Husqvarna Automower 435X AWD NERA Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna Automower 435X AWD NERA (72 pagina’s), behorend tot de categorie Robotmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 62 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna Automower 435X AWD NERA of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna |
| Categorie: | Robotmaaier |
| Model: | Automower 435X AWD NERA |
Handleiding Husqvarna Automower 435X AWD NERA – volledige tekst
Inhoud1 Veiligheid1. 1 Veiligheidsdefinities. 41. 2 Algemene veiligheidsinstructies. 41. 3 Veiligheidsinstructies voor installatie. 51. 4 Veiligheidsinstructies voor bediening. 51. 5 Veiligheidsinstructies voor onderhoud. 61. 6 Veiligheid bij accu's. 61. 7 Product optillen en verplaatsen. 62 Inleiding2. 1 Steun. 82. 2 Productbeschrijving. 82. 3 Productoverzicht. 92. 4 Symbolen op het product. 102. 5 Led-statusindicator. 112. 6 Symbolen op de accu. 112. 7 Symbolen op het display. 112. 8 Overzicht menustructuur in Automower®Access. 122. 9 Symbolen in de app. 132. 10 Algemene gebruiksinstructies. 132. 11 Schade aan het product. 133 Installatie met EPOS™-technologie3. 1 Inleiding - installatie. 143. 2 Systeemoverzicht voor EPOS™-installatie. 143. 3 Hoofdonderdelen voor de installatie. 153. 4 Voorbereiden op installatie. 153. 5 Onderzoeken waar het laadstation moetworden geplaatst. 153.
6 Onderzoeken waar het laadstation moetworden geplaatst. 153. 7 Onderzoeken waar de voeding moetworden geplaatst. 163. 8 Onderzoeken waar de virtuele grenzenmoeten worden geïnstalleerd. 173. 9 Montage van het product. 194 Installatie met begrenzingsdraad4. 1 Inleiding - installatie. 254. 2 Hoofdonderdelen voor de installatie. 254. 3 Voorbereiden op installatie. 254. 4 Vóór de installatie van de draden. 254. 5 Montage van het product. 305 Instellingen5. 1 Schema. 345. 2 Maaihoogte. 345. 3 Patroon. 345. 4 Werking. 355. 5 Installatie-instellingen. 355. 6 Accessoires. 375. 7 Algemeen (alleen Bluetooth®). 375. 8 Veiligheid. 375. 9 Automower® Connect (alleen Bluetooth®). 385. 10 Meldingen. 385. 11 Maaiprofielen. 385. 12 Firmware draadloos downloaden(Firmware over the air FOTA). 385. 13 Automower® Intelligent Mapping (AIM). 385. 14 Het laadstation opnieuw installeren op dekaart. 385.
5 Het product in de OFF-stand zetten. 416. 6 De accu opladen. 417 Onderhoud7. 1 Introductie - onderhoud. 437. 2 Onderhoudsschema. 437. 3 Product reinigen. 447. 4 De bladen vervangen. 457. 5 Accu. 467. 6 Winterbeurt. 468 Probleemoplossing8. 1 Introductie - problemen oplossen. 488. 2 Foutpictogrammen op het Automower®Access-display. 488. 3 Meldingen. 508. 4 Led-indicator van het laadstation. 588. 5 Symptomen. 598. 6 Breuken in de lusdraad opsporen. 619 Vervoer, opslag en verwerking9. 1 Transport. 649. 2 Opslag. 649. 3 Afvoeren. 6410 Technische gegevens10. 1 Technische gegevens. 662 1404 - 017 -.
1 Veiligheid1. 1 VeiligheidsdefinitiesWaarschuwingen, voorzorgsmaatregelen enopmerkingen worden gebruikt om te wijzen opbelangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruiktom te wijzen op de kans op ernstig offataal letsel voor de gebruiker of omstanderswanneer de instructies in de handleiding nietworden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien ereen risico bestaat op schade aan hetproduct en andere eigendommen of aande omgeving wanneer de instructies in dehandleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in eenbepaalde situatie. 1. 2 Algemene veiligheidsinstructiesWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door enzorg dat u de instructies hebt begrepen voordat uhet product gaat gebruiken. Bewaren om later tekunnen raadplegen.
•Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik doorkinderen of personen met fysieke, zintuiglijke ofgeestelijke beperkingen (die van invloed kunnenzijn op het veilig bedienen van het product), ofeen gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zebegeleiding bij of aanwijzingen voor het gebruikvan het apparaat hebben ontvangen van eenpersoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Volgens EU-vereisten mag het apparaat echterworden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar enouder en andere personen die ondanks hunfysieke, sensorische of geestelijke handicap ofgebrek aan ervaring en kennis onder toezicht ofinstructie van een verantwoordelijke persoon instaat zijn veilig gebruik te maken van het apparaaten op de hoogte zijn van alle gevaren. Kinderenmogen niet spelen met het apparaat. Kinderenmogen het apparaat niet zonder toezicht reinigenof onderhouden.
• Om schade aan het product en ongelukkenmet voertuigen en personen te voorkomen, magu geen werkgebieden en transportpaden overopenbare paden installeren. •Het product is geen speelgoed. De messen vanhet product kunnen letsel veroorzaken bij mensenen dieren. • Houd kinderen jonger dan 8 jaar buiten hetwerkgebied terwijl u het product gebruikt. Kinderenen huisdieren moeten te allen tijde onder toezichtstaan. • Alle personen moeten zich op een afstand vanminimaal 3 m/10 ft van het product bevindenwanneer het in bedrijf is. Slaap of zonnebaadbijvoorbeeld niet in het werkgebied wanneer hetproduct in bedrijf is. • Er moeten waarschuwingsborden wordengeplaatst rondom het werkgebied van het productals het in openbare gebieden wordt gebruikt. De borden moeten de volgende tekst bevatten:Waarschuwing. Automatische gazonmaaier. Blijfuit de buurt van de machine. Houd toezicht opkinderen.
• Gebruik het product niet wanneer u het handmatigbedient met appDrive. Zorg ervoor dat u te allentijde een veilige en stabiele positie hebt. Zorgervoor dat er zich geen personen in de buurtvan het product bevinden wanneer het op steilehellingen werkt. Draag altijd stevig schoeisel eneen lange broek als u het product gebruikt metappDrive. • Om het product uit te schakelen gaat u achterhet product staan en drukt u op de STOP-knop. U kunt de app gebruiken om het product tepauzeren als dit van toepassing is op uw product. Wanneer het product is uitgeschakeld, moet uminimaal 3seconden wachten voordat u hetproduct verplaatst. • Zet het product op OFF voordat u een blokkadeverhelpt, onderhoud uitvoert of het productonderzoekt, en als het product abnormaal begintte trillen. Controleer het product op beschadigingvoordat u het opnieuw start. Gebruik het productniet als het beschadigd is.
• Als zich een letsel of ongeval voordoet, dient umedische hulp in te schakelen. • Plaats de voedingskabel en de verlengkabel nietin het werkgebied. Dit kan schade aan de kabelsveroorzaken. • Sluit geen beschadigde kabel of stekker aan enraak een beschadigde kabel niet aan voordatde kabel is losgekoppeld van het stopcontact. 4 - Veiligheid 1404 - 017 -.
Koppel de stekker los van het stopcontactals de kabel beschadigd raakt tijdens hetgebruik. Een versleten of beschadigde kabelverhoogt het risico op elektrische schokken. Eenbeschadigde kabel moet worden vervangen dooronderhoudspersoneel. •Wanneer u de voedingskabel op het stopcontactaansluit, moet u een aardlekschakelaar (RCD)gebruiken met een afschakelstroom van maximaal30 mA. • Laad het product alleen op in het meegeleverdelaadstation. Voor veilig afvoeren van de accuraadpleegt u Afvoeren op pagina 64. Onjuistgebruik kan leiden tot elektrische schokken,oververhitting of lekkage van corroderendevloeistof uit de accu. Spoelen met water/neutralisatiemiddel in geval van lekkage vanelektrolyt. Roep medische hulp in als er bijtendevloeistof in uw ogen komt. • Gebruik alleen originele accu's die wordenaanbevolen door Husqvarna.
De veiligheid vanhet product kan niet worden gegarandeerd metniet-originele accu's. Gebruik geen niet-oplaadbareaccu's. • Volg de installatie-instructies, inclusief deinstructies om het werkgebied te specificeren, zieInleiding - installatie op pagina 25. • Volg de instructies voor het starten en gebruikenvan het product, zie Werking op pagina 40. • Als er kans op onweer is, raadt Husqvarnaaan om de voedingskabel en alle draden naarhet laadstation los te koppelen om het risicoop schade aan elektrische componenten teverminderen. Sluit de voedingskabel en alledraden weer aan als er geen onweer meer dreigt. Het is belangrijk dat alle draden correct zijnaangesloten. • Volg de onderhoudsinstructies op en gebruikindien nodig originele reserveonderdelen vanHusqvarna, zie Onderhoud op pagina 43.
• Het product mag uitsluitend worden bediend,onderhouden en gerepareerd door personen dievolledig vertrouwd zijn met de speciale kenmerkenvan en veiligheidsregels voor het product. • Het is niet toegestaan om het originele ontwerpvan het product te wijzigen. • Volg de nationale voorschriften voor elektrischeveiligheid. • Husqvarna staat niet garant voor volledigecompatibiliteit tussen het product en andere typendraadloze systemen, zoals afstandsbedieningen,radiozenders of dergelijke. • Het ingebouwde alarm maakt een zeer hardgeluid. Let op, in het bijzonder wanneer hetproduct in een gesloten ruimte wordt gehanteerd. •Het bedrijfs- en opslagtemperatuurbereik is 0-50°C / 32-122 °F. Het temperatuurbereik voorhet opladen is 5-45 °C / 41-113 °F. Te hogetemperaturen kunnen schade aan het productveroorzaken. 1.
3 Veiligheidsinstructies voorinstallatieWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Installeer het laadstation niet in een gebied waar erstruikelgevaar bestaat. •Installeer het laadstation, inclusief accessoires,niet op een plek die zich onder of binnen 60cm / 24 inch van brandbaar materiaal bevindt. Ingeval van een storing kunnen het laadstation ende voeding heet worden en kan er brandgevaarontstaan. • Zet de voeding niet op een hoogte waar er eenrisico bestaat dat deze in het water komt te staan. Zet de voeding niet op de grond. • Kapsel de voeding niet in. Condenswater kan devoeding beschadigen en het risico op elektrischeschokken vergroten. • Installeer het laadstation niet op een plek waarzich ongedierte bevindt, zoals mieren. • Van toepassing voor USA/Canada. Als devoedingseenheid buiten is opgesteld: Risico vanelektrische schok.
Alleen aansluiten op eenafgedekt GFCI-stopcontact (RCD), klasse A, datvoorzien is van een behuizing die waterdicht is,ongeacht of de kap van de aansluitstekker isgeplaatst. • Installeer het laadstation niet op een plek waar ereen risico bestaat op water vorming. 1.
4 Veiligheidsinstructies voorbedieningWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Houd handen en voeten uit de buurt van roterendemessen. Plaats uw handen of voeten niet in debuurt van of onder het product wanneer het op ONstaat. •Gebruik de functie Parkeren of zet het product opOFF wanneer personen, vooral kinderen, of dierenzich in het werkgebied bevinden. Zie Het product1404 - 017 - Veiligheid - 5.
in de OFF-stand zetten op pagina 41. Husqvarnaraadt aan om het product in te stellen op gebruikwanneer er in het werkgebied geen activiteit is. Het product kan 's nachts letsel bij dieren in hetwerkgebied veroorzaken, bijvoorbeeld bij egels. Zie Het product in de OFF-stand zetten op pagina41. • Controleer of er geen voorwerpen zoals stenen,takken, gereedschappen of speelgoed op hetgazon aanwezig zijn. De messen kunnenbeschadigd raken als ze een voorwerp raken. • Til het product niet op en verplaats het nietwanneer het op ON is gezet. • Laat het product niet in botsing komen metpersonen of dieren. Als een persoon of dier inde baan van het product komt, moet het productonmiddellijk worden gestopt. Zie Product stoppenop pagina 41. • Zet geen objecten boven op het product of hetlaadstation. • Gebruik het product niet als de STOP-knop nietwerkt.
• Zet het product altijd op OFF wanneer u het nietgebruikt. Het product kan alleen worden gestart alsu de juiste pincode invoert. • Gebruik het product niet tegelijkertijd met een pop-up-sproeier. Gebruik de functie Schema zodat hetproduct en de pop-up-sproeier niet tegelijkertijdwerken. Zie Schema op pagina 34. • Gebruik dit product niet als er plassen water inhet werkgebied bevinden. Bijvoorbeeld als zwareregenval waterplassen veroorzaakt. 1. 5 Veiligheidsinstructies vooronderhoudWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat uonderhoud aan het product gaat uitvoeren. • Zet het product op OFF voordat u onderhoud aanhet product uitvoert. •Reinig het product niet met een hogedrukspuit. Gebruik geen oplosmiddelen om het product tereinigen. • Ontkoppel de stekker naar het laadstation voordatu reinigings- of onderhoudswerkzaamhedenverricht aan het laadstation. 1.
• Lithium-ionaccu's kunnen ontploffen of brandveroorzaken, indien gedemonteerd, kortgesloten,blootgesteld aan water, brand of hogetemperaturen. Behandel de accu voorzichtig,demonteer de accu niet, open de accu niet envoorkom elektrisch/mechanisch misbruik. Zet eenaccu niet in direct zonlicht. 1. 7 Product optillen en verplaatsenWAARSCHUWING: Het productmoet op OFF zijn gezet voordat u het optilt. Het product staat op OFF wanneer de led-indicator uitgaat. OPGELET: Til het product niet opals het in het laadstation is geparkeerd. Hierdoor kan het laadstation en/of hetproduct worden beschadigd. Druk op deSTOP-knop en trek het product uit hetlaadstation voordat u het optilt. 1. Druk op de STOP-knop om het product te stoppen. 2. Voer indien nodig de pincode in. 3. Druk 3 seconden op het draaiwiel om het productop de stand OFF te zetten. 4.
2 InleidingFabriekspincode: 1234Serienummer:Productnummer:Het serienummer en het productnummer staan op het productplaatje en op de productverpakking. •Registreer uw product op www. husqvarna. com. Voer het serienummer van het product, het productnummer ende aankoopdatum in om uw product te registreren. 2. 1 SteunNeem contact op met uw Husqvarna-dealer voorondersteuning met betrekking tot het product. 2. 2 ProductbeschrijvingLet op: Husqvarna werkt het uiterlijk en de werkingvan producten regelmatig bij. Zie Steun op pagina 8. Het product is een robotmaaier. Het product bevat eenaccu en maait het gras automatisch. Hierbij wisselenmaaien en laden elkaar continu af. Het product werkttotdat de laadstatus van de accu laag is of totdat hetwerkgebied gemaaid is, en gaat vervolgens naar hetlaadstation. Het bewegingspatroon van het product kanworden ingesteld op onregelmatig of systematisch.
Dezeregelmatige maaitechniek verbetert de kwaliteit van hetgras en vermindert het gebruik van meststoffen. Hetgras hoeft niet te worden verzameld. De gebruiker selecteert de instellingen voor de werkingin Automower® Access op het product. Het displaytoont de geselecteerde en mogelijke instellingen voor dewerking, en de bedrijfsmodus van het product. 2. 2. 1 InstallatiemethodeU kunt het product installeren met eenbegrenzingsdraad of zonder begrenzingsdraad metEPOS™. Voor het aanbrengen van de begrenzingsdraad, zieInstallatie met begrenzingsdraad op pagina 25. Voorinstallatie met EPOS™, zie Installatie met EPOS™-technologie op pagina 14. 2. 2. 2 Automower® AccessAutomower® Access is de gebruikersinterface van hetproduct en bevat het display, het draaiwiel, de START-knop en de STOP-knop. In Automower® Access kuntu de maaihoogte instellen en het product starten,stoppen en parkeren.
3 Automower® ConnectAutomower® Connect is een mobiele applicatiewaarmee de instellingen voor de werking op afstandkunnen worden geselecteerd. Het product kanverbinding maken met de app met Bluetooth® enmobiele connectiviteit. Wanneer u zich in de buurt vanhet product bevindt, kunt u uw mobiele apparaat en hetproduct verbinden met Bluetooth®. De verbinding metBluetooth® is noodzakelijk om bepaalde instellingen tekunnen aanbrengen. Als het product verbonden is methet mobiele netwerk kunt u het product vanaf elke plekbedienen. U kunt ook de instellingen van het apparaataanbrengen. Zie Installatie met begrenzingsdraad oppagina 25. 8 - Inleiding 1404 - 017 -.
21. Typeplaatje (incl. productidentificatienummer)22. Voorchassis met elektronica en motoren23. Messen24. Maaischijf25. Contactplaten26. Led-indicator van het laadstation27. Laadstation28. Voeding129. Laagspanningskabel30. Lusdraad voor begrenzingsdraad engeleidingsdraad 231. Connectoren voor lusdraad 332. Krammen433. Stekker voor de lusdraad 534. Schroeven voor bevestiging van het laadstation35. Meetlat voor het installeren van debegrenzingsdraad (de meetlat moet van de doosvan het product worden verwijderd)36. Bedieningshandleiding en beknopte handleiding37. Kabelmarkers38. Extra bladen39. Alarmsticker40. Referentiestation2. 4 Symbolen op het productDeze symbolen staan op het product. Bestudeer zezorgvuldig. WAARSCHUWING: Lees degebruikersinstructies voordatu het product gebruikt. WAARSCHUWING: Schakelhet product uit voordat uwerkzaamheden aan het pro-duct uitvoert of het productoptilt.
WAARSCHUWING: Bewaareen veilige afstand tot hetproduct als dit in gebruik is. Houd uw handen en voetenuit de buurt van de roterendemessen. WAARSCHUWING: Ga nietop het product zitten of staan. Plaats uw handen of voetenniet in de buurt van of onderhet product. Gebruik geen hogedrukreini-ger en zelfs geen stromendwater om het product te reini-gen. Gebruik een losse voedingzoals aangegeven op het ty-peplaatje naast het symbool. Dit product voldoet aan de geldende EU-richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende UK-richtlijnen. Het is niet toegestaan om dit product alsnormaal huishoudelijk afval af te voeren. Zorg dat het product wordt gerecycledvolgens de lokale wettelijke voorschriften. Het chassis bevat onderdelen diegevoelig zijn voor elektrostatischeontlading (ESD). Het chassis moet ookop een professionele manier wordenafgedicht.
Daarom mag het chassisuitsluitend worden geopend door erkendeservicemonteurs. Een defecte afdichtingkan ertoe leiden dat de volledige garantieof een deel ervan komt te vervallen. De laagspanningskabel mag niet wordeningekort, verlengd of gesplitst.
Stel ze niet bloot aan water,vuur of hoge temperaturen.Lees de gebruikersinstructies goed door.Dank de accu niet af door deze in eenvuur te gooien en stel de accu niet blootaan een warmtebron.Dompel de accu niet onder in water.2.7 Symbolen op het displayHet product is in bedrijf.Het product is geparkeerd.Het product is gepauzeerd.Er is een fout opgetreden.Maaihoogte van het product.Sterkte van het mobiele signaal.Wi-Fi signaalsterkte.Bluetooth® verbinding is ingeschakeld.1404 - 017 - Inleiding - 11
De accu wordt opgeladen. Accuniveau.2.8 Overzicht menustructuur in Automower® Access2.8.1 Symbolen in het hoofdmenu voorAutomower® AccessMaaihoogteIn het menu Maaihoogte kunt u demaaihoogte instellen.ParkerenIn het menu Parkeren kunt u het productzo instellen dat het tot nader order ofvolgens het ingestelde schema wordtgeparkeerd.MaaienIn het menu Maaien kunt u instellen dathet product maait volgens het ingesteldeschema of u kunt het product in debijgebied-modus zetten.VerbindenIn het menu Verbinden kunt u Bluetooth®inschakelen en een koppelingsbewerkingmet uw mobiele apparaat uitvoeren.TaalIn het menu Taal kunt u een taal op hetdisplay selecteren.12 - Inleiding 1404 - 017 -
UitschakelenUitschakelen schakelt het product uit. 2. 8. 2 Symbolen in het submenu voorAutomower® AccessTerugAls u Terug selecteert, keert u terug naarhet hoofdmenu. SchemaIn het submenu Schema kunt ude Schema-instellingen selecteren. DeSchema-instellingen worden ingesteld inde Automower® Connect-app. Geselecteerde bedieningsmodusAls u slechts één werkgebied hebt, kunt uervoor kiezen om het schema te negerenen door te gaan met maaien totdat u debedrijfsmodus wijzigt. Als u meer dan één werkgebiedhebt, kunt u ervoor kiezen om hetschema te negeren en slechts éénvan de werkgebieden te maaien. Voorwerkgebieden met onregelmatig maaienzal het product dit gebied maaientotdat u de bedrijfsmodus wijzigt. Voorsystematische werkgebieden zal hetproduct maaien totdat het gebied isvoltooid en vervolgens in het laadstationworden geparkeerd.
BijgebiedIn het submenu Bijgebied kunt u debedrijfsmodus Bijgebied selecteren. ZieEen bijgebied maken op pagina 29. VerbondenHet product en het mobiele apparaat zijnverbonden met Bluetooth®. Niet verbondenHet product en het mobiele apparaat zijnniet verbonden met Bluetooth®. 2. 9 Symbolen in de appToont de status van de correctiegegevensdie het product ontvangt. De status is EPOS™ bevestigd. Hetproduct heeft een nauwkeurige positieen richting. Dit is nodig om het productautomatisch te laten werken en voor deinstallatie van kaartobjecten. De status is EPOS™-actie is noodzakelijk. Het product heeft een nauwkeurigepositie, maar het is noodzakelijk omhet product handmatig of automatisch tebedienen voor een nauwkeurige richting. De status is EPOS™ zoeken. Hetproduct heeft geen nauwkeurige positieen zoekt naar de satellietsignalen en decorrectiegegevens om een nauwkeurigepositie te verkrijgen. 2.
10 Algemene gebruiksinstructiesVoor het gemak wordt het volgende systeem in debedieningshandleiding gebruikt:•Cursief gedrukte tekst geeft teksten aan dieworden weergegeven op het display of iseen verwijzing naar een ander gedeelte in debedieningshandleiding. • Vet gedrukte tekst geeft de knoppen op hetproduct aan. 2. 11 Schade aan het productWe zijn niet verantwoordelijk voor schade aan onsproduct als:• het product niet goed is gerepareerd. • het product is gerepareerd met onderdelen die nietvan de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen dieniet zijn goedgekeurd door de fabrikant. • het product een accessoire bevat dat nietafkomstig is van de fabrikant of niet isgoedgekeurd door de fabrikant. • het product niet is gerepareerd door een erkendservicepunt of door een erkende autoriteit. 1404 - 017 - Inleiding - 13.
3 Installatie met EPOS™-technologie3.1 Inleiding - installatieWAARSCHUWING: Zorg dat u hethoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u het product monteert.OPGELET: Gebruik originelereserveonderdelen en origineelinstallatiemateriaal.Let op: Zie www.husqvarna.com voor meerinformatie over de installatie.Voor installatie met EPOS™ maakt het product gebruikvan satellieten en correctiegegevens om te navigeren.De correctiegegevens kunnen worden ontvangen viade Husqvarna® Cloud of een referentiestation. Hetreferentiestation is een optionele accessoire dat u kuntgebruiken als u geen verbinding kunt maken met deHusqvarna® Cloud.Let op: Alle landen ondersteunen geenreferentiestations of correctiegegevens via deHusqvarna® Cloud.
6. Laadstation7. Virtuele grens8. Te vermijden zone9. Werkgebied10. Mobiel apparaat711. Koppelpunt12. Transportpad13. Robotmaaier3. 3 Hoofdonderdelen voor de installatieDe installatie bevat de volgende onderdelen:• Robotmaaier die het gazon automatisch maait. • Oplaadstation, waarmee het product wordtopgeladen. • Voeding, die is aangesloten tussen het laadstationen een stopcontact van 100-240 V. • Referentiestation8, dat satellietsignalen ontvangten correctiegegevens naar de robotmaaier stuurt. • Mobiel apparaat met de Automower® Connect-appom de installatie van het product uit te voeren ende instellingen te regelen. 3. 4 Voorbereiden op installatieOPGELET: Gaten met water in hetgazon kunnen schade aan het productveroorzaken. OPGELET: Lees het hoofdstuk overinstallatie voordat u de installatie start.
• Als u EPOS™ via Husqvarna® Cloud gebruikt, zorger dan voor dat het product mobiele dekking heeften correctiegegevens in het volledige werkgebiedkan ontvangen. Let op: Als u het product niet kuntverbinden met de Husqvarna® Cloud, kunt u eenreferentiestation gebruiken om correctiegegevenste ontvangen. • Maak een blauwdruk van het werkgebied en neemer alle obstakels in op. Dit maakt het eenvoudigerom te onderzoeken waar het laadstation, devirtuele grenzen en het referentiestation moetenworden geplaatst. • Maak een markering op de blauwdrukwaar het laadstation, het onderhoudspunt, detransportpaden, de virtuele grenzen, de tevermijden zones en het referentiestation moetenworden geplaatst. • Vul de gaten in het gazon in om het vlak te maken. • Maai het gras voordat u het product installeert. Zorg ervoor dat het gras maximaal 10 cm/4 inchis.
Let op: De eerste weken na de installatie kan hetgeluidsniveau bij het maaien van het gras hoger zijn dangewoonlijk. Het geluidsniveau wordt na verloop van tijdlager. 3. 5 Onderzoeken waar het laadstationmoet worden geplaatstLees en begrijp de instructies over waar uhet referentiestation moet plaatsen.
Raadpleeg debedieningshandleiding voor het referentiestation. 3. 6 Onderzoeken waar het laadstationmoet worden geplaatst•U kunt het laadstation in het werkgebied of buitenhet werkgebied plaatsen. Er is geen transportpadnodig als het laadstation in het werkgebied wordtgeplaatst (A). Er is geen transportpad nodig als hetproduct zich volledig in het werkgebied bevindt alshet bij het koppelpunt van het laadstation is. Alshet laadstation en het koppelpunt (B) zich niet inhet werkgebied bevinden, moet u een transportpad(C) installeren. ABC• U kunt het laadstation in een Automower®-huisplaatsen. • Plaats het laadstation (A) waar het koppelpunt(B) onbelemmerd zicht op de hemel heeft. Hetkoppelpunt (B) van het laadstation is waarhet product stopt na achteruitrijden van hetlaadstation. De achteruitrijafstand kan wordeningesteld op 100-300cm / 40-118inch.
Husqvarnaraadt aan om te zorgen voor minimaal 6 m / 19. 6 ft. (C) vrije ruimte vóór het laadstation. 7 Niet inbegrepen. 8 Optionele accessoire dat afzonderlijk wordt aangeschaft. 1404 - 017 - Installatie met EPOS™-technologie - 15.
Een lange achteruitrijafstandkan nodig zijn voor een goede ontvangst vansatellietsignalen bij het koppelpunt.• Als het product niet mag werken in een deel vanhet koppelgebied, moet u een beschermende muuraanbrengen die minimaal 15 cm / 6 inch hoog is.Het koppelstation (A) is een cirkelvormig gebiedrond het laadstation, met een straal van 3 m / 9.8ft.ALet op: Het product gebruikt het signaal vanhet laadstation om naar het laadstation te zoekenwanneer het zich in het koppelgebied bevindt.• Plaats het laadstation in de buurt van eenstopcontact.•Plaats het laadstation op een vlakke ondergrond.• De bodemplaat van het laadstation mag nietgebogen zijn.• Als het werkgebied twee delen heeft die zijngescheiden door een steile helling,Husqvarnaraden wij aan het laadstation op het laagste deelte plaatsen.OPGELET: Installeer het laadstationniet op een plek waar zich metalenobjecten in de grond bevinden.
Metalenobjecten kunnen interferentie met hetlaadstationsignaal veroorzaken.3.7 Onderzoeken waar de voedingmoet worden geplaatstOPGELET: Zorg ervoor dat de messenop het product niet de laagspanningskabeldoorsnijden.16 - Installatie met EPOS™-technologie 1404 - 017 -
OPGELET: Plaats delaagspanningskabel niet in een spoel ofonder de plaat van het laadstation. Debobine veroorzaakt interferentie met hetsignaal van het laadstation.• Plaats de voeding in een gebied met een dak enbescherming tegen de zon en de regen.•Plaats de voeding in een gebied met een goedeluchtstroom.• Gebruik een aardlekschakelaar met eenafschakelstroom van maximaal 30 mA wanneer ude voeding aansluit op het stopcontact.Laagspanningskabels van verschillende lengtes zijnverkrijgbaar als accessoires.3.8 Onderzoeken waar de virtuelegrenzen moeten worden geïnstalleerdOPGELET: Als het werkgebied aaneen waterpartij, helling, afgrond of openbareweg grenst, moet er een beschermendemuur worden geplaatst.
De muur moetminimaal 15 cm/6 inch hoog zijn.OPGELET: Laat het product nietwerken op grind.• Voor een zorgvuldige werking zonder geluidisoleert u alle obstakels zoals bomen, wortels enstenen.•Maak een blauwdruk van het werkgebied voordat ude virtuele grenzen installeert.3.8.1 Kaartobjecten installeren bijgebouwen en bomen• Zorg dat het 90° gedeelte van de hemelonbelemmerd is waar het product werkt.90°Let op: Het product kan geen signalen vannavigatiesatellieten ontvangen als de hemel wordtbelemmerd.• Maak een te vermijden zone (B) rond bomenen boomgroepen met een bladerdak met eendiameter van meer dan 4m/ 13ft (A).BALet op: Bomen en boomgroepen met eenbladerdak met een diameter van meer dan4m / 13ft (A) kunnen tijdelijke stops van hetproduct veroorzaken.
C• Als u virtuele grenzen wilt installeren in een gebiedmet een U-vormig gebouw, moet de afstand (E)minimaal 6m / 20ft bedragen. Als het gebouwhoger is dan 3m / 10ft moet de afstand (E)twee keer zo groot zijn als de hoogte van hethoogste gebouw. Installeer de virtuele grens opeen minimale afstand (D) van 1.5m / 5ft van hetobject.DDDDE• Zorg dat de gebieden tussen objecten een afstand(F) van minimaal 4m / 13.1ft hebben.FLet op: Voor gebieden minder breed dan 4m / 13.1 ft.
kan een transportpad worden gemaaktvoor de robotmaaier om door te gaan zonder tesnijden.3.8.2 De kaartobjecten op een hellinginstallerenHet product kan gebruikt worden op hellingen van 70%.De hellingsgraad (%) wordt berekend als hoogte per m.Voorbeeld: 10 cm/100 cm = 10%.10 cm/4"100 cm/40"10%• Voor hellingen steiler dan 70% binnen hetwerkgebied isoleert u de helling met een tevermijden zone.•Voor hellingen grenzend aan een openbare wegplaatst u een hek of een beschermende muurlangs de buitenrand van de helling.• Husqvarna raadt aan om de richting van hetsystematische patroon recht omhoog de helling opin te stellen om slijtage van het gras te voorkomen.• Installeer de virtuele grenzen op hellingen vanmaximaal 50%.3.8.3 DoorgangenEen doorgang is een sectie met een virtuele grens aanelke kant die twee delen van het werkgebied verbindt.18 - Installatie met EPOS™-technologie 1404 - 017 -
De doorgangsbreedte moet minimaal 2m / 6. 5ft zijnvoor een goed maairesultaat. 3. 8. 4 Onderzoeken waar te vermijdenzones moeten worden gemaakt•Maak te vermijden zones rond objecten die groterzijn dan 2x2m. • Zorg ervoor dat de te vermijden zone het volledigegebied omvat waar het product niet mag werken(B). BALet op: Maak geen te vermijden zone doorhet werkgebied om te voorkomen dat het productdelen van het werkgebied (A) binnengaat. • Zorg dat de te vermijden zone minimaal 30x30cm / 1x1 ft is. 3. 9 Montage van het product3. 9. 1 Installatiegereedschappen•Inbussleutel, 8 mm. Meegeleverd in de doos. 3. 9. 2 Het laadstation installerenLees en begrijp de instructies over het laadstation. Zie Onderzoeken waar het laadstation moet wordengeplaatst op pagina 15. OPGELET: Het is niet toegestaan omnieuwe gaten in de plaat van het laadstationte maken.
OPGELET: Plaats uw voeten niet op debodemplaat van het laadstation. WAARSCHUWING: Zorg ervoordat de pluggen van de laagspanningskabelen de voedingseenheid schoon en droogzijn voordat u ze aansluit. Gebruik wanneer u de voeding aansluit altijdeen stopcontact dat is aangesloten op eenaardlekschakelaar (RCD). 3. 9. 2. 1 Laadstation monteren1. Plaats het laadstation in het geselecteerde gebied. 2. Bevestig het laadstation aan de grond met behulpvan de bijgeleverde schroeven. 3. Sluit de laagspanningskabel aan op hetlaadstation. 4. Zet de voeding op een minimale hoogte van 30cm/ 12 inch. Zie Onderzoeken waar de voedingmoet worden geplaatst op pagina 16. min 30 cm / 12”5. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van100-240V. 6. Plaats de laagspanningskabel buiten hetwerkgebied in de aarde. Gebruik staken of begraafde kabel. 3. 9. 2. 2 Het product opladen1.
Plaats het product in het laadstation. Let op: Het product begint automatisch op teladen wanneer het product zich in het laadstationbevindt. 3. 9. 2. 3 Visuele controle van het laadstation uitvoeren1.
3. 9. 3 Om te koppelen met de Automower®Connect-app1. Download de Automower® Connect-app op uwmobiele apparaat. 2. Meld u aan voor een Husqvarna-account in deAutomower® Connect-app en volg de instructies. 3. Voer de fabriekspincode 1234 op het product in. 4. Gebruik het draaiwiel op het product om het menuBluetooth® te selecteren om de koppelingsmodusin te schakelen. 5. Selecteer Mijn maaiers in de Automower®Connect-app en voeg uw product toe. 6. Volg de instructies in de Automower® Connect-app. Let op: Husqvarna raadt u aan de fabriekspincode inde app te wijzigen in een nieuwe pincode. 3. 9. 4 Het referentiestation installerenInstalleer het referentiestation volgens de instructies inde gebruikershandleiding van het referentiestation. 3. 9. 5 Installatie van de kaartobjectenLees en begrijp de instructies over waar u dekaartobjecten moet plaatsen.
Zie Objecten op de kaartte plaatsen op pagina 21. Op de kaart kunt u de volgende objecten installeren inde app:•Werkgebieden (A)•Te vermijden zones (B)•Transportpad (C)•Laadstation (D)•Onderhoudspunt (E)•Werkgebied (bijgebied) (F)AFBADECVoor een complete kaartinstallatie moet u eenwerkgebied en een laadstation op de kaart installeren. Een werkgebied wordt gespecificeerd door virtuelegrenzen. Er kunnen maximaal 20 werkgebieden enbijgebieden op een kaart worden geïnstalleerd. Er zijn twee soorten werkgebieden:• Een werkgebied met daarin een laadstation of eenwerkgebied dat verbonden is met een transportpadwaar het product automatisch werkt. • Een bijgebied is een werkgebied zonderlaadstation en zonder transportpad. Het productmoet handmatig naar en van het werkgebiedworden verplaatst. Een transportpad is een opgegeven pad tussen hetkoppelpunt vóór het laadstation en een werkgebied.
Er kunnen te vermijden zones worden gemaakt als ergebieden zijn waar het product niet mag werken. Eente vermijden zone wordt gespecificeerd door virtuelegrenzen. Te vermijden zones kunnen tijdelijk worden in-en uitgeschakeld in de app. Een onderhoudspunt is een specifieke plaats waar hetproduct kan worden geparkeerd. Dit kan bijvoorbeeldworden gebruikt als servicepunt waar onderhoud aan20 - Installatie met EPOS™-technologie 1404 - 017 -.
het product wordt uitgevoerd. Het onderhoudspunt is viaeen pad verbonden met het koppelpunt. Als u objecten op de kaart wilt plaatsen, bedient u hetproduct met de appDrive-installatie om waypoints opde kaart toe te voegen. Zie Objecten op de kaart teplaatsen op pagina 21. 3. 9. 5. 1 Objecten op de kaart te plaatsenDe waypoints (A) zijn posities die de virtuele grenzenen paden (B) vormen. De lijnen zijn recht tussende waypoints. Wij raden aan om zo weinig mogelijkwaypoints te gebruiken. Voor elk werkgebied en debijbehorende te vermijden zones en transportpad is hettotale maximumaantal waypoints 800. Husqvarna raadtaan om maximaal 1000 waypoints toe te voegen voorde volledige installatie van de kaart. Gebruik meerderewaypoints om vloeiende bochten te maken. Husqvarnaraadt u aan een minimale afstand van 30cm / 1ft aante houden tussen waypoints.
U kunt de posities van dewaypoints aanpassen in de app, na de installatie van dekaart. BAOPGELET: Til het product niet open verplaats het niet tussen de waypointsals u de kaartobjecten installeert. GebruikappDrive voor een correcte installatie. Let op: De positie van het waypoint wanneer u eenwerkgebied of een te vermijden zone plaatst, bevindtzich in de linker voorhoek van het product. De virtuelegrenzen specificeren het gebied waar het product magwerken. Het product maait het gras dat zich naast devirtuele grens bevindt niet vanwege de positie van demaaischijf. Let op: De positie van het waypoint bij deinstallatie van een transportpad of een pad naar eenonderhoudspunt bevindt zich in het midden van hetproduct tussen de aandrijfwielen. • Zorg ervoor dat u zich in de buurt van het productbevindt en met het product verbonden bent via deapp door middel van Bluetooth®.
• Zorg ervoor dat de status EPOS™ bevestigd is inde appDrive. Let op: Een gamecontroller met Bluetooth® kanworden gebruikt metappDrive om het product tebedienen. • Controleer of de sterkte van het radiosignaal vanhet referentiestation goed is.
Het symbool voor desterkte van het radiosignaal moet volledig gevuldzijn. •Selecteer het object dat u wilt plaatsen en gebruikde knoppen in de appDrive-installatie om hetproduct te bedienen. • Gebruik de knop omhoog (A) om het product naarvoren te verplaatsen. • Gebruik de knop omlaag (B) om het product naarachteren te verplaatsen. • Gebruik de knop met de pijl naar links (C) om hetproduct naar links te draaien. • Gebruik de knop met de pijl naar rechts (D) hetproduct naar rechts te draaien. 1404 - 017 - Installatie met EPOS™-technologie - 21.
• Gebruik de middelste knop (E) als joystick om hetproduct in een willekeurige richting te bewegen ente draaien.•Gebruik de knop waypoint (F) om een waypoint toete voegen op de kaart.ADFBCELet op: Loop 2-3 m / 6.5-9.8 ft. achter het productwanneer u het product gebruikt met appDrive.Een werkgebied makenEr zijn minimaal 3 waypoints nodig om een werkgebiedte maken.•Bedien het product rechtsom rond de grens vanhet werkgebied.• Voeg een waypoint toe om het product het grasaan de rand tussen het gazon en het tegelpad telaten maaien. Zorg ervoor dat u de rand van hetgazon en het tegelpad exact volgt wanneer u eenwaypoint toevoegt. Het product kan de rand exactvolgen als de hoogte van het tegelpad maximaal 1cm / 0.4 inch is ten opzichte van het gazon.
max 1 cm / 0.4”• Voeg het waypoint toe in de buitenste hoek om devirtuele grens om een hoek te plaatsen.• Stel geen waypoints in die een virtuele grens overzichzelf laten lopen in hetzelfde werkgebied.•Sla het werkgebied op om het eerste en laatstewaypoint automatisch te verbinden met eenvirtuele grens.1234567822 - Installatie met EPOS™-technologie 1404 - 017 -
Een te vermijden zone makenEr zijn minimaal 3 waypoints nodig om een te vermijdenzone te maken.•Bedien het product linksom rond de grens van dete vermijden zone.• Stel geen waypoints in die een virtuele grens overzichzelf laten lopen in dezelfde te vermijden zone.• Sla de te vermijden zone op om het eerste enlaatste waypoint automatisch te verbinden met eenvirtuele grens.Een transportpad maken•Gebruik het product en voeg waypoints toe op dekaart om een transportpad aan te brengen. Beginin een werkgebied op minimum 1 m / 3.3 ft. van devirtuele grens.• Installeer het transportpad loodrecht op de virtuelegrens van het werkgebied.• Breng geen transportpad aan over een tevermijden zone.• Stel geen waypoints in die ervoor zorgen dat eentransportpad over hetzelfde transportpad loopt.• Vermijd het maken van scherpe bochten wanneeru het transportpad installeert.135º135º
• Plaats het laatste waypoint op een transportpad(A) in een hoek van +/-45graden ten opzichte vanhet koppelpunt.A• Sla het onderhoudspunt op om het laatstewaypoint automatisch te verbinden met hetkoppelpunt.•Stel de doorrijbreedte (A) in voor hetonderhoudspunt. De doorrijbreedte kan wordeningesteld op 2-5 m / 6.6-16.4 ft.A24 - Installatie met EPOS™-technologie 1404 - 017 -
4 Installatie met begrenzingsdraad4. 1 Inleiding - installatieWAARSCHUWING: Zorg dat u hethoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u het product monteert. OPGELET: Gebruik originelereserveonderdelen en origineelinstallatiemateriaal. Let op: Zie www. husqvarna. com voor meerinformatie over de installatie. 4. 2 Hoofdonderdelen voor de installatieDe installatie bestaat uit de volgende onderdelen:•Een robotmaaier die het gazon automatisch maait. • Een laadstation met 3 functies:• Controlesignalen door de begrenzingsdraadverzenden. • Controlesignalen langs de geleidingsdraadsturen, zodat het product de geleidingsdraadnaar specifieke afgelegen gebieden in detuin kan volgen en terug kan keren naar hetlaadstation. • Het product opladen. • Een voeding, die is aangesloten tussen hetlaadstation en een stopcontact van 100-240 V.
• De lusdraad, die langs de randen van hetwerkgebied wordt gelegd en ook rondomvoorwerpen en planten die de robotmaaierniet mag raken. De lusdraad dient alsbegrenzingsdraad en ook als geleidingsdraad. 4. 3 Voorbereiden op installatieOPGELET: Gaten met water in hetgazon kunnen schade aan het productveroorzaken. OPGELET: Lees het hoofdstuk overinstallatie voordat u de installatie start. • Maak een blauwdruk van het werkgebied en neemer alle obstakels in op. Dit maakt het makkelijkerom te onderzoeken waar het laadstation, hetreferentiestation en de virtuele grenzen moetenworden geplaatst. • Maak een markering op de blauwdruk waarhet laadstation, het referentiestation, hetonderhoudspunt, de transportpaden en de virtuelegrenzen voor de werkgebieden en de te vermijdenzones moeten worden geplaatst. • Vul de gaten in het gazon in om het vlak te maken.
• Maai het gras voordat u het product installeert. Zorg ervoor dat het gras maximaal 10 cm/4 inchis. Let op: De eerste weken na de installatie kan hetgeluidsniveau bij het maaien van het gras hoger zijn dangewoonlijk. Het geluidsniveau wordt na verloop van tijdlager. 4.
4 Vóór de installatie van de dradenU kunt kiezen om de draden met staken te bevestigenof om ze in te graven. U kunt de 2 procedures voorhetzelfde werkgebied gebruiken. OPGELET: Graaf de begrenzingsdraaden de geleidingsdraad in indien ueen verticuteermachine gebruikt in hetwerkgebied om te voorkomen dat zebeschadigd raken. 4. 4. 1 Onderzoeken waar het laadstationmoet worden geplaatst•Zorg voor minimaal 3m/10ft vrije ruimte vóór hetlaadstation. • Houd een minimum aan van 1. 5 m/5 ft. vrije ruimterechts en links van het laadstation. • Plaats het laadstation in de buurt van eenstopcontact. • Plaats het laadstation op een vlakke ondergrond. • De bodemplaat van het laadstation mag nietgebogen zijn. max. 5 cm / 2"max. 5 cm / 2"1404 - 017 - Installatie met begrenzingsdraad - 25.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna Automower 435X AWD NERA stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Robotmaaier Husqvarna
Handleiding Robotmaaier
Nieuwste handleidingen voor Robotmaaier