Laserliner MultiWet-Master Compact Plus Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Laserliner MultiWet-Master Compact Plus (46 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Laserliner MultiWet-Master Compact Plus of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Laserliner |
| Categorie: | Meetapparatuur |
| Model: | MultiWet-Master Compact Plus |
Handleiding Laserliner MultiWet-Master Compact Plus – volledige tekst
34NLLees de handleiding, de bijgevoegde brochure ‚Garantie- en aanvullende aanwijzingen‘ evenals de actuele informatie en aanwijzingen in de internet-link aan het einde van deze handleiding volledig door. Volg de daarin beschreven aanwijzingen op. Bewaar deze documentatie en geef ze door als u het apparaat doorgeeft. Functie / toepassingHet onderhavige universele materiaalvocht-meettoestel werkt volgens het principe van de weerstand en capacitief meetprincipe. Door twee geleidende sensorpads aan de onderzijde van het apparaat resp. de geïntegreerde meet-punten wordt het materiaalvocht in % berekend aan de hand van interne, materiaalafhankelijke karakteristieken. De weergegeven waarde in % heeft betrekking op de droge massa. Voorbeeld: 1kg materiaal bevat 500g water = 100% relatief materiaalvocht.
Met het desbetreffende meetproces wordt het materiaalvochtgehalte in hout en beton bepaald. Een extra, opzij aange-brachte sensor bepaalt de omgevingstemperatuur en de relatieve luchtvoch-tigheid en berekent aan de hand daarvan de dauwpunttemperatuur. De geïntegreerde materiaalkarakteristieken komen overeen met de ver-melde bouwmaterialen en de betreffende benamingen. Bouwmaterialen van hetzelfde type, maar met een andere benaming / samenstelling / vastheid / dichtheid kunnen het meetresultaat beïnvloeden. Bovendien kunnen bouwmaterialen op grond van de productie van fabrikant tot fabrikant variëren. Daarom dienen eenmalig en bij verschillende productsamenstellingen of onbekende bouwmaterialen vergelijkende vochtmetingen te worden uitgevoerd met ijkbare methoden (bijv. Darr-methode).
Bij verschillen in de meetwaarden dienen de meetwaarden relatief te worden gezien of de indexmodus voor het vocht- resp. drogingsgedrag te worden gebruikt. Algemene veiligheidsaanwijzingen– Gebruik het apparaat uitsluitend doelmatig binnen de aangegeven specicaties. – De meetapparaten en het toebehoren zijn geen kinderspeelgoed. Buiten het bereik van kinderen bewaren.
– Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan, hierdoor komen de goedkeuring en de veiligheidsspecicatie te vervallen. – Stel het apparaat niet bloot aan mechanische belasting, extreme temperaturen, vocht of sterke trillingen. – De meetpunt mag niet met externe spanning worden gebruikt. – Het apparaat mag niet meer worden gebruikt als een of meerdere functies uitvallen of de batterijlading zwak is. VeiligheidsinstructiesOmgang met elektromagnetische straling– Het meettoestel voldoet aan de voorschriften en grenswaarden voor de.
MultiWet-Master Compact Plus375NLKeuze meetmodus Keuze meetmodusHoutgroep: ABouwmaterialen: 01 … 08IndexmodusHoutgroep: B Houtgroep: Chard wood (H)soft wood (S)Indexmodus Index zoom-modusMateriaalvochtmeting – Meetproces selecterenHet meettoestel beschikt over twee verschillende meetprocessen. De meting door middel van de weerstand meetprincipe geschiedt via de testpunten, het capacitieve meetprincipe maakt gebruik van de sensorpads aan de onderzijde van het apparaat.Capacitief meetprincipe Weerstand meetprincipeCapacitief meetprincipeMateriaaltabel6S (soft wood) houtsoorten met geringe dichtheid: bijv. spar, den, linde, populier, ceder, mahonieH (hard wood) houtsoorten met hogere dichtheid: bijv. beuk, eik, es, berk66.1
422 sec69Instelling van de nat-/droog-drempelwaarde in de indexmodus en index zoom-modusDoor de denitie van de eindwaarden voor ‘droog’ en ‘nat’ kan de ledindicator speciaal voor de indexmodus en index zoom-modus worden geprogrammeerd. Het waardeverschil tussen de ingestelde waarde voor ‘droog’ en ‘nat’ wordt omgerekend op de 12 leds.Naast de numerieke weergave van de meetwaarde in % relatieve materiaal-vochtigheid, biedt de ledweergave een aanvullende, materiaalafhankelijke evaluatie van de vochtigheid. Met toenemend vochtgehalte verandert de ledweergave van links naar rechts. De weergave met 12 leds is onderverdeeld in 4 groene (droog), 3 gele (vochtig) en 5 rode (nat) segmenten.
Bij nat materiaal klinkt bovendien een signaal.groen = droog geel = vochtig rood = natDe classificatie ‚droog‘ betekent dat de materialen in een verwarmde ruimte het evenwichtsvochtgehalte hebben bereikt en in de regel geschikt zijn voor de verdere verwerking.!Nat/droog ledweergave8WET limitDRY limitDe nat-/droog-ledindicator is op de dienovereenkomstige materiaalkarakteristieken geprogrammeerd, zodat de leds bovendien aangeven of het materiaal als droog, vochtig of nat kan worden geclassiceerd. De waarden in de materiaalonafhanke- lke indexmodus en index zoom-modus worden daarentegen op een neutrale schaal uitgegeven waarvan de waarde met toenemende vochtigheid stgt. NL
MultiWet-Master Compact Plus43106x2 sec8x2 sec117x2 secInstellen van de temperatuureenheidDe eenheid voor de omgevingstemperatuur en de materiaalcompensatie kan telkens worden ingesteld op °C of °F. Deze instelling wordt duurzaam opgeslagen.De AutoHold-functie is standaard geactiveerd en kan via het menu worden gedeactiveerd. Bij ingeschakelde AutoHold-functie wordt de meetwaarde auto-matisch op het display vastgehouden, zodra deze stabiel is. Dit wordt akoestisch gesignaleerd. Bij uitgeschakelde AutoHold-functie wordt de meetwaarde voortdurend op het display geactualiseerd.Gebruikstip: de AutoHold-functie is geschikt voor metingen zonder beweging. Schakel de AutoHold-functie uit bij het scannen van muren. !Compensatie houtvochtigheid/temperatuurDe relatieve materiaalvochtigheid van hout is afhankelijk van de temperatuur.
Het apparaat compenseert automatisch verschillende houttemperaturen door de omgevingstemperatuur te meten en voor de interne berekening te gebruiken. Het meettoestel biedt echter ook de mogelijkheid om de temperatuur hand-matig in te stellen, om de meetnauwkeurigheid te verbeteren. Deze waarde wordt niet opgeslagen en moet iedere keer opnieuw worden ingesteld wanneer het apparaat wordt ingeschakeld.AutoHold12NL
44139x2 sec10x2 sec14Voor de LCD-verlichting kunt u kiezen uit 3 verschillende instellingen:AUTO: de displayverlichting schakelt in geval van inactiviteit uit resp. automatisch weer in bij meetprocessen.ON: de displayverlichting blijft permanent ingeschakeld.OFF: de displayverlichting blijft permanent uitgeschakeld.Deze instelling wordt duurzaam opgeslagen.LCD-verlichtingAUTO-OFF-functieVoor de AUTO-OFF-functie kunnen 3 verschillende instellingen worden uitgevoerd: ON: het apparaat schakelt na 3 minuten automatisch uitOFF: het apparaat schakelt niet automatisch uitAUTO: het apparaat schakelt niet automatisch uit, bij handmatige uitschakeling wordt deze functie weer op ‚ON‘ gezet en het apparaat schakelt na het volgende inschakelen weer automatisch uit na aoop van 3 minuten.NL
MultiWet-Master Compact Plus45INDEX 399 ... 409INDEX 910 ... 920INDEX 399 ... 409INDEX 910 ... 920151.1.2.2.+16.111x2 secZelftestfunctieGebruiksinstructies weerstand meetprincipe 16Materiaalvocht metenWaarborg dat zich op de te meten plek geen verzorgingsleidingen (elektrische leidingen, waterleidingen…) bevinden of een metalen ondergrond voorhanden is. Steek de meetelektroden zo ver mogelijk in het te meten product, echter nooit met geweld. Hierdoor zou het toestel kunnen worden beschadigd. Verwijder het meettoestel altijd door links-rechts-bewegingen. Voer vergelijkbare metingen op verschillende plaatsen uit Gevaar voor om meetfouten te minimaliseren.letsel door de spitse meetelektroden. Monteer altijd de beschermkap wanneer u het toestel transporteert of niet gebruikt.NL
4616.216.3De te meten plek dient onbehandeld en vrij van knoesten, verontreinigingen of hars te zijn. Er dient géén meting aan de kopse zijden te worden uitgevoerd omdat het hout hier bijzonder snel droogt, hetgeen zou leiden tot vervalste meetresultaten. Voer meerdere vergelijkende metingen uit. Wacht totdat het %-symbool stopt met knipperen en constant brandt. Pas dan zijn de meetwaarden stabiel.Let op dat de meetresultaten kunnen worden vervalst bij wanden (oppervlakken) met verschillende materialen of verschillen in de materiaalsamenstelling. Voer meerdere vergelijkende metingen uit. Wacht totdat het %-symbool stopt met knipperen en constant brandt. Pas dan zijn de meet-waarden stabiel.HoutMinerale bouwmaterialenPlaats de sensorpads volledig op het te meten voorwerp en druk het apparaat met een kracht van ca. 2,5 kg op het meetoppervlak.
TIP: test de aanpersdruk met een weegschaalHoud het meetapparaat altijd op dezelfde wijze vast en druk het aan (zie afbeelding)Gebruiksinstructies capacitief meetprincipe17NL
MultiWet-Master Compact Plus47– Het is belangrijk dat de sensorpads zonder luchtinsluitingen goed contact maken met het materiaal. – Door de aanpersdruk worden oneffenheden van het oppervlak evenals kleine stofdeeltjes gecompenseerd. – Oppervlak van het meetproduct dient vrij van stof en vuil te zijn– Voer steeds punctuele metingen uit met een aanpersdruk van 2,5 kg. – Beweeg het apparaat bij snelle controles met een lichte druk over het oppervlak. (Pas op voor spijkers en andere spitse voorwerpen. Gevaar voor persoonlijk letsel en beschadiging van de sensorpads. ) Bij de hoogste uitslag nog een keer meten met een aanpersdruk van 2,5 kg. – Minimale afstand van 5 cm tot metalen voorwerpen aanhouden– Metalen buizen, elektrische leidingen en wapeningsstaal kunnen meetresultaten vervalsen– Voer op meerdere punten metingen uit.
altijdOp grond van de werkwijze van het apparaat kan de vocht-meting in % en de berekening van het vochtgehalte via de led-indicator alleen worden bepaald als het materiaal overeenstemt met de beschreven, interne materiaalkarakteristieken. Hout: De meetdiepte bij hout bedraagt max. 30 mm, maar varieert door de verschillende dichtheden van de houtsoorten. Bij metingen aan dunne houten platen dienen deze naar mogelijkheid gestapeld te worden omdat anders een te kleine waarde wordt weergegeven. Bij metingen aan vast geïnstalleerde resp. ingebouwde houtsoorten zijn montagebonden en door chemische behandeling (bijv. met verf) verschillende materialen bij de meting betrokken. De meetwaarden kunnen daarom slechts als relatieve waarden beschouwd. De hoogste nauwkeurigheid wordt bereikt bij 6 - 30% houtvocht.
Bij zeer droog hout ( < 6%) kan een onregelmatige vochtverdeling worden vastgesteld, bij zeer nat hout (> 30%) begint een overstroming van de houtvezels.
Richtwaarden voor het gebruik van hout in % relatieve materiaalvochtigheid: – toepassing buitenshuis: 12% … 19%– toepassing in niet verwarmde ruimten: 12% … 16%– in verwarmde ruimten (12°C. 21°C): 9% … 13%– in verwarmde ruimten (> 21°C): 6% … 10% Algemene gebruiksinstructies18Dit vochtmeettoestel is een gevoelig meettoestel. Het is daarom mogelijk dat geringe afwijkingen in de meetresultaten optreden, zodra het apparaat met de hand aangeraakt wordt of wanneer geen contact met het meettoestel bestaat. Als basis voor de kalibratie van het meettoestel ligt echter het contact met de hand ten grondslag, daarom adviseren wij, het toestel tijdens de meting vast te houden. NL.
batterij)258 gTechnische wijzigingen voorbehouden. 09.17EU-bepalingen en afvoerHet apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde normen voor het vrije goederenverkeer binnen de EU.Dit product is een elektrisch apparaat en moet volgens de Europese richtlijn voor oude elektrische en elektronische apparatuur gescheiden verzameld en afgevoerd worden.Verdere veiligheids- en aanvullende instructies onder: http://laserliner.com/info?an=muwemacoplNL
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Laserliner MultiWet-Master Compact Plus stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Meetapparatuur Laserliner
Handleiding Meetapparatuur
Nieuwste handleidingen voor Meetapparatuur