Liebherr SRTvg 1501 Performance Handleiding

Liebherr Koelkast SRTvg 1501 Performance

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr SRTvg 1501 Performance (48 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Liebherr SRTvg 1501 Performance of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Gebruikshandleiding
Quality, Design and Innovation
home.liebherr.com/fridge-manuals

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: SRTvg 1501 Performance

Handleiding Liebherr SRTvg 1501 Performance – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 31. 1 Leveringsomvang. 31. 2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 31. 3 Speciale uitrusting. 31. 4 Toepassingsgebied van het apparaat. 31. 5 Geluidsemissie van het apparaat. 41. 6 Conformiteit. 41. 7 SVHC-stoffen volgens de REACH-verordening. 42 Algemene veiligheidsvoorschriften. 43 Werking van het Touch-display. 63. 1 Navigatie en verklaring van symbolen. 63. 2 Menu's. 73. 3 Slaapstand. 74 In gebruik nemen. 74. 1 Opstelvoorwaarden. 74. 2 Afmetingen apparaat. 84. 3 Apparaat transporteren. 84. 4 Apparaat uitpakken. 84. 5 Deurgreep monteren. 94. 6 Apparaat opstellen. 94. 7 Apparaat uitlijnen. 94. 8 Plaatsen van meerdere apparaten. 94. 9 Apparaat onder een werkplaat schuiven. 94. 10 Na het plaatsen. 104. 11 Afvalverwerking van de verpakking. 104. 12 Deurdraairichting veranderen. 104. 13 Deur uitlijnen. 204.

SymboolUitlegGebruiksaanwijzing lezenOm alle voordelen van uw nieuwe apparaat teleren kennen, moet u de instructies in dezegebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen. Aanvullende informatie op het internetDe digitale handleiding met aanvullende infor‐matie en in andere talen kunt u vinden opinternet via de QR-code op de voorkant van dehandleiding of door het servicenummer in tevoeren op home. liebherr. com/fridge-manuals. Het servicenummer vindt u op het typeplaatje:Fig. VoorbeeldApparaat controlerenControleer alle onderdelen op transportschade. Neem bij op- of aanmerkingen contact op metde distributeur of de klantenservice. AfwijkingenDe gebruiksaanwijzing geldt voor verschillendemodellen, afwijkingen zijn mogelijk. Secties diealleen van toepassing zijn op bepaalde appa‐raten worden met een sterretje (*) aangeduid.

1 VoorbeeldweergaveUitrusting(1)Typeplaatje (6) Bedieningselementen entemperatuurindicatie(2) Legrooster (7) Veiligheidsthermostaats‐ensor(3) Verstelbare poot (8) Dooiwaterafvoer(4) Binnenverlichting* (9) Sensordoorvoer(5) SlotFig. 2 Voorbeeldweergave achterzijdeUitrusting(1) LAN/WLAN interface * (3) Draaggreep(2) Potentiaalvrije alarm‐uitgang1. 3 Speciale uitrustingAanwijzingAccessoires zijn verkrijgbaar via de klantenservice(zie 9. 3 Klantenservice) en in de Liebherr-Hausgeräte-shoponder home. liebherr. com/shop/de/deu/zubehor. html. SmartModuleHet apparaat kan worden uitgerust met een SmartModule. Dit is een WLAN/ en LAN-interface voor verbinding tussenhet apparaat en een extern documentatie- en alarmsys‐teem, zoals Liebherr SmartMonitoring. Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landenverkrijgbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code(zie 6. 2.

Laden achteraf aanbrengenBij het achteraf aanbrengen van ladesystemen in Liebherrkoel-/vrieskasten die worden gebruikt voor de bewaringvan temperatuurgevoelige materialen, zoals medicijnen diegekoeld moeten worden en gekoelde goederen waarvoorspeciale standaardvereisten gelden, is een temperatuur‐kwalificatie vereist. Het achteraf aanbrengen van laden inkoel-/vrioeskasten kan leiden tot bederven of beschadigenvan de bewaarde producten. Daarom mag het achterafaanbrengen uitsluitend worden uitgevoerd door erkendedienstverleners van de koel/vrieskastfabrikant. 1. 4 Toepassingsgebied van het apparaatBeoogd gebruikDeze laboratoriumkoelkast is geschikt voorhet professioneel opslaan van producten bijeen temperatuur tussen 3°C en 16°C. Typische producten die opgeslagen kunnenworden zijn monsters voor onderzoek,reagentia, laboratoriuminventaris, enz.

De opslag van temperatuurgevoelige stoffenvereist het gebruik van een onafhankelijk,permanent bewaakt alarmsysteem. Dit alarm‐systeem moet dusdanig zijn ontworpen, dateen verantwoordelijke persoon elke alarmtoe‐stand kan registreren, om overeenkomstigemaatregelen te kunnen treffen. Voorzienbaar verkeerd gebruikGebruik het apparaat niet voor de volgendetoepassingen:-Opslag en koeling van:Het apparaat in vogelvlucht* afhankelijk van model en uitvoering 3.

•Chemisch onstabiele, ontvlambare ofbijtende stoffen•Bloed, plasma of andere lichaamsvloei‐stoffen bestemd voor infusie, toedieningof inbrenging in het menselijk lichaam. -Gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen. -Gebruik buiten of in vochtige bereiken enspatwaterbereiken. Ondeskundig gebruik van het toestel leidt totbeschadiging of bederf van de opgeslagenproducten. KlimaatklassenDe voor uw apparaat van toepassing zijndeklimaatklasse staat op het typeplaatje. Fig. 3 Typeplaatje(X)Deze klimaatklassegeeft aan bij welkeomgevingsconditieshet apparaat veilig kanworden gebruikt. Klimaat‐klasse (X)max. ruimte‐temperatuurmax. rel. lucht‐vochtigheid7 35°C 75%AanwijzingDe minimaal toegestane ruimtetemperatuurop de plaats van opstelling is 10°C. De binnentemperatuur van het apparaat over‐schrijdt nooit de omgevingstemperatuur opde opstellingslocatie.

html2 Algemene veiligheidsvoor‐schriftenBewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat uhem te allen tijde kunt raadplegen. Als u het apparaat doorgeeft, geef dan ook dehandleiding door aan de volgende eigenaar. Om het apparaat goed en veilig te kunnengebruiken, moet u deze handleiding vóórgebruik aandachtig doorlezen. Volg altijdde instructies, veiligheidsvoorschriften enwaarschuwingen die hierin zijn opgenomen. Deze zijn belangrijk om het apparaat veiligen probleemloos te kunnen installeren engebruiken. Gevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat mag alleen gebruikt wordendoor technisch en laboratoriumpersoneeldat daarvoor opgeleid is en vertrouwd ismet alle veiligheidsmaatregelen voor hetwerken in een laboratorium. Kinderen enpersonen met verminderde lichamelijke,zintuiglijke of geestelijke vermogens ofgebrek aan ervaring en kennis mogen ditapparaat niet gebruik nemen of bedienen.

-De contactdoos moet eenvoudig toegan‐kelijk zijn, zodat het apparaat in nood‐gevallen snel van de stroomvoorzieningkan worden losgekoppeld. Deze moet zichbuiten de achterkant van het apparaatbevinden. -Als het apparaat van het net wordtgescheiden, altijd bij de stekker vast‐houden. Niet aan de kabel trekken. -Bij storingen de netstekker uittrekken of dezekering uitschakelen. -WAARSCHUWING: Het netsnoer nietbeschadigen. Apparaat niet gebruiken, alshet netsnoer is beschadigd. Algemene veiligheidsvoorschriften4 * afhankelijk van model en uitvoering.

-WAARSCHUWING: Meervoudige contact‐dozen/verdeeldozen en andere elektroni‐sche apparaten (zoals halogeentransforma‐toren) mogen niet aan de achterzijde vanapparaten worden geplaatst en gebruikt. -WAARSCHUWING: ventilatieopeningen inhet apparaatbehuizing of in de inbouwbe‐huizing niet afsluiten. -Reparaties en ingrepen aan het apparaatalleen door de klantenservice of ander hier‐voor opgeleid vakpersoneel laten uitvoeren. -Apparaat alleen volgens de voorschriftenmonteren, aansluiten en afvoeren. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel (gegevens ophet typeplaatje) is milieuvriendelijk maarbrandbaar. Koelmiddel dat ontsnapt, kanontbranden. •WAARSCHUWING: Koelkringloop nietbeschadigen. •Vermijd het hanteren van ontstekings‐bronnen in de binnenkant van het appa‐raat. •WAARSCHUWING: In het koelvak geenelektrische apparaten gebruiken die nietvan het door de fabrikant aanbevolentype zijn.

•Indien koudemiddel uittreedt: Open vuurof ontstekingsbronnen in de buurt vanhet uittreedpunt vermijden. Ruimte goedventileren. Klantenservice informeren. -Het apparaat niet in de buurt van explo‐sieve gassen gebruiken. -Geen benzine of andere brandbare gassenen vloeistoffen in de buurt van het appa‐raat bewaren of gebruiken. -Geen explosieve stoffen, zoals spuitbussenmet brandbaar drijfgas, in het appa‐raat bewaren. Deze spuitbussen zijn teherkennen aan de opgedrukte inhoud ofeen vlamsymbool. Alle uittredende gassenkunnen worden ontstoken door elektrischecomponenten. -Brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vuur uit de buurt vanhet apparaat houden, zodat ze het apparaatniet in brand kunnen steken. -Alcoholische dranken of andere verpak‐kingen die alcohol bevatten alleen opslaanals ze dicht afgesloten zijn.

Gevaar voor bevriezing, gevoelloosheid enpijn:-Permanent contact van de huid metkoude oppervlakken of gekoelde/bevrorenproducten vermijden of beschermendemaatregelen treffen, bijvoorbeeld hand‐schoenen gebruiken. Letsel- en beschadigingsgevaar:-WAARSCHUWING: Om het ontdooiproceste versnellen, geen mechanische hulpmid‐delen of andere middelen gebruiken die nietdoor de fabrikant worden aanbevolen. -WAARSCHUWING: Letselgevaar door elek‐trische schok. Onder de afdekking bevindenzich onder spanning staande delen. Led-binnenverlichting alleen door de klan‐tenservice of hiervoor opgeleid deskundigpersoneel laten vervangen of repareren. *-LET OP: Apparaat mag alleen met origineeltoebehoren van de fabrikant of met doorde fabrikant goedgekeurd toebehoren vanandere producenten worden gebruikt. Degebruiker draagt het risico bij gebruik vanniet-goedgekeurd toebehoren.

Beknellingsgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur nietin het scharnier grijpen. De vingers kunneningeklemd raken. Kwalificatie deskundig personeel:Het apparaat mag uitsluitend geïnstalleerd,getest, onderhouden en in bedrijf gesteldworden door deskundig personeel datvertrouwd is met de montage, inbedrijfstel‐ling en bediening van het apparaat. Deskundig personeel zijn personen die doorhun technische opleiding, kennis en erva‐ring en hun kennis van de relevante normenin staat zijn het aan hun opgedragen werkte beoordelen en uit te voeren en moge‐lijke gevaren te onderkennen. Ze moeteneen opleiding, instructies en toestemminghebben om met het apparaat te werken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op deolie in de compressor en wijst op hetvolgende gevaar:Kan bij inslikkenen indringen in de luchtwegendodelijk zijn.

WAARSCHUWING: Brandgevaar /brandbare materialen. Het symbool bevindtzich op de compressor en wijst op hetgevaar van ontvlambare stoffen. De stickerniet verwijderen. Het symbool bevindt zich aan de achter‐zijde van het apparaat in het gedeelte vanhet alarmrelais en wijst op het volgendegevaar: Elektrische schok. Ook bijeen van het net gescheiden apparaat kanspanning aanwezig zijn. Sticker niet verwij‐deren. Deze of een vergelijkbare sticker kan opde achterkant van het apparaat zijn aange‐bracht. Deze wijst erop dat er zich vacuüm-isolatiepanelen (VIP) of perlietpanelen inde deur en/of de behuizing bevinden. Deze aanwijzing is alleen van belang voorhet recyclingproces. De sticker niet verwij‐deren.

Neem de specifieke waarschuwingen en deandere specifieke instructies in de anderehoofdstukken in acht:GEVAARWijst op een onmiddellijkegevaarlijke situatie die,indien deze niet wordtvermeden, tot de dood ofernstig letsel zal leiden. WAARSCHU‐WINGWijst op een gevaarlijkesituatie die, indien dezeniet wordt vermeden, tot dedood of ernstig letsel kanleiden. VOORZICHTIGWijst op een gevaarlijkesituatie die, indien deze nietwordt vermeden, kan leidentot licht of middelzwaarletsel. LET OPWijst op een gevaarlijkesituatie die, indien dezeniet wordt vermeden,tot aanzienlijke materiëleschade kan leiden. AanwijzingWijst op nuttige informatieen tips. 3 Werking van het Touch-displayU bedient uw apparaat met het Touch-display. Met hetTouch-display (verder display genoemd) selecteert u defuncties van het apparaat door te tikken.

Als u gedurende10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat hetdisplay terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeksnaar de statusweergave. 3. 1 Navigatie en verklaring vansymbolenIn de afbeeldingen worden verschillende symbolen voornavigatie op het display gebruikt. Deze symbolen wordenin de volgende tabel beschreven. SymboolBeschrijvingOp de navigatiepijl vooruitdrukken:In het menu één stap verder‐gaan.

Op de navigatiepijl achteruitdrukken:In het menu één stap teruggaan. 3 seconden op de navigatiepijlachteruit drukken:In het hoofdmenu of vanuit hetinstellingenmenu terugspringennaar de statusweergave. Meerdere keren achter elkaarop de navigatiepijl drukken:In het menu verdergaan tot degewenste functie. Op het bevestigingssymbooldrukken:Functie activeren/deactiveren. Submenu openen. Tegelijk op het bevestigings‐symbool en het terugsymbooldrukken:Eén menuniveau terugspringen. Pijl met klok:Het duurt meer dan 10 secondenvoordat de volgende weergaveop het display verschijnt. Pijl met tijdweergave:Het duurt de aangegeven tijdvoordat de volgende weergaveop het display verschijnt. Symbool "Instellingsmenu"openen:Naar het instellingsmenu navi‐geren en het instellingsmenuopenen. Indien vereist: In het instellings‐menu naar de gewenste functienavigeren. (zie 3. 2.

1 Instellingenmenuopenen)Symbool "Uitgebreid menu"openen:Naar het uitgebreide menu navi‐geren en het uitgebreide menuopenen. Indien vereist: In het uitgebreidemenu naar de gewenste functienavigeren. (zie 3. 2. 2 Uitgebreid menuopenen)Werking van het Touch-display6 * afhankelijk van model en uitvoering.

Symbool BeschrijvingGeen actie gedurende10secondenAls u gedurende 10 secondengeen actie op het displayuitvoert, gaat het display terugnaar het bovenliggende menuof rechtstreeks naar de status‐weergave. Deur openen en sluiten Als u de deur opent en directweer sluit, springt het displaydirect terug naar de statusweer‐gave. Opmerking: Afbeeldingen van het display worden metEngelse begrippen weergegeven. 3. 2 Menu'sDe functies van het apparaat zijn over verschillende menu'sverdeeld. MenuBeschrijvingHoofdmenu Wanneer u het apparaat inschakelt,bevindt u zich automatisch in het hoofd‐menu. Vanaf hier navigeert u naar de belang‐rijkste functies van het apparaat, hetinstellingenmenu en het uitgebreidemenu. Instellingen‐menuHet instellingenmenu bevat de overigeapparaatfuncties voor het instellen vanuw apparaat. (zie 3. 2.

1 Instellingenmenu openen)UitgebreidmenuHet uitgebreide menu bevat specialeapparaatfuncties voor het instellen vanuw apparaat. De toegang tot het uitge‐breide menu wordt beveiligd met decijfercode 151. (zie 3. 2. 2 Uitgebreid menu openen)3. 2. 1 Instellingenmenu openenFig. 4 Voorbeeld► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Instellingenmenu is geopend. ► Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren. 3. 2. 2 Uitgebreid menu openenFig. 5 Toegang met cijfercode 151► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Geavanceerd menu is geopend. ► Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren. 3. 3 SlaapstandAls u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt hetdisplay over naar de slaapstand. In de slaapstand is dehelderheid van het display gedimd. 3. 3. 1 Slaapstand beëindigen► Op een willekeurige navigatietoets drukken. ▷ Slaapstand is beëindigd. 4 In gebruik nemen4.

1 OpstelvoorwaardenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. ► Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte.

Het apparaat niet buiten, in een vochtige omge‐ving of binnen bereik van spatwater plaatsen. 4. 1. 1 Plaats van opstellingWAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maarwel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrijko‐mend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hogeconcentratie en in contact met een externe warmtebronontvlammen. ► Buisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen. -Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarmingof dergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan directzonlicht. In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 7.

-Een optimale opstelplaats is een droge en goed geventi‐leerde ruimte. -Wanneer het apparaat in een zeer vochtige omgevingwordt neergezet, kan zich aan de buitenkant van hetapparaat condenswater vormen. Let op de plaats van opstelling altijd op de be- enontluchting. -Hoe meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is, deste groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat staat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet deopstelruimte minstens 1 m3 groot zijn. Gegevens overhet gebruikte koelmiddel staan op het typeplaatje aan debinnenkant van het apparaat. -De vloer op de plaats van opstelling moet horizontaal envlak zijn. -De plaats van opstelling moet voor het apparaatgewichtinclusief de maximale belasting over voldoende draagver‐mogen beschikken. (zie 9.

1 Technische gegevens)-Als u het apparaat in een verhoogde positie wilt plaatsen,moet de kantelbeveiliging worden gemonteerd. Als u het apparaat op een ander apparaat plaatst, moetu het verbindingsframe met kantelbeveiliging (bijgeleverdbij het verbindingsframe) monteren. Als u het apparaat op een sokkel met wieltjes plaatst,moet u dit sokkel voorzien van een kantelbeveiliging(inbegrepen bij de sokkel met wieltjes). Als u het apparaat op een sokkel plaatst, moet u desokkel voorzien van een kantelbeveiliging (inbegrepen inde sokkel). U kunt de kantelbeveiliging aanschaffen bijLiebherr-Hausgeräte-shop onder home. liebherr. com/shop/de/deu/zubehor. html. -Het gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen is niettoegestaan. 4. 1. 2 Elektrische aansluitingWAARSCHUWINGBrandgevaar door verkeerd opstellen.

Als een stroomkabel of stekker de achterkant van het appa‐raat raakt, kunnen de trillingen van het apparaat de stroom‐kabel of stekker beschadigen en kortsluiting veroorzaken. ► Voorkom bij het opstellen van het apparaat dat onder hetapparaat stroomkabels klem komen te zitten.

► Apparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegenhet apparaat liggen. ► Op contactdozen in het apparaatacchterpaneel geenapparaten aansluiten. ► Meervoudige contactdozen of verdeeldozen en andereelektronische apparaten (bijv. halogeen-transformatoren)mogen niet aan het achterpaneel van apparaten wordenaangebracht en gebruikt. 4. 2 Afmetingen apparaatFig. 6 Voorbeeldweergave(A)Apparaathoogte inclu‐sieve pootjes / wieltjes(C) Apparaatdieptezonder greep [Greep‐diepte=45mm(1 6/8in)](B) Apparaatbreedtezonder greep [Greep‐diepte=45mm(1 6/8in)](D) Apparaatdiepte bij eengeopende deurA 819mmB 597mmC605mmxD1162mmxX Bij apparaten met meegeleverde muurafstandhouderswordt de afmeting vergroot met 35mm. 4. 3 Apparaat transporterenWAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door glasscherven. *Tijdens transport op een hoogte van meer dan 1500 m kanhet glas van de deur breken.

De scherven zijn scherp enkunnen ernstige verwondingen veroorzaken. ► Navenante veiligheidsmaatregelen treffen. Bij het transport van het apparaat het volgende in achtnemen:► Apparaat rechtop transporteren. ► Apparaat met twee personen transporteren. Bij eerste ingebruikname:► Het apparaat verpakt transporteren. Bij het transport van het apparaat na de eerste ingebruik‐name (bijv. verhuizing of reiniging):► Apparaat leegmaken. ► Deur beveiligen tegen ongewenst openen. 4. 4 Apparaat uitpakken► Controleer of het apparaat en de verpakking op trans‐portschade. Neem onmiddellijk contact met de leveran‐cier op, als u een beschadiging opmerkt. Het apparaatniet op de stroomvoorziening aansluiten. ► Verwijder alle verpakkingsmaterialen van de achterzijdeof de zijwanden van het apparaat die een correcte plaat‐sing of ventilatie kunnen belemmeren. In gebruik nemen8 * afhankelijk van model en uitvoering.

4. 5 Deurgreep monterenFig. 7► Meegeleverde greep met de meegeleverde schroevenFig. 7(1) op de deur aanbrengen. ► Afdekplaatje Fig. 7(2) plaatsen. ► Stop uit de verpakking op de tegenoverliggende zijdeplaatsen. *4. 6 Apparaat opstellenVOORZICHTIGLetsel- en beschadigingsgevaar. ► Apparaat met 2 personen opstellen. VOORZICHTIGLetsel- en beschadigingsgevaar. De deur kan tegen de wand slaan en hierdoor wordenbeschadigd. Bij glazen deuren kan het beschadigde glas totletsel leiden. ► Deur tegen het slaan tegen de wand beveiligen. Deur‐stopper, bijv. van vilt, op de wand aanbrengen. ► Alle benodigde onderdelen (bijv. netkabel) op de achter‐zijde van het apparaat aansluiten en naar de zijkantleiden. AanwijzingKabels kunnen beschadigd worden. ► Kabels bij het terugschuiven niet ingeklemd raken. 4. 7 Apparaat uitlijnenLET OPVervorming van het apparaat en deur sluit niet.

► Apparaat horizontaal en verticaal uitlijnen. ► Oneffen ondergrond met stelvoeten compenseren. WAARSCHUWINGNiet-deskundige hoogteverstelling van de stelvoet. Zwaar tot dodelijk letsel. Door verkeerde hoogteverstellingkan het onderdeel van de stelvoet losraken en het apparaatkantelen. ► De stelvoet er niet te ver uitdraaien. Fig. 8Apparaat optillen:► Stelvoet rechtsom draaien. Apparaat neerlaten:► Stelvoet linksom draaien. 4. 8 Plaatsen van meerdere apparatenLET OPBeschadigingsgevaar door condenswater tussen dezijwanden. ► Het apparaat niet direct naast een ander koelapparaatplaatsen. ► Apparaat met afstand van 3 cm tussen de apparatenopstellen. ► Meerdere apparaten alleen tot temperaturen van 35 °Cen 65 % luchtvochtigheid naast elkaar opstellen. ► Bij hoge luchtvochtigheid afstand tussen de apparatenvergroten. Fig.

Fig. 10(A)Apparaatbreedtezonder tafelblad(D1) Ventilatiedoorsnede inhet werkblad(B) Nisdiepte (D2) Ventilatiedoorsnedetussen werkblad enapparaat(C) NishoogteA min. 600mmB min. 550mmC min. 825mmD1 of D2 min. 200cm²WAARSCHUWINGBrandgevaar door kortsluiting. ► Als u het apparaat opstelt: Netkabel niet knikken,klemmen of beschadigen. ► Apparaat niet gebruiken met een defecte netkabel. Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:❑Tafelblad is verwijderd. ❑Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zichniet achter het apparaat. ► Apparaat onder werkblad schuiven. 4. 10 Na het plaatsen► Beschermfolies verwijderen. *► Apparaat reinigen. (zie 8. 3 Apparaat reinigen)► Indien nodig: Apparaat desinfecteren. ► Factuur bewaren om voor servicediensten apparaat- endealergegevens beschikbaar te hebben. 4.

11 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. ► Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*► Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inza‐melpunt. 4. 12 Deurdraairichting veranderen4. 12. 1 VeiligheidsaanwijzingenWAARSCHUWINGLetselgevaar door niet-deskundige wissel van de deurschar‐nieren. ► Laat de deurdraairichting door gekwalificeerd personeelverwisselen. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel en materiële schade door het gewichtvan de deur. ► Deurdraairichting alleen veranderen als u een gewichtvan 15 kg kunt dragen. ► Deurdraairichting veranderen met twee personen.

Fig. 18► Kabel met houder uit het scharnier trekken.▷ Kabel met houder hangt aan de deur.4.12.6 Deur verwijderenLET OPLetselgevaar door eruit vallende deur!► Deur vasthouden.Fig. 19► Afdekking Fig. 19(1) wegnemen.► Bouten Fig. 19(2) linksom losdraaien en er uit trekken.► Deur Fig. 19(3) iets kantelen.Fig.20► Deur naar boven toe wegnemen.► Deur op een zachte ondergrond leggen.4.12.7 Afdekking boven overzettenFig.21► Afdekking eruit trekken.In gebruik nemen12 * afhankelijk van model en uitvoering

4.12.15 Scharnier onder ombouwenLET OPGevaar voor letsel door gespannen veer!► Schroefverbinding Fig. 43 (1) van het sluitsysteem nietdemonteren.Fig.43► Sluitsysteem Fig.43(2) draaien, tot deze vastklikt.▷ Voorspanning van het sluitsysteem is losgemaakt.Fig.44► Scharnierbeugel demonteren.Fig.45► Moer losmaken.AanwijzingBij het gebruik de juiste uitlijning van het sluitsysteem inacht nemen.In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 17

Fig. 46 Aanzicht van onderen: Fig.46(1)► Sluitsysteem in de scharnierbeugel omzetten en met demoer vastzetten.Fig. 47► Scharnierbeugel op de tegenoverliggende zijde monteren.AanwijzingDe juiste uitlijning en voorspanning is belangrijk voor dewerking van het sluitsysteem.Fig. 48 Linkeraanslag (A) / rechteraanslag (B)► Sluitsysteem tegen de weerstand in draaien, tot de stangvan het sluitsysteem Fig.48(1) naar buiten wijst.▷ Sluitsysteem blijft zelfstandig in deze positie staan.▷ Sluitsysteem is uitgelijnd en voorgespannen.4.12.16 Deur monterenFig. 49► Deur op het sluitsysteem plaatsen.In gebruik nemen18 * afhankelijk van model en uitvoering

Fig.50► Deur Fig.50(1) boven op het scharnier schuiven.► Bouten Fig.50(2) plaatsen en rechtsom vastdraaien.► Afdekking Fig.50(4) plaatsen.4.12.17 Frontpaneel plaatsenFig.51► Kabelhouder Fig.51(1) in het scharnier drukken.► Kabel in het scharnier in de richting van het frontpaneelplaatsen.Fig.52► Stekker plaatsen.Fig.53► Frontpaneel plaatsen.4.12.18 Afdekkingen plaatsenFig.54(1)Afdekking is in de leve‐ringsomvang van hetapparaat opgenomen.► Afdekkingen plaatsen.In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 19

Fig.55► Afdekking plaatsen.Fig.56► Afdekking plaatsen.4.12.19 Werkplaat monterenFig.57► Werkplaat plaatsen.Fig.58► Werkplaat vastschroeven.4.13 Deur uitlijnenAls de deur niet recht is, kunt u de deur aan de onderstescharnierhoek afstellen.Fig. 59► Middelste schroef aan onderste scharnierhoek verwij‐deren.Fig.60► Beide schroeven iets losmaken en deur met scharnier‐hoek naar rechts of links verschuiven.► Schroeven tot de aanslag vastdraaien (middelste schroefis niet meer nodig).▷ De deur is recht uitgelijnd.4.14 Apparaat op de stroomvoorzieningaansluitenWAARSCHUWINGGevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigdapparaat of beschadigd netsnoer!Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoertijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u eendodelijke elektrische schok krijgen.

Bovendien kunt u zichsnijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing vanhet apparaat.► Controleer apparaat en netsnoer na het transport opbeschadiging.► Neem het apparaat in geen geval in gebruik, als het appa‐raat of netsnoer beschadigd zijn.► Neem contact op met de klantenservice.In gebruik nemen20 * afhankelijk van model en uitvoering

U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedings‐kabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan éénuiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koel‐kast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoe‐ding. Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:-Apparaat en voedingskabel zijn onbeschadigd. -Apparaat is volgens de voorschriften opgesteld. (zie 4. 5 Deurgreep monteren)-Vereisten aan de elektrische aansluiting zijn aange‐houden. (zie4. 1 Opstelvoorwaarden)-Maten voor de voorschriftmatige aansluiting zijn bekenden aangehouden. -Netspanning en spanningsfrequentie komen overeen metde gegevens op het typeplaatje. -Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaarden elektrisch gezekerd. -Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en16A. -Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zichniet achter het apparaat.

LET OPGevaar voor beschadiging door onjuist gebruik. Beschadiging van de elektrische componenten van hetapparaat. ► Gebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer. WAARSCHUWINGBrandgevaar door verkeerd aansluiten. Brandwonden. Beschadigingen van het apparaat. ► Geen verlengkabel gebruiken. ► Geen verdeeldozen gebruiken. LET OPGevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten. Beschadigingen van het apparaat. ► Sluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormerszoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators. ► Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorzieningaansluiten. Let op een goede bevestiging van de contact‐doos. ▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-bysymbool vervaagt of verdwijnt. ▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zievolgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing. 4.

61 VoorbeeldHet stand-bysymbool knippert tot de startprocedure isbeëindigd. Het display geeft het stand-bysymbool aan. Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd,moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal wordengeselecteerd. 3sFig. 62► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Fig. 63▷ Het apparaat is ingeschakeld zodra de temperatuur ophet display verschijnt. ▷ De temperatuurweergave knippert totdat de ingesteldetemperatuur is bereikt. 5 Opslag5. 1 Instructies voor opslagFig. 64 VoorbeeldFig. 65Bij het bewaren in acht nemen:❑Indien de legroosters Fig. 64 (1) verplaatsbaar zijn, dezeaan de hoogte aanpassen. ❑Maximale belading in acht nemen. (zie 9. 1 Technischegegevens)❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werdbereikt (inachtneming van koelketen). ❑Ventilatiesleuf Fig. 65 (2) van de ventilator in de binnen‐ruimte vrijhouden.

❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren. ❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de luchtgoed kan circuleren. ❑Gekoelde goederen mogen de stapelmarkering niet over‐schrijden. Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en eengelijkmatige temperatuurverdeling in de binnenruimte. 6 Bediening6. 1 Bedienings- en weergave-elementenHet display geeft een snel overzicht van de huidige statusvan het apparaat, de temperatuurinstelling, de status vanfuncties en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen. De bediening wordt uitgevoerd met navigatiepijlen enbevestigingssymbool. Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd eninstellingswaarden worden gewijzigd. Fig. 66Display(1)Statusweergave (3) Navigatiepijl vooruit(2) Navigatiepijl achteruit (4) Bevestigen6. 1. 1 StatusweergaveFig.

Witte balk onderSubmenuWitte balk bovenVoorinstelling, actieve instel‐ling of actieve waardeToenemende balkToets 3 seconden indrukkenom instelling te activeren. Afnemende balkToets 3 seconden indrukkenom instelling te deactiveren. Symbolen van de statusweergave6. 1. 3 Akoestische signalenIn de volgende gevallen klinkt een signaal:-Als een functie of waarde wordt bevestigd. -Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerdofwel niet gedeactiveerd kan worden. Bediening22 * afhankelijk van model en uitvoering.

-Zodra een fout optreedt. -Bij een alarmmelding. De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- enuitgeschakeld. 6. 2 Apparaatfuncties6. 2. 1 Opmerkingen over de functies van hetapparaatDe apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uwapparaat volledig functioneel is. Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert ofdeactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaardenis voldaan:❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het displaygelezen en begrepen. (zie 3 Werking van het Touch-display)❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie6. 1 Bedienings- en weer‐gave-elementen)6. 2. 2 Apparaat in- en uitschakelen Met deze instelling kan het gehele apparaat worden in- enuitgeschakeld. Apparaat inschakelenZonder geactiveerde DemoMode:Fig. 68► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Met geactiveerde DemoMode:Fig.

69► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. AanwijzingDemoMode voor aflopen van de countdown deactiveren. Fig. 70▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display. Apparaat uitschakelenFig. 71Fig. 72► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display toont stand-bysymbool. ▷ Display wordt na ongeveer 10 minuten uitgeschakeld. 6. 2. 3 Temperatuur De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-hoe lang de deur geopend blijft-ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling-type, temperatuur en hoeveelheid van het koelgoedAanwijzingIn sommige delen van de binnenruimte kan de luchttempe‐ratuur van de temperatuurweergave afwijken. Temperatuur instellenFig. 73Fig. 74 Temperatuurwissel van 5,5°C tot 6,9°C► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuur is ingesteld. 6. 2.

minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dathet geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dangereset worden.AanwijzingAanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbe‐drijfstelling van het apparaat en na het bereiken vande ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoorwordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.Temperatuurregistratie tonenDe temperatuurregistratie toont de duur van de registratieen de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximum‐temperatuur.Fig.75Fig. 76▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordtweergegeven.Temperatuurregistratie resettenDe weergegeven minimum- en maximumtemperaturenkunnen op elk moment gereset worden.

Hiermee worden deweergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuwgestart.Fig.77Fig.78► Handelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren.▷ Temperatuurregistratie is gereset.▷ Registratie-interval start opnieuw.6.2.5 Verlichting *Het apparaat is van een binnenverlichting voorzien.U kunt de binnenverlichting continu inschakelen.(zie Verlichting inschakelen*) *Als u de deur van het apparaat opent, wordt de binnenver‐lichting ingeschakeld.Verlichting uitschakelen*Fig.79Fig.80► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ Verlichting is uitgeschakeld.Verlichting inschakelen*Fig.81Fig.82► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ Verlichting is ingeschakeld.6.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenuMet deze instelling kan de toegang tot het instellingenmenubeveiligd worden met een driecijferige pincode.Toepassing:-Onbedoeld wijzigen van instellingen en functiesvermijden.-Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden.-Onbedoelde temperatuurwijzigingen vermijden.Aanwijzing► In de onderstaande voorbeelden wordt af fabriek de inge‐stelde PIN-code:111 gebruikt.Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activerenFig.83Bediening24 * afhankelijk van model en uitvoering

Fig.84► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geacti‐veerd.Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingen‐menu wijzigenZie: (zie 6.2.7 Toegangscodes)Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiverenFig.85Fig.86► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeac‐tiveerd.Beveiligd instellingenmenu openenBij een actieve toegangsbeveiliging is de invoer van dePIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen.Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u detoegangsbeveiliging automatisch.► Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordtweergegeven.Fig.

87► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ De pincode is correct.▷ Het instellingenmenu verschijnt.6.2.7 ToegangscodesVerschillende instellingen zijn mogelijk.Toepassing:-Wijzigen van de instellingscode.-Resetten van de instellingscode.Toegangsbeveiliging van het instellingsmenu Wijzigen van de instellingscodeDeze instelling maakt het wijzigen van de instellings‐code voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenumogelijk.De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:- Invoer van de instellingscode- Invoer van de nieuwe instellingscode- Bevestiging van de nieuwe instellingscodeAanwijzing► In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingesteldeinstellingscode111 gewijzigd.► De nieuwe instellingscode is:234Fig.88De toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moetactief zijn. (zie 6.2.6 Toegangsbeveiliging instellingen‐menu )Bediening* afhankelijk van model en uitvoering 25

91► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ Bevestiging van de nieuwe instellingscode succesvol.▷ De instellingscode is gewijzigd.Resetten van de instellingscodeInstellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instel‐lingsmenu vergeten of niet bekend.► Apparaat op fabrieksinstellingen (zie6.2.27 Resetten naarfabrieksinstellingen ) resetten.▷ Het apparaat is gereset naar de oorspronkelijke instel‐lingen.▷ De instellingscode af fabriek is:1116.2.8 Herinnering onderhoudsinterval Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herin‐nerd.De volgende waarden kunnen worden ingesteld:-7 dagen-14 dagen-30 dagen-60 dagen-90 dagen-180 dagen-360 dagen-720 dagen-1080 dagen-UitHerinnering onderhoudsinterval instellenDe volgende stappen beschrijven hoe de periode tot hetvolgende onderhoud ingesteld wordt.Fig.92Bediening26 * afhankelijk van model en uitvoering

Fig. 93► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herin‐nerd is ingesteld.▷ De resterende tijd wordt weergegeven.6.2.9 Taal Met deze instelling wordt de taal van de weergave inge‐steld.Taal instellenFig. 94Fig.95► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ De geselecteerde taal is ingesteld.6.2.10 TemperatuureenheidMet deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kuntals temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahren‐heit instellen.Temperatuureenheid instellenFig.96Fig. 97 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en gradenFahrenheit schakelen.► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ Temperatuureenheid is ingesteld.6.2.11 Display-helderheidMet deze functie stelt u de helderheid van het display traps‐gewijs in.U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen:-40%-60%-80%-100 % (voorinstelling)Helderheid instellenFig.98Fig.

Fig. 101► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is geactiveerd. Alarm Sound deactiverenFig. 102Fig. 103► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is gedeactiveerd. 6. 2. 13 Key Sound Met deze functie kunnen alle bevestigingstonen en de Start‐sound worden in- en uitgeschakeld. Key Sound activerenFig. 104Fig. 105► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is geactiveerd. Key Sound deactiverenFig. 106Fig. 107► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is gedeactiveerd. 6. 2. 14 WLAN-verbinding AanwijzingLiebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landenbeschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-codedoor uw model in te voeren. AanwijzingHet gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardonder https://smartmonitoring. liebherr. com vereist eengeïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherr-account.

U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling directmet uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zichopnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken. Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussenapparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via deSmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het LiebherrSmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïnte‐greerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijk‐heden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt. AanwijzingAccessoires zijn verkrijgbaar via de klantenservice(zie 9. 3 Klantenservice) en in de Liebherr-Hausgeräte-shoponder home. liebherr. com/shop/de/deu/zubehor. html. Fig. 108Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:❑SmartModule Fig. 108(1) is geplaatst.

Fig.111► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.► Inrichtprocedure op uw internetcompatibele eindappa‐raat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring DashboardFig.112► Verbinding wordt gemaakt.▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knip‐pert.► Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardopvolgen.▷ Verbinding is gemaakt.Verbinding verbrekenFig.113Fig. 114► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ Verbinding is verbroken.Verbinding resettenFig. 115Fig. 116► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand vanlevering.6.2.15 LAN-verbinding AanwijzingLiebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landenbeschikbaar.

Controleer de beschikbaarheid via de QR-codedoor uw model in te voeren.AanwijzingHet gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardonder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist eengeïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherr-account. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling directmet uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zichopnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbindingtussen het apparaat en het internet tot stand. De verbin‐ding wordt via de SmartModule gestuurd.

Het apparaat kanvia het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browserworden geïntegreerd en met geavanceerde opties en indivi‐duele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewakingworden gebruikt.AanwijzingAccessoires zijn verkrijgbaar via de klantenservice(zie 9.3 Klantenservice) en in de Liebherr-Hausgeräte-shoponder home.liebherr.com/shop/de/deu/zubehor.html.Fig.117Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:❑SmartModule Fig.117(1) is geplaatst.❑Een netwerkkabel is aangesloten.❑Netwerk is met internet verbonden.Bediening* afhankelijk van model en uitvoering 29

Verbinding makenDe inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doetu online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uwinternetcompatibele eindapparaat.Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ookinformatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.Fig. 118► Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zieFig. 118) .Op het koel- of vriesapparaat:Fig. 119Fig.120► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weer‐gegeven. Het symbool knippert.► Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboardopvolgen.▷ Verbinding is gemaakt.Verbinding verbrekenFig.121Fig.122► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.▷ Verbinding is verbroken.6.2.16 ApparaatinformatieMet deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serie‐nummer en het servicenummer van het apparaat weer.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr SRTvg 1501 Performance stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden