Liebherr IK3520-21 Handleiding

Liebherr Koelkast IK3520-21

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr IK3520-21 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Liebherr IK3520-21 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/12
Gebruiksaanwijzing
Inbouwkoelkast
190916
7086508 - 00
IK(P)/ IKS/ EK ... LC

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: IK3520-21
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Links
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 59500 g
Breedte: 559 mm
Hoogte: 1770 mm
Netbelasting: - W
Snoerlengte: 2.1 m
Kinderslot: Ja
Geluidsniveau: 34 dB
Energie consumptie: 0.319 kWu
Jaarlijks energieverbruik: 117 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A++
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Nettocapaciteit koelkast: 325 l
Brutocapaciteit koelkast: 347 l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Soort lamp: LED
Aantal planken koelkast: 7
Aantal groente lades: 2
Eierenrekje: Ja
Flessenrek: Ja
Automatisch ontdooien (koelkast): Ja
Plankmateriaal: Glas
Koelkastdeurvakken: 4
Stroom: 1.2 A
Klimaatklasse: SN-T
Afmetingen binnenkant (B x D x H): 560 x 550 x 1772 mm
Bruto gewicht: 65700 g
Deur openingshoek: 90 °
Koelkast temperatuurbereik: 1 - 9 °C
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Type beeldscherm: LCD

Handleiding Liebherr IK3520-21 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 53. 1 Bedienings- en controle-elementen. 53. 2 Temperatuurweergave. 54 In gebruik nemen. 54. 1 Apparaat inschakelen. 55 Bediening. 55. 1 Kinderbeveiliging. 55. 2 Koelgedeelte. 55. 3 Vriesvak. 86 Onderhoud. 96. 1 Ontdooien. 96. 2 Apparaat reinigen. 96. 3 Technische Dienst. 97 Storingen. 108 Uitzetten. 108. 1 Apparaat uitschakelen. 108. 2 Buiten werking stellen. 119 Apparaat afdanken. 11De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden.

Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzichtFig. 1 (1) Bedienings- encontrole-elementen(9) Koudste zone **(2) Vriesvak* (10) Flessenrek(3) Ventilator* (11) Flessenhouder*(4) Flessendraagrooster* (12) BioCool*(5) Conservenrek (12) Groentelade*(6) Plateau, deelbaar* (13) Afvoeropening(7) LED-binnenverlichting (14) Typeplaatje(8) PlateauAanwijzinguLevensmiddelen plaatsen zoals in de afbeelding weerge-geven. Zo werkt het apparaat energiebesparend.

-bij catering en vergelijkbare service in degroothandel. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan. Voorzienbaar verkeerd gebruikDe volgende toepassingen zijn uitdrukkelijkverboden:-Opslag en koeling van medicijnen, bloed-plasma, laboratoriumpreparaten of vergelijk-bare, overeenkomstig de Europese richtlijn2007/47/EG medische hulpmiddelen, tengrondslag liggende stoffen en producten-Gebruik in explosiegevaarlijke gebiedenVerkeerd gebruik van het apparaat kan totbeschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. KlimaatklassenHet apparaat kan afhankelijk van de klimaat-klasse, bij begrensde omgevingstemperaturen,worden gebruikt. De voor uw apparaat betref-fende klimaatklasse staat op het typeplaatjevermeld. AanwijzinguOm een probleemloze werking te waar-borgen, moet de aangegeven omgevingstem-peratuur worden aangehouden.

Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C t/m 32 °CN 16 °C t/m 32 °CST 16 °C t/m 38 °CT 16 °C t/m 43 °C1. 3 ConformiteitHet koudemiddelcircuit is gecontroleerd op dichtheid. Hetapparaat voldoet in de inbouwtoestand aan de desbetreffendeveiligheidsvoorschriften alsmede de richtlijnen 2014/35/EU,2014/30/EU, 2009/125/EG, 2011/65/EU en 2010/30/EU. 1. 4 Energie sparen-Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope-ningen resp. -roosters niet af. -Houd de ventilatieluchtopeningen altijd vrij. *-Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. -Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsingsconditieszoals bijv. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). Bij een vande normtemperatuur afwijkende omgevingstemperatuur van25° C kan het energieverbruik veranderen.

-Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik. -Levensmiddelen gesorteerd plaatsen (zie Het apparaat invogelvlucht). -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren.

Condensvorming wordt voorkomen. -Levensmiddelen zolang als nodig eruit halen, zodat ze niette warm worden. -Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertemperatuurlaten afkoelen. -Diepvriesproducten in de koelruimte ontdooien. *-Als in het apparaat een dikke ijsaanslag aanwezig is: Appa-raat ontdooien. *2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaaren ouder alsmede door personen metverminderde psychische, sensorische ofmentale bekwaamheden of een gebrek aanervaring en kennis worden gebruikt ondertoezicht van een derde of met betrekking tothet veilige gebruik van het apparaat zijnonderwezen en de gevaren kennen enbegrijpen. Kinderen mogen niet met hetapparaat spelen. De reiniging en het onder-houd mag niet door kinderen zonder toezichtworden uitgevoerd. Kinderen van 3-8 jaarmogen het apparaat inladen en uitladen.

Kinderen jonger dan 3 jaar dienen uit de buurtvan het apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliging uit. -Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defect is. -Reparaties, aanpassingen aan het apparaaten het vervangen van het netsnoer alleenlaten uitvoeren door de Technische Dienst ofander daarvoor opgeleid vakpersoneel. -Het apparaat alleen conform de beschrijvingin de handleiding inbouwen, aansluiten enafvoeren. -Het apparaat alleen in ingebouwde toestandin gebruik nemen. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigen geef hem eventueel aan de volgende eige-naar door.

•Gebruik binnen in het apparaat nooit openvuur of ontstekingsbronnen. •Binnen het apparaat geen elektrischetoestellen gebruiken (bijv. stoomreinigers,verwarmingen, ijsmakers, enz. ). •Als koudemiddel weglekt: Open vuur ofontstekingsbronnen vlakbij het lek verwij-deren. Vertrek goed ventileren. Informeerde klantendienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen metbrandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan,propaan, pentaan enz. in het apparaatbewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaaraan de op de verpakking vermelde inhouds-stoffen of een vlammensymbool. Eventueelontsnappende gassen kunnen door elektri-sche componenten vlam vatten. -Alkoholische dranken of andere verpakkingendie alcohol bevatten, mogen uitsluitend goedafgesloten worden bewaard. Eventueel uittre-dende alcohol kan door elektrische compo-nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz.

niet als voetensteunof om te leunen misbruiken. Dit geldt in hetbijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meernuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheiden pijn:-Langdurig huidcontact met koude opper-vlakken en gekoelde of ingevroren levensmid-delen vermijden of veiligheidsmaatregelentreffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs ofijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koudconsumeren. Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel-tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois-pray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. Klemgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur niet inhet scharnier grijpen. Vingers kunnen inge-klemd raken. Symbolen op het apparaat:Het symbool kan zich op de compressorbevinden.

Het heeft betrekking op de olie in decompressor en wijst op het volgende gevaar: Kanbij het inslikken en indringen in de luchtwegendodelijk zijn. Deze aanwijzing is alleen voor hetrecyclingproces van belang.

In de normale modusbestaat er geen gevaar. Neem de specifieke aanwijzingen in deoverige hoofdstukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOORZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die lichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. Algemene veiligheidsvoorschriften4 * afhankelijk van model en uitvoering.

3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig. 2 (1) Toets On/Off (6) Toets Ventilatie*(2) Temperatuurdisplay (7) Symbool Ventilatie*(3) Insteltoets (8) Symbool Menu(4) Toets SuperCool (9) Symbool Kinderbeveili-ging(5) Symbool SuperCool3. 2 TemperatuurweergaveIn de normale modus worden:-en de ingestelde koeltemperatuur weergegevenDe volgende weergaven wijzen op een storing. De mogelijkeoorzaken en maatregelen voor het oplossen: (zie Storingen). -F0 tot F94 In gebruik nemen4. 1 Apparaat inschakelenuOpen de deur. uAan/uit-toets Fig. 2 (1) indrukken. wHet temperatuurdisplay licht op. Bij het openenvan de deur gaat de binnenverlichting aan. Hetapparaat is ingeschakeld. wWanneer op het display „DEMO” wordt aange-geven, is de demonstratiemodus geactiveerd. Ukunt contact opnemen met de TechnischeDienst. 5 Bediening5.

1 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderenbij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitscha-kelen. 5. 1. 1 Kinderbeveiliging instellenInstelmodus activeren:uToets SuperCool Fig. 2 (4) ca. 5 seconden indrukken. wOp de display wordt het symbool Menu Fig. 2 (8) weerge-geven. wOp de display knippert c. Moet de functie worden ingeschakeld:uMet de toets SuperCool Fig. 2 (4) kort bevestigen. wOp het display wordt c1 weergegeven. uMet de toets SuperCool Fig. 2 (4) kort bevestigen. wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 2 (9) op dedisplay gaat branden. wOp de display knippert c. wDe functie kinderbeveiliging is ingeschakeld. Wanneer de functie moet worden uitgeschakeld:uMet de toets SuperCool Fig. 2 (4) kort bevestigen. wOp het display wordt c0 weergegeven. uMet de toets SuperCool Fig. 2 (4) kort bevestigen. wOp het display knippert c.

2 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte ontstaaner verschillende temperatuurbereiken. Direct boven de groente-lades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorin aan debovenkant en in de deur is het het warmste. 5. 2. 1 Levensmiddelen koelenAanwijzing*Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bijonvoldoende ventilatie. uVentilatieluchtspleten altijd vrijlaten. uBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees-waren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelteen in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het appa-raat in vogelvlucht)uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. uLevensmiddelen die gemakkelijk geur of smaak opnemen ofafgeven, zoals vloeistoffen, altijd in gesloten verpakking ofafgedekt bewaren.

uLevensmiddelen die veel ethyleengas afgeven of daargevoelig voor zijn, zoals fruit, groenten en salades, altijdapart bewaren of verpakken, om de bewaartijd niet teverkorten; bijv. tomaten niet samen bewaren met kiwi's ofkool. voor apparaten vanaf een hoogte van 1218 mm geldt:Bedienings- en controle-elementen* afhankelijk van model en uitvoering 5.

uhet gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet latenliggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. 5. 2. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-de ruimtetemperatuur op de opstellocatie-de aard, temperatuur en hoeveelheid levensmiddelenAanbevolen temperatuurinstelling: 5 °CIn het vriesvak ontstaat dan een gemiddelde temperatuur vanca. -18 °C. *De temperatuur kan doorlopend worden veranderd. Is deinstelling 1 °C bereikt, dan wordt weer met 9 °C begonnen. uTemperatuurfunctie oproepen: Druk de instel-toets Fig. 2 (3) in.

wOp het temperatuurdisplay wordt de tot nog toeingestelde waarde knipperend aangegeven. uTemperatuur in 1 °C stappen wijzigen: Druk deinsteltoets Fig. 2 (3) net zo vaak in, totdat degewenste temperatuur op het temperatuurdis-play oplicht. uTemperatuur doorlopend veranderen: insteltoetsingedrukt houden. wTijdens het instellen wordt de waarde knippe-rend weergegeven. wCa. 5 seconden nadat de toets voor de laatste keer werdingedrukt, wordt de nieuwe instelling overgenomen en deingestelde temperatuur weer aangegeven. De temperatuurin de binnenruimte past zich langzaam aan de nieuwe instel-ling aan. 5. 2. 3 SuperCoolMet SuperCool schakelt u het hoogste afkoelver-mogen in. Daarmee bereikt u lagere koeltempera-turen. Gebruik SuperCool om grote hoeveelheidenlevensmiddelen snel af te koelen. Wanneer SuperCool ingeschakeld is, kan de ventilator*draaien.

Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen,daardoor kan het geluid van het koelaggregaat tijdelijk luiderzijn. SuperCool heeft een iets hoger energieverbruik. Met SuperCool koelenuToets SuperCool Fig. 2 (4) kort indrukken. wHet symbool SuperCool Fig. 2 (5) is verlicht in de display.

wDe koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde. SuperCool is ingeschakeld. wSuperCool schakelt na 12 uur automatisch uit. Het apparaatwerkt in de energiebesparende normale modus verder. SuperCool voortijdig uitschakelenuToets SuperCool Fig. 2 (4) kort indrukken. wHet symbool SuperCool Fig. 2 (5) in de display gaat uit. wSuperCool is uitgeschakeld. 5. 2. 4 Ventilator*Met de ventilator kunt u grote hoeveelheden verselevensmiddelen snel afkoelen of een relatief gelijk-matige temperatuurverdeling op alle schappenbereiken. De circulatiekoeling is aan te bevelen:-bij hoge kamertemperatuur (hoger dan 33 °C )-bij hoge luchtvochtigheidDe circulatiekoeling heeft een iets hoger energieverbruik. Omenergie te besparen, gaat de ventilator bij geopende deur auto-matisch uit. Ventilator inschakelen*uDruk kort op de toets Ventilatie Fig. 2 (6). wHet symbool Ventilatie Fig. 2 (7) brandt.

wDe ventilator is actief. Bij sommige apparaten wordt dezepas ingeschakeld, wanneer de compressor draait. Ventilator uitschakelen*uDruk kort op de toets Ventilatie Fig. 2 (6). wHet symbool Ventilatie Fig. 2 (7) gaat uit. wDe ventilator is uitgeschakeld5. 2. 5 DraagplateausPlateaus verplaatsen of uitnemenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken. Fig. 3 uTil het plateau op en trek het een stuk naar voren. uVerstel het plateau in de hoogte. Verschuif daarvoor deuitsparingen langs de geleiders. uOm het plateau helemaal uit te nemen, moet het schuinworden gezet en er naar voren toe uit worden getrokken. uDraagplateau inschuiven, met de aanslagrand aan deachterzijde en naar boven toe wijzend. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. Draagplateaus demonteren**uDe plateaus kunnenworden gedemonteerdom te worden gerei-nigd.

5.2.6 Deelbare draagplateau gebruiken*Fig. 4 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen.uDe glasplaat (1) met de uittrekstoppers moet vooraanliggen, zodat de stoppers (3) naar beneden wijzen.5.2.7 OpbergvakkenOpbergvakken in de deur verplaatsen*Fig. 5 *Fig. 6 *Opbergvakken demonteren*Fig. 7 uDe opbergvakken kunnen worden gedemonteerd om teworden gereinigd.5.2.8 Flessenhouder gebruiken*uOm ervoor te zorgen dat deflessen niet omvallen, moetde flessenhouder wordenverschoven.5.2.9 Eierhouder*De eierhouder kan eruit getrokken worden en is draaibaar. Debeide delen van de eierhouder kunnen bijvoorbeeld wordengebruikt om verschillen qua aankoopdatum aan te geven.uGebruik de bovenste zijde voor de opslag van kippeneieren.uGebruik de onderste zijde voor de opslag van kwarteleieren.5.2.10 Groentebakken*Fig.

uBioCool-box en rolplateaus kunnen voor het reinigen eruitworden gehaald. BioCool-box op telescooprails:Fig. 11 uSchuiflade eruit trekken, van achteren omhoog heffen envanaf de voorkant eruit halen. uGeleiders erin schuiven. uBioCool-box kan voor het reinigen eruit worden gehaald. 5. 3 Vriesvak*In het vriesvak kunt u bij een temperatuur van -18 °C en lagerdiepvriesproducten en ingevroren levensmiddelen meerderemaanden bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddeleninvriezen. De luchttemperatuur in het vak, gemeten met een thermometerof andere meetapparatuur, kan schommelen. 5. 3. 1 Levensmiddelen invriezen*U kunt maximaal 2 kg verse levensmiddelen per 24 u invriezen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen.

u4 u voor het invriezen zet u de temperatuur op 5 °C ofkouder. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden:- fruit, groente max. 1 kg- vlees max. 2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. uLeg de levensmiddelen breed op de grond van het vak enbreng ze niet in aanraking met reeds bevroren producten,zodat deze niet beginnen te dooien. uStel de temperatuur 24 u na het invriezen opnieuw hoger in. 5. 3.

3 Levensmiddelen ontdooien*- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuuruNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. uOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 3. 4 IJsblokjeshouder*Fig. 12 Als het water is bevroren:udeksel eraf halen. uBeide uiteinden van de ijsblokjeshouder licht in tegenge-stelde richting draaien en de ijsblokjes eruit halen. IJsblokjeshouder uit elkaar halenFig. 13 uDe ijsblokjeshouder kan voor het reinigen uit elkaar wordengehaald. Bediening8 * afhankelijk van model en uitvoering.

6 Onderhoud6. 1 Ontdooien6. 1. 1 Koelgedeelte ontdooienHet koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwaterverdampt. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal enwijzen niet op een storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen (zie 6. 2). 6. 1. 2 Vriesvak ontdooien*In het vriesvak vormt zich na verloop van tijd een rijp- resp. ijslaag. Dat is heel normaal. De rijp- resp. ijslaag wordt snellergevormd, indien de deur vaak wordt geopend of indien de inge-legde levensmiddelen warm zijn. Een dikke ijslaag doet echterhet energieverbruik stijgen. Daarom moet u het apparaat regel-matig ontdooien. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. uVoor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. uGebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen. uSchakel het apparaat uit.

wDe temperatuurdisplay gaat uit. wAls de temperatuurdisplay niet uitgaat, is de kinderbeveili-ging ingeschakeld (zie 5. 1). uTrek de stekker uit. uWikkel de diepvriesproducten in krantenpapier of in eendeken en bewaar op een koele plek. uLaat de deur van het vak en van het apparaat open tijdenshet ontdooien. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uLet erop, dat er geen dooiwater in de ombouw loopt. uIndien nodig neemt u het dooiwater enkele keren op met eenspons of doek. uHet vak reinigen (zie 6. 2). 6. 2 Apparaat reinigenWAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol.

uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. **uAfvoeropening reinigen: afzet-tingen met een dun hulpmiddel, bijv. een wattenstaafje verwijderen. *uDe meeste onderdelen kunnen worden gedemonteerd omte worden gereinigd: zie het desbetreffende hoofdstuk. uDe laden met lauw water en een beetje afwasmiddel hand-matig reinigen. uDe overige uitrustingsdelen mogen in de vaatwasserworden gereinigd.

uRolplaten van de groentelade kunnen eveneens in devaatwasmachine worden gereinigd. *uTelescooprails alleen met een vochtige doek reinigen. Hetvet in de geleiders dient ter smering en mag niet wordenverwijderd. *Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uDe levensmiddelen weer inleggen. 6. 3 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uApparaataanduidingFig. 14 (1), service-nr. Fig. 14 (2) en serie-nr. Fig. 14 (3) van hettypeplaatje aflezen.

wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren ofde storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen.

→De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperCool is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een LED onder aan de achterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 5 seconden*. →Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). Geluiden zijn te luid. →Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillende geluidenveroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal.

Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt.

→Bij ingeschakelde SuperCool, nieuw opgeslagen levens-middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2)Een lage bromtoon. *→Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van deventilator. uHet geluid is normaal. Trilgeluiden*→Het apparaat staat niet vast op de vloer. Daardoor gaanvoorwerpen en meubels in de buurt van het lopendekoelaggregaat trillen. uDe inbouw controleren en eventueel het apparaat opnieuwuitlijnen. *uFlessen en bakken uit elkaar drukken. *In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: F0 tot F9→Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). In de temperatuurdisplay brandt DEMO. →De demonstratie-modus is geactiveerd. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie Onder-houd). Het apparaat is aan de buitenkant warm*.

→De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst (zie Onderhoud). →De temperatuur is verkeerd ingesteld. uStel de temperatuur lager in en controleer deze na 24 uur. →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz. ). uVerander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron. →Het apparaat werd niet juist in de nis ingebouwd. uControleer of het apparaat juist is ingebouwd en de deurgoed sluit.

automatisch uit. →De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd:WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door een elektrische schok. Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen. uLED-binnenverlichting uitsluitend door de Technische Dienstof daarvoor geschoold personeel laten vervangen of repa-reren. WAARSCHUWINGRisico op letsel door LED-lamp. De lichtintensiteit van de LED-verlichting komt overeen metlaserklasse 1/1M. Als de afdekkap defect is:uNiet met optische lensen uit directe nabijheid direct in deverlichting kijken. Hierdoor kan oogletsel ontstaan. 8 Uitzetten8. 1 Apparaat uitschakelenuDruk de On/Off-toets Fig. 2 (1) in gedurendeca. 2 seconden. wEr klinkt een lange pieptoon. Het temperatuurdis-play is uit. Het apparaat is uitgeschakeld. Storingen10 * afhankelijk van model en uitvoering.

wWanneer het apparaat niet kan worden uitge-schakeld, is de kinderbeveiliging actief (zie 5.1) .8.2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken.uApparaat uitschakelen (zie Uitzetten).uNetstekker eruit halen.uApparaat reinigen (zie 6.2) .uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-gename geuren kunnen ontstaan.9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven.

Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten.Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat hetkoelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen.uApparaat onbruikbaar maken.uTrek de stekker uit.uSnijd het aansluitsnoer door.Apparaat afdanken* afhankelijk van model en uitvoering 11

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr IK3520-21 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden