Inventum Ecolution Solo Handleiding

Inventum Warmtepomp Ecolution Solo

Bekijk gratis de handleiding van Inventum Ecolution Solo (48 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 117 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Inventum Ecolution Solo of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Ecolution® Combi 50 & Solo
ventilatiewarmtepomp
Installateurs- en gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Inventum
Categorie: Warmtepomp
Model: Ecolution Solo

Foutcodes Inventum Ecolution Solo

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
AP-1 Heetgasbeveiliging actief Toestel gedwongen 45 minuten uit.
AP-2 Persgasbeveiliging actief Toestel gedwongen 45 minuten uit.
AP-3 Invriesgasbeveiliging actief Toestel gedwongen 45 minuten uit.
AP-4 Ventilatiewarmtepomp binnen 15minuten 2 maal in bedrijf Toestel gedwongen 45 minuten uit.
F-01 Pomp noodbedrijf Controleer status ingang cv-aanvoer-, cv-retour-, defect, kortgesloten of niet aangesloten, controleer bedrading.
F-02 Ventilator noodbedrijf Lucht-in-, lucht-uitsensor defect, kortgesloten of niet aangesloten.
F-03 Compressor noodbedrijf Zuiggas-, heetgas-, aanvoer- of retoursensor defect, controleer bedrading.
F-04 Boiler noodbedrijf Boilersensor defect / kortgesloten / niet aangesloten.
F-05 Cv-warmtevraag noodbedrijf Defect lucht-insensor of lucht-uitsensor, controleer bedrading.
F-50 Foutmelding identificatiecode, meetwaarde buiten bereik (-20 °C tot 140 °C) Vervang de ID sensor.
F-51 Sensorfout Lucht-in Lucht-in of lucht-uitsensor defect / niet aangesloten / kortgesloten, controleer bedrading.
F-52 Sensorfout Lucht-uit noodbedrijf Lucht-in of lucht-uitsensor defect/niet aangesloten / kortgesloten, controleer bedrading.
F-53 Sensorfout Zuiggas Zuiggassensor heeft een niet acceptabele waarde gemeten / AP3 gedurende 10 minuten.
F-54 Sensorfout Heetgas Heetgassensor heeft een te hoge temperatuur gemeten / AP1.
F-55 Sensorfout Retourtemperatuurfout Mogelijk defecte aanvoer- of retoursensor.
F-56 Sensorfout Aanvoertemperatuurfout Mogelijk defecte aanvoer- of retoursensor.
F-57 Sensorfout Boilertemperatuurfout Boilersensor defect / niet aangesloten / kortgesloten.
F-80 Blokkering lucht in het systeem Ontlucht het systeem, controleer de cv-sensoren en de draaiing van de pomp. Vervang cv-sensoren en / of pomp.
F-81 Blokkering interne beveiliging compressor Interne beveiliging compressor geopend, compressor te zwaar belast, laat ventilatiewarmtepomp minimaal 1uur buiten bedrijf.
F-90 Vergrendeling mogelijk condensator defect Controleer of de condensator defect is (zie ook F-80).
F-93 Vergrendeling heetgas en persgas Controleer beide cv-sensoren op correct functioneren en vervang de sensor als deze defect is.
F-94 Vergrendeling condensator of compressor defect Controleer of de condensator defect is (zie ook F-81).

Handleiding Inventum Ecolution Solo – volledige tekst

Installatie. 15 5. 1 Montage van de muurbeugel. 15 5. 2 Ophangen van de Ecolution® Combi 50. 17 5. 3 Ophangen van de Ecolution® Solo. 18 5. 4 Aansluiten van de Ecolution® en hr-combiketel. 18 5. 4. 1 Luchtzijdig aansluiten. 18 5. 4. 2 Waterzijdig aansluiten. 19 5. 4. 2. 1 Cv-zijdige installatie weerstand. 19 5. 4. 2. 2 Plaatsing keerklep. 19 5. 4. 2. 3 Aansluiten cv. 20 5. 4. 2. 4 Aansluiten warm water. 20 5. 4. 2. 5 Aansluiten condensafvoer. 21 5. 4. 2. 6 Aansluiten aanlegsensor. 21 5. 4. 3 Elektrisch aansluiten. 222015Niets uit deze handleiding mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de leverancier. Dit geldt ook voor de bijbehorende illustraties. 6. In bedrijf stellen. 23 6. 1 Instellen bedrijfsmodus. 23 6. 2 Inbedrijfstelling protocol. 23 6. 2.

LEVERINGSOMVANG15678234Ecolution® Combi 50 156234Ecolution® Solo Figuur 1 Leveringsomvang Combi 501 Ventilatiewarmtepomp (1×)2 Haak muurbeugel (1×)3 Muurbeugel (1×)4 Muurbeugelschroeven met pluggen (4×)5 Documentatieset (1×)6 Steunhuls Ø18 (2×)7 Flexibele leidingen Ø18-22 (2×)8 Flexibele leidingen Ø15-15 (2×)9 AanlegsensorFiguur 2 Leveringsomvang Solo1 Ventilatiewarmtepomp (1×)2 Haak muurbeugel (1×)3 Muurbeugel (1×)4 Muurbeugelschroeven met pluggen (4×)5 Documentatieset (1×)6 Flexibele leidingen Ø18-22 (2×)7 AanlegsensorVEREISTE BENODIGDHEDENNaast onderstaande benodigdheden dient u alle door de cv-ketel fabrikant geselecteerde benodigde componenten toe te passen in uw systeem. Indien de vereiste componenten niet worden gebruikt en men afwijkt van het hydraulische aansluitschema zoals omschreven in deze handleiding, vervalt het recht op garantie. Inlaatcombinatie Max.

Ecolution® Combi 50 & Solo Uitgave september 2015Deze installateurshandleiding is bedoeld voor de installateur die, op grond van vakopleiding en ervaring, over voldoende vakkennis beschikt over warmtepompinstallaties en cv-installaties. Met deze handleiding is de Inventum B. V. Ecolution® ventilatiewarmtepomp op veilige wijze te installeren, te gebruiken en te onderhouden. Maak de gebruiker erop attent deze handleiding met zorg te bewaren bij het toestel. Met de aanschaf van deze warmtepomp verschaft u zich een veilig en vertrouwd kwaliteitsproduct. Alle Inventum B. V. apparaten voldoen aan de zwaarste kwaliteitseisen, ook waar het gaat om energieverbruik. Deze handleiding is door Inventum B. V. met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. Er kunnen echter geen rechten aan worden ontleend. Inventum B. V.

behoudt zich, in verband met voortdurende productinnovatie, te allen tijde het recht voor om zonder voorafgaande mededeling de specificaties te wijzigen. Inventum B. V. bestaat sinds 1908 en heeft zich gespecialiseerd in het ontwikkelen en produceren van verschillende soorten warmte- en warmwaterapparatuur. De producten van Inventum B. V. zijn door de toepassing van hoogwaardige materialen van ongeëvenaarde kwaliteit en zijn vrijwel ongevoelig voor storingen. Inventum B. V. is in het bezit van het kwaliteitsborgingcertificaat NEN-ISO 9001. De producten voldoen aan de hoogste (internationale) kwaliteits- en veiligheidseisen. De ontwikkeling van zonneboilers, warmtepompen, warmtepompboilers en ventilatiewarmtepompen zijn sprekende voorbeelden van de innovatieve kracht van Inventum B. V. Overheden stellen steeds hogere (wettelijke) eisen aan de energieprestaties van apparaten. Inventum B. V.

Gevaar voor elektrische schok Informatie Gebruiker informerenLees voordat u de Ecolution® gaat installeren eerst deze handleiding door. Overhandig deze handleiding na het installeren aan de gebruiker en instrueer hem of haar over het volgende:• Laat de installatie, inbedrijfstelling, inspectie en reparatie alleen door een erkend installatiebedrijf uitvoeren;• Maak de gebruiker vertrouwd met de bediening van de ventilatiewarmtepomp;• Er moet één keer per twee jaar inspectie en onderhoud plaatsvinden;• Hoe storingen af te handelen;• Wijs de gebruiker erop dat hij zelf geen veranderingen of reparaties mag uitvoeren aan het toestel;• Leg de werking en het daarbij behorende andere stookgedrag ten aanzien van duurzaam verwarmen uit aan de gebruiker;• Overhandig de installateurs- en gebruikershandleiding en wijs hem of haar op de belangrijkste punten.

2 VEILIGHEIDGevaar voor elektrische schok bij geopende warmtepomp. Voor het openen van de warmtepomp: maak de warmtepomp spanningloos door de stekker uit de wandcontactdoos te nemen. Plaats en gebruik geen ontvlambare materialen zoals papier, oplosmiddelen en verf in de buurt van de Ecolution® ventilatiewarmtepomp. Letsel door bedieningsfoutenBedieningsfouten kunnen persoonlijk letsel en materiële schade tot gevolg hebben. • Waarborg dat kinderen dit product niet zonder toezicht kunnen bedienen of ermee kunnen spelen. • Waarborg, dat alleen personen toegang hebben, die in staat zijn dit product juist te bedienen. De Ecolution® ventilatiewarmtepomp dient uitsluitend geïnstalleerd en onderhouden te worden door een erkend installateur. 5INSTALLATEUR.

Uitgave september 2015 Ecolution® Combi 50 & Solo Voordat u met de installatie van de Ecolution® ventilatiewarmtepomp begint moet eerst worden gecontroleerd of aan alle voorwaarden, gesteld in de installatierichtlijnen, is voldaan. Let er bij het afnemen van de mantel op dat er delen zijn die onder een levensgevaarlijke spanning staan. Raak deze onderdelen nooit aan zonder het toestel eerst spanningsloos te hebben gemaakt. Het toestel mag pas onder spanning worden gezet nadat alle onderdelen volgens voorschrift zijn geplaatst en het cv-circuit en tapwatercircuit zijn gevuld. In geval van onbekendheid met warmtepompen is het aan te bevelen eerst de volledige werking van een warmtepomp en de specifi eke werking van de Ecolution® te bestuderen. Een goede bron van informatie is ook de ISSO 72 richtlijn. Koudemiddel R 134 aDe warmtepomp is gevuld met het koudemiddel R 134 a.

Het koelsysteem bevindt zich binnen in het gesloten com-pressorblok. Dit compressorblok bevat de nodige koeltechnische componenten zoals bijvoorbeeld een compressor, condensor en expansieventiel. 3 VOORSCHRIFTENDe Ecolution® ventilatiewarmtepompen zijn volgens de laatste stand der techniek en erkende veiligheidstechnische voorschriften geproduceerd. De Ecolution® is alleen geschikt voor toepassing in huishoudelijke cv- en warmtapwaterinstallaties. Het toestel levert de basislast voor verwarmen en dient als voorverwarmer van warm tapwater. Gekoppeld aan de Ecolution® dient een toestel (bijvoorbeeld een hr-combiketel) aanwezig te zijn voor de levering van piekbelasting. Tevens moet voor toepassing van de Ecolution® ventilatiewarmtepomp een ventilatiesysteem C in de woning aan-wezig zijn.

Ventilatiesysteem C houdt in: een natuurlijke toevoer van ventilatielucht (bijvoorbeeld via gevel/kozijnroosters) en mechanische afvoer van ventilatielucht door middel van een mechanische afzuiging. In een nieuwbouwsituatie dient ventilatiesysteem C aangelegd te worden.

Elk afwijkend gebruik is voor risico van de installateur of gebruiker en geldt als niet conform de voorschriften. Voor eventuele schade voortvloeiend uit het niet juiste gebruik is Inventum B. V. niet aansprakelijk. Het is alleen toegestaan om de Ecolution® te installeren in een vochtvrije en vorstvrije ruimte. Raadpleeg voor de juiste installatie en het juiste gebruik deze installateurs- en gebruikershandleiding. Neem bij vragen contact op met Inventum B. V. Om goede werking van de warmtepomp te kunnen waarborgen dienen luchtcircuit, warmtepomp, cv-ketel en cv-installatie goed op elkaar te worden afgestemd. De installateur behoeft niet in het bezit te zijn van een STEK of F-gassen erkenning. Het is niet toe-gestaan koeltechnische handelingen te verrichten aan de Ecolution®.

Ecolution® Combi 50 & Solo Uitgave september 20153. 2 trAnsport en opslAg• Beveilig het toestel tegen vallen;• Verplaats het toestel alleen in verticale positie;• Voor het verplaatsen, bijv. via trappen, mag het toestel gedurende max. 15 min. gekanteld worden tot max. 45°;• Indien het toestel horizontaal vervoerd is of een langere periode gekanteld is geweest, het toestel minimaal 24 uur tot rust laten komen in verticale stand;• Niet transporteren zonder doos en tray;• Sla de warmtepomp alleen verticaal op;• De warmtepompen mogen niet gestapeld worden; • De opslagtemperatuur moet tussen de -10 °C en de 40 °C zijn;• De luchtvochtigheid mag maximaal 80% bedragen. Haal het toestel pas uit de doos op de plek waar de montage plaats vindt. Het toestel mag zonder doos niet vervoerd worden. 3.

3 eisen instAllAtie (Algemene info)De Ecolution® dient altijd in combinatie (hybride) met een ander toestel voor warmte- en warmwateropwekking te worden aangesloten. Dit zal veelal een hr-combiketel zijn welke voorzien dient ze zijn van een NZ label. Voor het maken van een combinatie met een andere vorm van warmte- en warmwateropwekking, neemt u contact op met Inventum B. V. De Ecolution® dient door geautoriseerde vakmensen, op het vlak van ventilatietechniek, cv- en tapwaterinstallaties, volgens de installatierichtlijnen te worden geïnstalleerd. Landelijk erkende installatiebedrijven en door Inventum B. V. opgeleide bedrijven bevelen we hierbij aan.

In de ruimte waar de Ecolution® wordt gemonteerd dient aanwezig te zijn:• het ventilatieluchtaanvoer- en ventilatieluchtafvoerkanaal;• de mogelijkheid tot aanleggen van een dampdicht, geïsoleerd ventilatie afvoerkanaal met geïsoleerde dakdoorvoer;• in geval van een Ecolution® Combi 50 (uitvoering met warm tapwater) dient de hr-combiketel zich in de directe nabij- heid (bij voorkeur binnen een afstand van 3 meter) te bevinden, dit om een goede samenwerking te waarborgen;• bij bestaande bouw dient de Ecolution® bij voorkeur op de plaats van de oude mechanische ventilatiebox geplaatst te worden;• er zeker van te zijn dat u de Ecolution® kan plaatsen aan een vlakke wand met voldoende massa (200 kg/m2). Bij een onvoldoende stevige wand kan resonantie ontstaan met lawaai als gevolg. Gasbeton scheidingsmuren en gipsplaatwanden voldoen hier doorgaans niet aan.

Buitenmuren en geïsoleerde spouwmuren tussen twee woningen of tussen garage en woning voldoen doorgaans wel. Het is niet aan te bevelen de Ecolution® tegen een scheidingswand met een verblijfsruimte te monteren in verband met geluidsklachten. Indien u twijfels heeft over de draagkracht van de wand waarop u de Ecolution® wil bevestigen neem dan contact op met de helpdesk van Inventum B. V. De Ecolution® zal vaak worden gecombineerd met een hr-combiketel. Lees naast deze installateurshandleiding tevens die van de desbetreffende ketelfabrikant. Ongeschikt of vervuild water kan leiden tot storingen in het toestel en beschadiging van de platenwisselaar of de tapwatervoorziening door o. a. slibvorming, corrosie en verkalking. Neem voor meer informatie con-tact op met de waterleverancier. Vanaf de afvoerzijde naar de dakdoorvoer dient het luchtkanaal in geïsoleerde vorm uitgevoerd te worden.

7 De Ecolution® dient opgehangen te worden aan een vlakke wand met voldoende massa (200 kg/m2).  INSTALLATEURDe Ecolution® mag niet op een locatie geplaatst worden hoger dan 2000 meter boven zeeniveau.

Uitgave september 2015 Ecolution® Combi 50 & Solo 3. 4 AfzuigkAp (motorloos)Wij adviseren nadrukkelijk een afzuigkap met motor en eigen aansluiting naar buiten. Echter, het is mogelijk om op één van de aansluitingen in de keuken een motorloze afzuigkap te plaatsen. De onderhoudfrequentie van het lter zal dan mogelijk moeten worden aangepast i. v. m. een grotere mate van vervuiling. 3. 5 inventum ecolution® onderdelen Bij reparatie van één of meerdere onderdelen adviseren wij altijd door Inventum B. V. goedgekeurde onderdelen te gebruiken. Bij toepassing van onderdelen die niet origineel van Inventum Ecolution® toestellen afkomstig zijn, vervalt de garantie. Tevens kan goed functioneren van de toestellen niet worden gegarandeerd. Wij verwijzen ook naar onze garantiebepalingen op pagina 44.

8Alvorens de Ecolution® waterzijdig te verbinden met de hr-combiketel en installatie dient u:• de installatie grondig te spoelen om vuil te verwijderen. Wees ervan overtuigd dat al het vuil uit de installatie is verwijderd;• de installatie te voorzien van een vul- en aftapkraan (mogelijk al aanwezig in of in de nabijheid van de hr-combiketel);• te zorgen voor voldoende ruimte rondom het toestel voor servicehandelingen (alle onderdelen dienen vanaf de voorzijde bereikbaar te zijn). Zie paragraaf 4. 3 voor de benodigde ruimte;• er zeker van te zijn dat de ruimte vorstvrij is. Dit geldt ook voor de afvoer van de inlaatcombinatie en de condens- afvoer;• er voor te zorgen dat er geen chemische middelen aan het cv-water zijn of worden toegevoegd. De Ecolution® heeft bovenop het toestel twee luchtkanaalaansluitingen voor montage van de luchttoevoer en -afvoer.

Cv-zijdig dient het toestel op een gesloten systeem te wor-den aangesloten. Het toestel is geschikt voor werking op systemen met diverse temperatuur cv-afgiftetemperaturen. De ventilatie, tapwater en het cv-systeem dienen door geautoriseerde vakmensen volgens de installatierichtlijnen te worden geïnstalleerd. De Ecolution® moet worden geïnstalleerd volgens de in deze paragraaf en in hoofdstuk 5 om-schreven richtlijnen en normen. Tijdens de installatie dient u de Ecolution®:• aan te sluiten met bijgeleverde exibele cv- en tapwaterslangen in verband met geluidsoverdracht en garantie. Dit is verplicht. ;• de installatie af te zekeren op 16 A (traag). Dit betreft een ‘standaard’ zekering in de woningbouw. INSTALLATEUR.

het wekelijkse legionella programma)ºC 50 -VentilatiezijdeLaagstand (1) m3/h 60 - 120 60 - 120Middenstand (2) (nominaal) m3/h 120 - 210 120 - 210Hoogstand (3) m3/h 150 - 350 150 - 350Luchtvolume warmtepomp bedrijf Afhankelijk van Ag woning Afhankelijk van Ag woningLuchtfilter Uitgevoerd met vuil-/vetfilter Uitgevoerd met vuil-/vetfilterWarmtepomp circuitKoudemiddel 134a 134aInhoud koudemiddel g 800 800GeluidsproductieNominaal bedrijf (gemeten op 1 meter afstand)dB(a)< 36 34Piek bedrijf (gemeten op 1 meter afstand)dB(a)< 41 42AlgemeenIP classificatie IPX 2 IPX 2Toegestane omgevingstemperatuur ºC 0 - 40 0 - 40Toegestane zuurgraad cv-water pH 7,5 - 8,0 7,5 - 8,0Maximaal toegestane luchtvochtigheid installatieruimterH 50 50Label en Keurmerken CE CEBij gebruik van een hr-combiketel als naverwarmer, raadpleeg eerst de fabrikant of deze hiervoor geschikt is, toestel moet NZ label hebben in verband met hoge inlaat temperatuur.11Tabel 2 Technische gegevensINSTALLATEUR

Uitgave september 2015 Ecolution® Combi 50 & Solo 4. 2 AppendAges6101090 465300160164 197 10 MIN10 MIN1840 MIN450 MIN300 MIN4. 3 mAAtschetsen maten in mm300 MIN300450 MIN1528 MIN778480160164 19710 MIN10 MIN610Figuur 5 Maatschets Ecolution® Combi 50 Figuur 6 Maatschets Ecolution® Solo 4. 4 Werking 4. 4. 1 verWArmen met ecolution® en hr-combiketel sAmenHet verwarmen met de Ecolution® (of hr-combiketel) hoeft niet individueel plaats te vinden. Het kan zijn dat door de warmtevraag beide toestellen in bedrijf zijn voor verwarmen of aanmaken van warm water. Wanneer de toestellen beide in bedrijf zijn, kan het aanwarmen van de hr-combiketel consequenties hebben voor de Ecolution®. Indien de cv-watertemperatuur een te hoge waarde heeft bereikt, zal de Ecolution® zijn deelname aan dit gezamen-lijke proces stoppen.

De Ecolution® komt weer opnieuw in bedrijf indien er warmtevraag is en aan alle temperatuur-voorwaarden wordt voldaan. Samenwerken met de hr-combiketelDe Ecolution® is t. a. v. het op te wekken vermogen niet te vergelijken met de hr-combiketel. De Ecolution® levert maximaal 1,4 kW thermische energie. Die is uitstekend te gebruiken om de meest gebruikte ruimten in een woning op temperatuur te houden en is er niet voor bedoeld om die ruimten op temperatuur te brengen. Om de woning op temperatuur te krijgen of versneld 1° of 2° in temperatuur te verhogen, dient in deze hybride opstelling de hr-combiketel als ondersteuning met een grotere capaciteit. Ook in het winterseizoen tijdens lagere buitentempe-raturen zal de Ecolution® ondersteund worden door de hr-combiketel om samen de totaal benodigde hoeveelheid warmte te leveren.

Kamerthermostaat hr-combiketelOok aan de aansturing van de hr-combiketel verandert niets, de kamerthermostaat blijft net als altijd werken en bedienbaar zoals de bewoner gewend is. Wel is het aan te raden om verandering in het stookgedrag aan te nemen. De bij velen toegepaste nachtverlaging, bijvoorbeeld tussen 23:00 uur ‘s avonds en 07:00 uur ‘s ochtends, is in de nieuwe situatie niet meer de meest rendabele. Vasthouden van de temperatuur in de woning met de Ecolution® is efficiënter dan een aantal graden opwarmen in de ochtend met de hr-combiketel. Mechanisch ventileren vindt 24 uur per dag plaats, dus hebben we ook tijdens de nachturen de beschikking over duurzaam opgewekte warmte. Maar zelfs als de12Tabel 3 Appendages Servicenummer Component 15081010 Aanlegsensor 15081050 RF ontvanger 15081060 RF zenderschakelaar 15081020 MontageframeINSTALLATEUR.

Ecolution® Combi 50 & Solo Uitgave september 2015bewoner de schakeling van nachtverlaging met een aantal graden blijft toepassen in de klokthermostaat, zal de Ecolution® in de nacht de 1,4 kWh blijven produceren en toevoegen aan de meest gebruikte ruimten (is continu deelname niet gewenst, dan kan men d. m. v. programmeren een nachtverlaging op de regeling instellen). Veranderd gedragDeze werking, en het daarbij horende andere (stook-) gedrag, dient u wel goed aan de bewoners uit te leggen, want ook zij dienen een ander gedrag t. a. v. (duurzaam) verwarmen aan te nemen. Voor het op temperatuur houden van de meest gebruikte ruimten in de woning door verwarmen met de Ecolution®, is het wel belangrijk deze ruimten te benoemen. In moderne, goed geïsoleerde woningen, en dat zijn de woningen na 1980 steeds meer, is het gebruik van centraal ver-warmen sterk veranderd.

Van puur centraal verwarmen zijn we steeds meer naar lokaal verwarmen opgeschoven. Dat de woonkamer warm moet zijn is duidelijk met vaak 2 radiatoren. Verder gebruikt men nog de keuken (indien geen openkeuken) en de badkamer. Slaapkamers en andere ruimten in huis worden nog maar zelden mee verwarmd en dat is gunstig voor het verwarmen met de Ecolution®. De 1,4 kWh brengt hij dan daar waar we die het meest nodig hebben. De Ecolution® Combi 50 beschikt over een vat met een inhoud van 50 liter. In dit vat zit een warmtewisselaar om het tapwater op te warmen. De Ecolution® draagt geen primaire zorg voor levering van warm tapwater maar functio-neert als zogenaamde voorverwarmer. De afstelling in de Ecolution® voor het warme tapwater staat fabrieksmatig ingesteld op 50 °C. Hoogste rendementDe afstelling op 50 °C is een bewuste keuze.

Om een zo gunstig mogelijk rendement te realiseren op het verwarmen van tapwater is dit niet alleen de juiste keuze voor de Ecolution®, maar tevens ook voor vele hr-combiketels. De hr-combiketel fungeert in deze opstelling als naverwarmer.

De meeste merken hr-combiketels kunnen niet minder dan 10 tot 15 °C naverwarmen. Dit komt omdat de laagste modulatiegraad (vermogen) tussen deze temperaturen ligt. Lees voor juiste instelling warm water van de hr-combiketel de installatiehandleiding van de hr-combiketel. Bij twijfel kunt u ook telefonisch contact opnemen met de helpdesk van Inventum B. V. 4. 4. 2 WArm WAter (Alleen combi 50)4. 4. 3 regelingDriewegklep (alleen Combi 50)Voor de keuze van cv-warmte of boilerwarmte is er een driewegklep in de Ecolution® aanwezig. Onbekrachtigd staat de klep in de cv-stand. Standaard geeft de Ecolution® voorrang aan warm tapwater. Dit is niet noodzakelijk en kan via het gebruikersmenu gewijzigd worden. 134. 4. 4 ventilAtieIn Nederland is de juiste hoeveelheid te ventileren lucht vastgelegd in “het Bouwbesluit”. Daarom is de ventilatie-warmtepomp dan ook afgestemd op deze afgesproken waarden.

Ventilatie capaciteitsgrafi ekDe grafi ek geeft de maximale rest ventilatiecapaciteit weer, dit is de capaciteit die beschikbaar is voor de ventilatie drukval [weerstand] van de woning. OpmerkingEen installatie met een lage drukval is niet alleen stil maar gebruikt ook veel minder ventilator energie. voorkeur maximaalGeluid Voor het realiseren van een ventilatiesysteem met een laag geluidsniveau moet de drukval van het totale ventilatiesysteem laag blijven, advies 100 Pa (maximaal 150 Pa). Dit houdt dus in dat er ruimer in buisdiameter ontworpen en geïnstalleerd moet worden. • Vermijd scherpe overgangen of scherpe bochten; • Gebruik 2 bochten van 45° i. p.

v 1 bocht van 90°; • Gebruik ronde gladde bochten; • Gebruik geen  exibele aansluitslangen; • Gebruik afzuigventielen met zeer lage drukval 10 tot 20 Pa;• Gebruik bijvoorkeur geen rechthoekig instort- kanalen, tenzij aangetoond is dat de drukval van de overgang naar rond ≤ 10 Pa is. ISSO publicatie 61 geeft hier kwaliteitseisen over. Capaciteitsgrafi ekINSTALLATEUR.

Ook nu is ven-tilatiesysteem C nog altijd een prima systeem om een nieuwbouwwoning van de juiste ventilatie te voorzien. In tegenstelling tot warmtepompen met bodemtemperatuurwisseling, die uitsluitend efficiënt functioneren met lage temperatuurverwarmingsystemen, kan de Ecolution® ingezet worden bij vrijwel alle soorten toegepaste afgifte- systemen. Uiteraard zal bij afgiftesystemen die werken op lagere temperaturen de deelname en het rendement van de Ecolution® hoger zijn. Bij temperatuurverwarmingsystemen tot 35 °C en 35 tot 55 °C is het rendement en de deelname van de Ecolution® uitstekend en zal hierbij voor een inke energiebesparing zorgen. Bij ieder afgiftesys-teem in een bestaande woning is het belangrijk om de 1,4 kW vermogen daar te krijgen waar hij het meest gebruiktwordt, vaak de woonkamer.

Bij een goed ontworpen en ingeregelde installatie zal de warmte daar ook juist gele-verd worden. Bij minder goed ontworpen en ingeregelde installaties is het goed dit alsnog te overwegen.

Waterzij-dig inregelen van cv-installaties kan stevig bijdragen aan een goed rendement van hr-combiketel en warmtepomp. 4. 5 cv-Afgiftesystemen4. 5. 1 lt-verWArminssystemen, -rAdiAtoren en -convectorenDe Ecolution® is als hybride toepassing te gebruiken in diverse temperatuurafgiftesystemen. Uitermate geschikt zijn LT-verwarmingssystemen (lage temperatuur). Deze zullen met temperaturen tot max. 55 °C uitstekend passen bij het verwarmen met een warmtepomp. Zowel het rendement van de warmtepomp als het deel-name percentage in de totale warmteproductie is hierbij optimaal te noemen. Voorbeelden van LTV-systemen zijn: vloerverwarming, wandverwarming en diverse LTV-radiator- en convectorsystemen. Standaard (aanwezige) radiatoren zijn ook uitstekend te gebruiken voor verwarmen met een Ecolution®.

Tot een maximale waarde van 55 °C kan de Ecolution® deelnemen in het verwarmingsproces en dat is een waarde waar vele radiatoren de te verwarmen ruimten prima mee op temperatuur kunnen houden. Het rendement en het deelname percentage in de totale warmteproductie is dan ook uitstekend. Convectoren kunnen verdeeld worden in oude 70 - 90 °C systemen en moderne systemen, die veel lagere temperatu-ren nodig hebben voor warmte-afgifte. Bij toepassing van de Ecolution® in de oude 70 - 90 °C systemen is de deel-name nog altijd nuttig aanwezig maar zal deelname in de totale warmte productie minder zijn dan bij de andere afgiftesystemen. Convectoren met lagere en zelfs LTV toepassing zijn uiteraard uitstekend toe te passen. 4. 5. 3 ht-rAdiAtoren en - convectorenBij woningen met radiatoren als afgiftesysteem is een hybride systeem met de Ecolution® uitstekend toepasbaar.

Tot een temperatuur van 55 °C is de deelname van de Ecolution® gegarandeerd. Tussen de 35 en 55 °C is de bijdrage en het rendement van de Ecolution® uitstekend. Hoe lager de temperatuur hoe hoger de bijdrage en het rendement.

Een modulerend systeem, waarbij de watertemperatuur wordt verlaagd bij geringe warmtevraag, is optimaal. 4. 5. 2 vloerverWArmingDit is een laagtemperatuur afgiftesysteem en kan zowel als hoofdverwarming worden toegepast in een installatie, als wel als bijverwarming (in combinatie met radiatoren). In beide gevallen is toepassing in een hybridesysteem, hr-combiketel met Ecolution®, uitstekend geschikt. De Ecolution® zal in dergelijke systemen een inke bijdrage kunnen leveren aan het verwarmen van de woning en daarmee aan energiebesparing. INSTALLATEUR.

Ecolution® Combi 50 & Solo Uitgave september 2015De op een temperatuur van 70 - 90 °C functionerende groep convectoren zijn minder geschikt voor gebruik achter de Ecolution®. Het zal technisch geen problemen opleveren en deelname van de Ecolution® is ook wel mogelijk, maar het rendement zal achterblijven bij lagere temperatuur systemen. Ventilator convectoren zijn daarentegen wel goed te gebruiken. Deze convectoren zijn bedoeld om met lage temperaturen hun bijdrage te leveren. 15Alvorens de Ecolution® Combi 50 ventilatiewarmtepomp te gaan plaatsen is het aan te bevelen om u eerst te ver-zekeren van de plaatsingsmogelijkheden. Het toestel dient op een stevige, vlakke wand met een massa van ten minste 200 kg/m2 gemonteerd te worden. Stenen of betonnen buiten- of spouwmuren zijn uitstekend geschikt voor montage toepassing.

Hout, gasbeton, gibowanden en ander soort wanden zijn niet geschikt voor toepassing. Voor deze situaties heeft Inventum B. V. een montageframe in het assortiment (zie ook 4. 2 appendages op pag. 11). 5. 1 montAge vAn de muurbeugelIndien er een andere verankeringssoort wordt toegepast dan Inventum B. V. meelevert, kan een veilige ophanging van de Ecolution® niet gegarandeerd worden. Max. 2,0°Max. 3,5°Max. 3,5°2. MONTEER BEUGEL COMBI / SOLO MET 2 X MOER M41. LET OP VOLDOENDE VLAKHEID VAN DE WAND, NA MONTAGE MAG DE SCHEEFSTAND NIET GROTER ZIJN DAN ONDERSTAANDE WAARDENX4. SLA DE PLUG IN DE WAND EN BOUT DE BOVEN-ZIJDE VAN DE BEUGEL HANDVAST. 3. BEPAAL DE PLAATS, TEKEN BOVENSTE GAT AF OP DE WAND EN BOOR DEZE Ø 12 mm.

5 INSTALLATIECombi 50SoloHet is mogelijk om de Ecolution® te koppelen aan andere duurzame oplossingen, zoals onder andere een zonne- boiler, douche WTW, water/water warmtepompen en stadsverwarmingsunits. Voorafgaand aan dit soort koppe-lingen adviseren wij u echter altijd eerst contact op te nemen met de helpdesk van Inventum B. V. Zij kunnen u een gedegen advies geven ten aanzien van deze combinaties. 4.

Ecolution® Combi 50 & Solo Uitgave september 2015171. PLAATS TOESTEL OP DE BEUGEL 2. LAAT DE PENNEN IN DE BEUGEL VALLEN1. 2.3. KLIK HET TOESTEL IN ZIJN 1e en 2e VERGRENDELING4. VERWIJDER NA HET PLAATSEN DE TRANSPORTBOUT!5.2 ophAngen vAn de ecolution® combi 50Plaats de ventilatiewarmtepomp in de volgende stappen:1) Haak de ventilatiewarmtepomp in de ophangbeugel. Zorg er hierbij voor dat de pennen aan de onderzijde van de ventilatiewarmtepomp overeenkomen met de gaten in de ophangbeugel (stap 1 en 2); 2) Kantel de ventilatiewarmtepomp recht op tot deze, duidelijk hoorbaar, in de 1e vergrendeling valt. De ventilatie- pomp moet over de 1e vergrendeling vallen om voldoende stevigheid te hebben voor de 2e vergrendeling (stap 3);3) Klik de ventilatiewarmtepomp in de 2e vergrendeling. De achterzijde van de ventilatiewarmtepomp moet hierna parallel staan t.o.v.

Uitgave september 2015 Ecolution® Combi 50 & Solo 185.3 ophAngen vAn de ecolution® solo 5.4 AAnsluiten vAn de ecolution® en hr-combiketel5.4.1 luchtzijdig AAnsluitenHet luchtafvoerkanaal vanaf de Ecolution® naar de dakdoorvoer dient star aangesloten te worden met Ø150 mm geïsoleerde buis om aan de geluidsspecificaties te voldoen en om condensvorming te voorkomen.1. OPHANGEN SOLO STAP 1 2. OPHANGEN SOLO STAP 23. PLAATSING HAAK4. NOKKEN ONDERZIJDE TOESTEL CONTROLERENIndien één van beide nokken niet door de beugel steekt, positioneer deze dan met de hand.3a. PLAATSING HAAKINSTALLATEUR

Ecolution® Combi 50 & Solo Uitgave september 2015 195. 4. 2. 2 plAAtsing keerklepNoodzaak en positie van externe keerklep in installatie. Om circulatie van warmte opgewekt in de ventilatiewarmtepomp door het cv-toestel te voorkomen, is het soms noodzakelijk om een keerklep te plaatsen. De noodzaak en positie zijn afhankelijk van het type cv-toestel. Het is belangrijk om te weten of de driewegklep in het cv-toestel in aanvoer of retourleiding gemonteerd is en in welke positie de driewegklep stand-by staat (indien geen warmtevraag - in stand cv of warm water). In het basisschema is een standaardinstallatie te zien. Er zijn 7 situaties mogelijk of er wel of geen keerklep gemonteerd moet worden en waar deze gemonteerd moet worden (zie ook fi guur 8, pag. 19):• situatie 1, toestellen zonder 3-wegklep. • situatie 2, toestellen met 3-wegklep in de retour en klep standby in de stand warmwater.

Bij een hogere installatie weerstand dan deze 25 kPa kan een goede werking niet op voorhand gegarandeerd wor-den, neem hierover contact op met Inventum. 5. 4. 2. 1 cv-zijdige instAllAtie WeerstAnd5. 4. 2.

de meegeleverde  exibele leidingen). Mon-teer aan de ingaande zijde van deze koudwaterleiding, de inlaatcombinatie. Vanuit de warmwater uitzijde van de Ecolution®, monteert u een Ø15 mm leiding naar de koud water in van de hr-combiketel. De warmwateruitgang van de hr-combiketel verbindt u met de leiding die naar de warmtapwaterpunten in de woning gaat.Belangrijke punten bij aansluiten tapwater:• Warmtepomp, inlaatcombinatie, waterleidingen en afvoerleidingen bevinden zich in een vorstvrije ruimte;• Gebruik een inlaatcombinatie met ontlastklep van bij voorkeur 6, maximaal 8 bar;• Gebruik de bijgeleverde steunhulzen bij de cv-aansluitingen (zie fi guur 9);

Ecolution® Combi 50 & Solo Uitgave september 201521• Monteer een reduceerventiel indien de waterleiding- druk hoger is dan de sluitdruk van de ontlastklep;• Het expansiewater uit de ontlastklep en het con- denswater uit de condensafvoerleiding worden via een afvoerleiding onder gelijkmatig afschot naar een rioolleiding afgevoerd;• Monteer een sifon op de afvoerleiding indien deze direct op het riool wordt aangesloten;• Tussen de inlaatcombinatie en boiler mag nooit een afsluiter worden geplaatst. Figuur 9 (alleen Combi 50)Figuur 10 Condensafvoer Sluit de condensleiding van de Ecolution® en de overstort aansluiting van de inlaatcombinatie aan op de condens-afvoer van de hr-combiketel. De uitstroom van de condensafvoer mag nooit hoger liggen dan 60 cm bij de Combi 50 of 10 cm bij de Solo, gerekend vanaf de onderzijde van het toestel. U dient hiervoor minimaal Ø 32 mm PVC te gebruiken. 5.

4. 2. 5 AAnsluiten condensAfvoerFOUT GOEDCombi 50: max. 60 cmSolo: max. 10 cmCombi 50 SoloHet uiteinde van de condensafvoer slang mag niet onder de waterspiegel van de sifon komen. INSTALLATEUR5. 4. 2. 6 AAnsluiten AAnlegsensorDe aanlegthermostaat is nodig indien men in het installa-teursmenu kiest voor CV3 bedrijf; in CV3 bedrijf detecteert de aanlegthermostaat wanneer de cv-ketel in bedrijf komt voor ruimteverwarming. Op deze manier weet de ventila-tiewarmtepomp wanneer er ruimteverwarming gewenst is. PlaatsDe aanlegthermostaat wordt op de cv-aanvoerbuis van de cv-ketel geplaatst, zo dicht mogelijk op de plaats waar de aanvoerbuis uit de cv-ketel komt, overeenkomstig de bijlage 04517 op pagina 46 (zie ook figuur 11). De aanlegthermostaat wordt met een beugel bevestigd op de cv-buis. De verpakking bevat twee beugels, een beugel voor buis Ø 22 en buis Ø 28 mm (zie figuur 12).

Uitgave september 2015 Ecolution® Combi 50 & Solo 225.4.3 elektrisch AAnsluitenFiguur 14 Elektrisch schema INSTALLATEURFiguur 12 Bevestiging aanleg- thermostaat op cv-buis Figuur 13 kroonsteen connector 7 Aansluiten De cv aanlegthermostaat wordt geleverd met een aansluitkabel van 5 meter. Het uiteinde van de kabel wordt op de aansluiting 5 en 6 van de kroonsteen con-nector 7 aangesloten (zie figuur 13). Deze connector 7 bevindt zich aan de achterzijde van de regelunit in de Ecolution®. Aan de onderzijde van het toestel zitten twee vrije kabel doorvoertulen, gebruik één van de twee doorvoertulen om de kabel van de aanlegthermostaat naar binnen te leiden. In bedrijf nemen Na het aansluiten van de aanlegthermostaat moet deze in het installateursmenu onder regel C/1_ geactiveerd worden. Kies 3 voor CV3 bedrijf.

Ecolution® Combi 50 & Solo Uitgave september 2015 236 IN BEDRIJF STELLEN6. 1 instellen bedrijfsmodusAls het snoer beschadigd is moet dit worden vervangen door de fabrikant, zijn dealer of vergelijkbare gekwalifi ceerde personen. Dit dient een origineel, of door Inventum B. V. goedgekeurd, snoer te zijn. Voordat u de stekker in de wandcontactdoos steekt, dient u het volledige installatie stappenplan te hebben doorlopen en dient het toestel gesloten te zijn (zie hoofdstuk 5). Bij het in bedrijf stellen dient men onderstaande volgorde te hanteren:1. Luchtdebiet inregelen;2. Vullen en ontluchten;3. Klok instellen;4. CV-1, CV-3 of CV-4 regeling;5. Overige gebruiker specifi eke parameters. Na het doorlopen van genoemde stappen kunt u de Ecolution® in bedrijfstellen (zie paragraaf 6. 3). 6. 2. 1 luchtdebiet inregelenDe ventilatiewarmtepomp heeft 3 in bedrijfname standen.

Standaard wordt de ventilatiewarmtepomp geleverd op ventilatiebedrijf (stand 2). • 0 = warmtepompbedrijf, na inbedrijfname en inregelen is dit de normale bedrijfsmodus, de volledige functio- naliteit van de ventilatiewarmtepomp wordt benut. • 1 = ontluchtingsbedrijf, in deze modus wordt het cv-circuit en de warmtewisselaar in het vat ontlucht. Deze cyclus duurt ongeveer 2 minuten. Indien gewenst kan deze cyclus herhaald worden. • 2 = ventilatiebedrijf, na het plaatsen van de ventilatiewarmtepomp, zonder dat de ventilatiewarmtepomp door de fabrikant in bedrijf is gesteld, kan er altijd geventileerd worden. Het zelf wijzigen van de instellingen kan leiden tot incorrect functioneren van het toestel. Bij twijfel neem contact op met de Helpdesk van Inventum B. V. Controleer of de bedrijfsmodus op 2, ventilatiebedrijf, staat. In hoofdstuk 7, paragraaf 7. 4. 2.

1, treft u hiervoor de benodigde instructies op het bedieningspaneel aan. Indien er een andere melding op het display staat raadpleegt u het volgende hoofdstuk ‘bedrijfssituaties’ en ‘storingen’ (paragraaf 7. 6 en 7.

7) of neem contact op met de helpdesk van Inventum B. V. 6. 2 inbedrijfstelling protocolEr zijn twee verschillende luchtdebieten die ingeregeld dienen te worden. De eerste is het luchtdebiet van de woning. Deze dient in nieuwbouwwoningen aan de Bouwbesluit-eis te voldoen. Controleer of in hoogstand het minimale debiet afgezogen wordt in de woning. Voor bestaande woningen adviseert Inventum B. V. om in de keuken/woonkamer minimaal 150 m³/h af te zuigen en voor de badkamer 50m³/h en het toilet 25m³/h, afgeregeld in stand 3. Het tweede debiet dat ingesteld dient te worden is het debiet over de warmtepomp. Om het luchtdebiet van de warmtepomp in te stellen wordt verwezen naar hoofdstuk 7, paragraaf 7. 4. 2. 1. Nadat u het luchtdebiet voor de warmtepomp hebt ingeregeld kunt u van stand 2, ventilatiebedrijf, naar stand 1, ontluchtingsbedrijf, gaan. Zie hiervoor paragraaf 6. 1.

Echter u kiest nu voor stand 1 in plaats van stand 2. • Lees voor het vullen en ontluchten tevens de instructies van het aangesloten cv-toestel. • Maak het cv-toestel spanningsloos. INSTALLATEUR6. 2. 2 vullen en ontluchtenFiguur 13 kroonsteen connector 7.

Uitgave september 2015 Ecolution® Combi 50 & Solo 24Stap 1 Open een warmwaterkraan;Stap 2 Open de stopkraan van de inlaatcombinatie;Stap 3 Open de hoofdkraan van de waterleiding; Stap 4 Laat de boiler goed doorstromen;Stap 5 Contoleer de installatie op lekkage;Stap 6 Sluit de warmwaterkraan. Stap 1 Open alle radiatorkranen;Stap 2 Steek de netstekker van de ventilatie warmtepomp in een contactdoos;Stap 3 Vul de cv-installatie tot de voorgeschreven druk (2 à 3 bar);Stap 4 Sluit de vulkranen;Stap 5 Ontlucht de radiatoren;Stap 6 Vul de cv-installatie bij tot de voorgeschreven druk. Vullen van de boiler (alleen Combi 50)Vullen en bijvullen cv-installatie• Spoel de installatie grondig voorafgaand aan het vullen;• Gebruik uitsluitend onbehandeld leidingwater;• Het is niet toegestaan waterbehandeling toe te passen zoals o. a.

PH verhogende/verlagende middelen (chemi- sche toevoegmiddelen en/of inhibitoren), antivries en waterontharding;• De gemeten PH waarde van het cv-water dient tussen de 7,5 en de 8,0 te liggen. Is dit niet het geval, neem dan contact op met uw leverancier. Toevoer tapwatervoorziening (alleen Combi 50)Tijdens het vullen heeft de automatische ontluchter van de ventilatiewarmtepomp het toestel cv-zijdig van lucht ontdaan. Controleer voor ingebruikname alle verbindingen op lekkage. Bij de eerste keer warm water opwarmen is het mogelijk dat er in de boilerspiraal nog een luchtkolom aanwezig is. Ontlucht de ventilatiewarmtepomp door de ontluchtcyclus in te schakelen (zie 6. 1, Instellen bedrijfsmodus). Tijdens de ontluchtingscyclus zal de pomp samen met de driewegklep, de luchtkolom uit de warmtewisselaar pompen. Tij-dens deze cyclus zal ONTL knipperen op het display.

Wanneer de tekst op het display niet meer knippert, is de cyclus volbracht. Tijdens de cyclus wordt de driewegklep enkele malen geschakeld, gevolgd door een ruisend geluid bij de pomp. Dit is lucht die uit de warmtewisselaar komt en door de pomp stroomt.

Is na deze ontluchtingscyclus geen ruisend geluid bij de pomp waarneembaar dan is de ontluchtingscyclus correct verlopen. Mocht dit niet het geval zijn herhaal de ontluchtingscyclus. 6. 2. 3 ontluchten boilercircuit (Alleen combi 50)Gebruik uitsluitend onbehandeld leidingwater.  6. 2. 4 klok instellenOm de klok correct in te stellen verwijzen wij u naar hoofdstuk 7. 3, gebruikersmenu. Er zijn drie mogelijkheden om de cv-warmtevraag aan te sturen:• CV1 Binnenluchtbedrijf, standaardinstelling;• CV3 Aanlegthermostaat;• CV4 24 V aan-uit kamerthermostaat, bedient zowel het cv-toestel als de ventilatiewarmtepomp. 6. 2. 5 regeling (cv1, cv3, cv4) instellenINSTALLATEURCV1 - BinnenluchtbedrijfVoor deelname in het verwarmingsproces maakt de Ecolution® gebruik van de temperatuurmeting van de aange-zogen ventilatielucht.

De standaard fabrieksafstelling is 21 °C, dit betekent dat zolang de aangezogen lucht uit de woning onder de 21 °C ligt de Ecolution® deelneemt in het verwarmingsproces. Regeltechnisch werkt hij dan onaf-hankelijk van de cv-ketel. Een eventuele andere referentiewaarde dan de 21 °C is instelbaar via het gebruikers- en installateursmenu van de regelunit. Een andere waarde zou bijvoorbeeld beter kunnen passen bij woningtype of gebruik. Door op deze wijze de deelname van de Ecolution® in het verwarmingsproces te regelen, is het mogelijk tijdens het stookseizoen vele uren van de dag (en nacht) duurzame warmte te benutten voor het op temperatuur houden van de woning (instelling minimaal 1 à 2 °C hoger dan de gemeten waarde).

Ecolution® Combi 50 & Solo Uitgave september 201525CV3 - AanlegthermostaatIn CV3 bedrijf detecteert de aanlegthermostaat wanneer de cv-ketel in bedrijf komt voor ruimteverwarming. Op deze manier weet de ventilatiewarmtepomp wanneer er ruimteverwarming gewenst is.CV4 - KamerthermostaatHier wordt warmtevraag verkregen d.m.v. een 24 V aan/uit kamer-(klok) thermostaat die de cv en de Ecolution® toe-stellen aanstuurt. Bij het ontstaan van warmtevraag zal eerst de Ecolution® warmte gaan produceren. Door instellen van een uitsteltijd (10 tot 90 min.) komt de hr-ketel na het verstrijken van deze wachttijd in bedrijf. Gezamenlijk wordt de gevraagde warmte geleverd door de hr-ketel en de Ecolution®.

Bij het bereiken van de gevraagde warmte wordt de hr-ketel als eerste uitgezet en gaat de Ecolution® via de ingestelde nadraaitijd (1 tot 10 uren) door met z’n bijdrage.Om de regeling (CV1, CV3 of CV4) correct in te stellen verwijzen wij u naar hoofdstuk 7.3, gebruikersmenu, tabel 6.Het is mogelijk om gebruiker specifieke parameters in te voeren. Hiervoor verwijzen wij u naar hoofdstuk 7.3, extra instellingen gebruikers menu, tabel 7.6.2.6 overige gebruiker specifieke pArAmetersWanneer u volledig voorgaande paragraaf doorlopen hebt kunt u de warmtepomp in bedrijf nemen door stand 0, warmtepompbedrijf, te selecteren.Zie hiervoor paragraaf 6.1. Echter u kiest nu voor stand 0 in plaats van stand 2.6.3 WArmtepomp bedrijfINSTALLATEUR

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Inventum Ecolution Solo stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden