Husqvarna-Viking Sapphire 930 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna-Viking Sapphire 930 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna-Viking Sapphire 930 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
KEEPING THE WORLD SEWING
Handleiding

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Husqvarna-Viking
Categorie: Naaimachine
Model: Sapphire 930

Handleiding Husqvarna-Viking Sapphire 930 – volledige tekst

Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28 en UL1594. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriften in acht nemen, inclusief het volgende: Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Bewaar de instructies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij de naaimachine als deze van eigenaar verwisselt. GEVAAR - U beperkt als volgt het risico van een elektrische schok: • Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit.

Haal de stekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machi-ne gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneer u andere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan. WAARSCHUWING - U beperkt als volgt het risico van brand-wonden, brand, een elektrische schok of lichamelijk letsel: • Laat kinderen niet spelen met de naaimachine. Let goed op wanneer deze naaimachine wordt ge-bruikt door of in de buurt van kinderen. • Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen, zoals in deze handleiding wordt beschreven.

• Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachi-ne niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft gelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of een onderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling. • Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatie-openingen geblokkeerd zijn. Houd de ventila-tieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangende lappen stof.

• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald. • Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naald breken. • Gebruik geen gebogen naalden. • Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waardoor deze kan breken. • Draag een veiligheidsbril. • Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zo-als een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke. • Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen in de naaima-chine. • Gebruik de naaimachine niet buiten. • Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstof wordt toegediend.

SERVICE UITVOEREN AAN DUBBEL GEÏSOLEERDE APPARATEN In een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen in plaats van aarding. Dubbel geïso-leerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook niet aan het apparaat worden toegevoegd. Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nauwkeurigheid en een grondige kennis van het systeem en mag alleen worden uitgevoerd door deskundige technici. De reserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten moeten identiek zijn aan de onderdelen in het product. Een dubbel geïsoleerd product is gemarkeerd met de woorden ‘DUBBELE ISOLA-TIE’ OF ‘DUBBEL GEÏSOLEERD’. • Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer. • Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen. Plaats geen andere voorwerpen op het voetpedaal. • Gebruik de machine niet als hij nat is.

• Als het LED-lampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant of GLHQVVHUYLFHDJHQWRIHHQSHUVRRQPHWGH]HOIGHNZDOLÀFDWLHVRPJHYDDUWHYRRUNRPHQ• Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant of GLHQVVHUYLFHDJHQWRIHHQSHUVRRQPHWGH]HOIGHNZDOLÀFDWLHVRPJHYDDUWHYRRUNRPHQ• Deze naaimachine heeft dubbele isolatie. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Raadpleeg de instructies voor het repareren van dubbel geïsoleerde apparaten.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIESALLEEN VOOR EUROPA:Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze super-visie of instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken en als ze begrijpen welke gevaren eraan verbonden zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A). De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type "FR5" van het merk Shanghai Bioao Precision Mould Co. , Ltd. VOOR BUITEN EUROPA:Deze naaimachine is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten, of met een gebrek aan ervaring en kennis, als ze geen supervisie of instructie voor het gebruik van de naaimachine hebben gekregen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in de gaten worden gehou-den om te zorgen dat ze niet met de naaimachine spelen. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A).

InhoudsopgaveMachine-overzicht. 5Bijgeleverde accessoires. 6Naaivoeten. 6Stekentabel - menu 1. Nuttige steken. 7Lettertypen. 10Steken-overzicht. 101. VoorbereidingenUitpakken. 11De machine opbergen na het naaien. 11Doos met accessoires. 11Uitgebreid naaioppervlak. 11De vrije arm gebruiken. 11Het snoer van het voetpedaal aansluiten. 12Het snoer en het voetpedaal aansluiten. 12Verzink de tanden van de transporteur. 13De naaivoet verwisselen. 13De naald vervangen. 13Naalden. 14Garenpennen en garenschijven. 15De bovendraad inrijgen. 16Draadinsteker. 17De draad afsnijden. 17Een tweelingnaald inrijgen. 18De spoel opwinden als de machine ingeregen is. 18De spoel opwinden met de verticale garenpen. 19De spoel opwinden met de extra garenpen. 19De spoel in de machine plaatsen. 20Draadspanning. 20EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM™ (ESS). 21Beginnen met naaien. 212. De machinebedienenFunctietoetsen.

1234567108911Bijgeleverde accessoiresNaaivoetenNaaivoet A Is bij levering op de machine bevestigd. Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1,0 mm. Naaivoet B Gebruik deze voet bij het naaien van decoratieve steken of zigzagsteken en andere nuttige steken van minder dan 1,0 mm lang. De groef op de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken. Knoopsgatvoet C Deze voet wordt gebruikt voor het stap voor stap naaien van knoopsgaten. Gebruik de streepjes op de voet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. De twee groeven op de onderkant van de voet zorgen voor een soepel transport over de knoopsgatranden. Het hieltje aan de achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad. Blindzoomvoet D Deze voet wordt gebruikt voor het maken van blindzomen.

De binnenrand van deze voet geleidt de stof. De rechterkant van de voet is zo ontworpen dat hij langs de rand van de zoom beweegt. Ritsvoet E Deze voet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor het eenvoudi-ger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien. Verplaats de naaldpositie naar rechts of links om dichter langs de ritssluiting te naaien of om breed koord te overdekken. Naaivoet met DQWLNOHHÁDDJ+'H]HYRHWPHWHHQVSHFLDOHDQWLNOHHÁDDJDDQGHRQGHUNDQWZRUGWJHEUXLNWELMKHWQDDLHQYDQschuimrubber, plastic of leer, om de kans dat deze materialen aan de voet blijven kleven tot een minimum te beperken. Kantsteekvoet J Deze voet wordt gebruikt voor afwerksteken en zomen/afwerken. De steken worden over de pen heen gevormd, waardoor het rimpelen van de naad aan de rand van de stof wordt voorkomen.

Eenstaps-knoopsgat-sensorvoetWanneer deze voet op de machine is aangesloten, wordt het knoopsgat op een lengte genaaid die geschikt is voor de grootte van de knoop die in de machine is ingevoerd. 1. PICTOGRAM™ Pen *OLMSODDWMHVPHWDQWLNOHHÁDDJ3. Tornmesje4. Borsteltje5. Schroevendraaier6. Rand-/quiltgeleider7. Vilten onderlegger (2)8. Spoelen (5)9. Extra garenschijfjes, een grote en een klein. 10. Multifunctioneel gereedschap/Knopenhulpstuk11. Draadnetjes. Schuif die op de klos wanneer u synthetisch garen gebruikt dat gemakkelijk afrolt (2). Naalden – niet afgebeeld.

SteekSteek-nummerSteeknaamNaai-voetToepassing0Knoopsgat met trensSensorKnoops-gatvoet CStandaardknoopsgat voor de meeste stoffen. 1Rechte steek,naaldpositie in het middenA/B Voor alle soorten naaiwerk. Selecteer 29 verschillende naaldposities. 2Stretchsteek, naaldpositie linksA/B Voor naden in tricot en elastische stof. 3Versterkte rechte steek, naald in het middenA/BVoor naden die erg onder spanning staan. Drievoudig en elastisch voor versterkte naden. Gebruikt om sportkleding en werkkleding te verstevigen en door te stikken. Vergroot de steeklengte voor doorstikken. 29 naaldposities. 4 Driestaps-zigzag A/BVoor repareren, lapjes opnaaien en elastische stoffen. Geschikt voor lichte en normale stoffen. Selecteer steek 1:14 voor het afwerken. 5 Zigzag A/BVoor applicaties, kanten randen, het opnaaien van band, enz. De steekbreedte neemt links en rechts evenveel toe.

14Driestaps-zigzag-afwerksteekJ/B Voor het afwerken van alle soorten stof15 Tweestaps-zigzag A/B Om twee stukken stof met afgewerkte randen aan elkaar te naaien en voor elastisch rimpelen. 16 Zigzag-siersteek B Om stof rand tegen rand aan elkaar te naaien of overlappen bij leer. Voor decoratief naaien. 17 Rijgsteek A/BOm twee stukken stof aan elkaar te naaien met een lange steeklengte (verminder de draadspanning YROJHQVGHDDQEHYHOLQJHQRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\18Rechte rijgsteekAGebruik deze steek met het voetpedaal om lagen stof aan elkaar te rijgen. Verzink de transporteur. Naai een steek, breng de naaivoet omhoog en verplaats de stof. Breng de naaivoet omlaag en maak de volgende steek. Herhaal dit tot u klaar bent met rijgen. 19Blindzoomsteek voor elastische stoffenD Blinde zomen in normale en dikke elastische stoffen.

101VoorbereidingenSteekSteek-nummerSteeknaamNaai-voetToepassing21 Schulprand A/B Voor randen, over de rand naaien op dunne elastische stoffen, geweven stoffen op biaisband naaien.22Elastische steek of smokwerk A/BNaai over twee rijen elastische draad voor elastisch rimpelen.23 Fagotsteek A/B Om twee stukken stof met afgewerkte randen aan elkaar te naaien en voor elastisch rimpelen.24Stopsteek (heen en terug)A/BStop en repareer gaatjes in werkkleding, jeans, tafelkleden en dergelijke. Naai over het gat heen, druk op de achteruitnaaitoets voor doorlopend stopwerk en een automatische stop.25Stopsteek (horizontaal)A Voor het repareren van kleine scheurtjes.26Trens(handmatig)A/BVerstevig zakken, openingen van shirts, riemlusjes en het onderste deel van ritssluitingen.27 Ceintuurlussteek A Voor het vastzetten van ceintuurlussen.

1111VoorbereidingenSteekSteek-nummerSteeknaamNaai-voetToepassing40Automatische taperingsteekBBegint en eindigt met een punt. Gebruikt voor hoeken, punten en letters met cordonsteek.Druk op achteruitnaaien om de steek taps te maken.41Automatische taperingsteekBBegint en eindigt met een punt. Gebruikt voor hoeken, punten en letters met cordonsteek.Druk op achteruitnaaien om de steek taps te maken.42 Pictogramsteek B Pictogram-cordonelement om originele cordonsteekmotieven te programmeren.43 Pictogramsteek B Pictogram-cordonelement om originele cordonsteekmotieven te programmeren.44 Pictogramsteek B Pictogram-cordonelement om originele cordonsteekmotieven te programmeren.45 Pictogramsteek B Pictogram-cordonelement om originele cordonsteekmotieven te programmeren.46 Schulpranden B Voor het afwerken van randen.

Knip de stof buiten de schulprand weg.47Smalle zigzag-siersteekB Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg.48 Schulpsteek B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg.49 Schulpsteek B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg.50 Schulpsteek B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg.51 Cordon-pijlpunt B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg.52 Paddestoel B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg.53 Schulpsteek B Naai als rand of programmeer met andere steken.54 Cordonrandsteek B Randafwerking en voor het aan elkaar naaien van twee stukken stof.55 Cordonrandsteek B Randafwerking en voor het aan elkaar naaien van twee stukken stof.56 Cordonrandsteek B Randafwerking en voor het aan elkaar naaien van twee stukken stof.

1131VoorbereidingenUitpakken1. Zet de machine op een stevige vlakke ondergrond, verwijder de verpakking en til het deksel eraf.2. Verwijder het verpakkingsmateriaal en het voetpedaal.3. De machine wordt geleverd met een zak met accessoires, een elektriciteitssnoer en een voetpedaalsnoer.4. Neem de machine af met een doek, met name rondom de naald en de steekplaat, om eventueel vuil te verwijderen voordat u gaat naaien.Let op: Uw HUSQVARNA VIKING® SAPPHIRE™ 930 naaimachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur. Extreem warme of koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden.De machine opbergen na het naaien1. Zet de AAN/UIT-schakelaar op “O”.2. Haal de stekker eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de machine.3. Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine.

Rol het snoer van het voetpedaal op in de ruimte op de onderkant van het voetpedaal.4. Controleer of alle accessoires in de doos zitten. Schuif de doos met accessoires op de machine, achter de vrije arm.5. Zet het voetpedaal in de ruimte boven de vrije arm.6. Doe het deksel op de machine.Doos met accessoiresDe doos met accessoires heeft speciale ruimten voor naaivoeten en spoelen, plus ruimte voor naalden en andere accessoires. Berg de accessoires op in de doos zodat u ze altijd binnen handbereik hebt.Uitgebreid naaioppervlakDe ruimte rechts van de naald, tussen de naald en de arm, geeft u veel extra ruimte. Dat maakt het naaien van grote werkstukken en quilts veel eenvoudiger dan met andere naaimachines.

141123VoorbereidingenHet snoer van het voetpedaal aansluitenBij de accessoires vindt u het snoer van het voetpedaal en het elektriciteitssnoer. U hoeft het snoer alleen de eerste keer dat u de machine gaat gebruiken op het voetpedaal te bevestigen.1. Pak het snoer van het voetpedaal. Draai het voetpedaal om. Sluit het snoer aan op de uitgang in de ruimte in het voetpedaal.2. Duw goed aan zodat het snoer goed is aangesloten.3. Leg het snoer in de gleuf op de onderkant van het voetpedaal.Het snoer en het voetpedaal aansluitenOp de onderkant van de machine vindt u informatie over de voedingsspanning (V) en de frequentie (Hz). Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het van het type “FR5” is (zie de onderkant van het voetpedaal).1. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorste contact op de rechter onderkant van de machine.2.

1151VoorbereidingenVerzink de tanden van de transporteurDe tanden van de transporteur worden verzonken wanneer u de schakelaar op de voorkant van de vrije arm naar rechts brengt. Zet de schakelaar naar links als u de tanden van de transporteur omhoog wilt brengen. De tanden van de transporteur gaan omhoog als u begint met naaien. De tanden van de transporteur moeten omlaag worden gebracht bij het aannaaien van knopen en bij het naaien uit de vrije hand.De naaivoet verwisselen Zet de AAN/UIT-schakelaar op “O”.1. Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat en dat de naaivoet omhoog staat. Trek de naaivoet naar u toe.2. Lijn het dwarspennetje op de voet uit met de opening in de persvoethouder. Duw het naar achteren totdat de voet vastklikt.De naald vervangen Zet de AAN/UIT-schakelaar op “O”.1. Gebruik het gat in het multifunctionele gereedschap om de naald vast te houden.2.

161ADBC12VoorbereidingenNaaldenDe naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvol naaien. Om er zeker van te zijn dat u een kwaliteitsnaald gebruikt, raden we naalden aan van systeem 130/705H. Bij de naalden die bij uw machine worden geleverd, zitten naalden van de meest gebruikte afmetingen voor het naaien met geweven en elastische stoffen.Universele naald (A)Universele naalden hebben een licht afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten.Stretchnaald (B)Stretchnaalden hebben een speciale las om overgeslagen steken te verwijderen wanneer er rek in de stof zit. Voor breisels, ]ZHPNOHGLQJÁHHFHV\QWKHWLVFKHVXqGHHQNXQVWOHHU*HPDUNHHUGmet een gele streep.Denimnaald (C)Denimnaalden hebben een scherpe punt om door dicht geweven stoffen te prikken zonder dat de naald verbuigt.

Voor canvas, GHQLPPLFURÀEHU*HPDUNHHUGPHWHHQEODXZHVWUHHSZwaardnaalden (D)De zwaardnaald heeft brede vleugels naast de naald om gaatjes in de stof te prikken bij het naaien van entredeux- en andere ajoursteken op natuurlijke stoffen. Verminder de steekbreedte voor een optimaal resultaat.LET OP: Vervang de naald regelmatig. Gebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt (1). Een beschadigde naald (2) kan ervoor zorgen dat er steken worden overgeslagen, dat er naalden breken of dat de draad afbreekt. Een kapotte naald kan ook de steekplaat beschadigen.

1171ABVoorbereidingenGarenpennen en garenschijvenUw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen. De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt van de stilstaande pen afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait). Gebruik de horizontale positie voor normaal naaigaren en de verticale positie voor grote klossen of speciale garens. Horizontale positieTil de garenpen iets op uit de horizontale positie om het garenklosje gemakkelijk op de pen te kunnen plaatsen. De draad moet over de bovenkant en linksom afrollen, zoals op de afbeelding te zien is. Schuif er een garenschijfje op (zie hieronder) en zet de garenpen weer in horizontale positie. Let op: Niet alle garenklosjes zijn op dezelfde manier gemaakt.

Als u problemen heeft met het garen, draai het klosje dan om of gebruik de verticale positie. Er zitten bij levering twee garenschijven op de garenpen. Bij gemiddelde garenklosjes wordt het gemiddelde schijfje (A) op het klosje geplaatst. Bij grote klossen wordt het grote schijfje (B) op de klos geplaatst. De platte kant van de garenschijf moet goed tegen het garenklosje worden gedrukt. Er mag geen ruimte zijn tussen de garenschijf en het garenklosje. Bij de accessoires van uw machine zitten ook twee extra garenschijven: een kleine en een grote. De kleine garenschijf kan worden gebruikt voor kleine garenklosjes. Het tweede grote garenschijfje kan worden gebruikt wanneer u een spoel opwindt vanaf een tweede garenklosje of bij het naaien met een tweelingnaald. Verticale positieBreng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts.

Voor spoelen die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje of wanneer u speciale garens gebruikt, legt u een vilten ringetje onder de garenklos om te voorkomen dat de draad te snel afrolt. Voor grotere klosjes is het vilten ringetje niet nodig. LET OP: Er mag geen schijfje op de bovenkant van het garenklosje worden geplaatst, omdat het klosje dan niet meer kan draaien. Extra garenpenDe extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoeltje wilt opwinden vanaf een tweede garenklosje of voor een tweede klosje wanneer u met een tweelingnaald naait. Til de extra garenpen op en breng de pen naar links. Schuif de grote garenschijf erop. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte om te voorkomen dat de draad te snel wordt afgewikkeld. Gebruik de vilten onderlegger niet voor grotere klosjes.

11911234ABC4VoorbereidingenDraadinstekerWanneer u de draadinsteker wilt gebruiken, moet de naald zich in de bovenste stand bevinden. Bovendien raden wij u aan om de naaivoet te laten zakken.1. Gebruik de hendel om de draadinsteker helemaal naar beneden te trekken, zodat de draad onder de geleider blijft steken (A).2. Duw de hendel naar achteren om de draadinsteker naar voren WHEUHQJHQWRWGDWGHPHWDOHQÁHQ]HQGHQDDOGEHGHNNHQ(HQklein haakje gaat door het oog van de naald heen (B). 3ODDWVGHGUDDGRQGHUGHÁHQ]HQYRRUGHQDDOG]RGDWGHdraad achter het kleine haakje blijft hangen (C).4. Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Trek de lus er achter de naald uit.5. Leg de draad onder de naaivoet.LET OP: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120.

Wanneer u gebruik maakt van naalden met nr. 60 of kleiner, een zwaardnaald, een tweelingnaald of een drielingnaald, of wanneer de knoopsgat-sensorvoet is geplaatst, kunt u de draadinsteker niet gebruiken. Er zijn ook enkele optionele accessoires waarbij u de draad met de hand moet insteken.Steek de draad van voren naar achteren door de naald als u de draad handmatig in de naald steekt. De witte kleur van de naaivoethouder zorgt ervoor dat u het oog van de naald duidelijk kunt zien. Het spoeldeksel kan worden gebruikt als vergrootglas.De draad afsnijdenWanneer u klaar bent met naaien, snijdt u de draden af door de naaivoet omhoog te brengen en de draden van achteren naar voren in de draadafsnijder aan de linkerkant van de machine te trekken.

201ACDBDCVoorbereidingenEen tweelingnaald inrijgen Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF. 1. Plaats een tweelingnaald. 2. Gebruik een tweede garenklosje of spoel garen dat u als tweede bovendraad wilt gebruiken op een spoeltje. 3. Breng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif de grote garenschijf erop. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte. 4. Schuif het eerste garenklosje op de garenpen. Het klosje moet rechtsom draaien wanneer de draad afrolt. 5. LINKER NAALD: Rijg de machine in volgens de beschrijving op pagina 12 en controleer of de draad tussen de linker draadspanningsschijven ligt (A). Rijg de linker naald met de hand in. 6. Trek de extra garenpen uit en schuif er een grote garenschijf op.

Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte. 7. Schuif het tweede garenklosje op de garenpen. Het klosje moet linksom draaien wanneer de draad afrolt. 8. RECHTER NAALD: Rijg de machine in zoals eerder omschreven, maar zorg ervoor dat deze draad tussen de rechter draadspanningsschijven (A) ligt en buiten de draadgeleider (B). Rijg de rechter naald met de hand in. Let op: Gebruik alleen symmetrische tweelingnaalden (C). Gebruik dit type tweelingnaald niet (D); uw naaimachine kan erdoor beschadigen. Let op: Als u speciale garens gebruikt (zoals metallic garens), verhogen het gewicht en het onregelmatige oppervlak daarvan de draadspanning. Door de spanning te verlagen, voorkomt u dat de naald breekt. De spoel opwinden als de machine ingeregen isZorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden. Let op.

Gebruik geen plastic naaivoet bij het spoelen. 1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen. 2.

Trek de draad vanaf de naald onder de naaivoet door en naar rechts door de draadgeleider (C). 3. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D). Let op: Als u de eerdere versie van HUSQVARNA VIKING®-spoelen gebruikt die geen gat hebben, draai dan eerst de draad een aantal maal om de spoel om te beginnen. 4. Duw de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop-upbericht RSKHWJUDÀVFKHGLVSOD\'XZKHWYRHWSHGDDOLQRPWHbeginnen met spoelen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af. Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch. Duw de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder.

1211ABCABCDVoorbereidingenDe spoel opwinden met de verticale garenpen1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen. 2. Plaats het grote garenschijfje en een vilten onderlegger onder de spoel op de hoofdgarenpen die in verticale positie moet staan. 3. Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de draadgeleider (C), zoals afgebeeld. 4. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D). 5. Duw de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop-upbericht RSKHWJUDÀVFKHGLVSOD\'XZKHWYRHWSHGDDOLQRPWHbeginnen met spoelen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af.

Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch. Duw de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder. De spoel opwinden met de extra garenpen1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen. 2. Vouw de extra garenpen uit en plaats een groot garenschijfje en een vilten onderlegger onder het klosje. 3. Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de draadgeleider (C), zoals afgebeeld. 4. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D). 5. Duw de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop-upbericht RSKHWJUDÀVFKHGLVSOD\'XZKHWYRHWSHGDDOLQRPWHbeginnen met spoelen.

Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af. Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch.

221123EFG1234IHVoorbereidingenDe spoel in de machine plaatsen Zet de AAN/UIT-schakelaar op “O”.1. Verwijder het spoeldeksel door dit naar u toe te schuiven.2. Plaats de spoel in het spoelhuis. De spoel past er slechts op één manier in, met het logo omhoog. De draad wordt afgewikkeld vanaf de linkerkant van de spoel. De spoel draait dan linksom wanneer u aan de draad trekt.3. Plaats uw vinger op het spoeltje om te voorkomen dat het kan draaien als u de draad stevig naar rechts trekt en vervolgens naar links in het spanningsveertje (E) totdat het op zijn plaats “klikt”.4. Ga verder met het inrijgen om (F) heen en naar de rechterkant van de draadafsnijder (E). Schuif het spoelhuisdeksel (H) weer op zijn plaats. Trek de draad naar links om hem af te snijden (I). DraadspanningUw machine stelt automatisch de beste draadspanning in voor de geselecteerde steek en stof.

Ga naar het SET Menu om de draadspanning aan te passen voor speciale garens, technieken of stoffen.7HVWKHWHHQSDDUNHHUXLWRSHHQSURHÁDSMHYDQGHVWRIGLHXJDDWnaaien en controleer de spanning.Juiste en onjuiste draadspanningNaai een paar rechte voorbeeldsteken met verschillende instellingen om te zien wat de juiste draadspanning is. 1. Begin met een spanning die te laag is, bijvoorbeeld ingesteld op het laagste nummer. De spoeldraad ligt recht en de bovendraad wordt naar de onderkant van de stof getrokken.2. Als u de spanning op het hoogste nummer zet, is de spoeldraad zichtbaar op de bovenkant van de stof. De naad kan trekken en de bovendraad kan breken.3. De juiste draadspanning is ingesteld wanneer de draden tussen GHEHLGHVWRÁDJHQLQHONDDUJULMSHQRI ELMGHFRUDWLHYHVWHNHQ- aan de onderkant.

1231VoorbereidingenEXCLUSIVE SENSOR SYSTEM™ (ESS)SensorvoetdrukDankzij de sensorvoetdruk, voelt de naaivoet echt de dikte van de stof, het borduurmotief of het naaiwerk om er soepel en gelijkmatig overheen te naaien met een perfecte stofdoorvoer. Ga naar het menu SET als u wilt zien hoe de naaivoetdruk is ingesteld voor de geselecteerde stof en de druk handmatig wilt aanpassen.Sensorvoet omhoogDe naaivoet op uw naaimachine wordt in vier niveaus omhoog en omlaag gebracht met de toetsen Sensorvoet Omhoog en Omlaag (zie volgende pagina).De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht wanneer u met naaien begint. Wanneer u stopt met de naald in de lage positie, meet de naaivoet automatisch de dikte van de stof en wordt de naaivoet opgetild tot precies de juiste hoogte om over de stof te “zweven” om te kunnen draaien.

Ga naar het menu SET om deze functie uit te schakelen.Beginnen met naaien De toetsen aan de onderkant van het aanraakscherm zijn de toetsen van de Exclusive SEWING ADVISOR®, die u helpt de beste steek en instellingen te verkrijgen wanneer u aan het naaien bent.Druk op de toets voor het type en het gewicht van de stof die u gebruikt en druk op de toets voor de gewenste naaitechniek of selecteer een steek uit één van de menu's (zie pagina 38).Breng de boven- en de onderdraad onder de naaivoet en naar de achterkant. Leg voor de beste resultaten wanneer u aan de rand van de stof begint een vinger op de draden om ze op hun plaats te houden terwijl u begint.Leg de stof in positie onder de naaivoet.Duw het voetpedaal in om te beginnen met naaien. De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht.Geleid de stof voorzichtig met uw handen terwijl de machine de stof transporteert.

242986574123De machinebedienen1. SnelheidAlle steken van uw naaimachine hebben een vooraf ingestelde, aanbevolen naaisnelheid. Druk op de toets SPEED+ of SPEED- om de naaisnelheid te verhogen of te verlagen. Deze machine heeft vijf snelheidsniveaus. Het snelheidsniveau staat aangegeven op het display. U kunt geen hogere snelheid selecteren dan de standaard maximumsnelheid voor de geselecteerde steek. 2. DraadafsnijderDruk op de toets van de draadafsnijder en uw naaimachine hecht de draden af, snijdt de boven- en onderdraad af, brengt de naald en de naaivoet omhoog en activeert de FIX-functie voor de volgende start. Om draden aan het einde van een steek of steekprogramma af te snijden, drukt u op draadafsnijder tijdens het naaien. De LED naast de toets gaat knipperen om aan te geven dat de draden moeten worden afgesneden.

Wanneer de steek of het steekprogramma is voltooid, worden de boven- en onderdraad afgesneden. De draadafsnijder-functie kan worden geprogrammeerd (zie pagina 29). Let op: Nadat u een knoopsgat of een oogje hebt genaaid, snijdt de machine de draden automatisch af. De automatische draadafsnijder kan worden uitgeschakeld in het SET Menu, zie pagina 32. 3. Naaldstop boven/onderDruk op deze toets om de naald omlaag of omhoog te bewegen. De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd. De bovenste LED naast de toets brandt wanneer naald omhoog is ingeschakeld en de onderste LED brandt wanneer naald omlaag is ingeschakeld. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. Als zowel de naald als de naaivoet in de hoogste stand staan, gaat alleen de naaivoet omlaag wanneer u de eerste maal op het voetpedaal tikt.

Tik opnieuw op het voetpedaal om ook de naald omlaag te brengen. 4. StopSTOP wordt gebruikt om een steek te beëindigen of om slechts één onderdeel van de steek te naaien. Uw naaimachine hecht de draad af en stopt automatisch wanneer één steekonderdeel of stekenprogramma is voltooid.

Het lampje naast de toets brandt wanneer STOP is ingeschakeld. STOP wordt geannuleerd nadat u de functie hebt gebruikt. Druk opnieuw op de toets als u de functie weer wilt inschakelen. STOP wordt ook gebruikt om de stopsteek, trenzen en automatisch taperen te herhalen met dezelfde grootte. TIP: als u de STOP-functie meerdere malen achter elkaar wilt herhalen voor een steekeenheid, kunt u de steek in een programma opslaan met een STOP aan het einde (zie programmeren, pagina 29). Functietoetsen.

252986574123De machinebedienen5. FixMet de toets FIX kunt u de steek aan het begin en/of aan het eind vastzetten. Het lampje naast de toets brandt wanneer FIX is ingeschakeld. Druk op de FIX-toets om de functie uit te schakelen. De FIX-functie wordt automatisch ingeschakeld wanneer er een steek wordt geselecteerd of wanneer STOP, de draadafsnijder of Steek opnieuw beginnen is gebruikt. U kunt de automatische FIX-functie uitschakelen in het menu SET, zie pagina 32. 6. Sensorvoet omhoog/extra hoogMet deze toets wordt de naaivoet omhoog gebracht. Druk nogmaals op de toets om de naaivoet naar een extra hoge stand te brengen zodat u makkelijk zware of pluizige stoffen en tussenlagen onder de naaivoet kunt plaatsen en verwijderen. 7. Start/stopDruk op deze toets om de machine zonder het voetpedaal te starten en te stoppen.

Druk eenmaal op de toets om te beginnen met naaien en druk er opnieuw op om te stoppen met naaien. 8. Sensorvoet omlaag/draaistand Druk op Sensorvoet omlaag en draaien; de naaivoet wordt helemaal omlaag gebracht en de machine houdt de stof stevig vast. Druk nogmaals op Sensorvoet omlaag om de naaivoet omhoog te brengen tot de draaistand of tot een stand waarbij de naaivoet vlak boven de stof “zweeft” om beter te kunnen plaatsen. De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht wanneer u met naaien begint. U kunt ook op het voetpedaal tikken om de naaivoet omlaag te brengen. Wanneer u stopt met de naald in de lage stand, wordt de naaivoet automatisch omhoog gebracht in de draaistand. Deze functie kan worden uitgeschakeld in het menu SET, zie pagina 32. 9. AchteruitAls u op de toets drukt tijdens het naaien, naait de machine achteruit totdat u de toets weer loslaat.

26225181615171410 1211 132119 202422 23De machinebedienenFunctietoetsen op het voorpaneel10. Weergave afwisselenWanneer u een cordonsteek selecteert, worden de instellingen YDQGHOHQJWHHQGHEUHHGWHJHWRRQGRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\0HWde toets Weergave afwisselen worden de steekpositie-instellingen weergegeven in plaats van de steekbreedte en wordt de dichtheid weergegeven in plaats van de lengte. 11. Steeklengte/dichtheidAls u een steek selecteert, stelt uw machine automatisch de beste VWHHNOHQJWHLQ'HVWHHNOHQJWHLVWH]LHQRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\U kunt de steeklengte veranderen door op de toetsen + of - te drukken. $OVXHHQNQRRSVJDWKHEWJHVHOHFWHHUGVWDDWRSKHWJUDÀVFKdisplay de dichtheidsinstelling in plaats van de lengte-instelling van de steek. Nu kunt u de dichtheidsinstelling veranderen met de toetsen + en -.

$OVXRSGHWRHWV:HHUJDYHDIZLVVHOHQGUXNWWRRQWKHWJUDÀVFKdisplay de dichtheidsinstelling voor cordonsteken. Gebruik de toetsen + en - om de instelling te veranderen. 12. Steekbreedte/naaldpositieDe steekbreedte wordt op dezelfde manier ingesteld als de steeklengte. De vooraf ingestelde breedte is te zien op het JUDÀVFKGLVSOD\'HEUHHGWHNDQZRUGHQDDQJHSDVWWXVVHQHQmm. Sommige steken hebben een beperkte steekbreedte. Als er een rechte steek is geselecteerd, worden de toetsen + en - gebruikt om de naald in 29 posities naar links of rechts te bewegen. Steekpositie0HWGHIXQFWLH6WHHNSRVLWLHNXQWXGHQDDOGSRVLWLHYDQDOOHVWHNHQYHUDQGHUHQ'UXNRSGHWRHWV:HHUJDYHDIZLVVHOHQ2SKHWJUDÀVFKdisplay wordt nu de naaldpositie getoond in plaats van de steekbreedte-instellingen. Nu kunt u de naaldpositie naar links of naar rechts verplaatsen met de toetsen + en -.

Het wijzigen van de naaldpositie beperkt ook de mogelijkheid om de steekbreedte aan te passen. 13. WissenDruk op deze toets om een enkele steek of alle steken in een stekenprogramma te wissen. Of gebruik de toets om de steken en stekenprogramma's die u hebt opgeslagen in het menu “Mijn steken” te wissen. Deze toets wordt ook gebruikt om tapering in te stellen voor Decoratieve taperingsteken. 14. StekenselectieDoor op één van de toetsen van 0 tot 9 te drukken, selecteert u meteen de steek die op die toets staat afgebeeld. Door snel achter elkaar twee cijfers in de drukken, kunt u een steek van 10 en hoger uit het geselecteerde stekenmenu kiezen. Als het steeknummer niet bestaat in het geselecteerde stekenmenu, hoort u een piep en wordt het eerst ingevoerde cijfer geselecteerd als steek. 15. Pijltoetsen voor eenvoudige selectie.

Maak uw selecties met de pijltoetsen en bevestig uw selecties of veranderingen met de OK-toets. Gebruik de pijltoetsen links/rechts om steken stap voor stap in nummervolgorde te selecteren binnen het geselecteerde stekenmenu. De pijltoetsen worden ook gebruikt bij het programmeren om steken te selecteren binnen het programma of om letters te selecteren om in het programma in te voeren. De pijltoetsen omhoog en omlaag worden ook gebruikt om de grootte van een knoopsgat in te stellen en om het aantal steken in te stellen bij het aannaaien van een knoop.

27225181615171410 1211 132119 202422 23De machinebedienen16. StekenmenuDruk op deze toets om een steek te selecteren uit één van de VWHNHQPHQXVGLHRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\VWDDQ17. Font Menu'UXNRSGH]HWRHWVRPKHWIRQWPHQXRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\WHopenen om een lettertype te selecteren. 18. Veranderen naar kleine letters, hoofdletters of cijfersDruk op deze toets om te veranderen naar hoofdletters of cijfers bij het programmeren van letters. 19. Opslaan in Mijn stekenDeze toets opent het menu waarin u uw eigen persoonlijke steken of stekenprogramma's kunt opslaan. Druk opnieuw op de toets om Mijn steken te verlaten. 20. ProgrammeermodusDruk op deze toets om de programmeermodus te openen. Druk opnieuw op de toets om de programmeermodus te verlaten. 21. SET menuDruk op deze toets om de modus voor de machine-instellingen te openen.

Maak veranderingen en selecties met de pijltoetsen (15). Druk opnieuw op de toets om het menu SET te verlaten. 22. Steek opnieuw beginnen Wanneer u in het midden van een steek bent gestopt met naaien, drukt u op “Opnieuw beginnen” om weer bij het begin van de steek te starten met naaien zonder dat u speciale instellingen die u eventueel had gemaakt opnieuw hoeft in te voeren. 23. Verticaal spiegelenDruk op deze toets om de geselecteerde steek verticaal te spiegelen. Als u op de toets drukt in de uitvoermodus voor VWHNHQSURJUDPPDVZRUGWKHWKHOHVWHNHQSURJUDPPDJHVSLHJHOG'HYHUDQGHULQJLVWH]LHQRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\24. Horizontaal spiegelenDruk op deze toets om de geselecteerde steek horizontaal te spiegelen. Als u op deze toets drukt wanneer er een rechte steek met linker naaldpositie is geselecteerd, wordt de naaldpositie veranderd van links naar rechts.

282De machinebedienenKnoopsgatsensorNaaimodus'HQDDLPRGXVLVGHHHUVWHZHHUJDYHRSKHWJUDÀVFKGLVSOD\QDGDWu de machine aanzet. Hier vindt u alle basisinformatie die u nodig hebt om te beginnen met naaien. Dit is ook het menu waarin u de instellingen van uw steek aanpast. Standaard is de rechte steek geselecteerd. 1. Aanbevolen naald voor de geselecteerde stof. 2. Aanbevolen naaivoet voor de geselecteerde steek. 3. De naaisnelheid wordt in vijf niveaus aangegeven op het JUDÀVFKHGLVSOD\9HUODDJRI YHUKRRJGHVQHOKHLGPHWGHWRHWVHQSPEED+ of SPEED-. 4. Steekbreedte. Verklein of vergroot de steekbreedte door op de toetsen - en + eronder te drukken. Let op: Wanneer de toets Weergave afwisselen wordt ingedrukt, wordt de naaldpositie weergegeven in plaats van de steekbreedte. Verander de naaldpositie met de toetsen - en + voor de steekbreedte. 5. Steeklengte.

Verklein of vergroot de steeklengte door op de toetsen - en + eronder te drukken. 6. De geselecteerde steek, zowel afgebeeld als weergegeven met het nummer. 7. De stof en naaitechniek die op de Exclusive SEWING ADVISOR® functie zijn geselecteerd. 8. Geeft aan dat tapering aan het begin is geactiveerd en geeft het type hoek aan. 9. Geeft aan dat de functie Verticaal spiegelen is ingeschakeld. 10. Geeft aan dat de steek getapered kan worden wanneer een Decoratieve taperingsteek is geselecteerd. Druk op de CLR-toets om een weergave met taperinginstellingen te openen. 11. Geeft aan dat de functie Horizontaal spiegelen is ingeschakeld. 12. Geeft aan dat tapering aan het einde is geactiveerd en geeft het type hoek aan. 13.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna-Viking Sapphire 930 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden