Kuppersbusch EKI 8741 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EKI 8741 (17 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch EKI 8741 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/17
227857 R11
BEDIENUNGSANWEISUNG
mit Montageanweisungen
Instructions for use and installation instructions
Instructions d'utilisation et avis de montage
Gebruiksaanwijzing en montagehandleiding
Istruzioni di uso e di montaggio
Instrucciones de uso y de montaje
Instruções de uso e de montagem
Ο∆ΗΓΙΕΣ ΧΡΗΣΗΣ ΚΑΙ ΣΥΝΑΡΜΟΛΟΓΗΣΗΣ
EKI 6741
EKI 8741

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Kuppersbusch
Categorie: Fornuis
Model: EKI 8741

Handleiding Kuppersbusch EKI 8741 – volledige tekst

52NLVerwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust moge-lijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaalbespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakkingwijst erop dat dit product niet als huishoudafvalmag worden behandeld. Het moet naar eenplaats worden gebracht waar elektrische enelektronische apparatuur wordt gerecycled. Door dit product correct te verwijderen, draagt ubij tot de bescherming van het milieu en devolksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden ingevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voormeer details in verband met het recyclen van dit product, neemtu het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijfof de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of dewinkel waar u het product hebt gekocht.

Reglementair gebruikDe kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelenin het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een anderdoel en alleen onder toezicht worden gebruikt. Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer uuw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnenvoor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onder-houd van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk„Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelfverhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- enmontagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuweeigenaar door. InhoudVeiligheidsinstructies. 53Voor aansluiting en werking. 53Voor de kookplaat. 53Voor personen.

VeiligheidsinstructiesNL53Veiligheidsin st ructiesVoor aansluiting en werking• De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoor-schriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het appa-raat mogen alleen door een erkend vakman volgens degeldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes-kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico vooruw veiligheid. Voor de kookplaat• Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingesteldekookstand de inductiekookplaat niet zonder toezichtgebruiken. • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid vande kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daar-bij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kook-zones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken.

Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de min-toets uit. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in debuurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voordat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen bre-ken. • Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aande keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrischeschokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contactopnemen met de klantenservice.

• Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten. Net-snoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om ervoorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone hou-den, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechtenmet een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een spe-ciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat ver-wijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen tevermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek. ) mogenniet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heetkunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voor-werpen direct onder de kookplaat leggen.

• Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen,kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaatheet worden. Opgelet, kans op verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilve-ren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingenop kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnendeze uiteenspatten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door hetapparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooitvoorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaat-sen. Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolenop de UIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen mogen de sensoren niet afdekken. Indat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld.

• Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. Voor personen• Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door perso-nen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische ofgeestelijke mogelijkheden of met gebrek aan ervaring en/ofkennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke per-soon erop toezicht houdt of hen aanwijzingen heeft gegevenhoe het apparaat moet worden gebruikt. Kinderen moeten onder toezicht worden gehouden om te ver-hinderen dat ze met het apparaat spelen. • Let op:De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bijhet werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieeluit de buurt worden gehouden.

Beschrijving van het apparaatNL55Bediening door sensorenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch-control-sensoren. De sensoren functioneren als volgt: met de vin-gertop een symbool op het keramische oppervlak even aanra-ken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoonbevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de touch-control-sensoren hetwoord „toets” gebruikt. Aan/Uit-toets (11)Met deze toets wordt de volledige kookplaat in- en uitgeschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Kookstandweergave (14)De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of:H. restwarmte. panherkenning A. automatisch aankokenSTOP. stop-functie. warmhoudfunctieSymbolen. kinderbeveiliging / vergrendeling. smelten. timerfunctie. powerstandVergrendeltoets (15)Met de vergrendeltoets kunnen de toetsen worden geblokkeerd.

Smeltfunctie-toets (16)Voor het smelten van ingredienten, bijv. boter. Power-toets (17)Symbool De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzonester beschikking. Stop-toets (18)Symbool Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken. Timer-toets (19)Om de automatische uitschakeling of de kookwekker te program-meren. Wat u moet weten over de slider (sensorveld)De slider functioneert in principe zoals de sensortoetsen, met hetverschil dat u de vinger op het keramische oppervlak plaatst endan kunt verschuiven. Het sensorveld herkent deze beweging enverhoogt of verlaagt de aangetoonde waarde (kookstand) vol-gens de beweging. Het begrip „slider” [Engels „slide”: schuiven, laten glijden] is indeze handleiding identiek met de term sensorveld. Waarop moet u bij de bediening letten.

De vinger mag niet te vlak op de keramische plaat worden gezetom te verhinderen dat naburige toetsen/sensorvelden per onge-luk reageren. Sensorveld aantikken of de vinger verschuivenHet sensorveld kan met de vinger worden aangetikt; dan veran-dert de aangetoonde waarde (kookstand) stapsgewijs.

Als de vinger op het sensorveld wordt geplaatst en dan naar linksof naar rechts wordt verschoven, verandert de aangetoondewaarde continu. Hoe sneller de beweging, hoe sneller de aanwijzing verandert. Let op:Als een sensorveld langer wordt bediend (ca. 3 sec. ), kan dathet automatisch aankoken „A” activeren. Zie alinea „automatisch aankoken”. Sensorveldsensorsensorvitroc era micfingerfingersensorsensorvitroc era micfout goedaantikken schuiven.

56BedieningNLBedieningDe kookplaatDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductie-spoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagne-tisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in debodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door eenverwarmingselement via de pan op de te koken gerechten over-gedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen directin de pan gevormd.

Voordelen van het inductiekookveld– Energiebesparend koken door rechtstreekse energieover-dracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaarmateriaal zijn noodzakelijk),– meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorgegevenals er een pan op de kookzone staat,– energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem meteen hoog rendement,– hoge opwarmsnelheid,– weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen doorde panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten bran-den niet vast,– snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. Panherkenning Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat, als dekookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voor-zien. Een knipperende in de kookstandweergave maaktdaarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordtde ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergavebrandt.

De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordtverwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherken-ning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toege-voerd als nodig is. PanherkenningsgrenzenDe minimum diameter van de panbodem is bij een aantal model-len als binnenste kring op de kookzone afgebeeld. Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de ver-eiste minimum diameter voor het reageren van de panherken-ning afwijken. GebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeper-king.

De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhanke-lijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen vande kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kook-zone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aan-wijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfs-duurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld alsde tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. auto-matische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is moge-lijk). Andere functiesAls één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt erniet geschakeld. Het symbool knippert en er is gedurende een zekere tijd eensignaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A. u. b.

het voorwerp van de sensoren verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen. Oververhittingsbeveiliging (inductie)Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kanbij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer vol-doende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronicaoptreden, wordt ev. het vermogen van de kookzone automatischgereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertem-peratuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijkonvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaakzijn. Ev. moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstukVentilatie). Kookzonediameter(mm)Minimum diameter panbodem (mm)14518021026090120135170Ingestelde kookstand Gebruiksduurbeperking in minuten 123456789P1205204023182602121701391139010.

BedieningNL57Servies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moe-ten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en eenvoldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductiegeschikt is. Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan hetsymbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de mag-neet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaatgebruiken. Noot:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor induc-tie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouw-wijze van deze pannen. Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan niet correctworden bepaald door de elektronica. Correct: goed kookgerei.

Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi-ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en het kookservies om tegaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kook-zonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houdendat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die ismeestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de over-druk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte berei-dingsduur blijven vitamines bewaard. • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan is,want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pandoor oververhitting worden beschadigd. • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend dekselsluiten. • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebrui-ken. Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie.

KookstandenHet verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerderestanden worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoor-beelden voor de verschillende standen. Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kookstandworden gekozen.

RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmteweer-gave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de rest-warmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm tehouden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maaralleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.

Meteen daarna voor inductie geschikt kookservies op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de inductiespoel in. De pan wordt verwarmd.Zolang geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het symbool .Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uit-geschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „Panherkenning“.Kookzone uitschakelen4. a) Het sensorveld uiterst links aanraken ofb) de op het sensorveld geplaatste vinger naar links ver-schuiven om de kookstand op 0 te verlagen ofc) op de Aan/Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitge-schakeld (alle kookzones worden uitgeschakeld).Kookplaat uitschakelen5. Op de Aan/Uit-toets drukken.

De kookplaat wordt onafhankelijk van de instelling volledig uitgeschakeld.Noot:Als alle kookzones handmatig worden uitgeschakeld (kookstand 0) en vervol-gens op geen enkele toets of sensorveld meer wordt gedrukt, wordt de kook-plaat na 10 seconden automatisch uitgeschakeld. geschikt voor inductie

BedieningNL59STOP-functie Het koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als eraan de deur wordt gebeld. Om het koken met dezelfde kookstanden voort tezetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een ev. ingestelde timerwordt gestopt en loopt daarna verder.Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar.Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld.1. Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijningesteld. Het symbool is verlicht.2. Op de STOP-toets drukken. In plaats van de gekozen kookstandenverschijnen na elkaar de letters S-T-O-P. Het symbool knippert omdat de functie geactiveerd is.3.

De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de STOP-toets endaarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan/Uit-toets) tedrukken.De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anderswordt de kookplaat uitgeschakeld.Kinderbeveiliging / vergrendeling Door de kinderbeveiliging/vergrendeling kunnen het bedienen van de toetsenen het instellen van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog altijd worden bediend om de kookplaat uit te schakelen.Kinderbeveiliging / vergrendeling inschakelen1. De kookplaat inschakelen. Het symbool is verlicht.2. Op de vergrendeltoets drukken om de kinderbeveiliging te active-ren.Het symbool knippert omdat de functie geactiveerd is.Kinderbeveiliging / vergrendeling uitschakelen3.

Op de vergrendeltoets drukken.Het symbool is verlicht.Opmerkingen• De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitge-schakeld is! Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerstgedesactiveerd worden!• Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde vergrendeling beëindigd,d.w.z. gedesactiveerd.knippertbrandt

60BedieningNLAutomatische uitschakeling (timer) Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone naeen instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 01tot 99 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. Een of meer kookzones inschakelen engewenste kookstanden kiezen. 2. Op de timer-toets drukken. De timer toont 00 aan. Bij selecteerbarekookzones knippert het symbool. 3. Om de tijd in te stellen het bijbehorende sensorveld aanra-ken. Na enkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint telopen. 4. Na afloop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er is een tijd langeen signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een wille-keurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen• Om de automatische uitschakeling voor een andere kookzone te program-meren, de stappen 2 tot 4 herhalen.

• Om de afgelopen tijd (automatische uitschakeling) te controleren, detimer-toets aanraken. Meteen daarna het sensorveld vaneen kookzone aanraken. De aangetoonde waarde kan afgelezen en veran-derd worden. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: De gewenste kookzoneselecteren en door aanraken van het sensorveld de tijd wissen(„0”). • Als meerdere kookzones met automatische uitschakeling geprogram-meerd zijn, wordt in de timer-aanwijzing steeds de kookzone met de kort-ste tijd aangetoond. Kookwekker (eierwekker) De kookzones zijn uitgeschakeld1. De kookplaat inschakelen. 2. Op de timer-toets drukken. De decimale punt van de timer-weer-gave brandt, de kookwekker is geselecteerd. 3. Door het aanraken van een sensorveld de tijd instellen. Naenkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint telopen. 4.

Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan wor-den uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken.

Enkele kookzones zijn al in gebruik• Zo vaak op de timer-toets drukken tot de decimale punt van de timer-weergave brandt. Door het aanraken van een sensorveld de tijd instellen. • Na enkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint telopen. Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan wor-den uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Noot:• De kookwekker blijft ook dan in werking als de keramische kookplaat uitge-schakeld is. Om de tijd te veranderen de kookplaat inschakelen. knippertdecimale puntknippert.

BedieningNL61Automatisch aankoken Bij het automatisch aankoken gebeurt het aan de kook brengen met kook-stand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkook-stand (1 tot 8) teruggeschakeld. Bij het gebruik van het automatisch aankoken moet alleen de doorkookstandworden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdatde elektronica automatisch terugschakelt. Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opge-zet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet per-manent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees). 1. De kookplaat inschakelen. 2. Lang (ca. 3 sec. ) op het sensorveld drukken om de functie teactiveren en meteen een bepaalde doorkookstand te kiezen:. links. doorkookstand 1. midden. doorkookstand 4. rechts. doorkookstand 8Het symbool „A” verschijnt.

Het automatisch aankoken is zo geactiveerd. A en de gekozen doorkookstand knipperen afwisselend. 3. Het automatisch aankoken verloopt volgens de programmering. Na eenbepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstandvoortgezet. Het symbool A dooft uit. Opmerkingen• Tijdens het automatisch aankoken kan de doorkookstand verhoogd wor-den. Door de doorkookstand te verlagen wordt het automatisch aankokenuitgeschakeld. Smeltfunctie Voor het smelten van ingredienten, bijv. chocolade. De kookzone wordt metlaag vermogen gebruikt. 1. De kookplaat inschakelen. 2. Eén keer op de smeltfunctie-toets drukken. Het symbool knip-pert ca. 5 sec. 3. Daarna voor de selectie van een bepaalde kookzone op het respectieve-lijke sensorveld drukken. Het symbool wordt aangetoond, de smeltfunctie is ingeschakeld. 4. Om uit te schakelen uiterst links op het sensorveld drukken.

62BedieningNLWarmhoudfunctie Met de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn op een kook-zone warm gehouden worden. De kookzone wordt met laag vermogengebruikt.1. Kookgerei staat op een kookzone en een kookstand (bijv. 3) is gekozen.2. Door aantikken of verschuiven van de vinger op het sensorveld de kookstand verlagen. Bij stoppen; de warmhoudfunctie isingeschakeld.3. Om uit te schakelen links op het sensorveld drukken.De warmhoudfunctie staat 120 minuten ter beschikking, daarna wordt dekookzone uitgeschakeld.Powerstand (kookzones met P)De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschik-king. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.1. De kookplaat inschakelen.2. Eén keer op de power-toets drukken. Het symbool knippert ca.5 sec.3.

Daarna voor de selectie van een bepaalde kookzone op het respectieve-lijke sensorveld drukken.Het symbool wordt aangetoond, de powerstand is ingeschakeld.4. Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld. Hetsymbool verdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld.Noot:Om de powerstand vervroegd uit te schakelen, op het overeenkomstige sen-sorveld drukken.PowermanagementTelkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een modulegecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of depowerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kook-stand van de bijbehorende module-kookzone.De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaalmogelijke kookstand constant getoond.knippertbrandtModules (powermanagement)

Reiniging en onderhoudNL63Reiniging en onderhoud • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoom-reinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat dekookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. Keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoalsgrove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- envlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het besttelkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en watafwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doekdroog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlakachterblijven. Wekelijks onderhoud2.

Reinig en verzorg de kookplaat een keer in de week grondigmet gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een bescher-mende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingenblijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker wordenverwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Ermogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlakachterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren enhet oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als dekookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reini-gingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschre-ven.

64Wat te doen bij problemen. NLWat te doen b ij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijngevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluitingbestaat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat tevoorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen der-gelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerstaan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken nietzelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere-ageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten.

• Zijn de sensoren vergrendeld (kinderbeveiliging), d. w. z. knip-pert het symbool. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd servies gebruikt. Zie hoofdstuk „Servies voorinductiekookplaat”. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaaldetijd een signaal te horen. Er is een permanente activering van de touch-control-sensorendoor overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voor-werpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerpen ver-wijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond. De elektronica is te heet. De inbouw van de kookplaat controle-ren, in het bijzonder op goede beluchting letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode E8 wordt getoond.

Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode U400 wordt getoond. De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1suitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correctenetspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond. Er is een technisch defect. A. u. b. contact opnemen met de ser-vice. Het pansymbool verschijnt. Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwachtdat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pasdan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een panwerd opgezet. De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diame-ter. De gebruikte kookpannen maken geluid. Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voorde inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen.

Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden). Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken. Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan dekeramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk dezekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met deklantenservice. knippert.

MontagehandleidingNL65MontagehandleidingOpmerkingDe KÜPPERSBUSCH-kookplaat mag alleen volgens de instructies in deze handleiding worden ingebouwd. Als dit voorschrift niet wordt nageleefd, sluit KÜPPERSBUSCH elke aansprakelijkheid uit en verliezen de toegekende keurmer-ken hun geldigheid. Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur• Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangren-zende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuurbe-stendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkbladachter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumaf-standen volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.

• De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuit-sparingen moeten volgens de inbouwtekening worden geres-pecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstandvan minstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moetmet warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed tekunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm tebedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zogroot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap isvoorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels,enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdatdeze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onder-delen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkings-gevaar.

Ventilatie• De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubelsof de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat deinductie voldoende geventileerd wordt. • Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gere-duceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk Oververhittings-beveiliging), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.

In datgeval is het aanbevolen de achterwand van de onderkast terhoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en devoorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte vande kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatiemogelijk is. MontageBelangrijke opmerkingen• Eventuele dwarslijsten onder het werkblad moeten tenminsteter hoogte van de uitsparing in het werkblad worden verwij-derd. • Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door eenoven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. • Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat ergeen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kun-nen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven hakenen de lade blokkeren.

• Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt,moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat20 mm bedragen om een voldoende ventilatie van de kook-plaat te garanderen. • De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, was-machines of droogkasten worden ingebouwd. • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geenbrandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervorm-bare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat wordengeplaatst of gelegd. KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichtingzonder onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat enhet werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoffen inde daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnenindringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen werkblad, bijv.

•De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven. Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer teverwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkbladDe uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk meteen goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geenvocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingenuitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaalen op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spannin-gen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pak-king van de kookplaat correct zit en volledig afsluit. De keramische kookplaat wordt ofwel met clips of met plaatstripsbevestigd.

MontagehandleidingNL66Clips • De clips op de aangegeven afstanden inde uitsparing van het werkblad inslaan.Door de horizontale aanslag is geen aan-passing in de hoogte nodig.• Belangrijk: de horizontale aanslag van declips moet vlak op het werkblad liggen(breukgevaar vermijden).• De kookplaat volgens de afbeelding linksinzetten (a), justeren (b) en vastclipsen(c).• Om de clips te zekeren kunnen schroevenworden gebruikt.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage!Minimumafstand tot naburige wandenUitfreesmaatBuitenmaat kookplaatKabeldoorvoer door de achterwandInbouwhoogtePlaatstrip • De kookplaat inzetten en justeren.• Onderlangs de plaatstrips met schroevenaan de voorziene bevestigingsgaten inzet-ten, justeren en vastzetten.• De schroeven alleen met een schroeven-draaier met de hand vastzetten; geenelektrische schroevendraaier gebruiken.• Bij dunne werkbladen op de juiste positievan de plaatstrip letten.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage!Minimumafstand tot naburige wandenUitfreesmaatBuitenmaat kookplaatKabeldoorvoer door de achterwandInbouwhoogteAfmetingen in mmTypeType

MontagehandleidingNL67Elektrische aansluiting• De elektrische aansluiting mag uitsluitend door eenerkend vakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van deplaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt wordennageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie wordenvoorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contact-openingswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het nette scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schake-laars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het apparaat met één van dezeinstallaties stroomloos maken. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van detrekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aan-sluitkabel met trekkracht wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder hetapparaat worden getrokken.

• U moet er ook op letten dat de netspanning met de op hettypeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Opgelet: Door een verkeerde aansluiting kan de vermo-genselektronica worden vernield. Geen aansluitkabel standaard aanwezig• Om de aansluiting uit te voeren moet het deksel van de aans-luitdoos aan de onderkant van het apparaat worden losge-maakt om zo de aansluitklem te bereiken. Na de aansluitingmoet het deksel weer vastgemaakt en de aansluitleiding metde snoerklem beveiligd worden. • De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn.

AansluitwaardenNetspanning: 380-415V 3N~, 50-60 HzNominale componentenspanning: 220 - 240VAansluitingsmogelijkheden: 6-polige aansluiting Aansluitkabel standaard aanwezig• De kookplaat is bij levering met een temperatuurbestendigeaansluitkabel uitgerust. • De aansluiting op het net wordt volgens het aansluitschemauitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitge-rust.

• Als de netaansluitkabel van dit apparaat wordt beschadigd,moet hij door een speciale aansluitkabel worden vervangen. Om risico’s te vermijden mag dit alleen door de fabrikant of zijnklantenservice gebeuren. Aansluitingsmogelijkheden * Let op. Speciale aansluiting 220 - 240 V 3~. Technische gegevens* Vermogen bij ingeschakelde powerstandInbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van devoedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftestvan de besturing plaats en verschijnt er een service-informatievoor de klantenservice. Belangrijk: Bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwer-pen op de touch-control sensoren liggen. Met een sponsje en wat afwasmiddel even over het oppervlakvan de kookplaat vegen en vervolgens droogwrijven. Afmetingen kookplaathoogte/ breedte/ diepte. mm 50 x 600 x 520Kookzoneslinks voor. Ø cm / kWlinks achter.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EKI 8741 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden