Liebherr CUN 3923 Comfort Handleiding

Liebherr Koelkast CUN 3923 Comfort

Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CUN 3923 Comfort (12 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CUN 3923 Comfort of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/12
Gebruiksaanwijzing
Koel-vriescombinatie
290910 7084364 - 03
CUN(esf) ... 3

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: CUN 3923 Comfort
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: LED
Breedte: 600 mm
Diepte: 630 mm
Hoogte: 2011 mm
Jaarlijks energieverbruik: 341 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+
Brutocapaciteit vriezer: 150 l
Nettocapaciteit vriezer: 123 l
Vriescapaciteit: 16 kg/24u
Ontdooifunctie: Ja
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Brutocapaciteit koelkast: 237 l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Aantal planken koelkast: 4
Bewaartijd bij stroomuitval: 31 uur
Aantal planken vriezer: 4
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 232 l
Eierenrekje: Ja
Flessenrek: Ja
No Frost system: Ja
Totale brutocapaciteit: 355 l
Ingebouwde vriezer: Ja
Deur open alarm: Ja
Aantal compressors vriezer: 1
Ijsblokjeshouder: Ja

Handleiding Liebherr CUN 3923 Comfort – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Overzicht apparaat en uitrusting. 21. 2 Toepassingen van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 Opstelafmetingen. 31. 5 Energie sparen. 32 Algemene veiligheidsvoorschriften. 33 Bedienings- en controle-elementen. 43. 1 Bedienings- en controlepaneel. 43. 2 Temperatuurdisplay. 44 In gebruik nemen. 44. 1 Draairichting deur veranderen. 44. 2 Inbouw in het keukenblok. 64. 3 Apparaat transporteren. 64. 4 Apparaat opstellen. 64. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 74. 6 Apparaat aansluiten. 74. 7 Apparaat inschakelen. 75 Bediening. 75. 1 Deuralarm. 75. 2 Temperatuuralarm. 75. 3 Koelgedeelte. 85. 4 Vriesgedeelte. 86 Onderhoud. 96. 1 Ontdooien met NoFrost. 96. 2 Apparaat reinigen. 96. 3 Binnenverlichting met gloeilamp vervangen 10. 6. 4 Technische Dienst 10. 7 Storingen 11. 8 Afzetten 11. 8. 1 Apparaat uitschakelen 11. 8.

2 Buiten werking stellen 11. 9 Apparaat afdanken 11. De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Overzicht apparaat en uitrustingAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend.

1 (1) (11)Transportgreep achter Groentelade(2) Bedienings- en contro-lepaneel(12) Typeplaatje(3) (13)Boter- en kaasvak Deurvak voor hogeflessen(4) (14)Binnenverlichting Koudeaccu*(5) (15)Plateaus, deelbaar* VarioSpace(6) (16)Plateaus, verplaatsbaar Diepvrieslade(7) (17)Flessenplank* Info-systeem*(8) (18)Deurvak, verplaatsbaar IJsblokjeshouder*(9) (19)Afvoeropening Stelpootjes, transport-grepen voor, transport-wieltjes achter(10) Koudste zone1. 2 Toepassingen van het apparaatHet apparaat is uitsluitend geschikt voor het koelen van levens-middelen. In het geval van het industriële koelen van levensmiddelenmoeten de geldige wettelijke bepalingen in acht wordengenomen. Het apparaat is niet bedoeld voor het bewaren enkoelen van geneesmiddelen, bloedplasma, laboratoriumspre-paraten of eendere aan de Europese Richtlijn medische hulp-middelen 2007/47/EG ten grondslag liggende stoffen enproducten.

Een abusievelijk gebruik van het apparaat kanschade aan de bewaarde producten of het bederf ervanveroorzaken. Bovendien is het apparaat niet geschikt voorwerking in explosiegevaarlijke omgevingen. Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voorgebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaat-klasse van uw apparaat vindt u op het typeplaatje. AanwijzinguRespecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zonietvermindert de koelprestatie. Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C tot 32 °CHet apparaat in vogelvlucht2.

Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanN 16 °C tot 32 °CST 16 °C tot 38 °CT 16 °C tot 43 °C1. 3 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Hetapparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbe-palingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EEG en 2004/108/EEG. 1. 4 OpstelafmetingenFig. 2 Model Apparaathoogte H (mm)CUN 31. 1623CUN(esf) 35. 1817CUN(esf) 39. 2011CUN 40. 20111. 5 Energie sparen-Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila-tieopeningen resp. -roosters niet afdekken. -Ventilatorluchtspleten altijd vrij houden. -Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. -Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig-heden b. v. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). -Open het apparaat zo kort mogelijk. -Zet de levensmiddelen soort bij soort.

-Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden. -Warme gerechten inleggen: eerst laten afkoelen tot kamer-temperatuur. -Diepvriesproducten in de koelruimte laten ontdooien. Stof doet het energieverbruik toenemen:-de koelmachine met warmtewisselaar -metalen rooster aan de achterkant vanhet apparaat - eens per jaar afstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen)met fysieke, sensorische of mentale beperkingen ofpersonen, die niet over voldoende ervaring en kennisbeschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veilig-heid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaatworden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent. Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen.

-In geval van storing stekker uit het stopcontact trekken(daarbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitscha-kelen. -Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en hetvervangen van het netsnoer alleen laten uitvoeren door deTechnische Dienst of ander daarvoor opgeleid vakperso-neel.

-Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij destekker nemen. Niet aan het snoer trekken. -Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleidingmonteren en aansluiten. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hemeventueel aan de volgende eigenaar door. -De lampen voor speciale doeleinden (gloeilampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijn bedoeld om de binnenruimte teverlichten en niet geschikt als kamerverlichting. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. •De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. •Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekings-bronnen gebruiken. •Binnenin het apparaat geen elektrische apparatengebruiken (b. v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur,ijsmachines enz. ).

•Wanneer koelmiddel ontsnapt: open vuur of ontstekings-bronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen. Stekker uit het stopcontact trekken. Ruimte goed venti-leren. Contact opnemen met de Technische Dienst. -Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijf-gassen, zoals b. v. butaan, propaan, pentaan enz. in hetapparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aande op de verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlam-mensymbool. Eventueel uittredende gassen kunnen doorelektrische componenten vlam vatten. -Geen brandende kaarsen, lampen of andere voorwerpenmet open vlammen op of in het apparaat plaatsen. -Sterke alcohol alleen goed gesloten en overeind staandopslaan. Eventueel uittredende alcohol kan door elektrischecomponenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om teleunen misbruiken.

GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt. VOOR-ZICHTIGduidt een gevaarlijke situatie aan,die lichamelijk letsel tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,die materiële schade tot gevolg kanhebben wanneer dit gevaar nietvermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-zingen en tips gegeven worden. 3 Bedienings- en controle-elementen3. 1 Bedienings- en controlepaneelFig. 3 (1) (4)Toets On/Off Werkingsindicator vries-gedeelte(2) (5)Insteltoets Toets SuperFrost(3) Temperatuurdisplaykoelgedeelte(6) Toets alarm3.

2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:-de ingestelde koeltemperatuurDe temperatuurdisplay vriesgedeelte knippert:-de temperatuurinstelling wordt gewijzigd-na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoendekoud-de temperatuur is verschillende graden gestegen4 In gebruik nemen4. 1 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx 25qTorx 15qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4. 1. 1 Bovenste deur afnemenAanwijzinguVerwijder levensmiddelen uit de opbergvakken voordat dedeur wordt afgenomen, zodat er geen levenmiddelen uitvallen. Fig. 4 uBovenste deur sluiten. uAfdekking Fig. 4 (1) naar voren naar boven wegnemen. uAfdekking Fig. 4 (2) wegtillen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt.

6 (25) aan de kant van de handgreep voor-zichtig optillen en omplaatsen. uLagerbus Fig. 6 (23) aan de nieuwe scharnierzijde evt. metbehulp van een accuschroevendraaier weer goed (met4 Nm) vastschroeven. uApparaat opnieuw watnaar achteren kantelen ende lagerbouten Fig. 7 (22)terug in te steken. Degroef moet naar vorenwijzen. uAfdekking Fig. 6 (27) aande tegenoverliggende kantplaatsen. *Fig. 7 VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDe beveiliging (21) moet aan de zijkant van de lagerbusinklikken, zodat de lagerbus en dus ook de deur is geborgd. uuBeveiliging (21) op lagerbus weer inklikken. uScharnierbus Fig. 6 (20) opzetten. 4. 1. 5 Greep omzettenuKlik de veerklem Fig. 8 (31) uit de bovenste deur en plaatshem naar de andere scharnierkant om. uStoppen Fig. 8 (30) uit de lagerbus van de deur uitnemen enomzetten. Fig. 8 uMonteer deurgrepen Fig. 8 (32), stop Fig.

6 Onderste deur monterenuPlaats de onderste deur van boven op de onderste lager-bout Fig. 6 (22). uSluit de deur. uDe plastic kap Fig. 5 (10) weer op het midden van delagerbus Fig. 5 (13) plaatsen. uMiddelste lagerbouten Fig. 5 (11) op de nieuwe scharnier-zijde in de onderste deur plaatsen door de middelstelagerbus Fig. 5 (13). 4. 1. 7 Bovenste deur monterenuBovenste deur op de middelste lagerbout Fig. 5 (11) zetten. uPlaats de bovenste lagerbus Fig. 4 (3) aan de nieuwe schar-nierkant in de deur. uBovenste lagerbus vastschroeven (2goed (met 4 Nm)maal Torx 25) Fig. 4 (4). Steek de schroefgaten indien nodigvoor of gebruik de accuschroevendraaier. uAfdekking Fig. 4 (1) en afdekking Fig. 4 (2) telkens aan detegenoverliggende kant van buiten plaatsen en inklikken. In gebruik nemen5.

4. 1. 8 Deuren uitlijnenuDe deuren eventueel via de beide langsgaten in de lagerbusonder Fig. 6 (23) en lagerbus midden Fig. 5 (13) tenopzichte van de kast uitlijnen. Daartoe middelste schroef inde lagerbus onder Fig. 6 (23) uitdraaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan dedeur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. uDe lagerbussen met 4 Nm goed vastschroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. 4. 2 Inbouw in het keukenblokFig. 9 (1) (3)Opbouwkast Keukenkast(2) (4)Apparaat WandHet apparaat Fig. 9 (2) kan worden ingebouwd in de keuken. Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan tepassen, kunt u er een passende opbouwkast Fig. 9 (1) opplaatsen. Bij ombouw met keukenkasten (max.

diepte 580 mm) kan hetapparaat direct naast de keukenkast Fig. 9 (3) worden opge-steld. De apparaatdeur springt opzij 34 mm en in het middenvan het apparaat 50 mm uit ten opzichte van het keukenkast-front. Hierdoor is de deur zonder problemen te openen ensluiten. Belangrijk voor de ventilatie:-Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast eenruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. -De ventilatieruimte onder het plafond moet minstens300 cm2 bedragen. -Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger hetapparaat werkt. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig. 9 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muurminstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitstekenvan de deurgreep bij een geopende deur. 4. 3 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren.

uHet apparaat overeind transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 4 Apparaat opstellenNeem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nogvoor het aansluiten - contact op met de leverancier.

De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas envlak zijn. Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast eenfornuis, verwarming of dergelijke. Zet het apparaat met de achterkant altijd direct tegen de muur. Stel het apparaat niet op zonder hulp. De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de normEN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van van1 m3 beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan ingeval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaargas-lucht-mengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheidkoelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant vanhet apparaat. Het apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverschoven. WAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte.

Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. uDe buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatie-openingen. uDe ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijdvoor een goede luchttoevoer en -afvoer. In gebruik nemen6.

uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsgel-uiden ontstaan. uHaal de beschermfolie van de buitenzijde van het apparaat. *LET OP*De edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardigeoppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reini-gingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate mogen uitsluitend met eendeuroppervlakkenzachte schone doek worden afgeveegd. uBreng alleen op de een verzor-roestvrijstalen zijwandengingsmiddel gelijkmatig en in slijprichting aan. De reinigingop een later tijdstip wordt daardoor eenvoudiger. uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveegd. uTrek de beschermfolie van de sierlijsten en van de lade-fronten. *uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. uDoe de verpakking weg (zie 4. 5).

LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet direct naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op. uVervolgens de deur onder-steunen: stelvoet bij lagerbus(B) uitdraaien tot deze op devloer komt, daarna 90° verderdraaien. Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede verluchting van de plaat-singsruimte. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.

WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar. uGebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats vanbestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zieHet apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het apparaat alleen aansluiten op een volgens devoorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcon-tact moet d. m. v. een zekering van 10 A of zwaarderbeveiligd zijn. Het moet eenvoudig toegankelijk zijn, zodat hetapparaat in urgentiegevallen snel van de stroom-voorziening gescheiden kan worden. uElektrische aansluiting controleren. uApparaat reinigen (zie 6. 2). uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. wHet apparaat is ingeschakeld. De temperatuurdisplay geeftde ingestelde temperatuur weer. 5 Bediening5.

1 DeuralarmWanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoes-tisch alarm af. Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deurgesloten wordt. 5. 1. 1 Deuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. uToets Alarm Fig. 3 (6) indrukken. wHet akoestisch alarm gaat uit. 5. 2 TemperatuuralarmWanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat hetakoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay en de toetsalarm. De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:-warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezergelegd-bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen isteveel warme lucht binnengekomen-de stroom is voor langere tijd uitgevallen-het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, de toets alarmFig.

3 (6) gaat uit en de temperauurdisplay stopt met knip-peren, wanneer de temperatuur weer voldoende laag isWanneer het alarm niet uitgaat (zie Storingen). AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorvenlevensmiddelen niet meer nuttigen.

5. 2. 1 Temperatuuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer detemperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weeractief. uToets Alarm Fig. 3 (6) indrukken. wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5. 3 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte wordenverschillende temperatuurbereiken in gesteld. Direct boven degroentelades en tegen de achterkant is het het koudste. Voorinaan de bovenkant en in de deur is het het warmste. 5. 3. 1 Levensmiddelen koelenuBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees-waren bewaart u in de koudste zone. In het bovengedeelteen in de deur boter en conserven bewaren. (zie Het appa-raat in vogelvlucht)uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie.

uhet gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet latenliggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren. uFlessen tegen omvallen beveiligen: de flessenhouderverschuiven. 5. 3. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-de temperatuur van de ruimte waar het apparaat staat-soort, temperatuur en hoeveelheid ingevroren levensmid-delenAanbevolen temperatuurinstelling: 5 °CU kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Is de instelling1 °C bereikt dan wordt opnieuw bij 9 °C begonnen. uTemperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op deinsteltoets Fig. 3 (2).

wIn het temperatuurdisplay knippert de LED van de huidigetemperatuur. uDruk net zo vaak op de insteltoets Fig. 3 (2) tot de LED's degewenste temperatuur aangeven. AanwijzinguDoor de insteltoets lang in te drukken wordt binnen eenkleine temperatuurzone (b. v. : tussen 5 °C en 7 °C) een ietskoudere waarde ingesteld.

In het temperatuurdisplay is dande LED van de eerstvolgende lagere temperatuurzoneverlicht. 5. 3. 3 Draagplateaus verplaatsenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken. uTil het draagplateau op en trek hetnaar voren uit. uDraagplateau met de aanslagrand achter naar bovenwijzend inschuiven. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. 5. 3. 4 Deelbare draagplateaus gebruiken*Fig. 10 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. 5. 3. 5 Opbergvakken in de deur verplaatsenuVakken uitnemen volgens de afbeel-ding. 5. 3. 6 Flessenhouder uitnemenuFlessenhouder volgens afbeeldinguitnemen. 5. 4 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevrorenlevensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levens-middelen invriezen. 5. 4. 1 Levensmiddelen invriezenDe laden kunnen elk met max.

25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kg worden belast. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden:- fruit, groente max. 1 kg- vlees max. 2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. 5. 4. 2 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- bij kamertemperatuur- in een magnetron- in een oven/heteluchtovenuOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. Bediening8.

5. 4. 3 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op dekern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelver-mogen, daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat tijde-lijk luider zijn. U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 hinvriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit. kg/24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te scha-kelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt-bij het invriezen van tot ca. 1 kg verse levensmiddelen perdagMet SuperFrost invriezenuToets SuperFrost Fig. 3 (5) kort indrukken. wDe toets SuperFrost is verlicht. wDe temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uca. 6 u wachten.

4. 7 Info-systeem*Fig. 11 (1) Kant-en-klaregerechten, ijs(4) Vleeswaren, brood(2) (5)Varkensvlees, vis Wild, paddestoelen(3) (6)Fruit, groenten Gevogelte, rund-/kalfs-vleesDe getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevrorenlevensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermeldebewaartijden zijn richtwaarden. 5. 4. 8 Koudeaccu's*De koudeaccu's verhinderen bij stroomuitval, dat de tempera-tuur te snel stijgt. Koudeaccu's gebruiken*uDe koudeaccu's ruimtebespa-rend in het bovenste vriesvakleggen. uDe bevroren koudeaccu's bovenin het voorste vriesgedeelte opde ingevroren levensmiddelenleggen. 6 Onderhoud6. 1 Ontdooien met NoFrostHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Koelgedeelte:Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen nietop een storing.

uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen (zie 6. 2). Vriesgedeelte:Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatigontdooid en verdampt dan. uU hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien. 6. 2 Apparaat reinigenVoor het reinigen:Onderhoud9.

VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brand-wonden veroorzaken. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor,chemicaliën of zuren bevatten. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatier-oosters en elektrische delen terecht komen. uApparaat leegmaken. uTrek de stekker uit. - Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreinigermet een neutrale pH-waarde.

- Gebruik in de binnenruimte van het apparaatenkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- enonderhoudsproducten. uRoosters voor luchtaan- en afvoer regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. Buitenwanden en binnenruimte:uBuiten- en binnenwanden van kunststof met lauwwarmwater en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. LET OP*De edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardigeoppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reini-gingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate mogen uitsluitend met eendeuroppervlakkenzachte schone doek worden afgeveegd. Bij sterke vervuilingkunt u wat water of een neutraal schoonmaakmiddelgebruiken. Naar wens kan ook een microvezeldoek wordengebruikt. uRoestvrijstalen zijwanden bij vervuiling met een gebruike-lijke roestvrijstaalreiniger reinigen.

Vervolgens het meegele-verde rvs onderhoudsmiddel gelijkmatig in slijprichtingaanbrengen. uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveergd. Bij sterke vervuiling kunt uwat water of een neutraal schoonmaakmiddel gebruiken.

Naar wens kan ook een microvezeldoek worden gebruikt. RVS onderhoudsmiddel niet op glazen of kunststof opper-vlakken aanbrengen om krassen te vermijden. Donkereplekken in het begin en een intensievere kleur van het edel-stalen oppervlak zijn normaal. *uAfvoeropening reinigen: vuil met eendun hulpmiddeltje, bijv. een watten-staafje, verwijderen. Onderdelen:uOnderdelen met lauwwarm water en een beetje afwas-middel met de hand reinigen. uOm schoon te maken de geleiders voor de halve glasplatenafnemen. uDeurvakken volgens de afbeeldinguit elkaar nemen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen. uSuperFrost inschakelen (zie 5. 4. 3). Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen er weer in leggen. 6. 3 Binnenverlichting met gloeilampvervangenType gloeilampmax.

25 WFitting: E14Type stroom en spanning moeten overeenkomen met deinformatie op het typeplaatjeuSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit ofschakel de beveiliginguit. uNeem de afdekkingFig. 12 (1) bij de voor-kant vast en haakachteraan los. uVervang de gloeilampFig. 12 (2). uAfdekking Fig. 12 (1)weer opzetten. Fig. 12 6. 4 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uApparaataanduidingFig. 13 (1), service-nr. Fig. 13 (2) enserie-nr. Fig. 13 (3)van het typeplaatjeaflezen.

Het type-plaatje bevindt zichaan de linkerkantbinnen in het appa-raat. Fig. 13 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 13 (1), service-nr. Fig. 13 (2) en serie-nr. Fig. 13 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk.

wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht deson-danks storing optreden, eerst controleren of de storing dooreen bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wijde ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekeningbrengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering in het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental.

Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Geluiden zijn te luid. →Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanlei-ding van de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan de koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens-middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd.

Daardoorworden aangrenzende meubels of voorwerpen door delopende koelaggregaat in vibratie gezet. uApparaat iets verschuiven en met de stelpoten uitlijnen. uFlessen en containers uit elkaar zetten. De toets SuperFrost en de temperatuurdisplay knipperenbeiden. →Het betreft een storing. uContact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onder-houd). Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2). →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelfwordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst. (zie Onderhoud). →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uOplossing: (zie 5. 4. 3)→Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron.

uOplossing: (zie In gebruik nemen). De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De deur was langer dan 15 min. open. uDe binnenverlichting schakelt bij geopende deur naca. 15 min. automatisch uit. →Wanneer de binnenverlichting niet brandt terwijl de tempe-ratuurdisplay wel verlicht is, is de gloeilamp stuk. uVervang de gloeilamp. (zie Onderhoud). 8 Afzetten8. 1 Apparaat uitschakelenuToets On/Off Fig. 3 (1) ca. 2 sec. indrukken. wDe temperatuurdisplay is uit. 8. 2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken. uStekker uittrekken. uApparaat reinigen (zie 6. 2). uLaat de deur wat open staan zodat er geen onaangenamegeuren kunnen ontstaan. 9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr CUN 3923 Comfort stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden