Imperial GSVI 8265 BS Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Imperial GSVI 8265 BS (80 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 93 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Imperial GSVI 8265 BS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Imperial |
| Categorie: | Vaatwasser |
| Model: | GSVI 8265 BS |
Handleiding Imperial GSVI 8265 BS – volledige tekst
Inhoudsopgave Algemeen. 4 Het apparaat in één oogopslag. 4 Bedieningsveld. 5 Kort overzicht van de symbolen. 5 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6 Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 10 Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal. 10 Het afdanken van het apparaat. 10 Economisch afwassen. 10 Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt. 11 Wat u voor het eerste gebruik nodig heeft:. 11 Het openen van de deur. 12 Het sluiten van de deur. 12 Waterontharder. 13 Het controleren en wijzigen van de instelling van de waterontharder. 13 Het programmeren van de hardheid van uw leidingwater. 13 Het instellen van de waterhardheidsschakelaar. 18 Het doseren van regenereerzout. 19Controlelampje voor zout ( k). 20 Naspoelmiddel. 21 Het doseren van naspoelmiddel. 21Controlelampje voor naspoelmiddel ( H). 22 Het instellen van de hoeveelheid te doseren naspoelmiddel.
23 Het inruimen van serviesgoed en bestek. 24 Waar u bij het inruimen van serviesgoed en bestek op moet letten. 24 Voorbeelden van het inruimen. 25 Bovenrek. 25 Kopjesrek. 26 Steun (afhankelijk van het model). 26 Het verstellen van het bovenrek. 27 Onderrek. 28 Bestek. 29 Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat. 32Inhoudsopgave2.
Bediening. 33 Reinigingsmiddelen. 33 Het doseren van reinigingsmiddel. 34 Het kiezen van een programma. 36 Het inschakelen van de afwasautomaat. 37 Het starten van een programma. 37 Einde van het programma. 37 Het uitschakelen van de afwasautomaat. 37 Wisseling van programma. 38 Het onderbreken van het programma. 38 Extra functies. 39Top Solo ( 2). 39Voorkeuze ( d). 40 Zonder drogen. 42 Zoemer aan het einde van het programma. 44 Het uitruimen van de afwasautomaat. 46 Reiniging en onderhoud. 47 Het reinigen van de zeven in de spoelruimte. 47 Het reinigen van de sproeiarmen. 49 Het reinigen van de spoelruimte. 50 Het reinigen van de deurdichting en de deur. 50 Het reinigen van het bedieningsveld. 50 Het reinigen van het front van de afwasautomaat. 50 Nuttige tips. 51 Het verhelpen van storingen. 58 Het reinigen van het zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingenDeze afwasautomaat voldoet aande voorgeschreven veiligheidsbepa-lingen. Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat in gebruik neemt. Datis veiliger voor uzelf en u voorkomtdaarmee schade aan uw apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzingzorgvuldig. Efficiënt gebruikDeze afwasautomaat is uitsluitendbestemd voor huishoudelijk ge-bruik. Gebruik deze afwasautomaat uit-sluitend voor het afwassen vanhuishoudservies. Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door gebruik voor andere doel-einden dan hier aangegeven of dooreen foutieve bediening.
Bij de leveringEen afwasautomaat die bescha-digd is kan uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer verpakking en af-wasautomaat daarom direct op trans-portschade. Neem uw afwasautomaatin geen geval in gebruik als deze be-schadigd is. Zorg ervoor dat de verpakking kanworden hergebruikt. Bij plaatsing en installatieNeem bij plaatsing en aansluitingvan de afwasautomaat de montage-instructies in acht. Voor de stabiliteit van de afwasau-tomaat is het noodzakelijk dat on-der of in te bouwen afwasautomaten uit-sluitend worden geplaatst onder eendoorlopend werkblad dat is vastge-schroefd aan de kasten die ernaaststaan. De afwasautomaat mag niet ondereen kookplaat worden geïnstal-leerd. Een kookplaat straalt voor eendeel hoge temperaturen af waardoorde afwasautomaat beschadigd zoukunnen raken. Wanneer de afwasautomaat wordtgeïnstalleerd mag deze niet op hetelektriciteitsnet zijn aangesloten.
De elektrische veiligheid van dezeafwasautomaat is alleen dan ge-waarborgd als hij wordt aangeslotenop een aardingssysteem dat volgensde geldende veiligheidsvoorschriften isgeïnstalleerd. Aan deze fundamentele veiligheids-voorwaarde moet zijn voldaan. Laat dehuisinstallatie bij twijfel door een vak-man/vakvrouw controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die isontstaan door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv. een elektri-sche schok). Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6.
Een afwasautomaat die bescha-digd is kan uw veiligheid in gevaarbrengen. Stel het apparaat meteen bui-ten werking als het beschadigd is enneem contact op met uw leverancier ofmet de Technische Dienst van imperial. De kunststof behuizing van de Wa-terproofventielen bevat een elek-trisch onderdeel. Dompel de behuizingniet in vloeistof. In de watertoevoerslang bevindenzich spanningsvoerende delen. Knip de slang daarom niet door, ook alis hij te lang. Gebruik geen verlengsnoer. Dit inverband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. In het dagelijks gebruikGebruik geen oplosmiddelen in despoelruimte. Dit in verband met explosiegevaar. Drink geen water uit de spoelruim-te, want dit water is geen drinkwa-ter. Adem geen poedervormige reini-gingsmiddelen in. Slik geen reini-gingsmiddelen in. Reinigingsmiddelenkunnen brandwonden in neus, monden keel veroorzaken.
Ga direct naar dedokter wanneer u reinigingsmiddelenhebt ingeademd of ingeslikt. Ga niet op de geopende deur vande afwasautomaat zitten of staan,want als u dat doet kan het apparaatkantelen. Daarbij kunt u letsel oplopenof kan het apparaat beschadigd raken. Heeft u een afwasautomaat meteen bestekkorf, kunt u het bestekhet beste in de bestekkorf plaatsen metde grepen beneden en met de scherpekant boven. Dan wordt het bestek mak-kelijker schoon en droog. Wanneer u daardoor echter kans looptom zich aan de scherpe kant van demessen en de punten van de vorken teverwonden, dan kunt u het bestek hetbeste met de grepen boven en met descherpe kant beneden plaatsen. Gebruik uitsluitend reinigingsmid-delen voor huishoudafwasautoma-ten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voorde handafwas. Gebruik uitsluitend naspoelmidde-len voor huishoudafwasautomaten.
Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout. Gebruik in geen geval andere soortenzout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout bevatten soms nietin water op te lossen deeltjes die eennadelig effect kunnen hebben op dewerking van de ontharder.
Wees extra voorzichtig met appara-ten met vrijliggend verwarmingsele-mentZorg ervoor dat u een vrijliggend ver-warmingselement tijdens een pro-gramma-onderbreking of direct na afloopvan een afwasprogramma niet aanraakt. U kunt zich daaraan verbranden. Kunststof servies kan smelten ofvlam vatten wanneer het met hetverwarmingselement in aanraking komt. Plaats kunststof servies daarom altijd inhet bovenrek wanneer u niet zekerweet of het hittebestendig is. Zorg ervoor dat kleine stukken servies-goed niet op het het verwarmingsele-ment kunnen vallen door ze zwaarderte maken of vast te zetten. Als er kinderen in huis zijnZorg ervoor dat kleine kinderenniet met de afwasautomaat spelenof de automaat bedienen. Wanneer zijdit doen bestaat het gevaar dat ze zichin het apparaat opsluiten. Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen.
Reinigingsmiddelenkunnen brandwonden in mond en keelveroorzaken of tot verstikking leiden. Ga direct naar de dokter, als uw kindreinigingsmiddel binnengekregen heeft. Om te voorkomen dat kinderenmet het reinigingsmiddel in aanra-king kunnen komen, kunt u het middelbeter pas dán toevoegen vlak voordatu het programma start. Sluit de deur bovendien met de ver-grendeling (afhankelijk van het model). Laat kinderen niet bij de afwasauto-maat komen als deze geopend is. Er kunnen nog resten reinigingsmidde-len in de afwasautomaat aanwezig zijn. Om te voorkomen dat kinderenmet het reinigingsmiddel in aanra-king kunnen komen, moet u het volgen-de in de gaten houden. Wanneer u de extra functie "Voorkeuze"gebruikt (afhankelijk van het model),moet u ervoor zorgen dat het doseer-bakje voor het reinigingsmiddel droogis.
Reinigingsmiddel gaat in een voch-tig doseerbakje klonteren en wordt mis-schien niet volledig weggespoeld. Na afloop van het afwasprogrammazouden kinderen met deze resten reini-gingsmiddel in aanraking kunnen ko-men wanneer de deur van de afwasau-tomaat geopend is.
Ter voorkoming van materiëleschadeDoseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in hetreservoir voor naspoelmiddel, want dangaat het reservoir kapot. Doseer geen poedervormig ofvloeibaar reinigingsmiddel in hetreservoir voor het regenereerzout, wantdan gaat de ontharder kapot. Gebruik geen reinigingsmiddelendie voor bedrijfsafwasautomaten ofindustriereinigers bestemd zijn. Doet u dat wel kan er materiële schadeontstaan en kunnen er hevige chemi-sche reacties optreden (bijv. een knal-gasreactie). Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.
Het imperial-Waterproofsysteembiedt een betrouwbare bescher-ming tegen waterschade, maar wel opde volgende voorwaarden: – Het apparaat moet volgens de voor-schriften geïnstalleerd zijn. – Als er duidelijk sprake is van schademoet het apparaat worden gerepa-reerd, resp. moeten onderdelen wor-den vervangen. – De kraan moet bij langere afwezig-heid (bijv. vakantie) worden dichtge-draaid.Bij reparaties en onderhoudReparaties mogen uitsluitend doorvakmensen worden uitgevoerd.Door ondeskundige reparaties kan degebruiker grote risico’s lopen.Bij onderhoudswerkzaamhedendient u altijd de spanning van hetapparaat te halen.Schakel daartoe de automaat uit entrek daarna de stekker uit het stopcon-tact of schakel de hoofdschakelaar vande elektrische huisinstallatie uit.Bij het afdanken van de afwas-automaatMaak afgedankte apparaten on-bruikbaar.
Trek de stekker uit hetstopcontact en knip de aansluitkabeldoor.Om te voorkomen dat kinderen zich inhet apparaat opsluiten moet u de sluit-haak van het deurslot verwijderen doorde 2 kruiskopschroeven los te draaien.Zorg ervoor dat de afwasautomaat opmilieuvriendelijke wijze kan worden af-gedankt.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet wegdoen van het verpak-kingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Gekozen is voor verpakkingsmateriaaldat niet schadelijk is voor het milieu, opverantwoorde wijze kan worden afge-dankt en dus voor hergebruik geschiktis. Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal vermindert de afvalproductie en hetgebruik van grondstoffen. De vakhandelaar neemt de verpakkingterug. Het afdanken van het apparaatApparaten die u afdankt, bevatten nogwaardevolle stoffen/materialen. Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grofvuil, maar informeer ook hier-voor bij de gemeente naar mogelijkhe-den voor hergebruik van het materiaal(bijv. schrootverwerking). Zorg ervoor dat kinderen niet bij het af-gedankte apparaat kunnen komen.
Ziehiervoor hoofdstuk: "Veiligheidsinstruc-ties en waarschuwingen", paragraaf:"Bij het afdanken van de afwasauto-maat". Economisch afwassenDeze afwasautomaat werkt uiterst wa-ter- en energiebesparend. U kunt nog spaarzamer te werk gaan,indien u de volgende adviezen opvolgt:Sluit de afwasautomaat aan op warmwater, als u een moderne warmwa-terinstallatie heeft. Hoewel er bij alle spoelgangen warmwater wordt gebruikt, - wordt er minder primaire energieverbruikt,- is de CO2-uitstoot bij de stroom-opwekking minder, - bespaart u nog meer kosten - en duurt het spoelen minder lang. Bij elektrisch verwarmde installatiesis het echter aan te bevelen om deafwasautomaat op koud water aante sluiten. Benut de volledige beladingscapaci-teit van de rekken zonder de afwas-automaat te overladen. Kies een afwasprogramma dat pastbij het soort vaatwerk en de mate vanvervuiling.
Als er maar weinig vuil vaatwerk is,kies dan de extra functie "Top Solo"(2). Zie paragraaf: "Extra functies". Gebruik voor energiezuinig afwas-sen het u- programma. Houdt u aan de doseeradviezen opde verpakking van het afwasmiddel. Gebruik 2/3 van de aangegeven hoe-veelheid reinigingsmiddel, wanneerde rekken maar half beladen zijn.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemtWat u voor het eerste gebruiknodig heeft: – ca. 2 l water; – ca. 2 kg regenereerzout; – reinigingsmiddel voor huishoud-afwasautomaten; – naspoelmiddel voor huishoudafwas-automaten.Iedere afwasautomaat wordt in defabriek op zijn werking getest.Als gevolg van deze tests blijft erwater in het apparaat achter. Dit wa-ter betekent niet dat het apparaateerder door een andere consumentis gebruikt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt11
Deur openen en sluitenHet openen van de deurTrek aan de deurgreep.Wanneer de deur wordt geopend ter-wijl de automaat in gebruik is, wordenalle functies automatisch onderbroken.Tip:Hoe u de deur van de afwasautomaatzonder frontpaneel kunt openen, kunt ulezen in de plaatsings- en installatie-in-structies en wel in paragraaf 3: "Hetmonteren van het frontpaneel". Het sluiten van de deurSchuif de rekken naar binnen.Klap de deur omhoog en druk hemdicht totdat hij vastklikt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt12
Waterontharder Om goede reinigingsresultaten te berei-ken heeft de afwasautomaat zacht(kalkarm) water nodig. Bij hard water ontstaat er witte kalkaan-slag op het vaatwerk en op de wandenvan de spoelruimte. Leidingwater met een waterhardheidvan 4° dH (0,7 mmol/l) en hoger moetdaarom worden onthard. Daar wordt inde ingebouwde waterontharder auto-matisch voor gezorgd. Bedenk dat – de waterontharder regenereerzoutnodig heeft – en dat de afwasautomaat preciesmoet worden geprogrammeerd naarde hardheid van uw leidingwater. Informeer bij het plaatselijke water-leidingbedrijf wat voor hardheids-graad uw leidingwater precies heeft. Wanneer de hardheid van uw leiding-water steeds onder de 4 °dH (= 0,7mmol/l) ligt, hoeft u geen zout te dose-ren. U moet dan echter wel de afwasau-tomaat programmeren naar de hard-heid van uw leidingwater. Programmeer bij een variërende lei-dingwaterhardheid (bijv.
8 - 17 °dH) al-tijd de hoogste waarde (in dit voor-beeld 17°dH). Bij een eventuele reparatie is het voorde monteur makkelijk om de hardheidvan uw leidingwater te weten. Noteer daarom de hardheid van uwleidingwater:Leidingwaterhardheid: °dHHet controleren en wijzigenvan de instelling van de water-ontharderU moet met het bedieningsveld dehardheid van uw leidingwater program-meren. De waterhardheidsschakelaar in despoelruimte moet u daarna ook nogeens instellen conform de hardheid vanuw leidingwater. Het programmeren van de hardheidvan uw leidingwaterU kunt de geprogrammeerde hardheidvan uw leidingwater via de toetsen vanhet bedieningsveld tegelijk controlerenen wijzigen. Daarbij knipperen en branden iederekeer nadat u op een toets hebt gedruktandere controlelampjes (n) op het be-dieningsveld.
U kunt het programmeren te allen tijdezonder problemen afbreken en van vo-ren af aan beginnen, wanneer u de af-wasautomaat met de Uit - toets uitscha-kelt. Vanuit de fabriek is een leidingwater-hardheid van 22 - 35 °dH (4,0 - 6,3mmol/l) geprogrammeerd.
Wat u moet doen ... n brandt n knippertOpen de deur.Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (o) uit.Druk op de toetsen G 55 en °G 65°, blijf erop druk-ken en schakel tegelijk de afwasautomaat met be-hulp van de Aan - toets (g) in. Aan kLaat de toetsen G 55 en °G 65 weer los.° Aan k + n Attentie: Wanneer er een ander controlelampje begintte knipperen, begin dan nog eens van voren af aan.Tegelijk met "Aan" kunnen de volgende controlelampjesgaan branden en wel in de volgende gevallen: – Er is nog geen naspoelmiddel gedoseerd of er moetnaspoelmiddel worden bijgevuld.H – De functie "Zonder drogen" is ingeschakeld.Zie paragraaf: "Extra functies".G 55° – De waterstand is verhoogd.Zie paragraaf: "Het verhogen van de waterstand".G 65° – De functie "Zonder zoemer" is ingeschakeld.Zie paragraaf: "Extra functies".uWanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt14
Aan kWanneer er een waterhardheid tussen de 1°dH en de 12 °dH is geprogrammeerd, brandt er nog een controle-lampje: 1 - 4 °dH (0,2 - 0,7 mmol/l): 5 - 6 °dH (0,9 - 1,1 mmol/l): 7 °dH ( 1,3 mmol/l): 8 - 10 °dH (1,4 - 1,8 mmol/l):11 - 12 °dH (2,0 - 2,2 mmol/l):Brandt er verder geen controlelampje, dan is er een lei-dingwaterhardheid geprogrammeerd tussen de 13 °dHen de 70 °dH (2,3 -12,6 mmol/l).In dit gevalG 55°nG 65°uoDruk op toets l.Aan+l kWanneer er een leidingwaterhardheid tussen de 13° °dH en de 70 dH is geprogrammeerd, brandt er nogeen controlelampje.13 - 14 °dH (2,3 - 2,5 mmol/l):15 - 17 °dH (2,7 - 3,1 mmol/l):18 - 21 °dH (3,2 - 3,8 mmol/l):22 - 35 °dH (4,0 - 6,3 mmol/l):36 - 70 °dH (6,5 -12,6 mmol/l):G 55°nG 65°uoWanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt15
Bij een waterhardheid van 1 - 12 °dHWat u moet doen ... n n brandt knippert... wanneer de juiste leidingwaterhardheid al is gepro-grammeerd.Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (o) uit.... wanneer u een andere leidingwaterhardheid moetprogrammeren:Zoek dan in de tabel de toets waar u voor deze lei-dingwaterhardheid op moet drukken.Zolang u op deze toets blijft drukken, brandt het con-trolelampje van de gekozen toets. 1 - 4 °dH (0,2 - 0,7 mmol/l): toets G 55° 5 - 6 °dH (0,9 - 1,1 mmol/l): toets n 7 ° °dH ( 1,3 mmol/l): toets G 65 8 - 10 °dH (1,4 - 1,8 mmol/l): toets u11 - 12 °dH (2,0 - 2,2 mmol/l): toets oAan+ G 55°Aan + nAan+ G 65°Aan + uAan + okkkkk13 - 70 °dH (2,3 -12,6 mmol/l): Druk op toets l en ga door op de volgende bladzijde.Laat de toets weer los.
Aan k + nAfhankelijk van de programmering branden daarbijweer de volgende controlelampjes:G 55°, G 65°, uDruk op toets l.Aan + l kDruk nog een keer op toets l. Aan k + lSchakel de afwasautomaat met de Uit - toets (o) uit.De geprogrammeerde waterhardheid van uw leidingwa-ter is nu opgeslagen.Controleer de stand van de waterhardheidsschake-laar in de spoelruimte en verander de instelling in-dien nodig. Zie paragraaf: "Het instellen van de wa-terhardheidsschakelaar".Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt16
Bij een waterhardheid van 13 - 70 °dHWat moet u doen ... n brandt n knippert... als de juiste waterhardheid al is geprogrammeerd.Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (o) uit.... als u een andere waterhardheid moet programme-ren:Zoek dan in de tabel de toets waar u voor deze lei-dingswaterhardheid op moet drukken. Zolang u opdeze toets blijft drukken, brandt het controlelampjevan de gekozen toets.13 - 14 °dH (2,3 - 2,5 mmol/l): toets 55G°15 - 17 °dH (2,7 - 3,1 mmol/l): toets n18 - 21 °dH (3,2 - 3,8 mmol/l): toets 65G°22 - 35 °dH (4,0 - 6,3 mmol/l): toets u36 - 70 °dH (6,5 -12,6 mmol/l): toets oAan+l +G 55°Aan+l n+Aan+l + G 65°Aan+l + uAan+l + okkkkkLaat de toets weer los. Aan k + nAfhankelijk van de programmering branden daarbij devolgende controlelampjes:G 55°,G 65°, uDruk op toets l.Aan + l kDruk nog een keer op toets l.
Aan k + lSchakel de afwasautomaat met de Uit - toets (o) uit.De geprogrammeerde waterhardheid van uw leiding-water is nu opgeslagen.Controleer de stand van de waterhardheidsschakelaar in de spoelruimte en ver-ander de instelling indien nodig. Zie paragraaf: "Het instellen van de waterhard-heidsschakelaar".Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt17
Het instellen van de waterhardheids-schakelaarStel de waterhardheidsschakelaar inde spoelruimte precies volgens de vol-gende tabel in.U minimaliseert de negatieve uitwer-king die een afwasautomaat bij het rei-nigen op glazen oppervlakten heeftdoor de hardheid van het afwaswaterprecies af te stemmen op de hardheidvan het leidingwater.Vooral wanneer de waterhardheids-schakelaar op een te hoge stand is ge-zet kan de reinigingswerking enigszinsafnemen en kunnen er vlekken op ser-viesgoed en bestek ontstaan.Haal de dop van de waterhardheids-schakelaar er met een schroeven-draaier af.Zet de waterhardheidsschakelaar inde spoelruimte met een schroeven-draaier of met een munt op de standdie hoort bij de hardheid van uw lei-dingwater. U moet daarbij duidelijkeen klik horen.
° °dH mmol/l f Stand regenereer-schakelaar 1- 7 0,2- 1,3 2- 13 3 8-10 1,4- 1,8 14- 18 2 11-14 2,0- 2,5 20- 25 1 15-70 2,7-12,6 27-126 0Vanuit de fabriek staat de waterhard-heidsschakelaar op stand 1.Voorbeeld:De hardheid van uw leidingwater be-draagt 6 °dH.De waterhardheidsschakelaar moetdan op stand 3 staan (1 - 7 °dH).Zet de dop van de waterhardheids-schakelaar er weer op.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt18
Het doseren van regenereer-zoutAls u het zoutreservoir voor de eer-ste keer met regenereerzout wilt vul-len, vul het dan eerst met ca. 2 l wa-ter. Zo kan het zout oplossen.Nadat u de afwasautomaat in ge-bruik hebt genomen zit er altijd ge-noeg water in het reservoir.Doseer geen poedervormig of vloei-baar reinigingsmiddel in het reser-voir voor het regenereerzout, wantdan gaat de ontharder kapot.Gebruik uitsluitend het specialegrofkorrelige regenereerzout.Gebruik in geen geval andere soor-ten zout, bijv. keukenzout of strooi-zout. Deze soorten zout bevattensoms niet in water op te lossen deel-tjes die een nadelig effect kunnenhebben op de werking van de ont-harder.Haal het onderrek uit de spoelruimteen draai de dop van het zoutreser-voir open.Vul het zoutreservoir voordat u hetapparaat voor de eerste keer ge-bruikt met ca.
2 l water.Plaats een trechter in de openingvan het zoutreservoir en doseer danzoveel zout in het zoutreservoir tot-dat het vol is.In het zoutreservoir kan afhankelijkvan het soort zout max. 2 kg.Terwijl u zout in het reservoir doseertloopt er water over de rand van het re-servoir. Verwijder de zoutresten die zichrond het zoutreservoir bevinden enschroef de dop weer op het zoutre-servoir.Start direct daarna het programmaI zodat eventueel gemorste zou-tresten kunnen worden verdund endaarna weggepompt.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt19
Controlelampje voor zout (k)Zolang het controlelampje kop hetbedieningsveld niet brandt, zit er noggenoeg zout in het reservoir.Vul zout bij zodra het controlelampjek gaat branden.Zie hoofdstuk: "Het doseren van re-genereerzout".Het is mogelijk dat het controlelampjenog korte tijd blijft branden, nadat uzout hebt bijgevuld.Het lampje gaat uit, zodra zich eenzoutconcentratie heeft gevormd diehoog genoeg is.AttentieHet controlelampje kgaat ook bran-den wanneer er geen regenereerzoutin het reservoir zit daar de hardheidvan uw leidingwater onder de 4 °dH ligt.Dat het lampje brandt heeft in dit gevalniets te betekenen!Het controlelampje kzal in de toe-komst door de Technische Dienst wor-den gebruikt om de afwasprogramma’ste updaten en in het geheugen van uwafwasautomaat op te slaan.Vandaar dat achter dit controlelampje"PC" staat ("Programm Correction").
NaspoelmiddelNaspoelmiddel is nodig om ervoor tezorgen dat het water tijdens het drogenals een film van het vaatwerk afloopt enhet vaatwerk na het spoelen droogtzonder dat het vlekken gaat vertonen.Het naspoelmiddel wordt in het reser-voir voor naspoelmiddel gedoseerd enbij het naspoelen in de ingestelde hoe-veelheid automatisch toegevoegd.Doseer alleen naspoelmiddel voorhuishoudafwasautomaten in het na-spoelmiddelreservoir.Doseer in geen geval reinigingsmid-delen voor afwasautomaten ofreinigingsmiddelen voor de handaf-was in het naspoelmiddelreservoir,want dan gaat het reservoir kapot.Het doseren van naspoelmiddelOpen het klepje van het naspoelmid-delreservoir door het gele palletje inde richting van de pijl te drukken.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt21
Doseer zoveel naspoelmiddel totdathet in het zeefje in de vulopeningzichtbaar is.In het naspoelmiddelreservoir kanca. 130 ml.Sluit het klepje en wel zo dat het dui-delijk vastklikt.Is het klepje niet goed gesloten dankan er tijdens het spoelen water in hetnaspoelmiddelreservoir lopen.Veeg eventueel gemorst naspoelmid-del goed weg om bij de volgende af-wasbeurt sterke schuimvorming tevoorkomen.Controlelampje voor naspoel-middel (H)Zolang het controlelampje Hop hetbedieningsveld niet brandt, zit er noggenoeg naspoelmiddel in het reservoir.Wanneer het controlelampje Hop hetbedieningsveld gaat branden zit er nogeen reserve in voor 2 - 3 afwasbeurten.Vul op tijd naspoelmiddel bij.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt22
Het instellen van de hoeveel-heid te doseren naspoelmiddelDe te doseren hoeveelheid naspoelmid-del is met behulp van de keuzeknop in-stelbaar. Men kan kiezen tussen 6 stan-den.Vanuit de fabriek is de keuzeknop (ziepijl) op stand 3 ingesteld. Er wordt danper programma ca. 3 ml naspoelmiddelverbruikt. Deze stand wordt geadvi-seerd.Vertoont het vaatwerk vlekken:zet de keuzeknop dan op een hoge-re stand.Vertoont het vaatwerk strepen of sluiers:zet de keuzeknop dan op een lagerestand.Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt23
Het inruimen van serviesgoed en bestekWaar u bij het inruimen vanserviesgoed en bestek opmoet lettenVerwijder de ergste etensresten vanhet vaatwerk. Het is niet nodig om het vaatwerk vante voren onder stromend water af tespoelen. Was vaatwerk met as, zand, was,smeervet of verf niet in de afwasau-tomaat. As wordt niet opgelost,maar in de spoelruimte verdeeld. Door was, smeervet en verf raaktde afwasautomaat beschadigd. U kunt ieder stuk servies in principeoveral in de rekken inruimen. Neem daar echter de volgende tips bijin acht. Plaats serviesgoed en bestek zo dathet niet tegen of op elkaar ligt. Plaats het serviesgoed om het goedschoon te krijgen zo in de rekken,dat het water er aan alle kanten bijkan. Plaats al het serviesgoed zo, dat hetstevig staat. Plaats hol serviesgoed zoals kopjes,glazen en kommen met de openin-gen naar beneden in de rekken.
Plaats hoog, smal, hol serviesgoedniet in de hoeken van de rekken,maar zoveel mogelijk in het middenervan. Het water kan er dan beter bij. Plaats servies met een diepe bodemzoveel mogelijk schuin in het rek, zo-dat het water eraf kan lopen. Let erop dat de sproeiarmen nietdoor te hoog of door de rekken heen-stekend vaatwerk worden geblok-keerd. U kunt dit controleren door desproeiarmen een keer met de handrond te draaien. Let erop dat kleine stukken servies-goed niet door de spijlen van de rek-ken vallen. Leg dit soort servies zoals deksel-tjes daarom in de besteklade of debestekkorf. Levensmiddelen zoals wortels, to-maten of ketchup kunnen natuurlijkekleurstoffen bevatten. Door deze stoffen kunnen kunststofvaatwerk en kunststof onderdelenervan verkleuren, wanneer zij in rui-me mate met het vaatwerk in de au-tomaat terechtkomen.
Deze verkleuring heeft echter geeninvloed op de stabiliteit van kunst-stof vaatwerk. Wanneer u het vaatwerk inruimt dankunnen er etens- en drankresten opde binnenkant van de deur van deafwasautomaat terechtkomen. Ditgedeelte hoort niet tot de spoelruim-te en wordt dus niet afgespoeld.
Voorbeelden van het inruimen BovenrekPlaats in het bovenrek klein, licht enteer serviesgoed zoals kopjes, schotel-tjes, glazen, dessertschaaltjes en tem-peratuurgevoelig vaatwerk.U kunt er ook een plat steelpannetje inplaatsen.Leg erg lang bestek zoals soeplepels,pollepels en lange messen dwars aande voorkant van het bovenrek.Let bij "Top Solo" (2) op het volgendeWanneer u een afwasprogramma kiestmet de extra functie: "Top Solo", moet ual het vaatwerk in het bovenrek en debesteklade plaatsen.Hebt u een afwasautomaat met een be-stekkorf, verdeel het bestek dan ruimover de bestekkorf.Daar de middelste sproeiarm het waterook naar beneden sproeit, kunt u grote-re borden en platte schotels op ruimeafstand van elkaar in het onderrekplaatsen.Echter geen pannen, diepe schalen ofander hol serviesgoed.Het inruimen van serviesgoed en bestek25
Het verstellen van het bovenrekOm in het boven- of onderrek meerplaats te krijgen voor hoger servies-goed kunt u het bovenrek in hoogte ver-stellen. U kunt kiezen tussen 3 standenmet een verschil van telkens ca. 2 cm.U kunt het bovenrek ook schuin plaat-sen, nl. met één kant hoog en met éénkant laag.Let er echter op dat u het rek zonderproblemen in de spoelruimte kan schui-ven.Trek het bovenrek naar buiten.Trek de hendels aan de zijkantenvan het bovenrek naar boven.Zet het bovenrek in de gewenste po-sitie.Laat de hendels weer vastklikken.Afhankelijk van de stand van het boven-rek kunt u bijv.
OnderrekPlaats in het onderrek groot en zwaarserviesgoed zoals borden, platte scho-tels, potten en schalen.U kunt ook ontbijtbordjes of schoteltjesin het onderrek zetten.Plaats geen dun en fijn glaswerk in hetonderrek, want daarvoor is een aparteinzet of een apart onderrek noodzake-lijk.Afwasautomaat met bestekladeAfwasautomaat met bestekkorfHoogte-indicatorMet de beugel aan het bovenrek kunt uzien hoe hoog het serviesgoed in hetonderrek mag zijn, zonder dat de mid-delste sproeiarm daar tegenaan komt.Het inruimen van serviesgoed en bestek28
BestekAfwasautomaat met bestekkorfPlaats het bestek ongesorteerd enmet de grepen beneden in de vakjesvan de bestekkorf.Het water kan er dan beter bij.Wanneer u daardoor echter kansloopt om zich aan de scherpe kantvan de messen en de punten vande vorken te verwonden, dan kunt uhet bestek het beste met de grepenboven en met de scherpe kant be-neden plaatsen. Zet kleine lepels in de speciale lepel-segmenten aan weerszijden van de be-stekkorf.Het inruimen van serviesgoed en bestek29
Lepelhouders voor de bestekkorfMet de bijgevoegde houders kunt usterk vervuilde lepels, bijv. eetlepels engroentenlepels afwassen.Doordat de lepels in deze houdersapart worden opgehangen liggen zeniet op elkaar en kan het water er beterbij.Plaats als dat nodig is een houderaan de voorkant en een houder aande achterkant van de bestekkorf.Druk wanneer u de lepelhouders wiltverwijderen de haken, waarmee dehouders vastzitten, naar binnen.Gebruik daarvoor eventueel een le-pel. Trek de lepelhouders naar bo-ven en haal ze eraf.Plaats de lepels in de houders metde grepen beneden. Laat tussen delepels telkens een plaats vrij. Het inruimen van serviesgoed en bestek30
Afwasautomaat met besteklade (SC)Wanneer u messen, vorken en lepelsapart in de besteklade legt, kunt u zeer na het afwasprogramma makkelijkeruithalen en opbergen.Leg de messen met de snijkanten ende vorken met de tanden tussen de op-staande kammen. Leg de lepels daar-entegen met de grepen tussen de op-staande kammen.Lang bestek zoals sauslepels, taar-scheppen, pollepels en lange messenkunt u in het dieper gelegen gedeeltein het midden van de besteklade leg-gen.De bovenste sproeiarm mag nietdoor te hoog vaatwerk (bijv. eentaartschep) worden geblokkeerd.Het inzetstuk van de besteklade is uit-neembaar.Leg de lepels met de grepen tussen deopstaande kammen.
De lepelbladen lig-gen dan tussen de getande kammen,zodat ook de laatste waterdruppel erzonder problemen af kan lopen.Wanneer de lepels niet met de grepentussen de opstaande kammen passen,leg ze dan met de grepen op de getan-de kammen.Let er daarbij op dat de lepelbladenrechtop staan, zodat al het water erafkan lopen.Het inruimen van serviesgoed en bestek31
Serviesgoed en bestek die nietgeschikt zijn voor de afwas-automaat – óServiesgoed en bestek die f hele-maal óf voor een deel uit hout be-staan drogen uit en worden lelijk.Bovendien houdt de lijm niet in deafwasautomaat. Het gevolg daarvanis dat houten grepen los kunnen ra-ken. – Kunstvoorwerpen, antieke vazen ofglazen met decoraties zijn niet be-stand tegen de afwasautomaat. – Voorwerpen van niet hittebestendigkunststof kunnen vervormen. – Voorwerpen van koper, messing, tinen aluminium kunnen verkleuren ofdof worden. – Kleurdecoraties op het glazuur kun-nen na vele afwasbeurten verbleken. – Teer glaswerk en kristallen voorwer-pen kunnen na een tijd dof worden.Wij raden u aan: – Koop serviesgoed en bestek van ma-teriaal dat geschikt is om in een af-wasautomaat te worden afgewassen.
– Wanneer u teer glaswerk per se inde afwasautomaat wilt afwassen doedat dan uitsluitend bij lage tempera-turen. Zie programma-overzicht.De kans dat het glaswerk dof wordtis dan kleiner. – Blijf bijzonder waardevolle glazenmet de hand afwassen.Let verder op het volgende:Zilver dat met zilverpoets is behandeldkan na afloop van het afwasprogram-ma nog vochtig zijn doordat het waterer niet als een film afloopt. Het zilvermoet dan met een doek worden afge-droogd.Daarentegen is zilver dat in zilverpoetsis ondergedompeld in de regel weldroog. Het zilver kan echter beslaan.Zilver kan verkleuren wanneer het inaanraking komt met levensmiddelendie zwavel bevatten, bijv.
eigeel, uien,mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis,pekelsaus van vis en marinades.Aluminium serviesgoed zoals vetfil-ters mag niet worden afgewassenmet bijtende alkalische reinigings-middelen die in bedrijfsafwasauto-maten of industriereinigers wordengebruikt.Gebeurt dat wel dan kan er materi-ële schade ontstaan. In het ergstegeval bestaat het gevaar dat er hevi-ge chemische reacties optreden dietot een explosie kunnen leiden (bijv.een knalgasreactie).Het inruimen van serviesgoed en bestek32
BedieningReinigingsmiddelenGebruik uitsluitend reinigingsmidde-len voor huishoudafwasautomaten. U kunt poedervormige of vloeibarereinigingsmiddelen of reinigingsta-bletten gebruiken. Doseer poedervormige of vloeibarereinigingsmiddelen in de reinigings-middelvakjes. Leg reinigingstabletten alleen in reini-gingsmiddelvakje II, als de fabrikantvan deze tabletten dat adviseert. Adviseert de fabrikant om de reini-gingstabletten in de bestekkorf teleggen, leg ze in plaats daarvan danaan de binnenkant van de deur of di-rect in de spoelruimte. De tablettenlossen dan volledig op. De fabrikanten van reinigingsmiddelengeven op hun verpakkingen de totalehoeveelheid reinigingsmiddel aan dievoor een programma nodig is. Gebruik wanneer uw afwasautomaatvol beladen is voor de volgende pro-gramma’s minstens 30 ml reinigings-middel:– de G- programma’s; – het n- programma;– het u - programma.
Geeft de fabrikant een grotere hoe-veeelheid aan, gebruik dan dezegrotere hoeveelheid. AttentieWanneer u minder reinigingsmiddel ge-bruikt dan is geadviseerd, is het moge-lijk dat de vaat niet goed schoon wordt. Er zijn op het moment drie soortenreinigingsmiddelen in de handel:1. Fosfaathoudend en chloorhoudend2. Fosfaathoudend en chloorvrij3. Fosfaatvrij en chloorvrijWij adviseren u reinigingsmiddelen vantype 3 te gebruiken ter beschermingvan ons milieu. Fosfaatvrije reinigingsmiddelen reage-ren gevoeliger op de hardheid van uwleidingwater dan fosfaathoudende reini-gingsmiddelen. Dat kan invloed heb-ben op het reinigingsresulaat. Na vele afwasbeurten is het mogelijkdat: – er een blauwachtige waas op hetglaswerk komt of dat het dof wordt; – zilver verkleurt; – kleurdecoraties op het glazuur ver-bleken.
Deze verschijnselen worden uitsluitendveroorzaakt door het reinigingsmiddelen niet door de werking van de afwas-automaat. Mogelijke oplossingen: – Ga over op een fosfaathoudend reini-gingsmiddel (type 2) of op een fos-faathoudend en chloorhoudend reini-gingsmiddel (type 1).
Chloorvrije reinigingsmiddelen hebbeneen geringere blekende werking op na-tuurlijke kleurstoffen dan chloorhouden-de, wat er bijv. toe kan leiden dat vaat-werk nog aanslag van theerestenvertoont of dat kunststof vaatwerk ver-kleurt.Deze verschijnselen worden uitsluitendveroorzaakt door het reinigingsmiddelen niet door de werking van de afwas-automaat.Mogelijke oplossingen: – Verhoog de dosering van het reini-gingsmiddel om de blekende wer-king te versterkenof – ga over op een chloorhoudend reini-gingstype (type 1).Informeer bij twijfel bij de afdeling Con-sumentenservice van de reinigingsmid-delenfabriek.Het doseren van reinigings-middelAdem geen poedervormig reini-gingsmiddel in! Slik geen reinigings-middel in! Reinigingsmiddelen kun-nen brandwonden in neus, mond enkeel veroorzaken.
Ga direct naar dedokter wanneer u een reinigingsmid-del hebt ingeademd of ingeslikt.Zorg ervoor dat kinderen niet metreinigingsmiddelen in aanrakingkunnen komen.Laat kinderen daarom niet bij de af-wasautomaat komen als deze geo-pend is. Er zouden nog restenreinigingsmiddel in de afwasauto-maat aanwezig kunnen zijn.Bovendien kunt u het reinigingsmid-del beter pas dán toevoegen vlakvoordat u het programma start. Doe de deur bovendien met de ver-grendeling dicht.Verdeel de benodigde hoeveelheid rei-nigingsmiddel, afhankelijk van het soortreinigingsmiddel en afhankelijk van hetprogramma, procentueel over de reini-gingsmiddelenvakjes I en II.Zo verkrijgt u het beste afwasresultaat.Neem daarom in ieder geval de aanwij-zingen met betrekking tot het doserenvan reinigingsmiddel in acht. Dezestaan in het programma-overzicht aanhet einde van de gebruiksaanwijzing.Bediening34
Open het klepje van het reinigings-middeldoseerbakje door het knopjeopzij te drukken.Na afloop van een afwasprogramma ishet klepje van het reinigingsmiddelbak-je altijd geopend.Doseer het reinigingsmiddel in devakjes en sluit het klepje van het do-seerbakje.Sluit ook het pak reinigingsmiddelom te voorkomen dat het middel aanreinigingskracht verliest.DoseerhulpIn vakje I kan maximaal 20 m enin vakje II kan maximaal 70 ml reini-gingsmiddel.In vakje II zijn markeringen aange-bracht om het doseren makkelijker temaken: 20, 25, 30. Wanneer de deur90° geopend is geven deze streepjesin ml aan hoeveel reinigingsmiddel erongeveer in zit.Bediening35
BetriebHet kiezen van een programmaLaat de keuze voor een programmasteeds afhangen van het soort vaat-werk en de mate waarin dat is vervuild.In de meeste gevallen zult u één vande G - programma’s of het n - pro-gramma kiezen.Deze programma’s zijn optimaal bere-kend voor de dagelijkse afwas.Voor bijzondere situaties zijn de specia-le programma’s ontwikkeld.In het programma-overzicht aan het ein-de van deze gebruiksaanwijzing zijn deprogramma’s beschreven en de toe-passingsmogelijkheden ervan.U kunt bij ieder programma de extrafunctie "Top Solo" ( 2) kiezen.Zie ook paragraaf: "Extra functies / TopSolo ( 2) ").Bediening36
Het inschakelen van de afwas-automaatDraai de waterkraan open indiendeze nog gesloten is.Open de deur.Controleer of de sproeiarmen vrijkunnen draaien en niet worden ge-blokkeerd.Druk op de Aan - toets (15).Het controlelampje "Aan" (15) brandt.Het starten van een programmaNeem bij het kiezen van een pro-gramma het programma-overzichtaan het einde van de gebruiksaanwij-zing in acht.Druk op de toets van het door u ge-wenste programma.Nu brandt het controlelampje van deprogrammatoets waar u op hebt ge-drukt. Info: U kunt nu de extra functies "Top Solo" (2) en "Voorkeuze" ( d) kiezen. Zie hoofdstuk: "Extra functies".Sluit de deur.Het programma start.Breek een programma niet voortij-dig af, want daardoor kunnen be-langrijke programmafases (bijv.
hetregenereren in het volgende pro-gramma) worden overgeslagen!Einde van het programmaNa afloop van een afwasprogrammaklinkt er een zoemer.Deze zoemer klinkt een uur lang om de10 minuten en houdt op wanneer u dedeur opent.U kunt de zoemer ook helemaal uit-schakelen. Zie: "Extra functies".Het uitschakelen van de afwas-automaatZet na afloop van het programma dedeur op een kier.Zorg ervoor dat u ter beschermingvan een kunststof werkblad de bij-gevoegde roestvrij stalen bescherm-plaat heeft gemonteerd. Zie plaat-sings- en installatie-instructies.Het controlelampje van de programma-toets is uitgegaan.Bediening37
Zolang het controlelampje van eenprogrammatoets nog brandt, is hetdesbetreffende programma nogniet beëindigd. Doe dan de deur weer dicht, zodathet programma helemaal kan wor-den uitgevoerd.Druk op de Uit - toets (16).Het controlelampje "Aan" (15) gaat uit.De afwasautomaat verbruikt stroomzolang hij niet met de Uit - toets isuitgeschakeld.U kunt nu het vaatwerk uit de automaathalen.
Zie paragraaf: "Het uitruimenvan de afwasautomaat".Zorg ervoor dat u een vrijliggendverwarmingselement direct na af-loop van een afwasprogramma nietaanraakt.U kunt zich daaraan verbranden.Draai veiligheidshalve de kraan dichtals de afwasautomaat langere tijd nietwordt gebruikt, bijvoorbeeld in de va-kantietijd.Wisseling van programmaZolang u de deur na het kiezen vaneen programma nog niet heeft geslo-ten, kunt u zich bedenken en een an-der programma kiezen.Druk op de toets van het door u ge-wenste programma.Sluit de deur.Het programma start.Wanneer het door u in eerste instantiegekozen programma al is gestart, kuntu als volgt een ander programma kie-zen:Open de deur.Druk op de Uit - toets (16).Druk op de Aan - toets (15).Druk op de toets van het door u ge-wenste programma.Sluit de deur.Het programma start.Het onderbreken van het pro-grammaHet afwasprogramma wordt onderbro-ken, zodra u de deur opendoet.Wanneer u de deur weer dichtdoet,gaat het programma daar verder, waarhet is onderbroken.Wanneer het water in de afwasauto-maat heet is, loopt u het risico omzich te verbranden.Als u de deur beslist moet openen,doe dat dan zeer voorzichtig.Laat de deur voordat u die weersluit ca.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Imperial GSVI 8265 BS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vaatwasser Imperial
Handleiding Vaatwasser
Nieuwste handleidingen voor Vaatwasser