Liebherr CBN 3956 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Liebherr CBN 3956 (14 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 61 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Liebherr CBN 3956 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Liebherr |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | CBN 3956 |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Breedte: | 600 mm |
| Diepte: | 630 mm |
| Hoogte: | 201.1 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Geluidsniveau: | 42 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 341 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A+ |
| Brutocapaciteit vriezer: | 111 l |
| Nettocapaciteit vriezer: | 89 l |
| Vriescapaciteit: | 14 kg/24u |
| Ontdooifunctie: | Ja |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 248 l |
| Brutocapaciteit koelkast: | 274 l |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Vriezer positie: | Onder |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 30 uur |
| Aantal sterren: | 4* |
| Totale nettocapaciteit: | 337 l |
| Totale brutocapaciteit: | 385 l |
| Ingebouwde vriezer: | Ja |
| Vers zone compartiment: | Ja |
| Klimaatklasse: | SN-T |
Handleiding Liebherr CBN 3956 – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Het apparaat in vogelvlucht. 21. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht. 21. 2 Toepassingen van het apparaat. 21. 3 Conformiteit. 31. 4 Opstelafmetingen. 31. 5 Energie sparen. 32Algemene veiligheidsvoorschriften. 33Bedienings- en controle-elementen. 43. 1 Bedienings- en controlepaneel. 43. 2 Temperatuurdisplay. 44In gebruik nemen. 44. 1 Apparaat transporteren. 44. 2 Apparaat opstellen. 44. 3 Draairichting deur veranderen. 54. 4 Inbouw in het keukenblok. 74. 5 Afvalverwerking van de verpakking. 74. 6 Apparaat aansluiten. 74. 7 Apparaat inschakelen. 75Bediening. 75. 1 Temperatuuralarm. 75. 2 Koelgedeelte. 85. 3 BioFresh-gedeelte. 95. 4 Vriesgedeelte. 106 Onderhoud. 116. 1 handmatig ontdooien. 116. 2 Apparaat reinigen. 126. 3 Binnenverlichting met gloeilamp vervangen. 126. 4 Technische Dienst. 137 Storingen. 138 Afzetten. 148. 1 Apparaat uitschakelen. 148.
2 Buiten werking stellen. 149 Apparaat afdanken. 14De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkelingvan alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, deinstructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a. u. b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijnmogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten vantoepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een. 1 Het apparaat in vogelvlucht1. 1 Apparaten- en uitrustingsoverzichtAanwijzinguLevensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend.
1 (1) Bedienings- en contro-lepaneel(9) DrySafe(2) Binnenverlichting (10) HydroSafe(3) Ventilator (11) Typeplaatje(4) Glasplaat, verplaats-baar(12) Diepvrieslade(5) Conservenrekje,verplaatsbaar(14) Koudeaccu's(6) Gedeelde glasplaat,verplaatsbaar(15) VarioSpace(7) Flessenhouder (16) Info-systeem(8) Flessenrek, verplaats-baar(17) Stelpootjes, transport-grepen voor, transport-wieltjes achter1. 2 Toepassingen van het apparaatHet apparaat is alleen geschikt voor het koelen van levensmid-delen in huishoudelijke of soortgelijke omgeving. Hiertoebehoort bijvoorbeeld het gebruik-in personeelskeukens, bed and breakfasts,-door gasten in landhuizen, hotels, motels, en andere onder-komens,-voor catering en soortgelijke diensten in de groothandelGebruik het apparaat alleen voor huishoudelijke toepassingen. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan.
bloedplasma, laboratoriumpreparaten en dergelijke stoffen enproducten als genoemd in de richtlijn inzake medische hulp-middelen 2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kan leiden totschade aan bewaarde producten of tot bederf ervan. Daar-naast is het apparaat niet geschikt voor gebruik op plaatsenwaar ontploffingsgevaar kan heersen. Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voorgebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaat-klasse van uw apparaat vindt u op het typeplaatje. AanwijzinguRespecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zonietvermindert de koelprestatie. Klimaat-klassevoor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C tot 32 °CN 16 °C tot 32 °CST 16 °C tot 38 °CT 16 °C tot 43 °C1. 3 ConformiteitHet koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Hetapparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbe-palingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EEG en 2004/108/EEG. 1.
4 OpstelafmetingenFig. 2 Model H (mm)CBP(esf) 36. 181,7CBP(esf) 40. 201,11. 5 Energie sparen-Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila-tieopeningen resp. -roosters niet afdekken. -Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naasteen fornuis, verwarming of dergelijke. -Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig-heden b. v. de omgevingstemperatuur (zie 1. 2). -Open het apparaat zo kort mogelijk. -Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger ishet energieverbruik. -Zet de levensmiddelen soort bij soort. (zie Het apparaat invogelvlucht). -Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden. -Levensmiddelen slechts zolang als nodig buiten het appa-raat laten staat, zodat ze niet te warm worden. -Warme gerechten inleggen: eerst laten afkoelen tot kamer-temperatuur.
Stof doet het energieverbruik toenemen:-de koelmachine met warmtewisselaar -metalen rooster aan de achterkant vanhet apparaat - eens per jaar afstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoor-schriftenGevaren voor de gebruiker:-Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen)met fysieke, sensorische of mentale beperkingen ofpersonen, die niet over voldoende ervaring en kennisbeschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veilig-heid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaatworden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent. Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen. -In geval van storing stekker uit het stopcontact trekken(daarbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitscha-kelen. -Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en hetvervangen van het netsnoer alleen laten uitvoeren door deTechnische Dienst of ander daarvoor opgeleid vakperso-neel.
-Als u het stroomsnoer van het apparaat uittrekt, altijd bij destekker nemen. Niet aan het snoer trekken. -Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleidingmonteren en aansluiten. -Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hemeventueel aan de volgende eigenaar door. -De lampen voor speciale doeleinden (gloeilampen, led, TL-lampen) in het apparaat zijn bedoeld om de binnenruimte teverlichten en niet geschikt als kamerverlichting. Brandgevaar:-Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. •De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. •Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekings-bronnen gebruiken. •Binnenin het apparaat geen elektrische apparatengebruiken (b. v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur,ijsmachines enz. ).
-Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om teleunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging:-Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn:-Langdurig huidcontact met koude oppervlakken engekoelde of ingevroren levensmiddelen vermijden of veilig-heidsmaatregelen treffen, b. v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmid-dellijk en niet te koud consumeren. Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofd-stukken in acht:GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die dedood of ernstig lichamelijk letsel totgevolg kan hebben wanneer ditgevaar niet vermeden wordt. WAAR-SCHUWINGduidt een gevaarlijke situatie aan,die de dood of ernstig lichamelijkletsel tot gevolg kan hebbenwanneer dit gevaar niet vermedenwordt.
2 TemperatuurdisplayBij normale werking wordt aangegeven:-de ingestelde vriestemperatuur-de ingestelde koeltemperatuurDe temperatuurdisplay vriesgedeelte knippert:-de temperatuurinstelling wordt gewijzigd-na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoendekoud-de temperatuur is verschillende graden gestegen4 In gebruik nemen4. 1 Apparaat transporterenVOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-port. uHet apparaat verpakt transporteren. uHet apparaat overeind transporteren.
uHet apparaat niet alleen transporteren. 4. 2 Apparaat opstellenNeem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nogvoor het aansluiten - contact op met de leverancier. De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas envlak zijn. Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast eenfornuis, verwarming of dergelijke. Zet het apparaat met de achterkant altijd direct tegen de muur. Stel het apparaat niet op zonder hulp. De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de normEN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van 1 m3beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan in gevalvan een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddelvindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Het apparaat mag alleen in onbeladen toestand wordenverschoven.
WAARSCHUWINGBrandgevaar door vocht. Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluitingvochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. uHet apparaat is ontworpen voor gebruik in een geslotenruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgevingof binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWINGBrandgevaar door koelmiddel. Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maarbrandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. uDe buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-digen. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging. uPlaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,toaster enz. op het apparaat. WAARSCHUWINGGevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatie-openingen. uDe ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijdvoor een goede luchttoevoer en -afvoer. uHaal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat.
LET OPDe edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardigeoppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reini-gingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate deuroppervlakken mogen uitsluitend met eenzachte schone doek worden afgeveegd. uBreng alleen op de roestvrijstalen zijwanden een verzor-gingsmiddel gelijkmatig en in slijprichting aan. De reinigingop een later tijdstip wordt daardoor eenvoudiger. uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveegd. uTrek de beschermfolie van de sierlijsten en van de lade-fronten. *uVerwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. uDoe de verpakking weg (zie 4. 5). LET OPGevaar voor beschadiging door condenswater. uhet apparaat niet direct naast een ander koel-/vriesapparaatzetten.
uStel het apparaat met demeegeleverde steeksleutel enmet behulp van de stelpootjes(A) en een waterpas stevig envlak op. uVervolgens de deur onder-steunen: stelvoet bij lagerbus(B) uitdraaien tot deze op devloer komt, daarna 90° verderdraaien. AanwijzinguApparaat reinigen (zie 6. 2). Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan ercondens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. uZorg altijd goed voor een goede verluchting van de plaat-singsruimte. 4. 3 Draairichting deur veranderenIndien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:qTorx® 25qTorx® 15qschroevendraaierqeventueel accuschroevendraaierqeventueel een tweede persoon voor de montage4. 3. 1 Bovenste deur afnemenAanwijzinguVerwijder levensmiddelen uit de opbergvakken voordat dedeur wordt afgenomen, zodat er geen levenmiddelen uitvallen. Fig.
Steek de schroefgaten indiennodig voor of gebruik de accuschroevendraaier. uAfdekking Fig. 4 (1) en afdekking Fig. 4 (2) elk op de tegen-overliggende zijde van buiten aanbrengen en vastklikken. 4. 3. 8 Deuren uitlijnenuDe deuren eventueel via de beide langsgaten in de onderstelagerbus Fig. 6 (25) en middelste lagerbus Fig. 5 (13) tenopzichte van de kast uitlijnen. Daartoe middelste schroef inde onderste lagerbus Fig. 6 (25) uitdraaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door eruit vallende deur. Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan dedeur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goedkoelt. uDe lagerbussen met 4 Nm goed vastschroeven. uAlle schroeven controleren en evt. aandraaien. In gebruik nemen6.
4. 4 Inbouw in het keukenblokFig. 9 (1) Opbouwkast (3) Keukenkast(2) Apparaat (4) WandHet apparaat Fig. 9 (2) kan worden ingebouwd in de keuken. Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan tepassen, kunt u er een passende opbouwkast Fig. 9 (1) opplaatsen. Bij ombouw met keukenkasten (max. diepte 580 mm) kan hetapparaat direct naast de keukenkast Fig. 9 (3) worden opge-steld. De apparaatdeur springt opzij 34 mm en in het middenvan het apparaat 50 mm uit ten opzichte van het keukenkast-front. Hierdoor is de deur zonder problemen te openen ensluiten. Belangrijk voor de ventilatie:-Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast eenruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer. -De ventilatieruimte onder het plafond moet minstens300 cm2 bedragen. -Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger hetapparaat werkt.
Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muurFig. 9 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muurminstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitstekenvan de deurgreep bij een geopende deur. 4. 5 Afvalverwerking van de verpakkingWAARSCHUWINGGevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie. uKinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:-Golfkarton/karton-Onderdelen uit geschuimd polystyreen-Folies en zakken uit polyetheen-Spanbanden uit polypropeen-Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met poly-ethyleen*uBreng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-punt. 4. 6 Apparaat aansluitenLET OPGevaar voor beschadiging van de elektronische componenten. uGebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naarwisselstroom) of spaarstekker. WAARSCHUWINGBrand- en oververhittingsgevaar.
Het apparaat alleen aansluiten op een volgens devoorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcon-tact moet d. m. v. een zekering van 10 A of zwaarderbeveiligd zijn. Het moet eenvoudig toegankelijk zijn, zodat hetapparaat in urgentiegevallen snel van de stroom-voorziening gescheiden kan worden. uElektrische aansluiting controleren. uSteek de stekker in het stopcontact. 4. 7 Apparaat inschakelenAanwijzinguOm het hele apparaat in te schakelen, dient u alleen hetvriesgedeelte in te schakelen. Hierbij wordt automatisch hetkoelgedeelte mee ingeschakeld. Neem het apparaat ca. 2 uur voor het eerste vullen met diep-vriesproducten in gebruik. 4. 7. 1 Vriesgedeelte inschakelenuToets On/Off vriesgedeelte Fig. 3 (8) indrukken. wHet apparaat is ingeschakeld. De temperatuurdisplay duidtde ingestelde temperatuur aan.
De temperatuurdisplayvriesgedeelte en de toets alarm knippert tot de temperatuurvoldoende laag is. 4. 7. 2 Koelgedeelte inschakelenAanwijzinguWanneer u het koelgedeelte inschakelt, wordt automatischhet vriesgedeelte mee ingeschakeld. uToets On/Off koelgedeelte Fig. 3 (1) indrukken. wDe binnenverlichting brandt bij open deur. wDe temperatuurdisplay brandt. Koelgedeelte en vriesge-deelte zijn ingeschakeld. 5 Bediening5. 1 TemperatuuralarmWanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat hetakoestisch alarm af. Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay en de toetsalarm. De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:Bediening7.
-warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezergelegd-bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen isteveel warme lucht binnengekomen-de stroom is voor langere tijd uitgevallen-het apparaat is defectHet akoestisch alarm stopt automatisch, de toets alarmFig. 3 (7) gaat uit en de temperauurdisplay stopt met knip-peren, wanneer de temperatuur weer voldoende laag isWanneer het alarm niet uitgaat (zie Storingen). AanwijzingWanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levens-middelen bederven. uDe kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorvenlevensmiddelen niet meer nuttigen. 5. 1. 1 Temperatuuralarm deactiverenHet akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer detemperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weeractief. uToets Alarm Fig. 3 (7) indrukken. wHet akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5.
2 KoelgedeelteDoor de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte wordenverschillende temperatuurbereiken in gesteld. Direct boven deafscheiding tussen de BioFresh zone en de achterzijde is hethet koudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het hetwarmste. 5. 2. 1 Levensmiddelen koelenAanwijzingHet energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bijonvoldoende ventilatie. uVentilatieluchtspleten altijd vrijlaten. uIn het bovengedeelte en in de deur boter en conservenbewaren. (zie Het apparaat in vogelvlucht)uGebruik om te verpakken herbruikbare dozen van kunststof,metaal, aluminium, glas en vershoudfolie. uhet gedeelte vooraan op de bodem van het koelgedeeltealleen gebruiken om producten korte tijd neer te zetten, bijv. bij het opruimen of sorteren. Levensmiddelen daar niet latenliggen, ze kunnen bij het sluiten van de deur naar achterworden geschoven of omvallen.
Op de bodem van het koelgedeelte kan naar keuze het geïnte-greerde flessenrek of de glasplaat worden gebruikt:uFlessenrek gebruiken:de glasplaat ruimtebe-sparend onder het fles-senrek plaatsen. uFlessen met de onder-kant naar achter tegende achterwand leggen. Indien de flessen uit hetflessenrek steken:uDe onderste opberg-vakken in de deur eenpositie hoger zetten. 5. 2. 2 Temperatuur instellenDe temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:-hoe vaak de deur wordt geopend-de temperatuur van de ruimte waar het apparaat staat-soort, temperatuur en hoeveelheid ingevroren levensmid-delenAanbevolen temperatuurinstelling: 5 °CU kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Is de instelling3 °C bereikt dan wordt opnieuw bij 9 °C begonnen. uTemperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op deinsteltoets koelgedeelte Fig. 3 (2).
wIn het temperatuurdisplay knippert de LED van de huidigetemperatuur. uDruk net zo vaak op de insteltoets koelgedeelte Fig. 3 (2) totde LED's de gewenste temperatuur aangeven. AanwijzinguDoor de insteltoets lang in te drukken wordt binnen eenkleine temperatuurzone (b. v. : tussen 5 °C en 6 °C) een ietskoudere waarde ingesteld. In het temperatuurdisplay is dande LED van de eerstvolgende lagere temperatuurzoneverlicht. 5. 2. 3 Draagplateaus verplaatsenDe plateaus zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewilduittrekken. uTil het draagplateau op en trek hetnaar voren uit. uDraagplateau met de aanslagrand achter naar bovenwijzend inschuiven. wDe levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast. 5. 2. 4 Deelbare draagplateaus gebruikenFig. 10 uDe glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. 5. 2. 5 Opbergvakken in de deur verplaatsenuVakken uitnemen volgens de afbeel-ding. 5. 2.
5. 3 BioFresh-gedeelteIn het BioFresh-gedeelte unnen sommige levensmiddelen totdrie maal langer worden bewaard dan bij traditioneel koelen enblijft de kwaliteit behouden. Voor levensmiddelen met een vervaldatum geldt altijd dedatum vermeld op de verpakking. 5. 3. 1 HydroSafeDe HydroSafe is bij een instelling op hoge luchtvochtigheidgeschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groenten enfruit die zelf veel vocht bevatten. Bij een goed gevulde schuif-lade ontstaat een dauwfris klimaat met een luchtvochtigheid totmaximaal 90 %. De luchtvochtigheid in het vak hangt af van hetvochtgehalte van de ingelegde producten en van hoe vaak hetvak wordt geopend. U kunt de vochtigheid zelf instellen. 5. 3. 2 DrySafeDe DrySafe is geschikt voor het bewaren van droge of verpaktelevensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, vleeswaren). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat. 5. 3.
3 Levensmiddelen bewarenAanwijzinguNiet in het BioFresh-gedeelte horen kougevoelige groentenals komkommers, aubergines, halfrijpe tomaten, courgettesen alle kougevoelige zuidvruchten. uZorg ervoor dat levensmiddelen niet bederven door overge-dragen bacteriën: bewaar onverpakte dierlijke en plantaar-dige levensmiddelen gescheiden van elkaar in de laden. Datgeldt ook voor verschillende soorten vlees. Als u levensmiddelen omwille van plaatsgebrek samen moetbewaren:ude levensmiddelen verpakken. 5. 3. 4 BewaartijdenRichtwaarden voor de bewaartijd bij lage luchtvochtig-heidBoter tot 90 dagenHarde kazen tot 110 dagenMelk tot 12 dagenVleeswaren, beleg tot 9 dagenGevogelte tot 6 dagenVarkensvlees tot 7 dagenRundsvlees tot 7 dagenWild tot 7 dagenAanwijzinguDenk erom dat eitwitrijke levensmiddelen sneller bederven. D. w. z. schaal- en schelpdieren bederven sneller dan vis, vissneller dan vlees.
3. 5 Temperatuur in het BioFresh-gedeelteinstellenDe temperatuur wordt automatisch geregeld. Bij een tempera-tuur in het koelgedeelte van 5 °C ligt de temperatuur in hetBioFresh-gedeelte tussen 0 °C en 3 °C. U kunt de temperatuur iets lager of hoger instellen. De tempe-ratuur is instelbaar van 1 (laagste temperatuur) tot 9 (hoogstetemperatuur). Vooringesteld is de waarde 5. Bij de waardes 1tot 4 kan de temperatuur onder 0 °C dalen, zodat de levens-middelen makkelijker kunnen invriezen. Bediening9.
U kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Zodra dewaarde 9 bereikt wordt, wordt weer vooraan begonnen. Naar-gelang de waarde is in het temperatuurdisplay een bepaaldecombinatie van LED's verlicht. Fig. 11 uInstelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (6) min. 5 sindrukken. wDe toets SuperFrost Fig. 3 (6) knippert. In het temperatuur-display is het LED-symbool van de ingestelde waardeverlicht. uInsteltoets vriesgedeelte Fig. 3 (5) zo vaak indrukken tot hetLED-symbool van de gewenste waarde verlicht is. uBevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (6) indrukken. wOp het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuuraangegeven. uInstelmodus deactiveren: toets On/Off vriesgedeelteFig. 3 (8) indrukken. -of-uWacht 5 minuten. 5. 3. 6 De vochtigheid instellen in de HydroSafeuuhoge luchtvochtigheid: schuifre-gelaar naar rechts schuiven. 5. 3. 7 SchuifladenFig.
12 uSchuiflade uittrekken, achterkant optillen en naar voren eruitlichten. uRails weer inschuiven. Fig. 13 uRails uitschuiven. uSchuiflade op de rails plaatsen en inschuiven tot deze aande achterkant hoorbaar vastklikt. 5. 3. 8 VochtreguleringsplaatFig. 14 uVochtreguleringsplaat verwijderen: plaat bij verwijderdeschuifladen voorzichtig naar voren trekken en naar benedeneruit lichten. uVochtreguleringsplaat terugplaatsen: dekselranden van deplaat van onder in de achterste houder Fig. 14 (1) plaatsenen aan de voorkant in de houder Fig. 14 (2) vastklikken. 5. 4 VriesgedeelteIn het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevrorenlevensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levens-middelen invriezen. 5. 4.
1 Levensmiddelen invriezenU kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat invogelvlucht) onder "Invriescapaciteit. kg/24h" is aangegeven. De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max. 35 kg worden belast. VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door glasscherven. Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen.
Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken. uFlessen en blikjes met drinken niet invriezen. Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-schrijden:- fruit, groente max. 1 kg- vlees max. 2,5 kguVerdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal ofaluminium. 5. 4. 2 Levensmiddelen ontdooien- in het koelgedeelte- bij kamertemperatuur- in een magnetron- in een oven/heteluchtovenuOntdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 5. 4. 3 Temperatuur instellenAanbevolen temperatuurinstelling: -18 °CU kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Bij de instelling-32 °C wordt opnieuw begonnen met -15 °C. uTemperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op deinsteltoets vriesgedeelte Fig. 3 (5).
wIn het temperatuurdisplay van het vriesgedeelte knippert deLED van de huidige temperatuur. uDruk net zo vaak op de insteltoets vriesgedeelte Fig. 3 (5)tot de LEDs de gewenste temperatuur aangeven. AanwijzinguDoor de insteltoets lang in te drukken wordt binnen eenkleine temperatuurzone (b. v. : tussen -15 °C en -18 °C) eeniets koudere waarde ingesteld. In het temperatuurdisplay isdan de LED van de eerstvolgende lagere temperatuurzoneverlicht. 5. 4. 4 SuperFrostMet deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op dekern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelver-mogen, daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat tijde-lijk luider zijn. Bediening10.
Bovendien bouwen reeds ingevroren levensmiddelen zo een"koudereserve op". Daardoor blijven de levensmiddelen langerbevroren, wanneer u het apparaat ontdooit. U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 hinvriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit. kg/24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van hetmodel en de klimaatklasse van het apparaat. SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te scha-kelen:-wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt-bij het invriezen van tot ca. 2 kg verse levensmiddelen perdagMet SuperFrost invriezenuToets SuperFrost Fig. 3 (6) kort indrukken. wDe toets SuperFrost is verlicht. wDe temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximalekoeling. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:uca. 6 u wachten. uDe nieuwe levensmiddelen in de onderste vakken leggen.
Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen(zie typeplaatje):uca. 24 u wachten. uverpakte levenmiddelen direct op de draagplateaus leggenen eerst na het invriezen in de schuifladen leggen. wSuperFrost schakelt na ca. 65 u automatisch uit. wDe toets SuperFrost is donker. wHet apparaat werkt in de energiebesparende normalemodus verder. 5. 4. 5 LadenuOm diepvriesgoed direct op de draagplateaus te bewaren:trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit. 5. 4. 6 PlateausuPlateau uitnemen: vooraan optillen enuittrekken. uPlateau terugplaatsen: tot aanslaginschuiven. 5. 4. 7 VarioSpaceNaast de schuifladen kunt u tevensde plateaus verwijderen. Zo creëertu plaats voor levensmiddelen vangroot formaat. Gevogelte, vlees,groot wild en hoog gebak kunnengeheel en al worden ingevroren enlater verder verwerkt. uDe laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, deplateaus elk met max.
Het dooiwaterverdampt door de vrijkomende warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen nietop een storing. uAfvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater wegkan lopen (zie 6. 2). In het vriesgedeelte vormt zich na langere gebruiksduur eenrijp- resp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerktdoor vaak de deur te openen of door warme levensmiddelen inte leggen. Een dikkere ijslaag verhoogt echter het energiever-bruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien. Onderhoud11.
VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. uVoor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. uGebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen. uSchakel één dag voor het ontdooien de SuperFrost-functiein. wDe diepvriesproducten krijgen een "koudereserve". uSchakel het apparaat uit. wDe temperatuurdisplay gaat uit. uTrek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. uKoudeaccu´s boven op de ingevroren levensmiddelenplaatsen. uBewaar de ingevroren levensmiddelen evt. in een diepvries-lade, en in kranten of dekens gewikkeld, op een koeleplaats. uPlaats een pan met heet, niet kokendwater op een plateau in het midden. wHet ontdooien wordt versneld. uLaat tijdens het ontdooien de deur van het apparaat openstaan. uLosgeraakte ijsstukken uitnemen. uDooiwater evt. meerdere keren met een spons of doekopnemen.
uHet apparaat reinigen (zie 6. 2) en afdrogen. 6. 2 Apparaat reinigenVoor het reinigen:VOORZICHTIGGevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom. Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brand-wonden veroorzaken. uGebruik geen stoomreinigers. LET OPVerkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen. uGebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. uGebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. uGebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor,chemicaliën of zuren bevatten. uGebruik geen chemische oplosmiddelen. uBeschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. uKabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen. uLaat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatier-oosters en elektrische delen terecht komen. uApparaat leegmaken. uTrek de stekker uit.
- Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreinigermet een neutrale pH-waarde. - Gebruik in de binnenruimte van het apparaatenkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- enonderhoudsproducten.
uRoosters voor luchtaan- en afvoer regelmatig reinigen. wStof verhoogt het energieverbruik. Buitenwanden en binnenruimte:uBuiten- en binnenwanden van kunststof met lauwwarmwater en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. LET OPDe edelstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardigeoppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reini-gingsmiddel worden behandeld. Dit zou het oppervlak kunnen aantasten. uDe gecoate deuroppervlakken mogen uitsluitend met eenzachte schone doek worden afgeveegd. Bij sterke vervuilingkunt u wat water of een neutraal schoonmaakmiddelgebruiken. Naar wens kan ook een microvezeldoek wordengebruikt. uRoestvrijstalen zijwanden bij vervuiling met een gebruike-lijke roestvrijstaalreiniger reinigen. Vervolgens het meegele-verde rvs onderhoudsmiddel gelijkmatig in slijprichtingaanbrengen.
uGelakte zijwanden mogen uitsluitend met een zachteschone doek worden afgeveergd. Bij sterke vervuiling kunt uwat water of een neutraal schoonmaakmiddel gebruiken. Naar wens kan ook een microvezeldoek worden gebruikt. RVS onderhoudsmiddel niet op glazen of kunststof opper-vlakken aanbrengen om krassen te vermijden. Donkereplekken in het begin en een intensievere kleur van het edel-stalen oppervlak zijn normaal. *uAfvoeropening reinigen: vuil met eendun hulpmiddeltje, bijv. een watten-staafje, verwijderen. Onderdelen:uOnderdelen met lauwwarm water en een beetje afwas-middel met de hand reinigen. uOm schoon te maken de geleiders voor de halve glasplatenafnemen. uPlateaus uit elkaar nemen: lijsten enzijkanten afhalen. uDeurvakken volgens de afbeeldinguit elkaar nemen. Na het reinigen:uApparaat en onderdelen droogwrijven. uApparaat weer aansluiten en inschakelen.
uSchakel het apparaat uit. uTrek de stekker uit ofschakel de beveiliginguit. uNeem de afdekkingFig. 16 (1) bij de voor-kant vast en haakachteraan los. uVervang de gloeilampFig. 16 (2). uAfdekking Fig. 16 (1)weer opzetten. Fig. 16 6. 4 Technische DienstProbeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zieStoringen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact opmet de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegdoverzicht. WAARSCHUWINGGevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie. uReparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-houd), uitsluitend door de Technische Dienst latenuitvoeren. uApparaataanduidingFig. 17 (1), service-nr. Fig. 17 (2) enserie-nr. Fig. 17 (3)van het typeplaatjeaflezen. Het type-plaatje bevindt zichaan de linkerkantbinnen in het appa-raat. Fig.
17 uContact opnemen met de Technische Dienst en hetprobleem, apparaataanduiding Fig. 17 (1), service-nr. Fig. 17 (2) en serie-nr. Fig. 17 (3) mededelen. wDit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. uHet apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienstkomt. wDe levensmiddelen blijven langer koel. uTrek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 StoringenUw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veiligewerking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht deson-danks storing optreden, eerst controleren of de storing dooreen bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wijde ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekeningbrengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De stekker zit niet goed in het stopcontact.
uStekker controleren. →De zekering in het stopcontact is niet in orde. uZekering controleren. De compressor blijft lopen. →De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental.
Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. uDat is bij energiebesparende modellen normaal. →SuperFrost is ingeschakeld. uOm de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal. Geluiden zijn te luid. →Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanlei-ding van de verschillende draaisnelheden verschillendegeluiden veroorzaken. uHet geluid is normaal. Een borrelen en klateren→Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. uHet geluid is normaal. Een zacht klikken→Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan de koelaggregaat (de motor). uHet geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt. →Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens-middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-mogen automatisch verhoogd.
uHet geluid is normaal. →De omgevingstemperatuur is te hoog. uOplossing: (zie 1. 2)Een lage bromtoon. →Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van deventilator. uHet geluid is normaal. Vibratiegeluiden. →Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoorworden aangrenzende meubels of voorwerpen door delopende koelaggregaat in vibratie gezet. uApparaat iets verschuiven en met de stelpoten uitlijnen. uFlessen en containers uit elkaar zetten. De toets SuperFrost en de temperatuurdisplay knipperenbeiden. →Het betreft een storing. uContact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onder-houd). De buitenkant van het apparaat voelt warm aan. →De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. uDit is normaal. Temperatuur is niet laag genoeg. →De deur is niet goed gesloten. uDeur van het apparaat sluiten. →Niet voldoende be- en ontluchting.
uAfwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelfwordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst. (zie Onderhoud). →U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrostopgeslagen. uOplossing: (zie 5. 4. 4)→Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron. uOplossing: (zie In gebruik nemen). De binnenverlichting brandt niet. →Het apparaat is niet ingeschakeld. uApparaat inschakelen. →De deur was langer dan 15 min. open. uDe binnenverlichting schakelt bij geopende deur naca. 15 min. automatisch uit. Storingen13.
→Wanneer de binnenverlichting niet brandt terwijl de tempe-ratuurdisplay wel verlicht is, is de gloeilamp stuk.uVervang de gloeilamp. (zie Onderhoud).8 Afzetten8.1 Apparaat uitschakelenAanwijzinguOm het apparaat volledig uit te schakelen, dient u alleen hetvriesgedeelte uit te schakelen. Hierbij wordt automatisch hetkoelgedeelte mee uitgeschakeld.8.1.1 Vriesgedeelte uitschakelenuToets On/Off vriesgedeelte Fig. 3 (8) gedurende ten minste3s indrukken.wDe temperatuurdisplays zijn uit. Het hele apparaat is uitge-schakeld.8.1.2 Koelgedeelte uitschakelenuToets On/Off koelgedeelte Fig. 3 (1) gedurende ten minste3s indrukken.wDe interieurverlichting is uit.wDe temperatuurdisplay voor het koelgedeelte is uit.AanwijzinguAls u alleen het koelgedeelte wil uitschakelen, bijv.
gedu-rende een vakantie, let er dan altijd op dat de temperatuur-display van het vriesgedeelte brandt.8.2 Buiten werking stellenuApparaat leegmaken.uStekker uittrekken.uApparaat reinigen (zie 6.2) .uLaat de deur wat open staan zodat er geen onaangenamegeuren kunnen ontstaan.9 Apparaat afdankenHet apparaat bevat nog waardevolle materialen enmag niet met het gewoon huis- of grofvuil wordenmeegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstigde plaatselijk geldende voorschriften en wetten.Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat hetkoelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-komen.uApparaat onbruikbaar maken.uTrek de stekker uit.uSnijd het aansluitsnoer door.Afzetten14
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Liebherr CBN 3956 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Liebherr
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast