Liebherr SUFsg 3501 MediLine Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr SUFsg 3501 MediLine (112 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Liebherr SUFsg 3501 MediLine of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | SUFsg 3501 MediLine |
Handleiding Liebherr SUFsg 3501 MediLine – volledige tekst
SUFsg 12/2024 Pagina 2/112 Inhoudsopgave 1. VEILIGHEID. 6 1. 1 Personeelskwalificatie. 6 1. 2 Gebruiksaanwijzing (handleiding). 6 1. 3 Wettelijke vermeldingen. 6 1. 3. 1 IP / Intellectueel eigendom. 7 1. 4 Structuur van de veiligheidsinstructies. 7 1. 4. 1 Waarschuwingsniveaus. 7 1. 4. 2 Gevaarsymbolen. 7 1. 4. 3 Pictogrammen. 8 1. 4. 4 Tekststructuur van de veiligheidsinstructie. 8 1. 5 Positie van de veiligheidssymbolen op het apparaat. 9 1. 6 Typeplaatje. 10 1. 7 Algemene veiligheidsvoorschriften voor de opstelling en het gebruik van het apparaat. 11 1. 8 Beoogd gebruik. 13 1. 9 Voorzienbaar verkeerd gebruik. 15 1. 10 Restgevaren. 15 1. 11 Gebruiksaanwijzing. 17 1. 12 Maatregelen voor ongevallenpreventie. 17 2. BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT. 18 2. 1 Apparaatoverzicht. 20 2. 2 Afsluit- en regelaarbehuizing. 22 2. 2. 1 Bediening van het deurslot. 22 2. 3 Hoofdschakelaar. 23 2.
52 12. 5 Functie ‘Language selection at restart’ (Taalkeuze bij opnieuw starten). 52 12. 6 Invoer van het apparaatadres. 53 12. 7 Helderheid display. 53 13. DE ALARMGRENS VOOR BANDALARM EN ALARMVERTRAGINGEN INSTELLEN. 54 13. 1 Wachttijd voor deur-open-alarm instellen. 54 13. 2 Wachttijd voor bandalarm instellen. 54 13. 3 De alarmgrens voor het bandalarm invoeren. 55 14. ALARMFUNCTIES. 56 14. 1 Alarmmeldingen. 56 14. 2 Informatiemeldingen. 58 14. 3 Het akoestisch alarm (zoemer) in-/uitschakelen. 58 14. 4 Maatregelen in geval van alarm. 59 14. 4. 1 Temperatuuralarm van de bewakingsregelaar. 59 14. 4. 2 Temperatuur-bandalarm (over- en ondertemperatuur). 59 14. 4. 3 Deur-open-alarm. 60 14. 4. 4 Alarm stroomuitval. 60 14. 4. 5 Meldingen over het accumanagementsysteem. 61 14. 4. 6 Meldingen bij uitval van temperatuursensoren. 62 14. 4.
SUFsg 12/2024 Pagina 5/112 24. 3 Onderhoudsintervallen, service. 93 24. 4 Serviceherinnering. 93 24. 5 Probleemoplossing / eenvoudige foutopsporing. 94 24. 6 Een apparaat retourneren. 96 25. AFVALVERWIJDERING. 97 25. 1 Verwijdering van de transportverpakking. 97 25. 2 Buiten bedrijf stellen. 97 25. 3 Verwijdering van het apparaat in EU-landen. 97 25. 4 Verwijdering van het apparaat in niet-EU-landen. 99 26. TECHNISCHE BESCHRIJVING. 99 26. 1 Fabriekskalibratie en -afstelling. 99 26. 2 Overstroombeveiliging. 99 26. 3 Technische gegevens. 100 26. 4 Uitrusting en opties, accessoires en reserveonderdelen (lade). 103 26. 5 Apparaatafmetingen SUFsg 3501. 105 26. 6 Apparaatafmetingen SUFsg 5001. 106 26. 7 Apparaatafmetingen SUFsg 7001. 107 27. EU-CONFORMITEITSVERKLARING. 108 28. VERKLARING VAN GEEN BEZWAAR. 109.
SUFsg 12/2024 Pagina 6/112 Geachte klant, om de ultra-diepvrieskast SUFsg correct te kunnen gebruiken, is het noodzakelijk dat u de gebruiksaanwijzing volledig en aandachtig doorleest, en de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing naleeft. 1. Veiligheid 1. 1 Personeelskwalificatie De apparatuur mag uitsluitend worden geïnstalleerd, geïnspecteerd en in bedrijf worden gesteld door vakmensen die bekend zijn met de montage, inbedrijfstelling en bediening van de apparatuur. Vakmensen zijn personen die door hun beroepsopleiding, kennis en ervaring en hun kennis van de desbetreffende normen de aan hen opgedragen werkzaamheden kunnen beoordelen en uitoefenen, en mogelijke gevaren kunnen herkennen. Ze moeten over een opleiding, instructie en bevoegdheid beschikken om aan het apparaat te werken.
Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt door laboratoriumpersoneel dat hiervoor is opgeleid en vertrouwd is met alle veiligheidsmaatregelen die nodig zijn om in een laboratorium te werken. Leef de nationale voorschriften voor de minimumleeftijd van het laboratoriumpersoneel na. 1. 2 Gebruiksaanwijzing (handleiding) Deze gebruiksaanwijzing maakt deel uit van de leveringsomvang. Bewaar ze altijd binnen handbereik, in de buurt van het apparaat. Overhandig de gebruiksaanwijzing bij de verkoop van het apparaat aan de volgende koper. Leef ter vermijding van persoonlijk letsel en materiële schade de veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing na. Het niet opvolgen van de instructies en veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstig gevaar. GEVAAR Gevaren bij het niet naleven van veiligheidsvoorschriften en instructies. Ernstig lichamelijk letsel en defecte apparatuur. Levensgevaar.
Leef de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing na. Volg de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op. Lees de gebruiksaanwijzing van het apparaat volledig en zorgvuldig door voordat u het apparaat installeert en gebruikt. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor toekomstig gebruik.
Zorg ervoor dat alle personen die het apparaat en de bijbehorende arbeidsmiddelen gebruiken, de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en begrepen. Deze gebruiksaanwijzing wordt indien nodig aangevuld en bijgewerkt. Gebruik altijd de meest recente versie van de gebruiksaanwijzing. Neem bij twijfel contact op met de service-hotline van de fabrikant voor informatie over de actualiteit en geldigheid van deze gebruiksaanwijzing. 1. 3 Wettelijke vermeldingen Deze gebruiksaanwijzing (handleiding) bevat de benodigde informatie voor het beoogde gebruik, de juiste opstelling, inbedrijfstelling en bediening en voor het onderhoud van het apparaat. Kennis van en naleving van de instructies in deze handleiding zijn essentieel voor een veilig gebruik en voor de veiligheid tijdens het gebruik en het onderhoud.
SUFsg 12/2024 Pagina 7/112 Deze gebruiksaanwijzing kan niet elke denkbare toepassing behandelen. Als u meer informatie wenst of als er zich speciale problemen voordoen die deze gebruiksaanwijzing niet uitvoerig genoeg voor u behandelt, kunt u de benodigde informatie opvragen bij uw vakhandelaar of rechtstreeks bij ons. Bovendien wijzen wij u erop dat de inhoud van deze gebruiksaanwijzing geen deel uitmaakt van een eerdere of bestaande overeenkomst, toezegging of rechtsverhouding, of deze wijzigt. Alle verplichtingen van de fabrikant vloeien voort uit het betreffende koopcontract, dat ook de volledige en alleen geldige garantieregeling bevat. Deze contractuele garantiebepalingen worden door de beschrijvingen in de gebruiksaanwijzing niet uitgebreid of beperkt. 1. 3. 1 IP / Intellectueel eigendom Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd.
Het zonder toestemming maken van kopieën en het doorgeven ervan aan derden is ten strengste verboden. Wij behouden ons het recht voor om juridische stappen te ondernemen en, indien nodig, schadeclaims in te dienen in geval van overtreding. 1. 4 Structuur van de veiligheidsinstructies In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende benamingen en symbolen voor gevaarlijke situaties gebruikt in overeenstemming met de harmonisatie van ISO 3864-2 en ANSI Z535. 6. 1. 4. 1 Waarschuwingsniveaus Naar ernst en waarschijnlijkheid van de gevolgen, worden gevaren gemarkeerd met een signaalwoord, de bijbehorende waarschuwingskleur en eventueel het veiligheidssymbool. GEVAAR Aandacht voor gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, onmiddellijk tot de dood of tot ernstig (onomkeerbaar) letsel leidt.
WAARSCHUWING Aandacht voor gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, eventueel tot de dood of tot ernstig (onomkeerbaar) letsel kan leiden. VOORZICHTIG Aandacht voor gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, eventueel tot middelmatig of licht (omkeerbaar) letsel kan leiden.
LET OP Aandacht voor situatie die, indien deze niet wordt vermeden, eventueel tot beschadiging van het product en / of de functies ervan of tot een voorwerp in de omgeving ervan kan leiden. 1. 4. 2 Gevaarsymbolen Het gebruik van het gevarensymbool waarschuwt voor gevaar voor verwondingen. Leef alle maatregelen na die met het gevarensymbool zijn gemarkeerd, om verwondingen of de dood te vermijden.
SUFsg 12/2024 Pagina 8/112 1.4.3 Pictogrammen Waarschuwingen Gevaar door elektrische schok Zeer koud oppervlak Explosieve atmosfeer Kantelen van het apparaat Gevaar voor verstikking door CO2 Gasflessen Milieugevaar Schadelijke stoffen Bio-gevaar Corrosiegevaar en / of gevaar op chemische brandwonden Geboden Gebod Lees de gebruiksaanwijzing Stekker uit het stopcontact trekken Mechanische hulpmiddelen gebruiken bij het optillen Milieubescherming naleven Handschoenen dragen Veiligheidsbril dragen Verboden Niet aanraken Niet met water besproeien Niet beklimmen Aanwijzingen die u voor een optimale werking van het apparaat moet naleven. 1.4.4 Tekststructuur van de veiligheidsinstructie Soort gevaar; oorzaak. Mogelijke gevolgen. ∅ Instructie: verbod. Instructie: gebod.
SUFsg 12/2024 Pagina 10/112 1. 6 Typeplaatje Het typeplaatje bevindt zich rechtsonder aan de linkerkant van het apparaat. Afbeelding 2: Typeplaatje SUFsg (voorbeeld SUFsg 5001,001) Afbeelding 3: Typeplaatje SUFsg (voorbeeld SUFsg 5001,137) Informatie op het typeplaatje (voorbeeld) Gegevens Informatie LIEBHERR Distributeur: Liebherr Hausgeräte GmbH SUFsg 5001-70B 001 Model Ultra Low Temperature Freezer Apparaataanduiding: Ultra-diepvrieskast Serial No. 69. 000. 001. 4 Serienummer van het apparaat Service No. 993356901 Servicenummer van het apparaat Nominal temp. -90 °C -130 °F Nominale temperatuur Ambient temp.
SUFsg 12/2024 Pagina 11/112 Pictogrammen op het typeplaatje Pictogram Geldt voor Informatie Alle apparaten CE-conformiteitsmarkering Alle apparaten behalve SUFsg 3501,137 SUFsg 5001,137 SUFsg 7001,137 Elektrische en elektronische apparatuur die na 13 augustus 2005 in de EU in omloop is gebracht en afzonderlijk moet worden afgevoerd conform Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). SUFsg 5001,001 SUFsg 7001,001 SUFsg 5001,H72 SUFsg 7001,H72 Niet geldig voor SUFsg 3501 Het apparaat is gecertificeerd volgens de technische voorschriften van de douane-unie (TR CU) voor de Euraziatische Economische Unie (Rusland, Wit-Rusland, Armenië, Kazachstan Kirgistan). SUFsg 3501,137 SUFsg 5001,137 SUFsg 7001,137 Het apparaat is door UnderwritersLaboratories Inc. ® gecertificeerd volgens de volgende normen: • UL 61010-1, 3rd Edition, 2012-05, Rev.
2018-11 • CAN/CSA-C22. 2 No. 61010-1-12, 3rd Edition, Amendment 1:2018, 2012-05, Rev. 2018-11 • IEC 61010-2-011:2019 • UL 61010-2-011 (IEC 61010-2-011:2016) SUFsg 3501,137 SUFsg 5001,137 SUFsg 7001,137 Volg de veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing. 1. 7 Algemene veiligheidsvoorschriften voor de opstelling en het gebruik van het apparaat Voor het gebruik van de ultra-diepvrieskast en de opstellocatie moet u de lokale en nationale voorschriften van uw land naleven. De fabrikant is uitsluitend verantwoordelijk voor de veiligheidstechnische eigenschappen van het apparaat als onderhoud en reparatie door elektrotechnisch vakpersoneel of door de fabrikant gemachtigd vakkundig personeel worden verricht en wanneer componenten die de veiligheid van het apparaat beïnvloeden, bij uitval worden vervangen door originele reserveonderdelen.
Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met originele toebehoren van de fabrikant of met door de fabrikant vrijgegeven toebehoren van andere fabrikanten. De gebruiker draagt het risico bij gebruik van niet-goedgekeurde accessoires.
LET OP Gevaar voor oververhitting door gebrekkige ventilatie. Beschadiging van het apparaat. Plaats het apparaat NIET in niet-geventileerde nissen. Zorg voor voldoende ventilatie om de warmte af te voeren. Zorg ervoor dat alle ventilatoropeningen in de behuizing of het ontwerp vrij zijn van deksels. Houd bij de opstelling de voorgeschreven minimale afstanden aan (hoofdstuk 3. 4).
SUFsg 12/2024 Pagina 12/112 LET OP Gevaar voor het milieu door lekkage van koelmiddel in geval van een defect apparaat. Milieuschade. Zorg voor voldoende ontluchting op de opstellocatie. Het apparaat mag niet in explosiegevaarlijke gebieden opgesteld en gebruikt worden. GEVAAR Explosiegevaar door brandbaar stof of explosieve mengsels in de omgeving van het apparaat. Ernstig letsel of de dood door brandwonden en / of explosiedruk. ∅ Gebruik het apparaat NIET in explosiegevaarlijke ruimten. ∅ Zorg ervoor dat er zich GEEN brandbaar stof of oplosmiddel-luchtmengsels in de omgeving van het apparaat bevinden. Het apparaat beschikt niet over maatregelen ter bescherming tegen explosies. GEVAAR Explosiegevaar door het binnendringen van brandbare of explosieve stoffen in het apparaat. Ernstig letsel of de dood door brandwonden en / of explosiedruk.
∅ Plaats GEEN bij bedrijfstemperatuur brandbare of explosieve stoffen in het apparaat. ∅ Zorg ervoor dat er GEEN explosief stof- of oplosmiddel-luchtmengsels in het apparaat aanwezig is. Een eventueel oplosmiddel in de lading mag niet explosief en ontvlambaar zijn. Dat wil zeggen: ongeacht de concentratie oplosmiddel in de stoomruimte mag er GEEN explosief mengsel met lucht ontstaan. De inwendige temperatuur moet lager zijn dan het vlampunt of lager zijn dan het sublimaatpunt van de lading. Informeer u over de fysische en chemische eigenschappen van de lading. Informeer u over mogelijke door de lading gevormde gezondheidsgevaren. Neem gepaste maatregelen voordat u het apparaat in gebruik neemt, om gevaren uit te sluiten. WAARSCHUWING Gevaar voor vergiftiging en infectie bij verontreiniging van het apparaat door giftige, besmettelijke of radioactieve materialen. Schade aan de gezondheid.
SUFsg 12/2024 Pagina 13/112 GEVAAR Gevaar door een elektrische schok door binnendringend water in het apparaat. Dodelijke elektrische schok. ∅ Zorg ervoor dat het apparaat NIET nat wordt tijdens gebruik, reiniging of onderhoud. ∅ Plaats het apparaat NIET in vochtige ruimten of in plassen. ∅ Plaats het apparaat spatwaterdicht. De apparaten zijn conform de betreffende VDE-bepalingen opgebouwd en conform VDE 0411-1 (IEC 61010-1) afzonderlijk getest. De interne oppervlakken van het apparaat worden tijdens het gebruik zeer koud. VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding door bevriezing bij aanraking van koude onderdelen tijdens of na gebruik. Lokale bevriezingen. ∅ Raak tijdens het gebruik de binnenoppervlakken en de lading NIET direct aan. ∅ Vermijd huidcontact met interne oppervlakken en accessoires. Draag veiligheidshandschoenen bij het openen van de binnendeuren en bij het hanteren.
WAARSCHUWING Gevaar voor verwonding, en beschadiging, door omvallen van het apparaat of het afscheuren van de onderaan uitstekende behuizingsafdekking. Verwonding, en beschadiging van het apparaat en de lading ∅ Belast de onderste behuizingsafdekking met geopende apparaatdeur NIET met zware voorwerpen en stap er niet op. 1. 8 Beoogd gebruik Tot het beoogd gebruik behoort ook het opvolgen van de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en het opvolgen van de onderhoudsinstructies (hoofdstuk 24). Gebruik van de apparaten zonder naleving van de in deze gebruiksaanwijzing (handleiding) voorgeschreven eisen geldt als niet-beoogd gebruik. Toepassingen die niet in dit hoofdstuk worden beschreven, zijn niet toegestaan. Gebruik Ultra-diepvrieskasten SUFsg zijn technische arbeidsmiddelen en uitsluitend bestemd voor gebruik op het werk.
Ze zijn geschikt voor de sectoren farmaceutica, geneeskunde, life sciences, kunststofindustrie, elektronische onderdelen, levensmiddelen enzovoort. Ultra-diepvrieskasten zijn geschikt voor de opslag van ongevaarlijke lading. Bij voorzienbaar gebruik van het apparaat bestaat voor de gebruiker geen gevaar door de integratie van het apparaat in systemen of door bijzondere omgevings- of toepassingsvoorwaarden in de zin van de norm EN 61010-1. Hiertoe moet het beoogde gebruik van het apparaat en al zijn aansluitingen worden nageleefd.
SUFsg 12/2024 Pagina 14/112 Eisen aan de lading De lading mag geen corrosieve bestanddelen bevatten die de componenten van het roestvrijstalen apparaat kunnen aantasten. Hieronder vallen met name zuren en halogeniden. Voor eventuele corrosieschade door dergelijke bestanddelen aanvaardt de fabrikant geen aansprakelijkheid. Geen enkele component van de lading mag met lucht een explosief mengsel kunnen vormen. Onderdelen van de lading mogen NIET leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke gassen. De apparaten beschikken niet over maatregelen ter bescherming tegen explosies. GEVAAR Explosie- of implosiegevaar en vergiftigingsgevaar door het plaatsen van ongeschikte lading. Vergiftigingen. Ernstig letsel of de dood door brandwonden en / of explosiedruk. ∅ Plaats GEEN brandbare of explosieve stoffen in het apparaat, in het bijzonder geen energiebronnen zoals accu's of lithium-ionaccu's.
∅ Plaats GEEN explosief stof of explosieve oplosmiddel-luchtmengsels in het apparaat. ∅ Plaats GEEN stoffen in het apparaat die gevaarlijke gassen kunnen afgeven. Verontreiniging van het apparaat door giftige, besmettelijke of radioactieve materialen moet beslist worden verhinderd. WAARSCHUWING Gevaar voor vergiftiging en infectie bij verontreiniging van het apparaat door giftige, besmettelijke of radioactieve materialen. Schade aan de gezondheid. Bescherm de binnenkant van het apparaat tegen verontreiniging met giftige, besmettelijke of radioactieve materialen. Neem gepaste voorzorgsmaatregelen bij het plaatsen of uitnemen van giftig, besmettelijk of radioactief materiaal. Medische hulpmiddelen De apparaten zijn geen medische hulpmiddelen in de zin van Richtlijn 2017/745/EU.
Dit omvat uitdrukkelijk de volgende foutieve toepassingen (opsomming is niet volledig) die ondanks de intrinsiek veilige constructie en de aanwezige technische beveiligingen een risico vormen: • Het niet naleven van de gebruiksaanwijzing • Het niet naleven van de informatie- en waarschuwingsinrichtingen op het apparaat (bijvoorbeeld aanwijzingen op de regelaar, veiligheidssymbolen, waarschuwingssignalen) • Installatie, inbedrijfstelling, bediening, onderhoud of reparatie van het apparaat door ongeschoold, onvoldoende gekwalificeerd of onbevoegd personeel • Ontbrekend of vertraagd onderhoud en controles • Niet verhelpen van slijtage- en beschadigingstekens • Plaatsen van materialen die in deze gebruiksaanwijzing zijn uitgesloten of niet zijn toegestaan. • Niet-naleving van de toegestane parameters voor de bewerking of opslag van het betreffende materiaal.
• Installatie-, test-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden in de buurt van oplosmiddelen • Installatie van reserveonderdelen en gebruik van accessoires en bedrijfsmiddelen die niet door de fabrikant zijn gespecificeerd en goedgekeurd • Overbruggen of veranderen van de veiligheidsinrichtingen, gebruik van het apparaat zonder de daartoe bestemde veiligheidsvoorzieningen • Niet-naleving van de instructies voor reiniging en desinfectie van het apparaat. • Het apparaat overgieten met water of reinigingsmiddel, binnendringen van water in het apparaat tijdens gebruik, reiniging of onderhoud. • Reinigingswerkzaamheden bij ingeschakeld apparaat.
• Gebruik van het apparaat bij beschadigde behuizing of beschadigde voedingskabel • Het apparaat blijven gebruiken bij een duidelijke storing • Plaatsen van voorwerpen, in het bijzonder metalen voorwerpen, in ventilatiesleuven of andere openingen of spleten van het apparaat • Menselijk wangedrag (bijvoorbeeld gebrek aan ervaring, kwalificatie, stress, vermoeidheid, comfort) Om deze en andere risico's door verkeerd gebruik te vermijden, wordt het opstellen van gebruiksaanwijzingen en de installatie van werkinstructies (SOP's) door de exploitant aanbevolen. 1. 10 Restgevaren Onvermijdbare constructieve kenmerken van een apparaat en het beoogde toepassingsgebied kunnen ook bij een correcte bediening gevaar voor de gebruiker inhouden.
Tot dergelijke restgevaren behoren gevaren die ondanks de inherent veilige constructie, de aanwezige technische veiligheidsinrichtingen en veiligheidsmaatregelen, en aanvullende veiligheidsmaatregelen niet kunnen worden uitgesloten. Aanwijzingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing waarschuwen voor restgevaren. Gevolgen van deze restgevaren en vereiste maatregelen om deze te vermijden, worden vermeld in de gebruiksaanwijzing. Bovendien moet de exploitant maatregelen nemen om de gevaren als gevolg van onvermijdelijke restgevaren te minimaliseren. Hiertoe behoort in het bijzonder het opstellen van gebruiksaanwijzingen. De volgende opsomming geeft een overzicht van de gevaren waarvoor in deze gebruiksaanwijzing en in de servicehandleiding op een geschikte plaats wordt gewaarschuwd en veiligheidsmaatregelen worden vermeld:.
SUFsg 12/2024 Pagina 16/112 Uitpakken, transport, installatie • Glijden of kantelen van het apparaat • Opstelling van het apparaat in niet toegestane gebieden • Installatie van een beschadigd apparaat • Installatie van een apparaat met beschadigde voedingskabel • Ongeschikte opstellocatie • Ontbrekende aardverbinding Gangbaar bedrijf • Montagefouten • Koude oppervlakken in binnenruimtes en deuren aanraken • Niet-ioniserende straling via elektrische apparatuur • Aanraken van spanningvoerende delen in normale toestand Reiniging en ontsmetting • Binnendringen van water in het apparaat • Ongeschikte reinigings- en ontsmettingsmiddelen • Personen in het interieur opsluiten Storingen en beschadigingen • Doorgaan met het gebruik van het apparaat bij een duidelijke storing of uitval van de koelmachine • Aanraken van spanningvoerende delen in storingssituatie • Gebruik van een apparaat met een beschadigde voedingskabel Onderhoud • Onderhoudswerkzaamheden onder spanning.
• Uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden door ongeschoold / onvoldoende gekwalificeerd personeel • Niet-verrichte elektrische veiligheidscontrole tijdens jaarlijks onderhoud Problemen oplossen en repareren • Niet naleven van de waarschuwingen in de servicehandleiding • Probleemoplossing onder spanning zonder voorgeschreven veiligheidsmaatregelen • Ontbrekende plausibiliteitscontrole om eventuele foutieve etikettering van elektrische componenten uit te sluiten • Uitvoeren van reparatiewerkzaamheden door ongeschoold / onvoldoende gekwalificeerd personeel • Ondeskundige reparaties die niet voldoen aan de voorgeschreven kwaliteitsnorm van de fabrikant • Gebruik van andere dan de originele reserveonderdelen van de fabrikant • Niet-verrichte elektrische veiligheidscontrole na reparaties
SUFsg 12/2024 Pagina 17/112 1. 11 Gebruiksaanwijzing Afhankelijk van de gebruikswijze en de opstellocatie wordt geadviseerd dat de exploitant van het apparaat in een gebruiksaanwijzing de gegevens voor het veilig gebruik van het apparaat vastlegt. De gebruiksaanwijzing in begrijpelijke vorm en in de taal van de medewerkers, op de opstellocatie zichtbaar en duurzaam aanbrengen. 1. 12 Maatregelen voor ongevallenpreventie De exploitant van het apparaat moet de plaatselijk geldende richtlijnen voor het gebruik van het apparaat naleven, en voorzorgsmaatregelen voor ongevallenpreventie treffen. De volgende maatregelen zijn door de fabrikant genomen om ontsteking en explosies te vermijden: • Informatie op het typeplaatje Zie hoofdstuk 1. 6. • Gebruiksaanwijzing Voor elk apparaat is een gebruiksaanwijzing (handleiding) beschikbaar.
• Temperatuurbewaking Het apparaat heeft een aan de buitenkant afleesbare temperatuurweergave. In het apparaat is een extra instelbare temperatuurbewaking gemonteerd. Een optisch en een akoestisch signaal (zoemer) geven de temperatuuroverschrijding aan. • Veiligheids-, meet- en regelinrichting De veiligheids-, meet- en regelinrichtingen zijn goed toegankelijk. • Elektrostatische lading De interne onderdelen zijn geaard. • Niet-ioniserende straling Niet-ioniserende straling wordt niet bewust opgewekt, maar slechts op basis van de techniek afgegeven door de elektrische bedrijfsmiddelen (bijvoorbeeld elektromotoren, hoogspanningsleidingen of magnetische spoelen). Bovendien beschikt de machine niet over sterke permanente magneten.
Indien dragers van actieve implantaten (bijvoorbeeld pacemakers, defibrillatoren) een veiligheidsafstand (afstand veldbron tot implantaat) van 30 cm aanhouden, kan een beïnvloeding van deze implantaten hoogstwaarschijnlijk worden uitgesloten. • Bescherming tegen aanraakbare oppervlakken Getest conform EN ISO 13732-3:2008. • Vloeren Zie Gebruiksaanwijzing hoofdstuk 3. 4 voor de opstelling.
SUFsg 12/2024 Pagina 18/112 2. Beschrijving van het apparaat De ultra-diepvrieskasten SUFsg worden met de grootste zorgvuldigheid en met behulp van de modernste ontwikkelings- en productiemethoden vervaardigd. Ze worden gebruikt voor een betrouwbare, langdurige opslag van monsters bij lage temperaturen en kunnen worden gebruikt bij temperaturen van -90 °C tot -40 °C. De apparaten zijn leverbaar in verschillende spanningsvarianten. Vergrendelbare beschermklep voor hoofdschakelaar (optie) Als optie is een vergrendelingssysteem met sleutel voor de hoofdschakelaar van de ultra-diepvrieskast verkrijgbaar. Regelaars en veiligheid De krachtige apparaatregelaar is standaard uitgerust met een groot aantal overzichtelijke bedienings-, extra schrijver- en alarmfuncties. De temperatuur kan tot op 0,1 graad nauwkeurig worden ingesteld. De regelaar is op de optimale bedieningshoogte aangebracht.
De regelaar biedt een foutanalysesysteem dat akoestische en visuele waarschuwingen en alarmen genereert. Het alarmsysteem met reserve-accu zorgt ervoor dat het alarm en de regeling in geval van stroomuitval 72 uur blijven werken. De regelaar biedt wachtwoordbeveiliging voor de instelmenu's. De regelaar bewaakt de omgevingstemperatuur en waarschuwt wanneer deze een vooraf ingestelde waarde overschrijdt. De standaard aanwezige bewakingsregelaar regelt ook bij een storing van de regelaar de geselecteerde temperatuur verder. Bij een stroomstoring bij -80 °C wordt de temperatuur van -60 °C bij een lege kast gedurende minstens 3,5 uur niet overschreden, bij een geladen kast (meting met 30 kg water) gedurende ongeveer 7 uur. Behuizing Binnenruimte en binnenkant van de geïsoleerde buitendeur zijn van rvs (materiaalnummer 1. 4016, VS-code AISI 430).
De behuizing met alle hoeken en randen is voorzien van een kunststof coating. De binnenkant is glad en daardoor gemakkelijk te reinigen. Het filter is eenvoudig toegankelijk vanaf de voorkant, zodat het zonder gereedschap kan worden gereinigd.
Standaard worden twee doorvoeropeningen van 28 mm meegeleverd. Ze zijn bedoeld voor het invoeren van een sensorkabel van een extra meetapparaat, de bovenste links ook voor het aansluiten van de optionele CO2 noodkoeling. De ijsopbouw in de deurzone is minimaal door een perfecte deursluiting (binnen- en buitendeuren). Nauwkeurige ruimtelijke koudedistributie binnen zorgt voor de opslag van alle monsters bij dezelfde opslagtemperatuur. Het vermijden van warmtebruggen beschermt tegen ontdooiing. Door de combinatie van vacuümisolatietechniek (VIP-technologie = vacuum insulation panels) en CFK-vrij PU-schuim wordt een maximale isolatiewaarde bereikt. De ultra-diepvrieskast heeft twee binnendeuren. Het interieur kan door de flexibele rvs planken variabel worden vormgegeven en optimaal worden benut. Apparaatinventaris is optioneel verkrijgbaar.
SUFsg 12/2024 Pagina 19/112 Koelsysteem De krachtige, energiezuinige en stille koelmachine maakt gebruik van de milieuvriendelijke 'groene' koelmiddelen R290 (propaan,) en R170 (ethaan). Deze zijn vrij van gechloreerde koolwaterstoffen (CFK's, HCFK's). Besturing van de twee-niveaus koelmachine: Het eerste niveau schakelt direct in. Bovendien schakelt het tweede niveau temperatuurafhankelijk in. Alarminstallatie met reserveaccu Het apparaat is uitgerust met een oplaadbare accu (12 V, 7,2 Ah). De accuspanning wordt regelmatig gecontroleerd. Als de accuspanning te laag is, wordt een alarm afgegeven. De accuspanning kan worden opgevraagd via het regelaarmenu. Een foutanalysesysteem bewaakt de werking van de apparatuur en genereert hoorbare en visuele waarschuwingen en alarmen. Er wordt bijvoorbeeld gecontroleerd of de deur gesloten is.
Een CO2 noodkoeling (optie, hoofdstuk 20) maakt extra koeling mogelijk, bijvoorbeeld na warmte-inbreng in het apparaat, bij onderbreking van de stroomvoorziening of bij een defect van de koelinstallatie. Gegevensverzameling en documentatie Het apparaat beschikt standaard over een potentiaalvrije alarmuitgang (hoofdstuk 14.4.7) en optioneel over een analoge uitgang (hoofdstuk 21.2) voor integratie in klantsystemen. Het apparaat beschikt standaard over een ethernetaansluiting (hoofdstuk 21.1) voor computercommunicatie. Daarmee kan het via een netwerk worden bewaakt.
SUFsg 12/2024 Pagina 22/112 2.2 Afsluit- en regelaarbehuizing Het bedieningspaneel van de besturing is geïntegreerd in de afsluit- en regelaarbehuizing (B) van het apparaat. Een deurgreep (C) opent en sluit de deur van het apparaat. Vooraanzicht linkerkant van het apparaat Afbeelding 6: Afsluit- en regelaarbehuizing met bedieningspaneel van de regelaar en deurgreep (B) Afsluit- en regelaarbehuizing (C) Deurgreep (18) Deurslot 2.2.1 Bediening van het deurslot Aan de linkerkant van het apparaat vóór de deurgreep bevindt zich het deurslot (18). Er worden twee sleutels meegeleverd. Draai de sleutel rechtsom om het slot te vergrendelen. De sleutel kan in beide standen (open / vergrendeld) worden verwijderd. Verwijder de sleutel voordat u het portier opent. Anders kan de deursluiting beschadigd raken. LET OP Gevaar voor beschadigingen door het openen van de deur met ingestoken sleutel.
SUFsg 12/2024 Pagina 23/112 2.3 Hoofdschakelaar De hoofdschakelaar bevindt zich onder aan de rechterkant van het apparaat. Als optie is een extra vergrendelbare klep boven de hoofdschakelaar verkrijgbaar. Deze kan met een sleutel worden ontgrendeld en vervolgens worden verwijderd. (4) (5a) (5) Standaard apparaat Apparaat met optionele vergrendelbare beschermklep Afbeelding 7: Positie van de hoofdschakelaar en de vergrendelbare beschermklep (optie) aan de rechterkant van het apparaat (4) Hoofdschakelaar (5) Vergrendelbare beschermklep (optie) (5a) Slot van de vergrendelbare beschermklep Uitgeschakeld Ingeschakeld Afbeelding 8: Hoofdschakelaar (4) aan de rechterkant van het apparaat
SUFsg 12/2024 Pagina 25/112 (8) (9) (10) (11) Afbeelding 10: Aansluitpaneel (I) aan de achterkant van het apparaat, met opties (8) Ethernet-interface (hoofdstuk 21.1) (9) Aansluitbus voor potentiaalvrij alarmcontact (hoofdstuk 14.4.7) (10) Aansluitbus voor analoge uitgang 4-20 mA (optie, hoofdstuk 21.2) (11) Aansluitbus voor elektrische aansluiting van de CO2 noodkoeling (optie, hoofdstuk 20) 2.5 Deuren 2.5.1 Buitendeur Om stabiele omstandigheden in het interieur te waarborgen, moet de buitendeur bij normaal gebruik gesloten zijn. Wachttijd voor deur-open-alarm: Na het sluiten van de buitendeur wordt het deur-open-alarm gedurende een programmeerbare wachttijd uitgeschakeld (fabrieksinstelling: 1 minuut). 2.5.2 Compartimentdeuren De binnenkant van de ultra-diepvrieskast is onderverdeeld in vier compartimenten, die met twee deuren van de omgeving zijn gescheiden.
Hierdoor kunnen de monsters van een enkel compartiment worden geplaatst of verwijderd zonder de temperatuur in andere compartimenten noemenswaardig te beïnvloeden. De binnendeuren blijven bij het openen van de buitendeur gesloten zonder dat ze mechanisch vergrendeld hoeven te worden. De binnendeuren mogen slechts korte tijd geopend blijven om een temperatuurstijging in de binnenruimte van de ultra-diepvrieskast te vermijden. De openingshoek van de binnendeuren mag maximaal 100° bedragen. Voor de extra warmte-isolatie en afdichting van de binnenste compartimentdeuren is er nu de nieuwe optie ‘compartimentdeuren, geïsoleerd’. Hiertoe worden de compartimentdeuren met schuim gevuld en zodoende extra thermisch geïsoleerd.
SUFsg 12/2024 Pagina 26/112 3. Leveringsomvang, transport, opslag en opstelling 3. 1 Uitpakken, controle, leveringsomvang Controleer het apparaat en eventuele optionele accessoires na het uitpakken aan de hand van de pakbon op volledigheid en eventuele transportschade. Transportschade moet onmiddellijk aan de vervoerder worden gemeld. VOORZICHTIG Gevaar voor verwondingen en beschadigingen door glijden of kantelen van het apparaat bij ondeskundig heffen. Verwondingen, beschadiging van het apparaat. ∅ Til het apparaat NIET op aan de deur, de afsluit- en regelaarbehuizing of de onderste behuizingsafdekking. ∅ Til het apparaat NIET met de hand op. ∅ Vervoer het apparaat indien mogelijk NIET liggend. ALLEEN op de scharnierkant of achterkant mag het liggend getransporteerd worden, maar moet dan vóór het inschakelen minimaal 24 uur rechtop staan.
Til het apparaat met technische hulpmiddelen (vorkheftruck) van de pallet. Plaats de vorkheftruck aan de zijkant of van achteren in het midden van het apparaat. Alle dwarsbalken moeten op de vork liggen (controle: vork steekt aan de tegenoverliggende kant naar voren). Draag geschikte schoenen (veiligheidsschoenen). Vanwege de eindtest van de nieuwe apparaten zijn sporen van de planken aan de binnenkant van de ketel mogelijk. Deze beïnvloeden de werking van het apparaat niet. Verwijder alle transportbeveiligingen en lijmen in en op het apparaat en de deuren en haal de gebruiksaanwijzingen en het bijgevoegde materiaal uit de binnenruimte. Verwijder eventuele beschermfolie van de inwendige metalen oppervlakken voordat u het apparaat in gebruik neemt. Na het transport met technische hulpmiddelen (hoofdstuk 3. 2. 2) tot aan de inbedrijfstelling minimaal 8 uur wachten.
SUFsg 12/2024 Pagina 27/112 3. 2 Aanwijzingen voor veilig transport 3. 2. 1 Verplaatsen van de ultra-diepvrieskast binnen een gebouw Ontgrendel de remmen van de voorste wieltjes van het apparaat voordat u het apparaat verplaatst. De wielen van het apparaat zijn uitsluitend geschikt voor verplaatsing binnen een gebouw. Dit mag uitsluitend plaatsvinden op een voegloze ondergrond (dus geen tegels) en met vermijding van schokken. Daarbij mag het apparaat ook beladen zijn (maximaal belading, zie Technische gegevens, hoofdstuk 26. 3). Wanneer het apparaat over grotere deurdrempels of in een lift moet worden geschoven om bijvoorbeeld naar een andere etage te worden verplaatst, moet u het apparaat leegmaken en alle planken op de bodem van de binnenruimte leggen.
Wordt het apparaat hierbij onder een hoek van 5° gekanteld, dan kan het na het verplaatsen (op zijn vroegst 10 minuten na het uitschakelen) direct weer worden ingeschakeld. Anders moet u ten minste 8 uur wachten voordat u het apparaat weer in gebruik neemt. Zet de voorste wieltjes van het apparaat op de rem zodra het apparaat stilstaat. Draag bij het verplaatsen van het apparaat geschikte schoenen (veiligheidsschoenen). Verplaatsen over zeer korte afstanden (binnen het bereik van de stroomkabel) is mogelijk terwijl het apparaat in bedrijf is. Wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld (uitschakelen met de hoofdschakelaar, de netstekker uit het stopcontact trekken), moet u na het verplaatsen van het apparaat 10 minuten wachten voordat u het weer inschakelt, om beschadigingen aan de koelmachine te vermijden.
LET OP Gevaar voor schade aan het koelsysteem door te snel opnieuw starten van de koelmachine na een verplaatsing. Beschadiging van het apparaat. Wacht na het verplaatsen 10 minuten voordat u de ultra-diepvrieskast weer inschakelt.
Om het apparaat door nauwe punten (deuren, smalle gangen) te verplaatsen, opent u de deur van het apparaat: Afbeelding 11: SUFsg met geopende apparaatdeur Gebruik voor het transport buiten een gebouw technische hulpmiddelen (hoofdstuk 3. 2. 2). 830 mm 900 mm 1400 mm 880 mm (SUFsg 3501) 1000 mm (SUFsg 5001) 1280 mm (SUFsg 7001).
SUFsg 12/2024 Pagina 28/112 3.2.2 Transport buiten een gebouw Ontgrendel de remmen van de voorste wieltjes van het apparaat voordat u het apparaat verplaatst. De apparaatwieltjes zijn alleen geschikt voor verplaatsing binnen een gebouw (let op de aanwijzingen in hoofdstuk 3.2.1). Als het apparaat in bedrijf was, leef dan de aanwijzingen voor het tijdelijk buiten bedrijf stellen (hoofdstuk 25.2) na. VOORZICHTIG Gevaar voor verwondingen en beschadigingen door uitglijden of kantelen van het apparaat bij ondeskundig transport. Verwondingen, beschadiging van het apparaat. ∅ Til of transporteer het apparaat NIET aan de deur, de afsluit- en regelaarbehuizing of de onderste behuizingsafdekking. ∅ Til het apparaat NIET met de hand op. ∅ Vervoer het apparaat indien mogelijk NIET liggend.
ALLEEN op de scharnierkant of achterkant mag het liggend getransporteerd worden, maar moet dan vóór het inschakelen minimaal 24 uur rechtop staan. Vervoer het apparaat uitsluitend in de originele verpakking Zet het apparaat voor het transport vast met transportriemen. ∅ Leg de planken op elkaar op de bodem van de binnenruimte. ∅ Plaats het apparaat met technische hulpmiddelen (vorkheftruck) op de transportpallet. Plaats de vorkheftruck aan de zijkant of van achteren in het midden van het apparaat. Alle dwarsbalken moeten op de vork liggen (controle: vork steekt aan de tegenoverliggende kant naar voren). Vervoer het apparaat uitsluitend op de originele transportpallet. Pompwagen UITSLUITEND met pallet plaatsen. Zonder pallet bestaat er acuut kantelgevaar ∅ Draag geschikte schoenen (veiligheidsschoenen). • Toelaatbare omgevingstemperatuur voor transport: -20 °C tot +60 °C.
U kunt bij de servicedienst van de fabrikant verpakkingen en pallets voor transportdoeleinden aanvragen. Draag tijdens het transport van het apparaat geschikte schoenen (veiligheidsschoenen). Wacht na het transport minimaal 8 uur voordat u het apparaat in gebruik neemt.
SUFsg 12/2024 Pagina 29/112 3. 3 Opslag Tussentijdse opslag van het apparaat in een gesloten en droge ruimte. Leef de aanwijzingen voor het tijdelijk buiten bedrijf stellen na (hoofdstuk 25. 2). • Toelaatbare omgevingstemperatuur bij opslag: -20 °C tot +60 °C. • Toegestane omgevingsvochtigheid: maximaal 70% r. v. , niet condenserend Beveilig het apparaat tegen abusievelijk wegrollen door de voorste wieltjes op de rem te zetten. De ultra-diepvrieskast moet rechtop staan om morsen van olie uit de motorbehuizing en daarmee schade aan het koelsysteem te vermijden. Maximale hellingshoek: 10°. Wanneer het apparaat na opslag in een koude omgeving voor inbedrijfstelling naar de opstellocatie wordt gebracht, kan er condensvorming in de omgeving van het interieur en aan de behuizing optreden.
Wacht minstens 1 uur voordat u het apparaat inschakelt, totdat het op kamertemperatuur is en helemaal droog is. Afhankelijk van het soort transport dat heeft plaatsgevonden (hoofdstuk 3. 2) moet u eventueel minstens 8 uur wachten tot u het apparaat in bedrijf stelt. 3. 4 Installatielocatie en omgevingscondities De ultra-diepvrieskast is bestemd voor opstelling in gesloten ruimten. Plaats het apparaat op een goed geventileerde, droge plaats en op een vlakke trillingsvrije ondergrond. Zet de remmen van de voorste apparaatwieltjes vast en lijn het apparaat uit met een waterpas. De opstellocatie moet draagkrachtig zijn voor het gewicht van het apparaat (zie technische gegevens, hoofdstuk 26. 3). LET OP Gevaar voor oververhitting door gebrekkige ventilatie. Beschadiging van het apparaat. Plaats het apparaat NIET in niet-geventileerde nissen.
LET OP Gevaar voor het milieu door lekkage van koelmiddel in geval van een defect apparaat. Milieuschade. Zorg voor voldoende ontluchting op de opstellocatie. • Toelaatbare omgevingstemperatuur: +16 °C tot +32 °C. Bij hoge kamertemperaturen kunnen temperatuurschommelingen optreden. De omgevingstemperatuur mag niet significant hoger zijn dan de aangegeven omgevingstemperatuur van +22 +/- 3 °C, waarop de technische gegevens betrekking hebben. Bij afwijkende omgevingsomstandigheden zijn andere gegevens mogelijk. Vermijd dat de ultra-diepvrieskast warme lucht van andere apparaten aanzuigt. Vermijd direct zonlicht op het apparaat. Plaats het apparaat niet in de directe omgeving van apparaten met een hoge warmtestraling. • Toegestane omgevingsvochtigheid: maximaal 70% r. v. , niet condenserend • Opstelhoogte maximaal 2000 m boven NAP.
SUFsg 12/2024 Pagina 30/112 Minimale afstanden: • tussen meerdere apparaten: 250 mm • afstand tot muur erachter: 100 mm (afstandhouder meegeleverd, hoofdstuk 4. 2) • afstand tot de wand aan de zijkant zonder deuraanslag (kant zonder scharnieren): 100 mm • Afstand tot de wand aan de zijkant van de deuraanslag (scharnierkant): 240 mm. • boven het apparaat: 100 mm Ventilatiegaten mogen niet worden geblokkeerd. Houd een afstand van minstens 100 mm aan tot de ventilatieopeningen aan de voor- en achterkant van de ultra-diepvrieskast. De ultra-diepvrieskast moet rechtop staan om morsen van olie uit de motorbehuizing en daarmee schade aan het koelsysteem te vermijden. Maximale hellingshoek: 10°. Trek de stekker uit het stopcontact om het apparaat volledig te scheiden van het elektriciteitsnet.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr SUFsg 3501 MediLine stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Liebherr
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis