Liebherr CN 3913 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CN 3913 (14 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 156 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CN 3913 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/14
Gebruiksaanwijzing
Koel-vriescombinatie
7/08 7082670 - 00
CN(es) ... 3

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Liebherr
Categorie: Koelkast
Model: CN 3913
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Breedte: 600 mm
Diepte: 630 mm
Hoogte: 2011 mm
Jaarlijks energieverbruik: 341 kWu
Brutocapaciteit vriezer: 150 l
Nettocapaciteit vriezer: 123 l
Vriescapaciteit: 14 kg/24u
Koelkast binnenverlichting: Ja
Bewaartijd bij stroomuitval: 31 uur
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 231 l
Totale brutocapaciteit: 237 l
Ingebouwde vriezer: Ja
Stroomvoorziening: 220-240 V, 50 Hz

Handleiding Liebherr CN 3913 – volledige tekst

Inhoudsopgave1Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Toepassingen van het apparaat. 21. 2 Conformiteit. 21. 3 Overzicht van apparaat en uitrusting. 21. 4 Opstelafmetingen. 32Algemene veiligheidsvoorschriften. 33Bedienings- en controle-elementen. 33. 1 Bedienings- en controle-elementen. 33. 2 Temperatuurdisplay. 34In gebruik nemen. 44. 1 Draairichting deur veranderen. 44. 2 Inbouw in het keukenblok. 54. 3 Apparaat transporteren. 54. 4 Apparaat plaatsen. 54. 5 Verpakking weggooien. 64. 6 Apparaat aansluiten. 64. 7 Apparaat inschakelen. 65Bediening. 75. 1 Energie sparen. 75. 2 Deuralarm. 75. 3 Temperatuuralarm. 75. 4 Koelgedeelte. 75. 5 Vriesgedeelte. 86Onderhoud. 106. 1 Ontdooien met NoFrost. 106. 2 Apparaat reinigen. 106. 3 De IceMaker reinigen. 116. 4 Binnenverlichting met gloeilamp vervangen. 116. 5 Technische Dienst. 117Storingen. 128Afzetten. 128. 1 Apparaat uitschakelen. 128.

2 Buiten werking stellen. 139Apparaat afdanken. 13De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling vanalle typen en modellen. Hebt u er daarom a. u. b. begrip voor datwij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbe-houden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een , ge-bruiksresultaten met een. 1Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Toepassingen van het apparaatHet apparaat is bestemd voor het koelen, invriezen en bewarenvan levensmiddelen en voor het maken van ijs. Het apparaat is ontworpen voor huishoudelijk gebruik.

Het is nietbestemd voor industrieel gebruik, met name niet voor laborato-riumdoeleinden of dergelijke. Dan kan een probleemloze werk-ing niet worden gegarandeerd.

Het apparaat is, afhankelijk van de klimaatklasse, geschikt voorhet gebruik binnen gelimiteerde omgevingstemperaturen. Devoor uw apparaat geldende klimaatklasse is aangegeven op hettypeplaatje. AanwijzinguVoor een optimale koelprestatie dient u steeds de aangege-ven omgevingstemperaturen te respecteren. Klimaatklas-sevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C tot 32 °CN 16 °C tot 32 °CST 16 °C tot 38 °CT 16 °C tot 43 °C1. 2 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Het ap-paraat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbepa-lingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EEG en 2004/108/EEG. 1. 3 Overzicht van apparaat en uitrustingFig.

1. 4 OpstelafmetingenFig. 2 Model Apparaathoogte H (mm)CN(es) 35. 1817CN 39. 2011CN(es/esf) 40. 20112Algemene veiligheidsvoorschrif-tenGevaren voor de gebruiker:–Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen)met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of perso-nen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verant-woordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden geïn-strueerd of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Erop toezien,dat kinderen niet met het apparaat spelen. –Bij een storing de stekker uit het stopcontact trekken (daarbijniet aan het snoer trekken) of de zekering uitdraaien. –Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het vervangenvan het netsnoer alleen laten uitvoeren door de technischedienst of ander daarvoor opgeleid vakpersoneel.

–Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij destekker nemen. Nooit aan het snoer trekken. –Het apparaat alleen volgens de aanwijzingen van de handlei-ding monteren en aansluiten. –Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef dezedoor aan een eventuele volgende bezitter. –Alle reparaties resp. ingrepen aan de IceMaker mogen alleendoor de klantendienst of door erkende vakmensen wordenuitgevoerd. *Brandgevaar:–Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Lekkend koelmiddel kan ontbranden. •Beschadig de leidingen van het koelmiddelcircuit niet. •Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekingsbron-nen gebruiken. •Geen elektrische apparaten binnenin het apparaat gebrui-ken (bijv. stoomreiniger, verwarmingstoestellen, ijsroom-maker enz. ).

Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de opde verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensym-bool. Eventueel uittredende gassen kunnen door elektrischecomponenten vlam vatten. –Geen brandende kaarsen, lampen of andere voorwerpen metopen vlammen op of in het apparaat plaatsen. –Sterke alcohol alleen goed gesloten en overeind staand op-slaan. Eventueel uittredende alcohol kan door elektrischecomponenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:–Sokkels, schuifladen, deuren enz. niet misbruiken als opstap-je of als steun. Dit geldt speciaal voor kinderen. Gevaar voor een voedselvergiftiging:–te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. Gevaar voor bevriezen, verdoofd gevoel of pijn:–Langdurig huidcontact met koude oppervlakken of gekoelde/diepgevroren producten vermijden of zorgen voor bescher-ming, bijv. handschoenen gebruiken.

2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:–de ingestelde vriestemperatuur–de ingestelde koeltemperatuurde temperatuurdisplay vriesgedeelte knippert:–de temperatuurinstelling wordt gewijzigd–na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoende koudAlgemene veiligheidsvoorschriften3.

–de temperatuur is verschillende graden gestegen4In gebruik nemen4. 1 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx 25qTorx 15qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4. 1. 1 Bovenste deur afnemenAanwijzinguVerwijder levensmiddelen uit de opbergvakken voordat dedeur wordt afgenomen, zodat er geen levenmiddelen uit val-len. Fig. 4 uBovenste deur sluiten. uAfdekking Fig. 4 (1) naar voren afhalen en afdekkingFig. 4 (2) afnemen. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt. uDeur goed vasthouden. uDeur voorzichtig neerzetten. uBovenste lagerbus Fig. 4 (3) losschroeven (2 keer Torx 25)Fig. 4 (4) en naar boven wegtrekken. uBovenste deur naar boven optillen en opzij zetten. 4. 1. 2 Onderste deur afnemenuOnderste deur sluiten.

6 (26) afschroeven(1 x Torx 25) Fig. 6 (27) enin de tegenoverliggende opening van de lagerbus omzetten,opnieuw vastschroeven. uAfdekking Fig. 6 (25) aan de kant van de handgreep voor-zichtig optillen en omplaatsen. uDelagerbus Fig. 6 (23)weer vastschroeven op de nieuwescharnierkant, doorheen het buitenste lange gat en ronde gat. Gebruik hiervoor eventueel een accuschroevendraaier. AanwijzinguIndien noodzakelijk, bijvoorbeeld om onregelmatigheden vande vloer te compenseren, kan in plaats van het rondgat ookhet tweede langgat voor het vastschroeven worden gebruikt. uApparaat opnieuw wat naar achteren kantelen en de lager-bouten Fig. 6 (22) omzetten. In gebruik nemen4.

4 (3) aan de nieuwe schar-nierkant in de deur. uBovenste lagerbus vastschroeven (2 maal Torx 25)Fig. 4 (4). Steek de schroefgaten indien nodig voor of gebruikde accuschroevendraaier. uAfdekking Fig. 4 (1) en afdekking Fig. 4 (2) telkens op de te-genoverliggende zijde vastklikken. 4. 1. 8 Deuren uitlijnenuLijn de deuren eventueel via de langgaten in de onderste la-gerbus Fig. 6 (23) en middelste lagerbus Fig. 5 (13) in één lijnmet de behuizing uit en draai vervolgens de schroeven stevigaan. uAfdekking Fig. 6 (21) op de onderste lagerbus opnieuw vastk-likken. 4. 2 Inbouw in het keukenblokFig. 8 (1) Opbouwkast (3) Keukenkast(2) Apparaat (4) WandHet apparaat Fig. 8 (2) kan worden ingebouwd in de keuken. Omhet apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te passen,kunt u er een passende opbouwkast Fig. 8 (1) op plaatsen. Bij gebruik van gestandaardiseerde keukenkasten (dieptemax.

580 mm) kunt u het apparaat direct naast de keukenkastFig. 8 (3) plaatsen. De deur van het apparaat steekt aan de zij-kanten 34 mm en in het midden 50 mm ten opzichte van hetkeukenfront naar voren.

Hierdoor is de deur zonder problemente openen en sluiten. Belangrijk voor de ventilatie:–houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een ruimtevan minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. –De ventilatieruimte onder het plafond van de ruimte moet min-stens 300 cm2 bedragen. –Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger het appa-raat werkt. Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig. 8 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muur min-stens 36 mm bedragen. Dit in verband met het uitsteken van dedeurgreep bij een geopende deur. 4. 3 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat overeind transporteren. uHet apparaat niet alleen transporteren. 4.

4 Apparaat plaatsenBij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aansluiten -informeren bij de leverancier. De vloer ter plaatse moet horizontaal en vlak zijn. Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht en plaats het nietin de buurt van een fornuis, verwarming of dergelijke. Plaats het apparaat steeds rechtstreeks tegen de wand. Stel het apparaat niet zonder hulp op. De ruimte waarin u het apparaat plaatst dient volgens de normEN 378 per 8 g koekmiddel R 600a een volume van 1 m3 hebben. Indien de ruimte te klein is, kan bij een lek in het koelmiddelcircuiteen licht ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatieover de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aande binnenkant van het apparaat. In gebruik nemen5.

WAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting voch-tig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruim-te. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving ofbinnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door het koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Lekkend koelmiddel kan ontbranden. uLeidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz) op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte luchtroos-ters. uDe luchtroosters regelmatig schoonmaken. Zorg steeds vooreen goede verluchting. uHaal het aansluitkabel van de achterzijde van het apparaat.

Verwijder de kabelhouder, om trillingsgeluiden te voorkomen. uTrek de beschermfolie van de buitenzijden van het apparaataf. *uEen edelstaalverzorgingsmiddel gelijkmatig in slijprichtingaanbrengen. *wDe reiniging op een later tijdstip wordt daardoor eenvoudiger. *uVerwijder de beschermfolie van de sierlijsten en de ladefron-ten. uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. uDoe de verpakking weg. Zie hoofdstuk Verpakking wegdoen. LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet direct naast een ander koel-/vriesapparaatzetten. uZet het apparaat met de bijge-sloten gaffelsleutel via de stel-poten (A) vast en lijn het uit. uDraai de stelpoot aan de lager-bus (B) indien nodig uit om dedeur te steunen. Indien het apparaat in een erg vochtige omgeving wordt opge-steld, kan op de buitenzijde van het apparaat condenswaterworden gevormd.

De verpakking is vervaardigd van recyclebare materia-len:–golfkarton/karton–voorgevormde delen van geschuimd polystyreen–folies en plastic zakjes van polyethyleen–spanbanden van polypropyleenuBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPGevaar voor beschadiging door de elektronica. uGeen ondulator (transformeren van gelijkstroom naar wissel-resp. draaistroom) of spaarstekker gebruiken. WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar. uGebruik geen verlengsnoer of stopcontactdoos. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van be-stemming moeten met de informaties op het typeplaatje (ziehoofdstuk Overzicht apparaten en uitvoeringen) overeenstem-men. Sluit het apparaat alleen aan op een volgens de voor-schriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontactmoet met 10 A of meer beveiligd zijn.

Het moet eenvoudig toegankelijk zijn, zodat het appa-raat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorzie-ning gescheiden kan worden. uElektrische aansluiting controleren. uApparaat reinigen. Meer hierover vindt u in het hoofdstuk Rei-nigen. uSteek de stekker in. 4. 7 Apparaat inschakelenAanwijzinguOm het hele apparaat in te schakelen, dient u alleen het vries-gedeelte in te schakelen. Hierbij wordt automatisch het koel-gedeelte mee ingeschakeld. Neem het apparaat ca. 2 uur voor het eerste vullen met diep-vriesproducten in gebruik. 4. 7. 1 Vriesgedeelte inschakelenuToets On/Off vriesgedeelte Fig. 3 (9) indrukken. wHet apparaat is ingeschakeld. De temperatuurdisplay duidt deingestelde temperatuur aan. De temperatuurdisplay vriesge-deelte en de toets alarm knippert tot de temperatuur voldoen-de laag is. 4. 7.

2 Koelgedeelte inschakelenAanwijzinguWanneer u het koelgedeelte inschakelt, wordt automatischhet vriesgedeelte mee ingeschakeld. uToets On/Off koelgedeelte Fig. 3 (1) indrukken. wDe binnenverlichting brandt bij open deur. wDe temperatuurdisplay brandt. Koelgedeelte en vriesgedeel-te zijn ingeschakeld. In gebruik nemen6.

5Bediening5. 1 Energie sparenuZorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. uOpen het apparaat zo kort mogelijk. uZet de levensmiddelen soort bij soort. uWarme producten inleggen: laat eerst afkoelen tot kamertem-peratuur. uDiepvriesproducten steeds in de koelruimte ontdooien. Een laag stof veroorzaakt een hoger ener-gieverbruik:umaak het aggregaat met de warmtewis-selaar - het metalen rooster aan de ach-terkant van het apparaat - één keer perjaar stofvrij. 5. 2 DeuralarmVoor koel- en diepvriesgedeelteWanneer de deur langer dan 60 s geopend is, gaat het akoes-tisch alarm af. Het akoestisch alarm stopt automatisch, zodra de deur geslotenwordt. 5. 2. 1 Deuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. Zodra dedeur gesloten word, is de alarmfunctie weer actief. uToets Alarm Fig. 3 (8) indrukken.

wHet akoestisch alarm gaat uit. 5. 3 TemperatuuralarmWanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat hetakoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay en de toetsalarm. De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:–warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezer ge-legd–bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen is teveelwarme lucht binnengekomen–de stroom is voor langere tijd uitgevallen–het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, de toets alarmFig. 3 (8) gaat uit en de temperauurdisplay stopt met knipperen,wanneer de temperatuur weer voldoende laag is. Wanneer het alarm niet uitgaat, zie hoofdstuk Storingen. AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven le-vensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 3.

wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5. 4 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte ontstaaner verschillende temperatuurzones. Direct boven de groentela-des en tegen de achterkant is het het koudste. Bovenaan voor-aan en in de deur is het het warmste. 5. 4. 1 Levensmiddelen koelenAanwijzingHet energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij on-voldoende ventilatie. uVentilatieluchtspleten altijd vrijlaten. uBederfelijke etenswaren, bereide gerechten, vlees en vlees-waren bewaart u in de koudste zone. Bovenin en in de deurbergt u boter, eieren en blikken op. (zie ook hoofdstuk Appa-raat in één oogopslag)uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. uLeg de levensmiddelen niet te dicht bij elkaar, zodat de luchtgoed kan circuleren.

uZorg ervoor dat flessen niet kunnen omvallen: verschuif deflessenhouder. 5. 4. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:–hoe vaak de deur wordt geopend–de temperatuur van de ruimte waar het apparaat staat–soort, temperatuur en hoeveelheid ingevroren levensmidde-lenAanbevolen temperatuurinstelling: 5 °CU kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Is de instelling1 °C bereikt dan wordt opnieuw bij 9 °C begonnen. uTemperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op de instel-toets koelgedeelte Fig. 3 (3). uDruk net zo vaak op de insteltoets koelgedeelte Fig. 3 (3) totde LEDs de gewenste temperatuur aangeven. AanwijzinguWanneer u lang drukt op de insteltoets wordt binnen een kleintemperatuurbereik (bijv. : tussen "5" en "7") een iets kouderewaarde ingesteld, maar dit is niet te zien op het display. 5. 4.

uDraagplateau optillen en naar voren uit-trekken. uDraagplateau met de aanslagrand achter naar boven wijzendinschuiven. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. 5. 4. 5 Deelbare draagplateaus gebruikenFig. 9 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. uOm te reinigen de rails van de halve glasplaat afnemen. 5. 4. 6 Opbergvakken verplaatsen*uVakken uitnemen volgens de afbeel-ding. De boxen kunnen worden uitgenomen en zo op tafel worden ge-zet. U kunt één of beide boxen gebruiken. Wanneer u heel hoge fles-sen in de deur wil zetten, hang dan alleen de brede box bovenhet flessenvak. Via de technische dienst kunt u drie kleine boxen verkrijgen, inplaats van de standaarduitrusting met één brede en één kleinebox. uBoxen omzetten: naar boven uitnemenen op de gewenste plaats terugzetten. uDeksel afhalen: 90° openen en naar bo-ven losklikken.

Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijd methet deksel verwijderen. uDeksel verwijderen: een zijkant vanhet boter- en kaasvak naar buitendrukken, tot de dekseltap vrij is, dandeksel zijdelings verwijderen. 5. 4. 7 Flessenhouder uitnemen*uFlessenhouder volgens afbeelding uit-nemen. uPak de flessenhouder altijd vast bij hetkunststof gedeelte. 5. 5 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevroren le-vensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmid-delen invriezen. 5. 5. 1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal het aantal kg verse levensmiddelen per 24 uinvriezen, dat is aangegeven op het typeplaatje onder "invries-vermogen. kg/24 u". Elke afzonderlijke schuiflade of plateau is belastbaar met max. 25 kg diepvriesproducten. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Drankflessen of -blikjes kunnen bij het invriezen exploderen.

Om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen snel tot in de kernworden diepgevroren, de volgende hoeveelheden per verpak-king niet overschrijden:– Fruit, groenten tot 1 kg– Vlees tot 2,5 kguVerpak levensmiddelen per portie in diepvrieszakjes of in her-bruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium. 5. 5. 2 Levensmiddelen ontdooien– in het koelgedeelte– bij kamertemperatuur– in een magnetron– in een oven/heteluchtovenuOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 5. 3 Temperatuur instellenAanbevolen temperatuurinstelling: -18 °CU kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Bij de instelling-32 °C wordt opnieuw begonnen met -15 °C. uTemperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op de instel-toets vriesgedeelte Fig. 3 (6). uDruk net zo vaak op de insteltoets vriesgedeelte Fig. 3 (6)totde LEDs de gewenste temperatuur aangeven.

AanwijzinguWanneer u lang drukt op de insteltoets wordt binnen een kleintemperatuurbereik (bijv. : tussen -15 °C en -18 °C) een ietskoudere waarde ingesteld, maar dit is niet te zien op het dis-play. Bediening8.

5. 5. 4 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op dekern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogenen daarom kunnen de geluiden van het koelaggregaat tijdelijkluider zijn. U kunt maximaal het aantal kg verse levensmiddelen binnen 24u invriezen, als staat vermeld op het typeplaatje onder " invries-vermogen. kg/24"u. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. Met SuperFrost invriezenSuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:– wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt– bij het invriezen van tot ca. 2 kg verse levensmiddelen per daguToets SuperFrost Fig. 3 (7) kort indrukken. wDe toets SuperFrost is verlicht. wDe temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximale koe-ling. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uca. 6 u wachten.

5. 5. 8 Info-systeemFig. 10 *(1) Kant-en-klare gerech-ten, ijs(4) Worst, brood(2) Varkensvlees, vis (5) Wild, paddestoelen(3) Fruit, groenten (6) Gevogelte, rund-/kalfs-vleesDe getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevroren le-vensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermelde be-waartijden zijn richtwaarden. 5. 5. 9 Invriesblad*Met het invriesblad vriest u bessen, kruiden, groenten en anderekleine diepvriesproducten in, zonder dat deze aan elkaar vast-vriezen. De diepvriesproducten behouden hun vorm en zijn latereenvoudiger in porties te verdelen. Bovendien kunt u op het invriesblad de koudeaccu's plaatsbe-sparend opbergen. Invriesblad gebruiken*uVerdeel het diepvriesgoed losjesover het invriesblad. uHang het invriesblad in de boven-ste schuiflade. uLaat het diepvriesgoed 10 tot 12 udoorvriezen. uDoe het diepvriesgoed over indiepvrieszakjes of bakjes.

uDiepvrieszakjes of bakjes in een lade plaatsen. uOm te ontdooien, spreidt u het diepvriesgoed opnieuw losjesuit. 5. 5. 10 Koudeaccu's*Bij een stroomstoring verhinderen de koudeaccu's dat de tem-peratuur te snel oploopt. Koudeaccu's gebruiken*uLeg de koudeaccu's plaatsbespa-rend op het invriesblad. uLeg de doorgevroren koudeac-cu's in de bovenste schuifladerechtstreeks op het diepvries-goed. wZo blijft bij een stroomstoring hetdiepvriesgoed het langste koud. Bediening9.

5. 5. 11 IceMaker*De IceMaker zit in de bovenste schuiflade van het vriesgedeelte. Op de schuiflade staat het opschrift "IceMaker". Controleer of aan volgende voorwaarden is voldaan:–het apparaat staat waterpas. –het apparaat is ingeschakeld. –het vriesgedeelte is ingeschakeld. –het waterreservoir is gevuld. Waterreservoir vullen*WAARSCHUWINGVergiftigingsgevaar. uDe waterkwaliteit moet voldoen aan de drinkwaterverorde-ning van het land waarin het apparaat wordt gebruikt. uDe IceMaker dient uitsluitend voor het maken van ijsblokjesin huishoudelijke hoeveelheden en moet met hiervoor ge-schikt water worden gebruikt. De IceMaker wordt van water voorzien via een waterreservoir inde koelruimte (zie Overzicht van apparaat en uitrusting). uTrek het waterreservoirnaar voren uit. uOpen de klep vooraan envul het reservoir met water.

uPlaats het gevul-de waterreser-voir in de houderen schuif tot he-lemaal achter-aan. IceMaker inschakelen*Fig. 11 uSchuiflade uittrekken. uDruk op de toets On/Off Fig. 11 (1), zodat de LEDsFig. 11 (2) branden. uSchuiflade weer inschuiven. AanwijzinguDe IceMaker maakt alleen ijsblokjes als de schuiflade hele-maal dicht is. IceMaker uitschakelen*Als u geen ijsblokjes nodig heeft, kunt u de IceMaker onafhan-kelijk van het vriesgedeelte uitschakelen. Wanneer de IceMaker uitgeschakeld wordt, de IceMaker reini-gen. Zo zorgt u ervoor, dat er geen water of ijs in de IceMakerachter blijft. Wanneer de IceMaker uitgeschakeld is, kan de schuiflade vande IceMaker worden gebruikt om levensmiddelen in te vriezen ofte bewaren. uDruk gedurende ca. 1 seconde op de toets On/Off, tot de LEDbrandt. IJsblokjes maken*De productiecapaciteit hangt af van de vriestemperatuur.

Hoelager de temperatuur, hoe meer ijsblokjes er in een bepaalde tijdworden gemaakt. De ijsblokjes vallen uit de IceMaker in de schuiflade. Bij het be-reiken van een bepaalde vulhoogte, worden geen ijsblokjes meergemaakt.

Als u een grote hoeveelheid ijsblokjes nodig heeft, kunt u de vol-ledige IceMaker schuiflade verwisselen voor de schuiflade er-naast. Als u de schuiflade sluit, schakelt de IceMaker vanzelfopnieuw in. Wanneer u de IceMaker voor het eerst inschakelt, kan het tot 24u duren voor de eerste ijsblokjes worden gemaakt. AanwijzinguDe eerste drie ladingen ijsblokjes niet ver- of gebruiken. Ditgeldt wanneer u het apparaat voor het eerst gebruikt, of wan-neer het langere tijd niet werd gebruikt. Zo is de waterleidinggegarandeerd goed gespoeld. 6Onderhoud6. 1 Ontdooien met NoFrostHet NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch. Koelgedeelte:Het dooiwater verdampt door de compressorwarmte. Water-druppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet op eenstoring. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen.

(zie hoofdstuk Reinigen)Vriesgedeelte:Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt geregelgd ontdooiden verdampt. uU hoeft het apparaat niet manueel te ontdooien. 6. 2 Apparaat reinigenVoor het reinigen:VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwondenveroorzaken. uGebruik geen stoomreinigers. Onderhoud10.

LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor, chemi-caliën of zuren bevatten. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant vanhet apparaat nooit. Dit is belangrijk voor de klantendienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of be-schadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoerluchtgoot, de ventila-tieroosters en elektrische delen terecht komen. uApparaat leeg maken. uTrek de stekker uit. – Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreinigermet een neutrale pH-waarde. – Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkellevensmiddelenvriendelijke reinigings- en onder-houdsproducten.

Buitenkant en binnenruimte:uRoosters voor luchtaan- en afvoer regelmatig reinigen. wEen stoflaag veroorzaakt een hoger energieverbruik. uBuiten- en binnenoppervlakken van kunststof met lauwwarmwater en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. Edelstalen oppervlakken reinigt u met een normale in de handelverkrijgbare reiniger voor edelstaal. Donkere plekken in het beginen een intensievere kleur van het edelstalen oppervlak zijn nor-maal. *uDoe de reinigingsmiddelen niet op glazen of kunststof opper-vlakken, zodat deze niet bekrast raken. *uEdelstalen oppervlakken reinigen: een onderhoudsproductvoor edelstaal gelijkmatig in de slijprichting aanbrengen. *uAfvoeropening reinigen: vuil verwij-dert u met een spits hulpmiddeltje,bijv. een wattenstaafje. Onderdelen:uOnderdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddelmet de hand reinigen.

(zie hoofdstuk SuperFrost)Wanneer de temperatuur voldoende koud is:ude levensmiddelen weer inleggen. 6. 3 De IceMaker reinigen*Fig. 12 De IceMaker moet ingeschakeld zijn. uTrek de schuiflade uit en haal het ijs eruit. uSchuiflade reinigen met warm water en mild afwasmiddel. uBij uitgetrokken schuiflade de toets On/Off ingedrukt houden(ca. 10 seconden). wNa ca. 1 sec. gaan de LEDs uit, de IceMaker is uitgeschakeld. wNa ca. 10 sec. knipperen de LEDs gedurende ca. 60 sec. uSchuif de lade in, terwijl de LEDs knipperen. wDe ijsblokjeshouder van de IceMaker draait in schuine stand. uNeem de schuiflade uit. uIjsblokjeshouder met warm water reinigen. Gebruik indien no-dig een mild afwasmiddel. Daarna uitspoelen. De IceMaker opnieuw aanzetten:udruk op de toets ON/OFF tot de LEDs branden, schuif dan deschuiflade weer in. wDe IceMaker begint met het maken van ijsblokjes.

Wanneer u afwasmiddel heeft gebruikt:ude eerste drie ladingen ijsblokjes weggooien om restjes af-wasmiddel te vermijden. 6. 4 Binnenverlichting met gloeilamp ver-vangenType gloeilampmax. 25 WFitting: E14Type stroom en spanning moeten overeenkomen met de in-formatie op het typeplaatjeuSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit of scha-kel de beveiliging uit. uNeem de afdekkingFig. 13 (1) bij de voorkantvast en haak achteraan los. uVervang de gloeilampFig. 13 (2). uAfdekking Fig. 13 (1) weeropzetten. Fig. 13 6. 5 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen, aan de handvan het overzicht in het hoofdstuk Storingen. Indien dit niet hetgeval is, wendt u dan tot de technische dienst. Adressen vindt uop de meegeleverde lijst van technische diensten. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie.

uModelnaam Fig. 14 (1),servicenummerFig. 14 (2) en serienum-mer Fig. 14 (3) staan ophet typeplaatje. Het ty-peplaatje kunt u vindenaan de linkerzijde bin-nenin het apparaat. Fig. 14 uInformeer de technische dienst en geef storing, modelnaamFig. 14 (1), servicenummer Fig. 14 (2) en serienummerFig. 14 (3) op. wZo kunnen wij u een snelle en efficiënte service bieden. uHet apparaat gesloten laten, totdat de technische dienst komt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoertrekken) of de draai de zekering uit. 7StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gefabriceerd, dat de veiligewerking en een lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht de-sondanks storing optreden, eerst controleren of de storing dooreen bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij deontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen.

Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat werkt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact. uStekker controleren. →De zekering in het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. Een borrelen en klateren→Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan de koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Dit geluid is kortstondig iets luider,wanneer het koelaggregaat (de motor) aanschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, vers geplaatste levensmidde-len of nadat de deur langere tijd heeft opengestaan, wordt hetkoelvermogen automatisch verhoogd. uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog.

Hierdoor begin-nen meubelen of voorwerpen die naast het apparaat staan tetrillen als het koelaggregaat draait. uApparaat een beetje verschuiven en met de stelvoetjes uitlij-nen. uFlessen en schalen uit elkaar plaatsen. De toets SuperFrost en de temperatuurdisplay knipperenbeiden. →Foutmelding. uNeem contact op met de technische dienst. Zie hoofdstukOnderhoud. U kunt de IceMaker niet aanzetten. *→Het apparaat en dus ook de IceMaker zijn niet aangesloten. uApparaat aansluiten. Zie ook hoofdstuk Aansluiten. De IceMaker maakt geen ijsblokjes. *→De IceMaker is niet ingeschakeld. uIceMaker inschakelen. →De schuiflade van de IceMaker is niet goed dicht. uSchuiflade correct inschuiven. →De watertank is niet goed ingeschoven. uWatertank inschuiven. →Er is niet genoeg water in de watertank. uWatertank vullen. LED van de IceMaker knippert. *→Er is niet genoeg water in de watertank.

uWatertank vullen. →Als de LED knippert en de watertank vol is, is er een storingopgetreden bij de IceMaker. uNeem contact op met de technische dienst. Zie hoofdstukOnderhoud. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting. uLuchtrooster schoonmaken. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uZie hoofdstuk Toepassingsbereik van het apparaat. →Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst. Zie hoofdstuk Onderhoud. →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uZie hoofdstuk SuperFrost. →Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron. uZie hoofdstuk Opstellen. De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen.

→Wanneer de binnenverlichting niet brandt, terwijl de tempe-ratuurdisplay wel verlicht is, is de gloeilamp stuk. uVervang de gloeilamp volgens het hoofdstuk Onderhoud. 8Afzetten8. 1 Apparaat uitschakelenAanwijzinguOm het apparaat volledig uit te schakelen, dient u alleen hetvriesgedeelte uit te schakelen. Hierbij wordt automatisch hetkoelgedeelte mee uitgeschakeld. 8. 1. 1 Vriesgedeelte uitschakelenuToets On/Off vriesgedeelte Fig. 3 (9) indrukken. wDe temperatuurdisplays zijn uit. Het hele apparaat is uitge-schakeld. 8. 1. 2 Koelgedeelte uitschakelenuToets On/Off koelgedeelte Fig. 3 (1) indrukken. wDe interieurverlichting is uit. wDe temperatuurdisplay voor het koelgedeelte is uit. Storingen12.

AanwijzinguAls u alleen het koelgedeelte wil uitschakelen, bijv. gedurendeeen vakantie, let er dan altijd op dat de temperatuurdisplayvan het vriesgedeelte brandt.8.2 Buiten werking stellenuApparaat leeg maken.uIceMaker in reinigingsstand zetten. (zie hoofdstuk IceMakerreinigen)*uApparaat uitschakelen (zie hoofdstuk Apparaat uitschakelen).uTrek de stekker uit.uApparaat reinigen (zie hoofdstuk Reinigen).uLaat de deur wat open staan zodat er geen onaangenamegeuren kunnen ontstaan.9Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmoet gescheiden van het ongesorteerde afval wor-den afgevoerd.

Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig deplaatselijk geldende voorschriften en wetten.Let erop dat het koelcircuit van het afgedankte apparaat tijdenshet transport niet wordt beschadigd, om te vermijden dat koel-middel (aangegeven op het typeplaatje) en olie lekken.uApparaat onbruikbaar maken.uTrek de stekker uit.uSnijd de aansluitkabel door.Apparaat afdanken13

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Liebherr CN 3913 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden