KTM 1290 Super Adventure S (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van KTM 1290 Super Adventure S (2024) (199 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 7 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over KTM 1290 Super Adventure S (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | KTM |
| Categorie: | Motor |
| Model: | 1290 Super Adventure S (2024) |
Handleiding KTM 1290 Super Adventure S (2024) – volledige tekst
BESTE KTM KLANT,*3214938nl*3214938nl30. 11. 2023BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportiefvoertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder de serienummers van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 14) Stempel dealerMotornummer ( pag. 14)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2023 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.
1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN61.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.
Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikHet voertuig is zo ontworpen en gebouwd, dat het kan worden gebruikt bij normale belastingen tijdens het rijdenover de weg en op eenvoudig terrein (niet-geasfalteerde wegen). Dit voertuig is niet geschikt voor gebruik op race-circuits. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.
3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt. Voor het wegverkeer is het juiste rijbe-wijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.
Deze maken geen deel uit van het voertuig, maarkunnen worden besteld onder vermelding van de aangegeven nummers tussen haakjes. Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aan-brengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2.
9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN102.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.
Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in het KTM Dealer. net worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat ergeen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrije werking en het voorkomen van vroegtijdige slijtage is het in acht nemen van dein de gebruiksaanwijzing vermelde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Slechte afstelling van het chassis kan leiden tot beschadiging en breken van de chassiscomponenten.
Het gebruik van de motorfietsen onder extreme omstandigheden zoals op modderige en vochtige wegen of in stof-fige en droge omgevingen kan leiden tot verhoogde belasting van bouwdelen zoals de aandrijving, remmen ofluchtfilter. Daarom kan het nodig zijn een service uit te voeren resp.
slijtageonderdelen te vervangen al voordathet interval volgens het serviceschema is bereikt. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde KTM-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of over KTM. De lijst met geautoriseerde KTM-dealers vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM.
5 SERIENUMMERS145.1 Voertuigidentificatiennummer402294-10Het voertuigidentificatienummer1is in het frame achter debedieningskop rechtsonder in reliëf aangebracht.Het voertuigidentificatienummer staat ook op het typeplaatje.5.2 Typeplaatje402293-10Het typeplaatje1is aan het frame achter het balhoofd linksbo-ven aangebracht.5.3 Motornummer402296-10Het motornummer1is aan rechterkant van de motor gegraveerd.5.4 Artikelnummer voorvork402295-10Het artikelnummer van de voorvork1is aan de binnenzijde vande asopname gegraveerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN166.1 KoppelingshendelE02213-10De koppelingshendel1is aan de linkerzijde van het stuur aange-bracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijge-steld.6.2 RemhendelE02214-10De remhendel1is rechts aan het stuur aangebracht.Met de remhendel worden de voorwielrem en de achterwielremtegelijkertijd bediend.InfoAls de ABS‑modus Offroad is ingeschakeld, wordt alleen devoorwielrem bediend.6.3 GashendelE02215-10De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.6.4 Combinatieschakelaar linksDe linker combinatieschakelaar is links aan het stuur aangebracht.E02217-10Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 17)2Knoppen van de cruisecontrol ( pag. 17)3Menutoetsen ( pag. 22)4Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 22)5Claxonknop ( pag. 22)6+RES/-SET-knop ( pag. 21)
BEDIENINGSELEMENTEN 6176.5 LichtschakelaarE02216-10De lichtschakelaar1is links op de combinatieschakelaar aange-bracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standBgeduwd. In deze stand zijn het groot licht en hetachterlicht ingeschakeld.Seinlicht – Lichtschakelaar in standCtrekken.6.6 Knoppen van de cruisecontrolE02327-10InfoDe beschreven functies gelden voor modellen zonder adaptieve cruisecontrol (ACC) resp. bij actieve cruise-controlemodus CC Only.De knoppen1,2en3van de cruisecontrol zijn links op de combinatieschakelaar aangebracht.Mogelijke toestanden• Knop van de cruisecontrol kort ingedrukt – De cruisecontrolfunctie wordt in- of uitgeschakeld.
De bedrijfs-toestand wordt op het gecombineerde instrument weergegeven.• Knop +RES kort ingedrukt – De als laatste opgeslagen doelsnelheid wordt weer geactiveerd. Elke keer dat deschakelaar wordt aangetikt, wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mph verhoogd.• Knop +RES ingedrukt houden – De doelsnelheid neemt stapsgewijs toe met 5 km/h of 5 mph.• Knop ‑SET kort ingedrukt – De cruisecontrol wordt geactiveerd en de actuele snelheid wordt aangehouden.Elke keer dat de schakelaar wordt aangetikt, wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mph verlaagd.• Knop ‑SET ingedrukt houden – De doelsnelheid neemt stapsgewijs af met 5 km/h of 5 mph.
6 BEDIENINGSELEMENTEN18WaarschuwingGevaar voor ongevallen De cruiscontrol-functie is niet voor alle rijsituaties geschikt. De gekozen doelsnelheid wordt onderschreden als op een helling het motorvermogen niet voldoende is. De gekozen doelsnelheid wordt overschreden als op een helling de motorremwerking niet voldoende is. – Gebruik de cruisecontrol-functie niet op wegen met veel bochten. – Gebruik de cruisecontrol-functie niet op een glad wegdek (bijvoorbeeld regen, ijs, sneeuw), bij slechtzicht of op een onverharde ondergrond (bijvoorbeeld zand, stenen, grind). – Gebruik de cruisecontrol-functie niet als de verkeerssituatie geen constante snelheid toelaat. Functies van de cruisecontrol:– Na activering van de cruisecontrol kan de gashendel in de uitgangspositie teruggedraaid worden. De gekozensnelheid blijft behouden.
– Als nog geen doelsnelheid is opgeslagen, kan deze met de +RES-knop worden opgeslagen. – Als de doelsnelheid door verdraaien van de gashendel voor minder dan 10 seconden wordt overschreden, blijftde cruisecontrol geactiveerd. – Als de doelsnelheid meer dan 10 km/h of 10 mph van de actuele snelheid afwijkt, bijv. bij een inhaalmanoeu-vre, wordt door het kort indrukken van de ‑SET-knop de actuele snelheid als doelsnelheid opgeslagen. – Als op een steile helling de remwerking van de motor niet voldoende is om de ingestelde doelsnelheid aan tehouden, dan remt het systeem actief af. – Als de ingestelde doelsnelheid duidelijk onder de actuele snelheid ligt, dan remt het systeem actief af om dedoelsnelheid te bereiken. – De snelheid wordt bij een toenemende schuine stand verlaagd.
– slip aan het achterwiel of een omhoog komend voorwiel en een hiermee gepaard gaande regeling van demotorfietstractiecontrole (MTC) gedurende meer dan 1 seconde. –regeling van het ABS gedurende meer dan 1 seconde. – optreden van een fout die de functie van de cruisecontrol beïnvloedt. – overschrijden van de doelsnelheid bij een inhaalmanoeuvre gedurende meer dan 10 seconden. – sterke schuine stand van meer dan 41°. – motortoerental onder 1500 omwentelingen per minuut. – inschakelen van de eerste versnelling of transmissie in onbelaste toestand. – motorfiets-tractiecontrole (MTC) is uitgeschakeld. – ABS-modus Offroad is geactiveerd. De cruisecontrol kan alleen worden geactiveerd als de volgende voorwaarden zijn vervuld (inschakelvoorwaarden):– motorfiets-tractiecontrole (MTC) is geactiveerd. – geen sterke versnelling. – geen schuine stand boven 41°.
BEDIENINGSELEMENTEN 6196.7 Knoppen van de adaptieve cruisecontrol (ACC)E02327-10De knoppen1,2en3van de adaptieve cruisecontrol (ACC) zijn links op de combinatieschakelaar aange-bracht.Mogelijke toestanden• Knop van de cruisecontrol kort ingedrukt – De functie adaptieve cruisecontrol wordt in- of uitgeschakeld.De bedrijfstoestand wordt op het gecombineerde instrument weergegeven.• Knop +RES kort ingedrukt – De als laatste opgeslagen doelsnelheid wordt weer geactiveerd.
Elke keer dat deschakelaar wordt aangetikt, wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mph verhoogd.• Knop +RES ingedrukt houden – De doelsnelheid neemt stapsgewijs toe met 5 km/h of 5 mph.• Knop ‑SET kort ingedrukt – De cruisecontrol wordt geactiveerd en de actuele snelheid wordt aangehouden.Elke keer dat de schakelaar wordt aangetikt, wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mph verlaagd.• Knop ‑SET ingedrukt houden – De doelsnelheid neemt stapsgewijs af met 5 km/h of 5 mph.
6 BEDIENINGSELEMENTEN20WaarschuwingGevaar voor ongevallen De functie adaptieve cruiscontrol (ACC) is niet voor alle rijsituaties geschikt. Toepassingsgebied van de ACC 30 … 150 km/hDe bestuurder is voor het veilige gebruik van het voertuig steeds zelf verantwoordelijk. De ACC is niet bedoeld om botsingen te voorkomen. De ACC is tot ca. 50% van het maximale remvermogen begrensd. Vanaf de minimumsnelheid vindt geen verdere automatische vertraging meer plaats. De ACC meet geen objecten met hoge relatieve snelheid, bijv. stilstaande of tegemoetkomende voertui-gen. De ACC meet geen voertuigen die zeer smal zijn, bijv. fietsen. De gekozen doelsnelheid wordt onderschreden als op een helling het motorvermogen niet voldoende is. De gekozen doelsnelheid wordt overschreden, als op een helling de motorremwerking en hetACC-remvermogen niet voldoende zijn.
Bij sterke schuine stand herkent de ACC voorliggende voertuigen slechter. – Blijf steeds alert en klaar om te remmen. – Grijp in, als de ACC een voertuig of een hindernis niet waarneemt, een waarschuwing op het gecombi-neerde instrument verschijnt of de minimumsnelheid wordt bereikt. – Gebruik de ACC niet op wegen met veel bochten. – Gebruik de ACC niet op een glad wegdek (bijv. regen, ijs, sneeuw), bij slecht zicht of op een onver-harde ondergrond (bijvoorbeeld zand, stenen, grind). – Gebruik de ACC niet in druk verkeer met frequente rijstrookwisselingen van andere voertuigen of bijhet rijden in motorfietsgroepen. – Neem de wettelijke minimumafstanden tot voorliggende voertuigen in acht. Functies van de adaptieve cruisecontrol (ACC):– De rijmodus van de adaptieve cruisecontrol (ACC) en de afstand tot het voorliggende voertuig kan in hetmenu Cruise Control worden ingesteld.
De geselecteerde snelheid wordt aangehouden, voorliggende voertuigen worden herkend en deingestelde afstand tot het voorliggende voertuig wordt aangehouden. De motorfiets accelereert en remt auto-matisch indien nodig. – Als nog geen doelsnelheid is opgeslagen, kan deze met de +RES-knop worden opgeslagen. – Als de adaptieve cruisecontrol ACC een voorliggend voertuig herkent en de doelsnelheid met meer dan10 km/h van die van het voorliggende voertuig verschilt, wordt door kort indrukken van de ‑SET-knop dedoelsnelheid tot de snelheid van het voorliggende voertuig gereduceerd. – Als de doelsnelheid door draaien van de gashendel niet langer dan 10 seconden wordt overschreden en hier-bij de snelheid niet hoger dan 180 km/h resp. 115 mph wordt, blijft de adaptieve cruisecontrol (ACC) geacti-veerd. – Als de doelsnelheid meer dan 10 km/h of 10 mph van de actuele snelheid afwijkt, bijv.
bij een inhaalmanoeu-vre, wordt door het kort indrukken van de ‑SET-knop de actuele snelheid als doelsnelheid opgeslagen. – Als de adaptieve cruisecontrol ACC een voorliggend voertuig herkent en de doelsnelheid van die van het voor-liggende voertuig verschilt, wordt bij een inhaalmanoeuvre bij het activeren van het knipperlicht al geaccele-reerd makkelijker in te kunnen halen. Als het systeem na inschakelen van de richtingaanwijzer in de Comfort-modus 3,5 seconden lang resp. in de Sport-modus 2,5 seconden lang geen rijbaanwissel herkent, wordt deacceleratie beëindigd en wordt de ingestelde afstand tot het voorliggende voertuig hersteld. – Als op een steile helling de remwerking van de motor niet voldoende is om de ingestelde doelsnelheid aan tehouden, dan remt het systeem actief af.
BEDIENINGSELEMENTEN 621De adaptieve cruisecontrol (ACC) wordt bovendien in de onderstaande situaties gedeactiveerd (uitschakelvoorwaarden):– bediening van de remhendel. – bediening van het rempedaal. – bediening van de koppelingshendel gedurende meer dan 2,5 seconden. – sluiten van de gashendel tot voorbij de uitgangspositie. – slip aan het achterwiel of een omhoog komend voorwiel en een hiermee gepaard gaande regeling van demotorfietstractiecontrole (MTC) gedurende meer dan 1 seconde. – regeling van ABS gedurende meer dan 1 seconde. – snelheid hoger dan 180 km/h of 115 mph. – dalen onder de minimumsnelheid van 25 km/h of 16 mph in de 2e-4e versnelling resp. 35 km/h of 22 mphin de 5e-6e versnelling. – optreden van een fout die de functie van de cruisecontrol beïnvloedt. – frontradarsensor vervuild of met ijs bedekt tijdens het rijden.
8 +RES/-SET-knopE02217-12De +RES-knop1is linksvoor op het stuur aangebracht. De ‑SET-knop2is linksachter op het stuur aangebracht. InfoDe knoppen +RES en ‑SET worden bij geactiveerdecruisecontrol-functie voor het regelen van de cruisecontrolgebruikt.
De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.InfoAls softwarefunctie is een automatische richtingaanwijzer-uitschakelaar (ATIR) beschikbaar.De ATIR-functie gebruikt een tijdklok en een rijafstandsme-ter.Als de richtingaanwijzer gedurende minimaal 10 secondenen 150 meter rijafstand ingeschakeld is geweest, wordt derichtingaanwijzer uitgeschakeld.Als het voertuig stilstaat, worden de beide meters gestopt.Als de richtingaanwijzerschakelaar opnieuw wordt bediend,worden beide meters gereset.6.11 ClaxonknopE02219-12De claxonknop1is op de gecombineerde schakelaar links aan-gebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie.• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.
24)6.13 NoodknipperlichtschakelaarE02220-11De noodknipperlichtschakelaar1is rechts op de combinatie-schakelaar aangebracht.De noodknipperlichten worden gebruikt voor het aangeven vannoodsituaties.InfoDe noodknipperlichten kunnen bij ingeschakelde ontste-king of tot 60 seconden na het uitschakelen van de ontste-king worden in- of uitgeschakeld.Noodknipperlichten slechts zo lang gebruiken als beslistnodig is, aangezien dit de 12V-accu ontlaadt.Mogelijke toestandenNoodknipperlichten aan – Alle vier knipperlichtenen de groene controlelampjes op het gecombineerdeinstrument knipperen.6.14 C1- en C2-schakelaarE02218-10De C1- en C2-schakelaars1zijn op de combinatieschakelaarrechts aangebracht.InfoDe C1 en C2-schakelaar dient als snelle toegang tot ver-schillende menu’s.De C1 en C2-schakelaar kan in het menu Custom Switch vrijworden geconfigureerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN246.15 RACE-ON-knopE02220-12De RACE-ON‑knop1is op de combinatieschakelaar rechts aan-gebracht.InfoDe RACE-ON‑knop heeft bij dit voertuig de functie van con-tactslot.De besturing kan alleen worden geblokkeerd als het stuurhelemaal naar links is gedraaid.Mogelijke toestanden• RACE-ON-knop in de uitgangspositie.• RACE-ON-knop kort ingedrukt – Kort indrukken schakelthet contact in en ontgrendelt de stuurvergrendeling of scha-kelt het contact uit.
Het RACE-ON-controlelampje brandt eenkeer kort ter bevestiging.• RACE-ON-knop lang ingedrukt – Lang indrukken schakelthet contact uit en vergrendelt tegelijkertijd de stuurvergrende-ling.6.16 Startknop/noodstopschakelaarE02220-13De startknop/noodstopschakelaar1is rechts op de combinatie-schakelaar aangebracht.Mogelijke toestandenStartknop/noodstopschakelaar uit (bovenste stand)– In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken.Een draaiende motor schakelt uit en een stilstaandemotor kan niet worden gestart.
Er verschijnt een mel-ding op het display.Startknop/noodstopschakelaar aan (middelste stand)– Deze stand is noodzakelijk bij het rijden, het ontste-kingscircuit is gesloten.Startmotor aan (onderste stand) – In deze stand wordtde startmotor geactiveerd.6.17 Stuurslot (antenne)E02221-10Bij dit voertuig wordt het contact- en stuurslot door eencontactloze sleutel met transpondersleutel (RACE-ON‑sleutel( pag. 25)) vervangen.Om de stuurvergrendeling te activeren, moet het stuur naar linksgedraaid zijn.Het stuur wordt via de RACE-ON‑knop ( pag. 24) elektrome-chanisch ver- en ontgrendeld.Als de accuspanning van de RACE-ON‑sleutel te laag is, ofwel deRACE-ON‑sleutel of de RACE-ON-chip in het bereikAtegen demotorfiets houden en de startprocedure herhalen.InfoZodra de motor is gestart, de RACE-ON‑sleutel of de RACE-ON-chip weer veilig opbergen.
BEDIENINGSELEMENTEN 625Mogelijke toestanden• Contact uit, besturing geblokkeerd – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken en de besturing geblokkeerd.• Contact uit, stuur ontgrendeld – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken en de besturing ontgrendeld.• Contact aan, besturing ontgrendeld – In deze stand is het ont-stekingscircuit gesloten en de besturing ontgrendeld.6.18 WegrijblokkeringE02045-10De elektronische wegrijblokkering beveiligt het voertuig tegengebruik door onbevoegden.Zodra het contact via de RACE-ON‑knop ( pag.
24) wordt uit-geschakeld, is de wegrijblokkering geactiveerd en de motorelektro-nica geblokkeerd.Het RACE-ON‑controlelampje1kan door knipperen fouten aan-geven.Als de optionele alarminstallatie is ingebouwd, knippert het RACE-ON-controlelampje1rood, als de alarminstallatie is ingescha-keld.6.19 RACE‑ON-sleutelE02206-10De RACE-ON-sleutel1heeft bij dit voertuig alle functies van eenklassieke contactsleutel.Als de batterijspanning van de RACE-ON‑sleutel te laag is, kan hetvoertuig worden gestart door de RACE-ON-sleutel direct tegen deantenne van het voertuig ( pag. 24) te houden.De RACE-ON-chip2is alleen voor situaties bedoeld waarin deRACE-ON-sleutel niet beschikbaar is.De RACE-ON-chip kan zoals de RACE-ON-sleutel voor het star-ten van het voertuig worden gebruikt door de chip direct tegen deantenne van het voertuig ( pag.
24) te houden.InfoDe contactsleutels zijn uitgerust met elektronische compo-nenten. Altijd een afstand van meerdere centimeter aan-houden tot andere apparaten met elektronische componen-ten.Een verloren contactsleutel moet door een geautoriseerde KTM-werkplaats worden gedeactiveerd om te voorkomen dat onbevoeg-den met het voertuig gaan rijden.De meegeleverde contactsleutels zijn in de leveringstoestand geac-tiveerd.Er kunnen in totaal tot vier contactsleutels bij een geautoriseerdeKTM-werkplaats worden geactiveerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN266. 20 Anti‑Relay‑Attack (ARA)H04521-01De RACE‑ON‑sleutel beschikt over de functie Anti Relay Attack diede diefstalbeveiling verhoogt. In het gecombineerde instrument kan de functie Anti Relay Attack( ARA) worden geactiveerd of gedeactiveerd. Als de functie isgeactiveerd, wordt het radioantwoord van de RACE‑ON‑sleutel5 minuten na uitschakelen van de ontsteking gedeactiveerd. Inhet gecombineerde instrument wordt bij het uitschakelen van deontsteking weergegeven of Anti‑Relay‑Attack in de contactsleutelsuccesvol werd geactiveerd. Ook als de RACE‑ON‑sleutel zich binnen het bereik bevindt,kan het voertuig na afloop van de termijn niet contactloos metde RACE‑ON‑sleutel worden gestart. Op het gecombineerdeinstrument wordt dezelfde knippercode weergegeven als wanneerde RACE-ON-sleutel buiten bereik is.
Zo wordt voorkomen dat een andere persoon middelsuitbreiding van het bereik het voertuig start, hoewel eigenaar enRACE‑ON‑sleutel niet in de buurt van het voertuig zijn. InfoAls de RACE‑ON‑sleutelaccu werd gewisseld, isAnti‑Relay‑Attack in de RACE-ON-sleutel ook geactiveerd,als de functie Anti Relay Attack in het gecombineerdeinstrument actief is. Pas als de RACE‑ON‑sleutel bij de volgende keeruitschakelen binnen bereik is, wordt Anti‑Relay‑Attack inde RACE‑ON‑sleutel weer geactiveerd. M01883-10In het bereikAvan de RACE‑ON‑sleutel bevindt zich een knop. Als deze knop wordt ingedrukt en de led13x knippert, wordtAnti‑Relay‑Attack op de RACE‑ON‑sleutel gedurende 10 minu-ten gedeactiveerd waardoor een contactloze start van het voertuigmogelijk is. TipDeze functie kan bijv. worden gebruikt voordat deRACE‑ON‑sleutel in de motorkleding wordt opgeborgen.
Het voertuig kan onafhankelijk van Anti‑Relay‑Attack steeds wor-den gestart, door de RACE‑ON‑sleutel of de RACE-ON-chip directtegen de antenne van het voertuig ( pag. 24) te houden. InfoIn dit geval wordt bij de volgende keer uitschakelen van hetcontact Anti‑Relay‑Attack niet geactiveerd. Het voertuig activeert Anti‑Relay‑Attack bij het uitschakelen vanhet contact steeds in slechts een RACE‑ON‑sleutel. Aanbevolen wordt om slechts één RACE-ON-sleutel te gebruiken,aangezien niet kan worden voorzien in welke RACE-ON-sleutelAnti-Relay Attack wordt geactiveerd.
BEDIENINGSELEMENTEN 6276.21 Stopcontact voor elektrisch toebehorenE02222-10Het stopcontact1voor elektrisch toebehoren is voor de bovenstekroonplaat aangebracht.Het is aangesloten op constant plus en gezekerd.Stopcontact elektrische toebehorenSpanning 12 Vmaximalestroomafgifte10 A6.22 USB‑aansluitingE02223-10In het opbergvak bevindt zich een USB-aansluiting1voor despanningsvoorziening van externe apparaten.De USB-aansluiting wordt ingeschakeld met het contact.USB‑aansluitingSpanning 5 VMaximalestroomopname2,1 A6.23 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
6 BEDIENINGSELEMENTEN28VoorwaardenDe motorfiets staat stil.Motor is uit.Het contact is ingeschakeld of sinds minder dan 1 minuut uitge-schakeld.E02224-10–Afdekking1langzaam omhoog klappen.De tankdop ontgrendelt.–Tankdop2omhoogklappen.6.24 Tankdop sluitenE02225-10WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.–Tankdop1omlaag klappen en omlaag drukken.De tankdop klikt hoorbaar vast.6.25 BrandstofkranenE02325-01Er bevindt zich een brandstofkraan1aan iedere kant van debrandstoftank.De onderste brandstoftankbekleding moet worden gedemonteerdom de brandstofkranen te bereiken.InfoDe brandstofkranen moeten tijdens het rijden altijd zijngeopend.De brandstofkranen worden alleen gesloten voor het verwij-deren van de brandstoftank.Mogelijke toestanden• Brandstofkranen gesloten – Er kan geen niveaucompensatieplaatsvinden en de brandstoftoevoer naar het smoorklephuisis gesloten.• Brandstofkranen geopend – Er kan een niveaucompensatieplaatsvinden en de brandstoftoevoer naar het smoorklephuisis geopend.
6 BEDIENINGSELEMENTEN306.28 Buddyseat-ontgrendelingE02228-10De knop1van de buddyseat-noodontgrendeling bevindt zich aande linkerkant van het voertuig onder de buddyseat.De knop van de buddyseat-noodontgrendeling functioneert alleenals de motorfiets stilstaat, de motor uitgeschakeld is en het con-tact ingeschakeld of minder dan 1 minuut uitgeschakeld is.Als de knop van de buddyseat-noodontgrendeling nietfunctioneert, kan het zadel met de buddyseat-noodontgrendeling( pag. 30) worden ontgrendeld.6.29 Buddyseat-noodontgrendelingE02229-10De buddyseat-noodontgrendeling1bevindt zich aan de rechter-kant van het voertuig onder de afdekking2.De buddyseat-noodontgrendeling wordt gebruikt, als de knop vande zadelontgrendeling niet functioneert, bijv.
omdat de 12V-accuontladen is.6.30 GrepenE02230-11De passagier kan zich tijdens het rijden aan de handgrepen1vasthouden.6.31 BagagedragerE02230-10De bagagedragerplaat1bevindt zich achter het zadel.Op de bagagedragerplaat kan de basisplaat van een koffersysteem(optioneel) worden bevestigd.De bagagedragerplaat mag maximaal met het aangegeven gewichtworden belast.Hoogst toegestanebelasting van debagagedrager8 kgInfoOpletten op de aanwijzingen van de kofferfabrikant.
BEDIENINGSELEMENTEN 6316.32 Voetsteun passagierE02241-01De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.33 Versnellingshendel402299-10De versnellingshendel1is aan de motor links aangebracht.402299-11De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van deafbeelding.De vrije stand bevindt zich tussen 1e en 2e versnelling.6.34 Rempedaal402301-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.De achterwielrem wordt geschakeld met het rempedaal.
6 BEDIENINGSELEMENTEN326.35 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard ingeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk Stoppen,parkeren in acht.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.6.36 Middenstandaard402031-10Naast de zijstandaard is het voertuig uitgerust met een midden-standaard1.
36)2DisplayVoorzichtigGevaar voor verbranding Delen van het gecombineerde instrument worden in bepaalde situaties heet.Bij omgevingstemperaturen hoger dan 55 °C (131 °F), langere stilstand, bijvoorbeeld bij een verkeers-licht of direct zonlicht, warmt vooral het display sterk op.– Raak het gecombineerde instrument in deze situaties niet met blote handen aan.– Draag geschikte beschermende kleding.– Als u zich heeft verbrand dient u de verbrande plek meteen onder lauwwarm water te houden.7.2 Activering en testE02045-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en de controlelamp-jes branden kort in het kader van een functiecontrole.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT34InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motorniet draait. Als de motor loopt en het controlelampje sto-ring brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contactopnemen met een geautoriseerde KTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet loopt. Wanneer de motor loopt en het waar-schuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens degeldende verkeersregels stoppen en de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampjeblijven branden totdat een snelheid van ca. 6 km/h (ca. 4mph) of meer is bereikt.7.3 Dag‑nacht-modusE02047-01De dagmodus wordt in lichte kleuren weergegeven.E02046-01De nachtmodus wordt in donkere kleuren weergegeven.InfoDe omgevingslichtsensor in het gecombineerde instrumentmeet de helderheid van de omgeving en schakelt het dis-play automatisch in dag- of nachtmodus.
Afhankelijk vande helderheid die de omgevingslichtsensor meet, wordt hetdisplay lichter of donkerder of in de andere weergavemodusgeschakeld.Om voortdurend omschakelen te voorkomen, wordt de auto-matische omschakeling iets tijdsvertraagd uitgevoerd.In het menu Display Theme kan de weergavemodus tus-sen AUTOMATIC en NIGHT handmatig worden gewisseld.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7357.4 WaarschuwingenE02048-01Waarschuwingen verschijnen in het midden van het display, afhan-kelijk van hun relevantie krijgen ze een gele of rode achtergrond.Gele waarschuwingen tonen fouten of informatie die een snelleinterventie of aanpassing van de rijstijl vereisen.Rode waarschuwingen tonen fouten of informatie die een onmid-dellijke interventie vereisen.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle actuele waarschuwingen worden in het menu Warningsweergegeven tot ze niet meer actief zijn.7.5 Waarschuwing voor glad wegdekE02049-01Het verschijnen van de waarschuwing voor glad wegdek wijst opeen verhoogd risico op gladde wegen.De waarschuwing voor glad wegdek verschijnt in het midden vanhet display met een gele achtergrond.De waarschuwing voor glad wegdek verschijnt op het displaywanneer de omgevingstemperatuur onder de aangegeven waarde isgedaald.Temperatuur ≤ 4 °CDe waarschuwing voor glad wegdek verdwijnt weer van het dis-play wanneer de omgevingstemperatuur weer boven de aangegevenwaarde is gestegen.Temperatuur ≥ 6 °CInfoWanneer de waarschuwing voor glad wegdek oplicht, ver-schijnt ook de waarschuwing ICE WARNING.7.6 Waarschuwing over de overname van de controle door de bestuurderE02205-01De waarschuwing voor de overname van de controle door debestuurder (BRAKE!) verschijnt in het midden van het display vooreen rode achtergrond.De waarschuwing verschijnt, als het systeem een mogelijke botsingherkent resp.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met KTM 1290 Super Adventure S (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor KTM
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor