Husqvarna Automower 320 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna Automower 320 (96 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 38 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna Automower 320 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | Automower 320 |
Handleiding Husqvarna Automower 320 – volledige tekst
Nederlands - 2 Serienummer: _____________________________ PIN-code: _____________________________ Dealer: _____________________________ Dealers telefoonnummer: _____________________________Als de robotmaaier wordt gestolen, is het belangrijk om Husqvarna Group AB hiervan op de hoogte te stellen. Neem in dat geval contact op met uw dealer en geef het serienummer van het product door, zodat het product als gestolen kan worden geregistreerd in een internationale database. Dat vormt een belangrijke stap in de diefstalbeveiliging van de robotmaaier en maakt het kopen en verkopen van gestolen robotmaaiers minder aantrekkelijk.Het serienummer van het product bestaat uit negen cijfers en staat op het productplaatje (te vinden op de binnenkant van het displaydeksel) en de productverpakking. www.automower.comAANTEKENINGEN
Nederlands - 3INTRODUCTIE EN VEILIGHEID1 Introductie en veiligheid1.1 InleidingGefeliciteerd met uw keuze voor een product van uitzonderlijk hoge kwaliteit. Om het beste uit uw Husqvarna-robotmaaier te halen, moet u weten hoe hij werkt. Deze gebruikershandleiding bevat belangrijke informatie over de robotmaaier, de installatie en het gebruik van het product.Naast deze gebruikershandleiding is er aanvullende informatie te vinden op de website van Automower®, www.automower.com. Hier vindt u meer hulp en adviezen over het gebruik van het product.Husqvarna AB werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van zijn producten en behoudt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in het ontwerp, het uiterlijk en de werking van zijn producten aan te brengen.
Om het gebruik van de gebruikershandleiding eenvoudiger te maken, wordt gebruik gemaakt van het volgende systeem:• Tekst die cursief is gedrukt, is tekst die verschijnt op het display van de robotmaaier of die verwijst naar een andere sectie van de gebruikershandleiding.• Woorden die vet zijn gedrukt, verwijzen naar de knoppen op het toetsenbord van de robotmaaier.• Woorden die cursief en in HOOFDLETTERS zijn gedrukt, verwijzen naar de stand van de hoofdschakelaar en de verschillende bedieningsmodi die voor de robotmaaier beschikbaar zijn. www.automower.comBELANGRIJKE INFORMATIELees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en gebruik de robotmaaier niet voordat u de instructies hebt begrepen.WAARSCHUWINGDe robotmaaier kan gevaarlijk zijn als u hem verkeerd gebruikt.
Nederlands - 4INTRODUCTIE EN VEILIGHEID1.2 symbolen op het productDeze symbolen staan op de robotmaaier. Bestudeer ze zorgvuldig.• Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en gebruik de robotmaaier niet voordat u de instructies hebt begrepen. De waarschuwingen en veiligheidsinstructies in deze gebruikershandleiding moeten zorgvuldig worden opgevolgd om de robotmaaier veilig en efficiënt te kunnen gebruiken.• De robotmaaier start alleen als de hoofdschakelaar op 1 staat en als de juiste PIN-code is ingevoerd. Zet de hoofdschakelaar op 0 voordat u inspecties en/of onderhoud uitvoert.• Blijf op een veilige afstand van de robotmaaier wanneer de robotmaaier in gebruik is. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de draaiende messen.
Plaats uw handen of voeten niet in de buurt van of onder de kap wanneer de robotmaaier in gebruik is.• Het is niet toegestaan om op de robotmaaier te rijden.• Dit product voldoet aan de geldende EC-richtlijnen.• Geluidsemissie naar de omgeving. De emissies van het product staan vermeld in hoofdstuk 10 Technische gegevens en op het productplaatje.• Het is niet toegestaan om dit product aan het einde van zijn levensduur af te voeren als normaal huishoudelijk afval. Zorg dat het product wordt gerecycled volgens de lokale wettelijke voorschriften. • Gebruik nooit een hogedrukreiniger en zelfs geen stromend water om de robotmaaier schoon te maken. 3018-0623012-6896001-0243012-6653018-0663012-663, 3012-10851001-002, 1001-0033012-1059
Nederlands - 5INTRODUCTIE EN VEILIGHEID• Het chassis bevat onderdelen die gevoelig zijn voor elektrostatische ontlading (ESD). Het chassis is ook een belangrijk deel van het ontwerp van de robotmaaier en moet altijd op professionele wijze worden afgedicht om het product buiten te kunnen gebruiken. Daarom mag het chassis uitsluitend worden geopend door erkende servicemonteurs. Als de afdichting wordt verbroken, kan de garantie volledig of gedeeltelijk komen te vervallen. • De laagspanningskabel mag niet worden ingekort, verlengd of gesplitst.• Gebruik geen trimmer in de buurt van de laagspanningskabel. Wees voorzichtig bij het knippen van randen waar de kabels liggen.1.3 Symbolen in de gebruikershandleidingDe volgende symbolen worden in de gebruikershandleiding gebruikt.
Bestudeer ze zorgvuldig.• Zet de hoofdschakelaar op 0 voordat u inspecties en/of onderhoud uitvoert.• Draag altijd handschoenen wanneer u aan het chassis van de robotmaaier werkt.• Gebruik nooit een hogedrukreiniger en zelfs geen stromend water om de robotmaaier schoon te maken.• Een waarschuwingsbox waarschuwt dat er gevaar voor lichamelijk letsel bestaat wanneer de instructies niet worden opgevolgd.• Een informatiebox waarschuwt dat er materiële schade kan ontstaan wanneer de instructies niet worden opgevolgd. De box wordt ook gebruikt als er een kans bestaat dat de gebruiker een fout maakt.3012-1351WAARSCHUWINGTekstBELANGRIJKE INFORMATIETekst3012-2723018-0623012-10973012-1060
Nederlands - 6INTRODUCTIE EN VEILIGHEID1. 4 VeiligheidsinstructiesGebruik• De robotmaaier is bedoeld voor het maaien van gras op open en vlakke grondoppervlakken. Hij mag uitsluitend worden gebruikt in combinatie met door de fabrikant aanbevolen apparatuur. Elk ander gebruik is onjuist. De instructies van de fabrikant over bediening/onderhoud en reparaties moeten nauwkeurig worden gevolgd. • Gebruik de robotmaaier nooit wanneer personen, met name kinderen of huisdieren, zich in het maaigebied bevinden. Als er zich personen of huisdieren in het maaigebied bevinden, wordt aanbevolen het gebruik van de robotmaaier te plannen wanneer er zich geen personen in het gebied bevinden, bijvoorbeeld ‘s avonds. Zie 6. 3 Timer op pagina 42.
• De robotmaaier mag uitsluitend worden bediend, onderhouden en gerepareerd door personen die volledig vertrouwd zijn met de speciale kenmerken van en veiligheidsvoorschriften voor het product. Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en gebruik de robotmaaier niet voordat u de instructies hebt begrepen. • Het is niet toegestaan het originele ontwerp van de robotmaaier aan te passen. Alle aanpassingen die gedaan worden, zijn voor eigen risico. • Controleer of er geen stenen, takken, gereedschap, speelgoed of andere voorwerpen op het gazon liggen die de messen kunnen beschadigen. Voorwerpen op het gazon kunnen er ook toe leiden dat de robotmaaier hierin vast komt te zitten. Als dat gebeurt, kan het nodig zijn om het voorwerp te verwijderen voordat de maaier verder kan gaan met maaien. • Start de robotmaaier volgens de instructies.
Wanneer de hoofdschakelaar op 1 staat, moet u uw handen en voeten uit de buurt van de draaiende messen houden. Plaats uw handen of voeten nooit onder de robotmaaier. • Til de robotmaaier nooit op en draag hem niet wanneer de hoofdschakelaar in stand 1 staat. • Sta niet toe dat de robotmaaier wordt gebruikt door personen die niet weten hoe de robotmaaier werkt en zich gedraagt.
• De robotmaaier mag nooit in aanraking komen met personen of andere levende wezens. Als een persoon of ander levend wezen in de baan van de robotmaaier komt, moet deze onmiddellijk worden gestopt. Zie 4. 4 Stoppen op pagina 35. • Gebruik de robotmaaier nooit als er personen – met name kinderen – of huisdieren in de onmiddellijke nabijheid van de machine zijn. • Plaats niets boven op de robotmaaier of het bijbehorende laadstation. • Gebruik de robotmaaier niet als de maaischijf of de kap beschadigd is. Gebruik het product ook niet met defecte messen, schroeven, moeren of kabels. • Gebruik de robotmaaier niet als de hoofdschakelaar niet werkt. 1001-0033012-10573012-663.
Nederlands - 7INTRODUCTIE EN VEILIGHEID• Schakel de robotmaaier altijd uit via de hoofdschakelaar wanneer de maaier niet wordt gebruikt. De robotmaaier start alleen als de hoofdschakelaar op 1 staat en als de juiste PIN-code is ingevoerd.• Gebruik de robotmaaier nooit terwijl er een gazonsproeier aanstaat. Gebruik in dat geval de timerfunctie (Zie 6.3 Timer op pagina 42) zodat de robotmaaier en sproeier nooit tegelijkertijd werken.• Husqvarna AB kan niet garanderen dat de robotmaaier volledig compatibel is met andere typen draadloze systemen, zoals afstandsbedieningen, radiozenders, ringleidingen, verzonken elektrische afrasteringen voor dieren en dergelijke.• Het ingebouwde alarm maakt een zeer hard geluid.
Let op, in het bijzonder wanneer de robotmaaier in een gesloten ruimte wordt gehanteerd.VerplaatsenPlaats de robotmaaier in de originele verpakking wanneer hij over lange afstanden moet worden vervoerd.Ga als volgt te werk om het product naar een andere locatie binnen of buiten het werkgebied te verplaatsen:1. Druk op de STOP-knop om de robotmaaier te stoppen. Als de beveiliging is ingesteld op middelhoog of hoog niveau (zie 6.5 Veiligheid op pagina 46) moet de. PIN-code worden ingevoerd. De PIN-code bestaat uit vier cijfers en wordt gekozen als de robotmaaier voor het eerst wordt gestart. Zie 3.8 Ingebruikname en kalibratie op pagina 32. 2. Zet de hoofdschakelaar in stand 0. 3. Draag de robotmaaier aan de handgreep die zich achter aan het product bevindt.
Draag de robotmaaier met de maaischijf van uw lichaam af gericht.BELANGRIJKE INFORMATIETil de robotmaaier niet op wanneer deze in het laadstation is geparkeerd. Dat kan het laadstation en/of de robotmaaier beschadigen. Druk op STOP en trek de robotmaaier uit het laadstation voordat u hem optilt. 3012-10443012-10603012-1203
Nederlands - 8INTRODUCTIE EN VEILIGHEIDOnderhoud WAARSCHUWINGAls de robotmaaier ondersteboven ligt, moet de hoofdschakelaar altijd in stand 0 staan. De hoofdschakelaar moet in stand 0 staan tijdens alle werkzaamheden aan het chassis van de robotmaaier, zoals het reinigen of vervangen van de messen.Inspecteer de robotmaaier elke week en vervang beschadigde of versleten onderdelen. De wekelijkse inspectie omvat de volgende punten:• Ontdoe het laadstation van gras, bladeren, twijgen en andere voorwerpen die het voor de robotmaaier moeilijk kunnen maken om in het laadstation te dokken. • Zet de hoofdschakelaar in stand 0 en trek een paar beschermende handschoenen aan. Draai de robotmaaier ondersteboven. Controleer de volgende punten:1. Reinig de aandrijfwielen. Gras in de aandrijfwielen kan van invloed zijn op de wijze waarop de maaier op hellingen werkt.2. Reinig de voorwielen.
Gras op de voorwielen en op de voorwielas kan de prestaties nadelig beïnvloeden. 3. Reinig de kap, het chassis en het maaisysteem. Gras, bladeren en andere voorwerpen die het product zwaarder maken, kunnen de prestaties nadelig beïnvloeden. 4. Controleer of alle maaimessen intact zijn. Controleer ook of de bladen vrij kunnen draaien. Voor optimale maairesultaten en een laag energieverbruik moeten de maaimessen regelmatig worden vervangen, zelfs als ze niet gebroken zijn. Alle messen en schroeven moeten wanneer nodig op hetzelfde moment worden vervangen zodat de draaiende onderdelen uitgebalanceerd blijven. Zie 8.7 Messen op pagina 75. BELANGRIJKE INFORMATIEGebruik nooit een hogedrukreiniger en zelfs geen stromend water om de robotmaaier schoon te maken. Gebruik nooit oplosmiddelen om schoon te maken.3012-10603012-1257
Nederlands - 9PRESENTATIE2 PresentatieDit hoofdstuk bevat informatie waarvan u zich bewust moet zijn bij het plannen van de installatie.Het systeem van een Husqvarna-robotmaaier bestaat uit vier hoofdonderdelen:• Een robotmaaier die het gazon maait door in principe te bewegen in een willekeurig patroon. De robotmaaier wordt gevoed door een onderhoudsvrije accu. • Een laadstation waarnaar de robotmaaier automatisch terugkeert wanneer de accu bijna leeg is. Het laadstation heeft drie functies:• Controlesignalen door de begrenzingsdraad verzenden.• Controlesignalen door de geleidingsdraden verzenden.• Om de accu in de robotmaaier op te laden. • Een transformator, die is aangesloten tussen het laadstation en een stopcontact van 100V-240V. De transformator wordt op het stopcontact en het laadstation aangesloten via een laagspanningskabel van 10 m.
De laagspanningskabel mag niet worden ingekort of verlengd. Een langere laagspanningskabel is verkrijgbaar als accessoire. Neem contact op met de dealer voor meer informatie. • Een lusdraad, die in een lus rond het werkgebied voor de robotmaaier wordt gelegd. De lusdraad wordt langs de randen van het gazon en rondom voorwerpen en planten gelegd en vormt een grens waar de robotmaaier niet mag komen. De lusdraad wordt ook als begeleidingsdraad gebruikt. De bijgeleverde lusdraad is 400 m lang (250 m voor Automower® 320). Als dat niet voldoende is, kunt u extra draad kopen en die met behulp van een koppeling aan de bestaande draad vastmaken. De maximaal toegestane lengte voor de begrenzingslus is 800 m. 3012-10403012-10413012-12143012-221
Nederlands - 10PRESENTATIE2.1 Wat is wat? De nummers in de afbeelding geven het volgende aan: 1. Kap2. Klep voor display en toetsenbord. 3. Stopknop/Vergrendeling voor het openen van de klep4. Bevestiging voor accessoires, bijv. koplampen (niet beschikbaar op Automower® 320)5. Voorwiel6. Achterwielen7. Controlelampje voor de werking van het laadstation, de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad8. Contactstrips9. Parkeerknop (niet beschikbaar op Automower® 320) 10. Laadstation11. Productplaatje12. Display13. Toetsenbord14. Maaisysteem15. Chassiskast met elektronica, accu en motoren16. Handvat17. Hoofdschakelaar18. Maaischijf19. Glijplaat20. Transformator21. Lusdraad voor begrenzingslus en begeleidingsdraad22. Laagspanningskabel23. Krammen24. Aansluitklem voor de lusdraad25. Schroeven voor bevestiging van het laadstation26.
Nederlands - 11PREsENTATIE2.2 Inhoud pakketUw Automower®-pakket bevat het volgende:Automower® 320 Automower® 330XRobotmaaier √ √Laadstation √ √Transformator √ √Lusdraad 250 m 400 mLaagspanningskabel √ √Krammen 300 stuks 400 stuksVerbinders 5 stuks 5 stuksSchroeven laadstation 6 stuks 6 stuksInbussleutel √ √Meetlat √ √Koppelingen 3 stuks 3 stuksCD √ √33. Gebruikershandleiding√ √34. Draadmarkeringen√ √35. Extra bladen 9 stuks 9 stuks36. Alarmsticker 2 stuks 2 stuks2.3 WerkingCapaciteitDe robotmaaier is geschikt voor gazons tot 3.200 m² (2.200 m² voor de Automower® 320).De grootte van het gebied dat de robotmaaier kan maaien, is vooral afhankelijk van de staat van de messen, het soort gras, het groeitempo en de vochtigheid. Ook de vorm van de tuin speelt een rol.
Wanneer de tuin voornamelijk uit open gazongebieden bestaat, kan de robotmaaier een groter oppervlak per uur maaien dan wanneer de tuin uit diverse kleine gazons bestaat, die van elkaar worden gescheiden door bomen, bloemperken en doorgangen.Een volledig geladen robotmaaier maait 130 tot 170 minuten (50 tot 70 minuten voor Automower® 320), afhankelijk van de leeftijd van de accu en de dikte van het gras. Vervolgens laadt de robotmaaier gedurende 50 tot 70 minuten op. De laadtijd kan variëren; die is onder meer afhankelijk van de omgevingstemperatuur.
Nederlands - 12PREsENTATIEMaaitechniekHet maaisysteem van de Husqvarna-robotmaaier is efficiënt en energiezuinig. In tegenstelling tot gewone gazonmaaiers snijdt de robotmaaier het gras af in plaats van het af te slaan. Voor het beste resultaat raden we u aan om de robotmaaier vooral bij droog weer te gebruiken. De robotmaaier van Husqvarna kan ook maaien als het regent, maar nat gras blijft makkelijker op de robotmaaier vastzitten en er bestaat een grotere kans dat de robotmaaier op steile hellingen zal slippen. Voor het beste maairesultaat moeten de messen in goede staat zijn. Houd de messen zo lang mogelijk scherp door het gazon vrij te houden van takken, steentjes en andere voorwerpen die de messen kunnen beschadigen. Vervang de messen regelmatig voor het beste maairesultaat. Het vervangen van de messen is heel eenvoudig. Zie 8. 7 Messen op pagina 75.
WerkmethodeDe robotmaaier maait het gazon automatisch. Hierbij wisselen maaien en laden elkaar continu af. De robotmaaier start met zoeken naar het laadstation wanneer de acculading te laag wordt. De robotmaaier maait niet wanneer hij het laadstation zoekt. Wanneer de robotmaaier op zoek gaat naar het laadstation, kan hij het laadstation op diverse manieren vinden. Zie Het laadstation vinden op pagina 13. Als de accu volledig is opgeladen, verlaat de robotmaaier het laadstation en begint in de tuin te maaien op een plaats waar onlangs nog niet is gemaaid. De plaats wordt bepaald door de ingebouwde GPS-ontvanger. Deze functie is alleen beschikbaar bij de Automower ® 330X. De Automower® 320 moet u mogelijk handmatig instellen, om er zeker van te zijn dat het gazon gelijkmatig wordt gemaaid, Zie 6. 8 Installatie op pagina 50.
Nederlands - 13PRESENTATIEDe STOP-knop boven op de robotmaaier wordt vooral gebruikt om de rijdende robotmaaier te stoppen. Als er op de STOP-knop wordt gedrukt, gaat er een klep open en ziet u het bedieningspaneel. De STOP-knop blijft ingedrukt totdat de klep weer wordt gesloten. De geopende klep en de START-knop fungeren samen als startonderbreker. Alle instellingen van de maaier kunnen via het bedieningspaneel boven op de robotmaaier worden aangepast. De eerste keer dat de hoofdschakelaar op 1 wordt gezet, wordt een startprocedure opgestart die betrekking heeft op een aantal belangrijke basisinstellingen. Zie 3. 8 Ingebruikname en kalibratie op pagina 32. BewegingspatroonHet bewegingspatroon van de robotmaaier is willekeurig en wordt door de robotmaaier zelf bepaald. Een bewegingspatroon wordt nooit herhaald.
Het maaisysteem zorgt dat het gazon zeer gelijkmatig en zonder maailijnen van de robotmaaier wordt gemaaid. Als de robotmaaier in een gebied komt en detecteert dat het gras langer dan gemiddeld is, kan hij het bewegingspatroon aanpassen. Hij kan dan in een spiraalvormig patroon gaan maaien om het gebied met het langere gras sneller te maaien. Dit wordt spiraalvormig maaien genoemd. Het laadstation vindenDe robotmaaier kan worden ingesteld om het laadstation op een of meer van de drie beschikbare manieren te zoeken. De robotmaaier combineert deze drie zoekmethoden automatisch om het laadstation zo snel mogelijk te vinden, terwijl hij tegelijkertijd probeert om zo weinig mogelijk sporen te vormen. Via de handmatige instelmogelijkheden kunnen de drie zoekmethoden worden gecombineerd om het zoeken naar het laadstation te optimaliseren voor de vorm van de betreffende tuin; zie 6.
8 Installatie op pagina 50. Zoekmethode 1: OnregelmatigDe robotmaaier rijdt in een onregelmatig patroon totdat hij dicht bij het laadstation komt. Het voordeel van deze zoekmethode is dat er geen kans bestaat op sporen van de robotmaaier in het gazon.
Nederlands - 14PRESENTATIEZoekmethode 2: Begeleidingsdraad volgenDe robotmaaier rijdt in een onregelmatig patroon totdat hij bij de begeleidingsdraad komt. Vervolgens volgt de robotmaaier de begeleidingsdraad naar het laadstation.De begeleidingsdraad is een kabel die vanaf het laadstation bijvoorbeeld richting een afgelegen deel van het werkgebied of door een smalle doorgang wordt gelegd, om vervolgens te worden aangesloten op de begeleidingsdraad.
Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28.Voor de Automower® 330X kunnen twee geleidingsdraden worden gebruikt (slechts één voor Automower® 320).Deze zoekmethode maakt het voor de robotmaaier makkelijker om het laadstation te vinden in een gebied met veel of grote eilanden, smalle doorgangen of steile hellingen.Het voordeel van deze zoekmethode is de kortere zoektijd.Zoekmethode 3: Begrenzingsdraad volgenDe robotmaaier rijdt in een onregelmatig patroon totdat hij bij de begrenzingslus komt. Vervolgens volgt hij de begrenzingslus naar het laadstation. De robotmaaier gaat willekeurig rechtsom of linksom.
Deze zoekmethode is geschikt voor een installatie met een open tuin met brede doorgangen (breder dan circa 3 meter) en geen of slechts enkele kleine eilanden.Het voordeel van deze zoekmethode is dat er geen begeleidingsdraad hoeft te worden geïnstalleerd.Het nadeel is dat er langs de begrenzingslus enkele sporen in het gazon kunnen worden gevormd. Bovendien zal de zoektijd langer zijn als de installatie smalle doorgangen of talrijke eilanden bevat. In de regel wordt deze zoekmethode enkel gebruikt als de robotmaaier het laadstation met behulp van zoekmethode 1 of 2 niet binnen de verwachte tijd kan vinden. 3012-5583012-486
Nederlands - 15INSTALLATIE3 InstallatieDit hoofdstuk beschrijft hoe u de robotmaaier installeert. Lees voordat u met de installatie begint eerst het vorige hoofdstuk, 2 Presentatie.Lees ook het huidige hoofdstuk volledig door voordat u met de installatie begint. De wijze waarop de installatie is uitgevoerd, bepaalt tevens hoe goed de robotmaaier functioneert. Het is daarom belangrijk om de installatie zorgvuldig te plannen.De planning is gemakkelijker als u een schets maakt van het werkgebied, met inbegrip van alle obstakels. Zo vindt u eenvoudiger de beste positie voor het laadstation, de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad. Geef op de schets aan hoe de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad moeten lopen.Zie 7 Voorbeelden van tuinen op pagina 66 voor installatievoorbeelden.Kijk ook op www.automower.com voor meer beschrijvingen en tips voor het installeren.
Volg onderstaande stappen om de installatie uit te voeren: 3.1 Voorbereidingen3.2 Het laadstation installeren3.3 De accu laden3.4 De begrenzingsdraad installeren3.5 De begrenzingsdraad aansluiten3.6 De begeleidingsdraad installeren3.7 De installatie controleren3.8 Ingebruikname en kalibratie3.9 Het dokken in het laadstation testenHet laadstation, de begrenzingslus en de begeleidingsdraad moeten zijn aangesloten om een volledige startprocedure te kunnen uitvoeren. 3.1 Voorbereidingen1. Als het gras in het werkgebied langer dan 10 cm is, moet u het gras eerst met een gewone gazonmaaier maaien. Verzamel daarna het gras.2. Vul gaten en kuilen op om te voorkomen dat regenwater hier plassen vormt. Het product kan beschadigd raken als het wordt gebruikt in waterplassen. Zie 11 Garantiebepalingen op pagina 88. 3. Lees alle stappen volledig door voordat u met de installatie begint.3012-1101
op pagina 10.• Robotmaaier• Laadstation (10)• Lusdraad voor begrenzingslus en begeleidingsdraad (21)• Transformator (20)• Laagspanningskabel (22)• Krammen (23)• Connectoren voor de lusdraad (24)• Schroeven voor het laadstation (25)• Meetlat (26)• Koppelingen voor de lusdraad (27)• Draadmarkeringen (29)Tijdens de installatie hebt u ook het volgende nodig: • Hamer/kunststof moker (om de krammen gemakkelijker in de grond te krijgen).• Combinatietang voor het knippen van de begrenzingsdraad en het samenknijpen van de connectoren.• Waterpomptang (voor het samenknijpen van de koppelingen).• Kantensteker/rechte spade als de begrenzingsdraad moet worden ingegraven.3.2 Het laadstation installerenBeste locatie voor het laadstationHoud bij het kiezen van de beste locatie voor het laadstation rekening met de volgende aspecten:• Zorg voor minimaal 3 meter vrije ruimte vóór het laadstation• Kies een locatie dicht bij een stopcontact.
De bijgeleverde laagspanningskabel is 10 meter lang• Een vlakke ondergrond om het laadstation op te plaatsen• Bescherming tegen waternevel van bijvoorbeeld een besproeiingsinstallatie• Bescherming tegen direct zonlicht• Eventuele noodzaak om het laadstation uit het zicht van buitenstaanders te houden3012-1311
Nederlands - 17INsTALLATIEHet laadstation moet zodanig worden geplaatst dat er veel vrije ruimte vóór het laadstation is (minimaal 3 meter). Het laadstation moet ook centraal in het werkgebied worden geplaatst, zodat de robotmaaier het laadstation makkelijker kan vinden en snel alle gebieden in het werkgebied kan bereiken.Plaats het laadstation niet in krappe ruimtes in het werkgebied. Als dat wel gebeurt, kan de robotmaaier moeite hebben om het laadstation te vinden. Plaats het laadstation op een redelijk vlakke ondergrond. De voorkant van het laadstation mag maximaal 5 cm hoger liggen dan de achterkant.Het laadstation mag niet zodanig worden geplaatst dat de grondplaat verbogen kan raken.3012-10543012-10533012-5593012-555
Nederlands - 18INSTALLATIEDe transformator aansluitenHoud bij het bepalen van de locatie voor de transformator rekening met de volgende punten:• Dicht bij het laadstation• Bescherming tegen regen• Bescherming tegen direct zonlichtWanneer de transformator op een stopcontact buiten wordt aangesloten, moet dit stopcontact zijn goedgekeurd voor gebruik buitenshuis. De laagspanningskabel naar de transformator is 10 meter lang en mag niet worden ingekort of verlengd. Een langere laagspanningskabel is verkrijgbaar als accessoire. Neem contact op met de dealer voor meer informatie. Het is niet toegestaan om de transformator rechtstreeks op het laadstation aan te sluiten. Gebruik altijd de laagspanningskabel. BELANGRIJKE INFORMATIEDe laagspanningskabel mag onder geen enkele voorwaarde worden ingekort of verlengd. De laagspanningskabel mag door het werkgebied worden gelegd.
De laagspanningskabel moet met krammen in de grond worden gezet of worden ingegraven en de maaihoogte moet zodanig worden ingesteld dat de messen op de maaischijf nooit in contact kunnen komen met de laagspanningskabel. Zorg dat de laagspanningskabel over de grond met krammen wordt vastgezet. De kabel moet overal vlak tegen de grond liggen, zodat hij niet wordt doorgesneden voordat de graswortels er overheen zijn gegroeid. De laagspanningskabel mag nooit in een rol worden gelegd of onder de basisplaat van het laadstation omdat dit interferentie kan veroorzaken met de signalen van het laadstation. BELANGRIJKE INFORMATIEPlaats de laagspanningskabel zodanig dat de messen op de maaischijf hiermee nooit in contact kunnen komen. De transformator moet op een locatie worden geplaatst waar voldoende ventilatie is en geen direct zonlicht. De transformator moet onder een afdak worden geplaatst.
We raden u aan om een aardlekschakelaar te gebruiken bij het aansluiten van de transformator op het stopcontact. De transformator moet worden gemonteerd op een verticaal oppervlak, zoals een muur of een hek.
Nederlands - 19INSTALLATIESchroef de transformator in positie met behulp van de twee bevestigingsoogjes. Er worden geen schroeven meegeleverd. Kies schroeven die geschikt zijn voor het betreffende materiaal. Monteer de transformator nooit op een hoogte waarbij het risico bestaat dat hij onder water komt te staan (minimaal 30 cm vanaf de grond). Het is niet toegestaan om de transformator op de grond te plaatsen.BELANGRIJKE INFORMATIEGebruik de stekker van de transformator om het laadstation los te koppelen wanneer u bijvoorbeeld de lusdraad wilt reinigen of repareren. Het laadstation installeren en aansluiten1. Zet het laadstation op een geschikte plek.2. Kantel de beschermkap op het laadstation naar voren en sluit de laagspanningskabel aan op het laadstation. 3. Sluit de voedingskabel van de transformator aan op een stopcontact van 100-240 V. 4.
Bevestig het laadstation aan de grond met behulp van de bijgeleverde schroeven. Draai de schroeven zodanig aan dat ze helemaal verzonken zijn. Als het laadstation tegen een wand wordt geplaatst, is het beter om het laadstation pas aan de grond te bevestigen nadat alle kabels zijn aangesloten. BELANGRIJKE INFORMATIEHet is niet toegestaan om nieuwe gaten in de plaat van het laadstation te maken. Alleen de bestaande gaten mogen worden gebruikt om de grondplaat in de grond vast te zetten.BELANGRIJKE INFORMATIESta of loop nooit op de plaat van het laadstation.3012-10633012-10453012-10903012-1093
Nederlands - 20INSTALLATIE3.3 De accu laden Zodra het laadstation is aangesloten, kunt u de robotmaaier opladen. Zet de hoofdschakelaar in stand 1.Plaats de robotmaaier in het laadstation om de accu op te laden terwijl de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad worden gelegd.BELANGRIJKE INFORMATIEDe robotmaaier kan niet worden gebruikt zolang de installatie niet is voltooid.3012-1046
Nederlands - 21INSTALLATIE3.4 De begrenzingsdraad installerenDe begrenzingsdraad kan op een van de volgende manieren worden geïnstalleerd:• De draad in de grond vastzetten met krammen. U kunt de begrenzingsdraad het beste met krammen vastzetten als u de plaatsing tijdens de eerste paar weken van het gebruik wilt kunnen bijstellen. Na enkele weken zal het gras over de draad heen zijn gegroeid, waardoor deze niet langer zichtbaar is. Gebruik een hamer/kunststof moker en de bijgeleverde krammen om de installatie uit te voeren. • De draad ingraven. Als u het gazon wilt verticuteren of beluchten, kunt u de begrenzingsdraad het best ingraven. Waar nodig kunnen beide methoden worden gecombineerd zodat een deel van de begrenzingsdraad is vastgezet met krammen en de rest is ingegraven. De draad kan worden ingegraven met behulp van bijvoorbeeld een kantensteker of een rechte spade.
Zorg dat u de begrenzingsdraad minimaal 1 cm en maximaal 20 cm onder de grond legt. Bepalen waar u de begrenzingsdraad wilt leggenBij het leggen van de begrenzingsdraad geldt het volgende:• De draad vormt een lus rond het werkgebied voor de robotmaaier. Gebruik alleen originele begrenzingsdraad. Dit is bestand tegen het vocht in de grond dat de draden anders makkelijk zou kunnen beschadigen. • De robotmaaier mag op geen enkel punt binnen het volledige werkgebied meer dan 35 meter verwijderd zijn van de draad.• De draad mag niet langer zijn dan 800 meter.• Zorg dat er 20 cm extra draad beschikbaar is om de begeleidingsdraad later op aan te sluiten. Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28.De afstand van de begrenzingsdraad tot obstakels varieert en is afhankelijk van wat er pal naast het werkgebied ligt.
In de onderstaande afbeelding ziet u hoe de begrenzingsdraad rond het werkgebied en rond obstakels moet worden gelegd. Gebruik de bijgeleverde meetlat om de juiste afstand te bepalen. Zie 2.1 Wat is wat? op pagina 10.3018-070
Nederlands - 22INSTALLATIEGrenzen van het werkgebiedAls het werkgebied wordt begrensd door bijvoorbeeld een muur of hek moet de begrenzingsdraad op 35 cm vanaf het obstakel worden gelegd. Dat voorkomt dat de robotmaaier op een obstakel botst en beperkt slijtage aan de kap.Ongeveer 20 cm van het gazon rond het vaste obstakel zal niet worden gemaaid. Als het werkgebied grenst aan een kleine greppel, zoals bij een bloemperk, of een kleine verhoging, zoals een lage stoeprand (3-5 cm), moet de begrenzingsdraad op 30 cm binnen het werkgebied worden gelegd. Op die manier rijden de wielen niet de greppel in of de stoep op.Ongeveer 15 cm gras langs de greppel/stoeprand wordt niet gemaaid. Als het werkgebied grenst aan een tegelpad of iets dergelijks, dat niet boven het gazon uitsteekt, is het mogelijk om de robotmaaier een eindje over het pad te laten rijden.
De begrenzingsdraad moet dan op 10 cm vanaf de rand van het pad worden gelegd.Al het gras langs het tegelpad wordt gemaaid. Als het werkgebied in tweeën wordt gedeeld door een tegelpad dat niet boven het gazon uitsteekt, is het mogelijk om de robotmaaier over het pad te laten rijden. Het kan een voordeel zijn om de begrenzingsdraad onder de tegels te leggen. De begrenzingsdraad kan ook in de voeg tussen de tegels worden gelegd.Let op! De robotmaaier mag nooit over grind, mulch of soortgelijk materiaal rijden, omdat de messen hierdoor kunnen worden beschadigd.BELANGRIJKE INFORMATIEAls het werkgebied aan een waterpartij, hel-ling, afgrond of openbare weg grenst, moet behalve de begrenzingsdraad ook een rand of iets dergelijks worden geplaatst. Die moet in dat geval minimaal 15 cm hoog zijn. Dat zorgt ervoor dat de robotmaaier nooit buiten het werkgebied terecht kan komen.Min.
Nederlands - 23INSTALLATIEGrenzen binnen het werkgebiedGebruik de begrenzingsdraad om gebieden binnen het werkgebied te isoleren door eilanden te creëren rond obstakels die niet tegen botsingen kunnen, zoals bloemperken, struiken en fonteinen. Leg de draad tot en rond het gebied dat moet worden geïsoleerd en keer dan terug langs dezelfde route. Als er krammen worden gebruikt, moet de draad op de terugweg onder dezelfde kram worden gelegd. Als de begrenzingsdraden naar en vanaf het eiland dicht bij elkaar worden gelegd, kan de robotmaaier over de draad rijden. Obstakels die wel tegen een botsing kunnen, zoals bomen en struiken hoger dan 15 cm, hoeven niet met de begrenzingsdraad te worden geïsoleerd. De robotmaaier keert om wanneer hij tegen een dergelijk obstakel stoot. We raden aan om alle vaste voorwerpen in en rond het werkgebied te isoleren.
Dat zorgt voor de rustigste en stilste werking en voorkomt dat de robotmaaier op enig moment vast komt te zitten in deze voorwerpen. Obstakels met een lichte helling, bijvoorbeeld stenen of grote bomen met bovengrondse wortels, moeten worden geïsoleerd of verwijderd. De robotmaaier kan anders op zulke obstakels glijden, met als gevolg dat de messen beschadigd raken. BijgebiedenAls het werkgebied uit twee zones bestaat, waarbij het voor de robotmaaier lastig is om van de ene naar de andere zone te gaan, kunt u beter een bijgebied creëren. Voorbeelden hiervan zijn hellingen van 45% of een doorgang die smaller is dan 60 cm. Leg de begrenzingsdraad dan rond het bijgebied zodat er een eiland wordt gevormd buiten het hoofdgebied. De robotmaaier moet handmatig worden verplaatst tussen hoofd- en bijgebied wanneer het gras in het bijgebied moet worden gemaaid.
Hiervoor moet de bedieningsmodus Bijgebied worden gebruikt, omdat de robotmaaier het traject tussen het bijgebied en het laadstation niet zelfstandig kan afleggen. Zie 5. 1 Bedieningsselectie Starten op pagina 37.
In deze modus zal de robotmaaier nooit op zoek gaan naar het laadstation, maar doorgaan met maaien totdat de accu leeg is. Wanneer de accu leeg is, stopt de robotmaaier en verschijnt de melding Moet handmatig laden op het display. Plaats de robotmaaier dan in het laadstation om de accu op te laden. Als het hoofdgebied meteen na het laden moet worden gemaaid, moet u de START-knop indrukken en Hoofdgebied selecteren voordat u de klep sluit. BELANGRIJKE INFORMATIEDe begrenzingsdraad mag op het traject van en naar een eiland niet worden gekruist. 3012-10733012-6863012-10643012-971.
Nederlands - 24INSTALLATIEDoorgangen tijdens het maaienVermijd lange en smalle doorgangen en zones smaller dan 1,5 tot 2 meter. Er bestaat een kans dan de robotmaaier tijdens het maaien langere tijd blijft hangen in een dergelijke doorgang of zone. Het gazon zal er dan geplet uitzien.HellingenDe robotmaaier kan ook werken op hellende werkgebieden. De maximale hellingsgraad wordt uitgedrukt in procenten (%). De hellingsgraad in procenten wordt berekend als het hoogteverschil in centimeter per meter. Als het hoogteverschil bijvoorbeeld 20 cm is, is de hellingsgraad 20%. Zie de afbeelding. De begrenzingsdraad kan over een helling met een hellingsgraad van minder dan 20% worden gelegd.De begrenzingsdraad mag niet op een helling van meer dan 20% worden gelegd. De kans bestaat dat de robotmaaier daar moeilijk kan draaien.
De robotmaaier stopt dan en de foutmelding Buiten maaigebied wordt weergegeven. Dat kan vooral gebeuren bij natte weersomstandigheden, omdat de wielen dan op het natte gras kunnen gaan slippen.De begrenzingsdraad kan ook op een helling steiler dan 20% worden gelegd als er een obstakel is waar de robotmaaier tegenaan mag rijden, zoals bijvoorbeeld een omheining of dichte haag.Binnen het werkgebied kan de robotmaaier zones met een helling tot 45% maaien. Gebieden met een grote hellingsgraad moeten met begrenzingsdraad worden geïsoleerd.Als zich aan de buitenrand van het werkgebied hellingen bevinden die steiler zijn dan 20% moet de begrenzingsdraad op een vlakke ondergrond worden gelegd op een afstand van ongeveer 35 cm voor het begin van de helling. 3012-10553012-10563012-1088223012-567
Nederlands - 25INSTALLATIEDe begrenzingsdraad leggenAls u de begrenzingsdraad met krammen gaat vastzetten:• Maai het gras op de plek waar u de draad gaat leggen heel kort met een gewone gazonmaaier of trimmer. U kunt de draad dan dicht bij de grond leggen, waardoor de kans kleiner wordt dat de robotmaaier de draad doorsnijdt of de isolatie van de draad beschadigt.• Leg de begrenzingsdraad vlak bij de grond en zet de krammen dicht bij elkaar, op ongeveer 75 cm. De kabel moet overal vlak tegen de grond liggen, zodat hij niet wordt doorgesneden voordat de graswortels er overheen zijn gegroeid.• Gebruik een hamer om de krammen in de grond te tikken. Wees voorzichtig bij het inslaan van de krammen en zorg dat de draad niet te strak komt te staan.
Vermijd scherpe bochten in de draad.Als u de begrenzingsdraad gaat ingraven:• Zorg dat u de begrenzingsdraad minimaal 1 cm en maximaal 20 cm onder de grond legt. De draad kan worden ingegraven met behulp van bijvoorbeeld een kantensteker of een rechte spade. Gebruik de bijgeleverde meetlat als hulpmiddel bij het leggen van de begrenzingsdraad. Zo kunt u eenvoudig de juiste afstand aanhouden tussen de begrenzingsdraad en de grens/het obstakel. De meetlat wordt van de doos gescheurd. BELANGRIJKE INFORMATIELeg extra draad niet opgerold buiten de begrenzingsdraad.
Dit kan de werking van de robotmaaier verstoren.Oogje voor het aansluiten van de begeleidingsdraadOm het aansluiten van de begeleidingsdraad op de begrenzingsdraad te vergemakkelijken, is het een goed idee om op het punt waar de begeleidingsdraad later wordt aangesloten een oogje te maken met behulp van een extra stuk begrenzingsdraad van ongeveer 20 cm. Bepaal voordat u begint met het uitleggen van de begrenzingsdraad waar u de begeleidingsdraad wilt plaatsen. Zie 3.6 De begeleidingsdraad installeren op pagina 28. 3018-0853012-2813018-172
Nederlands - 26INSTALLATIEDe begrenzingsdraad richting het laadstation leggenOp het traject naar het laadstation kan de begrenzingsdraad volledig buiten het laadstation worden gelegd (zie optie 1 op de afbeelding). Als het noodzakelijk is om het laadstation gedeeltelijk buiten het werkgebied te plaatsen, is het ook mogelijk om de draad onder de laadplaat van het laadstation te leggen (zie optie 2 op de afbeelding). Voorkom echter dat het grootste deel van het laadstation buiten het werkgebied wordt geplaatst, omdat dit het voor de robotmaaier lastig maakt om het laadstation te vinden (zie afbeelding).De begrenzingsdraad lassenGebruik een originele koppeling wanneer de begrenzingsdraad niet lang genoeg is en moet worden gelast. Die is waterbestendig en garandeert een betrouwbare elektrische aansluiting.Steek beide draaduiteinden in de koppeling.
Controleer of de draden volledig in de koppeling zijn gestoken, zodat de uiteinden zichtbaar zijn door het doorzichtige deel aan de andere zijde van de koppeling. Duw de knop boven op de koppeling vervolgens helemaal in. Gebruik een waterpomptang om de knop op de koppeling helemaal in te drukken.BELANGRIJKE INFORMATIEEen tweeaderige kabel of een kroonsteen-tje geïsoleerd met isolatietape levert geen adequate lassen op. Het vocht in de grond zorgt ervoor dat de draden gaan oxideren, waardoor het circuit na een tijdje wordt on-derbroken. 1.2.3012-10653012-1323
Nederlands - 27INSTALLATIE3.5 De begrenzingsdraad aansluitenOm de begrenzingsdraad aan te sluiten op het laadstation: BELANGRIJKE INFORMATIEDe begrenzingsdraad mag zichzelf niet krui-sen wanneer deze wordt aangesloten op het laadstation. Sluit het rechteruiteinde van de draad aan op de pen rechts op het laadsta-tion en het linkeruiteinde op de pen links.1. Steek de uiteinden van de draad in de aansluitklem:• Open de connector.• Plaats de draad in de uitsparing in de aansluitklem.2. Druk de aansluitklemmen samen met een tang. Druk totdat u een klik hoort.3. Knip overtollige begrenzingsdraad weg. Knip op 1 tot 2 cm boven de aansluitklemmen af. 4. Kantel de beschermkap van het laadstation naar voren en steek de draadeinden in de relevante kanalen aan de achterkant van het laadstation. Druk de verbinder op de contactpen, met de markeringen AL (links) en AR (rechts) op het laadstation.5.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna Automower 320 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Husqvarna
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier