Kenwood TS-590SG Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Kenwood TS-590SG (100 pagina’s), behorend tot de categorie Radio communicatie. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 332 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Kenwood TS-590SG of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/100
GEBRUIKSAANWIJZING
HF/50MHz ZENDONTVANGER
TS-590SG
B5A-0185-20 (E)

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Kenwood
Categorie: Radio communicatie
Model: TS-590SG

Handleiding Kenwood TS-590SG – volledige tekst

AUTEURSRECHTEN VOOR DEZE GEBRUIKSAANWIJZINGJVC KENWOOD Corporation is eigenaar van alle auteursrechten en andere intellectuele eigendomsrechten voor het product en de software en voor alle gebruiksaanwijzingen en documenten die bij het product en de software horen. De gebruiker moet schriftelijk en van tevoren toestemming verkrijgen van JVC KENWOOD Corporation voor hij of zij dit document beschikbaar stelt op een persoonlijke internetpagina of via pakket-communicatie. Het is de gebruiker niet toegestaan het document aan anderen toe te wijzen, te verhuren, leasen of door te verkopen.

JVC KENWOOD Corporation geeft geen enkele garantie dat de kwaliteiten en functies beschreven in deze gebruiksaanwijzing voldoen aan de doelen van de individuele gebruiker en JVC KENWOOD Corporation aanvaardt, behoudens waar expliciet vermeld in deze gebruiksaanwijzing, geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor enig defect of voor schadeloosstelling van geleden schade of verliezen. VRIJWARING VAN AANSPRAKELIJKHEID• JVC KENWOOD Corporation heeft alle naar redelijkheid van haar te verwachten maatregelen genomen om te verzekeren dat alle beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing correct zijn; desondanks is het mogelijk dat deze gebruiksaanwijzing toch typefouten of misleidende uitdrukkingen bevat.

}JVC KENWOOD Corporation aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid als resultaat van enig verlies of enige schade als gevolg van dergelijke typefouten of uitdrukkingen. • JVC KENWOOD Corporation heeft het recht om de technische gegevens van het product enz. zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. JVC KENWOOD Corporation aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor enig verlies of enige schade als gevolg van dergelijke wijzigingen en verbeteringen.

• JVC KENWOOD Corporation aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor enig defect, verlies of enige schade als gevolg van of in verband met gebruik van de zendontvanger met of in aansluiting op enige externe apparatuur. • JVC KENWOOD Corporation geeft geen enkele garantie dat de kwaliteiten en functies beschreven in deze gebruiksaanwijzing voldoen aan uw gebruiksdoel en JVC KENWOOD Corporation aanvaardt, behoudens waar expliciet vermeld in deze gebruiksaanwijzing, geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor enig defect of voor schadeloosstelling van geleden schade of verliezen. Kiezen en installeren van externe apparatuur geschiedt geheel op uw eigen risico. U bent volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor het gebruik en de effecten van externe apparatuur.

N-iHARTELIJK DANKHartelijk dank voor uw aankoop van deze KENWOOD TS-590SG-zendontvanger. Deze zendontvanger is ontwikkeld door een team van ingenieurs die de traditionele hoge kwaliteit en innovatie van KENWOOD-zendontvangers als uitgangspunt heeft. Deze zendontvanger bevat een digitale signaalverwerkingseenheid (DSP) voor het verwerken van IF- en AF-signalen. De TS-590SG-zendontvanger maakt maximaal gebruik van de DSP-technologie en zorgt voor een grotere afname van interferentie en verbeterde geluidskwaliteit. U merkt het verschil wanneer u QRM en QRN tegen elkaar afweegt. Naarmate u leert deze zendontvanger te gebruiken, merkt u ook dat het bij KENWOOD om “gebruiksvriendelijkheid” te doen is. Iedere keer wanneer u bijvoorbeeld het menunummer wijzigt in de Menumodus, ziet u meldingen op het display die aangeven wat u op dat moment selecteert.

De zendontvanger is naast gebruiksvriendelijk ook technisch geavanceerd en bevat enkele eigenschappen die nieuw voor u kunnen zijn. U kunt deze handleiding beschouwen als een zelfstudiegids samengesteld door de ontwerpers. Gebruik de handleiding om te leren werken met het apparaat en gebruik deze daarna als naslagwerk. EIGENSCHAPPEN• Alle bewerkingsmodi van HF tot 50 MHz amateurradioband• 500 Hz/ 2,7 kHz dakfilter• Superieure C/N-eigenschappen op DDS vermindert aanzienlijk de ruis van het ongewenste signaal• IF DSP door de toepassing van een 32-bits drijvende-komma DSP• Digitale ruisonderdrukker• PC-interface via een USB-poort (B-type)• Uitgang naar hardware-station / RX-antenne-uitgang• Directe bandtoetsen• Ingebouwde antennetuner• Morseteken-decoder• 100 W uitgangsvermogen voor SSB, CW, FSK, FM en 25 W uitgangsvermogen voor AM.

BERICHTEN AAN DE GEBRUIKERKennisgevingDeze apparatuur voldoet aan de vereisten van Richtlijn 2014/53/EU. BeperkingenVoor deze apparatuur is een licentie nodig en is bedoeld voor gebruik in onderstaande landen.

AT BE DK FI FR DE GR IS IEIT LI LU NL NO PT ES SE CHGB CY CZ EE HU LV LT MT PLSK SI BG RO HR TRISO3166Informatie over het weggooien van oude elektrische en elektronische apparaten en batterijen (voor landen die gescheiden afvalverzamelsystemen gebruiken)Producten en batterijen met het (afvalcontainer met x-teken) symbool mogen niet als normaal huisvuil worden weggegooid. Oude elektrische en elektronische apparaten en batterijen moeten worden gerecycled door een faciliteit die geschikt is voor het verwerken van dergelijke voorwerpen. Raadpleeg de betreffende lokale instantie voor details aangaande in de buurt zijnde recylingfaciliteiten. Het juist recyclen en weggooien van afval spaart natuurlijke bronnen en reduceert schadelijke invloed op uw gezondheid en het milieu.

N-iiVOORDAT U BEGINTDe regelgeving voor amateurradio kan van land tot land verschillend zijn. Raadpleeg de plaatselijke regelgeving en vereisten voor amateurradio voordat u de zendontvanger gebruikt.Het maximale zendvermogen voor mobiel gebruik kan variëren afhankelijk van de grote en het soort voertuig. Het maximale zendvermogen wordt meestal opgegeven door de autofabrikant om interferentie te voorkomen met andere gebruikte elektrische apparaten in het voertuig.

Raadpleeg uw autofabrikant en amateurradio-dealer voor de vereisten en installatie.MARKTCODESK-type: AmerikaE-type: Europa De marktcode wordt op de verpakkingsdoos aangegeven.Raadpleeg de technische gegevens {pagina 88} voor informatie over de beschikbare bedrijfsfrequenties.GEBRUIKTE SCHRIJFCONVENTIESDe schrijfconventies die hieronder staan vermeld worden gevolgd om instructies te vereenvoudigen en onnodige herhalingen te voorkomen.Instructie ActieDruk op [KEY].Druk op de TOETS en laat deze los.Druk op Mic [KEY].Druk op de TOETS op de microfoon en laat deze los.Druk op [KEY] en houd deze ingedrukt.Houd de TOETS een ogenblik ingedrukt en laat dan los.Houd [KEY] ingedrukt.Houd de TOETS ingedrukt totdat wordt aangegeven deze los te laten.Druk op [KEY] + [].Zet de zendontvanger uit en houdt TOETS ingedrukt.

N-iiiVOORZORGSMAATREGELENHoud u aan de volgende voorzorgen ter voorkoming van brand, persoonlijk letsel en schade aan de zendontvanger. • Sluit de zendontvanger uitsluitend aan op een elektriciteitsnet dat voldoet aan de beschrijving in deze handleiding of zoals aangegeven op het apparaat zelf. • Leid alle elektriciteitskabels op veilige wijze. Vermijd staan op of afklemmen van de elektriciteitskabels. Let vooral op de plaatsen rond stopcontacten en invoerpunten van de zendontvanger. • Vermijd laten vallen van voorwerpen of morsen van vloeistof in de zendontvanger door de openingen op de behuizing. Geen metalen voorwerpen zoals haarspelden en naalden in de zendontvanger steken omdat deze ernstige elektrische schokken kunnen veroorzaken. Laat kinderen nooit voorwerpen in de zendontvanger steken.

• Neem aardings- en elektrische polarisatiemethoden in acht voor de zendontvanger, in het bijzonder wat betreft de netsnoeraansluiting. • Zorg voor goede aarding van alle buitenantennes van deze zendontvanger. Aarding beschermt tegen spanningspieken veroorzaakt door bliksem. Het vermindert ook de toename van statische elektriciteit. VOORBEELD VAN ANTENNE-AARDINGANTENNEDRAADIN KABELAARDEKLEMELEKTRISCHEAPPARATUURAARDEGELEIDERSAARDEKLEMMENELEKTRODESYSTEEMVOOR STROOMAARDINGANTENNE-ONTLADINGS-EENHEID• De minimaal aanbevolen afstand voor een buitenantenne van de elektrische kabels is één en anderhalf maal de verticale hoogte van de bevestigingsbeugel van de antenne. Deze afstand biedt voldoende speling tussen de kabels en de antenne als er om een of andere reden een storing optreedt met de bevestiging. • Houd bij plaatsing van de zendontvanger de ventilatie vrij.

Geen boeken of andere voorwerpen op de zendontvanger plaatsen die de luchtstroom kunnen belemmeren. Zorg voor een afstand van minstens 10 cm tussen de achterkant van de zendontvanger en de muur of werkplank. • Gebruik de zendontvanger niet in de buurt van water of in vochtige ruimtes.

Gebruik het apparaat bijvoorbeeld niet bij een bad, wasbak of gootsteen, in een vochtige kelder of in de buurt van een zwembad. • Vreemde geuren of rookvorming duiden vaak op een storing. Schakel het apparaat onmiddellijk uit en trek het netsnoer uit het stopcontact. Raadpleeg een onderhoudscentrum van KENWOOD of uw dealer. • Gebruik de zendontvanger niet in de buurt van warmtebronnen zoals een radiator, kachel, versterker of andere apparaten die warmte genereren. • Gebruik geen oplosmiddelen, zoals alcohol, benzeen of verfverdunner om de zendontvanger te reinigen. Gebruik alleen een schone doek met warm water of een mild reinigingsmiddel. • Haal het netsnoer uit het stopcontact wanneer u de zendontvanger voor langere tijd niet gaat gebruiken.

• Verwijder de behuizing van de zendontvanger alleen om accessoires te installeren zoals beschreven in deze handleiding of in de handleiding van de betreffende accessoire. Volg de gegeven instructies nauwkeurig op om elektrische schokken te voorkomen. Vraag een ervaren iemand om u te helpen als u niet bekend bent met dit soort werk of laat een erkende technicus de taak uitvoeren. • Roep in de volgende gevallen de hulp in van erkend personeel:a) De stekker of het netsnoer is beschadigd. b) Vloeistof of voorwerpen zijn in de zendontvanger terecht gekomen. c) De zendontvanger is blootgesteld geweest aan regen. d) De zendontvanger functioneert abnormaal of de prestatie is aanzienlijk afgenomen. e) Het apparaat is omgevallen of de behuizing is beschadigd. • Voer geen instellingen uit onder het rijden. • Draag geen hoofdtelefoon tijdens het rijden.

12MULTI-FUNCTIONELE METER. 12ZENDEN. 13ZENDVERMOGEN SELECTEREN. 13MICROFOONVERSTERKING. 13HOOFDSTUK 4 MENU-INSTELLINGWAT IS EEN MENU. 14MENU A/ MENU B. 14TOEGANG MENU. 14SNELMENU. 14PROGRAMMEREN VAN HET SNELMENU. 14GEBRUIKEN VAN HET SNELMENU. 14MENUCONFIGURATIE. 15HOOFDSTUK 5 BASISCOMMUNICATIESSB-ZENDING. 21AM-ZENDING. 21FM-ZENDING. 22SMALLE BANDBREEDTE VOOR FM. 22CW-ZENDING. 22AUTOMATISCHE NULSLAG. 23TX-ZIJTOON/ RX-TOONFREQUENTIE. 23DRAAGNIVEAU. 23HOOFDSTUK 6 UITGEBREIDE COMMUNICATIESPLIT-FREQUENTIEFUNCTIE. 24DE FREQUENTIESPLIT OPGEGEVEN DOOR EEN DXER DIRECT INVOEREN. 24DRAAI AAN DE AFSTEMREGELKNOP OM DE UITZENDFREQUENTIE TE ZOEKEN. 24TF-SET (INSTELLING ZENDFREQUENTIE). 24VERSCHUIFBARE RX-FREQUENTIE GEDURENDE SPLIT-UITZENDING. 25BEDIENING FM-REPEATER. 25EEN TOON ZENDEN. 26De Toonfunctie activeren. 26Een toonfrequentie selecteren. 26SCANNEN VAN TOONFREQUENTIE-ID. 26FM CTCSS-BEDIENING.

N-viINHOUDSOPGAVEHET ZENDVERMOGEN VOOR TX TUNE AFSTELLEN. 59GESPLITSTE VERZENDING. 60VERBINDING. 60GESPLITSTE VERZENDING A. 60DEMPEN VAN DE SUB-ONTVANGER. 61GESPLITSTE VERZENDING B. 61COMPUTERREGELING. 62INSTELLEN. 62Benodigde apparatuur. 62Aansluitingen. 62COMMUNICATIEPARAMETERS. 62Een dataverzendlijn selecteren. 62Geluidsniveauinstellingen. 62DE AUDIOBRON VOOR UITZENDING IN DATA-MODUS SELECTEREN. 62HET SIGNAAL WIJZIGEN VOOR HET COM-STATION. 62DE TS-590SG BEDIENEN VANAF EEN PC. 63DE TS-590SG OP AFSTAND BEDIENEN OP EEN NETWERK. 63OPTIONELE VGS-1 STEMBEGELEIDING & OPSLAGEENHEID. 63BERICHTEN OPNEMEN. 63BERICHTEN AFSPELEN. 64Berichten controleren. 64Berichten verzenden. 64Een opgenomen bericht wissen. 64Wijzigen van het interval tussen berichten. 64Wijzigen van het berichtafspeelvolume. 64CONTINUE OPNAME. 64SPRAAKGIDS. 65Volume spraakgidsaankondiging. 67Snelheid spraakgidsaankondiging.

N-11 INSTALLATIETS-590SGZekering (25 A)Rood (+)Zwart (−)Gelijkstroomvoeding(20,5 A of meer)ANTENNE-AANSLUITINGEen antennesysteem bestaat uit een antenne, voedingskabel en aarde. De zendontvanger werkt uitstekend als het antennesysteem en de installatie ervan zorgvuldig worden uitgevoerd. Gebruik een goed afgestelde 50  antenne voor een goede kwaliteit, een hoogwaardige 50  coaxkabel en topkwaliteit aansluitingen. Alle aansluitingen moeten schoon en stevig zijn. Stem na het maken van de aansluitingen de impedantie van de coaxkabel en de antenne af zodat de SWR 1,5:1 is of minder. Door een hoge SWR neemt het zendvermogen af en kan leiden tot radiofrequente interferentie met consumentenproducten zoals stereoversterkers en tv’s. Er kan zelfs interferentie optreden met uw eigen zendontvanger.

Meldingen dat uw signaal wordt vervormd kunnen erop duiden dat uw antennesysteem het vermogen van uw zendontvanger niet voldoende uitzendt. Sluit uw primaire HF/ 50 MHz antennevoedingskabel aan op ANT 1 op de achterkant van de zendontvanger. Als u twee HF/ 50 MHz antennes gebruikt, sluit u de tweede antenne aan op ANT 2. Raadpleeg pagina 9 voor de locatie van de antenneaansluitingen. De LF-band wordt alleen uitgevoerd vanaf het DRV-station. Opmerkingen:◆ Zenden zonder eerst een antenne aan te sluiten of een andere overeenkomstige lading kan de zendontvanger beschadigen. Sluit de antenne eerst altijd aan op de zendontvanger alvorens te zenden. ◆ Alle permanente stations dienen te zijn uitgerust met een bliksemafleider ter vermindering van brandgevaar, elektrische schokgevaar en schade aan de zendontvanger.

◆ Het beschermingscircuit van de zendontvanger treedt in werking als de SWR groter is dan 1,5:1. Vertrouw echter niet op de bescherming ter compensatie van een slecht functionerend antennesysteem. AARDEAANSLUITINGZorg ten minste voor goede gelijkstroomaarde ter voorkoming van elektrische schokken en dergelijke.

Voor superieure communicatie is goede RF-aarde vereist waarop het antennesysteem kan functioneren. Aan beide voorwaarden kan worden voldaan door een goede aardevoorziening voor uw station. Begraaf een of meerdere aardingsstangen of een grote koperen plaat in de grond en sluit deze vervolgens aan op de GND-aansluiting van de zendontvanger. Gebruik voor deze aansluiting zwaar ijzer- of koperdraad en snij deze zo kort mogelijk af. Gebruik geen gasleidingen, elektrische leidingen of een plastic waterpijp als aarde. BLIKSEMBESCHERMINGOok in gebieden waar onweer niet vaak voorkomt, bestaat er ieder jaar de kans hierop. Denk zorgvuldig na hoe u uw apparatuur en huis kunt beschermen tegen bliksem. De installatie van een bliksemafleider is een goed begin, maar u kunt meer doen.

U kunt bijvoorbeeld het einde van de zendkabels van uw antennesysteem aansluiten op een invoerpaneel dat u buiten uw huis installeert. Aard dit invoerpaneel op een goede buitenaarding en sluit vervolgens de juiste voedingskabels aan tussen het invoerpaneel en uw zendontvanger. Ontkoppel bij onweer de voedingskabels van uw zendontvanger voor extra bescherming. GELIJKSTROOMAANSLUITINGVoor gebruik van deze zendontvanger hebt u een afzonderlijke gelijkstroomvoeding nodig van 13,8 V. Deze dient u apart aan te schaffen. Sluit de zendontvanger niet direct aan op een wisselstroomcontact. Gebruik het bijgeleverde gelijkstroomsnoer om de zendontvanger aan te sluiten op een gereguleerde stroomvoorziening. Vervang een snoer niet door kleinere meetdraden. Het stroomvermogen van de voeding moet maximaal 20,5 A zijn of hoger.

N-21 INSTALLATIEDE HENDEL GEBRUIKENDeze zendontvanger is uitgerust met een hendel zodat u de hoek van de zendontvanger kunt veranderen. De hendel bevindt zich onderaan de zendontvanger. Trek de hendel helemaal uit zoals getoond. VERVANGEN VAN ZEKERINGENIn de TS-590SG-zendontvanger worden de volgende zekeringen gebruikt. Als een zekering doorbrandt, ga dan na wat de oorzaak is en verhelp het probleem. Vervang nadat u het probleem hebt opgelost de doorgebrande zekering door een andere, geschikte zekering. Als nieuw geïnstalleerde zekeringen blijven doorbranden, ontkoppel dan de stroomstekker en neem contact op met een erkende Kenwood-dealer of -onderhoudscentrum voor hulp.

Locatie zekering Stroomspanning zekeringTS-590SG-zendontvanger4 A(voor externe antennetuner)Bijgeleverde gelijkstroomkabel25 AZekering (4 A)Zekering (25 A)Zekering (25 A)AANSLUITINGEN ACCESSOIRESVOORPANEEL■ Hoofdtelefoon (PHONES) Sluit mono- of stereohoofdtelefoon aan met een impedantie van 4 tot 32 . Deze aansluiting is goed voor een stekker met 2 conductoren (mono) of 3 conductoren (stereo) met een diameter van 6,3 mm. Na aansluiting van de hoofdtelefoon hoort u geen geluid via de interne (of optionele externe) luidspreker/microfoon (MIC). Opmerking: Als u een hoofdtelefoon met een hogere impedantie gebruikt, is het volume luider. ■ Microfoon (MIC) Sluit een microfoon aan met een impedantie van 250 tot 600 . Steek de stekker volledig in de aansluiting en zet deze vast door de afsluitring rechtsom te draaien.

Compatibele microfoons zijn onder andere de MC-43S, MC-47, MC-52DM, MC-60A, MC-80, MC-85 en MC-90. Opmerking: Gebruik geen MC-44, MC-44DM, MC-45, MC-45E, MC-45DM, MC-45DME of MC-53DM microfoons. ACHTERPANEEL■ Externe luidspreker (EXT. SP) Op het achterpaneel van de zendontvanger vindt u een externe luidsprekeruitgang. Als u een externe luidspreker hebt aangesloten op EXP. SP, wordt het geluid van de interne luidspreker afgesloten.

Gebruik alleen externe luidsprekers met een impedantie van 4 tot 8  (8  nominaal). Op deze aansluiting kunt u alleen stekkers met een diameter van 3,5 mm en 2 conductoren aansluiten. Sluit geen hoofdtelefoon aan op deze aansluiting. Het hoge geluidsvolume van deze aansluiting kan uw gehoor beschadigen. ■ Toetsen voor CW (PADDLE en KEY) Sluit voor de CW-functie bij gebruik van de interne elektronische keyerschakelaar een keyer-paddle aan op de PADDLE-aansluiting. Sluit voor de CW-functie zonder gebruik van de interne elektronische keyerschakelaar een rechte key aan, een halfautomatische key (bug), elektronische keyer of de gekeyede CW-uitvoer van een processor voor meerdere modi (MCP) op de KEY-aansluiting. Gebruik voor de PADDLE- en KEY-aansluitingen respectievelijk een stekker van 6,3 mm met 3 conductoren en een stekker van 3,5 mm met 2 conductoren.

Externe elektronische keyerschakelaars of MCP’s moeten positieve keying gebruiken om compatibel te zijn met deze zendontvanger. Gebruik een geïsoleerde kabel tussen de schakelaar en de zendontvanger. Opmerking: vanwege de functionaliteit van de interne elektronische keyerschakelaar kan het overbodig lijken om zowel een paddle als een ander type schakelaar aan te sluiten, tenzij u een pc-keyerschakelaar wilt gebruiken voor CW. Lees de sectie “ELEKTRONISCHE KEYERSCHAKELAAR” {pagina 34} om u vertrouwd te maken met de interne schakelaar. WAARSCHUWING.

N-42 EERSTE KENNISMAKINGVOORPANEEL—— C —— [METER (DRV)]Druk hierop om het metertype te schakelen {pagina 12}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de functie uitgang naar hardware-station of antenne-uitgang te selecteren. {pagina 52}. [PF B]U kunt een functie toewijzen aan deze programmeerbare functietoets {pagina 56}. [MIC (CAR)]Druk hierop om de microfoonversterking te regelen {pagina 13}. Druk hierop met de spraakverwerkerfunctie ingeschakeld om het uitgangsniveau van de spraakverwerker te regelen {pagina 32}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om het draagniveau te regelen {pagina 23}. [PWR (TX MONI)]Druk hierop om het zendvermogen te regelen {pagina’s 13, 58}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de functie zendsignaalmonitor in of uit te schakelen {pagina 58}.

[KEY (DELAY)]Druk hierop om de snelheid van de interne elektronische keyerschakelaar te regelen {pagina 34}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de VOX-vertragingstijd voor stemmodus {pagina 31} of Break-intijd (Volledige break-in/ semi-break-intijd) te regelen voor de CW-modus. [GENE]Druk hierop om het algemene dekkingsbandgeheugen te selecteren {pagina 11}. [1. 8 (1)]Druk hierop om het 1,8 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 1 in. [3. 5 (2)]Druk hierop om het 3,5 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 2 in. [7 (3)]Druk hierop om het 7 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 3 in. [10 (4)]Druk hierop om het 10 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 4 in. [14 (5)]Druk hierop om het 14 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 5 in.

[18 (6)]Druk hierop om het 18 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 6 in. —— A —— [ ]Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de zendontvanger in en uit te schakelen {pagina 10}.

[PF A]U kunt een functie toewijzen aan deze programmeerbare functietoets {pagina 56}. [ATT (RX ANT)]Druk hier om de attenuator van de zendontvanger in of uit te schakelen {pagina 42}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om het RX-ANT-station in of uit te schakelen {pagina 52}. [PRE (ANT 1/2)]Druk hier om de voorversterker in of uit te schakelen {pagina 42}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om ANT 1 of ANT 2 te selecteren {pagina 52}. [VOX (LEV)]Druk hierop in de stemmodus om de VOX (Voice-Operated Transmit)-functie in of uit te schakelen {pagina 31}. Druk hierop in CW-mode om de Break-infunctie in of uit te schakelen {pagina 34}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de ingangversterking van de microfoon voor VOX-bediening aan te passen. [PROC (LEV)]Druk hier om de spraakverwerker in of uit te schakelen {pagina 32}.

Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om het ingangsniveau van de spraakverwerker te regelen. [SEND]Druk hierop om zending in of uit te schakelen. [AT (TUNE)]Druk hierop om de interne antennetuner in of uit te schakelen {pagina 52}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de antennetuner af te stemmen. —— B ——PHONES-aansluitingDeze aansluiting is geschikt voor een stekker met 2 conductoren (mono) of 3 conductoren (stereo) van 6,3 mm diameter voor aansluiting van een hoofdtelefoon {pagina 2}. MIC-aansluitingU kunt een microfoon aansluiten op deze aansluiting {pagina 2}. ABCD FEGH.

N-5EERSTE KENNISMAKING 2 [21 (7)]Druk hierop om het 21 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 7 in. [24 (8)]Druk hierop om het 24 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 8 in. [28 (9)]Druk hierop om het 28 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 9 in. [50 (0)]Druk hierop om het 50 MHz bandgeheugen {pagina 11} te selecteren of voer toetsenbloknummer 0 in. [CLR]Druk hierop om verschillende functies te sluiten, af te breken of terug te zetten. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om het geheugenkanaal te wissen {pagina 46}. [ENT]Druk hierop om de gewenste frequentie in te voeren met het toetsenblok van 10 toetsen {pagina 29}. —— D —— [LSB/USB]Druk hierop om de LSB- of USB-modus te selecteren {pagina 11}. [CW/FSK (REV)]Druk hierop om de CW- of FSK-modus te selecteren {pagina 11}.

Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om een zijband (CW/ CW-R of FSK/ FSK-R) te selecteren. [FM/AM (FM-N)]Druk hierop om de FM- of AM-modus te selecteren {pagina 11}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de Smalle FM-modus te selecteren. [DATA]Druk hierop om een data-modus (LSB/ LSB-DATA, USB/ USB-DATA, FM/ FM-DATA of AM-DATA) te selecteren {pagina 11}. In de CW-modus, druk hierop om de morseteken-decoder in en uit te schakelen. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de drempelafstelmodus voor de morseteken-decoder te openen {pagina 38}. [FINE (F. LOCK)]Druk hierop om de functie Fijn afstemmen in te schakelen voor nauwkeuriger afstemmen {pagina 30}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de functie Frequentievergrendeling in te schakelen {pagina 56}. —— E ——Centrale (afstel)-knopDraai aan deze knop om de gewenste frequentie te selecteren {pagina 12}.

Naar links maakt de regeling lichter en naar rechts zwaarder. lichtzwaarTX-RX LEDDe indicator brandt rood tijdens het zenden en brandt groen wanneer de squelch opent tijdens het ontvangen. —— F —— [IF FIL]Druk hierop om te schakelen tussen IF Filter A en IF Filter B {pagina 40}. U kunt de filterbandbreedte regelen met de knoppen LO/WIDTH en HI/SHIFT. Druk op [IF FIL] en houd deze toets ingedrukt om iedere instellingwaarde van de huidige DSP-filterbandbreedte {pagina 40} even weer te geven. [NB (LEV)]Druk hierop om Ruisonderdrukker 1, Ruisonderdrukker 2 en UIT te doorlopen. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om het niveau van de ruisonderdrukker te regelen {pagina 42}. [NR (LEV)]Druk hierop om de DSP-ruisonderdrukkingstypen te doorlopen: NR1, NR2 of UIT {pagina 41}.

Als de functie Ruisonderdrukking is ingeschakeld, drukt u deze in houdt u deze ingedrukt om de parameters van de functie Ruisonderdrukking te wijzigen {pagina 42}. [BC (A. NOTCH)]Druk hierop om de DSP-functie Puls annuleren, Puls annuleren 1, Puls annuleren 2 of UIT te selecteren {pagina 41}. Druk op deze knop en houdt deze ingedrukt om de automatische bandsperfilter in of uit te schakelen {pagina 41}. [NOTCH (WIDE)]Druk op deze knop en houdt deze ingedrukt om de IF-bandsperfilter in of uit te schakelen {pagina 41}. Druk op deze knop en houdt deze ingedrukt om de TF-bandsperbreedte in te stellen {pagina 41}. [SPLIT]Druk hierop om de split-frequentiefunctie in te schakelen waardoor u verschillende zend- en ontvangstfrequenties kunt gebruiken {pagina 24}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de instelmodus split RX-frequentie te openen.

Druk hierop in de Menumodus om Menu A of Menu B te selecteren. Druk hierop in de modus Geheugenkanaal programmeren om de start- en eindfrequentie op te roepen. [M/V]Druk hierop om te schakelen tussen de modi Geheugen en VFO. [M. IN]Druk hierop om de Geheugenzoekmodus te openen en gegevens op een geheugenkanaal op te slaan {pagina 43}. [M>V]Druk hierop om de inhoud van het huidige geheugenkanaal over te brengen naar de VFO. [Q-M. IN]Druk hierop om gegevens op te slaan in het snelgeheugen {pagina 46}. [Q-MR]Druk hierop om gegevens uit het snelgeheugen op te roepen in de VFO-modus {pagina 47}. Druk hierop om de bewerkingsmodus voor geheugennamen te openen in de Geheugenkanaalmodus {pagina 46}. [MHz]Druk hierop om de functie MHz omhoog/ omlaag in of uit te schakelen. Het MHz-cijfer neemt toe of af wanneer u aan de MULTI/CH-knop draait.

Druk hierop in de Menumode om het snelmenu in of uit te schakelen {pagina 14}. [SCAN (SG. SEL)]Druk hierop om de scanfunctie te starten of te stoppen {pagina 48}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om een scangroep te selecteren {pagina 51}.

N-62 EERSTE KENNISMAKING [MENU]Druk hierop om de Menumodus te openen {pagina 14}. [CH1 (REC)]Druk hierop om een CW {pagina 36} of stembericht af te spelen (hiervoor heeft u de optie VGS-1 nodig) {pagina 63}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om een CW {pagina 35} of stembericht op te nemen (hiervoor heeft u de optie VGS-1 nodig) {pagina 63}. [CH2 (REC)]Druk hierop om een CW {pagina 36} of stembericht af te spelen (hiervoor heeft u de optie VGS-1 nodig) {pagina 63}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om een CW {pagina 35} of stembericht op te nemen (hiervoor heeft u de optie VGS-1 nodig) {pagina 63}. [CH3 (REC)]Druk hierop om een CW {pagina 36} of stembericht af te spelen (hiervoor heeft u de optie VGS-1 nodig) {pagina 63}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om een CW {pagina 35} of stembericht op te nemen (hiervoor heeft u de optie VGS-1 nodig) {pagina 63}.

[RX/4 (REC)]Druk hierop om een CW {pagina 36} of stembericht af te spelen (hiervoor heeft u de optie VGS-1 nodig) af te spelen {pagina 63} of het continu opgenomen signaal (hiervoor heeft u ook de optie VGS-1 nodig) {pagina 64}. Druk op deze knop en houd deze ingedrukt om de continue recorder in te schakelen (hiervoor heeft u de optie VGS-1 nodig) {pagina 65}. —— G —— [AGC/T (SEL)]Druk hierop om te schakelen tussen de snelle of langzame responstijd voor de automatische versterkingsregeling (AGC) {pagina 30}. Druk hierop in de FM-modus om de tooninstellingen te doorlopen: Toon, CTCSS, CTCSSx of UIT {pagina 26}. Wanneer Toon is geactiveerd in de FM-modus, drukt u op deze knop en houdt u deze ingedrukt om een toonfrequentie te selecteren {pagina 26}. Wanneer CTCSS is geactiveerd in de FM-modus, drukt u op deze knop en houdt u deze ingedrukt om een CTCSS-frequentie te selecteren {pagina 27}.

[RIT]Druk hierop om de functie RIT (Receive Incremental Tuning) in of uit te schakelen {pagina 30}. U kunt een functie toewijzen aan deze programmeerbare functietoets {pagina 56}. [XIT]Druk hierop om de functie XIT (Transmit Incremental Tuning) in of uit te schakelen {pagina 32}. U kunt een functie toewijzen aan deze programmeerbare functietoets {pagina 56}. [CL]Druk hierop om de RIT/ XIT-frequentie op nul terug te zetten {pagina’s 30, 32}. U kunt een functie toewijzen aan deze programmeerbare functietoets {pagina 56}. RIT/ XIT-regelingDraai deze knop om de offset-frequentie te regelen wanneer de functie RIT/ XIT is ingeschakeld. De RIT/ XIT offset-frequentie verschijnt op het subdisplay {pagina’s 30, 32}. Draai deze knop tijdens het scannen om de scansnelheid te regelen. —— H ——SQL-regelingDraai aan deze knop om het gewenste squelch-niveau te selecteren {pagina 12}.

NOTCH-regelingDraai aan deze knop om de gewenste sperbandfrequentie te selecteren {pagina 41}. MULTI/CH-regelknopDraai in VFO-modus aan deze knop om de bedrijfsfrequentie te verhogen of te verlagen {pagina 29}. Draai in de Geheugenkanaalmodus aan deze knop om het geheugenkanaal te selecteren {pagina 43}. Gebruik deze knop ook voor het selecteren van menunummers bij het openen van de Menumodus {pagina 14} en voor verschillende configuraties. De MULTI/CH-LED gaat branden wanneer de MULTI/CH-regelknop niet wordt gebruikt om de stapfrequentie te regelen. U kunt een functie toewijzen aan deze programmeerbare functietoets {pagina 56}. HI/SHIFT-regelknopDraai deze knop om de DSP-filterbandbreedte (laagdoorlaat) of de DSP-filterbandbreedte (filterbandverschuiving) te regelen {pagina 40}.

LO/WIDTH-regelknopDraai deze knop om de DSP-filterbandbreedte (laagdoorlaat of verschuiving) te regelen {pagina 40}. AF-regelknopDraai deze knop om het AF-versterkingsniveau te regelen {pagina 10}. RF-regelknopDraai deze knop om het RF-versterkingsniveau te regelen {pagina 10}. ABCD FEGH.

EERSTE KENNISMAKING 2 N-7—— A ——Tijdens ontvangst dient de meter als een S-meter om de sterkte van het ontvangen signaal te meten en weer te geven. Tijdens zenden dient de meter als een vermogensmeter plus een ALC-meter, een SWR-meter of een compressiemeter voor spraakverwerking. Tijdens het afstellen van de IF-filterbandbreedte toont de meter een afstelstatus {pagina 12}. —— B ——Dit verschijnt wanneer de functie Automatische modus is ingeschakeld in de frequentie-instelling Automatische modus {pagina 53}. Toont de bedrijfsmodus (USB, LSB, FM, AM, CW, CWR, FSK of FSR) {pagina 11}. Verschijnt in de Menumodus {pagina 14}. Verschijnt in de Geheugenzoekmodus {pagina 44}. Verschijnt in de Geheugenkanaalmodus of Geheugenzoekmodus {pagina 44}. In de normale bedrijfsmodus en in verschillende configuraties toont het het geheugenkanaalnummer, snelgeheugennummer en het invoerlognummer.

2 EERSTE KENNISMAKINGN-8Verschijnt wanneer de functie Frequentievergrendeling is ingeschakeld {pagina 56}. Verschijnt wanneer de Spraakverwerkerfunctie is ingeschakeld {pagina 32}. Verschijnt wanneer de functie voor continu opnemen is ingeschakeld {pagina 64}. Verschijnt wanneer de antenne-uitgang ingeschakeld is (DRV-aansluiting) {pagina 52}. Verschijnt wanneer het geselecteerde menunummer zich in de lijst Snelmenu bevindt {pagina 14}. Het verschijnt ook wanneer de zendontvanger de frequenties scant tussen de vertragende frequentiepunten {pagina 49}. Verschijnt wanneer de RIT-functie is ingeschakeld {pagina 30}. Verschijnt wanneer de XIT-functie is ingeschakeld {pagina 32}. —— E ——Verschijnt wanneer het RX ANT-station is ingeschakeld {pagina 52}. Of “ ” of “ ” verschijnt afhankelijk van de geselecteerde antenneaansluiting {pagina 52}.

“ ” verschijnt wanneer de tuner van de interne antenne {pagina 52} inline is voor bedrijf. “ ” verschijnt tijdens ontvangst wanneer de tuner van de interne antenne inline is voor bedrijf. “ ” tot “ ” knippert tijdens afstemmen {pagina 52}. Verschijnt wanneer de uitgang naar hardware-station ingeschakeld is (DRV-aansluiting) {pagina 52}. —— F ——(Hoofddisplay)In de normale bedrijfsmodus en in verschillende configuraties toont het de bedrijfsfrequentie van de zendontvanger. In de Menumodus toont het verschillende menu’s en in de Afstelmodus toont het de afstelwaarden. (Subdisplay)Het subdisplay toont bij het oproepen van een geheugenkanaal de naam van het geheugenkanaal (indien geprogrammeerd). Tijdens het werken met de split-frequentie toont het de frequentie.

Als de volgende aanduidingen gelijktijdig optreden, wordt informatie weergegeven in de volgorde: RIT/XIT-frequentie, split-frequentie, geheugennaam. In de Menumodus toont het de menutitel. In ander modi toont het de configuratieparameters. Wanneer de morseteken-detectorfunctie ingeschakeld is, verschijnen de gedecodeerde tekens.

Verschijnt wanneer de functie split-frequentie is ingeschakeld {pagina 24}. “ ” verschijnt wanneer VFO A is geselecteerd. “” verschijnt tijdens zending op een split-kanaal in VFO A {pagina 10}. “” verschijnt wanneer Menu A wordt geopend in de Menumodus {pagina 14}. “ ” verschijnt wanneer VFO B is geselecteerd. “” verschijnt tijdens zending op een split-kanaal in VFO B {pagina 10}. “” verschijnt wanneer Menu B wordt geopend in de Menumodus {pagina 14}. “ ” verschijnt wanneer een simplex-geheugenkanaal wordt geselecteerd. “” verschijnt wanneer een split-geheugenkanaal wordt geselecteerd {pagina 43}. ABC DEF.

EERSTE KENNISMAKING 2 N-9ANT 1 en ANT 2-aansluitingenSluit uw primaire HF/ 50 MHz antenne aan op de ANT 1-aansluiting. Als u 2 antennes gebruikt voor de HF/ 50 MHz band, sluit u de tweede antenne aan op de ANT 2-aansluiting {pagina 1}. GND-aansluitingSluit een zware draaddikte of koperdraad aan tussen de aardeaansluiting en de dichtsbijzijnde aarding {pagina 1}. AT-aansluitingPast op de stekker van de kabel die wordt geleverd bij de AT-300 externe antennetuner {pagina’s 72, 76}. Voor meer informatie, raadpleeg de handleiding van de tuner. DC 13,8 V-aansluitingSluit een gereguleerde 13,8 V gelijkstroombron aan op deze aansluiting {pagina 1}. Gebruik het bij de zendontvanger geleverde gelijkstroomsnoer. COM-aansluitingPast op een DB-9 vrouwelijke aansluiting voor aansluiting op een computer of compatibele zendontvanger {pagina’s 62, 71}.

Ook gebruikt met de functie Snelle gegevensoverdracht {pagina 59} en de afstemfunctie DX PacketCluster {pagina 68}. (USB)-aansluitingPast op een USB-stekker voor aansluiting op een computer via een van de USB-poorten {pagina 62}. EXT. SP 8Ω-aansluitingPast op een stekker met 2 conductoren (mono) van 3,5 mm voor aansluiting van een externe luidspreker {pagina 2}. ACC 2-aansluitingPast op een 13-pens mannelijke DIN-aansluiting voor aansluiting van verscheidene accessoires, zoals een externe TNC/ MCP of een RTTY-station {pagina 71}. REMOTE-aansluitingPast op een 7-pens mannelijke DIN-aansluiting voor aansluiting van een HF/ 50 MHz lineaire versterker {pagina 72, 75}. KEY en PADDLE-aansluitingDe KEY-aansluiting past op een stekker met 2 conductoren (mono) van 3,5 mm voor aansluiting van een externe keyschakelaar voor CW-bediening.

De PADDLE-aansluiting past op een stekker met 3 conductoren van 6,3 mm voor aansluiting van een keyer-paddle op de interne elektronische keyerschakelaar. Raadpleeg “Toetsen voor CW (PADDLE en KEY)” {pagina 2} voordat u deze aansluitingen gebruikt.

ACHTERPANEELDRV-aansluitingSluit een station (DRO) of een externe ontvanger aan op deze RCA-aansluiting {pagina 52}. RX ANT-aansluitingSluit op deze RCA-aansluiting een ontvangstantenne aan voor lage HF-banden {pagina 52}. MICROFOONPTT (Push-to-Talk)-schakelaarDe zendontvanger gaat in de Verzendmodus wanneer u deze niet-vergrendelende schakelaar omlaag gedrukt houdt. Laat de schakelaar los om de zendontvanger terug te zetten in de Ontvangstmodus. / Mic [UP]/ [DWN]Gebruik deze toetsen om omhoog en omlaag te bewegen in de VFO-frequentie, geheugenkanalen of menuselecties. Druk op deze toetsen en houd deze continu ingedrukt om de instellingen te wijzigen. U kunt ook de bedrijfsfunctie van deze toetsen wijzigen {pagina 56}.

N-103 BASISBEDIENINGIN-/UITSCHAKELEN1 Schakel de netvoeding in. 2 Druk op [] om de zendontvanger in te schakelen. • Als u de stroomschakelaar langer dan 2 seconden ingedrukt houdt, schakelt de zendontvanger weer uit. • Bij inschakelen verschijnt de melding “HELLO” op het hoofddisplay, gevolgd door de huidige frequentie en andere indicatoren. 3 Om de zendontvanger uit te zetten, drukt u nogmaals op []. 4 Schakel de netvoeding uit. • U kunt stap 3 overslaan. Na inschakelen van de zendontvanger kunt u deze uit- of inschakelen met de stroomschakelaar van de netvoeding. De zendontvanger onthoudt de stand van de stroomschakelaar wanneer de netvoeding wordt uitgeschakeld. VOLUME INSTELLENAF (AUDIOFREQUENTIE)-VERSTERKINGDraai de AF-regelknop rechtsom om het geluidsniveau te verhogen en linksom om het te verlagen.

Opmerking: de stand van de AF-regelknop regelt niet het volume van pieptonen door het indrukken van toetsen of de CW TX-zijtoon. Het geluidsniveau voor de digitale bedrijfsmodus hangt ook af van de instelling van de AF-regelknop. RF (RADIOFREQUENTIE)-VERSTERKINGDe RF-versterking wordt normaal ingesteld op het maximumniveau, ongeacht de bedrijfsmodus. De zendontvanger wordt in de fabriek standaard ingesteld op het maximumniveau. U kunt de RF-versterking wel iets verlagen als u moeite hebt om het gewenste signaal te horen vanwege atmosferische ruis of interferentie van andere stations. Noteer eerst de piekwaarde van de S-meter van het gewenste signaal. Draai vervolgens de RF-regelknop linksom totdat de S-meter de piekwaarde aangeeft die u hebt genoteerd. • Signalen die zwakker zijn dan dit niveau worden afgezwakt en ontvangst van het station wordt beter.

U kunt afhankelijk van het type en de versterking van uw antenne, als ook de toestand van de band, de RF-versterking afstellen. Stel bij gebruik van de FM-modus altijd de RF-versterking af op het maximumniveau.

SELECTEREN VAN VFO A OF VFO BU kunt twee VFO’s gebruiken voor frequentieregeling op de zendontvanger. Iedere VFO (VFO A en VFO B) functioneert afzonderlijk zodat u een verschillende frequentie en modus kunt selecteren. Wanneer bijvoorbeeld de SPLIT-modus is ingeschakeld, gebruikt u de VFO A voor ontvangst en de VFO B voor zending. U kunt ook de tegenovergestelde combinatie gebruiken. Druk op [A/B (A=B)] om te schakelen tussen VFO A en B.

N-11BASISBEDIENING 3 EEN BAND SELECTERENDruk op [1. 8 (1)] ~ [50 (0)] of [GENE] om de gewenste band te selecteren. • Druk op een willekeurige toets om de 3 standaardinstellingen te doorlopen zoals getoond in de onderstaande tabel. • U kunt iedere instelling wijzigen met uw voorkeurfrequentie en -modus. Druk na wijziging van de instelling nogmaals op de toets om de instelling op te slaan.

Druk nogmaals om te schakelen tussen de LSB- of USB-modus. Druk in de LSB-modus op [DATA] om te wisselen tussen de LSB- en LSB-DATA-modus. Druk in de USB-modus op [DATA] om te wisselen tussen de USB- en USB-DATA-modus. U kunt ook in de LSB-DATA- of USB-DATA-modus drukken op [LSB/USB] om te wisselen tussen de LSB-DATA- en USB-DATA-modus. [CW/FSK (REV)]Druk hierop om de CW- of FSK-modus te selecteren. Druk nogmaals om te schakelen tussen de CW- en FSK-modus. Druk in de CW-modus op [CW/FSK (REV)] en houd deze toets ingedrukt om te schakelen tussen de CW- en CW-R-modus. Druk in de FSK-modus op [CW/FSK (REV)] en houd deze toets ingedrukt om te schakelen tussen de FSK- en FSK-R-modus.

U kunt ook in de CW-R of FSK-R-modus drukken op [CW/FSK (REV)] om te schakelen tussen de CW-R- en FSK-R-modus. [FM/AM (FM-N)]Druk hierop om de FM- of AM-modus te selecteren. Druk nogmaals om te schakelen tussen de FM- en AM-modus. Druk in de FM-modus op [FM/AM (FM-N)] en houd deze toets ingedrukt om te schakelen tussen de FM- en FM-NAR-modus of druk op [DATA] om te schakelen tussen de FM- en FM-DATA-modus. U kunt ook in de FM-NAR-modus drukken op [DATA] om te schakelen tussen de FM-NAR- en FM-NAR-DATA-modus en in de FM-DATA-modus op [FM/AM (FM-N)] drukken en vasthouden om te schakelen tussen de FM-DATA- en FM-NAR-DATA-modus. Druk in de AM -modus op [DATA] om te wisselen tussen de AM- en AM-DATA-modus. Open menunummer 27 en druk op [M. IN] om “on” te selecteren om de Automatische modusselectie in te schakelen. Wanneer u ON selecteert, verschijnt “”.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kenwood TS-590SG stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden