangesloten: EBW145, 360 en 500: aan de voorzijde van het toestel, zie figuur 1. EBW160 t/m 275: naar keuze aan de voor- of bovenzijde van het toestel, zie figuur 1 en 2.
2 Het verdient aanbeveling voor het aansluiten van de wateraansluitnippels driedelige koppelingen toe te passen. Wanneer men aan de watertoevoer- en afvoernippels van de boiler soldeert, beschadigt men de kunststof bekleding van de boileraansluitnippels, hetgeen spoedige lekkage aan deze aansluitingen ten gevolge zou kunnen hebben. Indien een circulatieleiding wordt toegepast dient deze volgens figuur 3 te worden aangesloten. Het is aan te raden de circulatieleiding te isoleren, dit voorkomt onnodige energieverspilling. figuur 3 1. 4 Druk- en temperatuurbeveiliging van het water Een nieuwe, deugdelijke inlaatcombinatie dient te worden gemonteerd in de koudwatertoevoerleiding naar de boiler. Het overstortventiel van deze combinatie zorgt ervoor, dat de hoogst toelaatbare waterdruk van 8 bar niet wordt overschreden.
De afvoer van de inlaatcombinatie dient via een open trechterverbinding aangesloten te worden op de riolering. Deze overstortleiding mag niet kunnen bevriezen. Het is noodzakelijk om bij vervanging van een boiler tevens een nieuwe deugdelijke inlaatcombinatie te monteren. Eventueel kan naast de inlaatcombinatie tevens een extra druk- en temperatuurbeveiliging worden toegepast, welke wordt afgesteld op 10 bar en 97°C. Hiervoor bevindt zich een extra aansluitpunt boven in de tank. 1. 5 Waterkwaliteit De toestellen mogen beslist niet worden gevoed met water met een hardheid minder dan 4°D. Onthard water met een hardheid onder 4°D is in het algemeen agressief en leidt tot spoedige schade aan de tank. 1. 6 Gasaansluiting • Blaas de gasleiding goed schoon, alvorens deze met de gashoofdkraan te verbinden.
• Het verdient aanbeveling de gaskraan op een zo kort mogelijke afstand van het gasblok op de boiler te monteren. • Pas zoveel mogelijk koppelingen toe om het verlenen van service vlot te doen verlopen. • Controleer de aansluitingen op dichtheid.
3 1.7 Elektrische aansluiting Aansluiting dient te geschieden overeenkomstig de NEN1010. De aansluitspanning is 230V/50Hz, het toestel dient geaard te worden. Verwijder de deksel van de aansluitkast. Verbind de elektrische voeding met de klemmen L en N. Bij GBS uitvoering: Let op een juiste aansluiting van fase en nul; de PCB is fase gevoelig Wordt het toestel voorzien van een vaste aansluitleiding dan dient een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contactopening van tenminste 3 mm in deze aansluitleiding te worden geplaatst. Wordt het toestel voorzien van een flexibele aansluitleiding inclusief contactstop dan moet de contactstop te alle tijde bereikbaar zijn. 1.7.1 Overige aansluitingen GBS uitvoering In bedrijf stelling op afstand Met behulp van een schakelklok of een handbediende schakelaar kan de boiler in of buiten bedrijf worden gesteld. Hiertoe wordt de klok c.q.
schakelaar aangesloten op de klemmen TIM1 en TIM2 en moet de brug “Timer” op de printplaat worden verplaatst naar de positie “ON”, zie elektrisch schema op pagina 15. Wordt de verbinding tussen TIM1 en TIM2 gemaakt dan wordt het toestel in bedrijf gesteld. Storingsmelding Het toestel geeft de mogelijkheid voor aansluiten van een storingsmelding in geval het vlamsignaal wegvalt of de maximaal beveiliging ingrijpt. Wordt hiervan gebruik gemaakt dan moet het los meegeleverde tijdrelais worden toegepast.
Het tijdrelais wordt als volgt aangesloten, zie figuur 4: - klemmen 2 en 7 van het relais worden aangesloten op de klemmen FD0 en FD2 op de PCB - klem 1 van het relais wordt aangesloten op klem OH2 op de PCB - klem 8 van het relais wordt aangesloten op klem MFF1 van de PCB De storingsmelding wordt aangesloten op de volgende klemmen welke voorzien in een potentiaal vrij contact indien er zich een storing voordoet: - maximaal beveiliging: klem OH1 op de PCB en klem 3 van het relais - vlamsignaal: klem MFF2 op de PCB en klem 6 van het relais. Stel het tijdrelais af op 60 seconden. figuur 4
4 1.8 Rookgasafvoersysteem 1.8.1 Rookgasklep (optie) Plaats de opening van de rookgasklep over de opstaande rand van de rookgasverzamelkap boven op de boiler, zie figuur 5. Verdraai de klep zodanig, dat aansluitsteker van de rookgasklep met de contra-steker aan de zijkant van de boiler verbonden kan worden. figuur 5 Bij de GBS uitvoering moet de brug "flue damper" op de printplaat in de positie "ON" staan. 1.8.2 Trekonderbreker Monteer de vier pootjes, met behulp van de meegeleverde schroeven en moeren, aan de trekonderbreker. Plaats de trekonderbreker op het toestel en zet deze met schroeven vast op de deksel van de boiler. Plaats de rookgasafvoerpijp in de trekonderbreker, gebruik de juiste diameter rookgaspijp, raadpleeg hiervoor tabel 2. Laat het gewicht van de rookgasafvoerpijp niet op de trekondebreker steunen. rookgasverzamelkaprookgasklep
5 2. INSTRUCTIES VOOR IN BEDRIJF STELLEN 2. 1 Het vullen van de boiler • Controleer of de aftapkraan van de boiler gesloten is. • Open de hoofdkraan van het water en daarna alle warmwatertappunten, zodat de in de installatie en boiler aanwezige lucht kan ontsnappen. • Vul de boiler door de koudwater-toevoerkraan open te draaien. De boiler is gevuld zodra er water uit alle warmwatertappunten stroomt. 2. 2 In bedrijf stellen • Open de koudwater-toevoerkraan en controleer of de boiler geheel is gevuld met water door de dichstbijzijnde warmwaterkraan open te draaien. • Verwijder de afdekkap van de regelthermostaat. • Draai temperatuurschijf van de regelthermostaat (figuur 6) in de laagste temperatuurstand, door deze zo ver mogelijk linksom te verdraaien. figuur 6 figuur 7 • Open de gaskraan in de gastoevoerleiding. • Schakel de elektrische voeding in.
• Bij toestellen voorzien een schakelklok moet deze eerst geprogrammeerd worden, zie paragraaf 2. 6. • Draai de temperatuurschijf van de regelthermostaat rechtsom naar de gewenste temperatuurinstelling. Bij toestellen voorzien van een rookgasklep wordt deze nu geopend. Vervolgens wordt de aansteekbrander automatisch ontstoken. Zodra de aansteekvlam is gesignaleerd wordt de gasklep naar de hoofdbrander geopend en wordt de hoofdbrander door de aansteekbrander ontstoken. N. B. Bij de eerste inbedrijfstelling zal ontsteking van de aansteekbrander meestal mislukken in verband met lucht in de gasleiding. Is er binnen de ontstekingsfase van (90 sec. ) geen vlamsignaal, dan zal de ontsteekautomaat na een wachttijd (15 sec. ) een tweede en derde poging uitvoeren Is er dan nog geen vlamsignaal dan zal de ontsteekautomaat in vergrendeling gaan.
In geval de aansteekbrander staat af te blazen dient deze met behulp van de stelschroef op het gasblok afgesteld te worden. • Plaats de afdekkap op de regelthermostaat • Controleer de branderdruk (figuur 7), raadpleeg hiervoor tabel 1 • Controleer de aansluitingen van de hoofdbrander- en aansteekbranderleiding in het gasblok op dichtheid. • Laat de boiler 10 minuten branden en controleer dan alle draadverbindingen in de tank op dichtheid.
6 N. B. Direct na het in bedrijf stellen van de boiler of bij zeer hoog waterverbruik (dus snelle bijvulling van koudwater), kan condensatie op de nog koude bodem van de tank optreden. Er kunnen dan druppels water op het branderbed terechtkomen, hetgeen een sissend geluid veroorzaakt. Dit verschijnsel is normaal en zal zodra de bedrijfstemperatuur is bereikt verdwijnen. 2. 3 Regeling van de watertemperatuur Aan de voorzijde van de boiler bevindt zich de regelthermostaat waarmee de gewenste watertemperatuur tot maximaal 82°C is in te stellen. Hoe lager de ingestelde watertemperatuur des te minder is er kans op kalkafzetting (minder onderhoud), terwijl het de levensduur van de boiler ten gunste beïnvloedt. Verder is het risico van verbranding bij tappen gering (denk aan kinderen, minder-validen en bejaarden).
Om de vorming van legionella-bacteriën tegen te gaan moet de temperatuur echter tenminste op 60°C zijn ingesteld. Naast de regelthermostaat zit de maximaal beveiliging. Zodra deze maximaal beveiliging in werking heeft moeten treden, wordt de gastoevoer naar zowel hoofdbrander als aansteekbrander volledig afgesloten. De maximaal beveiliging moet dan met de reset-knop weer ontgendeld worden. Bij de GBS uitvoering brandt de rode LED as de maximaal beveiliging ingrijpt. 2. 4 Buiten bedrijf stellen Schakel de elektrische voeding uit en zet de gastoevoerknop in de positie “OFF”. Draai vervolgens de gaskraan in de toevoerleiding dicht. Bij vorstgevaar dient de boiler leeg te zijn. 2. 5 Aftappen van de boiler Moet de boiler om welke reden dan ook worden afgetapt, dan moet als volgt te werk worden gegaan: • Zet de gastoevoerknop in de positie “OFF”. • Sluit de gaskraan in de toevoerleiding.
• Sluit de waterkraan in de koudwatertoevoer af. • Open een van de warmwaterkranen, welke zich op een hoger gelegen punt bevindt dan de boiler, waardoor het warmwaterleidinggedeelte ontlucht wordt. • Open de aftapkraan van de boiler, waarna het toestel leegloopt.
Let goed op, het uitstromende water kan zeer heet zijn. N. B. Indien de boiler boven het niveau van de tappunten staat opgesteld zal in de het losdraaien van een van de wateraansluitingen aan de bovenzijde van de boiler nodig zijn om het toestel te kunnen laten leeglopen. 2. 6 Bediening schakelklok (optie) 2. 6. 1 Invoeren van de actuele tijd Men moet ervan uitgaan, dat de accu van de schakelklok leeg is wanneer deze voor het eerst in bedrijf wordt genomen. Zodra de elektrische voeding is ingeschakeld kan het twee minuten duren voordat de segmenten in het display oplichten. • Druk met een stift op de “ Reset “ toets, kortstondig verschijnen alle segmenten in het display daarna verschijnt de tijdsaanduiding 00:00. • Druk op de toets “ “ en houdt deze ingedrukt terwijl gelijktijdig met de toets “ Day ” de actuele dag wordt ingevoerd. 1 = maandag, 2 = dinsdag. 7 = zondag.
7 • Houdt de toets “ “ terwijl gelijktijdig met de toetsen “ h “ en “ m “ de actuele tijd in resp. uren en minuten wordt ingevoerd. • Na het loslaten van toets “ “ ligt de tijdsaanduiding vast. Met de toets “ ±1h “ kan de zomer c. q. wintertijd worden ingesteld. Bij de eerste maal indrukken (met een stift) wordt er over geschakeld op zomertijd; de actuele tijd wordt nu één uur vooruit gezet en links boven in het display verschijnt +1h. 2. 6. 2 Invoeren van de schakeltijden In het totaal kunnen er 10 schakelblokken worden geprogrammeerd, in een schakelblok wordt het tijdstip van in- en van uitschakelen met bijbehorende dag(en) geprogrammeerd.
Het is mogelijk een schakelblok voor één dag te programmeren of voor de volgende dagblokken: - maandag t/m zondag 1 2 3 4 5 6 7 - maandag t/m zaterdag 1 2 3 4 5 6 - maandag t/m vrijdag 1 2 3 4 5 - zaterdag en zondag 6 7 Verder wordt de schakeltoestand ingevoerd, hiervoor verschijnen de volgende symbolen in het display: = aan = uit 1. Druk éénmaal op toets “ Prog. “, in het display verschijnt --:--. 2. Voer nu met de toetsen “ h “ en “ m “ de gewenste inschakeltijd in. 3. Voer met de toets “ Day “ de gewenste dag c. q. dagblok in. 4. Druk éénmaal op toets “ “, in het display verschijnt ten teken dat het hier om de inschakeltijd gaat. 5. Druk éénmaal op toets “ Prog. “, in het display verschijnt --:--. 6. Voer nu met de toetsen “ h “ en “ m “ de gewenste uitschakeltijd in. 7. Voer met de toets “ Day “ de gewenste dag c. q. dagblok in. 8.
Druk tweemaal op toets “ “, in het display verschijnt ten teken dat het hier om de uitschakeltijd gaat. 9. Herhaal de stappen 1 t/m 8 voor het programmeren van de overige schakelblokken. 10. Druk op toets “ “ nadat het laatste schakelblok is ingevoerd. De schakelklok is nu in de actuele bedrijfstoestand en de boiler komt alleen nog in bedrijf tijdens de ingevoerde schakelblokken. 2. 6.
3 Lezen - veranderen - wissen Lezen: Met de toets “ Prog. “ kunnen stap voor stap de geprogrammeerde schakeltijden gelezen worden. Druk op toets “ “ om weer terug te keren naar tijdsaanduiding en actuele bedrijfstoestand. Veranderen: Ga met de toets “ Prog. “ naar het schakelblok dat veranderd moet worden. Voer de wijzigingen in zoals beschreven in de stappen 2 t/m 8 in paragraaf 2. 6. 2. Druk op toets “ “ om weer terug te keren naar tijdsaanduiding en actuele bedrijfstoestand. Wissen: Ga met toets “ Prog. “ naar het schakelblok dat gewist moet worden. Druk een aantal malen op de toetsen “ h “ en “ m “ totdat er --:-- in het display verschijnt. Het schakelblok is nu gewist. Houd de toets “ “ enkele seconden ingedrukt om weer terug te keren naar tijdsaanduiding en actuele bedrijfstoestand.
8 2.6.4 Handmatig bedienen van de schakelklok Met de toets “ “ kan de schakelklok handmatig worden bediend. • Wordt 1 maal op de toets “ “ gedrukt dan verandert de actuele bedrijfstoestand; was de boiler in bedrijf dan wordt deze uit bedrijf gesteld, was de boiler buiten bedrijf dan wordt deze in bedrijf gesteld. In het display verschijnt het symbool in combinatie met of ten teken dat de boiler in bedrijf resp. uit bedrijf is. Bij het eerst volgende schakelblok schakelt de klok weer over op het ingevoerde programma. • Wordt 2 maal op de toets “ “ gedrukt dan blijft de boiler permanent in bedrijf. In het display verschijnt . • Wordt 3 maal op de toets “ “ gedrukt dan blijft de boiler permanent buiten bedrijf. In het display verschijnt . • Om de boiler weer volgens het ingevoerde programma te laten functioneren drukt men net zolang op de toets “ “ totdat in het display verschijnt.
9 3. ONDERHOUD De tank van de boiler moet regelmatig worden doorgespoeld. Bij normaal warmwaterverbruik en in een gebied waar niet te hard water is, moet doorspoelen minstens eenmaal per kwartaal geschieden. In gebieden met hard water is doorspoelen eenmaal per maand een vereiste. Open de aftapkraan en laat zolang water uit de boiler stromen, totdat er met het water geen kalkbezinksel meer meekomt. Mocht er door intensief gebruik van de boiler en/of kwaliteit van het water toch ketelsteen op de bodem van de tank vastzitten, dan is ontkalken van de boiler noodzakelijk. Hiertoe bevindt zich onderaan de tank een reinigingsopening. Nadat de deksel van de reinigingsopening geopend is dient bij montage altijd een nieuwe pakking te worden toegepast. Wordt kalk niet tijdig uit de tank verwijderd dan kan dit leiden tot het lek raken van de tank.
Controle van kalkafzetting in de tank moet minimaal 1 maal per jaar plaats vinden. Wanneer tijdens het branden van de boiler een bonkend geluid wordt waargenomen, dan duidt dit op kalkaanslag op de bodem van de tank, dit dient dan verwijderd te worden. Dit geluid is overigens ongevaarlijk. N. B. Indien ondeugdelijke ontkalkingsmiddelen en methoden worden toegepast, vervallen alle garantie-aanspraken op de tank. Eenmaal per jaar dienen bovendien de volgende onderhoudswerkzaamheden aan de boiler te geschieden : 1. rookgaskanaal controleren op vervuiling. 2. hoofd- en aansteekbrander, en wervelstrip schoonmaken. De tank van de boiler wordt kathodisch beschermd tegen corrosie door de in de tank aanwezige magnesium anodestaven, optioneel kunnen de boilers zijn uitgerust met de permanente Correx anode.
Voor de levensduur van de boiler is het belangrijk de regelmatig anodes te controleren, zie paragraaf 3. 1 en 3. 2. Bij vervanging van onderdelen mogen slechts originele, door de fabrikant aangegeven onderdelen worden toegepast. Componenten welke zijn verzegeld mogen niet worden versteld of worden gedemonteerd.
Wanneer van een wateronthardingsinstallatie gebruik gemaakt wordt, dient men er rekening mee te houden, dat ten gevolge van de opgeloste zouten en/of andere chemische middelen de levensduur van de tank aanmerkelijk kan worden verkort. Tevens moet dan een frequentere controle van de magnesium anodestaven plaats vinden. De hardheid van het water moet tenminste 4°D zijn. 3. 1 Magnesium anodes Het tijdsbestek waarna de magnesium anodes moeten worden vervangen, hangt voornamelijk af van de kwaliteit van het water. Het is daarom noodzakelijk de anodes minimaal 1 maal per jaar te controleren. De anodestaven zijn gemonteerd boven in de tank. Om de anodestaven te bereiken moet de bovendeksel worden verwijderd. Bij de modellen EBW 145, 360 en 500 moet vervolgens de deksel van de rookgasverzamelkap worden verwijderd.
Bij de modellen EBW 160, 200, 250 en 275 bevinden de anodes zich aan weerszijde van de rookgasverzamelkap, onder de isolatie. Indien een anode voor meer dan 40% in oplossing is gegaan, moet deze worden vervangen. Indien een anode bedekt is met een aanslag dient deze gereinigd te worden.
10 3.2 Correx anode Controleer met het onderhoud de werking van de Correx anode. Een groen lampje op de potentiostaat geeft aan dat de Correx anode goed functioneert. Een rood lampje op de potentiostaat geeft een storing aan, ga als volgt te werk: - Haal de aardkabel en een van de kabels van de Correx anodes los. - Houdt de uiteinden in een bakje met water, indien het lampje groen wordt is vermoedelijk de Correx anode vervuild en moet deze gereinigd worden. - Blijft het lampje rood dan is de potentiostaat defect en moet deze vervangen worden.
15 8. STORINGSSLEUTEL 8.1 Toestellen met rookgasklep: de rookgasklep opent niet Staat de thermostaat warmtevragend? nee → Controleer de instelling en stel deze eventueel bij. ja ↓ Bij toestellen met schakelklok: Is er warmtevraag van de schakelklok? nee → Controleer de instelling en stel deze eventueel bij. ja ↓ Is er spanning (24 VAC) aanwezig aan de secundaire zijde van de transformator? nee → Vervang de transformator. ja ↓ Zijn de contacten 1 en 2 van de regelthermostaat gesloten? nee → Vervang de regelthermostaat. ja ↓ Neem de gele kabels op de contacten 4 en 5 van de schakelklok los en verbind deze met elkaar door. ↓ Opent de rookgasklep nu? nee → Vervang de rookgasklep. ja ↓ Vervang de schakelklok.
16 8.2 Er is geen vonk bij de aansteekbrander Bij toestellen met rookgasklep: Verbreek de verbinding tussen de steker van de rookgasklep en de contra-steker van de boilerkabel. Maak een doorverbinding tussen de gele en zwarte draad in de boilerkabel. Dit kan gedaan worden m.b.v. de los bijgeleverde overbruggingsteker. ↓ Functioneert de boiler met deze doorverbinding? ja → Vervang de rookgasklep. nee ↓ Verbind de steker van de rookgasklep weer met de contra-steker van de boilerkabel. Schakel de elektrische voeding uit. ↓ Is de ontstekingskabel of het keramische deel van de ontstekingselektrode bros of gebarsten? ja → Vervang de aansteekbrander. nee ↓ Is de afstand tussen ontstekingselektrode en aansteekbrander 2,5 mm? nee → Stel de afstand tussen elektrode en aansteekbrander af op 2,5 mm. ja ↓ Vervang de ontstekingsautomaat.
17 8.3 Ontstekingsvonk is aanwezig maar de aansteekbrander wordt niet ontstoken Is er spanning (24 VAC) tussen de klem PV en klem PV/MV op de ontsteekautomaat? nee → Vervang de ontsteekautomaat. ja ↓ Is de gasleiding goed ontlucht? nee → Ontlucht de gasleiding. ja ↓ Is de voordruk juist? (min. 20 mbar, max. 30 mbar) nee → Stel de voordruk op de juiste waarde in. ja ↓ Is er vonkoverslag in de gasstroom van de aansteekbrander? nee → Stel de ontstekingselektrode zodanig af dat de vonkoverslag in de gasstroom plaats vindt. Stel de afstand tussen elektrode en aansteekbrander af op 2,5 mm. ja ↓ Controleer de aansteekbrander op vervuiling. ↓ Is de aansteekbrander vervuild. ja → Reinig of vervang de aansteekbrander. nee ↓ Vervang het gasblok.
18 8.4 De aansteekbrander brandt maar de hoofdbrander wordt niet ontstoken Neem de rode en blauwe kabel los van de klemmen 3 en 4 op de thermostaat en verbind deze met elkaar door. (De kabels mogen geen contact meer hebben met de klemmen van de thermostaat) ↓ Komt de hoofdbrander nu in bedrijf? ja → Vervang de thermostaat. nee ↓ Is de gasleiding goed ontlucht? nee → Ontlucht de gasleiding. ja ↓ Is de voordruk juist? (min. 20 mbar, max. 30 mbar) nee → Stel de voordruk op de juiste waarde in. ja ↓ Staat de aansteekbrander af te blazen ja → Stel de aansteekbrander af. nee ↓ Is de ionisatiekabel of het keramische deel van de ionisatie-elektrode bros of gebarsten? ja → Vervang de aansteekbrander. nee ↓ Is er spanning (24 VAC) tussen klem MV en klem PV/MV van de ontsteekautomaat? ja → Vervang het gasblok nee ↓ Vervang de ontsteekautomaat.
19 9. GARANTIE VOORWAARDEN Indien deze SENTRY gasboiler is geïnstalleerd en afgesteld volgens de voor deze boiler geldende installatie- en bedieningsvoorschriften en onderhouden volgens de voor deze boiler geldende onderhoudsinstructies en indien de watertoevoer is voorzien van een nieuwe goedwerkende inlaatcombinatie welke de boiler beschermt tegen te hoge druk, zal Baxi BV: Voor de tijd van één jaar na datum van de installatie onderdelen, welke na onderzoek door Baxi BV defect blijken te zijn ten gevolge van materiaal- en/of fabricagefouten, naar eigen keuze vervangen of repareren. Voor de tijd van drie jaar na datum van de installatie een nieuwe en op dat moment gangbare boiler van gelijke capaciteit en kwaliteit beschikbaar stellen, indien onderzoek door Baxi BV uitwijst dat de tank lekt ten gevolge van materiaal- en/of fabricagefouten.
Levering van de vervangende onderdelen of boiler geschiedt franco. Alle overige kosten verbonden aan het uitwisselen van de onderdelen of de boiler zijn voor rekening van de koper. Voor de nieuw geleverde onderdelen of boiler geldt de nog niet verstreken garantie periode van de oorspronkelijk geïnstalleerde boiler. Deze garantie vervalt indien: a. De boiler niet goed, of geheel niet functioneert ten gevolge van ondeskundige installatie, gebruik of reparatie, of ten gevolge van beschadiging door brand, overstroming of dergelijke. b. De boiler op welke wijze dan ook, gemodificeerd of gewijzigd is. c. De boiler niet op de oorspronkelijke plaats geïnstalleerd blijft. d. Er in de tank een hogere waterdruk is opgetreden dan de op typeplaat van de boiler vermelde maximale werkdruk. e. De boiler heeft gefunctioneerd zonder kathodische bescherming. f.
Kalk en ketelsteen niet regelmatig uit de boiler is verwijderd. g. De boiler niet goed, of geheel niet functioneert, ten gevolge van de aanwezigheid van chemische dampen in de verbrandingslucht. h. Onthard water zachter dan 4°D is toegevoerd aan de boiler.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Lochinvar SLN125 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Boiler Lochinvar
Handleiding Boiler
Nieuwste handleidingen voor Boiler