Kuppersbusch GKE 9851 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch GKE 9851 (24 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch GKE 9851 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | GKE 9851 |
Handleiding Kuppersbusch GKE 9851 – volledige tekst
Geachte klant,U heeft een van onze produkten gekocht en wij danken u van harte hiervoor. Wij zijn ervan overtuigd dat dit nieuw apparaat dat modern, functioneel en praktisch is en datvervaardigd is van de beste kwaliteitsmaterialen op de beste wijze aan uw wensen zal voldoen. Het gebruik van dit apparaat is gemakkelijk maar vooraleer het de eerste keer te gebruiken is het belangrijk om aandachtig dit boekje door te nemen. Op die manier worden de beste resultatengegarandeerd.Deze instructies zijn alleen geldig voor de landen van bestemming waarvan de afkortingenvermeld worden op de omslag van dit instructieboekje en op het etiket van het apparaat.
De constructeur is niet verantwoordelijk voor eventuele schade aan voorwerpen of personen dievoortvloeit uit een niet correcte plaatsing of uit een verkeerd gebruik van het apparaat.INSTRUCTIES EN RAADGEVINGEN VOORHET GEBRUIK, DE INSTALLATIE EN HETONDERHOUD VAN DE INBOUWPLAATGAS TOUCH CONTROLMODEL: GKE 6840.0 M-NL - GKE 9851.0 M-NL COD. 04065G3KUPNA0 - 04.11.2010 De fabrikant is niet verantwoordelijk voor mogelijke onnauwkeurigheden die te wijten zijn aan druk- of transcriptiefouten die voorkomen in dit boekje. Ook de esthetiek van de weergegeven afbeeldingen is uitsluitend indicatief. De fabrikant behoudt zich het recht voor om aan zijn produkten wijzigingen aan tebrengen die hij nodig of nuttig acht, ook in het belang van de gebruiker, zonder hierbij afbreuk te doen aande belangrijkste functionaliteits- en veiligheidskarakteristieken.
BESCHRIJVING KOOKPLATENPCZ ITC2 1 Supersnelle brander van 3350 W 2 Snelle brander van 2800 W 3 Halfsnelle brander vooraan links van 1350 ÷ 1400 W 4 Halfsnelle brander achteraan links van 1750 W 5 Hulpbrander van 1000 W6 Rooster 1F 7 Rooster 2FKookplaat uitgerust met een elektronisch besturingssysteem van de branders, voorzien van touch panel.Opgelet: dit apparaat werd ontworpen voor huishoudelijk gebruik, voor huishoudelijke omgeving en voor privé-personen. Het moet gebruikt worden door volwassenen en bekwame personen. Het is dus aan te raden om geen kinderen in de nabijheid te laten die ermee willen spelen. Tijdens hetgebruik kunnen de toegankelijke zijdelen van het apparaat gevoelig opgewarmd worden.
Kinderen en personen die niet zelfredzaam zijn moeten gedurende het gebruik gecontroleerdworden zodanig dat deze niet aan de warme oppervlakken komen of in de nabijheid komen van hettoestel in werking.
3GEBRUIK 1 - Toets - brander 32 - Toets + brander 3 3 - Toets - brander 44 - Toets + brander 45 - Toets - brander 26 - Toets + brander 27 - Toets - brander 58 - Toets + brander 59 - Toets - brander 110 - Toets + brander 111 - Klok-toets12 - Toets - programmering uurwerk13 - Toets - programmering uurwerk14 - Toets security block15 - ON/OFF-toets16 - Indicator positie brander in werking17 - Display timer18 - Display debietniveau (0 ÷ 9)FUNCTIES ter beschikking van de gebruiker/van de installateur:de voornaamste functies van het toestel zijn:• standby modaliteit (branders uit, toetsenbord actief) • Blokkering toetsenbord voor de bescherming tegen ongewenst aansteken/instellen • Afstelling van het debiet van elke brander op 9 niveaus • Security block met handmatige herinstelling bij middel van de procedure van deblokkering van hettoetsenbord • Procedure voor de afstelling van het debiet van elke brander op minimumniveau (enkel voorinstallateur!) • Instellen van het soort gebruikte brandstof: methaan/gpl (enkel voor de installateur!) • Instellen van de tijd van uitdoven voor elke brander • Maximumduur van werking voor elke brander vooringesteld in het FLASH geheugen en gelijk aan 4uren • Meting van de temperatuur op de elektronische fiche • Beheer van de onregelmatigheden/storingen bij middel van codering afgebeeld op het display.
1) BRANDERS Op het kookoppervlak is er boven elke toets een serigrafisch schema voorzien waarop vermeld is met welkebrander de toets overeenkomt. Na het openen van de gaskraan of de gasfles, de branders aansteken zoalsverder beschreven. Aanzetten van de kookplaatOm de kookplaat aan te zetten is het nodig om de ON/OFF-toets ononderbroken in te drukken gedurendetenminste 2 seconden. De kookplaat wordt aangezet en de displays die betrekking hebben op de branderszullen het nulniveau aanduiden, wat overeenkomt met gedoofde branders. Aanzetten van een branderOm een brander aan te zetten de + toets van de brander die men wenst aan te zetten indrukken en loslaten;men heeft nu 3 seconden ter beschikking om opnieuw de + toets in te drukken en de brander aan te zetten op niveau 9. Anders duwt men de - toets in en en wordt de brander aangezet op niveau 5.
Hetcontrolesysteem voert maximum drie aanzetpogingen uit met een interval van 10 seconden. Na een derde gemiste poging van aanzetten blokkeert de brander, en de overeenkomstige Led visualiseertde letter “b”. Om de brander te deblokkeren dient men de speciale procedure te raadplegen die hierna wordtuiteengezet. Elke brander waarvoor de overeenkomstige tijdschakelklok niet werd ingesteld gaat automatisch uit na 4 uurononderbroken werken. Het aangaan van de brander wordt ook gesignaleerd door de overeenkomstige indicator die actief zal blijventijdens de gehele periode waarin de brander zal aanblijven. Afstellen van het niveau van de vlam van een branderMet de brander aan dient men de + toets in te drukken om het debietniveau te verhogen, viceversa dientmen de - toets in te drukken om het debietniveau te verlagen.
Om een voortdurende wijziging te bekomenvan het debietniveau is het nodig de + of - toets ingedrukt te houden en deze los te laten bij het gewensteniveau. Het debietniveau kan variëren van 1 tot 9.
Afzetten van een branderOm een brander af te zetten is het nodig om tegelijkertijd de respectieve toetsen + en – in te drukken opkortstondige wijze. De overeenkomstige Led zal gedurende enkele minuten de letter “H” (hot) afbeelden omte verwittigen dat de brander warm is. Afzetten van alle branders Om alle branders tegelijk af te zetten volstaat het om kortstondig de ON/OFF-toets in te drukken, op diemanier wordt de kookplaat in de OFF-toestand gebracht. GEBRUIK4.
5GEBRUIKProgrammeren van de tijd van afzetten van de branderHet is mogelijk om op onafhankelijke manier voor elk van de branders een tijd in te stellen waarna de brander automatischuitgaat. Om het programmeren van de timer van een brander in te stellen moet men de Klok-toets (11) indrukken. Op hetbedieningspaneel waar de plaats van de brander weergegeven wordt met een led, zal de indicator van de brander 3aangaan om aan te geven dat de brander 3 op dit moment geselecteerd is voor programmering. Met de toetsen 12 en 13(- en + van het programmeren klok) is het mogelijk de brander te selecteren die afgesteld moet worden. De geselecteerdebrander wordt herkend door de overeenkomstige indicator die knippert. Het display timer zal 0. 00 afbeelden om aan teduiden dat de timer overeenkomstig de geselecteerde brander niet actief is.
Om het programmeren van de tijd vanafzetten van de geselecteerde brander in te stellen, moet men opnieuw op de Klok-toets (11)drukken; het display van detimer zal 0. 00 afbeelden. Het knipperend cijfer links van het punt zal de uren aanduiden, het cijfer rechts de minuten. Doorhet indrukken van de toetsen 12 en 13 (- en + van het programmeren klok) is het mogelijk het aantal werkingsuren teverhogen of te verlagen van 0 tot 9. Door de toetsen 12 en 13 ingedrukt te houden (- en + van het programmeren klok)gebeurt de wijziging van het aantal uren op continue wijze. Om het aantal minuten te specificeren moet men opnieuw de Klok-toets indrukken (11). Het geknipper van de cijfers wordtgeactiveerd rechts van het scheidingspunt. Om de minuten in te stellen tewerk gaan zoals aangeduid voor de uren.
Tijdens het programmeren van de tijd is het mogelijk om op elk moment de huidige instelling op nul te zetten door tegelijkde toetsen 12 en 13 in te drukken (- en + van het programmeren klok). Een tijd gelijk aan nul desactiveert detijdschakelklok van de brander. Om de tijd die afgebeeld is op het display te bevestigen moet men de Klok-toets indrukken(11).
Nu blijven enkel de seintoestellen knipperen van de branders waarvan de tijdschakelklok actief is. Door de Klok-toets (11) in te drukken is het mogelijk om opnieuw in de programmeringsmodaliteit van de timers te gaanom de tijd af te beelden die overblijft tot het afzetten of om de huidige instellingen te wijzigen. Als gedurende deprogrammering geen enkele toets wordt ingedrukt voor een periode van meer dan 10 seconden, wordt deprogrammeringprocedure automatisch onderbroken en zal de hoofdafbeelding terugkeren. Wijzigingsinstellingen dieeventueel aan de gang zijn op de geselecteerde brander gaan niet verloren en de overeenstemmende timer zal actief zijn. De timer kan geprogrammeerd worden zowel met de brander uit als met de brander aan en de telling begint onmiddellijkte lopen na de bevestiging van de ingestelde tijd.
Bij het verstrijken van het tellen zal de ingestelde brander uitgaan entegelijk wordt gedurende 30 seconden, een reeks van geluidsimpulsen voortgebracht (de geluidssignalering kan wordenstopgezet door het indrukken van de Klok-toets (11). Het afzetten van een brander door gebruiker bepaalt het desactiveren van de overeenkomstige timer. Het afstellen van de klokDoor onderbrekingen van de voeding zal het nodig zijn het afgebeelde uur van de interne klok van de kookplaat in testellenOm de klok af te stellen is het nodig tegelijkertijd de 14 en 11 gedurende tenminste 3 seconden. Het knipperend cijfer links van het punt zal de uren aanduiden, het cijfer rechts de minuten. Door het indrukken van detoetsen 12 of 13 is het mogelijk het aantal uren te verhogen of te verlagen en door de toetsen 12 of 13 ingedrukt te houdenis de wijziging van het aantal uren op continue wijze mogelijk.
Om de minuten af te stellen moet men opnieuw de Klok-toets (11) indrukken. Het geknipper van de cijfers wordtgeactiveerd rechts van het scheidingspunt en voor het wijzigen van de minuten gaat men tewerk zoals aangeduid voor deuren.
Door daarna de Klok-toets (11) in te drukken zal het ingestelde uur in het geheugen opgeslagen worden. Deblokkeren van de branderHet display van de branders die geblokkeerd zijn beeldt de letter “b” af. Het deblokkeren gebeurt als de toetsen 1 en 14tegelijkertijd en gedurende tenminste 2 seconden ingedrukt worden. Op het eind van het deblokkeren zullen de brandersheringesteld worden op het niveau 0, klaar om opnieuw te worden aangezet. N. B: Als de deblokkeringsprocedure zich 5 keer na mekaar zou herhalen tijdens een periode van 15 minuten zal hetapparaat FLT06 afbeelden en zal geen enkele poging tot deblokkering nog worden aanvaard gedurende de volgende 15minuten. Blokkering van het toetsenbordWordt geactiveerd door gedurende tenminste 2 seconden enkel de toets 14 in te drukken. Alle niveaus van de branderszullen op het huidige niveau blijven.
De toestand van blokkering van het toetsenbord manifesteert zich met het aangaanvan decimaalpunten op het display van het debiet dat overeenkomt met elke brander. Tijdens de blokkering van hettoetsenbord is het niet meer mogelijk de niveaus van de branders te wijzigen of de instellingen van de timer te veranderenmaar het is in elk geval mogelijk de kookplaat af te zetten door het indrukken van de ON/OFF-toets (afzetten in veiligheid). Het is niet mogelijk om een geblokkeerde brander te deblokkeren terwijl de blokkering van het toetsenbord actief is. Hetzal dus nodig zijn het toetsenbord te deblokkeren vooraleer de procedure van deblokkering van de branders uit te voeren. Deblokkeren van het toetsenbordHet toetsenbord wordt gedeblokkeerd door gedurende tenminste 2 seconden de toetsen 14 en 2 in te drukken.
6WAARSCHUWINGEN:- tijdens het gebruik van de branders mag men het apparaat niet onbewaakt achterlaten enmoet men erop letten dat geen kinderen in denabijheid zijn. Men dient er in het bijzonder op te letten dat handvaten van potten/pannen correct geplaatst zijn en men dient extraaandacht te besteden aan voedsel dat olie en vet nodig heeft voor het koken omdat ditgemakkelijk ontvlambaar is. - Geen spray gebruiken in de nabijheid vanhet apparaat als dit in gebruik is.- Potten en pannen niet over de glasplaat slepenom krassen te vermijden. - Als een barst wordt opgemerkt op het glasoppervlak moet men het apparaat onmiddellijk uitschakelen van hetelectriciteitsnet . - Het werkvlak niet als steunvlak gebruiken. - Erop letten dat geen potten of pannen met een onstabiele of vervormde bodem op de brander worden geplaatst, teneinde ongelukken te vermijden door morsen ofoverlopen van vloeistof.
7GEBRUIKNota’s:bij het gebruik van een apparaat op gas wordt warmte en vochtige lucht geproduceerd in de plaats van installatie. Zorg er dus voor dat het vertrek goed geventileerd wordt door de natuurlijkeventilatieopeningen (fig. 1) vrij te houden en door het mechanisch beluchtingsapparaat aan te zetten(wasemkap of elektroventilator fig. 2 en fig. 3). Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan het nodig zijn om extra ventilatie te voorziendoor bijvoorbeeld een raam open te zetten of door ervoor te zorgen dat er een betere beluchting is via het verhogen van het vermogen van het bestaande mechanische beluchtingsapparaat, indienaanwezig. FIG. 1 FIG. 2 FIG. 3(*) LUCHTSTROMING: ZIE HET HOOFDSTUK INSTALLATIE (PARAGRAAF 5 EN 6)
8REINIGINGOPGELET: vooraleer het apparaat te reinigen moet het afgekoppeld worden van het gas- enelectriciteitsnet.2) WERKOPPERVLAK Om het vitrokeramisch oppervlak glanzend te houden is het aan te raden om het glazen oppervlak, voor gebruik, te behandelen met een produkt op basis van siliconen, zo wordt via de beschermlaag het oppervlak beschermd tegen water en vuilheid. Het beschermingslaagje is nietblijvend en moet dus regelmatig vernieuwd worden. Het is heel belangrijk om na elk gebruik hetoppervlak te reinigen terwijl het glas nog warm is. Voor het schoonmaken geen gebruik maken van metalen sponsjes, schurende stoffen of zuresprays.Volgens de vuilheidsgraad raadt men het volgendeaan: - gebruik voor lichte vlekken een natte spons. - Gebruik voor resistent en aangekoekt vuil eenschrapertje (fig. 4) dat niet bijgeleverd is maar dat gemakkelijk te vinden is in de handel.
Dit moet met aandacht gebruikt worden want het kanverwondingen veroorzaken. - Gebruik voor vloeistof dat overgelopen is van depotten en pannen azijn en citroen. - Laat tijdens het koken geen suiker en gesuikerdeetenswaren vallen op het oppervlak. Mocht dittoch gebeuren zet dan de kookplaat af en maakonmiddellijk schoon met warm water; gebruikeen schrapertje op de nog warme vlekken. - Met de tijd kunnen verkleuringen optreden of metalen weerspiegelingen omwille van slechtreinigen en omwille van onjuiste bewegingen vande potten en pannen. Deze krassen zijn moeilijk teverwijderen maar deze verhinderen niet de goedewerking van uw kookplaat.- Gebruik geen stroomstralen voor het reinigen vanhet apparaat.FIG. 4
9FIG. 5REINIGINGOp dezelfde manier de roosters en kapjes in email wassen “C”, de branderkoppen “M” (zie fig. 5), de ontstekingsbougies “AC” en de bougies van devlamsensoren “TC” (zie fig. 6). Ze worden niet in deafwasmachine gewassen. De reiniging moet uitgevoerd worden als het werkoppervlak en de onderdelen niet meer warm zijn en men mag hierbij geen gebruik maken van metalen sponsjes, schurende stoffen of zuresprays. Azijn, koffie, melk, zout water en citroen- of tomatesap mogen niet langdurig in contact blijvenmet de oppervlakken.WAARSCHUWINGEN: bij het opnieuw monteren van de onderdelen moet men zich strikt aan de onderstaandeaanbevelingen houden: - controleren of de spleten van de branderkoppen “M” (fig. 5) niet verstopt zijnmet vreemde bestanddelen. - Controleer of de kapjes in email “C” (fig. 5) correct op de branderkop geplaatst zijn.
Hieraan is voldaan als het kapje dat op debranderkop geplaatst is perfect stabiel is. - Voor het reinigen van het apparaat geenstroomstralen gebruiken. - Om problemen te vermijden bij het ontstekenmoet men regelmatig zorgen voor een grondig schoonmaken van de ontstekingsbougies(keramiek en elektrode)en van de bougies vande vlamsensoren.FIG. 6
10INSTALLATIETECHNISCHE INSTRUCTIES BESTEMD VOOR DE INSTALLATEURSDe installatie, alle afstellingen, de veranderingen en het onderhoud waarover sprake in dit gedeeltemogen uitsluitend uitgevoerd worden door technici die op dit vlak bekwaam zijn. Een verkeerde installatie kan schade berokkenen aan personen, dieren of voorwerpen en deconstructeur kan hiervoor niet verantwoordelijk worden gesteld. De automatische beveiligings- of afstellingsvoorzieningen van het apparaat kunnen gedurende de levensduur van de installatie enkel en alleen veranderd worden door de constructeur of door deleverancier die hiertoe geautoriseerd is. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEUR ●Het toestel werd ontworpen om op volle kracht te werken voor minder dan 24 uur (systeem van nietvoortdurende werking).
Het bereiken van deze limiet veroorzaakt een regelingstop om het apparaat toe telaten de eigen doeltreffendheid te controleren. ●Deze automatische inrichting is een veiligheidsinrichting en mag niet gewijzigd worden. Geknoei heeft totgevolg dat elke verantwoordelijkheid van de constructeur en van de garantie vervalt. ●Respecteer de Nationale en Europese wetgeving met betrekking tot elektrische veiligheid die vantoepassing zijn (vb. EN 60335-1/EN 50165). ●Controleer goed de kabels vooraleer in werking te stellen: een verkeerde bekabeling kan het apparaatschaden en kan de veiligheid van het toestel in gevaar brengen. ●Enkel in afwezigheid van spanning de kookplaat in- en uitschakelen. ●Vermijdt het ontploffen van het apparaat door waterdruppels te laten vallen. ●Vermijdt dat zekeringskabels tezamen worden geplaatst met hoogspanningskabels van deontstekingstransformator.
●Controleren of geen voorwerpen aanwezig zijn op de kookplaat, in het bijzonder op het gedeelte met hetbedieningspaneel. ●Na het aanzetten van de kookplaat enkele seconden wachten totdat de procedure van automatischkalibreren van het toetsenbord voltooid is.
●In geval van “gedeeltelijke” kortsluiting of van onvoldoende isolatie tussen elektriciteitslijn en aarde, kan de spanning op de elektrodemeter afnemen totdat de blokkeringsstop van het apparaat veroorzaakt wordtomwille van de onmogelijkheid om het vlamsignaal vast te stellen. ●Het laagspanningscircuit (ELV) is niet veilig voor aanraking (enkel hoofdisolatie in overeenstemming met EN 60730-1), de installatie moet daarom de bescherming garanderen tegen elektrische schokkenequivalent aan een dubbele isolatie voor de gebruikersinterface. FIG. 7 FIG. 8TE RESPECTEREN AFMETINGEN (in mm) A B C D E 4F (60) 553 475 62. 5 62. 5 55 min. 5F (90) 833 475 62. 5 62. 5 55 min.
113) PLAATSING VAN DE PLAATNadat men de buitenverpakking heeft verwijderd ennadat men de binnenverpakking heeft weggehaaldvan de verschillende losse delen moet vooreerst devolledigheid van de plaat worden gecontroleerd. Ingeval van twijfel het apparaat niet gebruiken en zichwenden tot personeel dat op dit vlak bekwaam is. Laat de resten van de verpakking (karton,zakjes, piepschuim, nagels. ) niet onbewaakt in huis achter of in het handbereik van kinderenwant ze kunnen gevaar inhouden. Men dient een opening te maken in het bovenbladvan het meubel met afmetingen zoals weergegevenin fig. 7 en men moet hierbij rekening houden met de kritieke afmetingen van de ruimte waar hetapparaat moet worden geplaatst (zie fig. 8). Deze inbouwkookplaat behoort tot de klasse 3 en is dus het voorwerp van voorschriften voorzien door de normen voor dergelijkeapparaten.
Men meldt de installateur dat het apparaat met een enkele zijwand (rechts of links van de kookplaat)kan geplaatst worden die hoger is dan de kookplaat en die geplaatst is op een minimumafstand zoalsbeschreven in de onderstaande tabel. 4) VASTMAKEN VAN DE PLAAT Met de plaat is een zelfklevend speciaal rubbertje meegeleverd om elke infiltrering in het meubel tevermijden. Om dit rubbertje correct te plaatsen dient men op scrupuleuze wijze de volgendeaanwijzingen te volgen: - verwijder alle losse delen van de plaat. - Het rubbertje afsnijden in 4 delen van de nodigelengte zodanig dat deze op de 4 boorden van deglasplaat kunnen worden geplaatst. - De plaat omdraaien en deze precies op de zelfklevende kant van het rubbertje “E” (fig. 9) plaatsen zodanig dat de buitenkant van het rubbertje perfect aansluit met de perimetrale buitenboord van het glas.
De uiteinden van de reepjes moeten perfect aansluiten en mogenmekaar niet overlappen. - Het rubbertje op uniforme en veilige manier vastplakken aan het glas en erop duwen met devingers.
- De kookplaat in de gemaakte opening van het meubel plaatsen met behulp van de specialeschroeven “F” van de bevestigingsbeugels “G” (ziefig. 10). - Om tijdens de werking mogelijke contacten tevermijden met het oppervlak van de behuizing van het verwarmde vlak, is het nodig een houten afscheiding aan te brengen die vastgemaakt ismet schroeven op een afstand van 70 mm van detop (fig. 7). - Om dit produkt vast te hechten aan desteunstructuur is het wenselijk geen mechanische of elektrische schroevedraaiers te gebruiken en om een lichte handdruk uit te voeren op debevestigingshaken. INSTALLATIE FIG. 9 FIG. 10 LET OP: het glas niet direct op het meubel plaatsen, maar de onderkant van dekookplaat moet op het meubel rusten.
12BE L ANG RIJK EINS TA L L AT I EVOO RSC H RIFTE N Men meldt de installateur dat het apparaat geplaatst kan worden met een enkele zijwand (rechts of links van de kookplaat) die hoger is dan de kookplaat en die geplaatst is op een minimumafstand zoals getoond in figuur 7. Bovendien moeten de achterwand en deaangrenzende en omliggende oppervlakkenbestendig zijn tegen een oververhitting van 65 K. De kleefstof die de gelamineerde kunststofplaataan het meubel kleeft moet bestendig zijn tegen tempera turen van minimum 150 °C o m tevermijden dat de bekleding zelf loskomt. De installatie van het apparaat moet gebeurenovereenkomstig de van kracht zijnde normen. Dit apparaat is niet verbonden aan een apparaat dat zorgt voor de afvoe r van verbrandingsprodu kten. Het moet dus aangesloten word en overeen komst ig deinstallatievoorschriften hierboven.
Er moet extra aandacht besteed worden aan de hierondervermelde voorzorgen die betrekking hebben opventilatie en beluchting. 5) VENTILATIE VAN DE VERTREKKENOm een correcte functionering van het apparaat te garanderen is het noodzakelijk dat het geplaatst wordt in een ruimte met permanente ventilatie. De benodigde hoeveelheid lucht is deze die nodig isvoor de reguliere verbranding van het gas en voor de nodige luchtverversing in het vertrek zelf. Het volume hiervan mag niet kleiner mag zijn dan 20 m3. De natuurlijke luchtstroom moet plaatsvinden via permanente luchtinlaatopeningen die voorzien zijn in de wanden van het te ventileren vertrek en die naar buiten gericht zijn en ze moeten correct gedimensioneerd zijn met een minimumdiameter van 100 cm2 (zie fig. 3). Deze openingen moeten zodanig gemaakt worden dat ze niet verstoptkunnen raken.
Ook een indirecte ventilatie is toegelaten door deafname van lucht uit aangrenzende vertrekken aan deze die geventileerd moet worden. Hiermee moeten de voorgeschreven en van kracht zijndenormen uitdrukkelijk worden nageleefd.
6) PLAATS EN BELUCHTING De kookplaten met gas moeten steeds voorzienzijn van een afvoer van verbrandingsprodukten viawasemkappen die verbonden zijn met een schouw met natuurlijke trek, met rookkanalen of dierechtstreeks naar buiten gericht zijn (zie fig. 2). In geval geen wasemkap mogelijk is is het gebruik van een ventilator toege laten. Deze mo et geplaatst zijn in de nabijheid van een venster of dicht bij een buitenwand en moet gelijktijdig met het apparaat in werking worden gesteld (zie fig. 3), mits het respecteren van de voorschriftenbetreffende ventilatie die opgesomd zijn in de vankracht zijnde normen. INSTALLATIE.
137) GASAANSLUITINGVooraleer het apparaat aan te sluiten moet men controleren of de gegevens op het etiket, aangebracht op de achterkant van de kap, co mpat ibel zi jn met d eze van hetgasdistributienet. Een etiket afgedrukt van dit boekje en een etiket aangebracht op de achterkant van de kap vermelden de afstellingsvoorwaarden vanhet apparaat: gassoort en werkingsdruk. Als de gasverdeling gebeurt via het gasnet, moet het apparaat aangesloten zijn op deinstallatie die gas aanvoert: ●wel met een harde stalen leiding volgens de voorschriften die van kracht zijn, waarvan de verbindingen moeten gerealiseerd worden bijmiddel van schroefverbindingen volgens de normEN 10226. ●Met een koperen leiding die voldoet aan de plaatselij ke vo orsc hr if ten, waarvan de verbindingen moeten gerealiseerd worden bij middel van koppelingen met sleepringafdichtingdie voldoet aan de plaatselijke voorschriften.
●Met een roestvrij stalen slang met glad oppervlakdie aan de plaatselijke voorschriften voldoet en waarvan de lengte van de slang maximaal 2meter bedraagt in extensie en met een afdichting die voldoet aan de plaatselijke voorschriften. Deze slang moet zodanig geplaatst zijn zodat deze geen bewegende d el en van het inbouwmeubel raakt (bijvoorbeeld laden) en ze mag geen gebieden doorlopen die verstoptkunnen geraken. Als het gas op directe wijze voorzien wordt door middel van een gasfles, moet het apparaat dat gevoed wordt aangesloten worden met een drukregelaar die aan de plaatselijke voorschriftenvoldoet: ●met een koperen leiding die voldoet aan de plaatselij ke vo orsc hr if ten, waarvan de verbindingen moeten gerealiseerd worden bij middel van koppelingen met sleepringafdichtingdie voldoet aan de plaatselijke voorschriften.
Deze slang moet zodanig geplaatst zijn zodat deze geen bewegende d el en van het inbouwmeubel raakt (bijvoorbeeld laden) en ze mag geen gebieden doorlopen die verstopt kunnen geraken. Het is aan te raden om op de slang een speciale adapter te plaatsen die gemakkelijk in de handel te verkrijgen is en die de verbinding vergemakkeli jkt met hetaansluitstuk van de drukregelaar die gemonteerdis op de gasfles. Na aansluiting dient men met een zeepoplossingna te gaan of er geen lekkages zijn, nooit met eenvlam. WAARSCHUWINGEN: - men herinnert eraan dat de verbindingen van de gast oevoer van het apparaatschroefverbindingen 1/2” kegelvormig zijn envoldoen aan de norm EN 10226. - Het apparaat voldoet aan de voorschriftenvan de Europese Richtlijn: CEE 2009/142 + 93/68 met betrekking totgasveiligheid.
148) ELEKTRISCHE AANSLUITING De elektrische aansluiting moet gebeuren overeenkomstig de normen en de van krachtzijnde wetsvoorschriften. - Vooraleer de aansluiting uit te voeren controleren of de stekker of installatie correct geaard is volgens de normen en volgens de van krachtzijnde wetsvoorschriften. Elke verantwoordelijkheidwordt afgewezen voor het niet in acht nemen vandeze voorschriften. Als de aansluiting op het voedingnet gebeurtvia het stopcontact: - op de voedingskabel “C”, indien niet voorzien, een genormaliseerde stekker plaatsen die aangepastis aan de voltage aangeduid op het etiket. - De kabels aansluiten volgens het schema van fig. 11 en de overeenkomsten hieronderrespecteren:letter L (fase) = kabel bruine kleur;letter N (neutraal) = kabel blauwe kleur; symbool aarde = kabel groen-gele kleur. - De voedingskabel plaatsen zodat nergens eenoververhitting van 75 K mogelijk is.
- Voor de aansluiting geen reductoren, adapters of aftapmokken gebruiken die een slecht contact kunnen veroorzaken en daar opvolgendegevaarlijke oververhitting. - N a h et in b o u we n mo e t h et s t o p co n ta c ttoegankelijk zijn. Als de aansluiting rechtstreeks op hetelektriciteitsnet gebeurt:- een eenpolige contactschakelaar plaatsen tussen het apparaat en het elektriciteitsnet ged imensioneerd volgens het apparaat en overeenkomstig de van kracht zijndeinstallatienormen. - Zich herinneren dat de aardingskabel niet ond erbroken mag worden van decontactschakelaar. - Als alternatief kan de elektrische aansluiting ookbeschermd worden bij middel van een differentiëlschakelaar met hoge gevoeligheid. Het is sterk aan te raden om de specialeaardingskabel (kleur groen-geel) te verbinden meteen goede aardingsinstallatie.
De constructeur wijst elke verantwoordelijkheid af voor schad e geled en doo r personen o fvoorwerpen veroorzaakt door het niet naleven vanonderstaande voorschriften of voortkomend uit hetgeknoei met een onderdeel van het apparaat.
15AFSTELLINGEN EN VERANDERINGEN De afstellingen hierna opgesomd zijn enkel voorbehouden aan technisch gekwalificeerdeinstallateurs. Op het eind van de afstellingen of voorafstellingen moeten eventuele verzegelingen uitgevoerdworden door de technicus. Het afstellen van primaire lucht is niet nodig op onze branders. 9) AFSTELLINGSPROCEDURE MINIMAAL DEBIET VAN DE BRANDERSDe procedure voor het bekomen van minima maakt het mogelijk het vooraf ingestelde minimum te wijzigen door het aanpassen van elke brander aan de karakteristieken van het gasdistributienet waaraan dekookplaat verbonden is. De procedure activeert zich als tegelijkertijd de toetsen + en - van de brander 3 en de toetsen + en - van debrander 1 (in het model 5F) en de toetsen + en - van de brander 5 (in het model 4F) gedurende 3 secondenworden ingedrukt, met de branders allen af (stand-by).
Het activeren van de afstellingsprocedure wordt gesignaleerd op het display met het opschrift “MIN”. Het isnu mogelijk de brander te selecteren die men wil afstellen door te drukken op de toetsen 12 en 13 (- en +van het programmeren van de klok). Na het bevestigen met de Klok-toets (11) zal de geselecteerde branderworden aangezet op het minimum en zal het mogelijk zijn om het debiet te verhogen of te verlagen door respectievelijk de toetsen + en - van de brander in te drukken. Tijdens de afstellingsprocedure zullen de displays van het vlamniveau - afbeelden als het minimum dat afgesteld is overeenstemt met defabrieksinstellingen en op knipperende wijze ^ of v als men respectievelijk een hoger of lager debiet heeftdan dit dat vooraf ingesteld is. Om het gewenste minimumdebiet te bevestigen is het nodig de Klok-toets (11) in te drukken.
Het opschrift“MIN” zal aanwezig blijven en geen enkele van de led zal knipperen; nu is het dus mogelijk om de Klok-toets(11) in te drukken om uit de procedure te gaan of de toetsen 12 en 13 om een andere brander te selecterenen het minimumdebiet in te stellen.
De niveaus van minimumdebiet worden dus verworven en opgeslagenin het geheugen van het apparaat, ze zullen gebruikt worden bij een normaal gebruik van de kookplaat (ziefig. 12). Keuze van de gebruikte brandstofMen kan de kookplaat configureren voor het werken met metaangas of gpl. Om de procedure te activerenvoor de keuze van de gebruikte brandstof is het nodig dat de kookplaat aan is en dat alle branders uit zijn. Het volstaat om tegelijkertijd de toetsen - van de brander 3, - van de brander 4 en de toets 12 in te drukken gedurende tenminste 2 seconden. Het begin van de keuzeprocedure van het soort gas manifesteert zichmet het uitgaan van de displays van de niveaus van de branders en met het verschijnen op de displays van de timer van het opschrift “Met” of “Gpl”, naargelang de huidige configuratie. De gewenste instelling kangekozen worden door gebruik te maken van de toetsen 12 en 13.
Om de procedure te voltooien moet deoperator de Klok-toets (11) indrukken Het activeren van deze functie brengt het wissen mee van eventuele tijden van afzetten diegeprogrammeerd zijn voor de branders (zie fig. 12). HET AFSTELLEN VAN PRIMAIRE LUCHT IS NIET NODIG OP DE BRANDERS. FIG. 12.
16AFSTELLINGEN EN VERANDERINGEN10) VERVANGEN SPROEIERS De branders zijn aanpasbaar aan verschillende soorten gas en daartoe moeten de gepaste sproeiers worden gemonteerd volgens het soort gas dat gebruikt wordt. Om dit uit te voeren debranderkop weghalen en met een rechte sleutel “B” de sproeier “A” losdraaien (zie fig. 13) en dezevervangen met een sproeier die geschikt is voor hetnieuwe soort gas. Het is aan te raden om de sproeier stevig teblokkeren. Na de bovenstaande vervangingen te hebben uitgevoerd zal de technicus de nodige afstellingen van de branders moeten uitvoeren zoals beschreven in paragraaf 9. Eventuele onderdelen voor het afstellen of het voorafstellen zullen moeten verzegeld worden en op het toestel moet het etiket worden aangebracht overeenkomstig de nieuweuitgevoerde afstellingen, ter vervanging van het bestaande.
17AFTSTELLINGEN EN VERANDERINGENAfbeelden van de temperatuur binnenin de kookplaatOp de elektronische fiche is een temperatuurmeter aanwezig waarmee het mogelijk is om rechtstreeks ophet display van de timer de temperatuur binnenin de kookplaat te meten. Het afbeelden activeert zich doortegelijkertijd en continu gedurende tenminste 3 seconden de toetsen + en - van de brander 3 in te drukken en de toetsen 12 en 13 . In deze toestand is het niet meer mogelijk om de toets 11 te gebruiken eninstellingen uit te voeren met betrekking tot het programmeren van tijden van afzetten van een brander. Dezelfde opeenvolging van toetsen voor het afbeelden van de temperatuur binnenin moet gebruikt wordenom deze tegen te gaan. Elektronische zelfdiagnose De elektronische fiches voeren een voortdurende controle uit van de werkelijke toestand.
Het apparaat gaat in een “veilige” toestand waarin deelektroventielen uitgaan en waarbij op de displays een codering verschijnt overeenkomstig het soort defect.Soort onregelmatigheid Codering afgebeelde foutEnkele brander en bloc BWoekervlam/onregelmatigheid circuitvlamdetector op enkelebranderFOnregelmatigheid ventielcircuitvoornaamste Flt00Onregelmatigheid circuit referentiespanning Flt00Onregelmatigheid watchdog-circuit Flt02Onregelmatigheid luiken microcontroller Flt03Eeprom onregelmatigheid Flt04Onregelmatigheid besturingscircuit zekerheden Flt05Overschrijding maximumlimiet met 5deblokkering in 15 minuten Flt06Onregelmatigheid voedingscircuit Flt08Onregelmatigheid resonator/Algemeneonregelmatigheid Flt09Alle branders in toestand van blokkering Flt0ACommunicatiefouten in de controlelogica Flt0[Fout in de controle van het toetsenbord Flt0E
19ONDERHOUD Vooraleer elke onderhoudshandeling uit tevoeren moet de elektrische- en gasvoeding vanhet apparaat worden afgesloten. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEUR●Het toestel werd ontworpen om op volle kracht tewerken voor minder dan 24 uur (systeem van niet voortdurende werking). Het bereiken van deze limiet veroorzaakt een regelingstop om hetapparaat toe te laten de eigen doeltreffendheid tecontroleren. ●Deze auto matische inrichting is een veiligheid sinr icht ing en mag niet gewi jz igd word en. Geknoe i brengt mee dat elke verantwoordelijkheid van de constructeur en vande garantie vervalt. ●Respecteer de nationale en Europese wetgeving met betrekking tot elektrische veiligheid die vantoepassing is (vb. EN 60335-1/EN 50165). ●Controleer goed de kabels vooraleer in werking te stellen: een verkeerde bekabeling kan hetapparaat schaden en de veiligheid van het toestelin gevaar brengen.
●De kookplaat enkel bij afwezigheid van spanningin- en uitschakelen. ●Vermijdt dat het apparaat ontploft door het latenvallen van waterdruppels. ●Vermijdt dat zekeringskabels tezamen worden geplaatst met hoogspanningskabels van deontstekingstransformator. ●Controleer of geen voorwerpen aanwezig zijn opde kookplaat, in het bijzonder op het gedeelte methet bedieningspaneel. ●Wacht enkele seconden na het aanzetten van de kookplaat totdat de procedure van automatischkalibreren van het toetsenbord voltooid is. ● In geval van “gedeeltelijke” kortsluiting of van onvoldoende isolatie tussen elektriciteitslijn en aarde, kan de spanning op de elektrodemeter afne men totdat de blo kke ringsstop van het apparaat wordt veroorzaakt omwille van deonmogelijkheid om het vlamsignaal vast te stellen.
●Het laagspanningscircuit (ELV) is niet veilig voor aanraking (enkel hoofdisolatie inovereenstemming met EN 60730-1), de installatie moet daarom de bescherming garanderen tegenelektrische schokken equivalent aan een dubbeleisolatie voor de gebruikersinterface.
11) VERVANGEN VAN DE ONDERDELENOm de onderdelen te vervangen die zich binnenin de kookplaat bevinden is het nodig de flensen te verwijderen via het losdraaien van de schroeven (fig. 14) om zo het vitrokeramisch vlak teverwijderen. Na de bovenstaande handelingen te hebben uitgevoerd kan men overgaan tot het vervangenvan de kranen (fig. 15 - 16) en van de elektrischeonderdelen (fig. 17 - 18). Het is aan te raden het rubbertje “D” te vervangen telkens men een ventiel vervangt teneinde eenperfecte dichtheid te garanderen tussen de romp ende plaat. Om het werk van degene die het onderhoud uitvoert te vergemakkelijken is hierna een tabelvoorzien met de verschillende soorten en diametersvan de voedingskabels. FIG. 17 FIG. 18 FIG. 14 FIG. 15 FIG. 16.
20ONDERHOUDSOORTEN EN DIAMETERS VAN DE VOEDINGSKABELSFIG. 19 SOORT KOOKPLAAT SOORT KABEL VOEDINGEENFASIGOPGELET!!!Als de voedingskabel wordt vervangen zal de installateur er moeten voor zorgen dat de aardleiding “B” langer wordt gehouden dan de fasegeleiders (fig. 19) en bovendien moeten hierbij dewaarschuwingen van paragraaf 8 in acht worden nemen. Kookplaat op gas H05 RR-F Doorsnede 3 x 0.75 mm2
21TECHNISCHE GEGEVENSBESCHRIJVINGDe elektronische fiche maakt het mogelijk om een kookplaat op gas met 5 branders te besturen. Deze inrichting werkt in combinatie met de Brahma VPC01 ventielen die het mogelijk maken de het debietvan elke brander gevoed met metaangas of gpl af te stellen. Het apparaat is samengesteld uit een gebruikersinterface met display bestaande uit 7 segmenten en eentouch panel.
ALGEMENE KENMERKENDe basiskenmerken zijn de volgende: - display 7 segmenten rode kleur en led voor het afbeelden van het niveau van debiet van elke brander; voor het afbeelden van het uur en van de instellingen; - een touch panel met 15 aanrakingsgevoelige zones voor het selecteren van het niveau van elke brander; instellingen, blokkering toestenbord en aansteken/afzetten; - vijf uitgangen 24Vdc via modulerende kleppen Brahma VPC01; - uitgang 24Vdc via hoofdklep Brahma VPC01 bovenstrooms van de gashouder; - interface RS232 nodig voor de diagnostiek van de inrichting; - vijf ingangen met faston via elektroden voor het opmerken van de vlam van de vijf branders; - uitgang via het besturen van een aansteker van 220-240 Vac; - beheer van de modulatie-niveaus vooraf ingesteld in het FLASH-geheugen; - mogelijkheid tot het beheren van twee modulatie-tabellen (G20 en G 30); - in de inrichting geintegreerde procedure voor het afstellen van het minimumniveau voor elke brander; - voedingfiche gerealiseerd in switching-technologie - dagklok van 24h.
24TECHNISCHE ASSISTENTIE EN RESERVEONDERDELENVooraleer de fabriek te verlaten, werd dit apparaat getest en afgesteld door gespecialiseerd en deskundigpersoneel om de beste werkingsresultaten te garanderen.De originele vervangingsonderdelen bevinden zich enkel in onze Centra voor Technische Assistentie en inde erkende winkels.Elke herstelling of afstelling die erna nodig zou zijn moet uitgevoerd worden met de uiterste zorg en ondercontrole van het toeziend oog van gekwalificeerd personeel.Om deze reden raden wij aan om U steeds te melden tot de Concessiehouder waar u het apparaat kocht oftot het dichtst bijzijnde Centrum voor Technische Assistentie. Men dient het merk te vermelden, het model, het serienummer en het soort probleem van het apparaat in uw bezit.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch GKE 9851 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Kuppersbusch
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis