Lancia Delta (2009) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Lancia Delta (2009) (42 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 61 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Lancia Delta (2009) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Lancia |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Delta (2009) |
Handleiding Lancia Delta (2009) – volledige tekst
De auto is uitgerust met een elektronisch geregelde auto-matische versnellingsbak met 6 snelheden, waarbij auto-matisch wordt geschakeld op basis van de moment-gebruiksparameters van de auto (snelheid en positie vanhet gaspedaal).Er bestaat hoe dan ook de mogelijkheid handmatig teschakelen met de versnellingspook in de positie sequen-tieel schakelen.WAARSCHUWING Voor het juiste gebruik van de versnellingsbak is het noodzakelijk dat de volgende beschrijving geheel wordt gelezen zodat u vanaf het be-gin op de hoogte bent van de juiste manier van bedienen.SELECTORHENDEL fig. 2P= ParkerenR = AchteruitrijdenN = Vrijstand–= Sequentieel terugschakelenD= Drive, automatische versnellingen vooruit–= Sequentieel opschakelenfig. 2L0E0261m4GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAK
1GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAK 5DISPLAYOp het display kan worden weergegeven:❍als automatisch wordt geschakeld, de ingeschakeldeversnelling (P, R, N, D) fig. 3;❍als sequentieel wordt geschakeld, het handmatig in-schakelen van de hogere of lagere versnelling met hetgetal fig. 4.Naargelang de uitvoering worden bij het rijden met deautomatische piloot de letters W (Winter) of S (Sport)weergegeven fig. 5, als die standen worden ingesteld metde toets SPORT/WINTER op het versnellingspaneel fig. 6.fig. 3L0E0262mfig. 5L0E0264mfig. 4L0E0263m
6GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAKfig. 6L0E0265mfig. 7L0E0266mSTANDEN VAN DE HENDEL fig. 7Parkeren (P)In de stand P zijn de aangedreven wielen mechanisch ge-blokkeerd. Schakel deze stand alleen in als de auto stil-staat en de handrem eventueel is aangetrokken.Om van P naar een andere stand van de hen-del te gaan, met de sleutel in het contactslot,trapt u het rempedaal in en drukt u op deknop van de versnellingspook A-fig. 6.Schakel de achteruit alleen in bij stilstaandeauto, stationair draaiende motor en geheellosgelaten gaspedaal.Achteruit (R)Met de hendel op R, wordt de achteruit ingeschakeld.Als de hendel in de stand R staat, kan de motor niet wor-den gestart.
1GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAK 7De overgang van N naar D is vrij, terwijl voorde overgang van N naar R of naar P de knopvan de versnellingspook A-fig. 6 moet wordeningedrukt.De hendel mag uitsluitend van P naar D, vanN naar D en van R naar D worden verplaatstbij een stilstaande auto en stationair toeren-tal.Drive (automatische versnelling vooruit - D)De hendel op D schakelt de automatische versnelling voor-uit in van de auto. Met de automatische versnelling D kuntu de verschillende rijstijlen gebruiken (NORMAAL, SPORTof WINTER) volgens uw behoeften tijdens het rijden (raad-pleeg de paragraaf “Rijfuncties” van dit hoofdstuk).De overgang van R naar N of D is vrij, ter-wijl voor de overgang van R naar P de knopvan de versnellingspook A-fig.
6 moet wor-den ingedrukt.Om de hendel vanuit N te verplaatsen moethet gaspedaal worden losgelaten en moet demotor met stationair toerental draaien.Vrij (N)De hendel in positie N komt overeen met de vrijstand vaneen handgeschakelde versnellingsbak. Als de hendel inde stand N staat, kan de motor worden gestart. Schakelde stand N in als de auto langere tijd stilstaat.fig. 8L0E0267mBij een noodgeval (defecten, lege accu, enz.)kan de hendel uit de stand P wordengehaald met het hendeltje A-fig. 8 (maakhet lederen beschermkapje van de versnelling losom erbij te kunnen).
8GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAKMOTOR STARTENDe auto is uitgerust met een elektronische startblokke-ring: Raadpleeg bij startproblemen de paragraaf “LanciaCODE” in hoofdstuk 1 van het instructieboekje waar ditSupplement bij hoort.WAARSCHUWING Als het startsysteem onjuist wordt be-handeld, kan dit het ongewenst blokkeren van het stuurtot gevolg hebben.Het verdient aanbeveling om gedurende deeerste kilometers niet de maximale prestatiesvan uw auto te eisen (bijv. snel accelereren,langdurig rijden met hoge toerentallen, krachtigremmen enz.).Het is zeer gevaarlijk om de motor in een af-gesloten ruimte te laten draaien.
De motorverbruikt zuurstof en produceert kooldioxide,koolmonoxide en andere giftige gassen.Ga als volgt te werk om de motor te starten:❍Controleer of de handrem is aangetrokken en de ver-snellingshendel in stand P of N staat: de motor kanalleen worden gestart als de hendel in een van dezestanden staat; ❍Trap met de hendel in stand P of N het rempedaal inen start de motor.De startmotor wordt automatisch ingeschakeld, totdat demotor is gestart.WaarschuwingenAls tijdens het starten de motor uitvalt, is het voldoendeom voor het opnieuw starten van de motor het koppe-lings- of rempedaal in te trappen en vervolgens de motoropnieuw te starten.Als het starten moeizaam verloopt, blijf dit dan niet lang-durig proberen, maar wendt u tot het Lancia Service-netwerk.Eventuele startproblemen worden aangegeven met eenbericht op het display. Wendt u tot het Lancia Servicenetwerk.
1GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAK 9MOTOR OPWARMEN NA HET STARTENGa als volgt te werk:❍rijd rustig weg, laat de motor niet met hoge toeren-tallen draaien en trap het gaspedaal niet bruusk in;❍verlang de eerste kilometers geen maximale presta-ties.
Wij raden u aan te wachten tot de wijzernaaldvan de koelvloeistoftemperatuurmeter begint te be-wegen.DE AUTO STARTEN BIJ SEQUENTIEELSCHAKELENAls sequentieel wordt geschakeld, werkt de automatischeversnellingsbak als een versnellingsbak met vaste over-brengingsverhoudingen die achtereenvolgens (sequentieel)worden ingeschakeld.WAARSCHUWING Wees bijzonder voorzichtig wanneerde handrem en het rempedaal zijn losgelaten terwijl demotor stationair draait en de versnelling in de positie D,R staat of handgeschakeld is, omdat de auto in bewegingkan komen zonder dat het gaspedaal wordt ingedrukt.Deze situatie kan worden gebruikt met de auto op eenvlakke ondergrond bij krappe parkeermanoeuvres waar-bij u goed oplet dat u alleen het rempedaal gebruikt.Volgorde gebruik versnellingsbakbedieningZet de hendel vanuit stand D opzij (naar links) in de hand-matige stand:❍als u de hendel naar +brengt, wordt de hogere ver-snelling ingeschakeld;❍als u de hendel naar –brengt, wordt de lagere ver-snelling ingeschakeld.Iedere versnelling wordt met een getal op het display vanhet instrumentenpaneel aangegeven en elke mogelijke foutwordt voorkomen door de bedieningsregeleenheid.
10 GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAKDE AUTO STARTEN BIJ AUTOMATISCHSCHAKELENZet de versnellingspook op D om automatisch schakelenin te stellen.De stand D kan onder alle rij-omstandigheden wordengekozen als sequentieel wordt geschakeld.Bij de overgang van sequentieel schakelen naar D wordtde optimale versnelling gekozen door de regeleenheid vande versnellingsbak, afhankelijk van de snelheid en de be-lasting van de motor (stand van het gaspedaal).Trap voor een snelle reactie van de auto het gaspedaalgeheel in tot voorbij het zware punt (buiten de normaleslag); hierdoor wordt de kick-down ingeschakeld en worden de maximale prestaties (reactie en acceleratie)verkregen.WAARSCHUWING Gebruik de kick-down niet als op eenondergrond wordt gereden met weinig grip (sneeuw, ijzelenz.).WAARSCHUWING Wees bijzonder voorzichtig wanneerde handrem en het rempedaal zijn losgelaten terwijl demotor stationair draait en de versnelling in de positie D,R staat of handgeschakeld is, omdat de auto in bewegingkan komen zonder dat het gaspedaal wordt ingedrukt.Deze situatie kan worden gebruikt met de auto op eenvlakke ondergrond bij krappe parkeermanoeuvres waar-bij u goed oplet dat u alleen het rempedaal gebruikt.Volgorde bij bedieningstoetsen op het stuur (waar aanwezig)Afhankelijk van de versies kan de versnelling sequentieelworden geschakeld met de bediening op het stuur fig.
9 (op-tioneel). Om de bediening op het stuur te gebruiken, zet ude hendel van de automatische versnelling op D en brengtu de hendel opzij naar links in de handmatige stand:❍als u de hendel op het stuur naar +brengt, wordt dehogere versnelling ingeschakeld;❍als u de hendel op het stuur naar -brengt, wordt delagere versnelling ingeschakeld;Het inschakelen van een lagere of hogere versnelling isalleen mogelijk als het motortoerental dit toestaat.Als de auto wordt stilgezet in een hogere versnelling dande 1e, keert de versnelling automatisch terug in de 1esnel-heid.fig. 9L0E0200m
1GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAK 11Rijstijlen Er kunnen verschillende rijstijlen worden gekozen metde toets SPORT/WINTER op het versnellingspaneel fig. 10.De rijstijlen zijn:❍NORMAAL: schakelen bij laag toerental, voor com-fort en een lager verbruik;❍SPORT: schakelen bij een hoger toerental, voor eensportieve rijstijl;❍WINTER: programma voor het vertrekken van gladdeondergronden zoals sneeuw, ijs en modder.
In omstandigheden met weinig grip kan de elektronischebedieningsregeleenheid de auto laten vertrekken met eenhogere versnelling dan de 1eom te voorkomen dat de wielen gaan slippen: dat is geen storing.Wanneer het instrumentenpaneel wordt aangezet, kiestde versnellingsbak de stand die is geselecteerd voordatde auto werd uitgezet.Met de versnellingshendel op D is het mogelijk de ver-schillende rijstijlen te selecteren door op de volgende manier van de ene naar de andere rijstijl te gaan:❍NORMAAL SPORT=> door de toets SPORT/WINTER kort in te drukken.
Als de rijstijl SPORT is ingeschakeld, kan de stijl WINTER worden ingeschakeld door de toets langerdan 2 seconden ingedrukt te houden of kunt u terug-keren naar de stijl NORMAAL door de toets kort in tedrukken.❍NORMAAL WINTER=> door de toets SPORT/WINTER langer dan 2 seconden ingedrukt te houden.Als de rijstijl WINTER is ingeschakeld, kunt u terug-keren naar NORMAAL door de toets kort in te drukken. fig. 10L0E0269m
12 GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAKWAARSCHUWING De gekozen rijstijl blijft geselecteerdtotdat u opnieuw op de toets drukt.WAARSCHUWING Om de levenstuur van de versnellingte beschermen, grijpt de bedieningsregeleenheid in doorhet sequentieel schakelen te annuleren en automatischschakelen te activeren. Wanneer de functionerings-temperatuur weer is bereikt, kan er weer sequentieel wor-den geschakeld.AUTO TOT STILSTAND BRENGENGa als volgt te werk om de auto stil te zetten:❍laat het gaspedaal los;❍trap het rempedaal in.WAARSCHUWING Op een hellende weg met draaiendemotor mag de auto uitsluitend m.b.v. de rem op zijn plaatsworden gehouden; nooit m.b.v.
een ingetrapt gaspedaal.Als de auto geparkeerd staat met draaiende motor en dehendel in stand D, R of sequentieel schakelen, moet hetrempedaal ingetrapt worden gehouden om te voorkomendat de auto door de stationair draaiende motor wordtvoortbewogen. Zet de hendel in stand P als de auto langwordt stilgezet.PARKERENSchakel de handrem in en zet de hendel in stand P. Zet de wielen in een andere stand dan de rechtuitstand.Blokkeer de wielen met stenen of wiggen als de auto opeen steile helling staat. Verwijder altijd de contactsleutelals u de auto verlaat.GELUIDSSIGNALENMet een geluidssignaal en de versnelling P die enkele seconden knippert op het display, wordt aangegeven datde auto is uitgeschakeld met ingeschakelde versnellingen de hendel in een andere positie dan P.De sleutel kan alleen uit het contactslot worden gehaaldals de hendel op P staat.
1GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAK 13Start de motor niet terwijl de auto wordt gesleept.Als u de bovenstaande instructies niet in achtneemt, kan dat ernstige schade aan de auto-matische versnellingsbak tot gevolg hebben.SLEPEN VAN DE AUTOWAARSCHUWING Houd u aan de geldende plaatselijkeregels voor het slepen van de auto.Neem de volgende aanbevelingen in acht als de auto gesleept moet worden:❍vervoer de auto indien mogelijk op de laadvloer vaneen vrachtwagen die geschikt is voor het vervoerenvan auto’s;❍als dat niet mogelijk is, sleept u de auto met de aan-gedreven wielen (voorwielen) opgeheven.Tijdens het slepen moet de versnellingshendel op de Nstaan.DE SLEUTEL VERWIJDEREN INNOODGEVALLENAls er zich een probleem voordoet aan het uitschakel-systeem van de auto of aan het ontgrendelmechanismevan de sleutel, gaat u te werk via het gat in fig. 11 onderhet stuur:fig. 11L0E0270m
14 GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAKStop zodra dat mogelijk is, zet de motor uiten laat de automatische versnellingsbak af-koelen.OVERVERHITTING OLIE INAUTOMATISCHE VERSNELLINGSBAKHet symbool gaat branden op het display (er verschijnt ook een melding en er klinkt een geluidssignaal) om aan te geven dat de olie in de auto-matische versnellingsbak oververhit is.LAMPJES EN BERICHTEN STORING AUTOMATISCHEVERSNELLINGSBAKHet symbool op het display gaat knipperen (samen met een melding en een geluids-signaal) wanneer er een storing van de versnellingsbak wordt bemerkt.Wendt u bij een storing in de versnellings-bak zo snel mogelijk tot het Lancia Service-netwerk om het systeem te laten controleren.ttVDC (Vehicle Dynamics Control) (waar voorzien)HBB (Hydraulic Brake Boost)Dit systeem, dat niet kan worden uitgeschakeld, zorgt voorhydraulische bekrachtiging tijdens het remmen, waar-door het remsysteem efficiënter werkt.StoringsmeldingenEen eventuele storing wordt gemeld doordat de waar-schuwingslampjes en x>tegelijkertijd gaan brandenop het instrumentenpaneel.Activering van het systeemDe activering van het systeem wordt gemeld door het knip-peren van waarschuwingslampje áop het instrumenten-paneel en is te voelen door een lichte trilling van het rem-pedaal, die gepaard gaat met wat geluid.
GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE ZES-VERSNELLINGSBAK 151ZEKERINGEN VERVANGENDe onderdelen van de automatische versnellingsbak worden beveiligd door de zekeringen die in de volgendetabel staan aangegeven. Zekering F51 is aangesloten opde zekeringenkast op het dashboard en de zekeringen F84en F87 op de zekeringenkast motorruimte.Zie voor alle andere zekeringen het Instructieboekje waar-bij dit Supplement hoort.STORING HBD (rood) (geel)Bij een eventuele storing wordt het HBB-systeem automatisch uitgeschakeld en gaan ophet instrumentenpaneel tegelijkertijd de waar-schuwingslampjes xen >branden.
Wendt uin dat geval zo snel mogelijk tot het Lancia Servicenetwerk.>xZEKERING AMPÈREGids voor de lamp van deautomatische versnellingsbakbediening F51 5/7,5 (*)Knooppunt automatische versnellingsbak F84 10Knooppunt automatische versnellingsbaken knooppunt automatischeversnellingspook F87 5(*) Uitvoering met gasontladingslampen.MOTOROLIEKWALITEITONVOLDOENDEHet lampje op het instrumentenpaneel/het sym-bool op het display gaat knipperen als het sys-teem motorolie van onvoldoende kwaliteit constateert.Na de eerste constatering zal iedere keer bij het startenvan de motor het lampje/het symbool V1 minuut knip-peren en daarna iedere 2 uur, totdat de olie is ververst.Op het display verschijnt de bijbehorende melding.v
diagnosestekker)Olieniveau in de automatische versnellingsbak controleren en eventueel bijvullenAandrijfriem(en) voor hulporganen vervangenGetande distributieriem vervangen (*) Bougies vervangen Luchtfilterelement vervangenMotorolie en oliefilter vervangen (of om de 12 maanden) (**)Remvloeistof vervangen (of elke 24 maanden)Pollenfilter vervangen (of om de 15 maanden)(*) Ongeacht de kilometerstand moet de distributieriem bij zware bedrijfsomstandigheden (koude klimaten, gebruik in stadsver-keer, langdurig stationair draaien) om de 4 jaar worden vervangen of in ieder geval om de 5 jaar.(**) De motorolie en het oliefilter moeten worden vervangen bij een brandend waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel(zie het hoofdstuk “Lampjes en berichten”) of in ieder geval om de 12 maanden.
20 ONDERHOUD EN ZORGMOTOROLIE A-fig. 1Controleer het oliepeil als de auto op een vlakke onder-grond staat en enige minuten (circa 5) na het uitzettenvan de motor. Neem voor controle de peilstok uit; het niveau van de olie moet zich tussen het MIN- en MAX-merkteken op de peilstok bevinden. Het verschil tussenhet MIN- en MAX-merkteken komt overeen met onge-veer 1 liter.Als het olieniveau dicht bij of onder het MIN-merktekenstaat, moet via de olievulopening motorolie tot aan hetMAX-merkteken worden bijgevuld.Het olieniveau mag nooit het MAX-merkteken over-schrijden.MotorolieverbruikAls richtlijn geldt een maximaal motorolieverbruik vanongeveer 400 gram per 1000 km. De motor van een nieuwe auto moet nog worden ingereden.
Dit betekentdat het motorolieverbruik pas na de eerste 5000 ÷ 6000km stabiliseert.BELANGRIJK Het motorolieverbruik hangt af van derijstijl en de gebruiksomstandigheden van de auto.BELANGRIJK Na het bijvullen of het verversen van de olie, moet u de motor enige seconden laten draaien,vervolgens de motor uitzetten en na enige minuten hetoliepeil controleren.Wees bij het uitvoeren van werkzaamhedenin de motorruimte extra voorzichtig als demotor nog warm is: gevaar voor verbranding.Onthoud dat bij een warme motor de elektro-ventilateur onverwacht kan inschakelen: kans opverwonding. Pas op als u sjaals, dassen of loszit-tende kledingstukken draagt: deze kunnen door debewegende onderdelen worden gegrepen.Vul nooit olie bij met andere specificaties dande olie waarmee de motor is gevuld.Afgewerkte motorolie en het vervangen motor-oliefilter bevatten stoffen die schadelijk zijnvoor het milieu.
Het is raadzaam om het ver-versen van de olie en het vervangen van het olie-filter door het Lancia Servicenetwerk te laten uitvoeren. Het Servicenetwerk beschikt over de uit-rusting voor het op milieuvriendelijke wijze en conform de wettelijke bepalingen verwerken vanafgewerkte olie en oliefilters.
2ONDERHOUD EN ZORG 21MOTORKOELVLOEISTOF B-fig. 1Het niveau van de koelvloeistof moet gecontroleerd wor-den bij een koude motor en moet tussen het MIN- en MAX-merkteken op het expansiereservoir staan. Een te laagniveau bijvullen door een mengsel van gedemineraliseerdwater en 50% PARAFLU UP van FL Selenia langzaamvia de vulopening van het expansiereservoir te gieten. Eenmengsel van PARAFLU UP en gedemineraliseerd waterin een mengverhouding van 50% beveiligt tot een tem-peratuur van –35°C. Bij zeer zware klimatologische om-standigheden raden wij een mengsel aan van 60% PARAFLU UP en 40% gedemineraliseerd waterHet motorkoelsysteem gebruikt PARAFLUUP-koelvloeistof. Gebruik voor het even-tueel bijvullen vloeistof met dezelfde speci-ficaties als waarmee het motorkoelsysteem is gevuld. PARAFLU UP-koelvloeistof kan niet worden gemengd met welke andere koelvloeistofdan ook.
Als dit toch gebeurt, mag de motor absoluut niet worden gestart en moet u zich tothet Lancia Servicenetwerk wenden.Vervang de dop zo nodig alleen door eenexemplaar van hetzelfde type, anders kan dewerking van het systeem in gevaar wordengebracht. Draai bij een warme motor de dop vanhet expansiereservoir nooit los: gevaar voor ver-branding.RUITENSPROEIERVLOEISTOF C-fig. 1Trek voor het bijvullen van de vloeistof de dop van hetreservoir totdat u een klik hoort.Gebruik een mengsel van water en TUTELA PROFES-SIONAL SC35 in de volgende mengverhouding:30% TUTELA PROFESSIONAL SC35 en 70% water inde zomer.50% TUTELA PROFESSIONAL SC35 en 50% water inde winter.Bij temperaturen onder –20°C, TUTELA PROFESSION-AL SC 35 onverdund gebruiken.Controleer visueel het niveau van de vloeistof in het reservoir.Sluit de dop door hem in het midden in te drukken.
22 ONDERHOUD EN ZORGRijd niet met een leeg ruitensproeier-reservoir: de ruitensproeiers zijn van funda-menteel belang voor een optimaal zicht.Enkele in de handel verkrijgbare ruitensproeier-vloeistoffen zijn licht ontvlambaar. In de motor-ruimte bevinden zich warme onderdelen die bij con-tact de vloeistof kunnen doen ontbranden.REMVLOEISTOF D-fig. 1Draai de dop los: controleer of het remvloeistofniveau nogop het maximum niveau staat. Het niveau mag nooit hetMAX-merkteken overschrijden.
Als vloeistof moet wordenbijgevuld, dan raden wij u aan de remvloeistof te gebrui-ken die staat vermeld in de tabel “Vloeistoffen en smeer-middelen” in het hoofdstuk “Technisch” in dit supplement.OPMERKING Maak de dop van het reservoir en het om-ringende oppervlak zorgvuldig schoon.Wees bij het openen van de dop bijzonder voorzichtig zodat er geen vuil in het reservoir komt.Gebruik voor het bijvullen altijd een trechter met een ingebouwde filterzeef van maximaal 0,12 mm.BELANGRIJK De remvloeistof is hygroscopisch (trekt water aan). Daarom verdient het aanbeveling, als de auto overwegend wordt gebruikt in gebieden met een hoge luchtvochtigheid, de vloeistof vaker te vervangendan in het “Onderhoudsschema” staat aangegeven.De remvloeistof is giftig en zeer corrosief.
Als per ongeluk remvloeistof wordt gemorst,moeten de betreffende delen onmiddellijkworden gewassen met water en neutrale zeep endaarna met veel water worden afgespoeld. Bij in-slikken dient onmiddellijk een arts te worden ge-raadpleegd.Voorkom contact tussen de zeer corrosieveremvloeistof en de lak. Als remvloeistof wordtgemorst, moet de lak onmiddellijk met water worden afgespoeld.Het symbool πop het reservoir geeft aan datsynthetische remvloeistof en geen mineralevloeistof moet worden gebruikt. Het gebruikvan minerale vloeistoffen moet absoluut worden vermeden, omdat de rubbers in het remsysteem door deze vloeistoffen worden beschadigd.
2ONDERHOUD EN ZORG 23LUCHTFILTER/POLLENFILTERLaat het luchtfilter of het pollenfilter vervangen door hetLancia Servicenetwerk.Water in het brandstofsysteem kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en de motor kan onregelmatig gaan draaien. Alshet lampje cop het instrumentenpaneel gaat bran-den, wendt u dan zo snel mogelijk tot het LanciaServicenetwerk om het systeem te laten aftappen.Als het lampje direct na het tanken gaat branden,bestaat de mogelijkheid dat er tijdens het tankenwater in de brandstoftank is gekomen: zet in datgeval onmiddellijk de motor uit en wendt u tot hetLancia Servicenetwerk.ACCUDe accu F-fig.
1 van de auto is “onderhoudsarm”: ondernormale omstandigheden hoeft het elektrolyt niet bij-gevuld te worden met gedestilleerd water.De werking moet echter regelmatig en uitsluitend doorhet Lancia Servicenetwerk of gespecialiseerd personeelgecontroleerd worden.De vloeistof in de accu is giftig en corrosief.Voorkom contact met de huid en de ogen.Houd open vuur en vonkvormende appara-ten verwijderd van de accu: brand- en ont-ploffingsgevaar.Als de accu werkt met een zeer laag vloei-stofniveau, ontstaat onherstelbare schade aande accu en kan de accu openbarsten.
ACCU VERVANGENAls de accu vervangen wordt, moet een originele accu metdezelfde specificaties worden geïnstalleerd.Als de accu vervangen wordt door een accu met anderespecificaties, vervallen de onderhoudsintervallen die inhet “Geprogrammeerd Onderhoudsschema” staan aan-gegeven.Voor het onderhoud van de accu dient u zich strikt te houden aan de aanwijzingen van de fabrikant van de accu.Onoordeelkundige montage van elektrischeen elektronische apparatuur kan ernstigeschade toebrengen aan de auto. Als u na aan-schaf van uw auto accessoires wilt monteren dieconstante voeding nodig hebben (diefstalalarm, mobiele telefoon enz.), raden wij u aan contact opte nemen met het Lancia Servicenetwerk.
Deze kanu de meest geschikte installaties aanraden en con-troleren of het noodzakelijk is een accu met een gro-tere capaciteit te monteren.24 ONDERHOUD EN ZORGAccu’s bevatten zeer schadelijke stoffen voorhet milieu. Het verdient aanbeveling een defecte accu door het Lancia Servicenetwerkte laten vervangen, omdat deze beschikt over de uitrusting voor het op milieuvriendelijke wijze enconform de wettelijke bepalingen, verwerken vandefecte accu’s.Als u de auto langere tijd stalt in extreemkoude omstandigheden moet, om bevriezingte voorkomen, de accu worden verwijderd enop een verwarmde plaats worden bewaard.Bij werkzaamheden aan de accu of in debuurt van de accu, moet u uw ogen altijd beschermen met een speciale bril.
26 TECHNISCHE GEGEVENSBRANDSTOFSYSTEEM1.8 Di Turbo Jet 200 PKBrandstofsysteemModificaties of reparaties aan het brand-stofsysteem die niet correct worden uitgevoerden waarbij geen rekening wordt gehouden metde technische specificaties van het systeem, kun-nen storingen in de werking en zelfs brand veroor-zaken.Elektronisch geregelde directe inspuiting met turbocompressor en intercoolerTRANSMISSIEREMMENWAARSCHUWING Water, ijs en strooizout op het weg-dek kan zich op de remschijven afzetten, waardoor degewenste remvertraging bij de eerste keer remmen ietslater wordt bereikt.Automatisch met 6 snelheden,elektronisch geregeldVoorGeventileerde schijfremmenSchijfremmenBediend met handremhefboom,werkend op de achterwielen1.8 Di Turbo Jet 200 PKVersnellingsbakAandrijving1.8 Di Turbo Jet 200 PKRemsysteem:– voor– achterHandrem
4Bx17-ET31 125/80 R1728 TECHNISCHE GEGEVENSWIELENVELGEN EN BANDENUitvoeringen Velgen Banden Banden Noodreservewielwinterband Velgmaat Bandenmaat1.8 Di Turbo Jet200 PK(❏) Montage van sneeuwkettingen onmogelijk225/45 R17-94W225/40 R18-92WREINFORCED (❏)225/45 R17-91T(M+S)225/40 R18-92T(M+S)Gebruik voor de bandenmaten 225/45 R17-94W uitsluitend dunne sneeuwkettingen die maximaal 7mm boven het profiel van de banden uitsteken.WAARSCHUWING Bij gebruik van bandenmaat 225/40 R18 92W moeten specifieke technische oplossingen wordentoegepast. Om deze reden kan deze bandenmaat alleen bij een nieuwe auto worden besteld. Deze bandenmaat magniet achteraf worden gemonteerd nadat de auto is afgeleverd!7Jx17-ET317,5Jx18-ET35
3TECHNISCHE GEGEVENS 29Bij warme banden moet de bandenspanning 0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de bandenspanning nog-maals als de banden koud zijn.Bij winterbanden moet de in de tabel aangegeven waarde van de standaard gemonteerde banden met 0,2 bar verhoogd worden.Bij snelheden hoger dan 160 km/h, moet de bandenspanning worden verhoogd tot de waarden voor volle belading.BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar)Bandenmaat STANDAARD BANDENBij gemiddelde belading VolbeladenVoor Achter Voor Achter225/45 R17-94W 2,4 2,2 2,9 2,5225/40 R18-92W 2,6 2,4 3,1 2,74,2Bandenmaat Bandenspanning125/80 R17NOODRESERVEWIEL
30 DATI TECNICIPRESTATIESMaximale snelheid na de inrijperiode in km/h.1.8 Di Turbo Jet 200 PK195 230GEWICHTEN1.8 Di Turbo Jet 200 PK kgLeeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevulden zonder opties): 1430Nuttig laadvermogen (*) inclusief de bestuurder: 570Max. toelaatbaar gewicht (**)– vooras: 1150– achteras: 950– totaalgewicht: 2000Trekgewichten: 1300Max. dakbelasting: 80Max. gewicht op de trekhaak (geremde aanhanger): 60(*)Als er speciale accessoires zijn gemonteerd (opendak, trek-haak, enz.), stijgt het rijklaar gewicht, waardoor het totalelaadvermogen met hetzelfde gewicht daalt.(**) Maximum waarden die niet mogen worden overschreden.Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker dat de auto zodanig wordt beladen dat deze limieten niet worden overschreden.
32 TECHNISCHE GEGEVENSHet gebruik van producten die niet voldoen aan de specificaties ACEA C3 kan beschadigingen aan de motor veroorzaken die nietdoor de garantie gedekt worden.VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELENAANBEVOLEN PRODUCTEN EN HUN SPECIFICATIESGebruik Specificaties van de smeermiddelen Vloeistoffen Intervalen vloeistoffen voor een correct en smeermiddelen intervalfunctioneren van de auto vloeistoffenSmering voor benzinemotoren Smeermiddel op synthetische basis SAE 5W-40 ACEA C3.Kwalificatie FIAT 9.55535-S2.SELENIA K P.E.Contractual TechnicalReference N° F603.C07Volgens het Geprogrammeerde Onderhoudsschema
De gegevens in deze publicatie dienen alleen ter informatie. Lancia behoudt zich het recht voor om op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor meer informatie tot het Lancia Servicenetwerk.Gedrukt op ecologisch chloorvrij papier.NEDERLANDS
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Lancia Delta (2009) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Lancia
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto