KTM 200 Duke (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van KTM 200 Duke (2024) (126 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over KTM 200 Duke (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | KTM |
| Categorie: | Motor |
| Model: | 200 Duke (2024) |
Handleiding KTM 200 Duke (2024) – volledige tekst
BESTE KTM KLANT,*3214957nl*3214957nl27. 02. 2024BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een moderne, sportievemotorfiets en we zijn er zeker van dat u er veel plezier mee zult beleven, mits u de motorfiets goed onderhoudt. We wensen u veel rijplezier. Vul hieronder het serienummer van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 13) Stempel dealerMotornummer ( pag. 13)Sleutelnummer ( pag. 13)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2024 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 151.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.
Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normaal gebruik in het verkeerkan weerstaan. Dit voertuig is niet geschikt voor gebruik op racecircuits en niet-geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.
3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.
Indien dit speciale gereedschap niet bij de leveringvan het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikelnummer. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen.
Binnendringendvuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.
Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM
3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN103. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantievolledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroor-zaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereikenvan het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3.
SERIENUMMERS 5135.1 Voertuigidentificatiennummer402408-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 Typeplaatje402174-10Het typeplaatje1bevindt zich aan het frame rechts achter hetbalhoofd.5.3 Motornummer402486-10Het motornummer1is aan de linker kant van de motor onderhet ketting-aandrijfwiel gegraveerd.5.4 Sleutelnummer402245-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoVoor de bestelling van een reservesleutel is het sleutelnum-mer nodig. KEYCODECARD op een veilige plaats bewaren.Als nog minstens een contactsleutel aanwezig is, kan eenreservesleutel worden gemaakt. Als er geen contactsleutelmeer aanwezig is, moet het complete slotsysteem wordenvervangen.
6 BEDIENINGSELEMENTEN146.1 KoppelingshendelS00656-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.6.2 RemhendelS00663-10De remhendel1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.De voorwielrem wordt geschakeld met de remhendel.6.3 GashendelS00664-10De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.6.4 ClaxonknopS00660-10De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknopin de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.
BEDIENINGSELEMENTEN 6156.5 LichtschakelaarS00657-10De lichtschakelaar1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar is omlaag gezwenkt. Indeze stand zijn het dimlicht en het achterlicht inge-schakeld.Groot licht aan – Lichtschakelaar naar boven gescha-keld.
In deze stand zijn het groot licht en het achter-licht ingeschakeld.6.6 SeinlichtschakelaarS00659-10Het seinlichtschakelaar1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Seinlichtschakelaar in uitgangspositie• Seinlichtschakelaar ingedrukt – In deze stand wordt het sein-licht (groot licht) gebruikt.6.7 RichtingaanwijzerschakelaarS00658-10De richtingaanwijzerschakelaar1is links aan het stuur aange-bracht.Mogelijke toestandenRichtingaanwijzer uit – Richtingaanwijzerschakelaarnaar het schakelaarhuis geduwd.Richtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar links geschakeld. De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar rechts geschakeld.
De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.6.8 NoodstopschakelaarS00661-10De noodstopschakelaar1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Mogelijke toestandenNoodstopschakelaar uit – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken. Een draaiende motor scha-kelt uit en een stilstaande motor schakelt niet wordengestart.Noodstopschakelaar aan – Deze stand is nodig voorhet rijden. Het ontstekingscircuit is gesloten.
6 BEDIENINGSELEMENTEN166.9 StartknopS00662-10De startknop1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Startknop in de uitgangspositie• Startknop ingedrukt – In deze stand wordt de startmotorgeactiveerd.6.10 Contact- en stuurslotA00632-10Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroonplaat.Mogelijke toestandenContact uitgeschakeld OFF – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken. Een draaiende motorschakelt uit en een stilstaande motor schakelt nietin. De contactsleutel kan eruit worden getrokken.Contact ingeschakeld ON – In deze stand is hetontstekingscircuit gesloten en kan de motor wordengestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken en het stuur geblokkeerd.
De con-tactsleutel kan eruit worden getrokken.6.11 Stuur vergrendelenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.400732-01– Voertuig parkeren.– Het stuur helemaal naar links draaien.– Contactsleutel in het contact- en stuurslot steken, indrukkenen naar links draaien. Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan niet meer worden bewogen.
Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan weer worden bewogen.6.13 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.K00724-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen en con-tactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij overbelas-ting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.
6 BEDIENINGSELEMENTEN18– Contactsleutel eruit trekken.6.14 Tankdop sluitenM01496-01WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Tankdop dichtklappen.– Tankdop indrukken, totdat het slot vergrendelt.6.15 ZadelslotH01991-10Het zadelslot1bevindt zich links naast het zadel.Het zadelslot kan met de contactsleutel ontgrendeld worden.6.16 BoordgereedschapB00758-10Het boordgereedschap1bevindt zich onder de buddyseat.
BEDIENINGSELEMENTEN 6196.17 GrepenK00726-10De grepen1zijn bestemd voor het rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een buddyseat kan de passagier zich hieraanvasthouden.6.18 Voetsteun passagierA00633-10De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.19 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen op deafbeelding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.
6 BEDIENINGSELEMENTEN206.20 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.De achterwielrem wordt geschakeld met het rempedaal.6.21 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.
26)7.2 Activering en testA00969-10ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestBij het inschakelen van het contact lichten alle controlelampjesbehalve het controlelampje voor de richtingaanwijzer en het con-trolelampje voor de wegrijblokkering kort op.De segmenten van de toerentalmeter en de versnellingsindicatiegaan één voor één aan en weer uit.De snelheidsindicatie telt van 0 tot 199 en vervolgens weer terug.De overige indicatiesegmenten van het display gaan kort branden.Op het display verschijnen de letters READY TO >> RACE.Vervolgens wordt gedurende 4 seconden de voordien geselecteerdeABS-modus weergegeven.InfoABS-weergave alleen bij modellen met ABS aanwezig.Daarna wisselt de weergave naar de laatst geselecteerde modus.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motorniet draait.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT227.3 WaarschuwingenInfoAlle opgetreden waarschuwingen worden achtereenvolgensautomatisch op het display weergegeven tot ze niet meeractief zijn.Zodra een fout optreedt, gaan de betreffende controlelamp-jes branden, waardoor wordt aangegeven dat een aanwij-zing/waarschuwing voor de bedrijfsveiligheid werd gedetec-teerd.Zodra een waarschuwing voor de bedrijfsveiligheid is her-kend, brandt ook de algemene waarschuwingslamp .Zodra meerdere waarschuwingen voor de bedrijfsveiligheidzijn herkend, knippert ook de algemene waarschuwings-lamp .A00979-10Wanneer er een fout in de CAN‑bus is opgetreden, kunnen ver-schillende waarschuwingen op het display verschijnen:Er kunnen CAN ABS FAILURE,CAN FAILURE en CAN EMS FAILUREoptreden.F01485-01Side Stand Down verschijnt op het display als de zijstandaard isuitgeklapt.Clutch Switch Failure verschijnt op het display als de koppelings-schakelaar defect is.A00971-10Transport Lock verschijnt op het display als de transportmodus isgeactiveerd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 723F01477-03Low Oil Pressure verschijnt op het display als de oliedruk te laag is.Low Battery verschijnt op het display als de accuspanning onder deaangegeven waarde valt.Accuspanning ≤ 10,5 VF01477-04Coolant Sensor Failure verschijnt op het display als de temperatuur-sensor van het koelmiddel defect is.High Coolant Temperature verschijnt op het display als de koelmid-deltemperatuur tot boven de aangegeven waarde stijgt.Koelmiddeltempera-tuur> 110 °CA00972-10Fuel Level Sensor Failure verschijnt op het display als de brandstof-peilsensor defect is.Low Fuel Level verschijnt op het display als het brandstofpeil dereservemarkering heeft bereikt.7.4 ControlelampjesE01187-01De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van demotorfiets.Bij het inschakelen van het contact lichten alle controlelampjesbehalve het controlelampje voor de richtingaanwijzer en het con-trolelampje voor de wegrijblokkering kort op.Zodra een waarschuwing voor de bedrijfsveiligheid is herkend,brandt ook de algemene waarschuwingslamp .InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motorniet draait.
Als de motor draait en het controlelampje sto-ring brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contactopnemen met een geautoriseerde KTM-garage.Mogelijke toestandenControlelampje voor richtingaanwijzer knippert groenin knipperritme – Richtingaanwijzer is ingeschakeld.Controlelampje storing brandt geel – De OBD heefteen fout in de voertuigelektronica geconstateerd. Vol-gens de verkeersregels stoppen en contact opnemenmet een geautoriseerde KTM-garage.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT24Schakelindicator brandt/knippert rood – De schakel-indicator knippert rood wanneer het ingestelde scha-keltoerental RPM1 werd bereikt. De schakelindicatorblijft rood branden wanneer het ingestelde schakeltoe-rental RPM2 werd bereikt.Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling isin positie vrij geschakeld.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot lichtis ingeschakeld.Controlelampje wegrijblokkeringen brandt rood– Status- of foutmelding bij de wegrijblokkering.Algemeen waarschuwingslampje brandt of knippertgeel – Een aanwijzing/waarschuwing of meerdere aan-wijzingen/waarschuwingen voor de bedrijfsveiligheidwerden herkend.
Dit wordt ook op het display weerge-geven.(Duke met ABS)ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- offoutmelding bij het ABS.7.5 SchakelindicatorA00981-10De schakelindicator1bevindt zich in het midden boven het dis-play.InfoDe schakelindicator kan in de Trip 1‑weergave en deTrip 2‑weergave door het ingedrukt houden van deMODE-knop geconfigureerd worden.Tijdens de inrijperiode (tot 1000 km/621 mi) is de schakelin-dicator altijd actief. Pas daarna kan de schakelindicator wordengedeactiveerd en kunnen de waarden voor RPM1 en RPM2 wordeningesteld. Bij RPM1 knippert de schakelindicator rood en bij RPM2brandt de schakelindicator rood.InfoIn de 6e versnelling is de schakelindicator bij warme motorna de eerste service gedeactiveerd.Koelmiddeltempera-tuur≤ 35 °CODO 35 °CODO > 1.000 kmRPM1 Schakelindica-torknippertRPM2 Schakelindica-torbrandt
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7257.6 DisplayA00982-10De toerentalmeter1geeft het motortoerental in toeren perminuut aan.De versnellingsindicatie2geeft de met de versnellingsbakgeschakelde versnelling aan.De snelheid3wordt aangegeven in kilometer per uur km/h of inmijl per uur mph.Het brandstofpeil wordt in het gedeelte4aangegeven.Op het display5wordt extra informatie weergegeven.De tijd wordt in het gedeelte6aangegeven.De aanduiding van de koelmiddeltemperatuur wordt in hetgedeelte7aangegeven.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.De helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.7.7 BrandstofpeilweergaveA00983-10De inhoud van de brandstoftank wordt in het bereik1van hetdisplay weergegeven.De weergave van het brandstofpeil bestaat uit balkjes.
Hoe meerbalkjes er branden, hoe meer brandstof zich in de brandstoftankbevindt.InfoAls het brandstofpeil laag is, wordt op het display ook dewaarschuwing Low Fuel Level weergegeven.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdens hetrijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets vertraagdweergegeven.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT267.8 Weergave van de koelmiddeltemperatuurA00983-11De aanduiding van de koelmiddeltemperatuur wordt in hetgedeelte1van het display aangegeven.De weergave van de koelmiddeltemperatuur bestaat uit balkjes.Hoe meer balkjes er branden, hoe warmer het koelmiddel.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp.
corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.InfoAls alle balkjes branden, verschijnt er op het display boven-dien de waarschuwing High Coolant Temperature.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden• Motor koud – Tot drie balkjes branden.• Motor warm – Vier tot tien balkjes branden.• Motor heet – Elf tot dertien balkjes branden.• Motor zeer heet – Alle dertien balkjes branden.7.9 FunctietoetsenA00973-01(Duke met ABS)Met de MODE‑knop1wisselt u tussen de weergavemodi.Mogelijke weergavemodi zijn ODO Menü (algemene rijgege-vens), Time Trip 1 (rijgegevens 1), Time Trip 2 (rijgegevens 2),ABS Mode Menu (gekozen ABS-functie), Info Menu (waarschu-wing).Met de SET‑knop2worden de menu’s gewisseld.(Duke zonder ABS)Met de MODE‑knop1wisselt u tussen de weergavemodi.Mogelijke weergavemodi zijn ODO Menü (algemene rijgege-vens), Time Trip 1 (rijgegevens 1), Time Trip 2 (rijgegevens 2),Info Menu (waarschuwingen).Met de SET‑knop2worden de menu’s gewisseld.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7277.10 ODO‑weergaveA00975-10– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO op hetdisplay verschijnt.ODO geeft de totale afstand aan.InfoDeze waarde blijft ook opgeslagen als de 12V-accu van hetvoertuig losgekoppeld wordt en/of de zekering is gesmolten.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displayMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.11 ABS‑weergaveS04227-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ABS op hetdisplay verschijnt.ABS toont de geselecteerde ABS-modus.InfoABS-weergave alleen bij modellen met ABS aanwezig.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displayMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.12 Warnings‑weergaveA00974-10– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie Warnings ophet display verschijnt.Het menu Warnings is beschikbaar zodra één of meerdere waar-schuwingen voor de bedrijfsveiligheid werden herkend.InfoAlle opgetreden waarschuwingen worden achtereenvolgensautomatisch op het display weergegeven tot ze niet meeractief zijn.Zodra een fout optreedt, gaan de betreffende controlelamp-jes branden, waardoor wordt aangegeven dat een aanwij-zing/waarschuwing voor de bedrijfsveiligheid werd gedetec-teerd.Zodra een waarschuwing voor de bedrijfsveiligheid is her-kend, brandt ook de algemene waarschuwingslamp .Zodra meerdere waarschuwingen voor de bedrijfsveiligheidzijn herkend, knippert ook de algemene waarschuwings-lamp .SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het display
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT28MODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.13 Fuel RangeA00978-10– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO op hetdisplay verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat het gewenstemenu op het display verschijnt.In dit menu wordt de reikwijdte weergegeven.InfoDe reikwijdte is afhankelijk van het gemiddelde verbruik ende hoeveelheid brandstof in de brandstoftank.De reikwijdte wordt na het inschakelen van het contact pasna enige tijd weergegeven.Het menu Fuel Range is in de ODO‑weergave, deTRIP 1‑weergave en de TRIP 2‑weergave identiek.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displayMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.14 ServiceF01441-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO op hetdisplay verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat het gewenstemenu op het display verschijnt.In dit menu wordt de resterende tijd tot de volgende servicebeurtaangegeven.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displayMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.15 Actual F.C.F01442-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO op hetdisplay verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat het gewenstemenu op het display verschijnt.Het Actual F.C.
menu is in de TRIP F‑weergave en de ODO‑weergaveidentiek.In dit menu wordt het actuele verbruik weergegeven.InfoHet actuele verbruik wordt na het inschakelen van het con-tact pas na enkele 100 meter aangegeven.
TRIP 1 loopt altijd mee tot9999.9.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displaySET-knop 3secondenindrukken.Indicatie TRIP 1 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.17 Time Trip 1F01444-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1 ophet display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat het gewenstemenu op het display verschijnt.In dit menu wordt de rijtijd 1 op basis van TRIP 1 weergegeven.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displaySET-knop 3secondenindrukken.Indicatie TRIP 1 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.18 Average Speed Trip1F01445-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1 ophet display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat het gewenstemenu op het display verschijnt.In dit menu wordt de gemiddelde snelheid 1 op basis van TRIP 1weergegeven.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displaySET-knop 3secondenindrukken.Indicatie TRIP 1 wordt gereset
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT30MODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.19 Avg F.C. Trip 1F01446-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1 ophet display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat het gewenstemenu op het display verschijnt.In dit menu wordt het gemiddelde verbruik 1 op basis van TRIP 1weergegeven.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displaySET-knop 3secondenindrukken.Indicatie TRIP 1 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.20 TRIP 2‑weergaveA00977-10– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 ophet display verschijnt.TRIP 2 geeft de gereden afstand sinds de laatste reset aan, bijvoor-beeld de afstand tussen twee tankstops.
TRIP 2 loopt altijd mee tot9999.9.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displaySET-knop 3secondenindrukken.Indicatie TRIP 2 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.21 Time Trip 2F01448-01–MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 ophet display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat het gewenstemenu op het display verschijnt.In dit menu wordt de rijtijd 2 op basis van TRIP 2 weergegeven.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displaySET-knop 3secondenindrukken.Indicatie TRIP 2 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7317.22 Average Speed Trip2F01449-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 ophet display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat het gewenstemenu op het display verschijnt.In dit menu wordt de gemiddelde snelheid 2 op basis van TRIP 2weergegeven.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displaySET-knop 3secondenindrukken.Indicatie TRIP 2 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.23 Avg F.C.
Trip 2F01450-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 ophet display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat het gewenstemenu op het display verschijnt.In dit menu wordt het gemiddelde verbruik 1 op basis van TRIP 1weergegeven.SET-knop kortindrukken.Volgend menu op het displaySET-knop 3secondenindrukken.Indicatie TRIP 2 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.24 Kilometer of mijl instellenInfoLandspecifieke instelling aanpassen.Als de eenheid wordt gewisseld, blijft de waarde ODO bewaard en wordt omgerekend naar de geselecteerdeeenheid.VoorwaardenDe motorfiets staat stil.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT32A00980-10– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO op hetdisplay verschijnt.– MODE-knop 5 seconden indrukken.De indicatie wisselt van km/h op mph of van mph op km/h.InfoDe eenheden kunnen in de ODO‑weergave in elk menuworden ingesteld door de MODE-knop ingedrukt te hou-den.7.25 Tijd instellenInfoDe tijd wordt weergegeven in 24‑uurs formaat.De tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekoppeld is geweest van het voertuig of als de zekeringeruit is gehaald.VoorwaardenDe motorfiets staat stil.A00984-10– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO op hetdisplay verschijnt.– MODE en SET toets 5 - 10 seconden indrukken.De tijd begint te knipperen.InfoDe tijd kan in de ODO‑weergave in elk menu door hetgelijktijdig ingedrukt houden van de MODE‑knop enSET‑knop worden ingesteld.– Urenweergave instellen met de MODE-knop.– Minutenweergave instellen met de SET-knop.– MODE‑knop en SET‑knop gelijktijdig indrukken.De ingestelde tijd wordt overgenomen en opgeslagen.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7337.26 Schakeltoerental RPM1 instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.ODO > 1000 km (621 mi).F01475-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1 ophet display verschijnt.– MODE-knop 5 seconden indrukken.De RPM1-weergave verschijnt.InfoDe RPM1‑weergave verschijnt in de TRIP 1‑weergave bijelk menu door de MODE-knop ingedrukt te houden.RPM1 is het toerental vanaf het moment dat de scha-kelindicator activeert en knippert.Het toerental kan in stappen van 50 worden ingesteld.Het schakeltoerental RPM1 kan maar tot maximaal 50omwentelingen per minuut onder het schakeltoerentalRPM2 worden ingesteld.– Het toerental met de MODE‑toets en SET‑toets instellen.InfoDe MODE-toets verhoogt de waarde.De SET-toets verlaagt de waarde.– MODE‑toets en SET‑toets gelijktijdig indrukken.De RPM1‑weergave verdwijnt en het ingestelde schakeltoe-rental RPM1 wordt overgenomen en opgeslagen.7.27 Schakeltoerental RPM2 instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.ODO > 1000 km (621 mi).F01475-02– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 ophet display verschijnt.– MODE-knop 5 seconden indrukken.De RPM2-weergave verschijnt.InfoDe RPM2‑weergave verschijnt in de TRIP 2‑weergave bijelk menu door de MODE-knop ingedrukt te houden.RPM2 is het toerental vanaf het moment dat de scha-kelindicator brandt.Het toerental kan in stappen van 50 worden ingesteld.Het schakeltoerental RPM2 kan vanaf ten minste 50omwentelingen per minuut boven het schakeltoerentalRPM1 worden ingesteld.– Het toerental met de MODE‑toets en SET‑toets instellen.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT34InfoDe MODE-toets verhoogt de waarde.De SET-toets verlaagt de waarde.– MODE‑toets en SET‑toets gelijktijdig indrukken.De RPM2‑weergave verdwijnt en het ingestelde schakeltoe-rental RPM2 wordt overgenomen en opgeslagen.7.28 ABS‑modus instellen (Duke met ABS)VoorwaardenDe motorfiets staat stil.S04227-01– Mode-knop meerdere keren kort indrukken totdat de ABS weer-gave op het display verschijnt.– SET -knop indrukken en ingedrukt houden tot Release Buttonwordt weergegeven.De nu actieve ABS-modus wordt op het display weergege-ven.InfoTijdens de selectie geen gas geven.Als de ABS-omschakeling niet succesvol was, blijft deeerder ingestelde ABS-modus actief.Knipperen van de ABS-modus geeft aan, dat de weer-gegeven ABS-modus wegens een fout niet met de daad-werkelijke ABS-modus overeenkomt.Als de ABS‑modus ROAD actief is, regelt het ABS aanbeide wielen.Als de ABS‑modus SUPERMOTO actief is, regelt het ABSalleen aan het voorwiel.
INBEDRIJFSTELLING 8358. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. WaarschuwingGevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met KTM 200 Duke (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor KTM
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor