Lifetec MD 14302 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Lifetec MD 14302 (50 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen. Heb je een vraag over Lifetec MD 14302 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Lifetec |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | MD 14302 |
Handleiding Lifetec MD 14302 – volledige tekst
1 van 46pgInhoudsopgave1. Over deze handleiding. 31. 1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -symbolen. 31. 2. Gebruik voor het beoogde doel. 41. 3. Verklaring van conformiteit. 42. Veiligheidsinstructies. 52. 1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed. 52. 2. Netsnoer en netaansluiting. 52. 3. Repareer de machine nooit zelf. 62. 4. Basisinstructies. 72. 5. Veilige omgang met de machine. 72. 6. Reinigen en opbergen. 83. Vóór het gebruik. 93. 1. Accessoires. 93. 2. Instellen van de telescopische draadboom. 103. 3. Spoelhouders. 103. 4. Spoelkappen. 103. 5. Netje voor de garenspoel. 103. 6. Voetstarter aansluiten. 113. 7. Instellen van de naaisnelheid. 113. 8. Veiligheidsschakelaar. 113. 9. Bevestigen van het afvalreservoir. 124. Bediening. 134. 1. Handwiel. 134. 2. Frontklep. 134. 3. Liniaal. 134. 4. Draadsnijder. 144. 5. Vrije arm. 145.
2 van 46pg12. Instellen van de steeklengte. 2712. 1. Instelling van de steeklengte. 2713. Instelling van de snijbreedte. 2713. 1. De juiste snijbreedte. 2813. 2. Geringere snijbreedte instellen. 2813. 3. Grotere snijbreedte instellen. 2814. Naalden vervangen. 2915. Gloeilamp vernieuwen. 3016. Mesjes vervangen. 3116. 1. Uitnemen van het bovenste mesje. 3217. Omstellen voor tweedraad gebruik. 3318. Eng- en wijdmazig met drie draden afhechten. 3418. 1. Rolzoomvoet. 3519. Ajourzoom, smalle randen of picotranden. 3620. Differentieel transport. 3720. 1. Werkwijze. 3720. 2. Positief differentieel transport. 3820. 3. Negatief differentieel transport. 3820. 4. Instellen van het differentieel transport. 3921. Druk van de naaldvoet instellen. 4022. Naaien met een inlegdraad. 4123. Storingen. 4224. Reinigen en smeren. 4425. Afvoer. 4526. Technische specificaties. 46.
3 van 46g1. Over deze handleidingLees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de machine voor het eerst in gebruik neemt en neem vooral de veiligheidsinstructies in acht!Alle werkzaamheden aan en met deze machine zijn uitsluitend toege-staan zoals in deze handleiding beschreven.Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.Geef deze handleiding mee als u de machine aan iemand anders door-geeft.1.1.
In deze handleiding gebruikte waarschuwings-pictogrammen en -symbolenGEVAAR!Waarschuwing voor acuut levensgevaar!WAARSCHUWING!Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstelbaar letsel!VOORZICHTIG!Neem alle aanwijzingen in acht om letsel en materiële schade te voorkomen!LET OP!Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen!OPMERKING!Verdere informatie over het gebruik van deze machine!OPMERKING!Neem de aanwijzingen in de handleiding in acht!WAARSCHUWING!Waarschuwing voor gevaar van een elektrische schok!• Opsommingsteken/informatie over gebeurtenissen tijdens de bediening Aanwijzingen voor uit te voeren handelingen
4 van 46g1.2. Gebruik voor het beoogde doelDeze machine biedt uitgebreide gebruiksmogelijkheden:De overlock-naaimachine kan worden gebruikt voor het aan elkaar naaien en afwer-ken van de naden in licht tot middelzwaar naaigoed.Het naaigoed kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.• Deze machine is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële/zakelijke toepassingen. Denk er aan dat het recht op garantie bij onjuist gebruik komt te vervallen:• breng geen wijzigingen aan zonder onze toestemming en gebruik geen acces-soires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd, • gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde (reserve)onderdelen en accessoires,• neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoor-schriften.
Elke andere toepassing wordt beschouwd als onjuist gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.• Gebruik deze machine niet onder extreme omgevingsomstandigheden.1.3. Verklaring van conformiteitHierbij verklaart Medion AG dat dit product voldoet aan de volgende Europese ei-sen:• EMV-richtlijn 2004/108/EG• Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG• Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG• RoHS-richtlijn 2011/65/EU.
5 van 46g2. Veiligheidsinstructies2.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed• Kinderen kunnen de gevaren van elek-trische apparaten niet inschatten.• Deze machine mag niet worden ge-bruikt door personen (inclusief kinde-ren) met beperkte fysieke, zintuiglijke of intellectuele capaciteiten of vermin-derde geestelijke vermogens en/of met een tekort aan ervaring en/of kennis, tenzij dit gebeurt onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoorde-lijke persoon of deze personen instruc-ties hebben gekregen over het juiste gebruik van de machine.• Kinderen moeten onder toezicht staan om er zeker van te zijn dat zij niet met de machine spelen. Bewaar de machine buiten het bereik van kinderen.• Houd ook de plastic verpakking buiten bereik van kinderen. Hierbij bestaat ge-vaar voor verstikking.2.2.
Netsnoer en netaansluiting• Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (230 V~ / 50 Hz) in de directe omgeving van de plaats van opstelling. Om de machine indien nodig snel spanningsvrij te kun-nen maken, moet het stopcontact altijd goed toegankelijk zijn.• Wanneer u de stekker uit het stopcon-tact verwijdert trekt u altijd aan de stekker zelf en niet aan de kabel.
6 van 46g• Wikkel de kabel tijdens gebruik volle-dig af.• De kabel mag niet in contact komen met hete oppervlakken.• Voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden schakelt u de naaima-chine uit en trekt u de netstekker uit het stopcontact: draad insteken, naald verwisselen, naaivoet instellen, gloei-lamp vervangen, reinigings- en onder-houdswerkzaamheden, alsmede aan het einde van naaiwerkzaamheden en wanneer de werkzaamheden worden onderbroken.2.3. Repareer de machine nooit zelf• Trek bij beschadigingen van de machi-ne of het aansluitsnoer direct de stek-ker uit het stopcontact.• Om risico's te voorkomen mag de naai-machine bij zichtbare beschadigingen van de machine of het snoer niet wor-den gebruikt.WAARSCHUWING!Probeer in geen geval de machine zelf te openen en/of te repareren. Daarbij be-staat gevaar voor een elektrische schok!
Neem bij storingen contact op met ons Service Center of een ander vakkundig reparatiebedrijf.• Wanneer het netsnoer is beschadigd moet dit, om gevaar te voorkomen, worden vervangen door de klantenser-vice van de fabrikant of een vakkundi-ge reparateur.
7 van 46g2.4. Basisinstructies• De naaimachine mag niet nat worden - gevaar voor elektrische schokken!• Laat de ingeschakelde naaimachine nooit zonder toezicht achter.• Gebruik de machine nooit in de open lucht.• De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde pedaal type KD 2902.2.5. Veilige omgang met de ma-chine• De naaimachine is uitgerust met zuig-nappen voor een veilige plaatsing. U dient er desondanks op te letten dat de machine op een vlakke, stabiele on-dergrond wordt geplaatst en dat alle vier de voetjes contact hebben met het werkvlak.• Tijdens gebruik moeten de ventilatie-openingen vrij blijven: let erop dat er geen voorwerpen (bv. stof, restjes ga-ren etc.) in de openingen kunnen bin-nendringen.• Plaats nooit iets op het pedaal.• Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires en onderdelen.
Naalden en gloeilampen zijn in de vakhandel ver-krijgbaar.• Gebruik voor het smeren alleen specia-le naaimachineolie. Gebruik geen ande-re vloeistoffen.• Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklem-schroef komt.
8 van 46g• Wees voorzichtig met de bediening van de bewegende delen van de machine, met name de naalden en het mes. Er bestaat ook gevaar voor letsel wanneer de machine niet op het lichtnet is aan-gesloten!• Gebruik ook geen verbogen of stompe naalden.• Houd de stof tijdens het naaien niet vast en trek niet aan de stof. De naalden kunnen hierdoor breken.• Zet de naalden na beëindiging van de naaiwerkzaamheden altijd in de hoog-ste stand.• Schakel altijd de machine uit na de werkzaamheden, voor onderhouds-werkzaamheden of bij het vervangen van lampen en trek de netstekker uit het stopcontact.2.6. Reinigen en opbergen• Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen. Reinig de machine met een droge, zachte doek.
Vermijd gebruik van che-mische oplos- en schoonmaakmidde-len omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van de machine kunnen aantasten.• Gebruik voor het opbergen van de naaimachine altijd de meegeleverde kap zodat de machine beschermd is te-gen stof.
9 van 46g3. Vóór het gebruik3.1. AccessoiresControleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meege-leverd:1 2 3 45 6 7 89 10 11 1213 14 15 161) Tweedraad converter* 9) Oliekannetje2) Rolzoomvoet* 10) Pincet3) Set naalden* 11) Spoelhouder4) Koordgeleider 12) Plaatje voor de spoelhouder5) Schroevendraaier (klein)* 13) Accessoiretasje6) Schroevendraaier (groot) 14) Afdekkap7) Ring-/steeksleutel; 15) Vezelkwastje*8) Reserve bovenmes 16) Netje voor de garenspoel3.1.1. Niet afgebeelde accessoires• Spoelkap• Afvalreservoir/afneembare naaitafel• Voetstarter* Deze accessoires bevinden zich in het opbergvakje achter de frontafdekking
10 van 46g3.2. Instellen van de telescopi-sche draadboom Trek de telescopische draadboom voor het in-steken van de draad helemaal naar buiten. Draai de telescopische draadboom zodat de draadgeleidingen zich precies boven de spoel-naalden bevinden.3.3. SpoelhoudersBij deze machine kan gebruik worden gemaakt van zowel industriële spoelen als spoelen voor huis-houdelijk.Bij industriële spoelen met grote diameter plaats u de spoelhouder met het brede uiteinde naar bo-ven, voor spoelen met een kleine diameter plaatst u de houder met het smalle uiteinde naar boven.Plaats in elk geval het plaatje onder de spoel om te garanderen dat de spoel veilig staat.3.4. SpoelkappenBij gebruik van niet-industriële garenspoelen ver-wijdert u de spoelhouder en zet u de meegelever-de spoelkappen op de garenspoelen.Plaats in elk geval het plaatje onder de spoel om te garanderen dat de spoel veilig staat.3.5.
Netje voor de garenspoelPolyester- resp. grover nylongaren kan tijdens het afwikkelen loskomen van de spoel. Maak daarom bij dergelijk garen gebruik van het meegeleverde netje om ervoor te zorgen dat het garen gelijkma-tig wordt aangevoerd. Trek het netje van boven af over de spoel. Trek het netje tot het einde over de spoel en sla het overstaande deel naar boven om.
11 van 46g3.6. Voetstarter aansluitenSteek de aansluitstekker van de meegeleverde voetstarter in de aansluiting op de machine en steek vervolgens de netstekker in het stopcontact.De hoofdschakelaar schakelt zowel de machine als de naaiverlichting in.Gebruik uitsluitend de meegeleverde voetstarter.Schakel altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact wanneer u klaar bent of tijdens onderhoud en reiniging.3.7. Instellen van de naaisnel-heidDe naaisnelheid wordt geregeld met behulp van de voetstarter. De naaisnelheid kan worden veran-derd door meer of minder druk op de voetstarter uit te oefenen.3.8. VeiligheidsschakelaarDe machine is voorzien van een micro-veiligheids-schakelaar.
De machine wordt automatisch van het lichtnet losgekoppeld wanneer de frontklep wordt geopend.Sluit zowel de frontklep als de vrije arm voordat u begint met naaien.VoetstarterStroomschakelaarStekkerbehuizingKoppelings-schakelaarVoetstarter
12 van 46g3.9. Bevestigen van het afvalre-servoirHet afvalreservoir vangt tijdens het naaien de snij-resten op, zodat uw werkplek schoon blijft.Voer nokje A in de bovenste van de beide ope-ningen D, haak vervolgens nokje B in de gleuf C.Wanneer u klaar bent met naaien, kunt u het af-valreservoir verwijderen door eerst nokje B uit de gleuf C te tillen en vervolgens het volledige afval-reservoir naar rechts weg te nemen.Om het afvalreservoir ruimtebesparend op te ber-gen, kunt u het reservoir aan de machine bevesti-gen door het nokje A in de onderste van de twee openingen D te steken en vervolgens nokje E in de gleuf F te haken.BACFED
13 van 46g4. Bediening4.1. HandwielDraai het handwiel altijd alleen naar u toe.4.2. FrontklepOm de frontklep te openen, schuift u de uitsparing zo ver mogelijk naar rechts en trekt u vervolgens de frontklep naar u toe.4.3. LiniaalBij gebruik van de liniaal wordt de stof op gelijkblij-vende afstand van de rand gesneden en genaaid. De breedte kan worden ingesteld door de lini-aal uit te trekken of in te schuiven.
14 van 46g4.4. DraadsnijderDe draadsnijder is in de steekplaat geïntegreerd. Druk de hendel van de draadsnijder aan de bin-nenkant van de machine omlaag. Voer de draad onder de draadsnijder door en laat de hendel los.4.5. Vrije armDe vrije arm moet voor het inrijgen worden geo-pend. Open eerst de frontklep. Druk nu de ontgrendelingshendel omlaag en draai de vrije arm naar links.
15 van 46g jp jg5. Draad in de grijpers inrij-gen5.1. Algemene aanwijzingen voor het inrijgenHet inrijgen gebeurt in deze volgorde:1. EERSTE STAP onderste grijper paars2. TWEEDE STAP bovenste grijper blauw3. DERDE STAP rechter naald rood4. VIERDE STAP linker naald groenGoed inrijgen is belangrijk, zodat de steken niet onregelmatig worden en de draad niet afbreekt.Aan de binnenkant van de frontklep bevindt zich een praktische handleiding voor het inrijgen.Daarnaast hebben de draadgeleiders een verschil-lende kleur.In de box met accessoires bevindt zich een pincet, waarmee het inrijgen eenvoudiger gaat.OPMERKING!Wanneer het toch nodig mocht zijn om een van de grijperdraden achteraf opnieuw in de rijgen (bv. na een breuk), moet u eerst de draden uit de naalden verwijderen om te voorkomen dat de draden ver-strikt raken
17 van 46g jp jg Leg nu de draad tussen de beide schijfjes van de draadgeleiding.Belangrijk: De draad moet correct tussen de beide schijfjes van de draadspanner liggen. Leg nu de draad in de onderste draadgeleiding.Volg vanaf dit punt het schema voor de draad-geleiding in de machine. Rijg de draad door het achterste oogje (9) van de grijper door zolang aan het handwiel te draaien tot het achterste deel van de grijper aan de linkerkant van het mechanisme tevoorschijn komt. Trek het draadeinde ongeveer 10 cm uit de oogjes van de grijper.
18 van 46g jp jg5.3. Bovenste grijperdraad inrij-gen Voer de draad door het oogje aan de draad-boom en in de betreffende draadgeleiding. Leg nu de draad in de betreffende draadgelei-ding. Leg nu de draad in de onderste draadgeleiding.Volg vanaf dit punt het schema voor de draad-geleiding in de machine. Trek het draadeinde ongeveer 10 cm uit de oogjes van de grijper.
20 van 46jg Leg nu de draad tussen de beide schijfjes van de draadgeleiding.Belangrijk: De draad moet correct tussen de beide schijfjes van de draadspanner liggen. Voer de draden door de draadgeleidingen met kleurcodering. Voer het garen achter de draadgeleiding van de naaldhouder langs, zoals afgebeeld, en vervolgens van voren naar achteren door het oog van de naald. Trek het draadeinde ongeveer 10 cm uit de oogjes van de naalden. Til de naaivoet omhoog en schuif de draden er-onder. Laat de naaivoet vervolgens weer zak-ken. Sluit na het inrijgen de vrije arm en de front-klep.
21 van 467. ProefdraaienWanneer er voor de eerste keer garen wordt inge-regen of wanneer het garen na het breken van de draad tijdens het naaien opnieuw wordt ingere-gen, gaat u als volgt te werk. Houd de draadeinden tussen uw vingertoppen van de linker hand, draai het handwiel lang-zaam twee- of driemaal naar u toe en probeer, of de draad kan worden doorgetrokken. Naai nu voorzichtig enkele steken zonder stof toe te voeren om de geleiding van de draden te controleren. Leg de stof voor proefdraaien onder de naai-voet, laat de naaivoet zakken en begin lang-zaam te naaien.De stof wordt automatisch toegevoerd, geleid de stof nu voorzichtig verder. Na beëindiging van het werk naait u verder, tot zich een ongeveer 5 - 6 cm lange draadketen aan het einde van de stof heeft gevormd.Knip de draden door met een schaar of de draadsnijder.
22 van 46p g8. Instellen van de draadspanningDe benodigde draadspanning moet afhankelijk van de soort en dikte van draad en stof worden in-gesteld.Controleer de naden en stelt de draadspanning aan de hand daarvan in.Draadspanning:Draai de instelling op een lager cijfer: De spanning wordt minderDraai de spanning op een hoger cijfer: De span-ning wordt hoger.Juiste draadspanningDraadspanningverhogenDraadspanningverlagenAchterkantOnderste grijpdraadBovenste grijpdraadLinker naalddraad6 mmRechter naalddraadVoorkant
26 van 4610. Draad wisselenOp de volgende manier is het wisselen van draad heel eenvoudig, u bespaart zich daardoor het com-pleet opnieuw inrijgen: Knip het garen boven de spindel af en knoop de einden van de oude en nieuwe draad met een zeemansknoop aan elkaar. Til de naaivoet op. Breng de naaldboom in de laagste positie door het handwiel van u af te draaien. Trek voorzich-tig aan het uiteinde van het garen totdat de verbindingsknoop het oog van de naald en de oogjes van de grijpers is gepasseerd.11. DraaggreepMet de draaggreep kunt u uw machine gemakke-lijk vervoeren.
27 van 46g12. Instellen van de steek-lengteDraai het steeklengtewiel totdat de gewenste lengte wordt aangegeven. Hoe hoger het getal, hoe langer de steekDe steeklengte kan over een bereik van 1 tot 5 mm worden ingesteld.Bijna alle overlock-werkzaamheden worden uitge-voerd met een steeklengte van 2,5 tot 3,5 mm.12.1. Instelling van de steekleng-teSteken Steeklengte'Normale naden2,0 - 4,5 mmStandaardinstelling: 3,0 mmSmalle boorden 1,0 - 2,0 mmAjourzomen 1,0 - 2,0 mmKantnaaien 3,0 - 4,0 mm13. Instelling van de snij-breedteDe geschikte snijbreedte verschilt per stof. Contro-leer de resp. naden en stel de snijbreedte als volgt in: Draai het handwiel naar u toe, tot de naalden zich in de onderste stand bevinden. Open de frontklep en klap de vrije arm omlaag.
28 van 46g j13.1. De juiste snijbreedte13.2. Geringere snijbreedte in-stellenWanneer de rand van de stof bij het naaien rimpelt kiest u een kleinere snijbreedte. Draai daarvoor de instelknop voor de snijbreed-te naar rechts.13.3. Grotere snijbreedte instel-lenKies een grotere snijbreedte als het garen over de rand van de stof heen wordt genaaid. Draai daarvoor de instelknop voor de snijbreed-te naar links.VoorkantGaren plooit de stofrandVoorkantSteekbreedteVoorkantGaren wordt voor de stofrand heen genaaid
29 van 46g14. Naalden vervangenBIj deze machine wordt gebruik gemaakt van naal-den van het type 130/701H (voor huishoudelijke machines).LET OPSchakel de machine uit voordat u de naal-den vervangt.Gebruik geen verbogen of stompe naalden. Draai het handwiel naar u toe, tot de naalden zich in de bovenste stand bevinden. Maak de klemschroeven met behulp van de meegeleverde kleine schroevendraaier uit de box met accessoires los van de naalden en ver-wijder de naalden: bovenste schroef voor de linker naald en onderste schroef voor de rech-ter naald. Schuif de nieuwe naalden met de vlakke kant naar achteren in de naaldhouder. Let er hierbij op, dat de naalden zo ver mogelijk ingeschoven worden. Draai de klemschroef van de naalden weer vast.Als de naalden er goed zijn ingezet, staat de linker naald iets hoger dan de rechter.
31 van 46j g16. Mesjes vervangenSchakel de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u de mesjes vervangt.Het onderste mesje bestaat uit speciaal materiaal en hoeft niet vervangen te worden.U vervangt als volgt het bovenste mesje als het bot is: Open de frontklep en draai het handwiel naar u toe totdat het bovenste mesje zich in de laag-ste stand bevindt. Maak met behulp van de ring-/steeksleutel uit de box met accessoires de schroef aan de bo-venste messenhouder los en verwijder het bo-venste mesje. Zet er een nieuw bovenste mesje in en draai de schroef van de houder iets aan. Stel het bovenste mesje zo in, dat de snijkant 0,5 - 1,0 mm boven de snijkant van het onder-ste mesje uitsteekt (zie afbeelding). Draai nu de schroef van de houder van het bo-venste mesje stevig aan en sluit de frontklep.0,5 mmSchroeve Bovenste mesje
32 van 46j g16.1. Uitnemen van het bovenste mesjeWanneer u wilt naaien zonder tegelijkertijd de ran-den af te snijden, kunt u het bovenste mesje ver-wijderen.LET OPZorg ervoor dat de rand van de stof niet bre-der is ingesteld dan de ingestelde breedte van de naad omdat anders de bovenste grij-per en de naald beschadigd kunnen worden. Schakel de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact. Open de frontklep en de vrije arm. Houd de vrije arm met één hand vast en druk de draaiknop van de meshouder naar links. Draai nu de meshouder zover naar voren dat het mesje 180° wordt gedraaid. (zie afbeelding).Meshouder
33 van 46g17. Omstellen voor twee-draad gebruikU kunt deze machine ook gebruiken als twee-draadsmachine. Maak hiervoor gebruik van de tweedraad converter en gebruik uitsluitend de lin-kernaald. Schakel de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact. Open de frontklep en de vrije arm. Verwijder nu de rechter naald en de draden voor deze naald en de bovenste grijper (zie ook “14. Naalden vervangen” op pagina 29). Neem de tweedraad converter uit het accessoi-revakje achter de frontklep. Plaats de converter in de bovenste grijper. (zie afbeelding 1) Voer daarvoor het nokje aan de achterkant van de converter in de gleuf van de bovenste grij-per. (Zie afbeelding punt A). Voer nu het nokje aan de voorkant van de con-verter in het oog van de bovenste grijper. (Zie afbeelding punt B). De converter moet dicht tegen de bovenste grijper liggen. (zie afbeelding 2)AB1 2
34 van 46g j g18. Eng- en wijdmazig met drie draden afhechtenDeze machine kan bij het afhechten worden om-gezet van vier op drie draden. Verwijder of de rechter of linker naald en de bij-behorende draad (zie ook “14. Naalden vervan-gen” op pagina 29).Nu is de machine gereed voor het afhechten met drie draden.Bij uitsluitend gebruik van de rechter naald be-draagt de steeklengte 4 mm.Achterkant4 mmVoorkantBij uitsluitend gebruik van de linker naald bedraagt de steeklengte 6 mm.Achterkant6 mmVoorkant
37 van 46p20. Diff erentieel transportDoor het differentieel stoftransport worden gol-vende naden in gebreide stoffen en het verschui-ven van stoflagen voorkomen. Ook ontstaan er bij naden in zeer lichte stoffen geen plooien.20.1. WerkwijzeDe machine heeft twee setjes schuiven om de stof door te voeren, één vooraan (A) en één achteraan (B). Deze beide sets bewegen onafhankelijk van el-kaar. Voor het aanvoeren van de stof kunnen de beide stofschuivers met verschillende snelheden bewegen. Instelbereik voor het aanvoeren van de stof: 0,7 (negatief transport) tot 2,0 (positief transport).
38 van 46p20.2. Positief diff erentieel trans-portBij een positief differentieel transport voert het voorste transport (A) een grotere beweging uit dan het achterste transport (B). Hierdoor wordt de stof onder voet "opgehoopt" waardoor het golven wordt tegengegaan.20.3. Negatief diff erentieel trans-portBij een negatief differentieel transport voert het voorste transport (A) een kleinere beweging uit dan het achterste transport (B). Hierdoor wordt de stof onder de voet gerekt waardoor ongewenst plooien van de stof wordt tegengegaan.
39 van 46p20.4. Instellen van het diff erenti-eel transport.Het differentieel transport wordt ingesteld door draaien van de bijbehorende regelaar. Het aanvoe-ren van de stof kan ook tijdens het naaien worden ingesteld.Regelaar voorhet differentieeltransportKies een instelling aan de hand van de onderstaan-de tabel:Toepassing Soort trans-port InstellingNiet golvende zo-men, gewenst kroezenpositiefdifferentieeltransport1 - 2geendifferentieeltransportNeutraaltransport 1kroesvrijezomennegatiefdifferentieeltransport0,7 - 1
40 van 4621. Druk van de naaldvoet instellenDe druk van de naaldvoet is voor alle gebruikelij-ke naaiwerkzaamheden correct ingesteld en hoeft niet gejusteerd te worden.Wanneer het toch noodzakelijk mocht zijn om de druk van de naaldvoet aan te passen, kunt u dit doen met behulp van de regelaar op de achterkant van de frontafdekking. Draai de regelaar naar een hoger nummer om de druk te verhogen of op een lagere waarde om de druk te verlagen.hogeredruklageredruk
41 van 46g22. Naaien met een inleg-draadNaden met inlegdraad worden gebruikt om schou-der-, mouw en zijnaden te versterken bij het aan-eennaaien van gebreide stoffen.Het is ook zeer decoratief om gebruik te maken van een garen met een contrasterende kleur om het afgewerkte kledingstuk te verfraaien.De machine is voorzien van een voet waarmee het koord of de inlegdraad links resp. rechts van de vei-ligheidssteek kan worden toegevoerd.Ga daarvoor als volgt te werk: Schuif de afneembare koordgeleiding uit de ac-cessoireset op de standaard van de draadgelei-ding. Leg het "vulkoord" zoals bv. haakgaren, bor-duurdraad, wol, breigaren of kroesband achter de pennen van de garenspoel. Trek de inlegdraad door de koordgeleiding en vervolgens door de draadgeleiding van de lin-ker naald. Voer de inlegdraad door de voorste resp.
de achterste opening van de naaivoet (afhankelijk van de naaimethode) en leg de draad naar ach-ter in de naaivoet. Plaats de stof op de gebruikelijke manier. Begin langzaam met naaien en controleer of de inleg-draad op de juiste manier worden toegevoerd. Verhoog dan de naaisnelheid. Bij het aaneennaaien van de schouders of aan-naaien van mouwen, voert u de inlegdraad door de voorste opening.Let er daarbij op dat de draad bij de doorgang door de voorste opening, tussen rechter en de linker rijgdraad wordt gefixeerd. Voor het sluiten van zijnaden, voert u de inleg-draad door de achterste opening. Zorg er hier-bij voor dat de draad rechts van de rijgdraad verloopt.Voor een decoractief effect kunt u gebruikmaken van een garen met een contrasterende kleur dat u door de voorste of de achterste opening voert.
Neem pas contact op met onze klantenservice als geen van de genoemde oplossingen afdoende is.Probleem Oorzaak Oplossing Pagi-naNaalden brekenNaalden zijn verbogen, stomp of de punt is be-schadigdPlaats een nieuwe naald 29Naalden zijn er niet goed ingezetZet de naalden goed in de houder 29U heeft te heftig aan de stof getrokkenGeleid de stof behoed-zaam met beide handenDraad breekt af Garen is niet goed inge-regen Rijg het garen goed in 15Draadspanning te hoog Stel de draadspanning bij 22Naalden zijn er niet goed ingezetZet de naalden goed in de houder 29Steken vallen uitNaalden zijn verbogen, stomp of de punt is be-schadigdPlaats een nieuwe naald 29Naalden zijn er niet goed ingezetZet de naalden goed in de houder 29Steken vallen uit Garen is niet goed inge-regenRijg het garen opnieuw in 15Verkeerde naalden ingezet Gebruik de juiste naal-den (type 130/701H) 29Steken zijn onre-gelmatig Draadspanning is niet juist Stel de draadspanning bij 22Draad zit vastControleer het verloop van de afzonderlijke draden15Naden werpen plooien Draadspanning is te hoog Stel de draadspanning bij 22Garen is niet goed inge-regen Rijg het garen goed in 15Garen zit vastControleer het verloop van de afzonderlijke draden15Stoftransport niet inge-steldStel het stoftransport in op 0,7 39
44 van 46g24. Reinigen en smerenOm uw machine probleemloos te laten werken, moet u het mechanisme af en toe reinigen met het kwastje uit de accessoireset en met het oliekannetje smeren op de aangegeven posities.Gebruik voor het reinigen van de buitenkant een droge, zachte doek. Vermijd het gebruik van chemische oplos- en schoonmaakmiddelen omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van de machine kunnen aantasten.Deze machine heeft maar heel weinig olie nodig, omdat de hoofdcomponenten be-staan uit een speciaal materiaal. Neem de stekker uit het stopcontact voordat u de machine opent. Open de frontafdekking en de werktafel en schroef alle afdekkingen los met de meegeleverde schroevendraaier. Verwijder opgehoopt stof en vezels met de penseel uit de meegeleverde accessoireset.
Breng een paar druppels olie aan op de aangegeven posities.Maak hiervoor uitsluitend gebruik van hoogwaardige naaimachineolie. Schroef alle afdekkingen weer vast en sluit de vrije arm en de frontafdekking. Naai nu ter controle op een proeflapje om te controleren of alles naar behoren werkt. Eventueel overvloedige olie wordt hierbij verwijderd zodat dat uw echte naaigoed niet wordt beschadigd.spaarzaamsmeren metoileVezels en stofverwijderen
45 van 4625. AfvoerVERPAKKINGUw overlock-naaimachine is ter bescherming te-gen transportschade stevig verpakt. Verpakkingen zijn grondstoffen en kunnen worden hergebruikt of terug worden gebracht in de grondstoffenkring-loop.MACHINEGooi de machine aan het einde van de levensduur in geen geval bij het gewone huisvuil. Informeer u over de mogelijkheden voor milieuvriendelijke af-voer.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Lifetec MD 14302 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Lifetec
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine