IKRA IBF 25-1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van IKRA IBF 25-1 (152 pagina’s), behorend tot de categorie Grastrimmer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over IKRA IBF 25-1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | IKRA |
| Categorie: | Grastrimmer |
| Model: | IBF 25-1 |
Handleiding IKRA IBF 25-1 – volledige tekst
NL-1NL | GebruiksaanwijzingINHOUDZijkantBENAMING VAN DE ONDERDELEN 1 - 2AFBEELDINGEN 3 - 6 BEDOELD GEBRUIK NL-1UITLEG BIJ DE INSTRUCTIESTICKERS OP DE MACHINE NL-2-3TECHNISCHE GEGEVENS NL-4VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN NL-5LEVEROMVANG NL-7VOOR INGEBRUIKNAME NL-7BRANDSTOF EN OLIE NL-8STARTPROCEDURE NL-8BEDIENINGSAANWIJZINGEN NL-8ONDERHOUD EN REPARATIES NL-10TRANSPORT NL-10OPSLAG NL-10MOTORSTORINGEN VERHELPEN NL-11AFVALVERWERKING EN MILIEUBEHEER NL-12GARANTIEVOORWAARDEN NL-12RESERVEONDERDELEN NL-12EG-CONFORMITEITSVERKLARINGSERVICEVertaling van de originele gebruiksaanwijzingBEDOELD GEBRUIKDe machine is geschikt voor het maaien van gras en gazons. Het opvolgen van de gebruikshandleiding van de fa-brikant is een voorwaarde voor een correct gebruik van de machine.
Elke andere toepassing die niet uitdrukkelijk in deze handleiding wordt toegestaan, kan tot schade aan de machine leiden en een ernstig gevaar vormen voor de gebruiker. Houd absoluut rekening met de beperkingen in de veiligheidsaanwijzingen. Houd er rekening mee dat onze machines volgens het bedoeld gebruik niet zijn geconstrueerd voor commercieel, professioneel of industrieel gebruik. We accepteren geen garantie als de machine wordt gebruikt voor commerciële, professionele, industriële en hiermee vergelijkbare werkzaamheden. Let op. Vanwege het risico op lichamelijk letsel bij de gebruiker, mag de benzinemotorzeis niet worden gebruikt voor de volgende werkzaamheden: voor het reinigen van looppaden en als hakselaar voor het verkleinen van boom- en hegsnijafval. Verder mag de benzinemotorzeis niet worden gebruikt voor het egaliseren van bodemoneffenheden, zoals molshopen.
Uit veiligheidsoverwegingen mag de benzinemotorzeis niet als aandrijfaggregaat voor andere werkgereed-schappen en gereedschapsets van welke aard dan ook worden gebruikt. De machine mag alleen volgens het bedoeld gebruik worden gebruikt. Elk verdergaand gebruik geldt als niet bedoeld.
NL-2NL | GebruiksaanwijzingUitleg bij de instructiestickers op de machine1. Waarschuwing!2. Lees vóór het in gebruik nemen de gebruikshandleiding!3. Draag oog- / hoofd- en gehoorbescherming!4. Draag vast schoeisel!5. Draag veiligheidshandschoenen!6. De afstand tussen machine en omstanders moet minimaal 15 m zijn!7. Let op weggeslingerde objecten.8. Let op! - Benzine is ontvlambaar. Voor het tanken moet de motor ten minste 2 minuten afkoelen.9. Maximum toerental van de snij-inrichting. Gebruik uitsluitend geschikte snij-inrichtingen.10. Het gebruik van zaagbladen is niet toegestaan11. GEVAAR OP LETSEL! Omvallend gereedschap! Gereedschap blijft nalopen!12. LET OP: Heet oppervlak.13. Gegarandeerd geluidsvermogensniveau LWA14. Gevaar door rondvliegende onderdelen!15. Derden buiten de gevarenzone houden.16. Druk 6 keer op de benzinepomp17.
Aanwijzing: De aangegeven schommel-emissiewaarde moet volgens een genormeerde meetprocedure worden vastgesteld en kan ter vergelijking met andere gereedschappen worden vastgesteld. De aangegeven schommel-emissiewaarde kan ook worden vastgesteld door een voorlopige schatting van de belasting door schommelingen. LET OP. De schommelwaarde kan afhankelijk van het gebruik en het gebruikte gereedschap wijzigen enook boven de aangegeven waarde liggen. Er bestaat een noodzaak om veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gebruiker te deniëren, die berusten op het afwegen van de belasting door schommelingen tijdens de daadwerkeli-jke gebruiksvoorwaarden (hierbij moeten alle onderdelen van de bedrijfscyclus in acht worden genomen, bijv. de tijden waarin het gereedschap is uitgeschakeld en dergelijk waarin deze is ingeschakeld maar zonder belasting draait).
GEVAAR: Het startsysteem van deze machine veroorzaakt een relatief zwak magnetisch veld, waarbij echter toch niet uitgesloten kan worden, dat functiestoringen bij actieve of passieve implantaten van de bediener op kunnen treden, met overeenkomstig ernstige risico’s voor de gezondheid.
Dragers van deze medische hulpmiddelen wordt daarom dringend aanbevolen een arts of de fabriek van de hulpmiddelen te raadplegen, voordat de machine gebruikt wordt. LET OP: Bij langer durende werkzaamheden met vibrerend gereedschap kunnen met name bij personen met doorbloedingsstoringen letsel en vaataandoeningen (ook wel het “Raynaud-syndroom”) optreden. De symptomen kunnen de handen en vingers betreffen en komen tot uiting als verdoofde, tintelende, gevoelige, bleke huid of struc-turele veranderingen van de huid. Deze effecten kunnen door lage omgevingstemperaturen resp. door met name stevig vastgrijpen van de handgrepen worden versterkt. Bij het optreden van de symptomen moeten de gebruikstijden van de machine worden verkort, en moet een arts worden geraadpleegd. Een beetje geluidsoverlast door dit apparaat is niet vermijdbaar.
Voer geluidsintensieve werkzaamheden op de daar-voor toegestane en bepaalde tijden uit. Houd u aan de rusttijden en beperk de werkduur tot het noodzakelijke. Voor uw persoonlijke bescherming en de bescherming van personen in uw omgeving dient er geschikte gehoorbescherm-ing gedragen te worden. Specicaties betreffende geluidsemissie conform de productveiligheidswet (ProdSG) resp. EG-Machinerichtlijn: de geluidsdruk op de arbeidsplaats kan 80 dB(A) overschrijden. Hierdoor zijn beschermende maatregelen noodzakelijk (b. v. dragen van gehoorbescherming). Let op het volgende: Dit apparaat mag in woongebieden volgens de Duits verordening ter bescherming tegen machineluid van september 2002 op zon- en feestdagen evenals op werkdagen van 20:00 uur tot 7:00 uur niet in bedrijfNL-4NL | Gebruiksaanwijzing.
NL-5NL | Gebruiksaanwijzing genomen worden. Bovendien geldt het gebruiksverbod op de volgende tijdstippen van de dag: van 7:00 uur tot 9:00 uur, van 13:00 uur tot 15:00 uur en van 17:00 tot 20:00 uur. Neem bovendien de voorschriften voor lawaaibescherming in uw land in acht. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENA) VOOR HET GEBRUIK1) Lees de instructies zorgvuldig door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsonderdelen en het correcte gebruik van de machine. Leer hoe u de mo-tor snel kunt uitschakelen. 2) De machine uitsluitend voor het desbetreffende gebruiksdoel gebruiken, dit betekent: – maaien van gras en niet houtachtige planten, met behulp van een nylondraad (bijv.
het trimmen van borders, beplantingen, muren, omheiningen of groene zones met een beperkte oppervlakte, om het werk van de maaimachine af te werken); – maaien van hoog gras, kleine takken en houtachtig onkruid met behulp van de metalen of kunststof messen. – Een onjuist gebruik kan over het algemeen gevaar-lijk zijn en de machine beschadigen. – De volgende punten behoren tot onjuist gebruik (voorbeelden): – De machine gebruiken om te vegen; – Heggen knippen of andere werkzaamheden waar-bij de snij-inrichting niet op grondhoogte gebruikt wordt; – Snoeien van bomen; – Gebruiken van de machine met de snij-inrichting boven de riemhoogte van de bediener; – Gebruiken van de machine voor het maaien van niet-plantaardig materiaal; – Gebruiken van de machine door meer dan één per-soon tegelijk.
5) Machine nooit gebruiken: – Als personen, met name kinderen of dieren in de buurt zijn; – Als de gebruiker moe is of zich niet goed voelt, of als medicijnen of drugs, alcohol of andere stoffen zijn ingenomen, die als bijwerking het attentie- en reactievermogen negatief beïnvloeden; – Als de gebruiker niet in staat is om de machine met twee handen vast te houden resp. als deze bij de werkzaamheden niet stabiel op de benen het even-wicht kan behouden. 6) Let op dat de gebruiker verantwoordelijk is voor on-gevallen met andere personen en schade aan hun eigendommen. B) VOORBEREIDENDE MAATREGELEN1) Tijdens de werkzaamheden moet de gebruiker ge-schikte kleding dragen die de gebruiker niet hindert in zijn bewegingen. – Nauwsluitende veiligheidskleding met snijbestendi-ge veiligheidsinzetstukken dragen.
– Veiligheidshelm, handschoenen, veiligheidsbril en snijbestendige veiligheidsschoenen met antislip-zool dragen. – Gehoorbescherming dragen. – Geen sjaal, hemd, halsketting of andere hangende accessoires dragen die gegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen die op de werk-plaats aanwezig zijn. – Lang haar bijeenhouden. 2) LET OP: GEVAAR. Benzine is zeer ontvlambaar: – Brandstof moet in de juiste containers worden be-waard die geschikt zijn voor gebruik; – Bij de omgang met brandstoffen mag niet worden gerookt; – Tankdop langzaam openen om de interne druk ge-leidelijk af te laten; – Brandstof uitsluitend in de open lucht met behulp van een trechter bijvullen; – Brandstof moet voor het starten van de motor wor-den bijgevuld.
Bij een draaiende motor of bij een hete machine mag de tankdop niet worden geo-pend en mag geen benzine worden bijgevuld; – is benzine gemorst, mag niet worden geprobeerd de motor te starten. De machine moet dan van het met benzine vervuilde oppervlak worden verwijderd.
Als de benzine niet volledig is verdampt, dient u alles te vermijden wat een brand zou kunnen veroorzaken; – Enige sporen van eventuele op de machine of op de grond gemorste benzine direct verwijderen; – De machine niet bij het vulpunt starten; – De brandstof mag niet in contact komen met kle-ding. Mocht dit toch gebeuren, dient u zich eerst te verkleden alvorens de motor wordt gestart; – Tankdop en sluiting van het benzinereservoir moe-ten altijd goed zijn dichtgeschroefd. 3) Defecte of beschadigde geluiddempers vervangen.
4) Vóór het gebruik de gehele machine grondig contro-leren en met name: – De gashendel en de veiligheidshendel moeten vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moeten ze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen; – De gashendel moet geblokkeerd blijven, zolang de veiligheidshendel niet gebruikt wordt; – De stopschakelaar van de motor moet makkelijk van de ene stand in de andere gebracht kunnen.
NL-6NL | Gebruiksaanwijzingworden; – De elektrische kabel en in het bijzonder de kabel van de bougie moeten onbeschadigd zijn om te voorkomen dat vonken ontstaan; de kap moet cor-rect op de bougie aangebracht zijn; – De handgrepen en veiligheidsinrichtingen van de machine moeten schoon, droog, en stevig beves-tigd zijn op de machine; – Snij-inrichtingen of veiligheidsinrichtingen mogen nooit beschadigd zijn. 5) Controleer de juiste positie van de handgrepen en het aansluitpunt van de draagriem, alsook de stabiliteit van de machine. 6) Controleer voor aanvang van de werkzaamheden of de veiligheidsinrichtingen voor het snijgereedschap geschikt zijn en juist zijn gemonteerd. 7) Controleer grondig het werkbereik en verwijder alles wat door de machine zou kunnen worden weggeslin-gerd of de snij-inrichting en de motor zou kunnen be-schadigen (stenen, takken, ijzerdraad, botten enz. ).
C) DE MACHINE IN GEBRUIK1) De motor mag niet worden gestart in gesloten ru-imtes waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwikkelen. 2) Werkzaamheden mogen uitsluitend bij daglicht of bij voldoende kunstlicht worden uitgevoerd.
3) Een veilige en stabiele positie innemen: – Vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of gladde grond, of in ieder geval op oneffen of steile terreinen die de stabiliteit van de gebruiker tijdens de werkzaamheden niet kunnen garanderen; – Ren niet maar loop normaal en let op oneffenheden van het terrein en de aanwezigheid van eventuele hindernissen; – Beoordeel de mogelijke risico’s verbonden met het te bewerken terrein en tref alle noodzakelijke voor-zorgsmaatregelen voor de eigen veiligheid, met name op hellingen, gladde of onveilige terreinen; – Op hellingen moet men dwars te werk gaan, nooit bergopwaarts of bergafwaarts en altijd met snij-inrichting richting het dal.
4) Bij het starten van de motor de machine vasthouden: – De motor pas minimaal 3 meter van het vulpunt vandaan starten; – Controleer of andere personen zich op minstens 15 meter afstand van de actieradius van de machine bevinden, of op minstens 30 meter in geval van zwaardere werkzaamheden; – Geluidsdemper en dus ook de uitlaatgassen nooit richting ontvlambare stoffen richten:5) Wijzig niet de basisinstelling van de motor en laat het toerental van de motor niet overmatig oplopen. 6) De machine mag niet aan overmatige krachten worden blootgesteld en kleinere machines mogen niet worden gebruikt voor de zwaardere werkzaam-heden. Het gebruiken van een geschikte machine, vermindert de risico‘s en verbetert de kwaliteit van de werkzaamheden.
7) Controleer of de snij-inrichting niet beweegt zolang de motor stationair draait en dat na het bedienen van de gashendel van de motor deze ook weer snel op stationair draaien wordt gebracht. 8) Let op dat het mes niet tegen harde voorwerpen botst en let op eventueel wegspringend materiaal door de beweging van het mes. 9) Tijdens de werkzaamheden moet de machine altijd op de draagriem zijn bevestigd. 10) De motor uitschakelen: – Laat de machine nooit onbeheerd achter. – Voordat u gaat tanken. – Tijdens het verplaatsen tussen de werkzones. 11) Schakel de motor uit en trek de bougiekabel los: – voordat u de machine controleert, reinigt of werk-zaamheden aan de machine uitvoert; – Nadat een vreemd voorwerp is geraakt.
Controleer de machine op eventuele beschadigingen en voer de nodige reparaties uit alvorens de machine opni-euw te gebruiken; – Als de machine op abnormale wijze begint te trillen: in dit geval onmiddellijk de oorzaak van de trillingen opsporen en deze laten nakijken door een gespe-cialiseerd servicecentrum. – Als het apparaat niet gebruikt wordt.
D) ONDERHOUD EN OPSLAG1) Zorg dat alle moeren en schroeven zijn vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Een regelmatig onderhoud is onmisbaar voor de veiligheid en het in stand houden van het prestatieniveau. 2) Zet de machine niet met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, von-ken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen. 3) Laat de motor afkoelen, voordat u de machine in een ruimte neerzet. 4) Om het risico op brand te beperken, worden de motor, de geluidsdemper van de uitlaat en de ops-lagzone van de benzine vrij gehouden van zaagsel, takjes, bladeren of overtollig vet; laat geen snijresten in de ruimte achter. 5) Als u de tank moet legen, moet dit in de open lucht gebeuren en als de motor koud is. 6) Draag bij elke bediening aan de snij-inrichting hand-schoenen.
7) Gebruik de machine om wille van veiligheidsrede-nen nooit met versleten of beschadigde onderde-len. De beschadigde onderdelen moeten worden vervangen en mogen nooit worden gerepareerd. Alleen originele onderdelen gebruiken. Niet geli-jkwaardige reserveonderdelen kunnen de machine beschadigen en uw gezondheid in gevaar brengen. Het snijgereedschap moet altijd het kenmerk van de fabrikant dragen, net als de verwijzing naar het maximum toerental. 8) Controleer voor het opruimen van de machine of u de gebruikte moersleutels of het gebruikte gereedschap voor het onderhoud hebt verwijderd. 9) Machine niet in de nabijheid van kinderen bewaren. E) TRANSPORT EN BEDIENING1) De volgende instructies moeten in acht worden.
NL-7NL | Gebruiksaanwijzinggenomen bij het transport en de bediening van de machine: – Motor uitschakelen, onderhouden tot de snij-in-richting volledig stilstaat, bougiekap verwijderen; – Beveiliging van de snij-inrichting monteren; – Machine uitsluitend aan de handgrepen optillen en de snij-inrichting positioneren in tegengestelde richting van de looprichting. 2) Wanneer de machine vervoerd wordt met een voer-tuig, moet het op dusdanige wijze worden geplaatst dat er voor niemand gevaar kan ontstaan en stevig worden geblokkeerd om te voorkomen dat de machi-ne omvalt en beschadigd wordt of dat brandstof lekt. Leveromvang• Open de verpakking en haal de machine voorzichtig uit de verpakking. • Verwijder het verpakkingsmateriaal, evenals de verpak-kings- / en transportbeveiligingen (indien aanwezig). • Controleer of de leveromvang compleet is.
• Controleer de machine en accessoires op transport-schade. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het aopen van de garantie. LET OP. Machine en verpakkingsmateriaal zijn geen kinder-speelgoed. Kinderen mogen niet met kunststofzak-ken, folie en kleine onderdelen spelen. Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikking. Voor ingebruiknameMontage1. Montage van de handgreep (afb. 2+3)1. Monteer de greephouder op de schacht in de richting van de pijl, zie de waarschuwingssticker, plaats de klemmen (A) over de schacht en bevestig de 2 schroeven. 2. Monteer de greep aan de greephouder, plaats daarna nog een klem (B) over de greep en bevestig de reste-rende 2 schroeven. Kantel de geleidehendel naar voren totdat deze in een comfortabele positie voor u zit, voordat u de schroeven vastdraait. 2. MONTAGE VAN DE VEILIGHEIDSAFDEKKING VOOR HET METALEN SNIJMES (afb. 3)1.
LET OP: Let erop, dat alle onderdelen correct gemonteerd en de schroeven vastgedraaid zijn. LET OP. - Neem de veiligheidsmaatregelen altijd in acht. De bosmaaier mag allen voor het maaien van gras of licht onkruid worden gebruikt. Het is absoluut verboden andere materiaalsoorten te maaien. Gebruik de bosmaaier niet als hendel om voorwerpen op te tillen, te verplaatsen of te versnipperen; bevestig hem ook niet aan stijve houders. Het is verboden aan de aandrijving van de bosmaaier apparaten of toevoegingen aan te brengen die niet door de fabrikant uitdrukkelijk voor dit doel vermeld zijn. 3. MONTAGE VAN DE BESCHERMKAPUITBREIDING (Afb. 5)Monteer de beschermkapuitbreiding als in afb. 4 weer-gegeven met behulp van de 3 meegeleverde schroeven, moeren en sluitringen.
LET OP: De kunststof veiligheidsafdekking moet tijdens bedrijf met draadsnijkop altijd geïnstal-leerd zijn om de draad tot de juiste lengte in te korten en de gebruiker te beschermen. 4. MONTAGE VAN DE DRAADSNIJKOP 1. Verwijder de splitpen aan het einde van de aandrijfas afb. 7). 2. Steek een inbussleutel zijdelings in het gat van de onderste bevestigingsens om meedraaien van de aandrijving te voorkomen. Schroef met de meegele-verde moersleutel de moer er - rechtsom af (afb. 8). 3. Neem de bovenste bevestigingsens eraf. Bewaar de moer, de splitpen en de bovenste beves-tigingsens goed. Deze zijn nodig voor de montage van het metalen snijmes. 4. Schroef de draadsnijkop - linksom - op de schroefspil en draai hem stevig vast. (Afb.
6) Let erop, dat de draadspoel deugdelijk in het spoelhuis zit, dat de veer zich onder de draadspoel bevindt en dat de draadeinden door de twee draadogen naar buiten gevoerd zijn. 5. MONTAGE VAN HET METALEN MES LET OP. - Gebruik het apparaat nooit, wanneer het snijmes verbogen is of de snijtanden beschadigd zijn of ontbreken. Vervang een beschadigd snij-mes direct. LET OP.
- Bedien apparaten met een snijmes nooit zonder deugdelijk aangebrachte bescherming van het metalen snijmes. Bedien het apparaat niet met een beschadigde snijmesbescherming. LET OP. - Draag bij het werken aan het snijmes altijd stevige beschermende handschoenen. 1. Verwijder de splitpen aan het einde van de aandrijfas (afb. 7). 2. Steek een inbussleutel zijdelings in het gat van de onderste bevestigingsens om meedraaien van de aandrijving te voorkomen. Schroef met de meegele-verde moersleutel de moer er - rechtsom af. 3. Neem de bovenste bevestigingsens eraf. 4. Monteer het snijmes zoals in afb. 9 weergegeven. Trek de ens met het vlakke oppervlak op het snijmes (afb. 9)5. Draai de moer linksom met de meegeleverde schro-efsleutel stevig vast. 6. Borg de schroef weer met de splitpen (afb. 9). 7.
Verwijder nu absoluut de blokkering, door de inbuss-leutel zijdelings uit de bevestigingsens te trekken. 8. Wanneer u het metalen snijmes door de draadsnijkop wilt vervangen, gaat u als volgt te werk:Steek een inbussleutel zijdelings in het gat van de.
NL-8NL | GebruiksaanwijzingLET OP: Bij een verkeerde mengverhouding ver-liest u uw aanspraak op garantie. StartprocedureKoude startOm de motor bij het starten niet te overbelastende snijdraad tot 17 cm inkorten (afb. 15). 1. Zet de contactschakelaar op stand “I” (afb. 16). 2. Schuif de startklep in de stand “Start” (afb. 17). 3. Druk 6 keer op de brandstofpomp (16) (afb. 18). 4. Om de gashendel 9 te gebruiken, moet tevoren op de vergrendelingshendel 11 gedrukt worden. Op de gashendel drukken en met de vergrendelknop (12) op halfgas blokkeren, de gashendel loslaten (afb. 19). 5. Houd het apparaat stevig vast. Trek 2-3 keer aan de startkabel (afb. 20) - gelijkmatig, snel trekken helpt de motor om te starten. 6. Schuif de startklep in de stand „RUN“ (afb. 21). Trek aan de trekstarter tot de motor start. 7.
Zodra de motor aangeslagen is, kort gas geven, om de gashendel uit de halfgasstand te halen en de mo-tor stationair laten lopen. 8. Laat de motor ca. 10 seconden lang stationair warm lopen. 9. Mocht de motor niet starten, de stappen 1-8 herhalen. AANWIJZING: Start de motor na verschillende pogin-gen niet, handel dan als in het hoofdstuk “MOTORSTO-RINGEN VERHELPEN” (pagina 11) is beschreven. AANWIJZING: Trek de startkabel er altijd recht uit. Wanneer deze er scheef uitgetrokken wordt, wrijft de kabel langs het oog. Deze wrijving veroorzaakt uitsplitsen van de draad en betekent du een hogere slijtage. Houd de startgreep altijd vast, wanneer aan de kabel getrokken wordt. Let erop, dat de kabel niet terugschiet, wanneer hij uitgetrokken is. Hierdoor kan de kabel vasthaken en/of schade aan de starterbehuizing veroorzaken. STARTEN MET WARME MOTOR,CHOKE NIET GEBRUIKEN.
Handelwijze bij noodstop: Wanneer het nodig is om het apparaat direct te stoppen op de schakelaar STOP drukken. Bedieningsaanwijzingen- Bent u niet vertrouwd met de bosmaaier, oefen dan de omgang hiermee met een niet draaiende motor (UIT/STOP). - Controleer altijd het terrein, vaste voorwerpen zoals stukken metaal, essen, stenen, o. i. d. kunnen worden weggeslingerd en ernstig letsel veroorzaken, alsook het apparaat permanent beschadigen. Mocht u per ongeluk een vast voorwerp met de trimmer raken, schakel dan de onderste bevestigingsens om meedraaien van de aandrijving te voorkomen (afb. 10) Draai de draadsnijkop er rechtsom met de hand af. Ga verder zoals onder punt 4-6 beschreven. 6. MONTAGE VAN DE SCHACHT (afb. 2+3)De onderste schacht (2) in de schachtkoppeling steken en tegelijkertijd de sluitpen (1) eruit trekken.
De onderste schacht er helemaal tot aan de aanslag inschuiven en de sluitpen loslaten. De sluitpen moet in de opening (3) aan de zijkant in de onderste schacht vastklikken. Evt. de onderste schacht licht heen en weer draaien, tot de sluitpen goed vastklikt. Vervolgens de borgschroef (4) vastschroeven. 7. MONTAGE VAN DE SCHOUDERRIEM LET OP. - Gebruik de draagband altijd. Bevestig de riem direct na het starten van het apparaat terwijl de motor stationair draait. Voordat u de draagriem eraf neemt, de motor altijd uitschakelen. 1. Plaats de schouderriem zoals in afb. 13 wordt weer-gegeven. 2. Bevestig de karabijnhaken aan de schachthouders van de schacht (afb. 14)3. Stel de riemlengte zodanig in, dat het snijgereedschap zich in ingehangen toestand parallel aan de bodem bevindt.
Bepaal het voor het gemonteerde snijge-reedschap correcte inhangpunt door een paar oefen-zwaaien met niet draaiende motor uit te voeren. 4. Draag de riem nooit diagonaal over de schouder en borst, maar alleen over één schouder. Zo kunt u bij een eventueel gevaar het apparaat snel van het lichaam verwijderen. AANWIJZING: Bij ingehangen draagriem nooit demotor starten.
Brandstof en olieBrandstofGebruik voor optimale resultaten normale, loodvrije brandstof gemengd met speciale 2-taktmotorolie (40:1 ). Volg de mengaanwijzingen op. LET OP: Gebruik nooit pure brandstof zonder olie. De motor wordt hierdoor beschadigd en u verliest de garantie op dit product. Gebruik geen brandstof-mengsel dat meer dan 90 dagen is opgeslagen. LET OP: Gebruik alleen hoogwaardige 2-taktmen-golie voor luchtgekoelde motoren, mengverhouding 40:1. BrandstofmengselMeng de brandstof met 2-taktolie in een goedgekeurd reservoir. De mengverhouding van brandstof en olie vindt u in de mengtabel. Schud het reservoir om alles zorgvuldig te mengen. Tabel voor brandstofmengsel Benzine 2-taktolie/40:1 1 liter 25 ml 5 liter 125 ml.
NL-9NL | Gebruiksaanwijzingmotor direct uit (UIT/OFF) en controleer de trimmer op eventuele schade. Gebruik het apparaat nooit als deze is beschadigd of gebreken vertoond. - Trim en maai altijd in het bovenste toerentalbereik. Laat de motor bij aanvang van het maaien of tijdens het trimmen nooit met een laag toerental draaien. - Gebruik het apparaat alleen voor de bedoelde doeleinden, zoals trimmen en onkruid maaien. - Houd tijdens het gebruik de draadkop nooit boven knie-hoogte. - Bij werkzaamheden op hellingen altijd onder de snij-inrichting gaan staan. Werk alleen op hellingen en heuvels als u veilige en vaste grond onder uw voeten heeft. TRIMMENDe trimmer, volgens de voorschriften voorzien van een beschermplaat en een draadkop, trimt hoog gras/gebla-derte en onkruid op moeilijk bereikbare plekjes – langs hagen, wanden, fundamenten en rond boomstammen.
De trimmer kan ook voor maaiwerkzaamheden aan de grond worden gebruikt (bijv. snoeiwerkzaamheden in de tuin en op onoverzichtelijk dicht begroeid terrein). TIP: Ook bij het in acht nemen van uiterste voor-zichtig-heid leidt trimmen langs fundamenten, stenen muren enz. tot meer slijtage van de draad. TRIMMEN / MAAIENBeweeg de trimmer in sikkelvormige bewegingen heen en weer. Houd de draadkop altijd parallel ten opzichte van de grond. Controleer het terrein en bepaal de gewenste maaihoogte. Leid en houd de draadkop op de gewenste hoogte, voor een gelijkmatig maairesultaat (afb. 23). DICHT TRIMMENLeid de trimmer recht met een lichte neiging naar voren, zodat de trimmer vlak boven de grond beweegt. Trim altijd van het lichaam weg, nooit in de richting van de gebruiker.
TRIMMEN LANGS HAAG EN FUNDAMENTEN Om langs heggen, posten, stenen muren en fundamenten te trimmen, leidt u het apparaat langzaam en voorzichtig, zonder de draad tegen obstakels aan te laten stoten. Wanneer het maai-apparaat tegen een vast obstakel (steen, muur, boomstam e. d. ) aankomt, bestaat het risico op terugslag en grotere slijtage van het draad.
Trimmen rond boomstammen (afb. 27)Loop rond de boom van links naar rechts en nader de stam langzaam om er niet met de draad tegen te komen; houd de draadkop iets naar voren. Houd er rekening mee dat de nylondraad kleine heesters kan doorsnijden of beschadigen en dat het contact tus-sen de nylondraad en de stam van heesters of bomen met zachte schors de plant kan beschadigen. AFMAAIENBij het afmaaien pakt u alle vegetatie tot op de grond. Daar-toe buigt u de draadkop in een hoek van 30 graden naar links. Zet de handgreep in de gewenste positie. Let goed op het verhoogde risico van letsel voor gebruiker, omstanders en dieren, alsmede op het risico van zaakbeschadiging door weggeslingerde objecten (bijv. stenen) (afb. 24). MAAIEN MET HET MAAIBLAD (afb. 25)Bij het maaien met het maaiblad altijd veiligheidsbril, veiligheidskleding en schoudergordel dragen.
Aan de bovenkant van de planten met maaien beginnen, dan met het mes naar beneden werken en de takken stap voor stap in kleine stukjes versnipperen. ZEISEN (afb. 26)Werk met een gelijkmatige snelheid voorwaarts, hierbij een boogbeweging uitvoeren zoals bij traditioneel maai-en, zonder de draadkop tijdens het gebruik te hellen. Probeer de juiste maaihoogte eerst uit in een kleine zone, om een uniform maairesultaat te verkrijgen door de draadkop op een constante hoogte van het terrein te houden. Voor zwaarder werk kan het nuttig zijn, de draadkop ongeveer 30° naar links te laten hellen. LET OP: Er mag niet op deze wijze worden ge-werkt als de mogelijkheid bestaat dat voorwerpen worden weggeslingerd, die letsel kunnen veroor-zaken bij personen of dieren of materiële schade veroorzaakt kan worden.
VAST BLIJVEN ZITTENStruiken en bomen kunnen in het maaiblad vastklemmen en het stilstaan van het blad veroorzaken. Voorkom het vast blijven zitten, door geschikt struikgewas vanaf de tegenoverliggende zijde te maaien. Blijft het maaiblad tijdens het maaien vast zitten, zet dan onmiddellijk de motor stop.
Houd het apparaat omhoog en voorkom dat het maaiblad verbuigt of breekt terwijl u het te maaien struikgewas van het maaiblad wegdrukt. VOORKOMEN VAN TERUGSLAGBij het monteren van metalen snijwerktuigen (Strui-kenmessen) bestaat het risico van terugslag, wanneer het apparaat met een vast voorwerp (boomstam, dikke tak, steen enz. ) in aanraking komt. Het apparaat wordt daarbij teruggeslingerd – tegen de draairichting van het werktuig in. Dit kan er toe leiden dat u de controle over het apparaat verliest – letselrisico voor de gebruiker en vomstanders. Gebruik de metalen snijwerktuigen niet in de buurt van schuren, metalen posten, grenspalen of funda-menten. Snijdraad verlengenVoor het verlengen van de snijdraad, de motor volgas laten draaien en met de draadkop (1) op de grond tikken. De draad wordt automatisch verlengd.
Het mes aan de beschermkap snijdt de draad af op de vereiste lengte af (afb. 28). Belangrijk: Gebruik in de draadspoel geen me-taaldraad of metaaldraad met kunststofmantel van welke aard dan ook. Dit kan tot ernstig letsel bij de gebruiker leiden. LET OP: Verwijder regelmatig alle gras- en onk-ruidresten om het verhitten van de schachtbuis te voorkomen. Gras-/onkruidresten gaan vastzitten onder de beschermkap (afb. 19), dit verhindert een voldoende koeling van de schachtbuis. Verwijder.
NL-10NL | Gebruiksaanwijzingde resten voorzichtig met een schroevendraaier of iets dergelijks. Snijdraad vernieuwen1. Verwijder de sluitschroef door deze rechtsom te draaien (afb. 30). 2. Verwijder de draadspoel en veer van de spil (afb. 30). 3. Verwijder de resterende snijdraad. 4. Plaats een 6 m x 2,0 mm draad in 2 helften aan elkaar. Leg het einde van de lus in de gleuf van de draadspoel (afb. 31). De gleuf bevindt zich in het centrale deel, dat beide draadkamers scheidt. 5. Wikkel beide draadhelften gelijktijdig op de spoel. De wikkelrichting is in de spoel gebosseleerd: „Wind Cord“. Let op de vaste spanning en let er dat beide draadhelften zich in het betreffende afzonderlijke spoelhuis bevinden. Wikkel de draad op tot er telkens 15 cm draadlengte resteert (afb. 32). 6. Voer de betreffende einden van het snoer door de openingen aan de tegenoverliggende zijde van de spoel. (afb. 33).
7. Leid de veer over de spil en rijg de draadeinden door de ogen in de behuizing (afb. 34). 8. Leid de spoel in de behuizing terwijl u de draadeinden door de ogen trekt. Zorg ervoor, dat de veer correct ten opzichte van de spoel en behuizing gepositioneerd is (afb. 34). 9. Is de spoel in de behuizing geplaatst, drukt u die stevig in de behuizing, zodat de veer gespannen is. Trek stevig aan beide einden van de draad zodat deze niet tussen spoel en behuizing vastgeklemd zit. Houd de veerspanning door constante druk op de spoel in de behuizing en bevestig de schroef rechtsom. Draai de schroef alleen met de hand vast (afb. 35). 10. Kort de draadsnoer in tot ca. 17 cm, om de motor in de start- en opwarmfase geringer te belasten (afb. 15). Onderhoud en reparaties LET OP. - Draag bij het onderhoudswerkzaamheden altijd stevige beschermende handschoenen.
Voer geen onderhoud uit bij een warme motor. Luchtlter (afb. 36+37)Om het luchtlter te reinigen:1. Draai de borgschroef (x) uit het luchtlterdeksel (afb. 36). 2. Reinig het lter met water en zeep. Gebruik nooit benzine. 3.
Laat het lter in de lucht drogen. 4. Zet het lter er nu in omgekeerde volgorde in terug. AANWIJZING: Vervang het luchtlter wanneer het vers-leten, beschadig of sterk vervuild is. Tankdop/brandstoflter LET OP: Voordat het vervangen wordt, de brandstof uit het apparaat verwijderen en in een goedgekeurde houder opslaan. De tankdop voorzichtig openen, opdat de bestaande druk langzaam kan afnemen. AANWIJZING: Houd het ontluchtingsventiel en het tank-deksel schoon (afb. 38). 1. De brandstofzuigkop en het lter (A) met een haak o. i. d. uit de tank trekken (afb. 39). 2. Trek de zuigkop er door een draaibeweging af (afb. 39). 3. Vervang het lter. AANWIJZING: Gebruik de trimmer nooit zonder brandstof-lter. Ernstige motorschade kan het gevolg zijn. CarburateurinstellingDe carburateur is in de fabriek optimaal ingesteld.
Mochten verdere instellingen nodig zijn, neem dan contact op met uwplaatselijke servicedienst. Bougie1. Bougie elektrodeafstand = 0,6 -0,7 mm (afb. 40)2. Draai de bougie met een aanhaalmoment van12-15 Nm vast. Zet de ontstekingsplug op debougie. LET OP: Alle onderhoudswerkzaamheden die niet staan vermeld in de gebruikshandleiding, moeten bij een erkende dealer worden uitgevoerd Voor het waarborgen van een constant en beoogd gebruik mogen uitsluitend ORIGINELE RESERVEONDERDELEN worden gebruikt. Slijpen van het draadsnoermes1. Verwijder het maaimes (E) van de beschermkap (F) (afb. 41). 2. Bevestig het mes in een bankschroef. Slijp het mes met een platte vijl. Vijl voorzichtig om de scherphoek te behouden. Vijl steeds in één richting.
TRANSPORT • Wanneer de machine vervoerd wordt met een voertu-ig, moet het op dusdanige wijze worden geplaatst dat er voor niemand gevaar kan ontstaan en stevig wordt bevestigd. • Controleer of er tijdens het transport geen benzine weglekt. Vermijd schade en letsel. • Bij het transport en de opslag van het apparaat moet de mesbescherming zijn aangebracht. Opslag 1.
Alle voorafgaande onderhoudsvoorschriften opvolgen. 2. De trimmer heel goed reinigen en de metalen delen invetten. 3. De brandstoftank leeg maken en het deksel er weer opschroeven. 4. Als de tank geleegd is, de motor starten. 5. Laat de motor stationair lopen tot hij stopt om de brandstof uit de carburateur te halen. 6. Laat de motor afkoelen (ongeveer 5 minuten). 7. Draai de bougie met een bougiesleutel los. 8. Doe een theelepel zuivere 2-taktolie in de branderka-mer. Trek langzaam meerdere keren aan de startkabel om de olie binnenin de motor te verdelen. Plaats de bougie weer. 9. Bewaar het apparaat op een koele, droge plaats, uit de buurt van open vlammen en hittebronnen zoals geisers, olieketel enz.
NL-11NL | GebruiksaanwijzingWeer in bedrijf stellen1. Verwijder de bougie.2. Trek snel aan de startkabel om de resterende olie uit de verbrandingskamer te verwijderen.3. Reinig de bougie en controleer de elektrodeafstand ervan. Vervang de bougie indien nodig.4. De machine voorbereiden voor het gebruik.5. Vul de tank met het juiste brandstof-/oliemengsel. Zie hoofdstuk “Brandstof en olie”.MOTORSTORINGEN VERHELPENPROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK CORRECTIEDe motor start niet of start, maar loopt niet verderVerkeerde startprocedure Neem de aanwijzingen in deze handlei-ding in acht.Verkeerd ingesteldcarburatiemengsel.Laat de carburateur door eengeautoriseerde servicedienst instellen.Bougie onder het roet Bougie reinigen/instellen of vervangen.Verstopt brandstoflter. Vervang het brandstoflter.De motor start, maar draait niet met vol vermogen.Verkeerde hendelpositie op de choke.
Zet de hendel op RUN (gebruik)Vervuild vonkenvanger. Vervang de vonkenvanger.Vervuild luchtlter Filter verwijderen, reinigen en weer plaatsen.Verkeerd ingesteld carburatie-mengsel.Laat de carburateur door eengeautoriseerde servicedienst instellen.Motor stottert. Verkeerd ingesteld carburatiemengsel. Laat de carburateur door een geautorise-erde servicedienst instellen.Gering vermogen bij belasting.Motor loopt onregelmatig. Verkeerd ingestelde bougie. Bougie reinigen/instellen of vervangen.Overmatige rookontwikkeling. Verkeerd ingesteld carburatiemengsel. Laat de carburateur door een geautorise-erde servicedienst instellen.Verkeerd brandstofmengsel. Gebruik het juistebrandstofmengsel (verhouding 40:1).
NL-12NL | GebruiksaanwijzingAfvalverwerking en milieubeheerRestanten van kettingolie resp. van een 2-taktmengsel nooit in de afvoer resp. in de riolering of in de grond laten weglopen, maar volgens de milieuvoorschriften bij het afval aanbieden, bijvoorbeeld bij een afvalverwerkingsstation. Wanneer uw apparaat op zeker moment niet meer te gebruiken is of wanneer u het niet meer nodig heeft, gooi het apparaat dan nooit weg bij het gewone huis-, tuin- en keukenafval, maar verwijder het overeenkomstig de milieuvoorschriften. Leeg de olietank en de benzinetank goed en bied het restant aan bij een afvalverzameldepot. Bied het apparaat eveneens bij een recyclingbedrijf aan. Kunststof onderdelen en metalen onderdelen kunnen hier worden gescheiden en voor hergebruik geschikt worden gemaakt. Informatie hierover kunt u ook krijgen bij uw gemeente.
GarantievoorwaardenVoor dit benzine apparaat geven wij onafhankelijk van de verplichtingen die de handelaar volgens de koopo-vereenkomst ten opzichte van de eindafnemer heeft, als volgt garantie:De garantieperiode bedraagt 24 maanden en begint bij de overdracht, welke door een originele koopbon bewe-zen moet kunnen worden. Bij commerciële toepassing alsook bij verhuur is de garantie beperkt tot 12 maanden. Uitgezonderd van de garantie zijn de slijtbare onderdelen en de schades die ontstaan zijn door het gebruik van verkeerde accessoires, door reparaties met onderdelen die niet origineel bij dit apparaat horen, door gebruik van geweld, door slag en breuk, alsook door opzettelijke overbelasting van de motor. Inruil op basis van de garan-tie heeft enkel betrekking op de defecte onderdelen, niet op complete apparaten.
ReserveonderdelenHeeft u accessoires of reserveonderdelen nodig, neem dan contact op met onze servicedienst. Gebruik bij de werkzaamheden met dit apparaat geen accessoires, behalve degene die door ons bedrijf worden aanbevolen. Anders kunnen de bediener of de in de om-geving aanwezige omstanders ernstig letsel oplopen of kan het apparaat worden beschadigd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met IKRA IBF 25-1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grastrimmer IKRA
Handleiding Grastrimmer
Nieuwste handleidingen voor Grastrimmer