Kuppersbusch EKI 848.0 F Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EKI 848.0 F (16 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch EKI 848.0 F of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | EKI 848.0 F |
Handleiding Kuppersbusch EKI 848.0 F – volledige tekst
NL49Verwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewustmogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaalbespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakkingwijst erop dat dit product niet als huishoudafvalmag worden behandeld. Het moet echter naareen plaats worden gebracht waar elektrische enelektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correctemanier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijkvoor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnenvoordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meerdetails in verband met het recyclen van dit product, neemt u hetbest contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of dedienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkelwaar u het product hebt gekocht.
Reglementair gebruikDe kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelenin het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een anderdoel worden gebruikt. Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer uuw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnenvoor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onder-houd van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk„Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelfverhelpen en u spaart op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- enmontagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuweeigenaar door. Veiligheidsinstructies. 50 Voor aansluiting en werking. 50 Voor de kookplaat. 50 Voor personen. 50 Beschrijving van het apparaat.
50VeiligheidsinstructiesNLVeiligheidsin st ructiesVoor aansluiting en werking • De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoor-schriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het appa-raat mogen alleen door een erkend vakman volgens de gel-dende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risicovoor uw veiligheid. Voor de kookplaat • Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingesteldekookstand (powerstand) de inductiekookplaat niet zondertoezicht gebruiken. • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid vande kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdatdaarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakeldekookzones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken.
Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de min-toets uit enniet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in debuurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voordat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen bre-ken. • Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaathet apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Onmiddellijk dehuishoudzekering uitschakelen en contact opnemen met deklantenservice.
• Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling nietmeer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de huishoudze-kering uitschakelen en contact opnemen met de klantenser-vice. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten.
Net-snoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om ervoorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzonehouden, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerech-ten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met eenspeciale glasschraper volledig van de keramische kookplaatverwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen tevermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek. ) mogenniet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heetkunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbarevoorwerpen onmiddellijk onder de kookplaat leggen.
• Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen,kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaatheet worden. Opgelet, kans op verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilve-ren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingenop kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnendeze uiteenbarsten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door hetapparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooitvoorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaat-sen. Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolenop de UIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen mogen de sensoren niet afdekken. Indat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. • Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kook-plaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
• Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. Voor personen• Opgelet. Personen die niet vertrouwd zijn met de inbouwkookplaatmogen er alleen onder toezicht mee werken.
Kleine kinderensteeds uit de buurt houden en ervoor zorgen dat ze niet methet apparaat spelen. • Let op:De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bijhet werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieeluit de buurt worden gehouden. • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompenmoeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet doorde inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereikvan de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).
Beschrijving van het apparaatNL51Beschrijvingvanhetapparaat 1. Inductiekookzone links voor 2. Inductiekookzone links achter 3. Inductiekookzone rechts achter 4. Inductiekookzone rechts voor 5. Touch-Control-bedieningsveld 6. Keramische kookplaat 7. Bedieningstoetsen timer 8. Bedieningstoetsen kookzone links voor 9. Bedieningstoetsen kookzone links achter 10. Bedieningstoetsen kookzone rechts achter 11. Bedieningstoetsen kookzone rechts voor 12. toets AAN 13. toets UIT 14. Stop-toets 15. Warmhoudtoets 16. Vergrendeltoets 17. Power-toets 18. Min-toets (verlagen) 19. Plus-toets (verhogen) 20. KookstandweergaveBediening door sensorenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch-control-sensoren. De sensoren functioneren als volgt: met de vin-gertop een symbool op het keramische oppervlak even aanra-ken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoonbevestigd.
52BedieningNLBedieningDe kookplaatDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductie-spoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagne-tisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in debodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door eenverwarmingselement via de pan op de te koken gerechtenovergedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromendirect in de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld – Energiebesparend koken door rechtstreekse energieover-dracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaarmateriaal zijn noodzakelijk), – meer veiligheid, omdat de energie alleen wordt doorgegevenals er een pan op de kookzone staat, – energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem meteen hoog rendement, – hoge opwarmsnelheid, – weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen doorde panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten bran-den niet vast, – snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. PandetectieAls er geen of een te kleine pan op de kookzone staat, als dekookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet met energie voorzien. Een knipperende in de kookstandweergave maaktdaarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordtde ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergavebrandt.
De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordtverwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherken-ning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toege-voerd als nodig is. PanherkenningsgrenzenGebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeper-king. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhanke-lijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen vande kookzone niet worden veranderd.
Als de gebruiksduurbeperking gereageerd heeft, wordt dekookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in deaanwijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfs-duurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld alsde tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. auto-matische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is moge-lijk). Andere functiesAls één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt erniet geschakeld. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijdeen signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgescha-keld. A. u. b. het voorwerp van de sensoren verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen.
Oververhittingsbeveiliging (inductie)Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kanbij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer vol-doende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronicaoptreden, wordt ev. het vermogen van de kookzone automatischgereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertem-peratuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijkonvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel of een ontbrekendeafscherming kunnen de oorzaak zijn. Ev. moet de inbouw wordengecontroleerd. Kookzonediameter(mm)Minimum diameterpanbodem (mm)14518021026090120135170IngesteldekookstandGebruiksduurbeperking in minuten123456789P1205204023182602121701391139010.
BedieningNL53Servies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt,moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten eneen voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductiegeschikt is. Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan hetsymbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de mag-neet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaatgebruiken. Noot:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor induc-tie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouw-wijze van deze pannen. Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat.
De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig enefficiënt met uw nieuwe inductiekookplaat en het kookservies omte gaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzone-diameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houdendat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die ismeestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de over-druk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte berei-dingsduur blijven vitamines bewaard. • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan is,want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pandoor oververhitting worden beschadigd. • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend dekselsluiten. • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebrui-ken.
In de tabel vindt u toepassingsvoor-beelden voor de verschillende standen. RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uit-gerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte wor-den gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maaralleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.
54BedieningNLBediening van de toetsenDe hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-)toets daarna de bediening van een volgende toets. De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend,anders wordt de keuze geannuleerd. De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedrukt gehou-den worden. Kookplaat en kookzone inschakelen 1. Zolang op de Aan-toets drukken tot de kookstandweergaven 0 aanto-nen. U hoort een kort signaal. De besturing is klaar voor gebruik. 2. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets van een kookzoneeen kookstand kiezen. Door de plus-toets wordt de kookstand 1 inge-schakeld, door de min-toets kookstand 9. 3. Een metalen pan op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakeltde inductiespoel in. Zolang geen metalen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het symbool.
Zonderpan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgescha-keld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”. Kookzone uitschakelen 4. a) Meermaals op de min-toets drukken tot de kookstandweergave 0aantoont, ofb) één keer tegelijk op de min-toets en plus-toets drukken. Dekookzone wordt vanop elke kookstand direct uitgeschakeld, ofc) op de Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitgescha-keld (alle kookzones worden uitgeschakeld). Kookplaat uitschakelen 5. Op de Uit-toets drukken. De kookplaat wordt onafhankelijk van deinstelling volledig uitgeschakeld. STOP-functieHet koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als eraan de deur wordt gebeld. Om het koken met dezelfde kookstanden voort tezetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een ev. ingestelde timerwordt gestopt en loopt daarna verder.
Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld. 1. Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijningesteld. 2. Op de Stop-toets drukken.
In plaats van de gekozen kookstandenverschijnen na elkaar de letters S-T-O-P. 3. De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de Stop-toets endaarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan-/Uit-toets) tedrukken. De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anderswordt de kookplaat uitgeschakeld. geschikt voor inductie.
BedieningNL55VergrendelingDoor de vergrendeling kunnen de bediening van de toetsen en de instellingvan een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Uit-toets kan nog altijdworden bediend om de kookplaat uit te schakelen. Vergrendeling inschakelen (tijdens het koken):1. Vergrendeltoets indrukken om de functie te activeren. Het controle-lampje van de vergrendeltoets licht op. De bediening is geblokkeerd. Vergrendeling uitschakelen2. Vergrendeltoets indrukken om de functie uit te schakelen. Het contro-lelampje van de vergrendeltoets dooft. Opmerkingen • De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitge-schakeld is. Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerstgedesactiveerd worden. • Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde vergrendeling beëindigd,d. w. z. gedesactiveerd.
KinderbeveiligingDe kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat perongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd. Kinderbeveiliging inschakelen 1. Op de Aan-toets drukken om de kookplaat in te schakelen. 2. Onmiddellijk daarna plus-toets van de achterste linkerkookzone enmin-toets van de achterste rechter kookzone tegelijk indrukken. 3. Vervolgens op de plus-toets drukken om de kinderbeveiliging teactiveren. In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock;de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Kinderbeveiliging uitschakelen 4. Op de Aan-toets drukken. 5. Onmiddellijk daarna plus-toets van de achterste linkerkookzone enmin-toets van de achterste rechter kookzone tegelijk indrukken. 6. Vervolgens op de min-toets drukken om de kinderbeveiliging uit teschakelen. De L verdwijnt.
56BedieningNLAutomatische uitschakeling (timer)Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone naeen instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 1 tot99 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. 2. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste kookstanden kiezen. 3. De plus-toets en min-toets van de timer tegelijk indrukken. Het gereedheidspunt van de automatische uitschakeling brandt. Blijvenop de toetsen drukken tot het timer-controlelampje voor de gewenstekookzone knippert. Belangrijk: timer-controlelampen kunnen alleen knipperen als de kookzo-nes eerst werden ingeschakeld (kookstand groter dan 0). 4. Meteen daarna met de min-toets of de plus-toets de kooktijd van1 tot 99 minuten ingeven. Met de plus-toets begint de aangetoonde waarde bij 01, met de min-toetsbij 30. 5.
Om de automatische uitschakeling voor nog een kookzone te program-meren, zo vaak tegelijk op de plus-toets en min-toets van de timer drukken tot de timer-controlelamp voor de gewenste kookzoneknippert. Vervolgens met de min-toets of de plus-toets degewenste tijd instellen. 6. Na afloop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er is een tijd langeen signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op eenwillekeurige toets (behalve de Uit-toets) te drukken. Opmerkingen • Ter controle van de verstreken tijd (automatische uitschakeling) de plus-toets en min-toets van de timer tegelijk zo vaak indrukken, totde timer-controlelamp voor de gewenste kookzone knippert. De aange-toonde waarde kan afgelezen en veranderd worden. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: de respectievelijke kook-zone selecteren (timer-controlelamp knippert) en met de min-toets 00instellen.
• Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kanworden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Uit-toets)te drukken. Noot:De kookwekker blijft ook dan in werking als de inductiekookplaat uitgescha-keld is. Om de tijd te wijzigen de kookplaat met de Aan-toets inschakelen. Controlelamp timerGereedheidspunt van de Kookwekkerlampjeautomatische uitschakeling.
BedieningNL57AankookautomatiekBij de aankookautomatiek gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkookstand (1 tot8) teruggeschakeld. Bij het gebruik van de aankookautomatiek moet alleen de doorkookstandworden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdatde elektronica automatisch terugschakelt. De aankookautomatiek is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet,op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet perma-nent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees). 1. Een kookzone in werking nemen. 2. Kookstand 9 instellen. Door de plus-toets opnieuw aan te rakenwordt de aankookautomatiek geactiveerd. Afwisselend knippert dan A en 9 (A en , als er nog geen pan werd opgezet). 3. Meteen daarna met de min-toets een lagere kookstand 1 tot 8 kiezen.
A en de gekozen doorkookstand knipperen afwisselend. 4. De aankookautomatiek verloopt volgens de programmering. Na eenbepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voort-gezet. Opmerkingen • Tijdens de aankookautomatiek kan met de plus-toets de doorkookstand worden verhoogd. Door op de min-toets te drukken, wordt de aankook-automatiek uitgeschakeld. • Behoudt men na activering van de aankookautomatiek de stand 9 en kiestmen geen lagere kookstand, wordt de aankookautomatiek na 10 sec. auto-matisch uitgeschakeld en stand 9 blijft behouden. • Indien een hoge kookstand of de powerstand wordt ingeschakeld, kan deaankookautomatiek eventueel wegens overschrijding van het maximalevermogen worden uitgeschakeld (zie powermanagement). Warmhoudfunctie Met de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn op een kook-zone warm gehouden worden.
De kookzone wordt met laag vermogengebruikt. 1. Kookgerei staat op een kookzone en een kookstand (bijv. 3) is gekozen. 2. De warmhoudtoets indrukken, het controlelampje van de toets knip-pert. 3.
Daarna voor de selectie van een bepaalde kookzone de respectievelijkeplus-toets of min-toets indrukken. In het display verschijnt hetsymbool. Het controlelampje boven de Stop-toets dooft uit. 4. Om uit te schakelen, één keer op de min-toets drukken (0). De warmhoudfunctie staat 120 minuten ter beschikking, daarna wordt dekookplaat uitgeschakeld. IngesteldekookstandAankookautomatiektijd (min:sec)123456789 0:401:122:002:564:167:122:003:12-.
58BedieningNLPowerstand (kookzones met P)De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschik-king. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.De powerstand werkt gedurende 10 minuten, vervolgens wordt automatischnaar kookstand 9 teruggeschakeld. 1. Een keer op de power-toets drukken om de powerstand te activeren.Het controlelampje boven de toets brandt. 2. Daarna voor de selectie van een bepaalde kookzone de respectievelijkeplus-toets of min-toets indrukken. De kookstandweergave toonteen P. Het controlelampje van de toets dooft. 3. Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld.
De Pverdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld.Noot:Om de powerstand vervroegd uit te schakelen, op de min-toets drukken.PowermanagementTelkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een modulegecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of depowerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kook-stand van de bijbehorende module-kookzone.De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaalmogelijke kookstand constant getoond.Modules (powermanagement)
Reiniging en onderhoudNL59Reiniging en onderhoud • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoom-reinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat dekookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. De keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoalsgrove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- envlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het bestetelkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en watafwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doekdroog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlakachterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week gron-dig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een bescher-mende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingenblijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker wordenverwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Ermogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlakachterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren enhet oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als dekookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reini-gingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschre-ven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen– in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kook-plaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of slaschoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschui-ven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geenzandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed opde werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hier-bij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet ver-wijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, inhet bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminium-bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnenalleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen wor-den verwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en doorschurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijdafgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken.
60Wat te doen bij problemen. NL Wat te doen b ij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijngevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluitingbestaat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat tevoorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogendergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus,bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerstaan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken nietzelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere-ageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten.
• Zijn de sensoren vergrendeld (kinderbeveiliging), d. w. z. wordteen L aangetoond. • Zijn de tiptoetsen gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd servies gebruikt. Zie hoofdstuk „Servies voorinductiekookplaat”. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaaldetijd een signaal te horen. Er is een permanente bediening van de touch-control-sensorendoor overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voor-werpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerpen ver-wijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond. De elektronica is te heet. De inbouw van de kookplaat controle-ren, in het bijzonder op goede beluchting letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. De foutcode U400 wordt getoond.
De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1suitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correctenetspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond. Er is een technisch defect. A. u. b.
contact opnemen met deservice. Het pansymbool verschijnt. Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwachtdat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pasdan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een panwerd opgezet. De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diame-ter. De gebruikte kookpannen maken geluid. Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voorde inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen. Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden). Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken. Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaathet apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen.
MontagehandleidingNL61MontagehandleidingOpmerkingDe KÜPPERSBUSCH-inductiekookplaat mag alleen volgens de instructies in deze handleiding worden ingebouwd. Als dit voorschrift niet wordt nageleefd, sluit KÜPPERSBUSCH elke aansprakelijkheid uit en verliezen de toegekende keur-merken hun geldigheid. Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur • Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangren-zende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuurbe-stendig zijn, kunnen ze zich vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het aanrecht-blad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespec-teerd.
• De minimum afstanden aan de achterkant van de kookplaatuit-sparingen moeten volgens de inbouwtekening worden geres-pecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstandvan minstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moetmet warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed tekunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm tebedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zogroot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap isvoorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels,enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gebracht omdatdeze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderde-len kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkingsge-vaar.
Beluchting • De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubelsof de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat deinductieve gedeelten voldoende geventileerd worden. • Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gere-duceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk Oververhittings-beveiliging), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
In dat geval is het aanbevolen de achterwand van de onder-kast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen ende voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedtevan de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcircula-tie mogelijk is. InbouwBelangrijke opmerkingen • Eventuele dwarslijsten onder het werkblad moeten tenminsteter hoogte van de uitsparing in het werkblad worden verwij-derd. • Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door eenoven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. • Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat ergeen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kun-nen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven hakenen de lade blokkeren.
• Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt,moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat20 mm bedragen om een voldoende beluchting van de kook-plaat te garanderen. • De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, was-machines of droogkasten worden ingebouwd. • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geenbrandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervorm-bare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat wordengeplaatst of gelegd. KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichtingzonder onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat enhet werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoffen inde daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnenindringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen werkblad, bijv.
• De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven. Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer teverwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkbladDe uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk meteen goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geenvocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingenuitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijkehoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnende glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledigafsluit. De keramische kookplaat wordt ofwel met clips of met plaatstripsbevestigd.
MontagehandleidingNL62Clips • De clips op de aangegeven afstanden inde uitsparing van het aanrechtbladinslaan. Door de horizontale aanslag isgeen aanpassing in de hoogte nodig. • Belangrijk: de horizontale aanslag van declips moet vlak op het aanrechtblad liggen(breukgevaar vermijden). • De kookplaat volgens de afbeelding linksinzetten (a), justeren (b) en vastclipsen(c). • Om de clips te zekeren kunnen schroevenworden gebruikt.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage! Minimumafstand tot naburige wanden Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaat Kabeldoorvoer door de achterwand InbouwhoogtePlaatstrip • De kookplaat inzetten en justeren. • Onderlangs de plaatstrips met schroevenaan de voorziene bevestigingsgaten inzet-ten, justeren en vastzetten.
MontagehandleidingNL63Elektrische aansluiting • De elektrische aansluiting mag uitsluitend door eenerkend vakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van deplaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt wordennageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie wordenvoorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contact-openingswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het nette scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schake-laars, zekeringen en contactoren. • Bij aansluiting en reparatie het apparaat met één van dezeinstallaties stroomloos maken. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van detrekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aan-sluitkabel met trek wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder hetapparaat worden getrokken.
• U moet er ook op letten dat de netspanning met de op hettypeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • Om de aansluiting uit te voeren moet het deksel van het scha-kelelement aan de onderkant van het apparaat losgemaaktworden om zo de aansluitklem te bereiken. Na de aansluitingmoet het deksel weer vastgemaakt en de aansluitleiding metde snoerklem beveiligd worden. • De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn. • Als de aansluitleiding van dit apparaat wordt beschadigd, moetze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijk-aardig gekwalificeerde persoon worden vervangen om risico'ste vermijden. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselek-tronica worden vernield.
AansluitwaardenNetspanning: 400-415V 2N~, 50-60 HzNominale componentenspanning: 230 - 240VAansluitingsmogelijkhedenTechnische gegevensEKI 607* Vermogen bij ingeschakelde powerstandEKI 807* Vermogen bij ingeschakelde powerstandEKI 848* Vermogen bij ingeschakelde powerstandInbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van devoedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftestvan de besturing plaats en verschijnt er een service-informatievoor de klantenservice. Met een sponsje en wat sop even over het oppervlak van dekookplaat vegen en vervolgens droogwrijven.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EKI 848.0 F stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Kuppersbusch
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis