Konica Minolta Magicolor 5430DL Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Konica Minolta Magicolor 5430DL (162 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Konica Minolta Magicolor 5430DL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Konica Minolta |
| Categorie: | Printer |
| Model: | Magicolor 5430DL |
Handleiding Konica Minolta Magicolor 5430DL – volledige tekst
HandelsmerkenKONICA MINOLTA en het KONICA MINOLTA logo zijn handelsmerken of geregistreerde han-delsmerken van KONICA MINOLTA HOLDINGS, INC.magicolor is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van KONICA MINOLTA PRIN-TING SOLUTIONS U.S.A., INC. Opmerking omtrent het copyrightCopyright © 2006 KONICA MINOLTA BUSINESS TECHNOLOGIES, INC., Marunouchi Center Building, 1-6-1 Marunouchi, Chiyoda-ku, Tokyo, 100-0005, Japan. Alle rechten voorbehouden. Dit document mag niet worden gekopieerd, geheel of gedeeltelijk, niet worden overgedragen op enig ander medium of worden vertaald in enige andere taal, zonder de schriftelijke toestem-ming van KONICA MINOLTA BUSINESS TECHNOLOGIES, INC. OpmerkingKONICA MINOLTA BUSINESS TECHNOLOGIES, INC. behoudt zich het recht voor verande-ringen in de gebruiksaanwijzing en aan de daarin beschreven apparatuur uit te voeren zonder aankondiging vooraf.
Deze gebruiksaanwijzing is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Echter, KONICA MINOLTA BUSINESS TECHNOLOGIES, INC. geeft geen enkele garantie, inclusief, maar niet beperkt tot, enige geïmpliceerde garanties op verhandelbaarheid en geschiktheid voor een bepaald doel, m.b.t. deze gebruiksaanwijzing. KONICA MINOLTA BUSI-NESS TECHNOLOGIES, INC. is niet verantwoordelijk, of aansprakelijk voor, fouten in deze gebruiksaanwijzing of voor incidentele, speciale of gevolgschade die voortkomt uit de levering van deze gebruiksaanwijzing, of het gebruik van deze gebruiksaanwijzing bij het bedienen van de apparatuur, of in verband met de prestaties van de apparatuur wanneer zodanig bediend.
SOFTWARE LICENTIE-OVEREENKOMSTDit pakket bevat de volgende materialen geleverd door Konica Minolta Business Technologies, Inc. (KMBT): software als onderdeel van het afdruksysteem, de digitaal gecodeerde machine-readable basisdate gecodeerd in het speciale formaat en in de gecodeerde vorm ("fontpro-gramma's", ander software die draait o een computersysteem voor gebruik in combinatie met de afdruksoftware ("Host software"), en bijbehorende verklarende materialen ("documentatie"). De term “Software” zal worden gebruikt voor het beschrijven van de afdruksoftware, fontpro-gramma's en/of Host software en ook omvatten upgrades, gemodificeerde versies en kopieën van de software. De software is aan u gelicenseerd onder de voorwaarden van deze overeenkomst.
KMBT verleent u een niet-exclusieve sublicentie voor gebruik van de software en documentatie onder voorwaarde dat u akkoord gaat met het volgende:1. U mag de afdruksoftware en de bijbehorende fontprogramma's gebruiken voor afbeelden op de gelicenseerde uitvoerapparatuur, alleen voor uw eigen interne doeleinden. 2. Naast de licentie voor de fontprogramma's genoemd in sectie 1 ("afdruksoftware"), mag u Roman Font programma's gebruiken voor het reproduceren van grootte, stijlen en versies van letters, nummers, karakters en symbolen ("typefaces") op het display of de monitor voor uw eigen interne doeleinden. 3. U mag een backup-kopie maken van de Host software, mits deze backup-kopie niet wordt geïnstalleerd of gebruikt op een computer.
U mag de rechten van deze licentie overdragen naar een gevolmachtigde of alle rechten en belangen aan een dergelijke software en documentatie (“Gevolmachtigde”) vooropge-steld dat u aan de gevolmachtigde alle exemplaren van dergelijke software en documenta-tie overdraagt en dat de gevolmachtigde instemt zich te houden aan alle voorwaarden en condities van deze overeenkomst. 5. U zult de software en documentatie niet wijzigen, aanpassen of vertalen. 6. U zult niet proberen de software te veranderen, uit elkaar te halen, te decoderen, reverse te engineeren of de decompileren. 7. Het eigendomsrecht en het eigendom van de software en documentatie en alle reproduc-ties daarvan blijven van KMBT en zijn licentiehouder. 8. Handelsmerken mogen worden gebruikt in overeenstemming met de geaccepteerde han-delsmerkpraktijk, inclusief identificatie van de naam van de eigenaar van het handelsmerk.
Handelsmerken kunnen alleen worden gebruikt om de afgedrukte uitvoer geproduceerd door de software te identificeren. Een dergelijke gebruik van handelsmerken verleent u geen rechten omtrent het eigendom van dat handelsmerk. 9. U mag versies of kopieën, of software op enige ongebruikte media, die de software licentie-houder niet gebruikt, niet verhuren, leasen, sublicenseren uitlenen of overdragen behalve wanneer het gaat over de permanente overdracht van alle software en documentatie zoals hierboven omschreven. 10. In geen geval zal KMBT of haar licentieverlener aansprakelijk zijn voor gevolgschade, inci-dentele, indirecte, zeer grote of speciale schade, inclusief winstderving of gederfde bespa-ringen, zelfs wanneer KMBT is geadviseerd omtrent de mogelijkheid tot dergelijke schade, of voor claims van een willekeurige derde partij.
ties is uitsluiting of beperking van incidentele, gevolg- of speciale schade niet toegestaan, waardoor de voornoemde beperkingen voor u niet van toepassing kunnen zijn.11. Opmerking voor overheidseindgebruikers: de software is een "commercieel product", zoals gedefinieerd in 48 C.F.R.2.101, bestaan de uit “commerciële computer software” en" com-merciële computersoftware documentatie”, zoals termen worden gebruikt in 48 C.F.R. 12.212. Consistent met 48 C.F.R. 12.212 en 48 C.F.R. 227.7202-1 t/m 227.7202-4, verwer-ven alle U.S. overheidseindgebruikers de software alleen met de rechten daarin genoemd.12. U komt overeen dat u de software in geen enkele vorm zult exporteren wanneer er dan sprake is van overtreding van van toepassing zijnde wetgeving en regelgeving m.b.t.
exportbeperkingen van bepaalde landen.Alleen voor EU landenDit symbool betekent: Verwijder dit product niet samen met uw huisafval.Raadpleeg uw lokale authoriteit voor de juiste verwijderingsin-strukties. In geval van de aanschaf van een nieuw product, kan het gebruikte product ook aangeboden worden aan uw dealer, welke dan zorg zal dragen voor verwijdering. Hergebruik van uw product draagt mede bij tot behoud van natuurlijke bronnen en voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor uw omgeving en uw gezondheid, welke kunnen worden veroorzaakt door een verkeerde manier van afval verwijderen.
Eerste kennismaking met uw printer 3Onderdelen printerDe afbeelding hierna toont de onderdelen van uw printer die in deze gebruiksaanwijzing regelmatig worden genoemd. Neem s.v.p. de tijd om deze te leren kennen.Vooraanzicht1—Bedieningspaneel2—Uitvoerlade3—Bovenklep4—Fuser-eenheid5—Rechter zijdeur6—Transfer roller7—Transfer belt eenheid8—Lade 1 (multifunctionele cas-sette)9—Greep10—Frontdeur11—Resttonerfles12—Toner cartridge 2 34567812101119121167
Hulpprogramma's en documentatie CD-ROM6Hulpprogramma's en documentatie CD-ROMDrivers" Voor meer informatie omtrent de Macintosh en Linux printer-drivers, zie de magicolor 5430 DL Reference Guide. Voor meer informatie omtrent de Windows printer driver, zie de magicolor 5430DL Installa-tion Guide.Hulpprogramma'sDrivers Gebruik/voordeelPrinter-driver voor Windows XP/Server 2003/2000Deze drivers geven u toegang tot alle printerfunctionaliteit, inclusief afwerken, geavanceerde layout. Zie ook “Weergave van de printer-driver instellingen (voor Windows)” op pagina 9.Printer-driver voor Windows Me/98SEPrinter-driver voor Windows NT 4.0Printer-driver voor Macintosh OS XPrinter-driver voor LinuxHulpprogramma's Gebruik/voordeelStatusdisplay (alleen Windows) Met het statusdisplay kan de huidige status van de printer worden gecontroleerd, zoals bijv.
status verbruiksartikelen en foutinformatie.Zie voor meer informatie “Werken met het Statusdisplay” op pagina 14.Printer Status Monitor Center (alleen Windows)De status van KONICA MINOLTA producten op een netwerk kan worden beheerd.Zie voor meer informatie “Werken met het Printer Status Monitor Center” op pagina 16.PageScope web-aansluiting Met de web-browser, kan de status van printers worden beheerd, en kan de instelling worden veranderd.Zie voor meer informatie de magicolor 5430 DL Reference Guide.
Kiezen van driver-opties/standaard (voor Windows)8Kiezen van driver-opties/standaard (voor Windows)Voordat u de printer gaat gebruiken, verdient het aanbeveling de standaard driver-instellingen te verifiëren/wijzigen. Ook moet u in geval van geïnstal-leerde opties, deze "activeren" in de driver.1Kies de instellingen van de driver als volgt:–(Windows XP/Server 2003)Kies vanuit het Start menu, Printers en Faxen voor weergave van de directory Printers en faxen. Klik met de rechter muisknop op het KONICA MINOLTA magicolor 5430DL printer pictogram en kies Voor-keursinstellingen voor afdrukken.–(Windows 2000)Kies vanuit het Start menu, Instellingen en dan Printers voor weer-gave van de directory Printers.
Klik met de rechter muisknop op het KONICA MINOLTA magicolor 5430DL printer pictogram en kies Voor-keursinstellingen voor afdrukken.–(Windows Me/98SE)Kies vanuit het Start menu, Instellingen en dan Printers voor weer-gave van de directory Printers. Klik met de rechter muisknop op het KONICA MINOLTA magicolor 5430DL printer pictogram en kies Eigenschappen. Kies de Printereigenschappen. –(Windows NT 4.0)Kies vanuit het Start menu, Instellingen en dan Printers voor weer-gave van de directory Printers. Klik met de rechter muisknop op het KONICA MINOLTA magicolor 5430DL printer pictogram en kies Document standaarden.2Wanneer u opties heeft geïnstalleerd, gaat u verder met de volgende stap.
Anders gaat u verder met stap 8.3Kies het tabblad Instelling apparaatopties.4Controleer of de opties correct zijn geïdentificeerd." Omdat Automatisch configureren is gekozen als standaard bij deze driver, worden de geïnstalleerde opties automatisch geïdentificeerd. Wanneer, om wat voor reden dan ook, de opties niet correct zijn geï-dentificeerd, volgt dan de stappen 5 t/m 7.5Deactiveert het selectievakje Automatisch configureren.6Kies een optie (één per keer) en klik op Toevoegen. De optie verplaatst naar de lijst Geïnstalleerde opties.
Deïnstalleren van de printer-driver (voor Windows) 9" Wanneer u per abuis een niet geïnstalleerde optie toevoegt, kies deze optie dan weer in de lijst Geïnstalleerde opties en klik op Verwijde-ren.7Klik op Toepassen." Afhankelijk van de versie van het besturingssysteem, kan Toepassen ook niet verschijnen. Ga in dat geval verder met de volgende stap.8Kies de papier lijst.
Kies de standaard instelling voor uw printer, zoals het standaard mediumformaat dat u gebruikt.9Klik op Toepassen.10 Klik op OK om het dialoogvenster te verlaten.Deïnstalleren van de printer-driver (voor Windows)Deze paragraaf beschrijft hoe de magicolor 5430 DL printer-driver moet wor-den gedeïnstalleerd wanneer dit nodig mocht zijn.1Kies vanuit het Start menu, Programma's (Windows XP/Server 2003: Alle programma's), KONICA MINOLTA, magicolor 5430DL, en dan Deïnstalleren.2In het deïnstallatievenster kiest u de KONICA MINOLTA magicolor 5430DL.
Klik vervolgens op Deïnstalleren.3De magicolor 5430 DL driver wordt verwijderd van uw computer.4Herstart uw computer.Weergave van de printer-driver instellingen (voor Windows)Windows XP/Server 20031Kies vanuit het Start menu, Printers en faxen voor weergave van de directory Printers en faxen.2Klik met de rechter muisknop op het KONICA MINOLTA magicolor 5430DL printer pictogram en kies Voorkeursinstellingen voor afdruk-ken.
Gebruik van de printer-driver10Windows 2000/Me/98SE/NT 4.01Kies het Start menu, wijs op Instellingen, en klik vervolgens op Printers voor weergave van de directory Printers.2Weergave van de instellingen van de printer-driver: Windows 2000—Klik met de rechter muisknop op het KONICA MINOLTA magicolor 5430DL printer pictogram en kies Voorkeursin-stellingen voor afdrukken. Windows Me/98SE—Klik met de rechter muisknop op het magicolor 5430DL printer pictogram en kies Eigenschappen; kies daarna Apparaatopties. Windows NT 4.0—Klik met de rechter muisknop op het KONICA MINOLTA magicolor 5430DL printer pictogram en kies Document standaarden.Gebruik van de printer-driverAlgemene knoppenDe hieronder beschreven knoppen verschijnen op ieder tabblad.OKKlik hierop om het dialoogvenster eigenschappen te verlaten en daarbij de uitgevoerde veranderingen op te slaan.AnnulerenKlik hierop om het dialoogvenster eigenschappen te verlaten zonder de uitge-voerde veranderingen op te slaan.ToepassenKlik hierop om alle veranderingen op te slaan zonder dat het dialoogvenster eigenschappen wordt verlaten." Afhankelijk van de versie van het besturingssysteem, kan Toepassen ook niet verschijnen.HelpKlik hierop om de help te bekijken.
Daarna kunnen de opgeslagen instellingen worden geko-zen uit de vervolgkeuzelijst.Kies Standaard uit de vervolgkeuzelijst om de functies in alle tabbladen naar de standaard waarden te resetten.PaginalayoutMet deze optieknop krijgt u een voorbeeld van de paginalayout in het afbeel-dingsgebied.PrinterafbeeldingKies deze optieknop om een afbeelding van de printer weer te geven (met alle geïnstalleerde opties) in het afbeeldingsgebied.Tabblad SetupMet het tabblad setup kunt uVerschillende pagina's van een document op dezelfde pagina afdrukken (N-per-vel afdrukken)Een watermerk toevoegen op afgedrukte documentenAangepaste watermerken ontwerpenDubbelzijdig en boekje afdrukken specificerenDe papierbron specificerenHet mediumtype definiërenAnder papier specificeren voor de eerste pagina van een documentTabblad PapierMet het tabblad papier kunt uHet formaat van het originele document specificerenAangepaste papierformaten definiërenAf te drukken documenten aanpassen op een gespecificeerd papierfor-maatHet uitvoerpapierformaat kiezenDocumenten schalen (vergroten/verkleinen)De afdrukstand specificeren
Gebruik van de printer-driver12Het aantal exemplaren specificerenDe sorteerfunctie van de printer in-/uitschakelenDe Eenmaal overdragen functie in-/uitschakelenAfdrukken met gebruik van een formulier-afbeeldingAanmaken/bewerken van een formulier-afbeeldingTabblad KwaliteitMet het tabblad kwaliteit kunt uOmschakelen tussen kleur en monochroom afdrukkenKleurvergelijking specificeren (afbeeldingen, grafisch figuur en tekst)De resolutie voor het afdrukken specificerenDe tonen van een afbeelding instellen (contrast)De donkerte van een afbeelding instellen (helderheid)De kleurzuiverheid van een afbeelding instellen (verzadiging)De duidelijkheid van een afbeelding instellen (scherpte)Tabblad Instelling apparaatoptiesMet het tabblad Instelling apparaatopties kunt uAutomatisch geïnstalleerde opties identificerenDe optionele onderste toevoereenheden activeren (lade 2/3) en/of de duplex-optieDe gebruikersnaam invoeren die met de afdruktaken wordt meegestuurdInformatie over de printer-driver bekijken
Voor het Status Display is het nodig dat de Bi-directionele printercommu-nicatie wordt geactiveerd (Start > Instellingen/Printers [en Faxen], magicolor 5430DL, Bestand/Eigenschappen, Poort tab).Openen van het Statusdisplay en weergeven van de voorraadstatusGa op een van de volgende manieren te werk om het Statusdisplay te ope-nen:Windows XP/Server 2003—Kies vanuit het Start menu, Alle pro-gramma's, KONICA MINOLTA, magicolor .5430DL, en dan StatusWindows 2000/Me/98SE/NT 4.0—Kies vanuit het Start menu, Pro-gramma's, KONICA MINOLTA, magicolor 5430DL, en dan Status.Veranderen van de afmetingen van het Statusdisplay-vensterKies vanuit het Display-menu, Status (verkleinen) om de afmetingen van het venster te verkleinen.Kies vanuit het Display-menu, Status (vergroten) om de afmetingen van het venster te vergroten.Gebruik van het StatusdisplayWanneer de achtergrond van de rechter printerafbeelding groen is, staat de printer in de standby-modus of wordt een taak normaal afgedrukt.Wanneer de achtergrond van de rechter printerafbeelding rood is, dan is er een fout opgetreden en is de taak onderbroken.
Herkennen van Statusdisplay-signaleringen 15Printerstatus figuur—geeft een grafische weergave van de printer en geeft aan waar het probleem zit.Afdrukstatus —toont de status van de huidige afdruktaak.Kies popup-melding—hiermee kiest u welke melding(en) u op de voor-grond wilt laten verschijnen wanneer dit bepaalde situatie zich voordoet met de printer.Printerinformatie—mogelijkheid tot controle van uiteenlopende informa-tie zoals het aantal afdrukken.Voorraadstatus—toont de status (geschatte overblijvend percentage) van iedere tonercartridge.Herkennen van Statusdisplay-signaleringenWanneer het statusdisplay een afdrukprobleem onderkent, verandert het pic-togram op de Windows-taakbalk van groen naar geel of rood, afhankelijk van de ernst van het probleem.Herstellen van een Statusdisplay-signaleringWanneer het statusdisplay een afdrukprobleem signaleert, dubbelklik dan op het pictogram op de Windows-taakbalk om het Statusdisplay te openen.
Het Statusdisplay geeft aan welk type fout is opgetreden.Sluiten van het StatusdisplayOm het Statusdisplay te sluiten vanuit het Bestandsmenu kiest u Afsluiten." Wanneer u op de X knop in de rechterbovenhoek van het Statusdis-play-venster klikt om het venster te sluiten, blijft het Statusdisplay daarna wel beschikbaar op de taakbalk rechtsonder. Dubbelklik op het pictogram op het Statusdisplay-venster weer te openen.
Werken met het Printer Status Monitor Center16Werken met het Printer Status Monitor CenterInleidingPrinter Status Monitor Center is een applicatie die de status van meerdere printers weergeeft die zijn aangesloten op de host via lokale poorten (USB) of netwerkpoorten.
Het Printer Status Monitor Center lokaliseert netwerkprinters via het Service Location Protocol (SLP), en ondersteunt alleen printers die reageren op KONICA MINOLTA–specifieke SLP en PJL queries zoals de magicolor 2430 DL en magicolor 5430 DL." Wanneer een KONICA MINOLTA product niet compatibel is met zowel de SLP als KONICA MINOLTA–specifieke PJL, dan kan Printer Status Monitor Center niet worden gebruikt.SysteemeisenBesturingssysteemWindows XP/Server 2003/2000/Me/98SE/NT 4.0Printerpoorten die worden ondersteund door Printer Status Monitor Cen-ter–Ethernet-poort–USB-poortOpenen van het Printer Status Monitor Center en weergeven van de VoorraadstatusVolgt de juiste onderstaande procedure om het Printer Status Monitor Center te openen.Windows XP/Server 2003—Kies vanuit het Start menu, Alle pro-gramma's, KONICA MINOLTA, magicolor 5430DL, en dan Printer Sta-tus Monitor Center.Windows 2000/Me/98SE/NT 4.0—Kies vanuit het Start menu, Pro-gramma's, KONICA MINOLTA, magicolor 5430DL, en dan Printer Sta-tus Monitor Center.
Werken met het Printer Status Monitor Center 17Gebruik van het Printer Status Monitor CenterPrinternaam—toont de modelnaam van de lokale printer of de printer op het netwerk samen met een printerpictogram. Het printerpictogram veran-dert van kleur afhankelijk van de aansluiting en de printerstatus.
Een rood pictogram betekent een storing, een geel pictogram een waarschuwing en een groen pictogram betekent normaal bedrijf.Afhankelijk van de instellingen in het dialoogvenster Opties, verschijnt Statusdisplay of PageScope web-aansluiting wanneer u dubbelklikt op de printernaam." Wanneer de naam van de printer niet kan worden gevonden, ver-schijnt de tekst "Onbekend" naast de printernaam." Wanneer de gekozen printer niet compatibel is met Statusdisplay of PageScope web-aansluiting, zal deze niet verschijnen wanneer u dub-belklikt op de printernaam." Wanneer het apparaat op de USB-poort is aangesloten via een lokale aansluiting of wanneer “Aansluiten niet mogelijk” verschijnt onder Sta-tus, zullen Statusdisplay of PageScope web-aansluiting niet verschij-nen, zelfs als u op de printernaam dubbelklikt.Poort—toont de naam van de poort waarop de printer is aangesloten.Voor een lokale printer wordt het type (USB) getoond.Voor een netwerkprinter wordt het IP-adres getoond.Status—toont de printerstatus.
Dezelfde informatie voor de printerstatus wordt getoond in het Statusdisplay.Voorraadstatus: C,M,Y,K %resterend—toont (in procenten) de geschatte hoeveelheid toner die nog aanwezig is in de cartridges. De opgesomde waarden zijn, vanaf links: C (cyaan), M (magenta), Y (geel) en K (zwart)." Klik op de kop van iedere kolom om de volgorde om te schakelen van afnemend naar toenemend.ActiemenuUpdate printers—zoekt opnieuw naar printers op het netwerk.Netwerkprinters—maakt toevoegen of verwijderen van de IP-adressen van netwerkprinters mogelijk.
Herkennen van Printer Status Monitor18OptiesHerkennen van Printer Status Monitor Center-signaleringenWanneer een rood of geel pictogram verschijnt, open dan Statusdisplay of PageScope web-aansluiting, en controleer de gedetailleerde informatie. Zie voor meer informatie omtrent Statusdisplay “Werken met het Statusdisplay” op pagina 14. Voor meer informatie over PageScope web-aansluiting, zie de magicolor 5430 DL Reference Guide.Sluiten van het Printer Status Monitor CenterKies Afsluiten uit het Bestandsmenu, of klik op de X-knop in de rechterbo-venhoek van het Printer Status Monitor Center-venster om deze af te sluiten.Status Monitor toepassing voor netwerkprintersSpecificeer of Statusdisplay of PageScope web-aansluiting moet verschijnen wanneer u dubbelklikt op de printernaam op het scherm. De standaard instelling is Statusdisplay.
Over het bedieningspaneel20Over het bedieningspaneelHet bedieningspaneel, dat zich aan de bovenzijde van de printer bevindt, maakt directe bediening van de printer mogelijk. Bovendien toont deze de momentele status van de printer, inclusief omstandigheden die speciale aan-dacht nodig hebben. Indicatoren en toetsen van het bedieningspaneel Indicators and KeysNr. Indicator Uit Aan1 De printer is niet gereed om data te accepteren.De printer is gereed om data te accepteren.2 Geen probleem. Aandacht van de gebruiker is nodig (meestal verschijnt ook een statusmelding in het berichtenvenster.)125768 BERICHTEN VENSTER34
Over het bedieningspaneel 21Nr. Toets Functie3 Annuleert het momenteel getoonde menu of menukeuze Maakt annuleren van één of alle afdruktaken mogelijk die momenteel worden afgedrukt of verwerkt:1. Druk op de toets Cancel.2. Druk op de Rechts of Links toetsen om JOB CANCEL/CURRENT JOB of JOB CANCEL/ALL JOBS te kiezen.3.
Druk op de toets Select.De afdruktaken worden geannuleerd.4 Toegang tot het menusysteem Beweegt naar beneden door de menustructuur Selecteert de weergegeven menukeuze5 Beweegt naar boven door de menustructuur Binnen een menukeuze die per karakter kan worden gewijzigd, wordt naar boven toe door de beschikbare karakters gestapt.6 Beweegt naar rechts door de menustructuur Beweegt naar rechts door de beschikbare menukeuzes7 Beweegt naar beneden door de menustructuur Binnen een menukeuze die per karakter kan worden gewijzigd, wordt naar beneden toe door de beschikbare karakters gestapt.8 Beweegt naar links door de menustructuur Beweegt naar links door de beschikbare menukeuzes
Configuratiemenu overzicht24DHCP:xxBOOTP:xxIP ADDRESSxxx.xxx.xxx.xxxSUBNET MASKxxx.xxx.xxx.xxxGATEWAYxxx.xxx.xxx.xxxMAC ADDRESS00206BxxxxxxHTTP:xxSNMP:xxMENUNETWORKBLACK TONERxx% REMAININGCYAN TONERxx% REMAININGMAGENTA TONERxx% REMAININGYELLOW TONERxx% REMAININGMENUCONSUMABLE USAGEFORCED MODES: * SPEED/DUP/NEG.* Sommige oudere typen net-werk-hubs met vaste commu-nicatiemode, kunnen mogelijk niet goed werken met automa-tisch geconfigureerde appara-ten. In zo’n geval kunt u beter het menu NETWORK/FORCED MODES gebruiken, om de printer voor de gebruikte hub te configureren en communi-catie mogelijk te maken.
Configuratiemenu overzicht 25Menu Speciale pagina'sTaalmenuMachinemenuPRINT CON-FIG PAGEPrint de configuratiepagina. PRINT TEST PAGESPrint de testpagina.PRINT MENU MAPPrint het menu-overzicht.ENGLISH/FRENCH/GERMAN/ITALIAN/PORTUGUESE/SPANISH/CZECH/JAPANESEDe display-taal van het berichtenvenster kan worden veranderd in de gewenste taal.De standaard instelling is Engels.TONER EMPTY Instellin-genSTOP / CONTINUEBij instelling CONTINUE, wordt het afdrukken voortgezet zelfs als de tonercartridge leeg is.Bij instelling STOP, wordt het afdrukken gestopt wanneer de tonercartridge leeg is.
Configuratiemenu overzicht26ENERGY SAVER Instellin-gen15 MINUTES / 30 MINUTES / 60 MINUTES/ 120 MINU-TESInstellen van de tijd waarna de printer overgaat in de Energy Saver modus nadat geen afdruktaken zijn ontvangen of bedieningen zijn uitgevoerd.De Energy Saver modus wordt automatisch opgeheven wanneer één van de volgende situaties optreedt: De printer wordt herstart. Er wordt een afdruktaak ontvangen. Een willekeurige toets op het bedienings-paneel wordt ingedrukt. De frontdeur of de rechter zijdeur wordt geopend en dan weer gesloten. Een lade is geopend en vervolgens geslo-ten.AUTO CONTINUE Instellin-genON / OFFBij de instelling ON, gaat de printer verder met afdrukken wanneer het juiste formaat niet in de gespecificeerde lade aanwezig is.Bij de instelling OFF, stopt de printer en geeft een melding die aangeeft dat papier moet worden bijgevuld in de gespecificeerde lade wanneer deze lade leeg is.
TRAY CHAINING Instellin-genON / OFFBij instelling ON, schakelt de printer automatisch om naar een andere lade die papier van hetzelfde formaat en type bevat, wanneer de gespecificeerde lade leeg is.Bij de instelling OFF, stopt de printer en geeft een melding die aangeeft dat papier moet worden bijgevuld in de gespecificeerde lade wanneer deze lade leeg is.
Configuratiemenu overzicht 27ENGINE SERVICEGebruik dit submenu om informatie te bekijken betreffende de machine.TOTAL FACE COUNTHet aantal pagina's afgedrukt tot nu toe.COLOR FACE COUNTHet aantal kleuren pagina's afgedrukt tot nu toe.BW FACE COUNTHet aantal monochrome pagina's afgedrukt tot nu toe.CONTROL-LER VER.De firmwareversie van de huidige controller.ENGINE VER.de firmwareversie van de printermachine.COLOR CALIBRA-TIONVoert kleurkalibraties uit om de kleurverschuiving bij te stellen.RESET COUNTER TRANSFERROLLERReset de teller wanneer de transfer roller is vervangen.RESET COUNTERTRANSFER UNITReset te teller wanneer de transfer belt eenheid is vervangen.ENERGY SAVERInstellingenON / OFFBij instelling ON is de Energy Saver ingeschakeld.Bij instelling OFF, is de Energy Saver uitgeschakeld en wordt het menu ENGINE/ENERGY SAVER niet weergegeven.RESTOREUSER DEFAULTReset de menu's ENERGY SAVER, AUTO CONTINUE en TRAY CHAINING naar de standaard waarden.
Configuratiemenu overzicht28NetwerkmenuWanneer de printer is aangesloten op een netwerk, moeten de volgende instellingen worden gespecificeerd. Voor meer informatie omtrent iedere instelling, kunt u contact opnemen met uw netwerkbeheerder.DHCP Instellingen DHCP SET:ONBOOTP SET:OFFDHCP SET:OFFBOOTP SET:ONDHCP SET:OFFBOOTP SET:OFFWanneer er een DHCP-server op het netwerk aanwezig is, specificeert dan of het IP-adres automatisch wordt toegekend door de DHCP-server en of andere netwerkinformatie wordt geladen (kan worden ingesteld op ON of OFF). BOOTP Specificeert of het IP-adres automatisch wordt toegekend door BOOTP en andere netwerkinformatie wordt geladen (kan worden ingesteld op ON of OFF). IP ADDRESSInstelling 192.168.1.2Stelt het IP-adres in van deze printer op het netwerk.
Gebruik de Op-, Neer-, Links- en Rechts-toetsen om de waarde in te voeren.Bij een handmatige instelling van het IP-adres, moet eerst DHCP en BOOTP worden ingesteld op OFF.SUBNET MASKInstelling 255.255.255.0Stelt de Subnet Mask-waarde in van het netwerk. Gebruik de Op-, Neer-, Links- en Rechts-toetsen om de waarde in te voeren. Bij een handmatige instelling van de Subnet Mask, moet eerst DHCP en BOOTP worden ingesteld op OFF.GATEWAY Instelling 192.168.1.1Voer het IP-adres van de router in, indien een router wordt gebruikt op het netwerk. Gebruik de Op-, Neer-, Links- en Rechts-toetsen om de waarde in te voeren. Bij een handmatige instelling van de Gateway, moet eerst DHCP en BOOTP worden ingesteld op OFF.MAC ADDRESSToont het Ethernet-hardware-adres voor deze printer. (kan niet worden gewijzigd.)
Configuratiemenu overzicht 29Menu verbruiksartikelenHTTP Instellingen ON / OFFHTTP kan worden ingesteld op ON of OFF. ON activeert de interne webpagina in de printer, OFF schakelt deze uit. SNMP Instellingen ON / OFFSNMP is een schaalbare, distributed management suite voor het beheer van kleine tot grote netwerken. SNMP kan worden ingesteld op ON of OFF. FORCED MODESInstellingen SPEED/DUP/NEG.: AUTO/AUTO/ON- AUTO/FULL/ON -AUTO/HALF/ON- 100M/AUTO/ON -100M/FULL/ON- 100M/FULL/OFF -100M/HALF/ON- 100M/HALF/OFF -10M/AUTO/ON- 10M/FULL/ON -10M/FULL/OFF- 10M/HALF/ON -10M/HALF/OFF‘SPEED’ staat voor de netwerk-transmissiesnelheid. U kunt kiezen uit: een 10Base-T (10M) verbinding, een 100Base-TX verbinding (100M) of automatische instelling (AUTO). Indien u heeft gekozen voor AUTO, hangt de transmissiesnelheid af van NEG. Daarom is er geen instelling indien NEG. OFFop staat.
Mediumtype 33MediumtypeVoer een testafdruk uit voordat grote hoeveelheden speciaal medium worden aangeschaft en controleer de afdrukkwaliteit.Bewaar het medium op een vlak, horizontaal oppervlak in de originele ver-pakking. Zie voor een lijst met goedgekeurde media printer.konicami-nolta.com.Normaal papier (recycled papier)Gebruik media die:geschikt zijn voor normaal papier laserprinters, zoals standaard of gerecycled kantoorpapier.OpmerkingGebruik geen van de hierna opgesomde media.
Deze kunnen slechte afdrukkwaliteit, toevoerstoringen of schade aan de printer veroorzaken.Gebruik geen medium datis gecoat (zoals carbonpapier, digitaal glossy gecoate media en gekleurd, behandeld papier)is voorzien van een carbon achterkantniet is goedgekeurd voor strijktoepassing (zoals hittegevoelig papier en hitte-pers overdrachtspapier) bedoeld is voor koudwateroverdrachtdrukgevoelig isspeciaal is ontworpen voor inkjet-printers (zoals superfine-papier, glossy papier en fil en postkaarten)al door een andere printer, fax of kopier is bedrukt.Capaciteit Lade 1 (multifunctioneel)250 vel van 80 g/m 2 (22 lb) papier, capaciteiten voor andere gewichten wijken overeenkomstig af.Lade 2 en 3 500 vel van 80 g/m 2 (22 lb) papier, capaciteiten voor andere gewichten wijken overeenkomstig af.Afdrukstand Te bedrukken zijde bovenMedium-type driver Normaal papier (recycled papier)Gewicht 60–90 g/m² (16–24 lb bond)Dubbelzijdig Zie pagina 32 voor ondersteunde formaten.
Mediumtype34stoffig isnat (of vochtig) is" Bewaar de media tussen 35% en 85% relatieve vochtigheid. De toner hecht niet goed aan vochtig of nat papier.gelaagd is kleverig isis gevouwen, gekruld of gekreukeldis geperforeerd of gescheurd te glad, te grof of te ruw is verschilt qua ruwheid op achter- en voorzijdete dun of te dik issamenkleeft door statische elektriciteitis samengesteld met folie, te reflecterend is.warmtegevoelig is of niet bestand is tegen de fusingtemperatuur (180°C [356°F])onregelmatig is gevormd (niet rechthoekig)is voorzien van lijm, tape, paperclips, nietjes, linten, haken of knopenzuur is niet is goedgekeurdThick StockPapier dikker dan 90 g/m 2 (24 lb bond) wordt Thick Stock genoemd. Test alle Thick Stock om een acceptabel resultaat te waarborgen en ervoor te zorgen dat de afbeelding niet verschuift.
Gebruik geen Thick Stock die isgemengd met andere media in de lades (toevoerstoring zal ontstaan)Capaciteit Lade 1 Tot maximaal 20 Thick Stock-vellen, afhankelijk van de dikte.Lade 2 en 3 Niet ondersteundAfdrukstand Te bedrukken zijde bovenMedium-type driverThick Stock 1 (91-150 g/m 2)Thick Stock 2 (151-210 g/m 2)Gewicht 91–210 g/m² (25–55,9 lb)Dubbelzijdig Niet ondersteund
Door gebruik te maken van enveloppen met lijm op emulsiebasis wordt dit probleem voorkomen.die zijn goedgekeurd voor laserprintersdie droog zijn Gebruik geen enveloppen diekleverige flappen hebbentape-afdichting, metalen klemmen, papierclips, nietjes of afneembare stroken hebben.een venster hebbeneen te ruw oppervlak hebbenmateriaal bevatten dat kan smelten, verdampen, verkleuren of schadelijk emissie kan veroorzaken.al dicht zijnCapaciteit Lade 1 Maximaal 10 enveloppen, afhankelijk van de dikteLade 2 en 3 Niet ondersteundAfdrukstand Te bedrukken zijde bovenMedium-type driverEnvelopGewicht 91–163 g/m² (25–43 lb)Dubbelzijdig Niet ondersteund
Mediumtype36LabelsEen vel labels bestaat uit een afdrukbaar vel (het afdrukoppervlak), de hecht-laag en een draagvel:Het afdrukbare vel moet voldoen aan de specificaties voor normaal papier.Het afdrukbare vel moet het gehele draagvel bedekken en er mag geen hechtmiddel op het oppervlak aanwezig zijn.U kunt continu afdrukken met labelvellen. Echter, dit kan de mediumtoevoer wel beïnvloeden afhankelijk van de mediumkwaliteit en de afdrukomgeving. Wanneer problemen ontstaan, stop dan het continue afdrukken en druk één vel per keer af.Formatteer de labeldata binnen uw applicatie. Probeer eerst uw data af te drukken op een vel normaal papier om de plaatsing te controleren. Zie de documentatie van uw applicatie voor meer informatie over het afdrukken van labels.
Gebruik labelvellen diezijn aanbevolen voor laserprintersformaat letter of A4 hebbenGebruik geen labelvellen die labels bevatten die gemakkelijk zijn los te makenmet al (deels) verwijderde draagvel of met bloot liggende hechtmiddel." Labels kunnen blijven plakken aan de fuser, daardoor loslaten en daardoor toevoerstoringen veroorzaken.Capaciteit Lade 1 Maximaal 20 labelvellen, afhankelijk van de dikteLade 2 en 3 Niet ondersteundAfdrukstand Te bedrukken zijde bovenMedium-type driverLabelsGewicht 60–163 g/m² (16–90 lb)Dubbelzijdig Niet ondersteund
Probeer eerst uw data af te drukken op een vel normaal papier om de plaatsing te controleren.Capaciteit Lade 1 Maximaal 250 vellen, afhankelijk van de dikte en het formaatLade 2 en 3 Niet ondersteundAfdrukstand Te bedrukken zijde bovenMedium-type driverLetterheadGewicht 60–90 g/m² (16–24 lb)Dubbelzijdig Zie pagina 32 voor ondersteunde formaten.Capaciteit Lade 1 Maximaal 20 postkaarten, afhankelijk van de dikteLade 2 en 3 Niet ondersteundAfdrukstand Te bedrukken zijde bovenMedium-type driverPostkaartGewicht 60–163 g/m² (16–90 lb)Dubbelzijdig Niet ondersteundFull-page labels (niet voorgesnedNiet gebruiken Wel gebruikenGlimmend draagvel
Mediumtype38Gebruik postkaarten diezijn aanbevolen voor laserprintersGebruik geen postkaarten die zijngecoatontworpen voor inkjet-printersvoorgesneden of geperforeerdvoorbedrukt of meerdere kleuren hebben (toevoer-storingen)" Wanneer de postkaart is vervormd, strijk deze dan glad voordat de postkaart in lade 1 wordt geplaatst.Transparenten" Wapper niet met de transparanten voordat deze worden geplaatst. De resulterende statische elektriciteit kan afdrukfouten veroorzaken." Wanneer u de afdrukbare zijde van de transparanten met blote han-den aanraakt kan de afdrukkwaliteit daardoor negatief worden beD-loed. " Houdt de printer schoon. Transparanten zijn extra gevoelig voor een vuile mediumroute.
Wanneer schaduwen ontstaan aan de boven- of onderzijde van de vellen, zie dan hoofdstuk 7, “Onderhoud van de printer” ." Verwijder transparanten zo snel mogelijk uit de uitvoerlade om opbouw van statische elektriciteit te voorkomen.U kunt continu afdrukken met transparanten. Echter, dit kan de mediumtoe-voer wel beïnvloeden afhankelijk van de mediumkwaliteit, de opbouw van statische elektriciteit en de afdrukomgeving.Formatteer de informatie die moet worden afgedrukt op de transparanten in uw applicatie. Probeer eerst uw data af te drukken op een vel normaal papier om de plaatsing te controleren.
Mediumtype 39" Wanneer u problemen heeft met de toevoer van 20 vellen, probeer dan slechts 1 - 10 vellen per keer. Plaatsen van een groot aantal transparanten in één keer kan opbouw van statische elektriciteit tot gevolg hebben, waardoor toevoerproblemen kunnen ontstaan. Gebruik transparantendie zijn goedgekeurd voor laserprintersGebruik geen transparanten diestatisch elektrisch zijn waardoor deze aan elkaar plakken.Wat is het gegarandeerde afdrukbare gebied?Het afdrukbare gebied op alle papier-formaten is maximaal 4 mm (0,157") vanaf de randen van het medium.Ieder mediumformaat heeft een speci-fiek afdrukbaar gebied, het maximale gebied waarbinnen de printer duidelijk en zonder verstoring af kan drukken.
Dit gebied wordt beinvloed door zowel hardwaregrenzen (het fysische medi-umformaat en de marges nodig door de printer) en de software-beperkin-gen (hoeveelheid beschikbaar geheugen voor full-page frame buffer). Het gegarandeerde afdrukbare gebeid voor alle mediumformaten is het pagina-formaat minus 4 mm (0,157") vanaf alle randen.Capaciteit Lade 1 Maximaal 20 transparanten, afhankelijk van de dikteLade 2 en 3 Niet ondersteundAfdrukstand Te bedrukken zijde bovenMedium-type driverTransparantDubbelzijdig Niet ondersteundaaaaa = 0a = 0,157" (4 mm)afdrukbaara = 4 mm (0,157")
Mediumtype40Afdrukbaar gebied—enveloppenEnveloppen hebben een niet gegarandeerd afdrukbaar gebied dat afhankelijk is van het type envelop." De afdruk-stand van de envelop wordt bepaald door uw applicatie.PaginamargesMarges worden in uw applicatie ingesteld. In bepaalde applicaties kunt u aan-gepaste papierformaten en marges instellen terwijl in andere applicaties alleen uit standaard paginaformaten en marges kan worden gekozen. Wan-neer u een standaard formaat kiest, kunt u een deel van uw afbeelding verlie-zen (vanwege beperkingen afdrukbaar gebied). Indien u het formaat van uw pagina kunt aanpassen in uw applicatie, gebruik dan deze formaten voor het afdrukbare gebied voor een optimaal resultaat.GegarandeerdgebiedNiet gegarandeerd
Vullen media 41Vullen mediaHoe vul ik media bij?Verwijder het bovenste en onderste vel van een stapel papier. Neem een stapel van ca. 200 vel en wapper hiermee om opbouw van statische elektriciteit te voor-komen voordat deze in de lade wordt geplaatst. " Wapper niet met transparanten.OpmerkingAlhoewel deze printer is ontworpen voor afdrukken op zeer veel verschillende mediatypen, is het niet de bedoeling uitsluitende op één bepaald mediumtype af te drukken met uitzondering van normaal papier. Continu afdrukken op andere media (zoals enveloppen, labels, Thick Stock of transparanten) kan de afdrukkwaliteit nadelig beïnvloeden of de levensduur van de machine reduceren.Wanneer medium wordt bijgevuld, moet eerst de lade worden leeggemaakt. Stapel oud en nieuw medium zorgvuldig op, en plaatst dan de gehele stapel in de lade.
Vullen media44Andere mediaBij het vullen met ander medium dan normaal papier, moet de mediummodus (bijvoorbeeld, Envelop, Label, Thick Stock 1, Thick Stock 2, of Transparant) in de driver worden ingesteld voor optimale afdrukkwaliteit.Vullen van enveloppen1Trek lade 1 uit.2Maak de lade leeg.3Druk de mediumaandrukplaat in tot deze borgt.
Vullen media 454Schuif de geleiders uit elkaar voor meer ruimte. 5Plaats de enveloppen met de flap naar beneden gericht in de lade. " Voordat de enveloppen worden geplaatst, moe-ten deze worden samen-gedrukt om te waarborgen dat alle lucht is verdwenen. Zorg er ook voor dat de vouwen van de flappen goed zijn aangedrukt omdat anders de enveloppen kunnen kreukelen en er storing in de toevoer kan ontstaan." Maximaal 10 enveloppen kunnen in één keer in de lade worden geplaatst.
Dubbelzijdig afdrukken 55Dubbelzijdig afdrukkenKies papier met een hoge ondoorschijnendheid voor dubbelzijdig (2-zijden) afdrukken. De mate van in hoeverre hetgeen op de achterzijde van papier is geschreven zichtbaar is op de voorzijde wordt ondoorschijnendheid genoemd. Wanneer papier een lage ondoorschijnendheid heeft dan zal de afgedrukte data aan de ene zijde ook zichtbaar zijn aan de andere zijde. Con-troleer in uw applicatie de marge-informatie. Voor de beste resultaten ver-dient het aanbeveling een kleine hoeveelheid af te drukken zodat kan worden gecontroleerd of de ondoorschijnendheid voldoende is.Dubbelzijdig (2-zijdig) afdrukken kan handmatig worden uitgevoerd of auto-matisch wanneer de duplex-optie is geïnstalleerd en geselecteerd.OpmerkingAlleen normaal papier, 60–90 g/m2 (16–24 lb) is geschikt voor automatische dubbelzijdig afdrukken.
Zie “Mediumspecificaties” op pagina 32 voor ondersteunde formaten.Dubbelzijdig printen van enveloppen, labels, postkaarten, thick stock of transparanten wordt niet ondersteund.Hoe druk ik automatisch dubbelzijdig af?U moet controleren of de duplex-optie fysiek is geïnstalleerd in de printer. Wanneer de duplex-optie niet is geïnstalleerd en een duplex taak wordt ver-zonden, zal op het bedieningspaneel verschijnen DUPLEX UNIT NOT ATTACHED (DUPLEX-EENHEID NIET AANWEZIG.).Bepaal in uw applicatie hoe de marges voor dubbelzijdig afdrukken moeten worden ingesteld.De volgende Dubbelzijdig/Boekje instellingen zijn beschikbaar.Wanneer “Korte zijde binden” is geselecteerd, worden de pagina's zodanig afgedrukt dat deze omslaan aan de bovenkant.Wanneer “Lange zijde binden” is geselecteerd, worden de pagina's zodanig afgedrukt dat deze omslaan aan de zijkanten.13121111123
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Konica Minolta Magicolor 5430DL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Konica Minolta
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer