Liebherr GN 2356 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Liebherr GN 2356 (10 pagina’s), behorend tot de categorie Vrieskast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Liebherr GN 2356 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/10
Gebruiksaanwijzing
Diepvrieskast
5/08 7082666 - 00
GN ... 6

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Vrieskast
Model: GN 2356
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Breedte: 600 mm
Diepte: 600 mm
Hoogte: 1447 mm
Jaarlijks energieverbruik: 262 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+
Brutocapaciteit vriezer: 226 l
Nettocapaciteit vriezer: 188 l
Vriescapaciteit: 16 kg/24u
Verlichting binnenin: Nee
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Bewaartijd bij stroomuitval: 43 uur
Snelvriesfunctie: Ja
Aantal sterren: 4*
No Frost system: Ja
Klimaatklasse: SN-T
Type product: Staand

Handleiding Liebherr GN 2356 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Toepassingen van het apparaat. 21. 2 Conformiteit. 21. 3 Overzicht van apparaat en uitrusting. 21. 4 Opstelafmetingen. 31. 5 Isolatieplaat. 31. 6 Net@Home. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 43. 1 Bedienings- en controlepaneel. 43. 2 Temperatuurdisplay. 44 In gebruik nemen. 44. 1 Draairichting deur veranderen. 44. 2 Inbouw in het keukenblok. 54. 3 Apparaat transporteren. 54. 4 Apparaat plaatsen. 54. 5 Verpakking weggooien. 54. 6 Apparaat aansluiten. 64. 7 Apparaat inschakelen. 65 Bediening. 65. 1 Energie sparen. 65. 2 Helderheid van de temperatuurdisplay. 65. 3 Kinderbeveiliging. 65. 4 Deuralarm. 65. 5 Temperatuuralarm. 65. 6 Levensmiddelen invriezen. 75. 7 Levensmiddelen ontdooien. 75. 8 Temperatuur instellen in het vriesgedeelte. 75. 9 SuperFrost. 75. 10 Lades. 75. 11 Plateaus. 85. 12 VarioSpace.

85. 13 Info-systeem. 85. 14 Bessen- en kruidenlade. 85. 15 Koudeaccu's. 86 Onderhoud. 86. 1 Ontdooien met NoFrost. 86. 2 Apparaat reinigen. 86. 3 Binnenverlichting vervangen. 96. 4 Technische Dienst. 97 Storingen. 98 Afzetten. 108. 1 Apparaat uitschakelen 10. 8. 2 Buiten werking stellen 10. 9 Apparaat afdanken. 10De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling vanalle typen en modellen. Hebt u er daarom a. u. b. begrip voor datwij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbe-houden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een , ge-bruiksresultaten met een.

1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Toepassingen van het apparaatHet apparaat is bestemd voor het invriezen en bewaren van le-vensmiddelen en voor het maken van ijs.

Het apparaat is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Het is nietbestemd voor industrieel gebruik, met name niet voor laborato-riumdoeleinden of dergelijke. Dan kan een probleemloze werk-ing niet worden gegarandeerd. Het apparaat is, afhankelijk van de klimaatklasse, geschikt voorhet gebruik binnen gelimiteerde omgevingstemperaturen. Devoor uw apparaat geldende klimaatklasse is aangegeven op hettypeplaatje. AanwijzinguVoor een optimale koelprestatie dient u steeds de aangege-ven omgevingstemperaturen te respecteren. Klimaatklas-sevoor een omgevingstemperatuurSN, N tot 32 °CST tot 38 °CT tot 43 °CEen probleemloze werking van het apparaat is gewaarborgdvanaf een omgevingstemperatuur van minstens 5 °C. 1. 2 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd.

1. 4 OpstelafmetingenFig. 2 Model Apparaathoogte H (mm)GN 19. 1250GN 23. 1447GN 27. 1644GN 30. 18411. 5 IsolatieplaatDe isolatieplaat, waarmee u slechts een gedeelte van het appa-raat gebruikt, is apart te verkrijgen bij de vakhandelaar. Als u weinig diepvriesproducten in het ap-paraat opbergt, kunt u met behulp van deisolatieplaat het energieverbruik tot 50%verminderen. Afhankelijk van het model,kunnen er tot 5 schuilfaden worden uitge-schakeld. Om te koelen zijn minstens 2schuifladen nodig. Meer informatie vindt uop de bijsluiter van de isolatieplaat. 1. 6 Net@HomeAfhankelijk van model en uitvoering kan het ap-paraat zijn uitgerust met een extra aansluitingvoor een later in te bouwen Net@Home-module. Deze module is verkrijgbaar bij uw vakhandelaar. De module mag om garantietechnische redenenuitsluitend door de technische dienst worden aan-gesloten. Meer informatie vindt u op www.

liebherr. com. 2 Algemene veiligheidsvoorschrif-tenGevaren voor de gebruiker:–Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen)met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of perso-nen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verant-woordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden geïn-strueerd of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Erop toezien,dat kinderen niet met het apparaat spelen. –Bij een storing de stekker uit het stopcontact trekken (daarbijniet aan het snoer trekken) of de zekering uitdraaien. –Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het vervangenvan het netsnoer alleen laten uitvoeren door de technischedienst of ander daarvoor opgeleid vakpersoneel. –Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij destekker nemen. Nooit aan het snoer trekken.

Brandgevaar:–Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Lekkend koelmiddel kan ontbranden. •Beschadig de leidingen van het koelmiddelcircuit niet. •Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekingsbron-nen gebruiken. •Geen elektrische apparaten binnenin het apparaat gebrui-ken (bijv. stoomreiniger, verwarmingstoestellen, ijsroom-maker enz. ). •Wanneer er koelmiddel lekt: open vuur of onstekingsbron-nen in de nabijheid van de plek waar het lekt doven. Stekkeruittrekken. Ruimte goed ventileren. Contact opnemen metde Technische Dienst. –Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijf-gassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in het ap-paraat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de opde verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensym-bool. Eventueel uittredende gassen kunnen door elektrischecomponenten vlam vatten.

–Geen brandende kaarsen, lampen of andere voorwerpen metopen vlammen op of in het apparaat plaatsen. –Sterke alcohol alleen goed gesloten en overeind staand op-slaan. Eventueel uittredende alcohol kan door elektrischecomponenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:–Sokkels, schuifladen, deuren enz. niet misbruiken als opstap-je of als steun. Dit geldt speciaal voor kinderen. Gevaar voor een voedselvergiftiging:–te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. Gevaar voor bevriezen, verdoofd gevoel of pijn:–Langdurig huidcontact met koude oppervlakken of gekoelde/diepgevroren producten vermijden of zorgen voor bescher-ming, bijv. handschoenen gebruiken. Consumptieijs, in hetbijzonder waterijs of ijsblokjes, niet meteen en niet te koudverbruiken.

3 Bedienings- en controle-elemen-ten3. 1 Bedienings- en controlepaneelFig. 3 (1) 7)Insteltoets Up (Toets On/Off( (2) Insteltoets Down 8) Toets SuperFrost( (3) Symbool menu 9) Toets alarm( (4) Symbool alarm 10) Symbool stroomuitval( (5) Symbool SuperFrost 11) Symbool kinderbeveiliging( (6) Temperatuurdisplay 12) Symbool net@home3. 2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:–de warmste vriestemperatuurDe temperatuurdisplay knippert:–de temperatuurinstelling wordt gewijzigd–na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoende koud–de temperatuur is verschillende graden gestegenOp het display knipperen streepjes:–de vriestemperatuur is hoger dan 0 °C. De volgende meldingen duiden op een storing. Mogelijke oor-zaken en maatregelen voor het oplossen ervan vindt u in hethoofdstuk Storingen. –F0 F9 tot –Het symbool stroomuitval licht op. 4 In gebruik nemen4.

1 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de scharnierkant veranderen:controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx 25qTorx 15qschroevendraaierqmeegeleverde steeksleutelqeventueel een tweede persoon voor de montageFig. 4 uAfdekking Fig. 4 (1) onderaan naar voren afhalen. uHet apparaat met de hulp van een tweede persoon wat naarachteren kantelen, om de lagerbouten te verwijderen. uLagerbouten Fig. 4 (2) naar onderen en naar voren uittrekken. Let daarbij op de scharnierbus Fig. 4 (3). VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. uDeur openen, naar voren kantelen en afnemen. uLagerbus Fig. 4 (4) afschroeven. uLagerdeel Fig. 4 (5) afschroeven en omzetten naar de tegen-overliggende opening, weer vastschroeven. uAfdekking Fig. 4 (6) aan de greepzijde voorzichtig optillen enop de tegenoverliggende zijde plaatsen.

uDe lagerbus Fig. 4 (4) weer vastschroeven op de nieuwescharnierkant, doorheen het buitenste lange gat en ronde gat. Gebruik hiervoor eventueel een accuschroevendraaier. AanwijzinguIndien nodig, bijv.

bij oneffenheid van de vloer, kunt u in plaatsvan het ronde gat ook het tweede lange gat gebruiken om vastte schroeven. Fig. 5 uBovenste afdekking Fig. 5 (7) en afdekking Fig. 5 (8) met eenschroevendraaier naar voren losklikken en schuin naar on-deren wegnemen. uLagerbouten Fig. 5 (9) uitdraaien en op de tegenoverliggendekant indraaien. Gebruik hiervoor de binnenkant van de mee-geleverde steeksleutel. uAfdekking Fig. 5 (7) op de kant van de lagerbouten opnieuwmonteren: achteraan inzetten, vooraan laten vastklikken. uAfdekking Fig. 5 (8) op de tegenoverliggende kant monteren:achteraan inzetten, vooraan laten vastklikken. Fig. 6 uStoppen Fig. 6 (12) uit de lagerbus van de deur halen en om-zetten. uDeurgreep, stoppen Fig. 6 (10) en drukplaten Fig. 6 (11) de-monteren en omzetten naar de tegenoverliggende kant. uLet er bij het monteren van de drukplaten op dat deze goedvastklikken.

uHet apparaat met hulp van een tweede persoon wat naar ach-teren kantelen om de onderste lagerbouten in te steken. uLangs onder de lagerbouten Fig. 4 (2) met scharnierhulzenFig. 4 (3) opnieuw in de lagerbus en deurlager steken. uDe deur eventueel via beide lange gaten in de lagerbusFig. 4 (4)in één lijn met de behuizing van het apparaat plaat-sen, vervolgens de schroeven vast aandraaien. uAfdekking Fig. 4 (1) weer aanbrengen. 4. 2 Inbouw in het keukenblokFig. 7 (1) 3)Opbouwkast (Keukenkast( (2) Apparaat 4) WandHet apparaat Fig. 7 (2) kan worden ingebouwd in de keuken. Omhet apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te passen,kunt u er een passende opbouwkast Fig. 7 (1) op plaatsen. Bij gebruik van gestandaardiseerde keukenkasten (dieptemax. 580 mm) kunt u het apparaat direct naast de keukenkastFig. 7 (3) plaatsen.

De deur van het apparaat steekt aan de zij-kanten 34 mm en in het midden 50 mm ten opzichte van hetkeukenfront naar voren. Hierdoor is de deur zonder problemente openen en sluiten. Belangrijk voor de ventilatie:–houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een ruimtevan minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. –De ventilatieruimte onder het plafond van de ruimte moet min-stens 300 cm2 bedragen. –Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger het appa-raat werkt. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig. 7 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muur min-stens 36 mm bedragen. Dit in verband met het uitsteken van dedeurgreep bij een geopende deur. 4. 3 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat overeind transporteren.

uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 4 Apparaat plaatsenBij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aansluiten -informeren bij de leverancier. De vloer ter plaatse moet horizontaal en vlak zijn.

Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht en plaats het nietin de buurt van een fornuis, verwarming of dergelijke. Plaats het apparaat steeds rechtstreeks tegen de wand. Stel het apparaat niet zonder hulp op. De ruimte waarin u het apparaat plaatst dient volgens de normEN 378 per 8 g koekmiddel R 600a een volume van 1 m3 hebben. Indien de ruimte te klein is, kan bij een lek in het koelmiddelcircuiteen licht ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatieover de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aande binnenkant van het apparaat. WAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting voch-tig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruim-te. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving ofbinnen bereik van spatwater plaatsen.

WAARSCHUWINGBrandgevaar door het koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Lekkend koelmiddel kan ontbranden. uLeidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz) op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte luchtroos-ters. uDe luchtroosters regelmatig schoonmaken. Zorg steeds vooreen goede verluchting. uHaal het aansluitkabel van de achterzijde van het apparaat. Verwijder de kabelhouder, om trillingsgeluiden te voorkomen. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. uDoe de verpakking weg. Zie hoofdstuk Verpakking wegdoen. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet direct naast een ander koel-/vriesapparaatzetten.

uStel het apparaat met de meegeleverde steeksleu-tel en met de stelvoetjes stevig en gelijkmatig op. Indien het apparaat in een erg vochtige omgeving wordt opge-steld, kan op de buitenzijde van het apparaat condenswaterworden gevormd.

uZorg steeds voor een goede verluchting van de ruimte waarhet apparaat opgesteld staat. 4. 5 Verpakking weggooienWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uLaat kinderen niet spelen met verpakkingsmateriaal. De verpakking is vervaardigd van recyclebare materia-len:–golfkarton/karton–voorgevormde delen van geschuimd polystyreen–folies en plastic zakjes van polyethyleenIn gebruik nemen5.

–spanbanden van polypropyleenuBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPGevaar voor beschadiging door de elektronica. uGeen ondulator (transformeren van gelijkstroom naar wissel-resp. draaistroom) of spaarstekker gebruiken. WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar. uGebruik geen verlengsnoer of stopcontactdoos. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van be-stemming moeten met de informaties op het typeplaatje (ziehoofdstuk Overzicht apparaten en uitvoeringen) overeenstem-men. Sluit het apparaat alleen aan op een volgens de voor-schriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontactmoet met 10 A of meer beveiligd zijn. Het moet eenvoudig toegankelijk zijn, zodat het appa-raat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorzie-ning gescheiden kan worden. uElektrische aansluiting controleren. uApparaat reinigen.

Meer hierover vindt u in het hoofdstuk Rei-nigen. uSteek de stekker in. 4. 7 Apparaat inschakelenNeem het apparaat in gebruik ca. 2 u voor u er voor het eerstdiepvriesproducten in legt. Leg er pas diepvriesproducten in wanneer de temperatuurdis-play -18 °C aangeeft. uToets On/Off Fig. 3 (7) indrukken. wDe temperatuurdisplay en de toets alarm knipperen tot detemperatuur voldoende koud is. Als de temperatuur hoger isdan 0 °C dan ziet u streepjes knipperen, is de temperatuurlager dan knippert de actuele temperatuur. wDe binnenverlichting brandt bij open deur. 5 Bediening5. 1 Energie sparenuZorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. uOpen het apparaat zo kort mogelijk. uZet de levensmiddelen soort bij soort. uWarme producten inleggen: laat eerst afkoelen tot kamertem-peratuur.

Een laag stof veroorzaakt een hoger ener-gieverbruik:umaak het aggregaat met de warmtewis-selaar - het metalen rooster aan de ach-terkant van het apparaat - één keer perjaar stofvrij. 5.

2 Helderheid van de temperatuurdis-playU kunt de helderheid van de temperatuurdisplay aanpassen aanhet licht in de ruimte waar het apparaat is opgesteld. 5. 2. 1 Helderheid instellenDe helderheid is instelbaar tussen (geen verlichting) en h0 h5(maximale lichtsterkte). uInstelmodus activeren: druk gedurende ca. 5 sec. op detoets SuperFrost Fig. 3 (8). wOp de display wordt aangegeven. cwHet symbool menu Fig. 3 (3) brandt. uMet insteltoets Up Fig. 3 (1) of insteltoets Down Fig. 3 (2)hkiezen. uBevestigen: druk kort op detoets SuperFrost Fig. 3 (8). uDisplay helderder instellen: druk op de insteltoetsUp Fig. 3 (1). uDisplay donkerder instellen: druk op de insteltoetsDown Fig. 3 (2). uBevestigen: druk op de toets SuperFrostFig. 3 (8). wDe helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld. uInstelmodus deactiveren: druk op de toets On/Off Fig. 3 (7). -of-u5 min. wachten.

wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aan-gegeven. 5. 3 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het spe-len het apparaat niet onbedoeld uitschakelen. 5. 3. 1 Kinderbeveiliging instellenuinstelmodus activeren: druk gedurende ca. 5 sec. op de toetsSuperFrost Fig. 3 (8). wOp de display wordt aangegeven. cwHet symbool menu Fig. 3 (3) brandt. uDruk kort op de toets SuperFrost Fig. 3 (8) om te bevestigen. uinschakelen: met de insteltoets Up Fig. 3 (1) of deinsteltoets Down Fig. 3 (2)c1 kiezen. uuitschakelen: met de insteltoets Up Fig. 3 (1) of deinsteltoets Down Fig. 3 (2)c0 kiezen. uBevestigen: druk op de toets SuperFrostFig. 3 (8). wAls het symbool kinderbeveiliging Fig. 3 (11) brandt, is de kin-derbeveiliging geactiveerd. uInstelmodus deactiveren: druk op de toets On/Off Fig. 3 (7). -of-u5 min. wachten.

wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aan-gegeven. 5. 4 DeuralarmWanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoes-tisch alarm af. Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deur geslotenwordt. 5. 4.

1 Deuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. Zodra dedeur gesloten word, is de alarmfunctie weer actief. uToets Alarm Fig. 3 (9) indrukken. wHet akoestisch alarm gaat uit. 5. 5 TemperatuuralarmWanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat hetakoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay en het symboolalarm. Bediening6.

De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:–warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezer ge-legd–bij het sorteren en uitnemen van levensmiddelen is teveelwarme lucht naar binnen gekomen–de stroom is voor langere tijd uitgevallen–het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, het symbool alarmFig. 3 (4) gaat uit en de temperatuurdisplay houdt op met knip-peren, wanneer de temperatuur weer voldoende laag is. Wanneer het alarm niet uitgaat, zie hoofdstuk Storingen. AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven le-vensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 5. 1 Temperatuuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer detemperatuur opnieuw voldoende laag is, is de alarmfunctie weeractief. uToets Alarm Fig. 3 (9) indrukken.

wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5. 6 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal het aantal kg verse levensmiddelen per 24 uinvriezen, dat is aangegeven op het typeplaatje onder "invries-vermogen. kg/24 u". Elke afzonderlijke schuiflade of plateau is belastbaar met max. 25 kg diepvriesproducten. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Drankflessen of -blikjes kunnen bij het invriezen exploderen. Datgeldt vooral voor koolzuurhoudende dranken. uVries geen drankflessen of -blikjes in. Om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen snel tot in de kernworden diepgevroren, de volgende hoeveelheden per verpak-king niet overschrijden:– Fruit, groenten tot 1 kg– Vlees tot 2,5 kguVerpak levensmiddelen per portie in diepvrieszakjes of in her-bruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium. 5.

7 Levensmiddelen ontdooien– bij kamertemperatuur– in een magnetron– in een oven/heteluchtovenuOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 8 Temperatuur instellen in het vriesge-deelteHet apparaat is standaard ingesteld voor normaal bedrijf.

De temperatuur is instelbaar van -14 °C tot -28 °C, aanbevolenwordt -18 °C. uTemperatuur verhogen/warmer: druk op de insteltoets UpFig. 3 (1). uTemperatuur verlagen/kouder: druk op de insteltoets DownFig. 3 (2). wWanneer u de eerste keer indrukt, ziet u op de temperatuur-display de temperatuur van dat ogenblik. uTemperatuur in stapjes van 1 °C veranderen: kort op de toetsdrukken. -of-uTemperatuur doorlopend veranderen: houd de toets inge-drukt. wTijdens het instellen knippert de waarde. wCa. 5 sec. nadat u de toets heeft losgelaten, wordt de werke-lijke temperatuur weergegeven. De temperatuur past zichlangzaam aan de nieuwe instelling aan. 5. 9 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op dekern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogenen daarom kunnen de geluiden van het koelaggregaat tijdelijkluider zijn.

Bovendien bouwen reeds ingevroren levensmiddelen zo een"koudereserve op". Daardoor blijven de levensmiddelen langerbevroren, wanneer u het apparaat ontdooit. U kunt maximaal het aantal kg verse levensmiddelen binnen 24u invriezen, als staat vermeld op het typeplaatje onder " invries-vermogen. kg/24"u. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. 5. 9. 1 Met SuperFrost invriezenSuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:– wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt– bij het invriezen van tot ca. 2 kg verse levensmiddelen per daguToets SuperFrost Fig. 3 (8) eenmaal kort indrukken. wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (5) is verlicht. wDe invriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met maxi-maal koelvermogen. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uca. 6 u wachten.

5. 11 PlateausuPlateau uitnemen: vooraan optillen en uit-trekken. uPlateau terugplaatsen: eenvoudig tot aande aanslag weer inschuiven. 5. 12 VarioSpaceNaast de schuifladen kunt u ookde plateaus uitnemen. Zo creëertu plaats voor levensmiddelen vangroot formaat. Gevogelte, vlees,groot wild en hoog gebak kunnengeheel en al worden ingevrorenen later verder verwerkt. uElke aparte schuiflade of pla-teau met max. 25 kg diepvries-goed belasten. 5. 13 Info-systeemFig. 8 (1) Kant-en-klare gerech-ten, ijs(4) Worst, brood( (2) Varkensvlees, vis 5) Wild, paddestoelen( (3) Fruit, groenten 6) Gevogelte, rund-/kalfs-vlees5. 14 Bessen- en kruidenladeDankzij de bessen- en kruidenlade kunt u bessen, kruiden,groenten en andere kleine diepvriesproducten invriezen zonderdat ze aan elkaar vriezen. De diepvriesproducten behouden hunvorm en zijn later gemakkelijker in porties te verdelen. 5. 14.

1 Lade voor kruiden en bessen gebruikenuVerdeel het diepvriesgoed los-jes in de lade voor kruiden enbessen. uLaat het diepvriesgoed 10 tot12 u doorvriezen. uDoe het diepvriesgoed over indiepvrieszakjes of bakjes. uDiepvrieszakjes of bakjes in een lade plaatsen. uOm te ontdooien, spreidt u het diepvriesgoed opnieuw losjesuit. 5. 15 Koudeaccu'sBij een stroomstoring verhinderen de koudeaccu's dat de tem-peratuur te snel oploopt. 5. 15. 1 Koudeaccu's gebruikenuLeg de koudeaccu's plaatsbe-sparend in de kruiden- en bes-senlade. uLeg de doorgevroren koudeac-cu's in de bovenste schuifladerechtstreeks op het diepvries-goed. wZo blijft bij een stroomstoringhet diepvriesgoed het langstekoud. 6 Onderhoud6. 1 Ontdooien met NoFrostHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt geregelgd ontdooiden verdampt.

uU hoeft het apparaat niet manueel te ontdooien. 6. 2 Apparaat reinigenVoor het reinigen:VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwondenveroorzaken. uGebruik geen stoomreinigers.

LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor, chemi-caliën of zuren bevatten. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant vanhet apparaat nooit. Dit is belangrijk voor de klantendienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of be-schadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoerluchtgoot, de ventila-tieroosters en elektrische delen terecht komen. uApparaat leeg maken. uTrek de stekker uit. – Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreinigermet een neutrale pH-waarde. – Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkellevensmiddelenvriendelijke reinigings- en onder-houdsproducten.

Buitenkant en binnenruimte:uRoosters voor luchtaan- en afvoer regelmatig reinigen. wEen stoflaag veroorzaakt een hoger energieverbruik. uBuiten- en binnenoppervlakken van kunststof met lauwwarmwater en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. Onderdelen:uOnderdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddelmet de hand reinigen. Na het reinigen:uapparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen. (zie hoofdstuk SuperFrost)Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen weer inleggen. Onderhoud8.

6. 3 Binnenverlichting vervangenType gloeilampmax. 15 WFitting: E14Stroomsoort en spanning moeten overeenstemmen met degegevens van het typeplaatje. uSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit of schakelde beveiliging uit. uVervang de gloeilamp onderhet bedieningspaneel volgensde afbeelding. 6. 4 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen, aan de handvan het overzicht in het hoofdstuk Storingen. Indien dit niet hetgeval is, wendt u dan tot de technische dienst. Adressen vindt uop de meegeleverde lijst van technische diensten. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en aanpassingen aan apparaat en netsnoer, dieniet uitdrukkelijk vermeld worden in het hoofdstuk Onderhoud,alleen door de technische dienst laten uitvoeren. uModelnaam Fig. 9 (1),servicenummerFig. 9 (2) en serienum-mer Fig. 9 (3) staan ophet typeplaatje.

Het ty-peplaatje kunt u vindenaan de linkerzijde bin-nenin het apparaat. Fig. 9 uInformeer de technische dienst en geef storing, modelnaamFig. 9 (1), servicenummer Fig. 9 (2) en serienummerFig. 9 (3) op. wZo kunnen wij u een snelle en efficiënte service bieden. uHet apparaat gesloten laten, totdat de technische dienst komt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoertrekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gefabriceerd, dat de veiligewerking en een lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht de-sondanks storing optreden, eerst controleren of de storing dooreen bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij deontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat werkt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld.

uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering in het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen.

→De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefteover op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor lan-ger is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compres-sor langer. Dit is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan de koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Dit geluid is kortstondig iets luider,wanneer het koelaggregaat (de motor) aanschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, vers geplaatste levensmidde-len of nadat de deur langere tijd heeft opengestaan, wordt hetkoelvermogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog.

uZie hoofdstuk ToepassingsgebiedVibratiegeluiden→Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Hierdoor begin-nen meubelen of voorwerpen die naast het apparaat staan tetrillen als het koelaggregaat draait. uApparaat een beetje verschuiven en met de stelvoetjes uitlij-nen. uFlessen en schalen uit elkaar plaatsen. Op de temperatuurdisplay wordt weergegeven: F0 tot F9→Foutmelding. uNeem contact op met de technische dienst. Zie hoofdstukOnderhoud. In de temperatuurdispaly brandt stroomonderbreking. De temperatuurdisplay toont de hoogste temperatuurdie tijdens de stroomonderbreking werd bereikt. →De diepvriestemperatuur was door stroomuitval of eenstroomonderbreking in de afgelopen uren of dagen te hoog. Zodra de stroomonderbreking voorbij is, werkt het apparaatweer verder met de laatste temperatuurinstelling. uWeergave van de hoogste temperatuur afzetten: druk opdetoets alarm Fig. 3 (9).

→De demonstratie-modus is geactiveerd. uNeem contact op met de technische dienst. Zie hoofdstukOnderhoud. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uZie hoofdstuk Toepassingsbereik van het apparaat. →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst. Zie hoofdstuk Onderhoud. →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uZie hoofdstuk SuperFrost. →De temperatuur is verkeerd ingesteld. uStel de temperatuur lager in en controleer na 24 u. Storingen9.

→Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron.uZie hoofdstuk Opstellen.De binnenverlichting brandt niet.→Het apparaat is niet ingeschakeld.uApparaat inschakelen.→De deur was langer dan 15 min. open.uDe binnenverlichting schakelt bij geopende deur naca. 15 min. automatisch uit.→Wanneer de binnenverlichting niet brandt, terwijl de tempe-ratuurdisplay wel verlicht is, is de gloeilamp stuk.uVervang de gloeilamp volgens het hoofdstuk Onderhoud.8 Afzetten8.1 Apparaat uitschakelenuToets On/Off Fig. 3 (7) ca. 2 s indrukken.wDe temperatuurdisplay is uit.8.2 Buiten werking stellenuApparaat leeg maken.uTrek de stekker uit.uApparaat reinigen (zie hoofdstuk Reinigen).uLaat de deur wat open staan zodat er geen onaangenamegeuren kunnen ontstaan.9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmoet gescheiden van het ongesorteerde afval wor-den afgevoerd.

Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten.Let erop dat het koelcircuit van het afgedankte apparaat tijdenshet transport niet wordt beschadigd, om te vermijden dat koel-middel (aangegeven op het typeplaatje) en olie lekken.uApparaat onbruikbaar maken.uTrek de stekker uit.uSnijd de aansluitkabel door.Afzetten10

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr GN 2356 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden