Husqvarna Emerald 122 Handleiding


Pagina's 48 Nederlands Naaimachine

Bekijk de handleiding van Husqvarna Emerald 122 gratis online of download de PDF. 22 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Handleiding

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Husqvarna
Categorie: Naaimachine
Model: Emerald 122

Handleiding Husqvarna Emerald 122 – volledige tekst

Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.Deze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje. • Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door personen (ook kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale functies, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of geïnstrueerd worden over het gebruik van de naaimachine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. • Kinderen moeten onder toezicht staan, zodat ze niet met de naaimachine kunnen spelen. • Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan. • Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.

• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke. • Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn. • Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald. • Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven. • Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).Let op!

Dit product moet op een veilige manier gerecycled worden volgens de geldende nationale wetgeving voor elektrische/elektroni-sche producten. Raadpleeg bij twijfel uw leverancier voor advies.

Plaats uw vingers links onder de verleng-tafel en trek de tafel naar links.Voor het naaien van mouwen, banden, broekspijpen of andere ronde kleding-stukken. Voor het stoppen van sokken of verstel-len van knieën of ellebogen.Schuif de verlengtafel op de machine, steek de pennen in de openingen en duw de verlengtafel aan tot deze op zijn plaats klikt. Pen Opening Sommige stoffen geven nog verf af, waardoor andere stoffen of uw naaimachine kunnen verkleuren. Het kan moeilijk of onmogelijk zijn om deze verkleuring te verwijderen. Fleece- en denimstof in met name rood en blauw bevatten vaak overtollige verf. Wanneer u vermoedt dat uw stof/kledingstuk overtollige verf bevat, dan altijd voorwassen voordat u het naait of borduurt om verkleuring te voorkomen.

Zet de hoofdschakelaar op uit.Steek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting op de machine.Steek het ene uiteinde van het snoer in de machine en het andere uiteinde in het stopcontact.Zet de machine aan. Aan/Uit knop Stekker van voetpedaal Machinestekker Machineaansluiting Stekker Stopcontact Voordat u het snoer aansluit eerst controleren of de spanning en frequentie van de machine overeenkomen met uw elektrische voeding. Welk type voetpedaal bij welke machine hoort, vindt u in de onderstaande tabel.Model 21361Emerald 122 en 118 120 V of 230 – 240 VModelYC-190Emerald 116230 – 240 VModelYC-482Emerald 116120 V

U kunt de naaisnelheid op twee manie- ren instellen; met de snelheidsregelschuif of met het voetpedaal. Met de snelheidsregelschuif kunt u de naaisnelheid aan uw wensen aanpassen. De stand van de schuif bepaald hoe snel u kunt naaien.Schuif de regelaar naar rechts om de snelheid te verhogen.Schuif de regelaar naar links om de snel-heid te verlagen.U kunt de naaisnelheid instellen met het voetpedaal. Hoe verder u het voetpedaal indrukt, hoe sneller uw naaimachine gaat naaien.Indien u het voetpedaal tot het einde indrukt, naait de machine op dezelfde maximumsnelheid als met de snelheids-regelschuif.Als u de naald automatisch boven of in de stof wilt laten stoppen, drukt u op deze toets. Tegelijkertijd wordt de instel-ling van de naaldstoppositie gewijzigd. Naald omhoog/omlaag

het tijdelijk naaien voor het in elkaar zetten van kledingstukken, het maken van plooien en doorslaan. Gebruik de maximale steeklengte.door rijgen ontstaan perma-nente gaten in leder en vinyl. zorgt voor een on-zichtbare zoom in kledingstukken. Wordt niet aanbevolen voor dunne stoffen of leder/vinyl. selecteert de best zichtbare steek voor een doorgestikte zoom voor het stoftype dat u heeft gekozen. naait het knoopsgat dat het beste bij uw stof past. Stof Naaivoetdruk Naaitechniek Steek Naaivoet Draadspanning Steeklengte Steekbreedte

Wanneer u de hendel voor achteruit naaien omlaag duwt, naait de machine achteruit. Zo lang u de hendel ingedrukt blijft houden, zal de machine achteruit naaien. Hendel voor achteruit naaienVoor stoffen met een verschillende dikte, draait u de regelknop om de juiste druk van de naaivoet op de stof in te stellen. Voor normaal naaien moet de knop op 3 staan.Draai de knop op 2 voor applicaties, ajour borduurwerk en rijgen. Stel de druk in op 1 voor het naaien van stretch-stoffen, chiffon, kant, organza en andere À jne stoffen. Zet de knop op 0 voor naaien uit de vrije hand.

De naaivoet kan met de persvoetlichter omhoog en omlaag worden gebracht. De naaivoet moet omlaag worden gebracht om te naaien.Wanneer de persvoetlichter zo ver moge-lijk omhoog wordt gebracht, kan de hef-hoogte van de naaivoet nog 0,6 cm extra worden verhoogd. Zo kunt u de naaivoet gemakkelijker verwijderen of dikke stof onder de naaivoet leggen. Naaivoet omlaag Normale hoogte Extra hefhoogte Zet de Aan/Uit knop op uit.Zorg ervoor dat de naald in de hoog-ste stand staat. Trek de naaivoet naar u toe. Om de naaivoet te plaatsen, zorgt u dat de dwarspen op de voet zich tussen de veer en de naaivoethouder bevindt. Druk het naar achteren totdat de voet vastklikt.

Zet de machine uit.Voor uw machine worden de standaard naalden gebruikt. Breng de naaivoet omlaag. Maak de naaldklemschroef los door deze tegen de klok in te draaien. Verwijder de naald. Duw de nieuwe naald zo ver moge-lijk omhoog met de platte zijde van u af. Draai de schroef stevig vast door hem rechtsom te draaien. Stop Platte zijde Naaldklemschroefleg de platte zijde van de naald op een vlakke ondergrond (steekplaat, glas enz.).De opening tussen de naald en de vlakke ondergrond moet consistent zijn.Gebruik in geen geval een botte naald. Een beschadigde naald kan blijvende haakjes en ladders in gebreide stoffen, zijde en zijdeachtige stoffen veroorzaken. Controleer uw naalden regelmatig op beschadigingen en botte punten.

Plaats het klosje zo op de garenpen dat de draad afrolt zoals afgebeeld.Bij grote klossen wordt het grote schijfje voor de draad geplaatst. Als u kleine klossen gebruikt, dient het kleine schijfje voor de draad te worden geplaatst. Grote garenschijf Kleine garenschijf Zet de machine uit. Schuif de vrijgaveknop voor het spoelhuisdeksel naar rechts en ver-wijder het deksel. Vrijgaveknop Spoelhuisdeksel Verwijder het spoeltje.

Trek het handwiel uit om de machine in de opspoelstand te zetten (de naald beweegt niet meer). Geleid de draad rond de spangeleider voor de onderdraad in de spanschijf. Steek de draad van binnen naar buiten door het gat in het spoeltje. Plaats het spoeltje op de spoelas, waarbij het losse uiteinde van de draad er naar boven toe uitsteekt. Schuif de spoelas naar rechts. Verschuif de spoelas nooit terwijl de machine draait. Terwijl u het vrije uiteinde van de draad vasthoudt, drukt u op het voetpedaal. Stop de machine nadat het spoeltje een paar omwentelingen is gedraaid, en knip de draad af zoals afgebeeld. Druk nogmaals op het voetpedaal. Wanneer het spoeltje vol is, stopt het spoelen automatisch. Zet de spoelas weer in zijn oorspronkelijke positie door deze naar links te schuiven, en knip de draad af zoals afgebeeld.

Zet de Aan/Uit knop op uit. Plaats het spoeltje in het spoelhuis met de draad naar buiten zoals afge-beeld. Geleid de draad naar de voorste inkeping (a) aan de voorkant van het spoelhuis. Trek de draad naar links en schuif hem daarbij tussen de delen van de spanveer. Trek de draad voorzichtig verder tot deze in de inkeping (b) aan de zijkant glijdt. Trek de draad nog ca. 10 cm aan. Breng het spoelhuisdeksel aan. Contro leer het inrijgen van de draad aan de hand van de afbeelding op het spoelhuisdeksel.

Zet de Aan/Uit knop op uit.Zorg dat de naaivoet omhoog staat en de naald zich in zijn hoogste stand bevindt. Neem de draad van het klosje en steek deze door de draadgeleider. Trek de draad vervolgens door de rechter groef. Geleid de draad rond de onderkant van de draadgeleiderplaat. Trek de draad stevig van rechts naar links over de draadhefboom en breng hem omlaag door het oog van de draadhefboom. Haak de draad vanaf de linkerkant achter de draadgeleider van de naald-stang. Gebruik de naaldinsteker om de draad in de naald te steken (zie pagina 15).

Zet de Aan/Uit knop op uit. Zet de naald in de hoogste stand. Breng de draadinsteker zo ver mo-gelijk omlaag. Het haakje komt van achteren door het oog van de naald. Geleid de draad van links rond de geleider en onder het haakje door. Geleider Haakje Ontspan de knop langzaam terwijl u het uiteinde van de draad met de hand vasthoudt. De draad wordt in een lus door het oog van de naald getrokken. Trek de rest van de draad door het oog van de naald.

Zet de naald in de hoogste stand.Draai de steekkeuzeknop tot het num-mer van de gekozen steek bij het merk-teken staat. Steekkeuzeknop Merkteken Breng de naald altijd omhoog boven de stof en de naaivoet voordat u de steekkeuzeknop draait.Draai het steeklengtewieltje tot het num-mer van de gekozen steek bij het merk-teken staat. Hoe hoger het nummer, hoe langer de steek.Het symbool laat de afstelling voor het naaien van knoopsgaten zien. Wieltje voor steeklengteZet het wieltje voor de steeklengte op “stretch” wanneer u stretchsteken naait. Breng de naald altijd omhoog boven de stof en de naaivoet voordat u het steeklengtewieltje draait.

Indien de stretchsteken niet in balans zijn terwijl u een bepaalde stof naait, ba-lanceer ze dan door het steeklengtewiel-tje binnen het stretchgebied te draaien.Als de steken te los (a) zijn, corrigeer ze dan door het wieltje in de “–” richting te draaien. Als de steken te dicht bij elkaar (b) staan, corrigeer ze dan door het wiel-tje in de “+” richting te draaien.Draai het steekbreedtewieltje tot het nummer van de gekozen steek bij het merkteken staat.Hoe hoger het nummer, hoe breder de steek. Wieltje voor steekbreedte Merkteken Breng de naald altijd omhoog boven de stof en de naaivoet voordat u het steekbreedtewieltje draait.De naaldpositie voor het naaien van rechte steken kunt u met het steekbreed-tewieltje instellen tussen het midden (5) en uiterst links (0).

De draadspanning moet afhankelijk van het te naaien materiaal, de lagen stof en de naaitechniek worden ingesteld.Bij de ideale rechte steek hechten de boven- en onderdraad, zoals afgebeeld, tussen twee lagen stof in elkaar.Voor een ideale zigzagsteek is de on-derdraad niet te zien aan de goede kant (bovenkant) van de stof, en de boven-draad is net zichtbaar aan de verkeerde kant (onderkant) van de stof. Bovendraad Onderdraad Bovenkant OnderkantDe onderdraad verschijnt aan de boven-kant van de stof. Wanneer u het wieltje op een lager nummer draait, verlaagt u de spanning.De bovendraad verschijnt aan de onder-kant van de stof. Wanneer u het wieltje op een hoger nummer draait, verhoogt u de spanning.

Raadpleeg de naaigids referentiekaart voor de gemakkelijkste manier om de beste steek, steeklengte, steekbreedte, draadspanning, naaivoet en naaivoetdruk voor uw naaitechniek en stof te bepalen.Eenvoudige zigzagsteken worden hoofd-zakelijk gebruikt voor het afwerken, aanzetten van knopen enz.Bij het gebruik van naaivoet J voor de driestaps zigzagsteek, moet u eerst controleren of de naald de pen in de opening van de steekplaat niet raakt.De driestaps zigzagsteek is geschikt voor het afwerken van de meeste stoffen. Het wordt gebruikt voor de naadtoeslag om te voorkomen dat de stof aan de randen gaat rafelen. Zorg ervoor dat de naald precies over de rand van de stof naait.De overlocksteek naait de naad en werkt tegelijkertijd de rand af.

Machine-instelling Soort steek: 1 Steekbreedte: 0 of 5Steeklengte: stretch Draadspanning: 2 – 5Naaivoet: naaivoet ADeze steek is sterker dan de gewone rechte steek, omdat het een drievoudige en elastische steek is.De versterkte rechte steek kan worden gebruikt voor dikke stoffen, voor naden die veel te verduren hebben en bij door-stikken in dikke stoffen.Machine-instelling: Steek: 2 Steekbreedte: afstellen indien nodig Steeklengte: naar keuze Draadspanning: 3 – 7 Transporteur: omlaag Geef op de stof aan waar de knoop moet worden aangezet. Laat de transporteur verzinken. Leg de stof onder de naai-voethouder. Leg de knoop op de marke-ring en breng de naaivoetstang omlaag, zodat deze zich tussen de openingen in de knoop bevindt. Trek de draadeinden naar één kant. Draai het handwiel om te controleren of de naald correct in de openingen in de knoop gaat. Naai 5 - 6 steken.

Draai het steekbreedtewieltje op 0 en hecht de draden met enkele steken af. Gebruik deze techniek nooit voor knopen die minder dan 1 cm breed zijn. Breng de transporteur na het aanzetten van de knoop weer omhoog.

Machine-instelling Soort steek: Steekbreedte: 4 – 5 Steeklengte: Draadspanning: 3 – 5 Naaivoet: Automatische knoopsgatvoet R De grootte van het knoopsgat wordt automatisch ingesteld indien u de knoop in de automatische knoops-gatvoet R legt. De knoophouder op de voet meet de diameter van de knoop tot max. 2,5 cm. Maak een oefenknoopsgat op een proeÁ apje en gebruik daarbij dezelfde versteviging en stof als bij het eigenlijke kledingstuk. Gebruik verstevi-ging bij alle stoffen. Draai het handwiel naar u toe om de naald in de hoogste stand te zetten. Bevestig de automatische knoopsgat-voet R Trek de knoophouder naar achte-ren en leg de knoop erin. Duw de knoophouder terug tegen de knoop, zodat deze stevig wordt vastgehouden.

Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag. Knoopsgathendel Breng de naaivoet omhoog en steek de bovendraad door het oog en onder de naaivoet door. Trek beide draden naar links. Leg de stof onder de naaivoet en breng de naald om-laag bij het beginpunt. Breng de voet omlaag. Bovendraad Onderdraad Opening Beginpunt Zorg dat er geen ruimte tussen de lip en de front stop zit. Als er ruimte tussen zit, zal de lengte van de rechter en linker stekenrij van het knoopsgat verschillend zijn. Lip Front stop Verschil Er mag geen tussenruimte zijn.

Langzaam naaien. De machine zal het volledige knoopsgat naaien. Stop de machine op het beginpunt wan-neer het knoopsgat klaar is.De machine naait de voorste trens en linker stekenrij het eerst, daarna de achterste trens en rechter stekenrij. Breng de naaivoet omhoog en verwijder de stof. Knip de boven- en onderdraad af, maar zorg dat er ca. 10 cm vrije draad overblijft. Trek de bovendraad naar de achterkant van de stof door aan de onderdraad te trekken. Knoop de draden vervol-gens vast. Steek een speld aan het begin van elke trens, zodat u zich geen zorgen hoeft te maken dat u door de trenzen van het knoopsgat snijdt. Snij het knoopsgat dan open met het tornmesje.Voor het naaien van het volgende knoopsgat zet u de steekkeuzeknop op , dan weer op , zoals afgebeeld. Verplaats de stof naar de markering voor het volgende knoopsgat.Druk daarna op het voetpedaal en naai een identiek knoopsgat.

Duw de knoopsgathendel zo ver mogelijk omhoog wanneer u klaar bent.Draai het steeklengtewieltje binnen het gebied om de steekdichtheid voor het knoopsgat in te stellen. Maak een testknoopsgat wan-neer de knoop heel dik is. Wanneer de knoop moeilijk door het testknoopsgat past, maakt u het knoopsgat langer door de knoophouder naar achteren te trekken. Opening

Machine-instelling: Soort steek: Steekbreedte: 4 – 5 Steeklengte: Draadspanning: 3 – 5 Naaivoet: Automatische knoopsgatvoet R Breng de knoopsgatvoet omhoog, haak de inlegdraad rond het grijperje aan de achterkant van de knoopsgat-voet. Geleid de inlegdraad onder de voet door en haak de inlegdraad in de inkepingen aan de voorkant van de voet om deze goed vast te kun-nen houden. Grijper Trek zowel de boven- als onderdraad naar links. Breng de naald omlaag in de stof op de plaats waar het knoopsgat moet beginnen en breng de voet omlaag. Druk het voetpedaal voorzichtig in en naai het knoopsgat over de inlegdraad. De naaivolgorde is gelijk aan die van het automatische knoopsgat. Bovendraad Onderdraad Beginpunt Trek aan het linker uiteinde van het koord om het strak te trekken. Steek het uiteinde van het koord door een stopnaald, steek het koord naar de achterkant van de stof en knip het af.

Raadpleeg de beknopte naaigids referentie-kaart voor de aanbevolen instellingen.Wanneer de diameter van de knoop gro-ter is dan 2,5 cm, moet het knoopsgat als volgt handmatig worden gemaakt: Plaats knoopsgatvoet C. Trek de knoopsgathendel zo ver mo-gelijk omlaag. Trek zowel de boven- als onderdraad naar links. Breng de naald omlaag in de stof op de plaats waar het knoopsgat moet beginnen en breng de voet omlaag. Bovendraad Onderdraad Beginpunt

Leg de goede kanten van de stof op elkaar. Naai een naad vanaf de on-derkant 2 cm vanaf de rechter rand tot het einde van de ritsopening. Naai nog enkele steken achteruit om af te hechten. Verlaag de steeklengte tot “4”, zet de bovendraadspanning op “1”, en rijg de lengte van de rits-opening. 2 cm Rijgen Achteruit naaien Einde van de opening Rechte steek Bevestig de ritsvoet met de naald-stang aan de rechterzijde. Vouw de rechter naadtoeslag naar onderen om een vouw van 0,2 cm te maken. Onderste laag Einde van de opening Ritstanden Marge van 0,4 cm Verkeerde kant van de stof Openingsmaat Vouw Rijgsteeklijn Leg de ritstanden naast de vouw en speld de rits vast. Lijn de ritsvoet met de vouw. Zet de draadspanning en steeklengte terug op de originele instelling. Naai een naad langs de hele lengte van de ritsband, verwijder de spelden tijdens het naaien.

Verwijder de ritsvoet en bevestig hem weer met de stang aan de linkerzijde. Geleid de rand van de voet langs de ritstanden en stik door de stof en de ritsband op ca. 1 cm afstand van de rijglijn. Stop circa 5 cm vanaf de bovenkant van de rits. Verwijder de rijgdraad 1 cm Rits de rits een paar centimeter open, zodat u ruimte heeft om te naaien. Aan het einde van de naad naait u een paar steken achteruit om af te hechten. Nadat de rits aan beide zijden is genaaid, gebruikt u het tornmesje om de rest van de rijgsteken te verwijderen.

Raadpleeg de Naaigids referentiekaart voor de aanbevolen instellingen.Bij het naaien van schuimrubber, plastic, stoffen met plasticlaag, leder en imitatie- leer, glijdt de glijvoet H soepel over de stof zonder te haperen. Gebruik de naaivoet voor gewoon naaien en het maken van knoopsgaten in plastic of lederen stoffen.Bevestig glijvoet H.Kies de betreffende steek en begin met naaien.De quiltgeleider zorgt ervoor dat de stik-lijnen recht blijven.Schuif de geleider in de klem op de naai-voethouder. Pas de geleider naar links of naar rechts aan voor de juiste positie. Naai en geleid de quiltgeleider over de vorige rij steken. Klem Quiltgeleider TussenruimteCordonsteken, tapse steken en decora-tieve steken. Lengte naar keuze. De tun-nel aan de onderkant van de voet glijdt soepel over de steken. Omdat de voet transparant is met rode lijnen, zijn het zicht en de nauwkeurigheid verbeterd.

Rimpel de stof of rimpel de stof en maak een rouche. Geschikt voor dunne tot normale stoffen. Rechte steek, (linker naaldpositie), lengte 4. Hoe langer de steek, hoe meer de stof wordt gerim-peld. Bevestig de rimpelvoet. Leg de stof onder de rimpelvoet en begin met naaien. Verhoog de spanning van de bovendraad voor strakkere rimpels. Leg de te rimpelen stof onder de naai-voet met de goede kant boven. Leg de stof waarvan de rouche wordt gemaakt in de gleuf van de voet met de goede kant omlaag. Begin met naaien en geleid de stof maar trek er niet aan. Houd de bovenste stof in de gleuf en laat dit zo constant moge-lijk meebewegen. Verhoog de steeklengte en spanning van de bovendraad voor meer rimpels.Naai een kleine 1/4" naadtoeslag. De rode lijnen geven de 1/4" en 1/8" keerpunten voor en achter de naald aan. Rechte steek, lengte 2,0 – 2,5.

Zet de Aan/Uit knop op uit.Demonteer de machine uitsluitend zoals beschreven in dit hoofdstuk. Reinig de buitenkant van de machine met een zachte doek en milde zeep. Verwijder de naald en naaivoet. Verwij-der de schroef aan de linkerkant van de steekplaat met de bij de machine geleverde schroevendraaier. Verwijder de steekplaat en het spoeltje. Schroef Til het spoelhuis op en verwijder het. Borstel stof en textielresten weg. Maak de transporteur en grijper met het borsteltje schoon. Veeg het geheel met een droge, schone doek schoon. U kunt ook een stofzuiger gebruiken.

Zet de Aan/Uit knop op uit. Plaats het spoelhuis in de grijper. Controleer of de knop van het spoel-huis precies naast de stopper in de grijper past. Knop Stopper Plaats het spoeltje. Plaats de steek-plaat, steek de twee geleidingspen-nen van de steekplaat in de gaten in de steekplaat. Plaats de schroef weer. Geleidingsgaten Schroef Zet de Aan/Uit knop op uit. Wacht tot de gloeilamp is afgekoeld voordat u deze aanraakt.Verwijder de kap en de schroef. Verwij-der de voorplaat. Emerald 116 (max 15 W)Verwijderen: Druk de lamp in en draai hem naar links.Vervangen: Druk de lamp in en draai deze naar rechts. Emerald 118 en 122 (12 V, 5 W)Verwijderen: Langzaam eruit trekkenVervangen: Indrukken

ReferentiesPagina 14Pagina 20Pagina 10Pagina 10Pagina 21Pagina 22Pagina 13Pagina 40Vervang het spoeltje. Pagina 10Pagina 10Pagina 21Pagina 10Pagina 10Pagina 14Vervang de naald. Pagina 20Pagina 14Maak de steek korter. Pagina 40Maak de steek langer. Pagina 8Pagina 20Pagina 5Pagina 40Pagina 12Pagina 40Pagina 40Pagina 29Gebruik versteviging. Pagina 8Pagina 32Pagina 32Pagina 27Pagina 27Oorzaak 1. Bovendraad onjuist ingeregen. 2. Bovendraad te strak. 3. De naald is verbogen. 4. Naald onjuist geplaatst. 5. De boven- en onderdraad zijn bij de start niet onder de naai-voet geplaatst. 6. De draden werden na het naaien niet naar achteren getrokken. 1. De onderdraad is niet correct in het spoelhuis geregen. 2. Textielresten in spoelhuis. 3. De spoel is beschadigd en draait niet goed. 1. De naald is onjuist geplaatst. 2. De naaldklemschroef zit los. 3.

De draden werden na het naaien niet naar achteren getrokken. 4. Naald onjuist aangebracht, verbogen of bot. 5. De naald c. q. het garen is ongeschikt voor de betreffende stof. 1. Bovendraad onjuist ingeregen. 2. Slechte kwaliteit naald gebruikt. 3. Bovendraad te strak. 1. Bovendraad onjuist ingeregen. 2. De steeklengte is te groot voor de stof. 1. Transporteur vol met textielresten. 2. De steeklengte is te kort. 3. De transporteur is na het naaien in de ”verzonken stand” niet omhoog gebracht. 1. Bovendraad te los. 1. De machine is niet op het net aangesloten. 2. Draad vast in de grijper. 3. De spoelas staat nog in de opspoelpositie. 1. Draad vast in de grijper. 2. Textielresten in het spoelhuis of de grijper. 1. De steekdichtheid is niet geschikt voor de te naaien stof. 2. Er is geen versteviging gebruikt bij het naaien van stretchstoffen. 1. Druk van naaivoet onjuist afgesteld. 1.

VIKING, KEEPING THE WORLD SEWING & bijbehorend ontwerp en EMERALD zijn handelsmerken van KSIN Luxem-bourg II, S.ar.l. HUSQVARNA en het “gekroonde H” merkte-ken zijn handelsmerken van Husqvarna AB.Alle handelsmerken worden onder licentie gebruikt door VSM Group AB.Wij behouden ons het recht voor de machine-uitrusting en het as sor ti ment toebehoren zonder voorafgaande kennisgeving te wij zi gen of wijzigingen aan te brengen in de prestaties of het ont werp.Dergelijke wijzigingen zullen echter altijd in het voordeel zijn van de gebruiker en ten goede komen aan het product.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna Emerald 122 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden