Liebherr GN 1066 Premium Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr GN 1066 Premium (14 pagina’s), behorend tot de categorie Vrieskast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Liebherr GN 1066 Premium of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Vrieskast |
| Model: | GN 1066 Premium |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 14000 g |
| Breedte: | 602 mm |
| Diepte: | 628 mm |
| Hoogte: | 851 mm |
| Netbelasting: | 132 W |
| Geluidsniveau: | 41 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | F |
| Jaarlijks energieverbruik: | 232 kWu |
| Brutocapaciteit vriezer: | 102 l |
| Nettocapaciteit vriezer: | 99 l |
| Vriescapaciteit: | 14 kg/24u |
| Verlichting binnenin: | Nee |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Geschikt voor paneelaanpassing: | Nee |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 30 uur |
| Aantal planken vriezer: | 3 |
| Aantal sterren: | 4* |
| No Frost system: | Ja |
| Stroomgebruik per dag: | 0.546 kWh/24u |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| Automatische ontdooiing ( diepvries ): | Ja |
| Geluidsemissieklasse: | C |
| Indicatielampje: | Nee |
| Type product: | Staand |
| Type beeldscherm: | LCD |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
Handleiding Liebherr GN 1066 Premium – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaat- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingsgebied van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 EPREL-database. 31. 5 Opstelmaten. 31. 6 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 53. 1 Bedienings- en controle-elementen. 53. 2 Temperatuurweergave. 54 In gebruik nemen. 54. 1 Apparaat transporteren. 54. 2 Apparaat opstellen. 54. 3 Draairichting deur veranderen. 64. 4 In het keukenblok schuiven. 74. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 74. 6 Apparaat aansluiten. 74. 7 Apparaat inschakelen. 85 Bediening. 85. 1 Helderheid van het temperatuurdisplay. 85. 2 Kinderbeveiliging. 85. 3 Deuralarm. 85. 4 Temperatuuralarm. 85. 5 Levensmiddelen invriezen. 95. 6 Levensmiddelen ontdooien. 95. 7 Temperatuur instellen. 95. 8 SuperFrost. 95. 9 Laden. 105. 10 Plateaus. 105. 11 VarioSpace. 105.
12 Info-systeem. 105. 13 Koelaccu*. 106 Onderhoud. 106. 1 Ontdooien met NoFrost. 106. 2 Apparaat reinigen. 106. 3 Technische Dienst. 117 Storingen. 118 Uitzetten. 128. 1 Apparaat uitschakelen. 128. 2 Buiten werking stellen. 129 Afvalverwijdering. 129. 1 Apparaat op afvoer voorbereiden. 129. 2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren. 12De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikke‐ling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uwbegrip voor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering entechniek moeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen,de instructies in deze handleiding aandachtig doorlezena. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingenzijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparatenvan toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*).
1 Apparaat- en uitrustingsoverzichtAanwijzinguPlateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverdetoestand voor een optimale energie-effici ntie ingedeeld. ëFig. 1 (1) Bedienings- encontrole-elementen(5) Verstelbare poten(2) VarioSpace* NoFrost-inrichting(6)(3) (7)Schuiflade Koelaccu*(4) Typeplaatje1. 2 Toepassingsgebied van het apparaatGebruik volgens de voorschriftenHet apparaat is uitsluitend geschikt voor hetkoelen van levensmiddelen voor huishoude‐lijke of soortgelijke doeleinden. Hieronder valtbijv. het gebruik-in privékeukens, ontbijtgelegenheden,-door gasten in landhuizen, hotels, motelsen andere accommodaties,-bij catering en vergelijkbare service in degroothandel. Alle andere toepassingen zijn niet toege‐staan.
Verkeerd gebruik van het apparaat kan totbeschadigingen van de opgeslagen goederenof het bederf hiervan leiden. KlimaatklassenHet apparaat kan afhankelijk van de klimaat‐klasse, bij begrensde omgevingstempera‐turen, worden gebruikt. De voor uw apparaatbetreffende klimaatklasse staat op het type‐plaatje vermeld. AanwijzinguOm een probleemloze werking te waar‐borgen, moet de aangegeven omgevings‐temperatuur worden aangehouden. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturenSN, N t/m 32 °CST t/m 38 °CT t/m 43 °CEen probleemloze werking van het apparaatis gewaarborgd tot een omgevingstempera‐tuur van 0 °C. 1. 3 ConformiteitDe koudemiddelkringloop is op dichtheid gecontroleerd. Hetapparaat voldoet aan de toepasbare veiligheidsbepalingenen de richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU, 2009/125/EG,2011/65/EU, 2010/30/EU en 2014/53/EU.
De volledige tekst van de EU-conformiteitsverkla‐ring is beschikbaar op het volgende internetadres:www. Liebherr. com1. 4 EPREL-databaseVanaf 1 maart 2021 zijn informatie over etikettering inzakeenergieverbruik en vereisten inzake ecologisch ontwerpte vinden in de Europese productdatabase (EPREL). Ukrijgt toegang tot de productdatabase via de link https://eprel. ec. europa. eu/. Hier wordt u gevraagd de modelidenti‐ficatie in te voeren. De modelidentificatie vindt u op hettypeplaatje. 1. 5 OpstelmatenFig. 2 Modell h a g e e' d c c'GN 10. 851 602 611x628x657x1176x613 640GNP 10. 851 602 611x628x657x1176x613 640x Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouderswordt de afmeting 35 mm groter. (zie 4. 2 Apparaatopstellen). 1. 6 Energie sparen-Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope‐ningen resp. -roosters niet af.
-Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarmingof dergelijke en stel het apparaat niet bloot aan directzonlicht. -Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsings‐omstandigheden zoals bijv. de omgevingstemperatuur(zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat).
Bij eenwarmere omgevingstemperatuur kan het energieverbruiktoenemen. -Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger hetenergieverbruik. -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Condensvorming wordt voorkomen. -Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertempera‐tuur laten afkoelen. Stof verhoogt het energieverbruik:-De koelmachine met warmtewisselaar- metalen roosters aan de achterkantvan het apparaat - eenmaal jaarlijksafstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor‐schriftenBewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat uhem te allen tijde kunt raadplegen. Als u het apparaat doorgeeft, geef dan ook dehandleiding door aan de volgende eigenaar. Om het apparaat goed en veilig te kunnengebruiken, moet u deze handleiding vóórAlgemene veiligheidsvoorschriften* afhankelijk van model en uitvoering 3.
gebruik aandachtig doorlezen. Volg altijdde instructies, veiligheidsvoorschriften enwaarschuwingen die hierin zijn opgenomen. Deze zijn belangrijk om het apparaat veiligen probleemloos te kunnen installeren engebruiken. Gevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat kan door kinderen alsmededoor personen met verminderde psychi‐sche, sensorische of mentale bekwaam‐heden of een gebrek aan ervaring enkennis worden gebruikt onder toezichtvan een derde of met betrekking tot hetveilige gebruik van het apparaat zijn onder‐wezen en de gevaren kennen en begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaatspelen. De reiniging en het onderhoud magniet door kinderen zonder toezicht wordenuitgevoerd. Kinderen van 3-8 jaar mogenhet apparaat inladen en uitladen. Kinderenjonger dan 3 jaar dienen uit de buurt vanhet apparaat te worden gehouden, als hetapparaat niet continu onder toezicht staat.
-De contactdoos moet eenvoudig toeganke‐lijk zijn, zodat het apparaat in noodgevallensnel van de stroomvoorziening kan wordenlosgekoppeld. Deze moet zich buiten deachterkant van het apparaat bevinden. -Als u het stroomsnoer van het apparaat uithet stopcontact trekt, altijd bij de stekkernemen. Niet aan het snoer trekken. -Trek, in geval van een storing, de stekker uithet stopcontact of schakel de beveiliginguit. -Beschadig het netsnoer niet. Gebruik hetapparaat niet wanneer het netsnoer defectis. -Reparaties en ingrepen aan het apparaat enhet vervangen van de netaansluiting magalleen worden uitgevoerd door de klanten‐service of ander vakpersoneel dat hiervooris opgeleid. -Het apparaat alleen conform de beschrij‐ving in de handleiding monteren, aansluitenen afvoeren. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel (gegevens ophet typeplaatje) is milieuvriendelijk maarbrandbaar.
Koelmiddel dat ontsnapt kanontbranden. •Pijpleidingen van het koelcircuit nietbeschadigen. •Vermijd het hanteren van ontstekings‐bronnen in de binnenkant van het appa‐raat.
•Binnen het apparaat geen elektrischetoestellen gebruiken (bijv. stoomreini‐gers, verwarmingen, ijsmakers, enz. ). •Als koudemiddel weglekt: Open vuurof ontstekingsbronnen vlakbij het lekverwijderen. Vertrek goed ventileren. Informeer de klantendienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussenmet brandbare drijfgassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in hetapparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijnherkenbaar aan de op de verpakkingvermelde inhoudsstoffen of een vlammen‐symbool. Eventueel ontsnappende gassenkunnen door elektrische componenten vlamvatten. -Brandende kaarsen, lampen en anderevoorwerpen met open vuur uit de buurt vanhet apparaat houden, zodat ze het apparaatniet in brand kunnen steken. -Alkoholische dranken of andere verpak‐kingen die alcohol bevatten, mogen uitslui‐tend goed afgesloten worden bewaard.
Eventueel uittredende alcohol kan doorelektrische componenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voeten‐steun of om te leunen misbruiken. Dit geldtin het bijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen nietmeer nuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid enpijn:-Vermijd permanent contact van de huid metkoude oppervlakken of gekoelde/bevrorenproducten of tref beschermende maatre‐gelen, gebruik bijvoorbeeld handschoenen. Gevaar voor verwonding en beschadiging:-Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrischekacheltjes of stoomreinigers, open vuur ofontdooispray gebruiken. -IJs niet met scherpe voorwerpen verwij‐deren. Knelgevaar:-Bij het openen en sluiten van de deur nietin het scharnier grijpen. De vingers kunneningeklemd raken.
Het symbool kan zich op de compressorbevinden. Het heeft betrekking op de oliein de compressor en wijst op het volgendegevaar: Kan bij het inslikken en indringenin de luchtwegen dodelijk zijn. Deze aanwij‐zing is alleen voor het recyclingproces vanbelang. In de normale modus bestaat ergeen gevaar. Het symbool bevindt zich op de compressoren wijst op het gevaar van ontvlambarestoffen. De sticker niet verwijderen. Deze of een vergelijkbare sticker kanop de achterkant van het apparaat zijnaangebracht. Deze heeft betrekking op deschuimpanelen in de deur en/of de behui‐zing. Deze aanwijzing is alleen voor hetrecyclingproces van belang. De sticker nietverwijderen.
Neem de specifieke waarschuwingen en deandere specifieke instructies in de anderehoofdstukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letseltot gevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR‐SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichame‐lijk letsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOORZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die licht of middelzwaar lichame‐lijk letsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materi le schade tot gevolgëkan hebben wanneer dit gevaarniet vermeden wordt. Aanwijzing duidt op nuttige informatie en tips. 3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controle-elementenFig.
3 (1) Aan/uit-toets Symbol alarm(6)(2) (7)Insteltoets Symbool menu(3) Temperatuurdisplay Symbool kinderbeveili‐(8)ging(4) SuperFrost-toets Alarm-toets(9)(5) Symbool SuperFrost Symbool stroomstoring(10)3. 2 TemperatuurweergaveIn de normale modus worden:-de warmste vriestemperatuurDe temperatuurweergave knippert:-de temperatuurinstelling wordt veranderd;-na het inschakelen is de temperatuur nog niet koudgenoeg;-de temperatuur is met meerdere graden gestegen.
In de weergave knipperen strepen:-de vriestemperatuur is boven de 0 °C. De volgende weergaven wijzen op een storing. Demogelijke oorzaken en maatregelen voor het oplossen:(zie 7 Storingen). -F0F0F0F0F0 F5F5F5F5F5 tot -Het symbool stroomuitval knippert. 4 In gebruik nemen4. 1 Apparaat transporterenuHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat rechtop transporteren. uHet apparaat niet in uw eentje transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenWAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omge‐ving of binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGOndeskundig gebruik. Brand.
Als een netkabel/-stekker het achterpaneel van hetapparaat raakt, kunnen de netkabel/-stekker beschadigdraken door de trillingen van het apparaat, waardoor kortslui‐ting kan ontstaan. uApparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegenhet apparaat liggen. uOp contactdozen in het apparaatacchterpaneel geenapparaten aansluiten. uMeervoudige contactdozen/verdeeldozen en andere elek‐tronische apparaten (bijv. halogeen trafo’s) mogen nietaan het achterpaneel van apparaten worden aangebrachten gebruikt. WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maarwel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrij‐komend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hogeconcentratie en in contact met een externe warmtebronontvlammen. uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen.
WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magne‐tron, toaster enz. op het apparaat. LET OPBeschadigingsgevaar door condenswater. Schimmel en roest. Als gevolg van verhinderde warmteaf‐gifte kan zich tussen twee apparaten condens vormen,waardoor de apparaten kunnen gaan schimmelen enroesten. uHet apparaat niet direct op een ander koel-/vriesappa‐raat plaatsen. LET OPAfgedekte ventilatieopeningen. Beschadigingen. Het apparaat kan oververhit raken, watde levensduur van diverse onderdelen van het toestel kanverminderen en kan leiden tot functiebeperkingen. uLet altijd op de be- en ontluchting. uVentilatieopeningen of - roosters in de apparaatbehuizingen in het keukenmeubel (inbouwapparaat) moeten altijdvrij worden gehouden. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesappa‐raat zetten.
qBij schade aan het apparaat onmiddellijk vóór hetaansluiten contact met de leverancier opnemen. qDe vloer op de standplaats moet horizontaal en vlak zijn. qPlaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarmingof dergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan directzonlicht. qEen optimale standplaats is een droge en goed geventi‐leerde ruimte. qHet apparaat met de achterkant en het gebruik vande meegeleverde wandafstandhouders (zie onder) altijddirect tegen de wand plaatsen. qHet apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverplaatst. qDe ondergrond van het apparaat moet dezelfde hoogtehebben als de omgeven bodem. qHet apparaat niet zonder hulp plaatsen. qDes te meer koelmiddel in het apparaat aanwezig is,des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaatstaat. In te kleine ruimten kan bij een lek een brandbaargas-lucht-mengsel ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moetde ruimte minimaal 1 m3 groot zijn. Gegevens over hetgebruikte koelmiddel staan op het typeplaatje aan debinnenkant van het apparaat. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het appa‐raat.
Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnentrillingsgeluiden ontstaan. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruikwordt bereikt, moeten de afstandhouders worden gebruiktdie bij sommige apparaten zijn gevoegd. Hierdoor wordt deapparaatdiepte ca. 35 mmgroter. Het apparaat functioneertzonder gebruik van de afstandhouders goed en volledig,maar heeft een iets hoger energieverbruik. uBij een apparaat met meege‐leverde wandafstandhoudersdeze wandafstandhouders linksen rechts boven aan deachterkant van het apparaatmonteren. uVoer de verpakking af 4. 5 Afvalverwerking van de(zieverpakking). uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutelen met behulp van de stel‐pootjes (A) en een waterpasstevig en vlak op. AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2 Apparaat reinigen).
Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kaner condens worden gevormd op de buitenkant van het appa‐raat. uZorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaat‐singsruimte. 4. 3 Draairichting deur veranderenIndien nodig is kan het scharnierpunt worden verwisseld. Zorg ervoor dat het volgende gereedschap klaarligt:qTorx® 25qTorx® 15qmeegeleverde steeksleutelqevt. tweede persoon voor de montageVOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. In gebruik nemen6 * afhankelijk van model en uitvoering.
Fig. 4 bij apparaten met handgreepuGa te werk in de volgorde van de nummering in de afbeel‐ding. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kande deur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat nietgoed koelt. uDe lagerbussen/lagerbouten goed (met 4 Nm) vast‐schroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. 4. 4 In het keukenblok schuivenFig. 5 (1) Opbouwkast Keukenkast(3)(2) (4)Apparaat Wandx Bij apparaten met bijgeleverde wandafstandshouderswordt de maat 35 mm (zie 4. 2 Apparaat opstellen) groter. Het apparaat kan in keukenkasten worden ingebouwd. Omhet apparaat Fig. 5 (2) aan de hoogte van het keukenblokaan te passen, kan boven het apparaat een opzetkastFig. 5 (1) worden aangebracht. Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max.
580 mm)kan het apparaat direct naast de keukenkast Fig. 5 (3)worden geplaatst. Het apparaat staat aan de zijkant 34 mmx en in het midden van het apparaat 50 mm x tegenover devoorkant van de keukenkast. LET OPRisico op beschadiging door oververhitting als gevolg vanonvoldoende ventilatie. Bij te weinig ventilatie kan de compressor worden bescha‐digd. uLet op voldoende ventilatie. uNeem de ventilatie-eisen in acht. Ventilatievereisten:-Aan de achterkant van de opzetkast moet een luchtaf‐voerkanaal van minimaal 50 mm diep, over de volledigebreedte van de opzetkast, aanwezig zijn. -De ontluchtingsdoorsnede onder het plafond moet mini‐maal 300 cm2 bedragen. -Hoe groter de ontluchtingsdiameter hoe zuiniger hetapparaat werkt. Wanneer het apparaat met de scharnieren naast een wandFig. 5 (4) wordt geplaatst, moet de afstand tussen hetapparaat en de wand minimaal 40 mm bedragen.
uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met poly‐ethyleen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inza‐melpunt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPVerkeerd aansluiten. Beschadiging van de elektronica. uSluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormerszoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators. uGeen energiespaarstekker gebruiken. WAARSCHUWINGVerkeerd aansluiten. Brandgevaar. uGeen verlengkabel gebruiken. uGeen verdeeldozen gebruiken. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje(zie 1 Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen.
Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaarden een elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroomvan de zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A. In gebruik nemen* afhankelijk van model en uitvoering 7.
Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodatde stroomvoorziening van het apparaat in geval van noodsnel kan worden onderbroken. Het mag zich niet achter hetapparaat bevinden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenuToets On/Off indrukken. Fig. 3 (1)wHet apparaat is ingeschakeld. Het temperatuurdisplay enhet symbool Alarm knipperen tot de temperatuur Fig. 3 (6)koud genoeg is. wWanneer op het display „DEMO” wordt aangegeven,is de demonstratiemodus geactiveerd. U kunt contactopnemen met de Technische Dienst. 5 Bediening5. 1 Helderheid van het temperatuurdis‐playU kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassenaan het omgevingslicht. 5. 1. 1 Helderheid instellenDe helderheid is instelbaar tussen h 0h 0h 0h 0h 0 (minimale verlichting)en (maximale lichtsterkte).
h 5h 5h 5h 5h 5uInstelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (4) ca. 5 sindrukken. wOp de display wordt het symbool Menu Fig. 3 (7) weerge‐geven. wOp de display knippert. cccccuMet de Insteltoets selecteren. Fig. 3 (2) hhhhhuMet de toets SuperFrost kort bevestigen. Fig. 3 (4)wOp de display verschijnt de laatst ingesteldehelderheidswaarde. uMet de Insteltoets de gewenste waarde tussen Fig. 3 (2) hhhhh00000 h 5h 5h 5h 5h 5 en selecteren. uMet de toets SuperFrost de nieuw ingestelde Fig. 3 (4)helderheidswaarde kort bevestigen. wOp de display knippert. hhhhhwDe helderheid is ingesteld. uInstelmodus na de verandering deactiveren: Aan/uit-toets één keer indrukken. Fig. 3 (1)wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuurweergegeven. Is de instelmodus al geactiveerd, maar moet de oude helder‐heidswaarde worden gehandhaafd:uAan/uit-toets Fig.
3 (1)twee keer indrukken, om de instel‐modus de deactiveren. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuurweergegeven. 5. 2 KinderbeveiligingMet de kinderbeveiliging zorgt u ervoor datkinderen bij het spelen het apparaat niet onbe‐doeld uitschakelen. 5. 2.
1 Kinderbeveiliging instellenMoet de functie worden ingeschakeld:uInstelmodus activeren: Druk de toets SuperFrost Fig. 3 (4)gedurende ca. 5 seconden in. wOp de display wordt het symbool Menu Fig. 3 (7) weerge‐geven. wOp de display knippert. cccccuMet de toets SuperFrost kort bevestigen. Fig. 3 (4)wOp het display verschijnt. c1c1c1c1c1uMet de toets SuperFrost kort bevestigen. Fig. 3 (4)wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) op dedisplay gaat branden. wOp de display knippert. cccccwDe functie kinderbeveiliging is ingeschakeld. Wanneer de instelmodus moet worden be indigd:ëuDruk de toets On/Off kort in. Fig. 3 (1)-of-u5 min. wachten. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuurweergegeven. Moet de functie worden uitgeschakeld:uInstelmodus activeren: Druk de toets SuperFrost Fig. 3 (4)gedurende ca. 5 seconden in. wOp de display wordt het symbool Menu Fig. 3 (7) weerge‐geven.
wOp de display knippert. cccccuMet de toets SuperFrost kort bevestigen. Fig. 3 (4)wOp het display verschijnt. c0 c0 c0 c0 c0 uMet de toets SuperFrost kort bevestigen. Fig. 3 (4)wHet symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) gaat uit. wOp de display knippert. cccccwDe functie kinderbeveiliging is uitgeschakeld. Wanneer de instelmodus moet worden be indigd:ëuDruk de toets On/Off kort in. Fig. 3 (1)-of-u5 min. wachten. wOp de temperatuurdisplay wordt weer de temperatuurweergegeven. 5. 3 DeuralarmAls de deur langer dan 60 seconden open staat,klinkt er een geluidssignaal. Het geluidssignaal dooft automatisch, als dedeur wordt gesloten. 5. 3. 1 Deuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitge‐schakeld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. uToets Alarm indrukken. Fig. 3 (9)wHet akoestisch alarm gaat uit. 5.
Het akoestisch alarm stopt automatisch, het symbool AlarmFig. 3 (6) gaat uit en de temperatuurdisplay houdt op metknipperen, wanneer de temperatuur weer laag genoeg is. Wanneer het alarm niet uitgaat (zie 7 Storingen). AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnenlevensmiddelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 4. 1 Temperatuuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneerde temperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctieweer actief. uToets Alarm indrukken. Fig. 3 (9)wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5. 5 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie 1 Het apparaatin vogelvlucht) onder „Invriescapaciteit. kg/24h” is aange‐geven. De schuifladen kunnen met max.
25 kg diepvriesproductenworden belast. De plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproductenworden belast. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. Om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen door en dooringevroren worden, dient u de volgende hoeveelheden perverpakking niet te overschrijden:- Groente, fruit tot 1 kg- Vlees tot 2,5 kguLevensmiddelen in diepvrieszakjes, her te gebruikenkunststof, metalen of aluminium bakjes in portiesverpakken. 5. 6 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuuruNeem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken.
7 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-de duur van het openen van de deur-de ruimtetemperatuur op de opstellocatie-de aard, temperatuur en hoeveelheid levensmiddelenAanbevolen temperatuurinstelling: -18 °CDe Temperatuur kan doorlopend gewijzigd worden. Is deinstelling -28 °C bereikt, wordt weer bij -14 °C begonnen. uTemperatuurfunctie oproepen: EenmaalInsteltoets indrukken. Fig. 3 (2)wOp het temperatuurdisplay wordt de totnog toe ingestelde waarde knipperend aange‐geven. uTemperatuur wijzigen in stappen van 1 °C:Druk de insteltoets net zo vaak Fig. 3 (2)in totdat de gewenste temperatuur op hettemperatuurdisplay oplicht. uTemperatuur doorlopend veranderen: insteltoets inge‐drukt houden. wTijdens het instellen wordt de waarde knipperend weer‐gegeven. wCa.
5 seconden nadat de toets voor de laatste keerwerd ingedrukt, wordt de nieuwe instelling overgenomenen de daadwerkelijke temperatuur weer aangegeven. Detemperatuur in de binnenruimte past zich langzaam aande nieuwe instelling aan. 5. 8 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelensnel tot op de kern invriezen. Het apparaat werktmet maximaal koelvermogen, daardoor kunnengeluiden van het koelaggregaat tijdelijk luider zijn. U kunt maximaal zoveel kilogram aan verse levensmiddeleninvriezen binnen 24 uur, zoals aangegeven op het type‐plaatje onder „vriescapaciteit. kg/24u”. Deze maximaleinvriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaat‐klasse. Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen dieworden ingevroren, moet SuperFrost bijtijds worden inge‐schakeld: bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levens‐middelen ca.
SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te scha‐kelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt-bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelenper dag5. 8. 1 Met SuperFrost invriezenuToets SuperFrost eenmaal kort indrukken. Fig. 3 (4)wHet symbool SuperFrost is verlicht. Fig. 3 (5)wDe temperatuur daalt, het apparaat werkt met maximalekoeling. AanwijzinguBij het indrukken van de toets SuperFrost kan het voor‐komen dat de compressor door de ingebouwde inscha‐kelvertraging maximaal 8 minuten later wordt ingescha‐keld. Deze vertraging verhoogt de levensduur van decompressor. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uCa. 6 u wachten. uVerpakte levensmiddelen in de bovenste laden leggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmid‐delen:uCa. 24 u wachten.
wHet symbool SuperFrost Fig. 3 (5) gaat uit, wanneer hetinvriezen is afgesloten. uLevensmiddelen in de laden legen en deze weerinschuiven. wHet apparaat werkt in de energiebesparende normalemodus verder. 5. 9 LadenAanwijzingHet energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bijonvoldoende ventilatie. Bij apparaten met NoFrost:uLaat de onderste schuiflade in het apparaat zitten. uHoud de luchtspleet binnen aan de achterkant steeds vrij. uOm de diepvriespro‐ducten direct op dedraagplateaus op tebergen: Schuifladenaar voren trekken eneruit halen. 5. 10 Plateaus5. 10. 1 Plateaus verplaatsenuPlateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. uPlateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 11 VarioSpaceU kunt naast de schuifladenook de draagplateaus eruit halen.
Zo maakt u plaats voor groterelevensmiddelen zoals gevogelte,vlees, groter wild en kunnenhoge producten van de bakkerijvolledig worden ingevroren enverder worden klaargemaakt. uDe schuifladen kunnen met max. 25 kg diepvriespro‐ducten worden belast. uDe plateaus kunnen elk met 35 kg diepvriesproductenworden belast. 5. 12 Info-systeemFig. 6 (1) Kant-en-klaregerechten, ijs(4) Vleeswaren, brood(2) Varkensvlees, vis Wild, paddestoelen(5)(3) Fruit, groenten Gevogelte, rund-/kalfs‐(6)vleesDe getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevrorenlevensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermeldebewaartijden zijn richtwaarden. 5. 13 Koelaccu*De koelaccu's verhinderen bij stroomuitval dat de tempera‐tuur te snel stijgt. 5. 13. 1 Koelaccu s gebruiken*'uDe bevroren koelaccu's in hetbovenste, voorste bereik van devriesruimte op de diepvriespro‐ducten leggen. 6 Onderhoud6.
1 Ontdooien met NoFrostHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Het vocht staat op de verdamper neer, wordt periodiekontdooit en verdampt. uHet apparaat hoeft niet handmatig te worden ontdooid. 6. 2 Apparaat reinigenHet apparaat regelmatig reinigen. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom.
Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper‐vlakken beschadigen. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes ofstaalwol. uGeen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudendeschoonmaakmiddelen gebruiken. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Techni‐sche Dienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie‐roosters en elektrische delen terecht komen. uGebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. uGebruik in de binnenruimte van het apparaat alleenlevensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhouds‐producten.
uApparaat uitruimen. uTrek de stekker uit. uLuchttoe- en -afvoerroosters regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. uUit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw‐warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen. uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveegd. Bij hardnekkig vuil lauw‐warm water met allesreiniger gebruiken. uGelakte deuroppervlakken uitsluitend met een zachte,schone doek afvegen. Bij hardnekkig vuil een beetjewater of allesreiniger gebruiken. Naar keuze kan ook eenmicrovezeldoek worden gebruikt. Onderhoud10 * afhankelijk van model en uitvoering.
uDe met lauw water en een beetje afwasmiddelladenhandmatig reinigen. uAndere onderdelen met lauwwarm water en een beetjeafwasmiddel met de hand reinigen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 8 SuperFrost). Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 3 Technische DienstControleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen(zie 7 Storingen). Als dit niet het geval is, dient u contactop te nemen met de klantenservice. Het adres vindt u inbijgevoegd overzicht. WAARSCHUWINGOndeskundige reparatie. Verwondingen. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroom‐aansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden(zie 6 Onderhoud) , uitsluitend door de Technische Dienstlaten uitvoeren.
uBeschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, deklantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoonlaten vervangen. uBij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook deklant zelf de vervanging uitvoeren. uApparaataanduidingFig. 7 (1), servi‐cenr. Fig. 7 (2) enserienr. Fig. 7 (3)van het typeplaatjeaflezen. Het type‐plaatje bevindt zichaan de linkerkantbinnen in het appa‐raat. Fig. 7 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding servicenr. Fig. 7 (1), Fig. 7 (2) en serienr. mededelen. Fig. 7 (3)wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit.
7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controlerenof de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. Indit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantie‐periode in rekening brengen.
Volgende storingen kunt u zelfverhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering van het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebe‐hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijddaardoor langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. →De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. uHet knipperen is normaal. Geluiden zijn te luid.
→Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanlei‐ding van de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcir‐cuit stroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitscha‐kelen van het koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens‐middelen of na lang geopende deur wordt het koelver‐mogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat)Trilgeluiden→Het apparaat staat niet vast op de vloer.
Daardoor gaanvoorwerpen en meubels in de buurt van het lopendekoelaggregaat trillen. uLijn het apparaat via de stelvoeten uit. In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: tot. F0F0F0F0F0 F5F5F5F5F5→Het betreft een storing. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder‐houd).
Op het temperatuurdisplay knippert stroomuitval. Ophet temperatuurdisplay wordt de warmste temperatuurweergegeven, die tijdens de stroomuitval werd bereikt. →De vriestemperatuur was door stroomuitval of eenstroomonderbreking in de afgelopen uren of dagen tehoog. Zodra de stroomonderbreking voorbij is, werkt hetapparaat weer verder met de laatste temperatuurinstel‐ling. uAanduiding van de warmste temperatuur wissen: toetsAlarm indrukken. Fig. 3 (9)uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer nuttigen. Ontdooidelevensmiddelen niet meer opnieuw invriezen. In de temperatuurdisplay brandt DEMO. →De demonstratie-modus is geactiveerd. uNeem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder‐houd). Het apparaat is aan de buitenkant warm*. →De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal.
→Niet voldoende be- en ontluchting. uVentilatieroosters vrijmaken en reinigen. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2 Toepassingsgebied van het apparaat). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelfwordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de Techni‐sche Dienst (zie 6 Onderhoud). →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uOplossing: (zie 5. 8 SuperFrost)→De temperatuur is verkeerd ingesteld. uStel de temperatuur lager in en controleer deze na 24uur. →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis,verwarming enz. ). uVerander de standplaats van het apparaat of van dewarmtebron. Op het display worden streepjes („- -”) weergegeven. →De vriestemperatuur is door een stroomuitval of eenstroomonderbreking boven de nul graden gestegen. uZie ook “stroomuitval” en “ ”8 Uitzetten8.
1 Apparaat uitschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken, totdat het displaydonker wordt. Toets loslaten. wWanneer het apparaat niet kan worden uitgeschakeld, isde kinderbeveiliging actief (zie 5. 2 Kinderbeveiliging). 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uApparaat uitschakelen (zie 8 Uitzetten). uNetstekker eruit halen. uApparaat reinigen (zie 6. 2 Apparaat reinigen). uLaat de deuren een stukje open staan zodat er geenonaangename geuren kunnen ontstaan. 9 Afvalverwijdering9. 1 Apparaat op afvoer voorbereidenLiebherr maakt bij sommige apparaten gebruikvan batterijen. In de EU is het nu voor deconsument wettelijk verplicht deze batterijenvoor de afvoer van apparaten te verwijderen. Als uw apparaat batterijen bevat, wordt dit ophet apparaat aangegeven. Lampen Als u lampen zelfstandig en zonder kapot temaken kunt verwijderen, verwijder deze daneveneens voor het voeren.
OnderhouduIndien mogelijk: verwijder lampen zonder deze kapot temaken. 9. 2 Apparaat volgens milieuvoor‐schriften afvoerenHet apparaat bevat waardevollematerialen en moet gescheidenvan het ongesorteerde, huishou‐delijke afval worden afgevoerd. Voer batterijen gescheiden vanhet apparaat af. Batterijenkunnen gratis worden ingeleverdbij de winkel en bij andere inle‐verpunten zoals het gemeente‐lijk depot en de chemokar. Lampen Lever gedemonteerde lampen inbij een daarvoor bestemd inle‐verpunt. Voor Duitsland: U kunt het apparaat gratis inle‐veren bij de milieustraat. Bij deaankoop van een nieuwe koel‐kast of vriezer en een verkoop‐oppervlak > 400 m2 neemt dedealer het oude apparaat ookgratis terug. WAARSCHUWINGVrijkomend koudemiddel en olie. Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maarwel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar.
Vrij‐komend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hogeconcentratie en in contact met een externe warmtebronontvlammen. uBuisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressorniet beschadigen. uVoer het apparaten af zonder het te beschadigen. uVoer batterijen, lampen en het apparaat af zoals hier‐boven beschreven. Uitzetten12 * afhankelijk van model en uitvoering.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr GN 1066 Premium stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vrieskast Liebherr
Handleiding Vrieskast
Nieuwste handleidingen voor Vrieskast