Lincoln Electric Wave AC/DC 1000SD Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Lincoln Electric Wave AC/DC 1000SD (35 pagina’s), behorend tot de categorie Lasapparaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Lincoln Electric Wave AC/DC 1000SD of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Lincoln Electric |
| Categorie: | Lasapparaat |
| Model: | Wave AC/DC 1000SD |
Handleiding Lincoln Electric Wave AC/DC 1000SD – volledige tekst
Nederlands Nederlands II 12/05 WIJ DANKEN U voor uw keuze voor de KWALITEITSPRODUCTEN van Lincoln Electric. Controleer de verpakking en apparatuur op beschadiging. Claims over transportschade moeten direct aan de dealer of aan Lincoln Electric gemeld worden. Voor referentie in de toekomst is het verstandig hieronder de machinegegevens over te nemen. Modelnaam, code en serienummer staan op het typeplaatje van het apparaat. Modelnaam: ………………. ……………………………. …………………………………………………………………………………………. Code en serienummer: …………………. ………………………………………………. ……………………………………………………. ……………. Datum en plaats van aankoop: …………………………………………………………………. ………………………. …………………………………………. NEDERLANDSE INHOUD Technische Specificaties. 1 Veiligheid. 3 Installatie en bediening. 4 AEEA. 29 Reserveonderdelen. 29 Adressen Geautoriseerde Ateliers. 29 Elektrisch schema. 30 Aanbevolen Accessoires. 32.
2 Ook wel “inverse time” of “thermische/magnetische" automatische zekeringen genoemd; automatische zekeringen met een vertraging van de uitschakelbewerking die vermindert wanneer de stroom toeneemt. 3 Als niet het juiste type koperdraad wordt gebruikt, kan er brand ontstaan. *Er wordt een externe filter vereist om te voldoen aan de EG- of C-Tick/RCM-vereisten voor emissies door geleiding. Hij voldoet aan de EG- en C-Tick/RCM-vereisten als een optionele externe filter wordt gebruikt (K2444-3 EG en C-Tick/RCM filterpakket).
Nederlands Nederlands 2 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) 01/11 Deze machine is ontworpen in overeenstemming met alle van toepassing zijnde bepalingen en normen. Desondanks kan het apparaat elektromagnetische storing genereren die invloed kan hebben op andere systemen zoals telecommunicatiesystemen (radio, televisie en telefoon) of beveiligingssystemen. Deze storing of interferentie kan leiden tot veiligheidsproblemen in het betreffende systeem. Lees deze paragraaf om elektromagnetische interferentie (storing), opgewekt door deze machine, te elimineren of te beperken. Deze installatie is ontworpen om in een industriële omgeving gebruikt te worden. Het is belangrijk om voor gebruik in een huiselijke omgeving aanvullende voorzorgsmaatregelen te nemen om mogelijke elektromagnetische interferentie te elimineren.
De gebruiker dient deze machine te installeren en te gebruiken zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Indien elektromagnetische interferentie voorkomt, dient de gebruiker maatregelen te nemen om deze interferentie te elimineren. Indien nodig kan hij hiervoor assistentie vragen aan Lincoln Electric. Voordat het apparaat geïnstalleerd wordt dient de gebruiker de werkplek te controleren op apparatuur die t. g. v. interferentie slecht functioneert. Let hierbij op: Primaire- en secundaire kabels, stuurstroomkabels en telefoonkabels in de directe en nabije omgeving van de werkplek en het apparaat. Radio- en/of televisiezenders en -ontvangers. Computers of computergestuurde apparatuur. Beveiligingen en besturingen van industriële processen. Meet- en ijkgereedschap. Persoonlijke medische apparatuur zoals pacemakers en gehoorapparaten.
De dimensies van het gebied waarvoor dit geldt, hangen af van de constructie en andere activiteiten die plaatsvinden. Neem de volgende richtlijnen in acht om elektromagnetische emissie van het apparaat te beperken. Sluit het apparaat op het net aan zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Indien storing optreedt, kan het nodig zijn aanvullende maatregelen te nemen zoals het filteren van de primaire spanning. De outputkabels dienen zo kort mogelijk te zijn en naast elkaar te liggen. Leg, indien mogelijk, het werkstuk aan aarde om elektromagnetische emissie te beperken. De gebruiker moet controleren of het aan aarde leggen van het werkstuk gevolgen heeft voor het functioneren van apparatuur en de veiligheid van personen. Het afschermen van kabels in het werkgebied kan elektromagnetische emissie beperken. Dit kan bij speciale toepassingen nodig zijn.
WAARSCHUWING De EMC-classificatie van dit product is klasse A in overeenstemming met de norm inzake elektromagnetische compatibiliteit EN 60974-10 en dus is het product ontworpen om enkel gebruikt te worden in een industriële omgeving. WAARSCHUWING De uitrusting van Klasse A is niet bestemd voor gebruik op residentiële plaatsen waar de elektrische energie geleverd wordt door het openbaar laagspanningsnet. Er kunnen problemen rijzen bij het garanderen van de elektromagnetische compatibiliteit op die plaatsen, te wijten aan elektrische en radiofrequentiestoringen.
Nederlands Nederlands 3 Veiligheid 11/04 WAARSCHUWING Deze apparatuur moet gebruikt worden door gekwalificeerd personeel. Zorg ervoor dat installatie, gebruik, onderhoud en reparatie alleen uitgevoerd wordt door gekwalificeerd personeel. Lees deze gebruiksaanwijzing alvorens het apparaat te gebruiken. Het niet volgen van de instructies uit deze gebruiksaanwijzing kan letsel, dood of schade aan de apparatuur tot gevolg hebben. Lees en begrijp de volgende verklaringen bij de waarschuwingssymbolen. Lincoln Electric is niet verantwoordelijk voor schade veroorzaakt door verkeerde installatie, slecht onderhoud of abnormale toepassingen. WAARSCHUWING: Dit symbool geeft aan dat instructies uitgevoerd moeten worden om letsel, dood of schade aan de apparatuur te voorkomen. Bescherm uzelf en anderen tegen letsel.
LEES DE INSTRUCTIES GOED: Lees deze gebruiksaanwijzing alvorens het apparaat te gebruiken. Booglassen kan gevaarlijk zijn. Het niet opvolgen van de instructies uit deze gebruiksaanwijzing kan letsel, dood of schade aan de apparatuur tot gevolg hebben. ELEKTRISCHE SCHOKKEN KUNNEN DODELIJK ZIJN: Lasapparatuur genereert hoge spanning. Raak daarom de elektrode, werkstukklem en aangesloten werkstuk niet aan. Isoleer uzelf van elektrode, werkstukklem en aangesloten werkstukken. ELEKTRISCHE APPARATUUR: Schakel de voedingsspanning af m. b. v. de schakelaar aan de zekeringkast als u aan de machine gaat werken. Aard de machine conform de plaatselijke geldende normen. ELEKTRISCHE APPARATUUR: Controleer regelmatig de aansluit-, de las- en de werkstukklemkabel. Vervang kabels waarvan de isolatie beschadigd is.
Leg de elektrodehouder niet op het werkstuk of een ander oppervlak dat in verbinding met de werkstukklem staat om ongewenst ontsteken van de boog te voorkomen. ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN KUNNEN GEVAARLIJK ZIJN: Elektrische stroom, die door een geleider stroomt, veroorzaakt een lokaal elektrisch- en magnetisch veld (EMF).
EMF-velden kunnen de werking van pacemakers beïnvloeden. Personen met een pacemaker dienen hun arts te raadplegen alvorens met lassen te beginnen. EG-OVEREENSTEMMING: Deze machine voldoet aan de Europese richtlijnen. DAMPEN EN GASSEN KUNNEN GEVAARLIJK ZIJN: Lassen produceert dampen en gassen die gevaarlijk voor de gezondheid kunnen zijn. Voorkom inademing van dampen of gassen. Om deze gevaren te voorkomen moet er voldoende ventilatie of een afzuigsysteem zijn om dampen en gassen bij de lasser vandaan te houden. BOOGSTRALING KAN VERBRANDING VEROORZAKEN: Gebruik een lasscherm met de juiste lasglazen om de ogen te beschermen tegen straling en spatten wanneer u last of kijkt. Draag geschikte kleding van een vlamvertragend materiaal om de huid te beschermen.
Bescherm anderen in de omgeving door geschikte, onontvlambare afscherming van de lasboog en zeg hen niet in de lasboog te kijken of zich eraan bloot te stellen. LASSPATTEN KUNNEN BRAND OF EXPLOSIES VEROORZAKEN: Verwijder brandbare stoffen uit de omgeving en houd een geschikte brandblusser paraat. Lasvonken en hete materialen uit het lasproces kunnen gemakkelijk door kleine scheurtjes en openingen doordringen tot in naastgelegen gebieden. Niet lassen op tanks, vaten, containers of materiaal tot de juiste stappen zijn genomen om ervoor te zorgen dat er geen brandbare of giftige dampen aanwezig zijn. Deze apparatuur nooit gebruiken als er brandbare gassen, dampen of vloeibare brandbare stoffen in de buurt zijn. AAN GELASTE MATERIALEN KUNT U ZICH BRANDEN: Lassen genereert veel warmte. Aan hete oppervlakken en materialen in de werkomgeving kunt u zich lelijk branden.
Gebruik handschoenen en tangen om werkstukken en materialen in de werkomgeving vast te pakken of te verplaatsen. VEILIGHEIDSMARKERING: Deze machine is geschikt voor gebruik als voedingsbron voor lasstroom in omgevingen met een verhoogd risico en kans op elektrische aanraking.
Nederlands Nederlands 4 GASFLESSEN KUNNEN EXPLODEREN BIJ BESCHADIGING: Gebruik alleen gasflessen die het juiste beschermgas voor uw lasproces bevatten en gebruik bijbehorende reduceerventielen. Houd gasflessen altijd verticaal en zet ze vast op een vast onderstel. Verplaats of transporteer geen flessen zonder kraanbeschermdop. Voorkom dat elektrode, elektrodehouder, werkstukklem of andere elektrisch hete delen in aanraking komen met de fles. Plaats flessen ver van plaatsen met risico op beschadiging of ver van de lasprocedure met vonken en warmtebronnen. BEWEGENDE ONDERDELEN ZIJN GEVAARLIJK: In deze machine zitten bewegende mechanische onderdelen die ernstig letsel kunnen veroorzaken. Houd uw handen, lichaam en kleding uit de buurt van deze onderdelen tijdens het starten, bedienen van en onderhoud aan de machine.
APPARAAT ZWAARDER DAN 30 kg: Verplaats deze apparatuur voorzichtig en samen met een andere persoon. Optillen kan gevaarlijk zijn voor uw gezondheid. De fabrikant behoudt zich het recht voor om wijzigingen en/of verbeteringen aan te brengen aan het design zonder de plicht tegelijk ook de handleiding hoeven aan te passen. Installatie en bediening Lees dit hoofdstuk geheel alvorens het apparaat te installeren of te gebruiken. Algemene Omschrijving De Power Wave® AC/DC 1000 SD CE is een krachtige, digitaal aangestuurde stroombron voor lassen met omvormer. Hij kan wisselstroomuitgangsvermogen met variabele frequentie en amplitude, positief gelijkstroom- of negatief gelijkstroomuitgangsvermogen produceren zonder dat hij extern opnieuw aangesloten hoeft te worden.
Hij gebruikt complexe golfvormbesturing op hoge snelheid om uiteenlopende lasmodi met constante stroom en constante spanning in elk van zijn uitvoerconfiguraties te ondersteunen. De Power Wave® AC/DC 1000 SD CE-stroombron is ontworpen om deel uit te maken van een modulair lassysteem. Elke lasboog kan door één machine of door een aantal parallel aangesloten machines worden aangedreven.
Bij toepassingen met meerdere bogen kunnen de fasehoek en frequentie van verschillende machines worden gesynchroniseerd door ze met een besturingskabel met elkaar te verbinden om de prestaties te verbeteren en de effecten van blaaswerking te verminderen. De Power Wave® AC/DC 1000 SD CE is voornamelijk ontworpen om een interface te vormen met compatibele ArcLink-apparatuur. Hij kan echter ook via DeviceNet of Ethernet communiceren met andere industriële machines of bewakingsapparatuur. Het resultaat hiervan is een sterk geïntegreerde en flexibele lascel. Aanbevolen proces De Power Wave® AC/DC 1000 SD CE is ontworpen voor onder poeder lassen (SAW, OP-lassen). Dankzij zijn modulaire ontwerp kan de Power Wave AC/DC worden gebruikt voor toepassingen met een of meerdere bogen tot zes bogen.
Elke machine is in de fabriek voorgeprogrammeerd met meerdere lasprocedures ter ondersteuning van alle typen onder poeder lassen. De Power Wave® AC/DC 1000 SD CE heeft een nominaal uitgangsvermogen van 1000 ampère bij 44 volt (bij 100% inschakelduur). Als hogere stroomsterktes nodig zijn, kunnen de machines gemakkelijk in parallel worden geschakeld om 3000 ampère aan elke boog te leveren (zie de paragraaf over inschakelduur) Procesbeperkingen De Power Wave® AC/DC 1000 SD CE is alleen geschikt voor onder poeder lassen (SAW, OP-lassen). Beperkingen van de apparatuur De Power Wave® AC/DC 1000 SD kan buiten worden gebruikt. Het werktemperatuurbereik is 0 °C tot +40 °C (14 °F tot 104 °F). Enkel de MAXsa™ 22 of MAXsa™ 29 draadaandrijvingen en de MAXsa™ 10 of MAXsa™ 19 controller kunnen gebruikt worden met een K2803-1 PowerWave® AC/DC 1000 SD CE in een systeem met meerdere bogen.
Plaats en montage Plaats de lasmachine op een plek waar schone koellucht vrijuit naar binnen kan komen door de achterste louvres en naar buiten via de zijkanten en de voorkant van de kast. Zorg dat er zo min mogelijk vuil, stof of ander vreemd materiaal in de lasmachine kan trekken. Als deze voorzorgsmaatregelen niet in acht worden genomen, kan dit resulteren in te hoge bedrijfstemperaturen en vervelende uitschakelingen. Zie de Vrije-ruimtevereisten en afbeelding nr 1 hieronder. Stapelen WAARSCHUWING NIET BOVEN ONTBRANDENDE OPPERVLAKKEN PLAATSEN. Als er een ontbrandend oppervlak recht onder een stilstaand of vast gemonteerd elektrisch apparaat is, moet dit oppervlak worden bedekt met een stalen plaat van minstens 1,6 mm dikte die aan alle kanten niet meer dan 150 mm buiten de machine uitsteekt. De Power Wave® AC/DC 1000 SD CE machines kunnen niet op elkaar gestapeld worden.
Nederlands Nederlands 5 Heffen WAARSCHUWING VALLENDE APPARATUUR kan letsel veroorzaken. Alleen heffen met apparatuur met voldoende hijscapaciteit. Zorg dat de machine stabiel is bij het heffen. Hef de machine niet op aan de hijsbeugel als er een zwaar accessoire als een onderstel of gascilinder is gemonteerd. Hef de machine niet op als de hijsbeugel is beschadigd. Bedien de machine niet als hij hangt tijdens het heffen. Hef de machine alleen op aan de hijsbeugel. De hijsbeugel is ontworpen om alleen de stroombron te heffen. Doe geen poging de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE op te heffen als er toebehoren aan bevestigd zijn. Inschakelduur De Power Wave® AC/DC 1000 SD CE is in staat om te lassen aan 1000 Amp, bij 44V en 100% inschakelduur. Omgevingsbeperkingen De Power Wave® AC/DC 1000 SD CE kan buiten worden gebruikt met een IP 23-klasse.
De machine mag niet worden blootgesteld aan vallend water en er mogen geen onderdelen in water worden ondergedompeld. Dit kan ervoor zorgen dat de machine niet meer goed werkt en resulteert in een veiligheidsrisico. Het meest raadzaam is om de machine op een droge, beschutte locatie op te slaan. Vrije-ruimtevereisten Volgens de onderhoudsvereisten van de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE dient er achter de machine voldoende ruimte te zitten. Dit is vooral belangrijk als er meerdere machines moeten worden gebruikt of als de machines op een rek worden gemonteerd. Het deel aan de achterkant van de machine dat het filter en de koelventilatoren bevat schuift naar buiten om snel toegang te bieden voor de reiniging van de warmteafvoervinnen. Door de vier klemmetjes en de achterkant van de machine te verwijderen, hebt u snel toegang om de machine te reinigen en het filter te controleren.
Het filter wordt verwijderd via de rechterkant van de machine. Op locaties waar machines naast elkaar zijn geplaatst, zal de machine die het meest rechts staat, de aangegeven ruimte moet hebben aan de rechterkant om het filter te verwijderen.
Zie afbeelding 1 *: 33,00” breedte nodig voor toegang voor filteronderhoud. Afbeelding 1: Vrije-ruimtevereisten Ingangs- en aardeaansluitingen Aarding van de machine Het frame van de lasmachine moet worden geaard. Een massaklem die wordt aangeduid met een aardingssymbool, bevindt zich in de heraansluiting-/ingangtoegangsdeur voor dit doel. Raadpleeg uw plaatselijke en nationale elektrische normen voor de juiste aardingsmethodes. VERWIJDERING VAN FILTER AAN ZIJKANT VAN MACHINE.
Nederlands Nederlands 6 Ingangsaansluiting WAARSCHUWING ELEKTRISCHE SCHOKKEN kunnen dodelijk zijn Alleen een bevoegde elektricien mag de ingaande draden aansluiten op de Power Wave. Aansluitingen moeten worden gemaakt conform alle plaatselijke en landelijke elektrische voorschriften en het aansluitschema aan de binnenkant van de heraansluiting-/ingangtoegangsdeur van de machine. Als u dit niet laat doen kan dat leiden tot lichamelijk letsel of de dood. Gebruik een driefasige voedingslijn. Een toegangsgat met een diameter van 45 mm voor de voedingslijn bevindt zich op de achterkant van de kast. Sluit L1, L2, L3 en de aardingsdraad aan volgens het aansluitschema van de voedingslijnen. Overwegingen voor ingangszekeringen en voedingslijnen Zie de pagina met specificaties voor de aanbevolen zekering- en kabelformaten.
Voorzie het ingangscircuit van de aanbevolen supervertragingszekering of vertragingszekeringen (ook wel "omgekeerde tijd" of "thermische/magnetische" automatische zekeringen) genoemd. Kies de invoer- en aarddraadformaten volgens de plaatselijke of nationale elektrische voorschriften. Door zekeringen of automatische zekeringen te gebruiken die kleiner zijn dan wordt aanbevolen, kunnen er vervelende uitschakelingen ontstaan door de inschakelstroom van de lasmachine, zelfs als de machine niet wordt gebruikt bij hoge stroomsterktes. Selectie ingangsspanning Lasmachines die worden geleverd zijn aangesloten voor de hoogste ingangsspanning die vermeld wordt op de kenplaat. Zie het aansluitschema aan de binnenkant van de invoertoegangsdeur of het aansluitschema voor voedingslijnen hieronder om deze aansluiting naar een andere ingangsspanning te verplaatsen.
Als de hulpkabel (aangegeven met ‘A’) in de verkeerde positie is geplaatst, zijn er twee mogelijke resultaten. a) Als de kabel is geplaatst in een positie hoger dan de toegepaste lijnspanning, wordt de machine mogelijk helemaal niet ingeschakeld.
b) Als de hulpkabel een positie lager is geplaatst dan de toegepaste lijnspanning, wordt de lasmachine niet ingeschakeld, en gaan de twee automatische zekeringen in het heraansluitgebied open. Als dit gebeurt, moet u de ingangsspanning uitschakelen, de hulpkabel goed aansluiten, de automatische zekeringen resetten en opnieuw proberen. Voedingslijnaansluiting voor K2803-1 WAARSCHUWING ELEKTRISCHE SCHOKKEN KUNNEN DODELIJK ZIJN: Werk niet met het apparaat terwijl deksels zijn verwijderd. Schakel de machine uit voordat u onderhoud uitvoert. Raak geen onder spanning staande delen aan. Alleen bevoegde personen mogen deze apparatuur installeren, gebruiken of onderhouden Spanning = 380-415 V Spanning = 440-460V Spanning = 500 V Spanning = 550-575 V.
Nederlands Nederlands 7 Systeemaansluiting Systeemoverzicht De stroombron van de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE is ontworpen om deel uit te maken van een modulair lassysteem dat gewoonlijk bestuurd wordt door een MAXsa™ 10 Controller of door een Programmable Logic Controller (PLC) van de klant. Elke lasboog kan worden aangedreven door een enkele stroombron of door meerdere stroombronnen die parallel zijn aangesloten. Het werkelijke aantal stroombronnen per boog is afhankelijk van de toepassing. Wanneer slechts één stroombron is vereist voor een booggroep, moet deze als een master worden geconfigureerd. Wanneer parallelle machines zijn vereist, wordt er één aangewezen als de master en de rest als slaves. De synchroniserende connectors voor parallel geplaatste machines bevinden zich op de achterkant van de stroombron.
De master beheert de wisselstroomschakeling voor de booggroep en de slaves reageren overeenkomstig. Zie afbeelding 3 hieronder. Wanneer de bogen worden toegepast in een wisselstroomsysteem met meerdere bogen, moeten ze met elkaar worden gesynchroniseerd. De master voor elke boog kan worden geconfigureerd om een aangegeven extern synchronisatiesignaal te volgen om de frequentie en balans te bepalen. De synchroniserende connectors aan de achterkant van de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE, bieden de middelen om de wisselstroomgolfvormen van maximaal zes verschillende bogen met een algemene draagfrequentie te synchroniseren (zie afbeelding 3). Het bereik van deze frequentie ligt tussen 20 hertz en 100 hertz. Deze kan ook de fasehoek tussen bogen beheren om de effecten van lasgerelateerde problemen te verminderen, zoals "blaaswerking".
De relatie boog-tot-boogfase wordt bepaald door de timing van het synchronisatiesignaal van elke boog ten opzichte van het synchronisatiesignaal van ARC 1. DIP-schakelaars op het bedieningspaneel van elke machine moet worden ingesteld om te identificeren als een leidende master, volgende master of slave. Zie afbeelding 2.
Afbeelding 2: Instellingen voor DIP-schakelaars In een typisch systeem met meerdere bogen wordt elke boog bestuurd door zijn eigen MAXsa™10 Controller. De basiseigenschappen van de afzonderlijke bogen, zoals draadaanvoersnelheid (DAS), amplitude en afwijking, worden plaatselijk ingesteld door de aangewezen controller van elke boog. De parameters van frequentie, balans en faseverschuiving van elke boog worden gecontroleerd door de MAXsa™ 10 controller voor ARC 1 (leidende master). OPMERKING: De K2803-1 Power Wave® AC/DC 1000® SD is achterwaarts compatibel met de K2344-2 Power Wave® AC/DC 1000 in een tandemsysteem of in systemen met meerdere bogen. De K2803-1 en K2344-2 machines kunnen niet parallel aangesloten worden. Parallel aangesloten machines moeten van hetzelfde type zijn.
Er is een K1805-1 (adapterkabel met 14 tot 22 pins) nodig voor de verbinding met het K2282-1 systeeminterface in deze opstellingen. Een PLC-interface is een alternatieve besturingsmethode voor grotere systemen. De PLC wordt doorgaans via DeviceNet direct aangesloten op de hoofdstroombron van elke booggroep in het systeem. De MAXsa™ 19 controller is nodig om de draadaandrijving van stroom te voorzien. Neem contact op met de Lincoln Electric-winkel bij u in de buurt voor meer informatie. De aansluitschema's beschrijven de indeling van diverse gangbare systemen, zoals met meerdere bogen en naast elkaar geplaatste machines. Elk systeem heeft ook een controlelijst voor stapsgewijze installatie. LEIDENDE MASTER VOLGENDE MASTER SLAVE.
Open de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE-voorpanelen en controleer de instellingen voor DIP-schakelaars volgens de sticker op het paneel. De fabrieksinstelling is “leidende master”. (zie afbeelding #2: Instellingen voor DIP-schakelaars). Sluit het ingaand vermogen aan op de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE volgens de aanbevolen richtlijnen. Schakel de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE in en controleer of alle statuslampjes van het systeem ononderbroken groen zijn. Selecteer een lasproces en configureer de start- en eindopties.
Sluit de lasdraden aan of installeer ze volgens de aanbevolen "richtlijnen voor uitgangskabels". (zie Tabel1: Richtlijnen voor uitgangskabels). Open de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE-voorpanelen en configureer de instellingen van de DIP-schakelaars volgens de sticker op het paneel (zie afbeelding #2: Instellingen voor DIP-schakelaars). Sluit het ingaand vermogen aan op de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE-eenheden volgens de aanbevolen richtlijnen. Schakel de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE in en controleer of alle statuslampjes van het systeem ononderbroken groen zijn. Ga na of alle apparatuur is bijgewerkt met de nieuwste software voordat de installatie plaatsvindt (www.powerwavesoftware.com). Schakel de OP-lassencelconfigurator in op PC Tools (zie het deel accessoires in deze handleiding of ga naar www.powerwavesoftware.com).
Nederlands Nederlands 15 CONTROLELIJST PARALLELVERBINDING (zie aansluitschema parallelverbinding) Plaats de Power Wave® AC/DC 1000® SD-eenheden op de geschikte werklocatie. Monteer de MAXsa™ 10 controller. Installeer de MAXsa™ 22 draadaandrijving en andere accessoires in hun werklocaties. De MAXsa™ controller moet aangesloten worden op de masterstroombron. Sluit de K2683-xx Heavy Duty ArcLink controlekabel (5 pins) aan tussen de Power Wave en de MAXsa™ 10 controller. Sluit de K1785-xx draadaanvoerunitcontrolekabel (14 pins) aan tussen de MAXsa™ 10 controller en de MAXsa™ 22 aanvoerunit. Sluit een (14-pins) besturingskabel van de K1785-xx-draadaanvoerunit tussen de twee stroombronnen aan (bovenste connectors). Installeer de elektrodedetectiedraad (67) op het aanvoerapparaat en de werkdetectiedraad (21) van de Lead Power Wave® AC/DC 1000 SD CE-master volgens de richtlijnen.
Sluit de lasdraden aan of installeer ze op zowel de “master”- als de “slave”-machine volgens de aanbevolen "richtlijnen voor uitgangskabels" zie Tabel1: Richtlijnen voor uitgangskabels). Open de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE-voorpanelen en configureer de instellingen van de DIP-schakelaars volgens de sticker op het paneel (zie afbeelding #2: Instellingen voor DIP-schakelaars). Sluit het ingaand vermogen aan op de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE-eenheden volgens de aanbevolen richtlijnen. Schakel de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE in en controleer of alle statuslampjes van het systeem ononderbroken groen zijn.
Ga na of alle apparatuur is bijgewerkt met de nieuwste software voordat de installatie plaatsvindt (www.powerwavesoftware.com) Schakel voor tandemopstellingen de OP-lassencelconfigurator in op PC Tools (zie het deel "Accessoires" in deze handleiding of ga naar www.powerwavesoftware.com). Selecteer een lasproces en configureer de start- en eindopties.
Open de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE-voorpanelen en configureer de instellingen van de DIP-schakelaars volgens de sticker op het paneel. De fabrieksinstelling is “leidende master” (zie Afbeelding #2). Sluit het ingaand vermogen aan op de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE volgens de aanbevolen richtlijnen. Schakel de Power Wave® AC/DC 1000 SD in en controleer of alle statuslampjes van het systeem ononderbroken groen zijn. DeviceNet PLC-gestuurde systemen: Schakel de lasmanager in. Sluit elke Arc Master aan op de stroombron. Onder Netwerkinstellingen -> DeviceNet-> Configuratie, configureer het DeviceNet MAC-adres en de baud-waarde. Schakel de lasmanager in. Sluit elke Arc Master aan op de stroombron. Onder Aanvoerapparaatinstellingen -> Draadaanvoerunit, controleer of de juiste draadaanvoerunit en overbrengingsverhouding zijn geselecteerd.
Nederlands Nederlands 18 Elektrode- en werkstukaansluitingen Algemene richtlijnen Door de unieke schakelstructuur van de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE kan deze positieve gelijkstroom, negatieve gelijkstroom of wisselstroomuitvoergolfvormen produceren zonder dat de werkstuk- en elektrodedraden opnieuw geplaatst hoeven te worden. Bovendien zijn er geen DIP-schakelaarwijzigingen nodig om om te schakelen tussen de verschillende polariteiten. Dit wordt allemaal intern bestuurd door de Power Wave® AC/DC 1000 CE en uitsluitend gebaseerd op de lasmodusselectie. De aanbevelingen hierna gelden voor alle uitvoerpolariteiten en lasvormen: Kies de geschikte kabelformaten op basis van de onderstaande “richtlijnen uitgangskabels”. Excessieve spanningsval veroorzaakt door te kleine laskabels en slechte verbindingen resulteert vaak in lasprestaties die niet naar tevredenheid zijn.
Gebruik altijd de grootste laskabels (elektrode en werkstuk) die praktisch zijn en zorg ervoor dat alle aansluitingen schoon zijn en strak vast zitten. Opmerking: Excessieve warmte in het lascircuit duidt op te kleine kabels en/of slechte aansluitingen. Leid alle kabels rechtstreeks naar het werkstuk en de draadaanvoerunit, vermijd excessieve lengtes en rol het teveel aan kabel niet op. Leid de elektrode- en werkstukkabels zodanig dat ze vlak bij elkaar liggen om het kringgebied te minimaliseren en zo ook de inductantie in het lasgebied. Las altijd in tegengestelde richting van de werkstukaansluiting (aardverbinding).
Sluit het andere uiteinde van de elektrodekabel(s) aan op het lipje van het contactmondstuk. Zorg ervoor dat de aansluiting op het mondstuk een strak metaal-op-metaal elektrisch contact maakt. Werkstukaansluitingen Sluit kabel(s) aan die voldoende dik en lang zijn (volgens Tabel 1) tussen de "WERKSTUK"aansluitingen (achter de dekplaat in de achterste hoek rechtsonder) en het werkstuk. Zorg ervoor dat de aansluiting op het werkstuk een strak metaal-op-metaal elektrisch contact maakt. OPMERKING: Bij parallelle toepassingen en/of toepassingen met meerdere bogen met zeer lange elektrodekabels, moet een algemene busverbinding worden gebruikt. De algemene elektrodeverbinding minimaliseert spanningsval die gepaard gaat met resistieve verliezen in het elektrodepad. Deze moet van koper zijn gemaakt en zo dicht mogelijk bij de stroombronnen worden geplaatst (zie afbeelding 4). A.
Gemeenschappelijk aansluiting (dicht bij de stroombronnen) B. Werkstuk Afbeelding 4 Kabelinductantie en de effecten ervan op het lassen Excessieve kabelinductantie leidt tot een slechter wordende lasprestatie. Er zijn meerder factoren die bijdragen aan de algehele inductantie van het bekabelingssysteem, zoals het kabelformaat en lusgebied. Het lusgebied wordt gedefinieerd door de afscheidingsafstand tussen de elektrode en de werkkabels en de algehele afstand van de laslus. De lengte van de laslus wordt gedefinieerd als de totale lengte van de elektrodekabel (A) + de werkkabel (B) + het werkpad (C) (zie afbeelding 6 hieronder). Om inductantie te minimaliseren moet u altijd de juiste kabelformaten gebruiken en waar mogelijk de elektodekabel en de werkkabels dichtbij elkaar laten lopen om het lusgebied zo klein mogelijk te maken.
Nederlands Nederlands 19 oprollen. Voor lange lengtes van het werkobject moet een glijdende ondergrond worden overwogen om de totale lengte van de laslus zo kort mogelijk te houden. Afbeelding 6 Aansluitingen detectiedraad op afstand Overzicht spanningsdetectie De beste boogprestaties worden verkregen wanneer de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE nauwkeurige gegevens heeft over de boogomstandigheden. Afhankelijk van het proces kan inductantie in de elektrode- en werkkabels de relatieve spanning op de aansluitingen van de lasmachine beïnvloeden en een groot effect op de prestaties hebben. U gaat dit negatieve effect te lijf door spanningsdetectiedraden op afstand te gebruiken om de nauwkeurigheid van de boogspanningsinformatie te verbeteren die aan het bedieningspaneel wordt geleverd.
Er zijn een aantal verschillende detectiedraadconfiguraties die gebruikt kunnen worden afhankelijk van de toepassing. Bij zeer kwetsbare toepassingen kan het nodig zijn om kabels met de detectiedraden uit de buurt van de elektrode en werkstuklaskabels te leiden. WAARSCHUWING Als de spanningsdetectie op afstand wel is ingeschakeld maar de detectiedraden ontbreken, zijn niet goed aangesloten of de elektrodepolariteit is onjuist geconfigureerd, kan er een extreem verhoogde lasuitvoer optreden. Spanningsdetectie elektrode De externe detectiedraad (67) van de ELEKTRODE is in de besturingskabel van de draadaanvoerunit (K1785) ingebouwd en is toegankelijk bij de draadaandrijving. De draad moet altijd zijn aangesloten op de contacteenheid waarop de laskabel is aangesloten.
Het in- of uitschakelen van de spanningsdetectie van de elektrode is toepassingsspecifiek en wordt automatisch via software geconfigureerd. Werkspanningsdetectie Voor de meeste toepassingen wordt het gebruik van een werkspanningsdetectiedraad op afstand aanbevolen. Wanneer de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE de fabriek verlaat, is de werkspanningsdetectiedraad op afstand ingeschakeld.
Deze moet op het werkstuk zo dicht mogelijk bij de lasser zijn bevestigd, maar buiten het stroompad van de lasser. Ga voor meer informatie over het plaatsen van de werkspanningsdetectiedraden naar de sectie genaamd "Spanningsdetectieoverwegingen voor systemen met meerdere bogen". Toegang tot de WERKdetectiedraad op afstand (21) vindt u op de connector van de WERKspanningsdetectiedraad met vier pins op het achterpaneel van de Power Wave AC/DC 1000 SD CE. OPMERKING: Alle machines van een bepaalde booggroep (master en slaves) staan in relatie met de spanningsdetectiedraad van de mastermachine. WAARSCHUWING Sluit de WERKdetectiedraad nooit aan op twee verschillende locaties. WAARSCHUWING ELEKTRISCHE SCHOKKEN kunnen dodelijk zijn. Elektrisch geladen onderdelen of elektroden niet aanraken met de huid of met natte kleding. Isoleer uzelf van het werkstuk en de aarde.
Sluit bij lengtetoepassingen alle werkdraden op het ene uiteinde van het lasobject aan en alle werkspanningsdetectiedraden aan op het tegenoverliggende uiteinde van het lasobject. Voer het lassen uit in de richting weg van de werkdraden en naar de detectiedraden toe. Zie afbeelding 7.
Nederlands Nederlands 20 1. Werkrichting 2. Sluit alle detectiedraden aan op het uiteinde van de las. 3. Sluit alle werkdraden aan op het begin van de las. Afbeelding 7 Slechte aansluiting Elektrische stroming van boog #1 beïnvloedt detectie #2. Elektrische stroming van boog #2 beïnvloedt detectie #1. Geen van beide detectiedraden detecteert de juiste werkspanning, wat starten en inactiviteit van de lasboog veroorzaakt. Betere aansluiting Detectie #1 wordt alleen beïnvloedt door lasstroom van boog #1. Detectie #2 wordt alleen beïnvloedt door lasstroom van boog #2. Door spanningsval over het hele werkobject kan de boogspanning laag zijn, waardoor mogelijk moet worden afgeweken van standaard procedures. Beste aansluiting Beide detectiedraden zijn buiten de stroompaden. Beide detectiedraden detecteren de boogspanning nauwkeurig.
Geen spanningsval tussen de boog en de detectiedraden. Beste start, beste bogen, meest betrouwbare resultaten. Afbeelding 8 Aansluitingen besturingskabels Algemene richtlijnen Deze richtlijnen zijn van toepassing op alle communicatiekabels, ook de optionele DeviceNet- en Ethernetaansluitingen. U dient altijd de authentieke Lincoln-besturingskabels te gebruiken (tenzij anders vermeld). Lincoln-kabels zijn speciaal ontworpen voor de communicatie- en stroombehoeften van de Power Wave®/MAXsa™-systemen. De meeste kabels zijn ontworpen om eind-tot-eind te worden aangesloten, met het oog op gebruiksgemak. Gebruik altijd zo kort mogelijke kabels. Rol teveel aan kabel NIET op. Het valt aan te raden dat de totale lengte van de besturingskabel niet meer dan 30,5 m bedraagt.
Het gebruik van niet-standaardkabels, vooral als ze langer zijn dan 7,5 m, kan communicatieproblemen (uitschakeling van het systeem) veroorzaken, onvoldoende motoracceleratie (onvoldoende boogstart) en lage draadaandrijfkracht (draadaanvoerproblemen).
De beste resultaten worden verkregen wanneer de besturingskabels apart van de laskabels worden geleid. Hiermee minimaliseert u de kans op interferentie tussen de hoge stromingen door de laskabels en de laag-niveausignalen in de besturingskabels. Veelvoorkomende apparatuuraansluitingen Aansluiting tussen MAXsa™ Controller en draadaandrijving van de serie MAXsa™ (K1785-xx) De besturingskabel van de draadaandrijving met 14 pins (K1785-xx) sluit de controller (MAXsa™ 10 of MAXsa™ 19) aan op de draadaandrijving (MAXsa™ 22 of MAXsa™ 29). Deze kabel moet zo kort mogelijk zijn. Aansluiting tussen stroombron en de MAXsa™ Controller (K2683-xx - ArcLink besturingskabel). Systemen met een enkele boog en met een tandemboog worden gewoonlijk bestuurd door een MAXsa™ 10 Controller. Bij een tandemtoepassing of systeem met meerdere bogen vereist elke boog een eigen speciale controller.
Nederlands Nederlands 21 op de stroombron die aangeduid is als master voor die boog. De besturingskabel bestaat uit twee stroomdraden, één getwist aderpaar voor digitale communicatie en één voor spanningsdetectie (67). OPMERKING: Aansluitingen tussen stroombron en optionele Programmable Logic Controller(PLC) van DeviceNet. Het is soms praktischer en goedkoper om een aangepaste PLC-interface te gebruiken voor het beheer van een systeem met meerdere bogen (zie de sectie "DeviceNet-configuratie" voor interface-informatie). De Power Wave AC/DC 1000 is hiervoor speciaal uitgerust met een 5-pins DeviceNet-miniaansluiting. De aansluiting bevindt zich aan het achterpaneel van de machine, zie afbeelding Componenten aan de achterkant van de kast. De DeviceNet-kabel is gemerkt en gepolariseerd om onjuiste aansluiting te voorkomen.
OPMERKING: DeviceNet-kabels mogen niet samen met laskabels, draadaandrijfbesturingkabels of andere stroomgeleidende apparaten die een fluctuerend magnetisch veld kunnen veroorzaken worden gelegd. Bij een doorsnee-systeem wordt een DeviceNet-aansluiting gemaakt tussen de masterstroombron van elke boog en de PLC-interface. DeviceNet-kabels moeten plaatselijk door de klant worden aangeschaft. Raadpleeg voor extra richtlijnen de "Handleiding voor plannen en installeren van DeviceNet-kabels" (Allen Bradley publicatie DN-6. 7. 2). Aansluitingen tussen parallelle stroombronnen (K1785-xx - besturingskabel). Om de outputcapaciteit van een gegeven boog te vergroten kunnen de outputaansluitingen van verschillende Power Wave® AC/DC 1000 SD CE-machines parallel aangesloten worden.
De parallelle machines gebruiken een master/slave-regelschema om de belasting gelijkmatig te verdelen en de wisselstroomschakeling te coördineren. K1785-xx-kabels sluiten de parallelle machines aan via de synchroniserende connectors aan de achterkant van de machine. Het systeem heeft momenteel een limiet van maximaal 2 slaves per master of een totaal van 3 machines per boog.
Aansluitingen tussen stroombronnen bij toepassingen met meerdere bogen (K1785-xx - besturingskabel). Synchroniserende connectors zijn te vinden op het achterpaneel van de machine voor toepassingen met meerdere bogen met de K1875-xx-besturingskabels. Het systeem heeft momenteel een limiet van zes (6) bogen of een "Leidende" en vijf "Volgende bogen". Definities van lasmodi NIET-SYNERGETISCHE LASMODI Een niet-synergetische lasmodus vereist dat alle variabelen van het lasproces door de gebruiker worden ingesteld. SYNERGETISCHE LASMODI Een synergetische lasmodus biedt het gemak van éénknopsbediening. De machine kiest de juiste spanning en stroomsterkte op basis van de draadaanvoersnelheid (DAS) die wordt ingesteld door de gebruiker.
Nederlands Nederlands 22 NEGATIEVE UITVOER DRIEFASIGE OMVORMER INGAAND VERMOGEN DRIEFASIG GELIJKSTROOM OPEN STROOMKRING INGANGSSPANNING UITGANGSSPANNING INGANGSSTROOM UITGANGSSTROOM BESCHERMENDE AARDING WAARSCHUWING of LET OP ONTPLOFFING GEVAARLIJKE SPANNING SCHOKGEVAAR Voorste bedieningen op de kast 1. Stroomschakelaar: Hiermee regelt u het ingangsvermogen naar de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE en alle hulpapparatuur die er op aangesloten is. 2. Statuslampje: Dit lampje heeft twee kleuren en het geeft systeemfouten aan. Normaal brandt dit lampje constant groen. Foutsituaties worden aangegeven met knipperend groen of rood/groen. OPMERKING: Het statuslampje van de Power Wave Status knippert tijdens het opstarten en het doorlopen van de zelftestroutine maximaal 60 seconden groen en brandt daarna constant groen. 3. Warmtelampje: Dit gele lampje gaat AAN wanneer de temperatuur te hoog is.
De machineuitvoer wordt uitgeschakeld en blijft uitgeschakeld totdat de machine is afgekoeld. Het warmtelampje gaat dan UIT OPMERKING: Het warmtelampje kan ook wijzen op een probleem met het wisselstroomschakelingsgedeelte van de stroombron. Afbeelding: Voorkant van de kast Gedeelte voor ingaand vermogen 1. Ingangscontactor: Aansluitpunt voor ingaande 3-fasenstroom. Zie de paragraaf over installatie voor informatie over ingaande bedrading en zekeringen. 2. Kastaarding: Wordt gebruikt voor het aarden van het frame van de lasmachine. Raadpleeg uw plaatselijke en nationale elektrische normen voor de juiste aardingsmethodes. 3. Hulpaansluiting: Kies het juiste lipje afhankelijk van de toevoerspanning. 4. Zekering (F1): Beveiliging van de primaire zijde van de hulptransformator 5. Snoeraansluiting: Ingang voor stroomsnoer met trekontlasting.
Master-ingang: Vanaf leidende of vorige volgende boog in een systeem met meerdere bogen 11. Master-uitgang: Naar volgende boog in een systeem met meerdere bogen. 12. Parallelle ingang: Vanaf master of vorige slave in een parallelle machineopstelling. 13. Parallelle uitgang: Naar slave in a een parallelle machineopstelling Afbeelding: Componenten aan de achterkant van de kast Opstartvolgorde Wanneer stroom wordt gestuurd naar de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE, knipperen de statuslampjes 60 seconden lang groen. In die tijd voert de Power Wave® AC/DC 1000 SD CE een zelftest uit en identificeert hij elk component in het lokale ArcLink-systeem. De statuslampjes knipperen ook groen na een systeemreset of configuratiewijziging terwijl de Power Wave in werking is. Wanneer de statuslampjes constant groen branden is het systeem gereed voor gebruik.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Lincoln Electric Wave AC/DC 1000SD stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Lasapparaat Lincoln Electric
Handleiding Lasapparaat
Nieuwste handleidingen voor Lasapparaat