Husqvarna-Viking Tribute 145C Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna-Viking Tribute 145C (52 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen. Heb je een vraag over Husqvarna-Viking Tribute 145C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
145
TH
ANNIVERSARY LIMITED EDITION SEWING MACHINE
Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Husqvarna-Viking
Categorie: Naaimachine
Model: Tribute 145C

Handleiding Husqvarna-Viking Tribute 145C – volledige tekst

Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28 en UL1594. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriften in acht nemen, inclusief het volgende: Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Bewaar de in-structies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij de naaimachine als deze van eigenaar verwisselt. GEVAAR - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK: • Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit.

Haal de stekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneer u andere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan. WAARSCHUWING - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN BRANDWON-DEN, BRAND, EEN ELEKTRISCHE SCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL: • Laat kinderen niet spelen met de naaimachine. Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen. • Gebruik de naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor deze bedoeld is, zoals beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen, zoals in deze handleiding wordt beschreven.

• Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachine niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft gelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of een onderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling. • Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangende lappen stof.

• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald. • Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naald breken. • Gebruik geen gebogen naalden. • Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waardoor deze kan breken. • Draag een veiligheidsbril. • Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke. • Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen van de naaimachine. • Gebruik de naaimachine niet buiten. • Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstof wordt toegediend.

• Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen uitschakelen (“0”). • Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer. • Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen. Plaats geen andere voorwerpen op het voetpedaal.

• Gebruik de machine niet als hij nat is. • Als het LED-lampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant of diens service-agent of een persoon met dezelfde kwalicaties, om gevaar te voorkomen. • Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant of diens service-agent of een persoon met dezelfde kwalicaties om gevaar te voorkomen. • Deze naaimachine heeft dubbele isolatie. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Raadpleeg de instructies voor het repareren van dubbel geïsoleerde apparaten.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIESALLEEN VOOR EUROPA:Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze super-visie of instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken en als ze begrijpen welke gevaren eraan verbonden zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A). De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type FR2, gefabriceerd door Shanghai Binao Precision Mould Co. , Ltd.

VOOR BUITEN EUROPA:Deze naaimachine is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten, of met een gebrek aan ervaring en ken-nis, als ze geen supervisie of instructie voor het gebruik van de naaimachine hebben gekregen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in de gaten worden gehouden om te zorgen dat ze niet met de naaimachine spelen. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A). De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type FR2, gefabriceerd door Shanghai Binao Precision Mould Co. , Ltd.

SERVICE UITVOEREN AAN DUBBEL GEÏSOLEERDE APPARATEN In een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen in plaats van aarding. Dubbel geï-soleerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook niet aan het apparaat worden toegevoegd. Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nauwkeurigheid en een grondige kennis van het systeem en mag alleen worden uitgevoerd door deskundige technici. De reserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten moeten identiek zijn aan de onderdelen in het product. Een dubbel geïsoleerd product is gemarkeerd met de woorden ‘DUBBELE ISO-LATIE’ OF ‘DUBBEL GEÏSOLEERD’.

CONTENTSMachineoverzicht. 1Bijgeleverde accessoires. 2Stekentabel - Nuttige steken. 4Stekenoverzicht. 6Lettertypes. 6VOORBEREIDINGEN 7Uitpakken. 7De machine opbergen na het naaien. 7Accessoiredoos. 7De vrije arm gebruiken. 7Het snoer van het voetpedaal aansluiten. 8Het snoer en het voetpedaal aansluiten. 8Verzink de tanden van de transporteur. 9Naaivoetdruk. 9Naaivoet omhoog en omlaag brengen. 9Naaivoet vervangen. 9De naald verwisselen. 10Naalden. 10Garenpennen en garenschijven. 11De bovendraad inrijgen. 12Draadinsteker. 13De draad afsnijden. 13Tweelingnaald inrijgen. 14De spoel opwinden als de machine ingeregen is. 15De spoel opwinden met de verticale garenpen. 15De spoel opwinden met de extra garenpen. 16Spoel plaatsen. 16Automatische draadspanning. 16Juiste en onjuiste draadspanning. 17Beginnen met naaien. 17DE BEDIENING VAN UW TRIBUTE™145C 18Functies. 18Functies op het touchscreen.

2 – OVERZICHTBIJGELEVERDE ACCESSOIRESNaaivoetenNaaivoet AIs bij levering op de machine bevestigd. Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1,0. Naaivoet BGebruik deze voet bij het naaien van decoratieve steken of zigzagsteken en andere nuttige steken van minder dan 1,0 mm lang. De groef aan de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken. Knoopsgatvoet CDeze naaivoet wordt gebruikt voor het stap voor stap naaien van knoopsgaten. Gebruik de streepjes op de voet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. De twee groeven aan de onderkant van de voet zorgen voor een soepel transport over de knoopsgatranden. Het hieltje aan de achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad. Blindzoomvoet DDeze voet wordt gebruikt voor blindzomen.

De binnenrand van deze voet geleidt de stof. De rechterkant van de voet is zo ontworpen dat hij langs de rand van de zoom beweegt. Ritsvoet EDeze voet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor het eenvoudiger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien. Verplaats de naaldpositie naar rechts of links om dichter langs de ritssluiting te naaien of om breed koord te overdekken. Kantsteekvoet JDeze voet wordt gebruikt voor afwerksteken en zomen/afwerken. De steken worden over de pen heen gevormd, waardoor het rimpelen van de naad aan de rand van de stof wordt voorkomen. Eenstaps knoopsgatsensorvoetWanneer deze voet op de machine is aangesloten, wordt het knoopsgat op een lengte genaaid die geschikt is voor de grootte van de knoop die in de machine is ingevoerd.

Zelfklevend glijplaatjeBij het naaien over schuim, vinyl, plastic of leer, kan het materiaal aan de naaivoet kleven zodat de naaimachine het materiaal niet goed kan transporteren.

4 – OVERZICHTSTEKENTABEL - NUTTIGE STEKENSteek Steek nr. Steeknaam Naaivoet Toepassing1 Rechte steek, naald in het middenA/B Voor alle soorten naaiwerk. Selecteer 29 verschillende naaldposities. 2 Stretchsteek, naaldpositie linksA/B Voor naden in tricot en elastische stof. 3 Versterkte rechte steek, naald in het middenA/B Voor naden die erg onder spanning staan. Drievoudig en elastisch voor versterkte naden. Gebruikt om sportkleding en werkkleding te verstevigen en door te stikken. Vergroot de steeklengte voor doorstikken. 4 Rechte steek met FIXA/B Begint en eindigt met vooruit en achteruit naaien. 5 Zigzag A/B Voor applicaties, kanten randen, het opnaaien van band, enz. De steekbreedte neemt links en rechts evenveel toe. 6 Driestaps-zigzag A/B Voor repareren, lapjes opnaaien en elastische stoffen. Geschikt voor lichte en nor-male stoffen.

7 Tweestaps-zigzag A/B Om twee stukken stof met afgewerkte randen aan elkaar te naaien en voor elastisch rimpelen. 8 Versterkte zigzag B Om stof rand tegen rand aan elkaar te naaien of overlappen bij leer. Voor decoratief naaien. 9 Rijgsteek A/B Om twee stukken stof aan elkaar te naaien met een lange steeklengte. 10 Rechte rijgsteek A Gebruik deze steek met het voetpedaal om lagen stof aan elkaar te rijgen. Verzink de transporteur. Naai een steek, breng de naaivoet omhoog en verplaats de stof. Breng de naaivoet omlaag en maak de volgende steek. Herhaal dit tot u klaar bent met rijgen. 11 Afwerksteek J In één stap naaien en afwerken langs de rand of later afknippen. Voor dunne elasti-sche en niet-elastische stoffen. 12 Afwerksteek voor elastische naadB In één stap naaien en afwerken langs de rand of later afknippen. Voor normale en normale/zware elastische stoffen.

Naai over het gat heen, druk op de achteruitnaaitoets voor doorlopend stopwerk en een automatische stop.23 Trens(handmatig)A/B Verstevig zakken, openingen van shirts, riemlusjes en het onderste deel van ritssluitingen.24 Ceintuurlussteek A Voor het vastzetten van ceintuurlussen.25 Knoopsgat met trensEenstaps-Knoopsgat-voet/CStandaardknoopsgat voor de meeste stoffen.26 Afgerond knoopsgatEenstaps-Knoopsgat-voet/CVoor blouses en kinderkleding.27 Normaal versterkt knoopsgatC Voor gewone en dikke stoffen 28 Knoopsgaten met nostalgische uitstralingEenstaps-Knoopsgat-voet/CVoor een “handgemaakte look” op dunne en jne stoffen. Tip: Maak voor knoopsgaten in jeans de lengte en breedte van het knoopsgat groter. Gebruik dik-ker garen.29 Sleutelgatknoopsgat Eenstaps-Knoopsgat-voet/CVoor colberts, jassen, enz.

30 Knoopsgat voor intensief gebruikEenstaps-Knoopsgat-voet/CMet versterkte trenzen.31 Knoopsgat met rechte steek voor leerA/B Voor leer en suède. 32 Oogje B Voor ceintuurs, koordjes, enz.33 Automatisch knopen aannaaienGeen naaivoet Voor het aannaaien van knopen. Stel het aantal steken in op het touchscreen.34 Cordonsteek, smal B Voor applicaties, koord aannaaien en afgeknipte randen. Voor dunne en normale stoffen.35 Cordonsteek, normaalB Voor applicaties, koord aannaaien en afgeknipte randen. Voor dunne en normale stoffen.36 Cordonsteek, breed B Voor applicaties, koord aannaaien en afgeknipte randen. Voor dikke stoffen.

VOORBEREIDINGENVOORBEREIDINGEN – 7UITPAKKEN1. Zet de machine op een stevige vlakke ondergrond, verwijder de verpakking en til de beschermkap eraf.2. Verwijder het verpakkingsmateriaal en het voetpedaal. 3. De naaimachine wordt geleverd met een zakje met toebehoren, een netsnoer en een snoer voor het voetpedaal.4. Neem de machine af met een doek, met name rondom de naald en de steekplaat, om eventueel vuil te verwijderen voordat u gaat naaien.Let op: Uw naaimachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur. Extreem warme of koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden.DE MACHINE OPBERGEN NA HET NAAIEN1. Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF. 2. Haal de stekker van het netsnoer eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de naaimachine.3. Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine.

Rol het snoer van het voetpedaal op en leg het in de ruimte aan de onderkant van het voetpedaal.4. Controleer of alle accessoires in de doos zitten. Schuif de accessoiredoos op de machine, achter de vrije arm.5. Plaats het voetpedaal in de ruimte boven de vrije arm.6. Doe de beschermkap op de machine.ACCESSOIREDOOSBerg naaivoeten, spoeltjes, naalden en andere accessoires op in de accessoiredoos, zodat u ze binnen handbereik heeft.Houd de accessoiredoos op de machine om een groter, vlak werkoppervlak te maken.DE VRIJE ARM GEBRUIKENSchuif de accessoiredoos naar links en verwijder deze wanneer u de vrije arm wilt gebruiken.Gebruik de vrije arm om gemakkelijker broekspijpen en mouwen te kunnen naaien.Om de accessoiredoos terug te plaatsen, schuift u deze op de machine totdat hij goed zit.

121 238 – VOORBEREIDINGENHET SNOER VAN HET VOETPEDAAL AANSLUITENBij de accessoires vindt u het snoer van het voetpedaal en het netsnoer. U hoeft het snoer alleen de eerste keer dat u de machine gaat gebruiken aan het voetpedaal te bevestigen.1. Pak het snoer van het voetpedaal. Draai het voetpedaal om. Sluit het snoer aan op de uitgang in de ruimte in het voetpedaal. Duw goed aan zodat het snoer goed verbinding maakt.2. Leg het snoer in de gleuf op de onderkant van het voetpedaal.HET SNOER EN HET VOETPEDAAL AANSLUITENOp de onderkant van de machine vindt u informatie over de voedingsspanning (V) en de frequentie (Hz). Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het van het type “FR2” is (zie de onderkant van het voetpedaal).1. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorste contact rechts onder aan de machine.2.

Sluit het netsnoer aan op het achterste contact, rechts onder aan de machine.3. Zet de AAN/UIT-schakelaar op ON om de voedingsspanning en het licht in te schakelen.

AVOORBEREIDINGEN – 9VERZINK DE TANDEN VAN DE TRANSPORTEUR.De tanden van de transporteur worden verzonken wanneer u de schakelaar op de voorkant van de vrije arm naar rechts brengt. Zet de schakelaar naar links als u de tanden van de transporteur omhoog wilt brengen. De tanden van de transporteur gaan omhoog als u begint met naaien. De tanden van de transporteur worden verzonken bij het aannaaien van knopen en bij het naaien uit de vrije hand.NAAIVOETDRUKDe normale naaivoetdruk is ongeveer vijf. Hoe hoger het cijfer, hoe meer druk de naaivoet uitoefent op de stof. Gebreide en zachte stoffen moeten met een lagere druk worden genaaid. De naaivoetdruk wordt aangepast met de knop onder de bovenklep. Breng eerst de naaivoet omlaag als u de druk aanpast. NAAIVOET OMHOOG EN OMLAAG BRENGENMet de naaivoethendel (A) wordt de naaivoet omlaag of omhoog gebracht.

De naaivoet moet omlaag zijn als u naait. Als u de naaivoethendel omhoog brengt en dan nog verder omhoog drukt, wordt de naaivoethoogte extra verhoogd zodat u zeer dikke projecten onder de naaivoet kunt schuiven.NAAIVOET VERVANGEN Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF. 1. Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat en dat de naaivoet omhoog staat. Trek de naaivoet naar u toe.2. Plaats het dwarspennetje op de voet met de opening in de persvoethouder. Duw het naar achteren totdat de voet vastklikt.

12A B10 – VOORBEREIDINGENDE NAALD VERWISSELEN Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF.1. Maak de schroef in de naaldklem los met de schroevendraaier.2. Verwijder de naald. 3. Duw de nieuwe naald omhoog met de platte kant van u af totdat hij niet verder kan.4. Draai de schroef goed vast met de schroevendraaier.NAALDENDe naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvol naaien. Om er zeker van te zijn dat u een kwaliteitsnaald gebruikt, raden we naalden aan van systeem 130/705H.Universele naald (A)Universele naalden hebben een iets afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten. Stretchnaald (B)Stretchnaalden hebben een speciale las om overgeslagen steken te voorkomen wanneer er rek in de stof zit. Voor breisels, zwemkleding, eece en synthetische suède en leer. Gemarkeerd met een gele streep.

Denimnaald (C)Denimnaalden hebben een scherpe punt om door dicht geweven stoffen te prikken zonder dat de naald verbuigt. Voor canvas, denim, microber. Gemarkeerd met een blauwe streep.Tip: U kunt meer lezen over de verschillende naalden in de HUSQVARNA VIKING Gebruiksaanwijzing Accessoires op www.husqvarnaviking.com.Let op: Vervang de naald regelmatig. Gebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt (1). Met een beschadigde naald (2) kunnen steken worden overgeslagen en kan de naald of de draad breken. Een kapotte naald kan ook de steekplaat beschadigen. C

VOORBEREIDINGEN – 11GARENPENNEN EN GARENSCHIJVENUw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen. De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt van de stilstaande pen afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait). Gebruik de horizontale positie voor normaal naaigaren en de verticale positie voor grote klossen of speciale garens. Extra garenpenDe extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoel wilt opwinden vanaf een tweede garenklos of voor een tweede klos wanneer u met een tweelingnaald naait. Til de extra garenpen op en breng de pen naar links. Schuif een garenschijf op de pen. Voor garenklosjes die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje legt u een vilten ringetje onder de garenklos om te voorkomen dat de draad te snel afrolt.

Voor grotere klossen hoeft het vilten ringetje niet te worden gebruikt. Horizontale positiePlaats een passende garenschijf en het klosje op de garenpen. Controleer of de draad linksom van het klosje wordt afgerold en schuif dan een tweede garenschijf op de pen. Gebruik een garenschijf die iets breder is dan het klosje. De platte zijde van de schijf moet stevig tegen de klos worden gedrukt. Er mag geen ruimte tussen de garenschijf en de klos zitten. Er wordt een klein garenschijfje bij uw naaimachine geleverd als accessoire. Het kleine garenschijfje kan worden gebruikt voor kleine garenklosjes. Let op: Niet alle garenklosjes zijn op dezelfde manier gemaakt. Als u problemen heeft met het garen, draai het klosje dan om of gebruik de verticale positie. Verticale positieBreng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts.

Voor garenklosjes die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje of wanneer u speciale garens gebruikt, legt u een vilten ringetje onder de garenklos om te voorkomen dat de draad te snel afrolt. Voor grotere klossen is het vilten ringetje niet nodig. Let op: Er mag geen schijfje op de bovenkant van de garenklos worden geplaatst, omdat de klos dan niet meer kan draaien.

1. 2.3.4.ABC5.VOORBEREIDINGEN – 13DRAADINSTEKERWanneer u de draadinsteker wilt gebruiken, moet de naald zich in de bovenste stand bevinden. Bovendien raden wij u aan om de naaivoet te laten zakken.1. Gebruik de hendel om de draadinsteker helemaal naar beneden te trekken, zodat de draad onder de geleider blijft steken (A).2. Duw de hendel naar achteren om de draadinsteker naar voren te brengen totdat de metalen enzen de naald bedekken. Een klein haakje gaat door het oog van de naald heen (B).3. Plaats de draad onder de enzen voor de naald, zodat de draad achter het kleine haakje blijft hangen (C).4. Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. 5. Trek de lus er achter de naald uit. Leg de draad onder de naaivoet.Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120.

Wanneer u gebruik maakt van naalden met nr. 60 of kleiner, een zwaardnaald, een tweelingnaald of een drielingnaald, of wanneer de eenstaps-knoopsgatsensorvoet is geplaatst, kunt u de draadinsteker niet gebruiken. Er zijn ook enkele optionele accessoires waarbij u de draad met de hand moet insteken.Zorg ervoor wanneer u de draad handmatig in de naald steekt dat de draad van voren naar achteren door de naald wordt gestoken. De witte kleur van de naaivoethouder zorgt ervoor dat u het oog van de naald duidelijk kunt zien. Het spoeldeksel kan worden gebruikt als vergrootglas.DE DRAAD AFSNIJDENWanneer u klaar bent met naaien, snijdt u de draden af door de naaivoet omhoog te brengen en de draden van voren naar achteren in de draadafsnijder aan de linkerkant van de machine te trekken.

ABDC14 – VOORBEREIDINGENTWEELINGNAALD INRIJGEN Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF. 1. Plaats een tweelingnaald.2. Gebruik een tweede garenklos of spoel garen dat u als tweede bovendraad wilt gebruiken op een spoeltje.3. Breng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif een garenschijf op de pen. Bij klosjes die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje legt u een vilten ringetje onder het klosje.4. Schuif het eerste garenklosje op de garenpen. Het klosje moet rechtsom draaien wanneer de draad afrolt.5. Linkernaald: Rijg de machine in volgens de beschrijving op pagina 12. Controleer of de draad tussen de linker draadspanningsschijven ligt (A). Rijg de linker naald met de hand in.6. Trek de extra garenpen uit en schuif er een garenschijfje op.

Bij klosjes die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje legt u een vilten ringetje onder het klosje.7. Schuif tweede naaigaren op de garenpen. Het tweede klosje moet linksom draaien wanneer de draad afrolt.8. Rechternaald: Rijg de machine in zoals eerder omschreven, maar zorg ervoor dat deze draad tussen de rechter draad-spanningsschijven (A) ligt en buiten de draadgeleider (B). Rijg de rechter naald met de hand in.Let op: Als u speciale garens gebruikt (zoals metallic garens), verhogen het gewicht en het onregelmatige oppervlak daarvan de draadspanning. Door de spanning te verlagen, voorkomt u dat de naald breekt.Let op: Gebruik alleen symmetrische tweelingnaalden (C). Gebruik dit type tweelingnaald (D) niet; uw naaimachine kan erdoor beschadigen.

CABCDDVOORBEREIDINGEN – 15DE SPOEL OPWINDEN ALS DE MACHINE INGEREGEN ISZorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden. Let op. Gebruik geen plastic naaivoet bij het spoelen. 1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING® spoelen. 2. Trek de draad vanaf de naald onder de naaivoet door en naar rechts door de draadgeleider (C). 3. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D). Let op: Als u de eerdere versie van HUSQVARNA VIKING® spoelen gebruikt die geen gat hebben, draai dan eerst de draad een aantal maal om de spoel om te beginnen. 4. Druk de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop-upbericht op het touchscreen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen.

Duw het voetpedaal in om te beginnen met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af. Als de spoel vol is, stopt hij met draaien. Druk de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder. DE SPOEL OPWINDEN MET DE VERTICALE GARENPEN1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING® spoelen. 2. Plaats de grote garenschijf en een vilten ring onder de klos op de hoofdgarenpen die in verticale positie moet staan. 3. Breng de draad over en achter de voorspanningsdraad-geleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de draadgeleider (C), zoals afgebeeld. 4. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D). 5. Druk de spoelas naar rechts.

Er verschijnt een pop-upbericht op het touchscreen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Duw het voetpedaal in om te beginnen met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af.

EFG1. 2.3. 4.ID16 – VOORBEREIDINGENDE SPOEL OPWINDEN MET DE EXTRA GARENPEN1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING® spoelen.2. Klap de extra garenpen uit. Plaats een garenschijfje en een vilten ring onder het klosje.3. Breng de draad over en achter de voorspanningsdraad-geleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de draadgeleider (C), zoals afgebeeld.4. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D). 5. Druk de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop-upbericht op het touchscreen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Duw het voetpedaal in om te beginnen met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af.

Als de spoel vol is, stopt hij met draaien.Druk de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder.SPOEL PLAATSEN Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF. 1. Verwijder het spoelhuisdeksel door het naar u toe te schuiven.2. Plaats de spoel in het spoelhuis. De spoel past er slechts op één manier in, met het logo omhoog. De draad wordt afgewikkeld van de linkerkant van de spoel. De spoel draait dan linksom wanneer u aan de draad trekt.3. Plaats uw vinger op het spoeltje om te voorkomen dat het kan draaien als u de draad stevig naar rechts trekt en vervolgens naar links in het spanningsveertje (E) totdat het op zijn plaats “klikt”.4. Ga verder met het inrijgen om (F) heen en naar de rechterkant van de draadafsnijder (E). Schuif het spoelhuisdeksel (H) weer op zijn plaats.

123VOORBEREIDINGEN – 17JUISTE EN ONJUISTE DRAADSPANNINGNaai een paar rechte voorbeeldsteken met verschillende instellingen om te zien wat de juiste draadspanning is. 1. Begin met een spanning die te laag is, bijvoorbeeld ingesteld op het laagste nummer. De spoeldraad ligt recht en de bovendraad wordt naar de onderkant van de stof getrokken.2. Als u de spanning op het hoogste nummer zet, is de spoeldraad zichtbaar op de bovenkant van de stof. De naad kan trekken en de bovendraad kan breken.3. De juiste draadspanning is ingesteld wanneer de draden tussen de beide stoagen in elkaar grijpen, of - bij decoratieve steken - aan de onderkant.BEGINNEN MET NAAIEN Er is standaard een rechte steek geselecteerd wanneer u de machine inschakelt.

Selecteer voordat u begint te naaien uw stofkwaliteit in de Exclusieve SEWING ADVISOR™ functie en stel uw machine in volgens de aanbevelingen op het touchscreen (pagina 27).Om met naaien te beginnen, legt u de boven- en onderdraad onder de naaivoet, naar de achterkant toe. Voor de beste resultaten als u begint aan de rand van de stof, legt u een vinger op de draden om ze op hun plaats te houden wanneer u begint.Leg de stof onder de naaivoet. Brengt u de naaivoet omlaag met de persvoetlichter en drukt u het voetpedaal in om te beginnen met naaien. Geleid de stof voorzichtig met uw handen wanneer de machine de stof transporteert.Zie pagina 21 ter referentie over het selecteren van een andere steek of over het gebruik van de Exclusieve SEWING ADVISOR™ functie (zie pagina 27).

18 – DE BEDIENING VAN UW TRIBUTE™ 145CDE BEDIENING VAN UW TRIBUTE™145C1. STOPSTOP wordt gebruikt om een steek te beëindigen of om slechts één onderdeel van de steek te naaien. Uw naaimachine hecht de draad af en stopt automatisch wanneer één steekonderdeel of stekenprogramma is voltooid. De LED naast STOP brandt wanneer de functie is ingeschakeld. STOP wordt geannuleerd nadat u de functie hebt gebruikt. Druk opnieuw op de toets als u de functie weer wilt inschakelen. STOP wordt ook gebruikt om de stopsteek, trenzen en automatisch taperen te herhalen met dezelfde grootte. Tip: Als u de STOP-functie meerdere malen achter elkaar wilt herhalen voor een steekeenheid, kunt u de steek in een programma opslaan met een STOP aan het einde (zie Programmeren, pagina 22). 2. FIXERENMet de FIX-functie kunt u de steek aan het begin en/of aan het eind afwerken.

De LED naast FIX brandt wanneer FIX is ingeschakeld. Druk op FIX om de functie uit te schakelen. De FIX-functie wordt automatisch ingeschakeld wanneer er een steek wordt geselecteerd of wanneer STOP of de draadafsnijder is gebruikt. U kunt de automatische FIX-functie uitschakelen in het menu SET (zie pagina 25). De FIX-functie kan worden geprogrammeerd (zie pagina 23). 3. DraadafsnijderAls u op de draadafsnijder drukt, hecht uw machine de draden af, snijdt de boven-en onderdraad af en activeert de FIX-functie voor de volgende start. Om draden aan het einde van een steek of steekprogramma af te snijden, drukt u op de draadafsnijder tijdens het naaien. De LED naast de draadafsnijder gaat knipperen om aan te geven dat de draden moeten worden afgesneden.

Wanneer de steek of het steekprogramma is voltooid, worden de boven- en onderdraad afgesneden en worden de draaduiteinden automatisch naar de onderkant van de stof getrokken. De draadafsnijder-functie kan worden geprogrammeerd (zie pagina 23). 4. Naaldstop boven/onderDruk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te brengen.

De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd. Een pijl die omhoog of omlaag wijst, naast de naald op het touchscreen, geeft aan of Naaldstop boven of Naaldstop onder is geselecteerd. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. 5. SNELHEIDAlle steken van uw naaimachine hebben een vooraf ingestelde, aanbevolen naaisnelheid. Druk op SPEED + of SPEED – om de naaisnelheid te verhogen of te verlagen. Er zijn vijf snelheidsniveaus. Het snelheidsniveau staat aangegeven op het touchscreen. U kunt geen hogere snelheid selecteren dan de standaard maximumsnelheid voor de geselecteerde steek. 6. START/STOPDruk op START/STOP om de machine zonder het voetpedaal te starten en te stoppen. Druk eenmaal om te beginnen met naaien en druk opnieuw om te stoppen met naaien.

Let op: Druk op SPEED + of SPEED – om de naaisnelheid te verhogen of te verlagen. 7. AchteruitnaaienDruk op Achteruitnaaien tijdens het naaien; de machine naait achteruit totdat u de toets weer loslaat. Daarna naait uw naaimachine vooruit. De LED naast Achteruitnaaien brandt wanneer achteruitnaaien is ingeschakeld. Druk eenmaal op Achteruitnaaien voordat u begint te naaien als u permanent achteruit wilt naaien. Uw naaimachine naait achteruit totdat u opnieuw op Achteruitnaaien drukt. Achteruitnaaien wordt ook gebruikt bij het naaien van knoopsgaten, trenzen, stopsteken en automatische taperingsteken om tussen delen van de steken heen en weer te gaan. FUNCTIES21 3 5467.

DE BEDIENING VAN UW TRIBUTE™ 145C – 19FUNCTIES OP HET TOUCHSCREEN1. Exclusive SEWING ADVISOR™De Exclusive SEWING ADVISOR™ functie stelt de beste steek, steeklengte, steekbreedte, naaisnelheid en draadspanning in voor de geselecteerde stof en naaitechniek (zie pagina 27). Druk op de tab Stof/Techniek en maak uw selectie door op de stof of techniek te drukken die u wilt gebruiken. Druk op de pijl in de linker bovenhoek van het touchscreen om de Exclusieve SEWING ADVISOR™ functie te sluitenDe steek wordt getoond op het touchscreen met aanbevelingen voor de te gebruiken naaivoet, naaivoetdruk, draadspanning en naald. 2. DraadspanningDe beste draadspanning voor de geselecteerde steek en stof wordt automatisch ingesteld. De draadspanning kan worden aangepast voor speciale garens, technieken of stof. Druk op + om de draadspanning te verhogen en op - om deze te verlagen. 3.

Verticaal spiegelen Druk op deze toets om de geselecteerde steek verticaal te spiegelen. Als u op de toets drukt in de Naaimodus voor steekprogramma’s, wordt het hele steekprogramma gespiegeld. De verandering is te zien op het touchscreen. 4. Steeklengte/dichtheidAls u een steek selecteert, stelt uw machine automatisch de beste steeklengte in. De steeklengte is te zien op het touchscreen. U kunt de steeklengte veranderen door op de pictogrammen- of + te drukken. Als u een knoopsgat heeft geselecteerd, staat op het touchscreen de dichtheidsinstelling in plaats van de lengte-instelling van de steek. Nu kunt u de dichtheidsinstelling veranderen door op - of op + te drukken. Als u op Alt (6) drukt wanneer er een cordonsteek is geselecteerd, geeft het touchscreen de dichtheidsinstelling weer. Druk op – of op + om de dichtheid te veranderen. 5.

Steekbreedte/naaldpositieDe steekbreedte wordt op dezelfde manier ingesteld als de steeklengte. De vooraf ingestelde breedte is te zien op het touchscreen. De breedte kan worden aangepast tussen 0 en 7 mm. Sommige steken hebben een beperkte steekbreedte.

Als er een rechte steek is geselecteerd, worden – en + gebruikt om de naald in 29 posities naar links of rechts te bewegen. 6. Alt (Weergave afwisselen)Druk op het pictogram Alt om bij sommige steken de steekdichtheid weer te geven in plaats van de steeklengte. 7. Spiegelen in de breedteDruk op deze toets om de geselecteerde steek horizontaal te spiegelen. Bij een rechte steek met naaldpositie links, wordt de naald symmetrisch over het midden heen van links naar rechts gebracht als u op dit pictogram drukt. Als u op de toets drukt in de Naaimodus voor steekprogramma’s, wordt het hele steekprogramma gespiegeld. De verandering is te zien op het touchscreen. 8. Steken/LettertypemenuDruk op het pictogram van het Steken/Lettertypemenu om het stekenselectievenster te openen. Er zijn drie tabs: Stekenmenu, Mijn Stekenmenu en Lettertypemenu.

Zie pagina 21 voor meer informatie over hoe u een steek of lettertype kunt selecteren. 9. NavigatiepijlenGebruik de pijlen omhoog/omlaag om omhoog en omlaag te bladeren in een lijst met selecties. 10. ProgrammeermodusDruk hierop om de programmeermodus te openen. Druk er opnieuw op om de programmeermodus te verlaten. 11. Opslaan in Mijn StekenDruk hierop om het menu te openen waarin u uw eigen persoonlijke steken of stekenprogramma’s kunt opslaan. Druk er opnieuw op om het Mijn Stekenmenu te verlaten. 12. SET MenuDruk hierop om het menu voor naaimachine-instellingen te openen. Maak veranderingen en selecties door op de vakjes naast de functies te drukken. Blader omhoog en omlaag met de navigatiepijlen (9). Druk opnieuw op het pictogram SET Menu om het SET Menu te verlaten. (niet alle functies worden tegelijkertijd weergegeven)213 546712101189.

20 – DE BEDIENING VAN UW TRIBUTE™ 145C871312241561191514171618310NAAIMODUSDe naaimodus is de eerste weergave op het touchscreen nadat u de machine aanzet. Hier vindt u alle basisinformatie die u nodig heeft om te beginnen met naaien. Dit is ook het menu waarin u de instellingen van uw steek aanpast. Standaard is de rechte steek geselecteerd. Eenstaps SensorknoopsgatNormale naaimodus, rechte steekHandmatig knoopsgatNormale naaimodus, decoratieve steek1. De stof en naaitechniek die op de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie zijn geselecteerd. Druk hierop om uw selectie te veranderen. 2. Aanbevolen naald voor de geselecteerde stof. Een pijl geeft aan of naald omhoog/omlaag is geselecteerd. 3. Aanbevolen naaivoetdruk. 4. Aanbevolen naaivoet voor de geselecteerde steek. 5. Draadspanningsinstelling voor de geselecteerde stof en steek. Druk op + of – om de draadspanning aan te passen. 6.

De naaisnelheid wordt in vijf niveaus aangegeven op het touchscreen. Verlaag of verhoog de snelheid met SPEED + of SPEED–. 7. Verklein of vergroot de steeklengte door op de pictogrammen Steeklengte – en + te drukken. 8. De geselecteerde steek, zowel afgebeeld als weergegeven met het nummer. 9. Wanneer de rechte steek is geselecteerd, verandert u de naaldpositie door op de pictogrammen voor Steekbreedte – en + te drukken. 10. Aanbeveling om versteviging onder uw stof te gebruiken. 11. Wanneer u een cordonsteek selecteert, worden de instellingen van de lengte en de breedte getoond op het touchscreen. Met Alt wordt de dichtheidsinstelling getoond in plaats van de lengte-instelling. 12. Aanbeveling om zelfklevende glijplaatjes te gebruiken (zie pagina 2). 13. Verklein of vergroot de steekbreedte door op de pictogrammen Steekbreedte – en + te drukken. 14.

De steekdichtheid wordt weergegeven in plaats van de steeklengte wanneer er een knoopsgat, trens of stopsteek is geselecteerd of wanneer er een cordonsteek is geselecteerd en de toets Alt wordt ingedrukt. Verklein of vergroot de steekdichtheid door op de pictogrammen Steeklengte – en + te drukken. 16. Bij het naaien van knoopsgaten in elastische stof raden we aan om het knoopsgat met draad in te leggen voor meer duurzaamheid (zie pagina 32). 17. Bij het naaien van een handmatig knoopsgat, bij het stopprogramma of bij automatische taperingsteken is het pictogram voor achteruitnaaien te zien om aan te geven dat u op Achteruitnaaien moet drukken wanneer de kolommen van het knoopsgat, de stopsteek of de automatische taperingsteek de gewenste lengte hebben. 18. Indicatie van de grootte van het knoopsgat bij gebruik van de Eenstaps-knoopsgat-sensorvoet.

DE BEDIENING VAN UW TRIBUTE™ 145C – 21192021ABCSELECTEREN VAN EEN STEEKDe beschikbare steken staan afgebeeld in het bovenklep van uw machine met de menunummers links en de steeknummers binnen de menu’s in het midden. Druk op het pictogram van het Steken/Lettertypemenu (A) om het Steken/Lettertypeselectievenster te openen. U kunt uit drie tabs kiezen: Steken, Mijn Steken en Lettertypes. De laatst gebruikte tab is actief wanneer u het Steken/Lettertypemenu opent. Druk op de tab Steken. Selecteer een van de vier menu’s. Het nummer van het geselecteerde menu staat boven de stekenmenu’s. SELECTEREN VAN EEN LETTERTYPE Druk op het pictogram van het Steken/Lettertypemenu om het Steken/Lettertypeselectievenster te openen. Druk op de Lettertypetab. Druk op het lettertype dat u wilt gebruiken; de modus voor het programmeren van letters wordt automatisch geopend (zie pagina 22).

U kunt kiezen uit vier lettertypes: Block, Brush Line, Cyrillic en Hiragana. Knoop aannaaien19. Het pictogram voor het verzinken van de transporteur wordt weergegeven wanneer knopen aannaaien is geselecteerd. 20. Stel het aantal te naaien steken op de knoop in met de pictogrammen – en +. 21. Aanbeveling voor het gebruiken van het Multifunctioneel gereedschap/Knopenhulpstuk (optioneel accessoire 4131056-01) bij het aannaaien van een knoop. Leg de dunne kant van het Multifunctionele gereedschap/Knopenhulpstuk onder de knoop bij het naaien op dunne stoffen. Gebruik de dikke kant voor zwaardere stoffen. Wanneer u een menu heeft geselecteerd, kiest u de steek die u wilt gebruiken door op het bijbehorende nummer te drukken van de stekenselectienummers (B). Druk op verwijderen (C) als u op het verkeerde nummer heeft gedrukt. Bevestig uw selectie met OK.

Het stekenselectiemenu wordt gesloten en de steek is geselecteerd. Als u op OK drukt zonder een steek te selecteren, piept de machine om aan te geven dat u een selectie moet maken.

Als er geen selectie wordt gemaakt, sluit u het Steken/Lettertypeselectievenster weer door op het pictogram van het Steken/Lettertypemenu te drukken. Als het ingevoerde steeknummer niet bestaat in het geselecteerde menu, laat de machine een pieptoon horen. Het geselecteerde stekenmenu, de steek en het steeknummer zijn in de naaimodus te zien op het touchscreen. Om een andere steek te selecteren in hetzelfde menu, drukt u op de navigatiepijlen om steek voor steek te stappen in nummervolgorde. U kunt het Steken/Lettertypemenu ook openen en een directe selectie maken door op de bijbehorende cijfers op het scherm te drukken. Om een steek te selecteren in een ander menu, moet u eerst het stekenmenu veranderen en dan de steek selecteren.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna-Viking Tribute 145C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden