Kuppersbusch KMI8500.0WR Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch KMI8500.0WR (84 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch KMI8500.0WR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | KMI8500.0WR |
Handleiding Kuppersbusch KMI8500.0WR – volledige tekst
NL64Verwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grond-stoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij tot de bescher-ming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volks-gezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen.
Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. Reglementair gebruikDe kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld. Gelijkaardige omgevingen zijn:• Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomstan-digheden. • Het gebruik in landbouwbedrijven. • Het gebruik door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen. • Het gebruik in logies en ontbijt. Ze mag niet voor een ander doel en alleen onder toezicht worden gebruikt. Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt.
Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en monta-gehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door.
NL65Voor aansluiting en werking • De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en repa-ratie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid. • Als de netaansluitkabel van dit apparaat beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwaliceerde persoon worden vervan-gen om risico's te vermijden. • Het apparaat mag niet met een externe schakelklok of een extern afstandsbestu-ringssysteem worden gebruikt. Voor de kookplaat• Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductie-kookplaat niet zonder toezicht gebrui-ken. • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones.
Ver-mijd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroor-zaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de min-toets uit en niet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Het apparaat uitscha-kelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdek-ken. • De keramische plaat is zeer stevig.
• Bij breuken, barsten, scheuren of ande-re beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opne-men met de klantenservice. • Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kan worden uit-geschakeld, onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. • Voorzichtig bij het werken met huishoude-lijke apparatuur. Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat laten liggen. • De keramische kookplaat mag niet wor-den gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv.
kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehal-te. Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek…) mogen niet op de inductiekook-plaat worden gelegd omdat ze heet kun-nen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen. • Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmid-dellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbran-ding. Voor niet-magnetiseerbare voorwer-pen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en com-poundverpakkingen op kookzones verwar-men. Door de energietoevoer kunnen deze uiteenspatten.
NL66• De sensoren schoonhouden omdat ver-ontreinigingen door het apparaat als vin-gercontact kunnen worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaatsen. • Als pannen tot over de sensoren overko-ken, is het aanbevolen op de UIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen niet in de buurt van de sensoren schuiven of deze afdekken. In dat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. • De pan altijd in het midden van de kookzo-ne plaatsen. • Grote pannen zoveel mogelijk op de achterste kookzones gebruiken om te vermijden dat de sensoren te warm wor-den (oververhitting van de touch-control; foutmelding E2, uitschakeling van de touch-control). • Als er zich in de woning huisdieren bevin-den die aan de kookplaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
• De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Let erop dat er geen voorwerpen (bijv. stofdoek) in de onmiddellijke nabijheid van de kookplaatafzuiging liggen. Deze kunnen door de luchtstroom worden ingezogen. Principieel moeten vloeistoffen en kleine voorwerpen uit de buurt van het apparaat worden gehouden. • Gebruik het apparaat niet zonder ingezette vetlter. • Verzadigde vetlters betekenen brandge-vaar. • Frituren is alleen bij permanent toezicht toegelaten, amberen is niet toegelaten. • Bij het gebruik van schoorsteenafhankelij-ke hout-, kolen-, gas- of oliekachels moet voor voldoende luchttoevoer worden ge-zorgd. • De maximaal toelaatbare onderdruk die door de afzuiging in de opstellingsruimte van de schoorsteenafhankelijke stookin-stallatie ontstaat mag niet meer dan 4 Pa (0,04 mbar) bedragen.
Anders bestaat vergiftigingsgevaar. Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen• Tijdens het koken wordt door de damp ex-tra vocht aan de kamerlucht afgegeven. • In circulatiebedrijf wordt het vocht uit de damp maar voor een klein deel verwijderd.
Er moet daarom altijd voor voldoende toevoer van verse lucht, worden gezorgd, bijvoorbeeld door een geopend raam of door het gebruik van huisventilatie. • Zorg altijd voor een normaal en behaaglijk ruimteklimaat (45 - 60 % luchtvochtigheid). • Schakel na elk gebruik in circulatiebedrijf de kookplaatafzuiging ca. 20 minuten lang op een lage stand of activeer de automati-sche naloop. Voor personen• Deze apparaten kunnen door kinderen vanaf 8 jaar alsook door personen met ver-minderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt als erop toezicht wordt gehouden of als ze over het veilig gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd en ze de bijbehorende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
De reiniging en het on-derhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij het onder toezicht gebeurt. • De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bij het werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieel uit de buurt worden gehouden. • Er mogen alleen fornuisrekken of kook-plaatafdekkingen van de kookplaatfa-brikant of fornuisrekken of kookplaataf-dekkingen die door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing van het apparaat zijn vrijgegeven worden gebruikt. Het gebruik van niet geschikte fornuisrekken of kook-plaatafdekkingen kan tot ongevallen lei-den. • Personen met pacemakers of geïmplan-teerde insulinepompen moeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet door de inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereik van de inductiekook-plaat bedraagt 20-50 kHz).
NL68Bediening door sensorenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch-con-trol-sensoren. De sensoren functioneren als volgt: met de vingertop een symbool op het keramisch oppervlak even aanraken. Elke correc-te bediening wordt door een signaaltoon bevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de touch-control-sensoren het woord „toets” gebruikt.Stand-by-toets (13)Met deze toets wordt het apparaat bedrijfsklaar gemaakt. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Na het uitschakelen met deze toets blijft het apparaat nog ca. 120 min. in stand-by.Let op! Als het apparaat volledig uitgeschakeld is, wordt ook geen restwarmte meer aangetoond!Aan/Uit-toets (7) kookzones links of rechtsMet deze toets wordt de linker- of rechterkant van de kookplaat in- en uitgeschakeld.Kookzonekeuzetoets; bijv.
voor (8)Door op een van de beschikbare kookzonekeuzetoetsen te drukken wordt een kookzone geselecteerd, waarvoor vervolgens met de plus-toets of min-toets een kookstand kan worden ingesteld.Min-toets / Plus-toets (10)Met deze toetsen worden de kookstanden, de automatische uitscha-keling en de kookwekker ingesteld.Met de min-toets wordt de aangetoonde waarde verlaagd, met de plus-toets verhoogd.Kookstandweergave (11)De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of:Helder verlicht kookzone is gekozen (geselecteerd)________________ restwarmteaanwijzing________________ powerstand________________ kinderbeveiliging ________________ BrugfunctieER03_____________ foutmeldingControlelampje timerfunctieMin/Plus-toets afzuiging (14)Met deze toetsen wordt de (kookplaat)afzuiging bediend.
NL69Kookzonediameter Aanbevolen minimumdiameter panbodem 190 x 210 mm 120 mmIngestelde kookstand Gebruiksduurbeperking in uren1, 23, 456, 7, 8, 96541,5De kookplaatDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wissel-veld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedra-gen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen direct in de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld• Energiebesparend koken door rechtstreekse energieoverdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijn noodzakelijk),• meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorgegeven als er een pan op de kookzone staat,• energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement,• hoge opwarmsnelheid,• weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast,• snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. Panherkenning Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kook-zone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstandaanwijzing maakt daarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt.
De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is. PanherkenningsgrenzenDe bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaalde minimum-diameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld.
Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen. GebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduur-beperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is mogelijk). Andere functiesAls één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv.
door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt er niet geschakeld. U hoort een signaaltoon en ER03 wordt aangetoond. Na een paar se-conden wordt er uitgeschakeld. A. u. b. het voorwerp van de sensoren verwijderen. Oververhittingsbeveiliging (inductie)Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt ev. het vermogen van de kookzone auto-matisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertempe-ratuur regelmatig E2 of ER21 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstuk Ventilatie).
NL70Servies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een vol-doende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is. Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en efciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en het kookservies om te gaan. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de over-druk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidings-duur blijven vitamines bewaard. • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan is, want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pan door oververhitting worden beschadigd. • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend deksel sluiten. • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebruiken.
Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie. KookstandenHet verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere stan-den worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen. Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kookstand wor-den gekozen. RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd. Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het sym-bool voor het koken met inductiestroom draagt.
BedieningGeschikte pannen Niet geschikte pannenGeëmailleerde stalen pannen met dikke bodemPannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracottaGietijzeren pannen met ge-emailleerde bodemPannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij ferrietstaal of aluminium met speciale bodemKookstand Toepassing01-234-5 67-89PUIT-stand, benutting van de restwarmteVerder koken van kleine hoeveelheden(laagste vermogen)DoorkokenVerder koken van grote hoeveelheden, verder braden van grote stukkenBraden, bechamelsaus makenBradenAan de kook brengen, aanbraden, bradenPowerstand (hoogste vermogen)BelangrijkBij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen. Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektro-nica niet correct worden bepaald. Correct: goed kookgerei.
NL71Apparaat bedrijfsklaar makenMet de stand-by-toets wordt het apparaat bedrijfsklaar gemaakt. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Eerst vindt er een zelftest van de besturing plaats en de aanwijzingen lichten eventjes op. Na het uitschakelen met deze toets blijft het apparaat nog ca. 120 min. in stand-by. Let op. Als het apparaat volledig uitgeschakeld is, wordt ook geen restwarmte meer aangetoond. Bediening van de toetsenDe hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-) toets daarna de bediening van een volgende toets. De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt de keuze geannuleerd. Kookplaat en kookzone inschakelen1. Zolang op de Aan/Uit-toets kookplaat drukken (ca. 1 sec. ) tot de kookstandweergaven 0 aantonen. De besturing is klaar voor gebruik. 2. Vervolgens op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv.
voor vooraan). De geselecteerde kookstandaanwijzing is helder verlicht. 3. Met de plus-toets of min-toets een kookstand kiezen. Door de plus-toets wordt de kookstand 1 ingeschakeld, door de min-toets de kookstand 9. 4. Meteen daarna voor inductie geschikt kookservies op de kook-zone plaatsen. De panherkenning schakelt de inductiespoel in. De pan wordt verwarmd. Zolang er geen metalen pan op de kookzone wordt geplaatst, verschijnt het symbool. Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitge-schakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „Panherkenning”. Om tegelijk op andere kookzones te koken de punten 2 tot 4 herha-len. Kookzone uitschakelen5. Op de gewenste kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor vooraan). De geselecteerde kookstandweergave is helder verlicht. 6.
NL72Kinderbeveiliging De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductie-kookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd.Kinderbeveiliging inschakelen1. Op de Aan/Uit-toets kookplaat drukken (ca. 1 sec.) om de volledige kookplaat in te schakelen.2. Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de kookzone-keuzetoets / rechts ernaast drukken.3. Vervolgens op dezelfde kookzonekeuzetoets / drukken om de kinderbeveiliging te activeren. In de kookstandaanwijzin-gen verschijnt een L voor Child-Lock; de bediening is geblok-keerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld.Kinderbeveiliging uitschakelen4. Op de Aan/Uit-toets kookplaat drukken.5. Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de kookzone-keuzetoets / rechts ernaast drukken.6. Vervolgens op de min-toets drukken om de kinderbeveiliging uit te schakelen.
De L verdwijnt.Kinderbeveiliging slechts voor één kookproces uit-schakelenVoorwaarde: de kinderbeveiliging is volgens punt 1-3 ingeschakeld.• Op de Aan/Uit-toets kookplaat drukken.• Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de kook-zonekeuzetoets / rechts ernaast drukken. Nadat de L is verdwenen kan door de gebruiker een kookzone worden ingeschakeld.• Na het uitschakelen van de kookplaat is de kinderbeveiliging weer actief (ingeschakeld).BedieningBelangrijkBij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging niet opgeheven, d.w.z. ze blijft behouden (geactiveerd).Child-Lock
NL73Automatische uitschakeling (timer) Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kook-zone na een instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 01 tot 99 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste kookstanden kiezen. 2. Zo vaak tegelijkertijd op de plus-toets en de min-toets drukken tot het controlelampje (decimale punt) van de gewenste kookzone brandt. De timeraanwijzing is helder verlicht. 3. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets de kook-tijd invoeren. Om de automatische uitschakeling voor nog een kookzone te programmeren, zo vaak tegelijk op de plus-toets en de min-toets drukken tot het controlelampje (decimale punt) van de overeenkomstige kookstandaanwijzing brandt. 4. Na aoop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Kookwekker (eierwekker) De kookzones zijn uitgeschakeld1. De kookplaat inschakelen. 2. Eén keer tegelijkertijd op de plus-toets en de min-toets drukken. De timeraanwijzing is helder verlicht. In de kookstan-daanwijzingen mag het controlelampje (decimale punt) niet branden. 3. Meteen daarna met de plus-toets of de min-toets de tijd in minuten instellen. 4. Na aoop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behal-ve de Uit-toets) te drukken.
NL74Powerstand De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook wor-den gebracht. De powerstand werkt gedurende 5 minuten, vervolgens wordt automatisch naar kookstand 9 teruggeschakeld. 1. De kookplaat inschakelen. 2. Vervolgens op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor achteraan). De geselecteerde kookstandweergave is helder verlicht. 3. Eén keer op de min-toets drukken om de hoogste kookstand 9 in te stellen. 4. Eén keer op de plus-toets drukken om de powerstand te activeren. In de kookstandweergave verschijnt een P. 5. Na 5 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld. De P verdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld. maximaal mogelijke kookstand constant getoond.
PowermanagementTelkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een mo-dule gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen. Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kook-stand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het power-management de kookstand van de bijbehorende module-kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond. Brugfunctie De voorste en de achterste kookzone kunnen voor het koken gekop-peld worden (brugfunctie). Daardoor kunnen grote pannen worden gebruikt. 1. De kookplaat inschakelen. 2. Om de brugfunctie in te schakelen de twee kookzonekeuze-toetsen van de voorste en de achterste kookzone gelijktijdig aanraken. De brugfunctie is ingeschakeld, het sym-bool verschijnt. Met de plus-toets of min-toets een kookstand kiezen. 3.
NL75Afzuiging gebruikenIn het midden van de kookplaat bevindt zich de afzuiging met de afvoer naar beneden. Voor ingebruikname van de afzuiging de glazen afdekking volledig verwijderen. Bij modellen met een open aluminium afdekking hoeft deze niet te worden afgenomen. Afzuiging in- en uitschakelen1. Op de stand-by-toets drukken (ca. 1 sec. ) tot het apparaat bedrijfsklaar is. 2. Op de plus-toets van de afzuiging drukken. Daarna kan met de plus- / of min-toets een gewenste vermogensstand 1, 2, 3 of 4 worden gekozen. Het symbool voor de afzuiging brandt. De intensieve stand 4 blijft gedurende 10 minuten ingeschakeld, daarna wordt automatisch naar stand 3 teruggeschakeld. 3. Om uit te schakelen op de min-toets van de afzuiging drukken tot 0 wordt aangetoond. Naloop van de afzuigingDe naloop van de afzuiging wordt na het koken gebruikt om kook-geuren te verwijderen.
Bovendien worden de lters in de afzuiging gedroogd. Naloop van de afzuiging instellen1. Gelijktijdig op de plus- en min-toets van de afzuiging drukken. De naloopduur van 10 minuten is ingesteld. Het sym-bool voor naloop brandt. 2. Door opnieuw gelijktijdig op de plus- en min-toets te drukken worden 60 minuten ingesteld. 3. Door opnieuw op de twee toetsen tegelijk te drukken wordt de naloop uitgeschakeld. De ventilatorstand bij een ingeschakelde ventilatornaloop kan naar wens ingesteld en gewijzigd worden. NalooptijdTelkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilatormotor van 10 - 20 minuten moeten worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minuten heeft gewerkt, vindt er na het uitschakelen een automatische naloop van ca. 15 minuten op een lage stand plaats. Zo wordt een optimale werking en verwijdering van resterende kookdampen gewaarborgd.
Bij werking met recirculatielter is het raadzaam om na het koken altijd een nalooptijd van 10 - 60 minuten in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken.
Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeldzame gevallen voorkomen, dat de in het lter achtergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en weer even geroken kunnen worden. Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werking weer snel. BelangrijkLeg het deksel niet op de inductiekookplaat. Gevaar voor verbranding. BelangrijkBij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren. Tip Om te zorgen dat de afzuiging ook bij hoge pannen (bijv. aspergepan) goed werkt, kunt u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen. De open aluminium afdekking moet niet worden afgenomen. Glazen afdekkingBediening.
NL76• Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomrei-nigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. Keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekken-verwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat af-wasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week grondig met een gebruikelijk reinigingsproduct voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschermen-de lm, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op de lm en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens het oppervlak met een schone doek droogwrijven. Er mo-gen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlak achterblij-ven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen - zolang ze nog heet zijn - met een glasschraper. Na het afkoelen de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschre-ven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkor-rels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken. KookplaatafzuigingReiniging van de metalen vetltersReinig de metalen vetlters minstens één keer per maand of bij verzadiging en intensief gebruik in de afwasmachine of in zacht afwaswater. Om het lter te verwijderen de afdekking van de afzuiging optillen en de U-vormige roestvrijstalen luchtgeleidingsplaat in de aanzuigope-ning naar boven uit de afzuiging tillen. Nu het lter eruit nemen. Druk hiervoor de vergrendeling in de handgreep naar beneden en verwijder de lters. De lters kunt u in de afwasmachine schoonmaken. De lters rechtop in de afwasmachine plaatsen. Gebruik uitsluitend glansmiddel dat voor aluminium geschikt is om schade en verkleuringen aan de lters te vermijden.
Niet direct naast glazen of lichtgekleurd porselein plaatsen. Gebruik de afzuiging niet zonder vetlter. Na de lterreiniging het lter droog weer in de afzuigingplaatsen.
Ler erop: de handgreep moet na het inzetten zichtbaar zijn. Veeg indien mogelijk bij het uithalen van het lter altijd ook de goed toegan-kelijke binnenkant van de afzuiging met een vochtige doek met wat afwasmiddel schoon; let daarbij wel op de uitstekende onderdelen in het binnenste van de afzuiging. Reiniging en onderhoud van de afzuigingHet beste maakt u de afzuiging minstens bij elke lterreiniging schoon. Na intensief koken van water met geopend deksel op de pan kan er condenswater onder het lter ontstaan. Dat is absoluut normaal. Het water dient echter verwijderd en de binnenkant van de afzuiging schoongemaakt te worden. De ventilatieopeningen in de afdekking zorgen ervoor dat uit het bin-nenste van de afzuiging ook in rusttoestand met aangebrachte afdek-king eventueel restvocht van het koken en reinigen kan ontsnappen, zonder dat de ventilator werkt.
Indien daarbij storende restgeuren optreden, moet u het lter en de binnenkant van de afzuiging schoonmaken. De afzuiging maakt u het best met een vochtige, zachte doek en zacht afwaswater schoon. ServiceHet lter moet toegankelijk blijven. Bij een actieve-koollter om de 5 - 24 maanden de koolltermatten vervangen. Bij een plasmalter na 5 jaar (max. ) de koolltermatten vervangen. Hiervoor het deksel van de behuizing openen en de koolltermatten vervangen. Reiniging en onderhoud.
NL77Ongekwaliceerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het apparaat te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaam-heden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere-ageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten. • Zijn de sensoren vergrendeld (kinderbeveiliging). • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd servies gebruikt.
Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat”. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijd een signaal te horen. Er is een permanente activering van de touch-control-sensoren door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de kook-plaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond. De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de kookplaat contro-leren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. > Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. > Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode E8 wordt getoond. Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblok-keerd of afgedekt, of de ventilator is defect. De inbouwsituatie van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.
> Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. > Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode U400 wordt getoond. De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen.
De correcte netspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond. Er is een technisch defect. A. u. b. contact opnemen met de service. Het pansymbool verschijnt. Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet. De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter. De gebruikte kookpannen maken geluid. Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen. Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden). Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken.
Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering van de huisinstallatie uitschakelen en contact opnemen met de klan-tenservice. Wat te doen bij problemen. BelangrijkAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken zelf kunt verhelpen.
NL78Veiligheidsinstructies voor de keukenmeu-belmonteur • Het neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangrenzen-de meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75 °C). Als het neer en de bekleding onvoldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstan-den volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd. • De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuit-sparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespec-teerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstand van minstens 50 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materiaal worden bekleed.
Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsge-vaar. Ventilatie• De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automa-tisch aan- en uitgaat. Als de temperatuurwaarden van de elek-tronica een bepaalde drempel overschrijden, start de ventilator met lage snelheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over naar een hogere snelheid. Als de elektronica voldoende is afgekoeld, reduceert de ventilator zijn snelheid en schakelt zich automatisch uit.
• De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat de inductie voldoende geventileerd wordt. • Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf geredu-ceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk Oververhittingsbe-veiliging), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
In dat geval is het aanbevolen de achterwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kook-plaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatie mogelijk is. • Voor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van min. 5 mm aanbevolen. MontageKookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zon-der onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoffen in de daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnen indringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz. ) moet de pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt, worden verwij-derd.
In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht. • De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven. Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkbladDe uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afsluit.
MontageBelangrijk• Eventuele dwarslijsten onder het werkblad moeten tenminste ter hoogte van de uitsparing in het werkblad worden verwijderd. • Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard.
Die kun-nen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren. • Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt, moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20 mm bedragen om een voldoende beluchting van de kookplaat te garanderen. • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervorm-bare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd.
NL79Afdichttape in de hoek van de steunrand van het werkblad aanbren-gen, zodat er geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtko-men. De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en justeren. Eventueel plaatjes eronder leggen om de hoogte aan te passen.De spleet tussen kookplaat en werkblad met hittebestendige silico-nenlijm opvoegen.MontageVariabele inbouwmogelijkhedenVoor het inbouwen kunt u kiezen tussen:Randloze montageDe kookplaat inzetten en justeren. 1 Minimumafstand tot naburige wanden2 Afmetingen uitsparing3 Uitfreesmaat4 Buitenafmetingen kookplaat45111516684 x 4554,5 -0,555170311584 x 455BelangrijkDe siliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het oplegvlak van de kookplaat terechtkomen. Anders kan de kookplaat er later niet meer worden uitgenomen.
NL81Betreffende puntVoor het opsteken van het overgangselement (d) op de plintventilator (e) afdichtingstape rond de aansluitmof (f) aanbrengen.Montage afzuigsysteemDe verbinding tussen kookplaat en ventilator kan met een exibele slang of een plat kanaal tot stand worden gebracht.De afzuigcomponenten van een van deze twee varianten is bij de kookplaat bijgevoegd en deze worden overeenkomstig de afbeelding in elkaar gestoken. Het platte kanaal indien nodig met een jne zaag inkorten..Belangrijk: Alle componenten moeten na het in elkaar steken met het bijgevoegde plakband zoals afgebeeld worden afgeplakt.accddeebVentilatorAfzuigluchtkanaal-componenten (inclusief)Variant plat kanaalVariant exibile slangofofofabcdeAfdichtingstapePlint lter (optioneel):gfActieve kool lterBetreffende puntHet exibele verbindingselement wordt bij een werkbladdiepte van 600 mm gebruikt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch KMI8500.0WR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Kuppersbusch
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis