Husqvarna-Viking Emerald 203 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna-Viking Emerald 203 (48 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna-Viking Emerald 203 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna-Viking |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | Emerald 203 |
Handleiding Husqvarna-Viking Emerald 203 – volledige tekst
VEILIGHEIDSINSTRUCTIESDeze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.ELEKTRISCHE AANSLUITINGDeze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.OPMERKINGEN OVER DE VEILIGHEID• Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door personen (ook kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale functies, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of geïnstrueerd worden over het gebruik van de naaimachine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.• Kinderen moeten onder toezicht staan, zodat ze niet met de naaimachine kunnen spelen.• Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.• Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.• Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn.• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen.
Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.• Draag een veiligheidsbril.• Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.• Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).Let op! Dit product moet op een veilige manier gerecycled worden volgens de geldende nationale wetgeving voor elektrische/elektronische producten. Raadpleeg bij twijfel uw leverancier voor advies.
90 16Garenpen 17De bovendraad inrijgen 18Draadinsteker 19Draad afsnijden 19Een tweelingnaald inrijgen 20Garen opspoelen 21De spoel in de machine plaatsen 21Hendel voor naaivoet 22Juiste en onjuiste draadspanning 22Functietoetsen op de machine 23Snelheidsregelschuif 23Voetpedaal 23Naaldstop boven/onder 24STOP 24FIX 24Achteruit 24Draaiknop voor de naaivoetdruk 25Steekbalans 25Functietoetsen 26Toetsen voor directe steekkeuze 26Steekbreedte 26Steeklengte 26Menukeuzetoets 26Selectie lettertypemenu (EMERALD™ 203) 26Spiegelen in de breedte 27Steek-verlengen-toets 27Geheugentoets 27Toets bewerken 27Toets wissen 27Zoemergeluiden 27Iconen op het display 28Iconen op het display: Lettermenu 28Iconen op het display: Verlengen 29Iconen op het display: Geheugen 29Waarschuwingen 30De naaivoet werd niet omlaag gebracht 30Hoofdmotor geblokkeerd 30Knoopsgathendel niet omlaag gebracht 30Knoopsgathendel niet omhoog gebracht 30Garen opspoelen 30Programmeren 31Een combinatie creëren 31Steken of letters toevoegen aan een reeks 31Steken/letters bewerken 32Steken/letters verwijderen 32Een stekengeheugen openen en naaien 32Steek verlengen 3223UBERZICHTVOORDAT U BEGINTBEDIENING VAN DE MACHINE
1. OVERZICHT525789TOEBEHOREN1. Schroevendraaier2. Vilten onderlegger3. Tornmesje/borsteltje4. Hulpstuk/multifunctionele gereedschap5. Spoelen6. Garenschijf (groot). Is bij afl evering van de machine geplaatst. 7. Garenschijf (klein). Is bij afl evering van de machine geplaatst. 8. Rand-/quiltgeleider9. Gloeilampremover10. Draagkoffer 11. Doos met toebehoren (is bij afl evering van de machine geplaatst)12. Doosje naalden (niet afgebeeld)13. Voetpedaal en netsnoer (niet afgebeeld)14. Aanschuiftafel (niet afgebeeld) (alleen EMERALD™ 203) 11310146NAAIVOETEN7Naaivoet AIs bij afl evering van de machine geplaatst. Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte langer dan 1,0 mm.7Naaivoet BVoor het naaien van korte zigzagsteken en cordonsteken van minder dan 1,0 mm, andere nuttige steken of siersteken, deze voet gebruiken.
De groef aan de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.Knoopsgat voet CDeze voet heeft ruimte aan de achterzijde om de maat van het knoopsgat in te stellen. De machine naait dan een knoopsgat dat past bij het formaat van de knoop.
6Blindzoom voet DDeze voet wordt gebruikt voor het maken van blindzomen. De binnenrand van deze voet geleidt de stof. De onderkant van de voet is zo ontworpen dat hij langs de rand van de zoom beweegt.7Ritsvoet EDeze voet kan zowel aan de rechterkant als aan de linkerkant van de naald worden geplaatst. Zo kunt u gemakkelijk aan beide kanten dicht langs de rits naaien. Verplaats de naaldpositie naar rechts of links om dichter langs de ritssluiting te naaien of om koord af te dekken.7Glijvoet HDeze voet, met een speciale laag aan de onderkant, wordt gebruikt bij het naaien van schuimrubber, plastic of leer, waarbij de kans dat deze materialen aan de voet blijven kleven tot een minimum worden beperkt.Naaivoet JDeze voet wordt gebruikt voor overlocksteken en zomen, d.w.z. steken met een breedte van 5,0 en 5,5 mm.
De steken worden over het pennetje gevormd, waardoor wordt voorkomen dat er plooien aan de rand van de stof ontstaan.Quilter’s 1/4” patchworkvoet PDeze voet wordt gebruikt voor patchworkblokken. De voet heeft geleidingsmarkeringen van 1/4” (6 mm) en 1/8” (3 mm).7 Transparante voet B Deze voet wordt gebruikt voor decoratief naaien. De naaivoet heeft dezelfde onderkant als naaivoet B. Rimpelvoet Deze voet wordt gebruikt voor het rimpelen van stof en het rimpelen en bevestigen van ruches in één keer. De voet is geschikt voor dunne tot normale stoffen.Naaivoet voor dubbel transport (alleen EMERALD™ 203)Deze naaivoet zorgt ervoor dat de bovenste en onderste lagen van de stof gelijkmatig worden doorgevoerd, waardoor ruiten, strepen en patronen beter op elkaar aansluiten.
1. OVERZICHT7Nuttige steken, Menu 1 & 21:0 – KnoopsgatKnoopsgat voor overhemd-/shirtstoffen en linnen.C1:1 – Rechte steekVoor alle soorten naaiwerk in geweven stoffen.A1:2 – StretchsteekVoor naden in tricot en elastische stoffen.A1:3 – Versterkte rechte steekVoor naden die veel te verduren hebben. Gebruik deze steek voor het versterken en naaien van sport- en werkkledingA1:4 – Driestaps zigzagsteekVoor afwerken, verstelwerk, lapwerk en het vastzetten van elastiek.A1:5 – ZigzagVoor het aanzetten van kant en band.A1:6 – Gesloten overlocksteekVoor sierzomen en elkaar overlappende zomen, ceintuurs en banden. Voor normale/dikke stretchstoffen.B1:7 – OverlocksteekNaaien en afwerken tegelijk, waarna overtollige stof kan worden weggeknipt. Voor dunne elastische en niet-elastische stoffen.J1:8 – OverlocksteekNaaien en afwerken tegelijk, waarna overtollige stof kan worden weggeknipt.
82:01 – Dubbele overlocksteekNaaien en afwerken tegelijk, waarna overtollige stof kan worden weggeknipt. Voor dikke elastische stoffen.B2:02 – StopsteekVoor het stoppen en verstellen van werkkleding, jeans, tafelkleden en handdoeken.B2:03 – Slinger (RicRac) steekVoor het verbinden van stof of voor overlappende naden in leer, of decoratieve steken.B2:04 – Elastische blindzoomOnzichtbare zomen in normale, elastische stof en dikke stof.D2:05 – Niet-elastische blindzoomOnzichtbare zomen in geweven stoffen.D2:06 – Fagoting-steekVoor het tegen elkaar naaien van twee stukken stof met afgewerkte randen en voor elastisch smokwerk.B 2:07 – Stopsteek Voor het stoppen en verstellen van werkkleding, jeans, tafelkleden enz.C2:08 – TrenssteekVoor het aanbrengen van riemlussen en verstevigde zakken.C2:09 - Afgerond knoopsgatKlassiek knoopsgat voor “handgemaakte uitstraling” op fi jne en delicate stoffen.
1. OVERZICHT9Nuttige steken, Menu 2alleen EMERALD™ 2032:16 – AfwerksteekIn één stap naaien en afwerken langs de rand of later afknippen. Voor normale elastische stoffen.B2:17 - RijgsteekOm twee stukken stof aan elkaar te naaien met een lange steeklengte.A2:18 – SchulprandVoor randen, over de rand naaien op dunne elastische stoffen, geweven stoffen op biaisband naaien.A2:19 – Elastische steek of smokwerkNaai over twee rijen elastische draad voor elastisch rimpelen.B2:20 – Knoopsgaten met nostalgische uitstralingVoor een “handgemaakte look” op dunne en fi jne stoffen. Tip: Maak voor knoopsgaten in jeans de lengte en breedte van het knoopsgat groter. Gebruik dikker garen. C 2:21 – Extra stevig knoopsgatMet versterkte trenzen.C2:22 – Knoopsgat met rechte steek voor leerVoor leer en suède.C2:23 – SchulprandenVoor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg.B
2. VOORDAT U BEGINT11UITPAKKEN1. Plaats de machine op een stevige, vlakke ondergrond, verwijder de verpakking en til de kap eraf.2. De machine wordt geleverd met een zakje met toebehoren, een voedingskabel en een kabel voor het voetpedaal.3. Neem de machine af met een doek, met name rondom de naald en de steekplaat om eventueel vuil te verwijderen voordat u gaat naaien.ABCDE MACHINE OPBERGEN1. Druk op de hoofdschakelaar om de machine uit te schakelen.2. Trek de voedingskabel eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de machine.3. Wikkel de voedingskabel op om uw hand en berg de kabel op in de daarvoor bestemde ruimte in de draagkoffer (A). 4. Trek de stekker van het voetpedaal snoer uit de machine. Wikkel het snoer van het voetpedaal op om uw hand en plaats het snoer in de opbergruimte van het voetpedaal (B).5. Zorg ervoor dat alle toebehoren zich in de doos met toebehoren bevinden.
12DOOS MET TOEBEHORENIn de doos met toebehoren zit een speciaal vak voor naaivoeten en spoelen plus een ruimte voor andere toebehoren.Berg de naaivoet en spoelen op in het speciale vak, zodat u ze gemakkelijk kunt vinden. Doos met toebehoren verwijderen/Gebruik van de vrije armSchuif de doos met toebehoren op de machine zodat er een groter werkvlak ontstaat.Schuif de doos met toebehoren naar links wanneer u deze wilt verwijderen en de vrije arm wilt gebruiken.Om gemakkelijker broekspijpen of mouwen te kunnen naaien, gebruikt u de vrije arm.Wilt u de doos met toebehoren weer plaatsen, schuif deze dan op de machine tot deze vergrendeld.AANSCHUIFTAFEL (alleen EMERALD™ 203)Gebruik de Quilttafel om het naaioppervlak te vergroten, zodat u gemakkelijk grote werkstukken en quilts kunt naaien.1. Pak de tafel uit en verwijder de plastic beschermlaag. 2.
2. VOORDAT U BEGINT13HET VOETPEDAAL AANSLUITENBij de toebehoren vindt u het snoer van het voetpedaal en de voedingskabel. U hoeft het snoer van het voetpedaal alleen de eerste keer dat u de machine gaat gebruiken in het voetpedaal te steken.1. Trek het snoer van het voetpedaal naar buiten. Draai het voetpedaal om. Steek het snoer in het contact in de ruimte in het voetpedaal.2. Duw stevig om te zorgen dat het goed aangesloten is.3. Plaats het snoer in de gleuf aan de onderzijde van het voetpedaal.AANSLUITEN OP DE VOEDINGSSPANNINGAan de onderkant van de machine vindt u informatie over de voedingsspanning (V) en de frequentie (Hz). Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het voetpedaal van het type “FR4/FR5” is (zie de onderkant van het voetpedaal).1. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorste contact rechts onder aan de machine (A).2.
AFWERKEN: werkt de randen van de stof af om rafelen te voorkomen en zorgt ervoor dat de stof plat blijft.NAAIEN/AFWERKEN: het naaien en afwerken van de naden vindt in één keer plaats.RIJGEN: het tijdelijk naaien voor het in elkaar zetten van kledingstukken, het maken van plooien en doorslaan. Gebruik de maximale steeklengte.Let op: door rijgen ontstaan permanente gaten in leder en vinyl.BLINDZOMEN: zorgt voor een onzichtbare zoom in kledingstukken. Wordt niet aanbevolen voor dunne stoffen of leder/vinyl.ZOOM: naait de best zichtbare steek of doorgestikte naad die past bij het stoftype dat u heeft gekozen.KNOOPSGAT: naait het knoopsgat dat het beste bij uw stof past.
2. VOORDAT U BEGINT15VERZINK DE TRANSPORTEUROm de transporteur te verzinken, moet u de doos met toebehoren verwijderen. De transporteurhendel bevindt zich aan de achterkant van de machine onderaan de vrije arm.Duw de hendel (A) naar rechts om de trans-porteur te verzinken. De transporteur komt weer omhoog wanneer u de hendel (A) naar links beweegt. Bovendien komt de transporteur omhoog wanneer u begint met naaien of het handwiel naar u toe draait. De transporteur moet verzonken zijn bij het aanzetten van knoppen.NAAIVOET VERWISSELEN Zet de hoofdschakelaar op uit1. Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat. Trek de naaivoet naar u toe.2. Plaats het dwarspennetje op de voet in de opening van de naaivoethouder. Druk het naar achteren totdat de voet vastklikt.DE NAALD VERWISSELEN Zet de hoofdschakelaar op uit1.
Gebruik het gat in het multifunctionele gereedschap om de naald vast te houden.2. Maak de schroef in de naaldklem (B) los met de schroevendraaier.3. Verwijder de naald. 4. Plaats de nieuwe naald met het gereedschap. Duw de nieuwe naald omhoog met de platte kant van u af totdat hij niet verder kan.5. Draai de schroef (B) vast met de schroevendraaier.A12B
16NAALDENDe naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij een optimaal naairesultaat. Om ervoor te zorgen dat u een naald van goede kwaliteit gebruikt, raden wij u aan de naalden van systeem 130/705H aan te schaffen. Het naaldendoosje dat bij uw machine wordt geleverd, bevat naalden van de meest gebruikte diktes voor het naaien van geweven en elastische stoffen.12ABCA - Universele naaldenVoor alle geweven stoffen. De naaldpunt is zo ontworpen dat hij tussen de draden van de stof doorgaat, zodat de stof niet wordt beschadigd.B - Stretchnaalden Voor gebreide en elastische stoffen. De stretchnaald heeft een gele markering en een afgeronde punt, zodat de gebreide stof niet wordt beschadigd. C - Jeansnaalden nr. 90Deze naalden worden gebruikt voor het naaien van dikke geweven stoffen, bijvoorbeeld spijkerstof en canvas.
De jeansnaald heeft een blauwe markering en een extreem scherpe punt waardoor hij gemakkelijker door de stof dringt.Let op: Vervang de naald regel matig. Gebruik altijd een naald met een scherpe punt (1). Een kapotte naald (2) kan ervoor zorgen dat steken worden overgeslagen, dat naalden breken of dat de draad afbreekt. Een kapotte naald kan ook de steekplaat beschadigen.
2. VOORDAT U BEGINT17ABGARENPENUw naaimachine heeft twee garenpennen, een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De horizontale hoofdgarenpen (A) wordt gebruikt voor het naaien met normaal garen. De verticale, extra garenpen (B) kan voor grote klossen of speciaal garen worden gebruikt. Gebruik de verticale garenpen ook voor het opspoelen.Horizontale positiePlaats de kleine schijf op de garenpen. Plaats de klos zo op de garenpen dat het garen met de wijzers van de klok mee afrolt. Gebruik altijd een schijf die iets groter is dan de klos.Druk de platte zijde van een tweede schijf stevig tegen de klos. Er moet nog enigszins ruimte tussen de schijf en garenklos overblijven, zodat het garen vrij kan afrollen.Verticale positieDe verticale garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoel wilt opspoelen vanaf een tweede garenklos of voor een tweede klos wanneer u met een tweelingnaald naait.
Bovendien kan hij worden gebruikt voor het naaien met speciaal garen.Duw de garenpen omhoog en zet hem in verticale positie. Schuif de grote schijf erop en plaats een vilten onderlegger onder de klos. Dit voorkomt dat de draad te snel van de klos wordt gewikkeld. Er mag geen schijf aan de bovenkant van de klos worden geplaatst, want dan kan hij niet meer draaien.
18EGFBACEDDE BOVENDRAAD INRIJGENZorg dat de naaivoet omhoog staat en de naald zich in zijn hoogste stand bevindt. Zet de hoofdschakelaar op uit1. Trek de garenpen omhoog. Plaats eerst een schijf en dan de klos op de garen pen. Plaats de andere schijf op de garen pen (A). Klap de garenpen weer in.2. Breng de draad in de richting van de pijl onder de draadgeleider (B) door, zodat de draad op zijn plaats valt. Geleid de draad daarna onder de tweede draadgeleider C door.3. Breng de draad omlaag tussen de draadspanningsschijven D.4. Ga verder met inrijgen door de draad omhoog van links naar rechts in de gleuf op de draad-hefboom E te steken.5. Dichtbij de naald ziet u twee draadgeleiders: F en G. Steek de draad door de twee draadgeleiders.6. Steek de draad van voor naar achteren door de naald. De witte kleur op de naaivoethouder zorgt ervoor dat u het oog van de naald duidelijk kunt zien.
2. VOORDAT U BEGINT19DraadinstekerWanneer u de draadinsteker wilt gebruiken, moet de naald zich in de bovenste stand bevinden. Bovendien raden wij u aan om de naaivoet te laten zakken.1. Gebruik de hendel om de draadinsteker helemaal naar beneden te trekken, zodat de draad onder de geleider blijft steken (A).2. Duw de draadinsteker helemaal omlaag tot de metalen fl enzen de naald helemaal bedekken. Een klein haakje gaat door het oog van de naald heen (B). 3. Plaats de draad onder de fl enzen voor de naald, zodat de draad achter het kleine haakje blijft hangen (C).4. Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Trek de lus er achter de naald uit.5. Plaats de draad onder de naaivoet en snijd de draad af.Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120.
U kunt de draadinsteker niet gebruiken voor naalden nr. 60 of kleiner, de zwaardnaald, tweelingnaald of drielingnaald. Er zijn ook enkele optionele naaivoeten waarbij u de draad met de hand moet insteken.Zorg ervoor, wanneer u de draad handmatig in de naald steekt dat de draad van voren naar achteren door de naald wordt gestoken. De witte kleur van de naaivoethouder zorgt ervoor dat u het oog van de naald duidelijk kunt zien.DRAAD AFSNIJDENWanneer u klaar bent met naaien, kunt u de draad afsnijden door de naaivoet omhoog te brengen, de draden naar de links te trekken en de draden met de draadsnijder af te snijden.4.1.2.3.BC5.A
20EEN TWEELINGNAALD INRIJGEN Zet de hoofdschakelaar op uit1. Plaats een tweelingnaald. 2. LINKER NAALD: Rijg de machine in volgens de beschrijving op pagina 18 en controleer of de draad tussen de linker draadspanningsschijven ligt (A). Rijg de linker naald met de hand in.3. Trek de extra garenpen uit en schuif er een grote garenschijf op. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte.4. Schuif het tweede garenklosje op de garenpen. Het klosje moet linksom draaien wanneer de draad afrolt.5. RECHTER NAALD: Rijg de machine in zoals eerder omschreven, maar zorg ervoor dat deze draad tussen de rechter draadspanningsschijven (A) ligt en buiten de draadgeleider (B). Rijg de rechter naald met de hand in.ABDCABLet op: de maximale tweelingnaald breedte voor deze machine is 2,5 mm.Let op: Gebruik alleen symmetrische tweelingnaalden (C).
2. VOORDAT U BEGINT21GAREN OPSPOELEN MET BEHULP VAN DE VERTICALE GARENPEN4. Druk de spoel naar rechts.5. Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het voetpedaal. Na een paar omwentelingen van de spoel knipt u het uiteinde van de draad af. Wanneer de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch. Duw de spoelas naar links en verwijder de spoel. Knip de draad door.De spoel in de machine plaatsen Zet de hoofdschakelaar op uit1. Zorg dat de naald helemaal omhoog staat tijdens het aanbrengen of verwijderen van de spoel. Open de afdekkap van het spoelhuis door de vrijgaveknop naar rechts (A) te duwen. Verwijder de afdekkap (B).2. Plaats de spoel in het spoelhuis, waarbij de draad tegen de klok in loopt. 3. Trek de draad door de gleuf en trek deze naar links in de draadspanner. 4. Trek de draad ongeveer 15 cm aan. Breng het spoelhuisdeksel aan.1.4.3.2.BACBA1.
Trek de verticale garenpen omhoog (A). Plaats eerst een grote schijf op de garenpen en vervolgens de klos.2. Breng de draad onder de spanschijf (B) door en met de klok mee eromheen. 3. Steek de draad van binnen naar buiten door het gat in de spoel. Plaats de spoel op de spoelas, waarbij het losse uiteinde van de draad er naar boven toe uitsteekt.
22HENDEL VOOR NAAIVOETDe naaivoet kan met de persvoetlichter omhoog en omlaag worden gebracht. Wanneer u dikke stoffen of verschillende lagen stof wilt naaien, kan de naaivoet omhoog worden gezet zodat de stof gemakkelijker onder de naaivoet kan worden geplaatst.JUISTE EN ONJUISTE DRAADSPANNINGOm enig inzicht te krijgen in de juiste draadspanning, naait u een paar rechte steken bij verschillende instellingen. 1. Begin met een te losse spanning, dat wil zeggen, stel de spanning in op de laagste waarde. De onderdraad ligt recht en de bovendraad wordt naar de onderkant van de stof getrokken.2. Wanneer u de spanning instelt op de hoogste waarde, kan het zijn dat de naad gaat trekken en/of dat de bovendraad breekt.3.
3. BEDIENING VAN DE MACHINE23FUNCTIETOETSEN OP DE MACHINESnelheidsregelschuif Met de snelheidsregelschuif kunt u de naaisnelheid aan uw wensen aanpassen. De stand van de schuif bepaalt hoe snel u kunt naaien.Schuif de regelaar naar rechts om de snel heid te verhogen.Schuif de regelaar naar links om de snel heid te verlagen.VoetpedaalU kunt de naaisnelheid ook regelen met het voetpedaal. Hoe verder u het voet pedaal indrukt, hoe sneller uw naaimachine gaat naaien.Indien u het voetpedaal tot het einde indrukt, naait de machine op dezelfde maximumsnelheid als met de snelheids regel-schuif.3BEDIENING VAN DE MACHINE
24Naaldstop boven/onder (A)Druk op deze toets om de naald omlaag/omhoog te brengen. Deze functie is vooral handig wanneer u een rechte hoek in uw kledingstuk of project wilt naaien.STOP (B)STOP wordt gebruikt om een steek af te sluiten of maar een deel van de steek te naaien. Uw naaimachine hecht de draad af en stopt automatisch wanneer een deel van de steek of stekenprogramma is voltooid. Met de icoon Stop gaat het informatievenster branden.Wanneer u op de STOP-toets drukt terwijl de machine naait, zal de machine dit deel van de steek nog voltooien, afhechten en dan stoppen.Wanneer u op de STOP-toets drukt ter wijl de machine stilstaat, zal de machine slechts een deel van de steek naaien en dan stoppen.FIX (C)Met behulp van de FIX-toets kunt u een steek aan het begin en/of einde afhechten. De icoon FIX in het informatievenster gaat branden wanneer FIX wordt geactiveerd.
Druk op de toets FIX om de functie in-/uit te schakelen.Wanneer u op de FIX-toets drukt terwijl de machine naait, zal de machine de steek niet voltooien. Na het voltooien van de afhecht-steken wordt de FIX-functie uitgeschakeld en de icoon FIX in het informatievenster gaat uit.Wanneer u op de FIX-toets drukt terwijl de machine stilstaat, zal de machine enkele afhechtsteken naaien wanneer u het voet-pedaal indrukt en dan verder naaien met uw steek.Achteruit (D)Druk op Achteruit om achteruit te naaien. Als de functie actief is, verschijnt er een pijl in het informatievenster. Wanneer u op de toets drukt en deze vasthoudt, zal de machine achteruit naaien tot u de toets loslaat. Wanneer u op de toets drukt en deze loslaat voordat u begint te naaien, zal de machine permanent achteruit naaien. Druk nogmaals op de toets om weer vooruit te naaien.
3. BEDIENING VAN DE MACHINE25Draaiknop voor de naaivoetdrukVoor stoffen met een verschillende dikte, draait u de regelknop om de juiste druk van de naaivoet op de stof in te stellen. Voor normaal naaien moet de knop op 4 staan. Verlaag de druk tot 1 of 2 voor het naaien van applicaties, ajourwerk, elastische stoffen, chiffon, kant, organza en andere fi jne stoffen.Steekbalans (A)Wanneer u een handmatig knoopsgat of siersteek naait en de steek is niet gelijkmatig, kunt u de steek met de balansknop afstellen. De knop zit aan de zijkant van de machine.Let op: Zet de knop altijd in de neutrale stand nadat u uw steek heeft genaaid.Als de steek te strak is, corrigeert u dit door de knop met de klok mee te draaien (B). Als de steek te los is, corrigeert u dit door de knop tegen de klok in te draaien (C).53ABC
26FUNCTIETOETSENToetsen voor directe steekkeuze (A)Indien menu één is geactiveerd, kunt u de toetsen voor de directe steekkeuze gebruiken om uw steek te kiezen. Met de toetsen 0 tot 9 selecteert u de op de toets afgebeelde steek rechtstreeks.Steekbreedte (B)De steekbreedte wordt op dezelfde manier ingesteld als de steeklengte. De vooraf in-gestelde breedte staat in het informatievenster. De breedte kan worden afgesteld tussen 0 en 7 mm. Wanneer een rechte steek wordt gese-lecteerd, dan wordt de breedtetoets gebruikt om de naaldpositie naar links of rechts te ver-plaatsen.Steeklengte (C)Wanneer u een steek selecteert, stelt uw naaimachine automatisch de juiste steek-lengte in. De vooraf ingestelde lengte staat in het informatievenster.
U kunt de steeklengte wijzigen door op de + of - toets te drukken.Functiepaneel – EMERALD™ 203 Functiepaneel – EMERALD™ 183AABBCCD EDMenukeuzetoets (D)Gebruik de menukeuzetoets om de ver-schillende stekenmenu’s te selecteren. Wanneer u de machine aanzet, is altijd de modus voor de directe steekkeuze (menu één) geselecteerd.Er zijn vijf verschillende stekenmenu’s; twee menu’s met nuttige steken en 3 met decoratieve steken. Aan de hand van de LED’s rechts op het scherm, kunt u zien welk menu u heeft geselecteerd.Er is tevens een lettermenu met hoofd letters, kleine letters en cijfers.Voor meer informatie over de steken, zie pagina 7-10 van deze handleiding.Selectie lettertypemenu (E) (alleen EMERALD™ 203)Druk op deze toets om af te wisselen tussen de twee beschikbare lettertypen (Block en Script). Het lettertype dat gekozen is, wordt gemarkeerd op het display.HIJFGFGHIJ
3. BEDIENING VAN DE MACHINE27Spiegelen in de breedte (F)Druk op deze toets om de geselecteerde steek in de breedte te spiegelen. Wanneer op deze toets wordt gedrukt wanneer een rechte steek met linker naaldpositie is geselecteerd, dan wordt de naaldpositie van links naar rechts gewijzigd. Een steek in een combinatie kan ook worden gespiegeld. De wijziging is zichtbaar in het informatievenster. Wanneer u tijdens het naaien op de toets Spiegelen in de breedte drukt, zal de machine de steek afmaken en de volgende spiegelen. Steek-verlengen-toets (G)Met de steek-verlengen-toets kunt u de cordonsteken 3:14, 3:15, 3:16, 4:01, 4:02 en 4:04 tot wel vijf maal hun normale grootte verlengen, waarbij de dichtheid behouden blijft. Bekijk de wijziging van de steek in het informatievenster. Geheugentoets (H)Maak gebruik van het geheugen om steek-combinaties te bewaren.
De opgeslagen combinaties blijven behouden, ook wanneer u de machine uitzet. EMERALD™ 203 heeft 8 geheugens, EMERALD™ 183 heeft 4 geheugens en in elk geheugen kunnen maximaal 20 verschillende steken worden bewaard. Zie pagina 31 om steken in het geheugen op te slaan. Toets bewerken (I)Om de instellingen van een letter of steek in de geheugenmodus aan te passen, gebruikt u de + en - toetsen voor de steekbreedte/-lengte om de steek die u wilt aanpassen te selecteren. Druk dan op de toets Bewerken om de gekozen steek in de modus Bewerken te zetten. Voor de in het geheugen opgeslagen steek is nu het handmatig instellen van de steeklengte, -breedte en spiegelen mogelijk. Druk nogmaals op de toets Bewerken om de bewerkingsmodus te verlaten en terug te keren naar de geheugenmodus. Toets wissen (J)Gebruik deze toets om een onjuiste letter of steek in een combinatie te wissen.
ZOEMERGELUIDENDe machine maakt een “klik”-geluid wanneer u op een toets op de machine drukt, zodat u weet dat u een steek of functie heeft geselecteerd. Bovendien is het een waarschuwing wanneer een onjuiste functie werd geselecteerd. Natuurlijk kunt u het geluid van de “klik” en waarschuwingen ook uitzetten; druk dan op de toets “E” wanneer u de machine aanzet. In het informatievenster ziet u twee verschillende modi. Kies tussen audio AAN of UIT door op de breedtetoetsen + of - te drukken. Druk op toets “M” om terug te gaan naar de Normale modus.
3. BEDIENING VAN DE MACHINE29WVedcbaZYXpfghijklmnoIconen op het display: VerlengenV. SteeknummerW. Steek verlengenX. Aanbevolen draadspanningY. Icoon AchteruitZ. Icoon naald omhoog/omlaaga. Icoon FIXb. Icoon STOPc. Naaivoetd. Steeklengtee. SteekbreedteIconen op het display: Geheugenf. Geheugennummerg. Huidige positie in geheugenh. Totale ruimte in het geheugeni. Steekbreedtej. Steeklengtek. Icoon naald omhoog/omlaagl. Icoon SPIEGELEN m. Icoon FIXn. Icoon STOPo. Steken bewerkenp. Naaldpositie
30WAARSCHUWINGENDe naaivoet werd niet omlaag gebrachtWanneer u het voetpedaal indrukt terwijl de naaivoet nog omhoog staat, geeft de machine een pieptoon en u ontvangt het volgende bericht.Hoofdmotor geblokkeerdDit betekent dat de draad in de knoop of vast zit en het handwiel niet kan worden bewogen. Kijk in de gids voor het verhelpen van storingen op pag. 43.Knoopsgathendel niet omlaag gebrachtEen knoopsgat of verstelsteek is geselecteerd en het voetpedaal werd ingedrukt terwijl de knoopsgathendel nog omhoog stond.Knoopsgathendel niet omhoog gebrachtEen knoopsgat of verstelsteek is geselecteerd en het voetpedaal werd ingedrukt terwijl de knoopsgathendel nog omlaag stond.Garen opspoelenHet volgende scherm verschijnt wanneer u aan het opspoelen bent. Wanneer de spoel vol is en u trekt de spoelas naar links, verdwijnt de melding.
3. BEDIENING VAN DE MACHINE31PROGRAMMERENUw naaimachine beschikt over een programmeerfunctie. U kunt letters in maximaal 20 verschillende steken programmeren. U kunt alle steken combineren, uitgezonderd onder-staande: 1:09, 1:00, 2:07, 2:08, 2:09, 2:10, 2:11 en 2:12 (en 2:20, 2:21, 2:22, EMERALD™ 203). Sla de combinatie op in één van de geheugens.Een combinatie creëren1. Druk op de geheugentoets op uw machine. Er verschijnt een pop-up venster waar u kunt kiezen in welk geheugen u uw steken wilt bewaren. Selecteer het nummer van het geheugen.2. Wanneer u in het geheugenscherm staat, knippert de cursor op de eerste positie. 3. Kies een steek met de menukeuzetoets om naar het gekozen stekenmenu te gaan en markeer daar het nummer van de steek.4. De door u gekozen steek verschijnt in het infomatievenster en de cursor gaat naar de volgende positie. Herhaal stap 3 om meer steken toe te voegen.5.
Begin met het naaien van uw reeks.6. Druk op de geheugentoets om de geheugenmodus te verlaten.Steken of letters toevoegen aan een reeks1. Wanneer u een steek of letter aan een reeks wilt toevoegen, zet u de cursor op de plaats waar de steek moet komen. De steek die u wilt toevoegen, wordt op de plaats van de cursor gezet (A). Met de toetsen + of - voor de steekbreedte of -lengte beweegt u vooruit en achteruit in de reeks.2. Selecteer het stekenmenu van uw keuze en het nummer van de steek die u wilt toevoegen. A
Selecteer het desbetreffende geheugen, dit geheugen wordt dan geopend.3. Drukt u op het voetpedaal, dan begint u te naaien. De cursor op het display beweegt tijdens het naaien over de steken.Let op: Nadat u het einde van de reeks heeft bereikt, zal de machine van voren af aan beginnen, tenzij u een stop heeft geprogrammeerd. De machine begint altijd op de plaats van de cursor te naaien.Steek verlengenEen steek verlengen wil zeggen dat u de steek langer maakt zonder de dichtheid te veranderen. U kunt de onderstaande steken verlengen:3:14, 3:15, 3:16, 4:01, 4:02 en 4:04.U kunt een steek tot maximaal vijfmaal zijn normale lengte verlengen. Wanneer u op de toets Steek verlengen drukt, verschijnt het volgende scherm. De steek op het scherm verandert overeenkomstig uw wijzigingen.B
4.BASISTECHNIEKEN33NAAIENBij het aan elkaar naaien worden twee stukken stof aan elkaar genaaid, waarbij de naadtoeslag aan de binnenkant gewoonlijk open wordt gestreken. In de meeste gevallen worden de randen van de stof afgewerkt met een afwerksteek voordat de naad wordt genaaid. Naden in elastische stof moeten met de stof mee rekken. Met de stretchsteek naait u een elastische naad die geschikt is voor het aan elkaar naaien van stukken dunne elastische stof.1:1 Rechte steekStof: Geweven, normaal, in twee stukken geknipt.Gebruik: Naaivoet A en naald nummer 80.De rand van de stof lijnen met 15 mm naadgeleiding.1:2 StretchsteekStof: Dun elastisch, in twee stukken geknipt.Gebruik: Naaivoet A en naald 75 stretchnaald.De rand van de stof lijnen met 10 mm naadgeleiding.4BASISTECHNIEKEN
341:7 AfwerksteekStof: Dun elastisch of dun/normaal geweven, in twee stukken geknipt.Gebruik: Naaivoet J.Laat de teen van de naaivoetgeleider de stof geleiden zoals afgebeeld.1:8 Stretch naad-/afwerksteekStof: Dik elastisch, in twee stukken geknipt.Gebruik: Naaivoet B en naald nummer 90.2:1 Dubbele overlocksteekStof: Geweven, dik, in twee stukken geknipt.Gebruik: Naaivoet B en naald nummer 80.1:4 Driestaps zigzagStof: Alle soorten stof.Gebruik: Naaivoet J.RAND/QUILTGELEIDERDe rand/quiltgeleider wordt gebruikt voor brede naadtoeslagen, doorstikken of quilten in rijen. Schuif de geleider in de klem op de naaivoethouder. Stel de juiste positie in.AFWERKENDe driestaps zigzagsteek is maximaal 7 mm breed en is geschikt voor alle soorten stoffen. Gebruik deze steken voor het afwerken, het verbinden van twee randen, het verstellen van scheuren en andere speciale afwerkingen.
Gebruik naaivoet J voor het afwerken van randen. NAAIEN EN AFWERKENDe overlocksteek naait de naad en werkt tegelijkertijd de rand af. Voor het beste resultaat voor de door u gekozen stof, beschikt uw naaimachine over diverse overlocksteken
4.BASISTECHNIEKEN35STOPPEN EN VERSTELLENHet stoppen van een klein gaatje of een scheur voordat deze groter wordt, kan de redding zijn van een kledingstuk. Kies fi jn garen in een kleur die zoveel mogelijk op de kleur van uw kleding lijkt.Naai als volgt: • Bevestig de knoopsgatvoet C en kies steek 2:07.• Plaats de stof in de juiste positie onder de naaivoet.• Breng de naaivoet omlaag en trek de knoophouder naar achteren. Door de knoopgeleiderplaat van u af te drukken, verandert de lengte van de stopsteek.• Druk het voetpedaal in. Begin boven het gaatje te naaien en naai er overheen naar beneden.
De machine naait zelf achteruit en vervolgens 15 keer heen en weer.Let op: De maximale steeklengte is 2,6 cm en de maximale breedte is 7 mm.NAAIEN VAN ZOMEN BIJ DIKKE STOFFENWanneer u over naden in extra dikke stof of over een naad in jeans heen moet naaien, kan de voet kantelen wanneer de machine over de naad heen moet klimmen. Maak in dergelijke gevallen dan ook gebruik van het hulpstuk om de hoogte van de te naaien zoom tijdens het naaien te compenseren.De ene zijde van de plaat is dikker dan de andere. Gebruik de zijde die het beste overeenkomt met de dikte van de naad.2:07 StopsteekStof: Alle soorten stof.Gebruik: Knoopsgatvoet C.
36BLINDZOMENDe blindzoom zorgt voor een onzichtbare zoom in kledingstukken. Er zijn twee soorten blindzomen; de ene wordt aan bevolen voor normale en dikke geweven stoffen, de andere voor normale en dikke elastische stoffen.Vouw de stof zoals weergegeven. Zorg ervoor dat de gevouwen rand van de stof de binnenrand van de rechter “tand” of naaivoet D volgt.Zet de naaivoet weer omlaag en druk op het voetpedaal. De linkerpunt van de naald moet de rand van de gevouwen stof raken. Indien nodig de steekbreedte aanpassen om de vouw net te “raken”.Let op: Voor dunne stoffen wordt de blindzoomtechniek afgeraden. Voor normale/dikke elastische stofnormale/dikke geweven stof
4.BASISTECHNIEKEN37KNOOPSGATEN NAAIENDe knoopsgaten in uw naaimachine zijn speciaal afgestemd op de verschillende soorten stoffen en kledingstukken. Zie ook de stekentabel op de laatste pagina van dit handboek voor een beschrijving van elk knoopsgat.Wanneer er knoopsgaten moeten worden gemaakt, moet de stof meestal met vlieseline worden verstevigd.Knoopsgatvoet C1. Maak markeringen op de stof op de plaats waar u het knoopsgat wilt aanzetten.2. Bevestig de knoopsgatvoet en trek dan de knoophouder naar buiten. Plaats de knoop. De knoop bepaalt de lengte van het knoopsgat.3. Controleer of de draad door de opening in de naaivoet zit en plaats hem onder de voet.4. Selecteer het knoopsgat dat u wilt naaien en stel vervolgens de steek en lengte af op uw keuze. Let op: Maak altijd eerst een knoops gat op een proefl apje.5.
Plaats de stof onder de naaivoet, zodat de markering overeenkomt met het midden van de knoopsgatvoet.6. Breng de knoopsgathendel omlaag en duw deze van u af.7. Houd het uiteinde van de bovendraad vast en begin met naaien. De knoops-gaten worden van de voorkant naar de achterkant van de naaivoet genaaid.8. Breng de naaivoet omhoog nadat de machine het knoopsgat heeft genaaid.
38Knoopsgat met inlegdraad (elastische stoffen)Wanneer u knoopsgaten in elastische stoffen naait, adviseren wij u om de inlegdraad in het knoopsgat aan te brengen om het extra te verstevigen en te voorkomen dat het knoopsgat uitrekt.1. Wikkel een stuk dik garen of perlé-katoen rond het hieltje aan de achterzijde van de knoopsgatvoet C.2. Naai een knoopsgat. Houd de inleg draad losjes vast. De cordonstekenrijen van het knoopsgat zullen over de inlegdraad heen worden genaaid. 3. Nadat het knoopsgat is genaaid, neemt u de inlegdraad van de hiel af en trekt deze strak. 4. Kruis de inlegdraad voor de naald en steek de draaduiteinden door een grote naald, trek ze aan de achterkant eruit en knoop de uiteinden aan elkaar alvorens de overtollige draad af te knippen.5.
Gebruik het tornmesje om het knoops gat voorzichtig open te snijden.KNOPEN AANNAAIENMet uw naaimachine kunt u vliegensvlug knopen, drukknopen, haakjes en oogjes aanzetten. Gebruik het hulpstuk om een steeltje van draad te maken.1. Selecteer steek 1:09 voor het aanzetten van knopen.2. Verwijder de naaivoet en verzink de transporteur. 3. Leg de stof, het hulpstuk en de knoop onder de naaivoethouder met de openingen in de knoop in lijn met de zigzagbeweging van de naald. Controleer de zigzagbeweging van de naald door aan het handwiel te draaien zodat u er zeker van bent dat de naald de knoop niet zal raken. Let op: De aanbevolen breedte van 3.0 is voor de meeste knopen ingesteld. Als u een hele kleine knoop of juist een zeer grote knoop wilt aanzetten, maak dan de steekbreedte kleiner (-) of groter (+) totdat de zigzagbeweging van de naald precies overeenkomt met de gaten in de knoop.4.
Druk op het voetpedaal. De naai machine naait de knoop op zijn plaats, hecht af en stopt daarna.5. Breng de transporteur weer omhoog en verwijder de stof.Let op: Plaats bij dunne stoffen het dunne uiteinde van het hulpstuk onder de knoop. Gebruik het dikke uiteinde bij dikkere stoffen. Houd het hulpstuk op de stof met plakband.
4.BASISTECHNIEKEN39RITSEN INZETTENDe ritsvoet E kan zowel aan de rechter- als linkerkant van de naald worden geplaatst, zodat beide zijden van de rits in dezelfde richting worden genaaid. Om de andere kant van de rits te naaien, verplaatst u gewoon de ritsvoet.Middenritssluiting1. Naai de twee stukken stof aan elkaar langs de 15 mm naadlijn tot aan de inkeping waar de ritssluiting moet komen.2. Rijg het resterende deel van de naad waar de rits moet komen. Strijk de naad open. Leg de rits met de goede zijde op de opengeperste naadtoeslag, en met de ritssluiter in de inkeping. Speld de rits aan de goede kant vast, zodat hij op zijn plaats blijft.3. Selecteer de rechte steek en verplaats de naaldpositie naar links. Klik ritsvoet E vast, zodat de naald zich links van de voet bevindt. Plaats de stof onder de voet met de goede kant boven en met de ritsvoet aan de rechterkant van de rits.4.
40RIMPELEN Zet de hoofdschakelaar uit1. Plaats de rimpelvoet. Zet de machine aan.2. Wanneer u slechts een laag stof gebruikt, leg deze dan onder de naaivoet en naai een paar steken. De stof zal rimpelen.3. Wanneer u twee lagen stof gebruikt, leg dan één laag onder de naaivoet en de andere tussen de inkeping in de voet (zie de afbeelding).4. Begin met naaien. De onderste laag stof zal rimpelen, terwijl de bovenste laag plat blijft.NAAIVOET VOOR DUBBEL TRANSPORTDe naaivoet voor dubbel transport is gemaakt om gelijkmatig lagen stof en/of tussenvulling door te voeren. Perfect om te quilten en voor het naaien van fl uweel, bepaalde elastische stoffen, kunstleer en stoffen met patronen die goed op elkaar moeten aansluiten. Het helpt ook te voorkomen dat moeilijke stoffen ongelijkmatig worden doorgevoerd.1. Verwijder de persvoethouder door de schroef van de houder los te schroeven. 2.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna-Viking Emerald 203 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Husqvarna-Viking
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine