Kuppersbusch EMWK 9800 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EMWK 9800 (27 pagina’s), behorend tot de categorie Magnetron. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch EMWK 9800 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Magnetron |
| Model: | EMWK 9800 |
Handleiding Kuppersbusch EMWK 9800 – volledige tekst
4 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik1. VeiligheidDit onderhoudshandboek geeft de technici van de klantendienst die reeds beschikken over de vereistetechnische kennis van reparaties van magnetronovens specifieke informatie over de werkwijze van deEMWK 9600/9800. Gevaar. Reparaties mogen uitsluitend door een elektrotechnicus worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kunnen gevaren en schade voor de gebruiker ontstaan. Om elektrische schokken te vermijden moet u de volgende instructies in elk geval naleven:• Behuizing en frame kunnen in geval van een fout onder spanning staan. • Door het aanraken van onder spanning staande componenten in het apparaat zelf kan een stroomontstaan die leidt tot een elektrische schok. • Voor de reparatie het apparaat van het net nemen. • Bij beproevingen onder spanning moet altijd met een aardlekschakelaar worden gewerkt.
• De aardleidingsweerstand mag de in de norm vastgelegde waarden niet overschrijden. Die is vandoorslaggevend belang voor de veiligheid van personen en apparaten. • Na afloop van de reparatie moet een beproeving conform VDE 0701 of de overeenkomstige natio-nale voorschriften worden uitgevoerd. • Na afloop van de reparatie moet een werkings- en dichtheidstest worden uitgevoerd. • Na afloop van de reparatie moet een lekmeting worden uitgevoerd. Let op. De volgende aanwijzingen moeten strikt worden nageleefd om een beschadiging van hetapparaat of van de componenten te voorkomen:• Voor alle reparaties moeten de apparaten van het elektriciteitsnet worden gescheiden. Indienbeproevingen onder spanning noodzakelijk zijn, moet altijd met een aardlekschakelaar wordengewerkt. • Geen metingen in het hoogspanningcircuit uitvoeren als het apparaat in werking is. Levensgevaar.
Servicehandboek 5Uitsluitend voor intern gebruik1. 1 Waarschuwingen over de magnetronoven• De magnetronoven ontwikkelt een zeer hoge spanning die zware verwondingen of de doodkan veroorzaken. Altijd de veiligheidsbepalingen naleven die in dit reparatiehandboek aange-geven zijn. • De magnetronoven voor het uit- of inbouwen van componenten altijd van het elektriciteitsnet schei-den. Probeer nooit spanningen aan de inverter, magnetron of hoogspanningsleiding te meten. Dezegeïntegreerde schakeling voor hoge spanningen wekt spanningen van meer dan 4000 volt op. • De magnetronoven voor spanningsmetingen in het interieur van de oven altijd op een reststroom-contactverbreker aansluiten. • Controleer of de vermogensbehoefte van de oven de vermogensbemeting van de netvoeding nietoverschrijdt.
• Voor het uit- of inbouwen van componenten de stekker uit het stopcontact trekken en de hoogspan-ningscondensatoren van de inverterschakeling ontladen. • De magnetronoven niet op een tweedraads verlengkabel aansluiten. De magnetronoven moetgeaard zijn. Een foutopsporing bij een magnetronoven zonder aardaansluiting is uiterst gevaarlijk. • Na afloop van de reparatie een werkingstest uitvoeren. • Na afloop van de reparatie een microgolf-lekstroomtest uitvoeren. 1. 2 Elektrische aansluiting• Het apparaat alleen op contactdozen met een zekering van ten minste 16 A aansluiten. Controleerbovendien of de hoofdzekering van uw woning minstens 16 A bedraagt, zodat ze tijdens het werkenmet de magnetron niet ineens uitspringt. • Controleer voor het werken of de netspanning met die op het typeplaatje van het apparaat overeen-komt en of de contactdoos correct geaard is.
• Het aluminium koellichaam op de inverterschakeling wordt erg heet. Laat het koellichaam afkoelenvoor u de inverterschakeling uitbouwt. • Trek de stekker uit het stopcontact en ontlaad de hoogspanningscondensatoren van de inverterscha-keling voor u de inverterschakeling uitbouwt. • De inverterschakeling moet geaard zijn. Trek de aardingsklemmen en de aardingscontactleider aande behuizing van de magnetronoven vast na het vervangen van de inverterschakeling. Een inverter-schakeling zonder aardverbinding kan gevaarlijk zijn.
6 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik2. Montage2.1 Verpakking en het oude apparaat verwijderenDe transportverpakking is volledig recycleerbaar. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoffen en verkleint de afvalberg. Oudeapparaten bevatten nog bruikbare materialen. Breng uw oude apparaat naar een recyclagecentrum.Oude apparaten moeten eerst onbruikbaar worden gemaakt. Zo wordt misbruik voorkomen.2.2 Technische gegevensSpanning / frequentie 230V - 50HzStroomopname 6,7 ATotaal aangesloten vermogen 3,6 kWUitgangsvermogen magnetron 900 W (max.) (5 vermogensstanden)Grillvermogen EMWK 9800.0 2500 WEMWK 9600.0 2150 WAfmetingen van het apparaat (b x h x d) ca. 595 x 454 x 520 mmAfmetingen van de uitsparing (b x h x d) ca. 562 x 450 x 550 mmOvenruimte (b x h x d) ca.
Servicehandboek 7Uitsluitend voor intern gebruik3. Componenten3.1 VoedingsapparaatHet voedingsapparaat maakt deel uit van de relaisprintplaat. Voor de goede werking van het apparaatis de aansluiting op de aardleiding (PE) absoluut noodzakelijk! Mogelijke effecten van een ontbrekende aardleiding• Als de PE-aansluiting ontbreekt• Wordt de tijdstandaard door de interne processortact gevormd. Foutbeeld: Gangafwijkingen van de klok in het minutenbereik per dag.• Als de juiste bedrading van de netfilter ontbreekt, geen aansluiting van de Y-condensatoren. Foutbeeld: de Y-condensatoren vormen een spanningsdeler. Aan de behuizing zit de halve netspanning! • Is de werking van de netfilter sterk verminderd. Foutbeeld: Radiostoringen. • Is de veiligheid van het apparaat niet gegarandeerd!
Bij een beschermingsklasse I-apparaat is de aansluiting van een beschermingsleiding absoluut noodzakelijk.• Kan in de huisinstallatie de storingvrijheid van het apparaat verminderd zijn. • Bij boven vermelde foutbeelden• Controle van de aansluiting van de beschermingsleiding. Als die ontbreekt, moet het apparaat buiten werking gesteld worden en de klant op de hoogte gebracht worden! 4. Functies4.1 Demomode (showroomschakeling) (enkel EMWK 9800.0)Demomode activeren 1. Memory-toets gedurende ca. 4 seconden indrukken. In het display verschijnt: „Taal kiezen”2. Kies „Nederlands”3. De klok-toets gedurende ca. 4 seconden indrukken. In het display verschijnt onderaan rechts een„D”.Demomode deactiveren1. Stop-toets gedurende 4 seconden indrukken. De „D” in het display verdwijnt en het apparaat isweer volledig functieklaar.
Tip De demomode blijft ook tijdens een langere spanningsonderbreking actief. 4.2 KinderbeveiligingKinderbeveiliging activerenDe stop-toets gedurende ca. 4 seconden indrukken. In het display verschijnt „Kinderbeveiliging”. Kinderbeveiliging deactiverenStop-toets gedurende ca. 4 seconden indrukken. De blokkeerinrichting wordt gedeblokkeerd.
8 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik4.3 Zwelpijl (enkel EMWK 9800.0)De zwelpijl geeft aan wanneer het apparaat de inge-stelde temperatuur bereikt heeft. De weergave heeft betrekking op 90 % van de inge-stelde temperatuur. Hierbij twee voorbeelden van verschillende tempera-tuurinstellingen. 4.4 Oven-veiligheidsuitschakeling4.4.1 EMWK 9600.0De veiligheidsuitschakeling treedt na 8 uur functioneren in werking.Opmerking! De wachttijd voor de veiligheidsuitschakeling wordt bij elke toetsbediening (ookvan de knop) opnieuw gestart!4.4.2 EMWK 9800.0Het in werking treden van de veiligheidsuitschakeling is afhankelijk van de ingestelde temperatuur. 30 - 100 °C 24 uur100 - 195 °C 6 uur200 - 245 °C 3 uur250 - 300 °C 2 uurGrill trappen 2 uurOpmerking! De wachttijd voor de veiligheidsuitschakeling wordt bij elke bediening van hetapparaat (toets, knop) opnieuw gestart.
Servicehandboek 9Uitsluitend voor intern gebruik5. Reparatie5. 1 Veiligheidsinstructies voor microgolfenergieServicetechnici mogen in geen geval worden blootgesteld aan de microgolfstraling diedoor de magnetron of andere microgolfverwekkende onderdelen kan worden uitge-straald als het apparaat niet correct is aangesloten of niet op de juiste manier wordt be-diend. Alle ingangs- en uitgangsaansluitingen, golfgeleiders, flenzen en pakkingen moeten cor-rect bevestigd en afgedicht worden. Het apparaat in geen geval in gebruik nemen zonder dat er zich in de ovenruimte voor-werpen bevinden die de microgolven absorberen. Nooit in de open golfgeleider of in de antenne kijken als de magnetron onder spanningstaat. Het apparaat mag nooit zonder behuizing of met open deur worden gebruikt.
Als de zekering doorbrandt, altijd de werkzaamheid van het systeem eerst blokkeren (allemicroschakelaars) vooraleer het apparaat weer wordt ingeschakeld. Als er een micro-schakelaar defect is, altijd alle microschakelaars vervangen. Bij alle apparaten moeten voor de activering van de magnetron resp. reparatie de volgende pun-ten worden gecontroleerd:• Deur sluit niet goed af aan de lijst, door verwringing of door beschadigde scharnieren. • Beschadigde deur of deurpakking• Duidelijk beschadigd apparaatAlle defecten of verkeerd ingestelde componenten i. v. m. arretering, besturing, deurvergrendeling,microgolfgeneratoren en microgolfoverdracht moeten gerepareerd, vervangen of correct ingesteld wor-den. Servicetechnici moeten bij alle werkzaamheden aan of in de nabijheid van de magnetron eerst hunpolshorloge afnemen. • Opgepast. De hoogspanningscondensator kan nog ca. 30 sec.
na het uitschakelen van het apparaat elektrischgeladen zijn. Het is aanbevolen de condensator telkens door beide polen m. b. v. een voldoendegeïsoleerde kabel te ontladen.
Secundaire stroomkringen van de transformator beschikken over eenhoge spanning en een hoge ampèrecapaciteit; daarom is het bijzonder gevaarlijk in de buurt van ditonderdeel te werken als de stekker van het apparaat is ingestoken. Raak nooit kabels met de blotehand of met niet geïsoleerd gereedschap aan als het apparaat in werking is. • Meet niet de elektrische spanning van een sterkstroomkring of een magnetronfilament. • Controleer of de deur niet los is of ontbreekt. Als de schroeven niet volledig zijn vastgedraaid, kan ditertoe leiden dat microgolven ontsnappen. • Voor u het apparaat inschakelt, dient u te controleren of alle elektrische verbindingen gesloten zijn. • Controleer a. d. h. v. de correcte methode of er geen microgolven ontsnappen.
10 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik5.2 Controle van de magnetron1. De hoogspanningsleidingen van de magnetron aftrekken. 2. De weerstand van de aansluitingen meten. Een goede magnetron heeft een gloeidraadweerstandvan minder dan 1 Ω. 3. De weerstand tussen iedere aansluitklem en de magnetronbehuizing meten. Een goede magnetronheeft tussen elke aansluitklem en de behuizing een oneindige weerstand. Tip!• Het is niet mogelijk aan de hand van weerstandmetingen alle magnetronfouten op te sporen. • Het is moeilijk een interne overspringing (kortsluiting) tussen anode en kathode vast te stellen. • Bij de controle van de magnetron op brandvlekken rond de antenne en op gesprongen magneten let-ten en de aansluitingen controleren. • Een aantal magnetronfouten kunnen ook door een luisterproef (zoemen en ratelen terwijl de magne-tronoven in werking is) vastgesteld worden.
Servicehandboek 11Uitsluitend voor intern gebruikQ701 / Q702 (bij weerstandinstelling op 9 V-meettoestel) DB701 (bij diode-instelling op 9 V-meettoestel) 5.3.2 Controle op grond van een kortsluiting• Werking van de koelventilator! • Magnetronoven is volgens installatiehandleiding ingebouwd! • Beluchtingssleuven en luchtinlaten zijn vrij! 5.4 Controle van de veiligheidsschakelaarDe veiligheidsschakelaar dient om de opwekking van microgolven bij een open deur te verhinderen. Hoofdschakelaar• Onderbreekt de 230V wisselstroomtoevoer naar de inverterschakeling. Kortsluitschakelaar• Als de hoofdschakelaar in gesloten toestand uitvalt (kortsluiting) en de gebruiker de deur opent, veroorzaakt de controleschakelaar van het 230V voedingsapparaat een kortsluiting. Door de kortsluiting wordt de 10 A-zekering geactiveerd waarbij de kortgesloten schakelcontacten samensmelten.
Servicehandboek 13Uitsluitend voor intern gebruik5.8 Controle van de netaansluitingBij ingestoken stekker resp. vastgezette netaansluiting moeten de volgende spanningen aan de aanslui-tingen meetbaar zijn. 400 V-net, 3-fasig (meest voorkomend in Duitsland en Europa)230 V-net, 3-fasig (komt hier en daar in Europa nog voor, bijv. in Frankrijk en België)230 V-net, 2-fasig, symmetrische spanningsverdeling (is zelden en komt plaatselijk nog voor in Europa, bijv. Frankrijk en België)In dit net functioneert het apparaat slechts beperkt: gangafwijkingen van de klok in het aantal minutenper dag omdat de tijdstandaard voor de klok niet uit de netfrequentie kan worden afgeleid. De tijdstan-daard is dan de interne processortact. Tip De zekering F901 (8A) maakt geen deel uit van het voedingsapparaat. Ze bevindt zich inde stroomkring van de MG-spanningsbron.
Bij een zekering die in werking getreden is, moet de elektronicamodule (relaisplaat)doorgaans niet vervangen worden. Een foutopsporing en -verhelping in het bereik vande MG-componenten is noodzakelijk. Uitzondering: de kortsluiting heeft de geleiderbanen beschadigd (zichtcontrole). Klemmen MeetwaardeX19 / X20 30 V~ resp. 240 V~ X19 / X18 ca. 0 Vof230 V~ resp. 240 V~X20 / X18 230 V~ resp. 240 V~ ca. 0 V Klemmen MeetwaardeX19 / X20 230 V~ X19 / X18 133 V~X20 / X18 133 V~ Klemmen MeetwaardeX19 / X20 230 V~ X19 / X18 115 V~X20 / X18 115 V~
14 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik5.9 Controle van de ringverwarming 7. De aansluitleidingen van het verwarmingselementtrekken. 8. De weerstand van het verwarmingselement in kou-de toestand meten. Normaal 80 Ω - 90 ΩFout Kleine Ω -waarde of ∞ 5.10 Controle van het grillverwarmingselement 9. De aansluitleidingen van het verwarmingselementaftrekken. 10. De weerstand van het verwarmingselement in kou-de toestand meten. Normaal buiten: 40 Ω Ω - 60 binnen: 30 Ω - 50 ΩFout Kleine Ω -waarde of ∞ 5.11 Controle van de onderwarmte11. De aansluitleidingen van het verwarmingselement aftrekken. 12. De weerstand van het verwarmingselement in koude toestand meten.
Normaal 30 Ω - 50 ΩFout Kleine Ω -waarde of ∞ 5.12 Eventuele klachten over de zwelpijl (enkel EMWK 9800.0)Bij erg nat gaargoed of water als gaargoed (met water gevulde bakplaat om te koken) of grote belasting(bakken op meerdere niveaus) wordt soms het laatste segment van de zwelpijl niet ingeschakeld. De temperatuurregeling in de oven functioneert desondanks zonder beperkingen. Het bak- of gaarresul-taat wordt niet beïnvloed. Een eventuele klacht is onterecht.
Servicehandboek 15Uitsluitend voor intern gebruik6. ReinigingVoor het begin van alle onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden altijd de stekker uittrekkenen wachten tot het apparaat is afgekoeld.Het interieur van de oven is van roestvrij staal; daarom is het schoonmaken zeer eenvoudig. Houd ookhet frontpaneel vrij van olie en vetspatten.Gebruik voor het schoonmaken van de buitenkant van het apparaat geen schuurmiddelen, metaalwol ofpuntige metalen voorwerpen.
Let er ook op dat er geen water of vloeibaar reinigingsmiddel in de lucht-afvoer- en dampafvoerspleten aan de bovenkant van het apparaat terechtkomt.Er mogen ook geen alcohol of geen schuurmiddelen en ammoniakhoudende reinigingsmiddelen wordengebruikt om de binnen- of buitenkant van de deur schoon te maken.Om het perfecte sluiten te garanderen, dient u de binnenkant van de deur altijd schoon te houden enerop te letten dat vuil en etensresten niet tussen de deur en de voorkant van het apparaat zijn ingeklemd.Maak de ontluchtingsopeningen aan de onderkant van het apparaat en het vlak onder het draaiplateauregelmatig schoon, om te vermijden dat ze na verloop van tijd door stof en vuil verstopt raken. Wend uvoor een eventuele controle van de ontluchtingsopeningen aan de onderkant van het apparaat tot deklantendienst.
16 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik7. Veiligheidsmaatregelen bij de foutopsporingVoor het verlaten van de fabriek werd elk apparaat zorgvuldig gecontroleerd. Dit neemt echter niet wegdat het correct geïnstalleerd en bediend moet worden. Ondanks alle veiligheidsmaatregelen hangt deveiligheid af van de correcte installatie, de correcte bediening en het onderhoud door de consument.Servicetechnici mogen in geen geval blootgesteld worden aan microgolven die van demagnetron of andere microgolfverwekkende componenten uitgestraald kunnen worden alshet apparaat niet juist is aangesloten of niet correct bediend wordt. Houd in elk gevalrekening met de „Veiligheidsinstructies voor microgolfenergie” op pagina 9.7.1 TestprogrammaTestprogramma activerenHet testprogramma kan pas na een netreset uitgevoerd worden (max.
tijd na resetten 5 min.) Om het testprogramma te activeren moeten de volgende stappen gevolgd worden:1. Kloktoets bedienen2. „90 W” instellen 3. Kloktoets bedienen4. „900 W” instellen5. Start-toets indrukkenAls bevestiging lichten alle segmenten in het display op en klinkt een signaal. Bevestiging programmastart door deur open/toe of alleen deur toe. In het LED-display verschijnt in regel 1 „Test” en in regel 2 de softwarestand van de elektronica. Als de deur weer geopend wordt, verschijnt in het display regel 2 „Deur sluiten”. Testprogramma deactiveren1. Netspanning onderbreken2. Stop-toets ca. 6 seconden lang indrukken3. 10 minuten geen toetsen bedienen. Na activering van het testprogramma kunnen de volgende controles worden uitgevoerd:• Controle van de afzonderlijke verbruikers • Controle inverter • Debug-modus • Controle van de bedieningselementen
18 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik7.3 Controle inverter 1. Testprogramma starten. 2. Temperatuurknop naar rechts draaien (drie standen). Weergave: Test inverter Water Load 3. Start-toets bedienenTest wordt bij 900W en 2 minuten uitgevoerd. Test alleen bij gesloten deur uitvoeren!!! Na afloop van de test wordt een overeenkomstige foutmelding in het klokdisplay getoond. De mogelijke foutmeldingen zijn onder „Foutmeldingen” op pagina 24 aangegeven.
toegelaten waarde: 10 mW / cm² Meetafstand: 5 cm 8.2 Normale werking met belasting Instelling: maximale vermogensstand van het apparaat Belading: 275 cm3 water Toegelaten grenswaarde: 5 mW / cm2 Afstand: 5 cm Deze test dient na alle onderhoudswerkzaamheden aan deur, sluitsysteem, microschakelaars en mag-netron te worden uitgevoerd.Testuitrusting• 600 ml glas + microgolftestapparaatTestmethode1. 250 ml water in het glas vullen en dit vervolgens in het midden van de magnetronoven plaatsen.2. De magnetronoven inschakelen. Hiervoor maximaal vermogen op 5 minuten instellen.3. De testsonde van het microgolftestapparaat verticaal boven de deurrand van de magnetronovenhouden en die zeer langzaam aftasten.De volgende elementen moeten op microgolfdichtheid worden gecontroleerd:• deur en bedieningspaneel• alle ventilatiespleten• alle felsen• lasnaad aan de onderkant• bodemplaatMethode:1.
Open de deur zover dat de magnetron net niet wordt uitgeschakeld.2. De afstand tussen deur en sonde mag niet minder dan 5 cm bedragen.De maximaal toelaatbare lekstraling bedraagt 4 mW / cm².
22 ServicehandboekUitsluitend voor intern gebruik9. Uitgangsvermogen van de magnetron metenDe volgende methode geeft informatie over de werking van de magnetron, maar geeft geen pre-cieze meting van het microgolfvermogen weer. De testlast is een liter (1000 ml) water met een uitgangstemperatuur van 15 - 24 °C in een recipiënt meteen capaciteit van 1000 ml. Het gebruik van een andere hoeveelheid of ander materiaal kan tot anderetestresultaten leiden. Om het uitgangsvermogen te meten, wordt als volgt te werk gegaan:1. Meet de spanning van het AC-vermogen en stel de spanning op de juiste waarde in. 2. Vergeet niet dat het testresultaat door de waarde van de voedingsspanning wordt beïnvloed. 3. Als de spanning te hoog of te laag is, is het testresultaat niet nauwkeurig. 4.
Plaats een recipiënt die precies 1000 ml water met een temperatuur van 15 - 24 °C bevat in hetmidden van de magnetronoven. 5. Gebruik een nauwkeurige thermometer om de exacte uitgangstemperatuur (T1) te meten. 6. Het apparaat 63 seconden op maximaal vermogen laten werken. 7. Na afloop van deze tijd het water snel omroeren en de definitieve watertemperatuur T2 aflezen. Hetverschil tussen de definitieve temperatuur T2 en de uitgangstemperatuur T1 is de temperatuurstij-ging. Resultaat: Het microgolfvermogen van het apparaat kan aan de hand van de volgende for-mule worden bepaald: P (W) = 70 x (T2 - T1)Als het vermogen meer dan 15 % van het nominale vermogen van de magnetronafwijkt, moet de hoogspanningscondensator en eventueel ook de magnetronworden vervangen.
Bepalen van het microgolfuitgangsvermogenHet uitgangsvermogen PAb wordt bepaald door een bepaalde waterhoeveelheid op te warmen (koudleidingswater). Benodigde hulpmiddelen: • 2 microgolfbestendige recipiënten met tel-kens een capaciteit van 1l. • 1 thermometer met dompelvoeler. Uitvoering: 1. Begintemperatuur bepalen (gemiddelde waarde) 2. Kooktijd 2 min. op maximumvermogen3. Eindtemperatuur bepalen (gemiddelde waarde) 4.
Servicehandboek 23Uitsluitend voor intern gebruik10. Oplossen van storingenTip!Als de gloeilamp van de binnenverlichting doorbrandt, kan het apparaat probleemloos verdergebruikt worden. Wend u voor het vervangen van de gloeilamp tot een erkend servicestation.Storing Oorzaak / OplossingHet apparaat werkt niet. • De deur is niet correct gesloten.• De stekker zit niet juist in het stopcontact.• Het stopcontact levert geen stroom (de huis-zekering controleren).Condenswater op het kookvlak, binnen in het apparaat of rond de deur.• Als levensmiddelen bereid worden die waterbevatten, is het heel normaal dat de damp diein het apparaat wordt gevormd ontsnapt encondenswater in het interieur, op het kookvlakof op het deurframe neerslaat.Vonkvorming in het apparaat.
• Bij de werkwijzen met microgolven en bijgecombineerd werken het apparaat niet zon-der levensmiddelen gebruiken.• Gebruik voor het koken met de genoemdewerkwijzen geen metalen schotels en ookgeen zakjes of verpakkingen met metalenhaakjes.Het eten wordt niet of niet voldoende warm. • Kies de correcte werkwijze of verhoog dekooktijd.• De levensmiddelen werden voor het berei-dingsproces niet volledig ontdooid.Het eten verbrandt. • Kies de correcte werkwijze of reduceer dekooktijd.Het eten wordt niet gelijkmatig warm. • Roer het eten tijdens het opwarmen om.• Houd er rekening mee dat het eten beteropwarmt als het in even grote stukken gesne-den werd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EMWK 9800 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Magnetron Kuppersbusch
Handleiding Magnetron
Nieuwste handleidingen voor Magnetron