Husqvarna-Viking Designer Jade 20 Handleiding


Pagina's 52 Naaimachine

Bekijk de handleiding van Husqvarna-Viking Designer Jade 20 gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 44 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Gebruikershandleiding
KEEPINGTHEWORLDSEWING™

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Husqvarna-Viking
Categorie: Naaimachine
Model: Designer Jade 20

Handleiding Husqvarna-Viking Designer Jade 20 – volledige tekst

Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28 en UL1594. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESWanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriften inacht nemen, inclusief het volgende:Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Bewaar deinstructies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij de naaimachineals deze van eigenaar verwisselt. GEVAAR - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN EENELEKTRISCHE SCHOK:• Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit. Haal destekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u demachine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneer uandere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan.

WAARSCHUWING - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICOVAN BRANDWONDEN, BRAND, EEN ELEKTRISCHESCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL:• Laat kinderen niet spelen met de naaimachine. Let goed op wanneer deze naaimachine wordtgebruikt door of in de buurt van kinderen. • Gebruik de naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor deze bedoeld is, zoalsbeschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijnaanbevolen, zoals in deze handleiding wordt beschreven. • Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als denaaimachine niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeftgelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of eenonderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling.

Wees vooral voorzichtig in de buurt vande naaimachinenaald. • Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naaldbreken. • Gebruik geen gebogen naalden. • Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen,waardoor deze kan breken. • Draag een veiligheidsbril. • Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald,zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een anderenaaivoet plaatsen en dergelijke. • Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen van denaaimachine. • Gebruik de naaimachine niet buiten.

• Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstofwordt toegediend. • Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen uitschakelen (“0”). • Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer. • Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen. Plaats geen andere voorwerpen ophet voetpedaal. • Gebruik de machine niet als hij nat is. • Als het LED-lampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant ofdiens service-agent of een persoon met dezelfde kwalificaties, om gevaar te voorkomen. • If the cord connected with the foot control is damaged, it must be replaced by the manufactureror its service agent or a similarly qualified person, in order to avoid a hazard. • Deze naaimachine heeft dubbele isolatie.

Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Raadpleegde instructies voor het repareren van dubbel geïsoleerde apparaten. BEWAAR DEZE INSTRUCTIESALLEEN VOOR EUROPA:Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderdefysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze supervisieof instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken en als zebegrijpen welke gevaren eraan verbonden zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 70 dB. De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type C-9002, gefabriceerd doorCHIEN HUNG TAIWAN Ltd.

VOOR BUITEN EUROPA:Deze naaimachine is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) metverminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten, of met een gebrek aan ervaring en kennis,als ze geen supervisie of instructie voor het gebruik van de naaimachine hebben gekregen van eenpersoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in de gaten worden gehoudenom te zorgen dat ze niet met de naaimachine spelen. Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 70 dB. De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type C-9002, gefabriceerd doorCHIEN HUNG TAIWAN Ltd. SERVICE UITVOEREN AAN DUBBEL GEÏSOLEERDEAPPARATENIn een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen in plaats van aarding. Dubbelgeïsoleerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook niet aan het apparaat wordentoegevoegd.

Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nauwkeurigheid eneen grondige kennis van het systeem en mag alleen worden uitgevoerd door deskundige technici. Dereserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten moeten identiek zijn aan de onderdelen in hetproduct. Een dubbel geïsoleerd product is gemarkeerd met de woorden ‘DUBBELE ISOLATIE’ OF‘DUBBEL GEÏSOLEERD’.

INHOUDSOPGAVE1 Inleiding. 5Machineoverzicht. 5Voorkant. 5Naaldgebied. 6Achterkant. 6Opbergdoos. 6Accessoiredoos. 6Accessoires. 7Bijgeleverde accessoires. 7Naaivoeten. 8Stekenoverzicht. 9Nuttige steken. 9Quiltsteken. 11Decoratieve steken. 112 Voorbereidingen. 12Uitpakken. 12Sluit het snoer en het voetpedaal aan. 13Opbergen van de machine. 13LED-lampjes. 13Vrije arm. 14De naaimachine in een naaitafel monteren. 14Garenpennen. 14De machine inrijgen. 15Draadinsteker. 16De draad afsnijden. 16Een tweelingnaald inrijgen. 17Spoelen. 18Spoelen vanuit horizontale positie. 18Spoelen door de naald. 19Spoel plaatsen. 19Draadspanning. 20Transporteur verzinken. 20Naalden. 21Belangrijke informatie over de naald. 21De naald verwisselen. 22Naaivoetdruk. 22Persvoetlichter. 22Naaivoet verwisselen. 22Functietoetsen. 23Naaldstop onder/boven Met indicator. 23STOP-functie. 23FIX-functie. 23Snelheid + en –.

Naaldgebied5678912341. Knoopsgathendel2. Draadinsteker3. Naaivoethouder4. Naaivoet5. Naaldstang6. Naaldklemschroef7. Bovendraadgeleider8. Persvoetlichter9. NaaivoetstangAchterkant1. Handvat2. Schakelaar voor het verzinken van de transporteurOpbergdoosIn de opbergdoos kunnen het voetpedaal, het snoer en alleaccessoires worden opgeborgen.Voor instructies over het verwijderen van de opbergdoos vande machine: zie Uitpakken, pagina 12.AccessoiredoosBerg de accessoires op in de doos zodat u ze altijd binnenhandbereik heeft.Houd de accessoiredoos op de machine om een groter, vlakwerkoppervlak te maken.Open de accessoiredoosOpen en sluit de vakken van de accessoiredoos door ze teschuiven zoals op de afbeelding te zien is.6 1 Inleiding

NaaivoetenNaaivoet AIs bij levering op de machine bevestigd. Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte stekenen zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1,0. Decoratieve naaivoet BGebruik deze naaivoet bij het naaien van decoratieve steken of zigzagsteken en andere nuttige stekenvan minder dan 1,0 mm lang. De groef aan de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepeltransport over de steken. Knoopsgatvoet CDeze naaivoet wordt gebruikt voor het stap voor stap naaien van knoopsgaten. Gebruik de streepjesop de voet op de rand van het kledingstuk. De twee groeven aan de onderkant van de voet zorgenvoor een soepel transport over de knoopsgatranden. Het lipje aan de achterkant van de voet houdtde draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad. Blindzoomvoet DDeze naaivoet wordt gebruikt voor blindzoomsteken. De binnenrand van de naaivoet geleidt de stof.

De rechterkant van de voet is zo ontworpen dat hij langs de rand van de zoom beweegt. Ritsvoet EDeze voet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor het eenvoudigeris om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien. Verplaats de naaldpositie naarrechts of links om dichter langs de ritssluiting te naaien of om breed koord te bedekken. Kantstikvoet JDeze voet wordt gebruikt voor afwerksteken en zomen/afwerken. De steken worden over hetpennetje heen gevormd, waardoor het samentrekken van de naad aan de rand van de stof wordtvoorkomen. Eén-staps-knoopsgatvoet CDeze naaivoet heeft een ruimte aan de achterkant voor een knoop om de grootte van het knoopsgatmee in te stellen De naaimachine naait een knoopsgat dat bij de grootte van die knoop past. Wordtgebruikt om knoopsgaten te naaien tot 25 mm.

Zelfklevend glijplaatjeBij het naaien over schuim, vinyl, plastic of leer, kan het materiaal aan de naaivoet kleven zodat denaaimachine het materiaal niet goed kan transporteren.

Om een tunnelte naaien over een smal elastiek.16 B 3-5Honingraatsteek Decoratieve steek voor elastische stoffen enzomen. Ook gebruikt met elastisch garen op despoel.17 B 2-4Kruissteek Decoratieve steek.1 Inleiding 9

Steek № Naaivoet Draad-span-ningNaam Beschrijving18 B 2-4Dubbele kruissteek Decoratieve steek.19 B 3-4Visgraatsteek Elastische decoratieve zoom voor elastischestoffen.20A4-56 mm naad steek Naait een rechte steek op 6 mm van de rechterrand van naaivoet A.21*P/A6-8“Handgemaakte”quiltsteekImiteert een handgemaakte quiltsteek. Rijgonzichtbaar garen door de naald en gebruik alsonderdraad lichtgewicht zacht katoenen garen ineen kleur die bij de quilt past.22 B 3-5Serpentinesteek Voor repareren en elastische applicaties.23 B 3-4Rechte schulpsteek Creëert prachtige rijen channel quiltsteken.24A3-4Applicatiesteek Voor applicaties.25 B 3-4Applicatiesteek Voor applicaties.26A3-5Applicatiesteek Voor applicaties.27 B 2-3Cordon-/applicatiesteekVoor applicaties, ronde randen, kant en bandaannaaien.28 B 3-4Stopsteek Stop en repareer gaatjes in werkkleding, jeans,tafelkleden en linnen handdoeken.

Naai over hetgat heen, druk op de achteruitnaaitoets voordoorlopend stopwerk en een automatische stop.29 B 3-4Trens, handmatig Verstevig zakken, openingen van shirts, riemlusjesen het onderste deel van ritssluitingen.30Eenstapsknoopsgatvoet/C3-4Sierknoopsgat Voor blouses en kinderkleding.31Eenstapsknoopsgatvoet/C3-4Normaal/zwaarversterkt knoopsgatVoor gewone en dikke stoffen32Eenstapsknoopsgatvoet/C3-4Klassiek knoopsgat Voor een handgemaakt effect op dunne en fijnestoffen.Tip: Maak voor knoopsgaten in jeans de lengte en breedtevan het knoopsgat groter. Gebruik dikker garen.33 Eén-staps-knoopsgatvoet/C3-4Sleutelgatknoopsgat Vierkant uiteinde voor colberts, jassen, enz.*P: Patchworkvoet, 6 mm (optioneel accessoire,onderdeelnummer 4127855-45).10 1 Inleiding

Sluit het snoer en het voetpedaal aanBij de accessoires vindt u ook de voedingskabel en hetvoetpedaal.Let op: Raadpleeg een erkende elektricien als u niet zeker weet hoe u denaaimachine op de stroomvoorziening moet aansluiten. Haal de stekkeruit het stopcontact wanneer de machine niet wordt gebruikt.Voor deze naaimachine moet voetpedaalmodel C-9002gefabriceerd door CHIEN HUNG TAIWAN Ltd wordengebruikt.1. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorstecontact rechts onder aan de machine (A).2. Sluit het netsnoer aan op het achterste contact, rechtsonder aan de machine (B). Steek de stekker in hetstopcontact.3. Zet de ON/OFF-schakelaar op ON om devoedingsspanning en het licht in te schakelen (C).Voor de VS en CanadaDeze naaimachine heeft een gepolariseerde stekker(waarbij het ene blad breder is dan het andere).

Om hetrisico van een elektrische schok te beperken kunt u dezestekker slechts op één manier in een gepolariseerdstopcontact steken. Als de stekker niet volledig in hetcontact past, draait u de stekker om. Als de stekker nogsteeds niet past, neem dan contact op met een erkendemonteur om een geschikt stopcontact te laten plaatsen.Breng geen wijzigingen aan in de stekker!Opbergen van de machine1. Zet de AAN/UIT-schakelaar op "O".2. Haal de stekker van het netsnoer eerst uit het stopcontacten vervolgens uit de naaimachine.3. Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine.Wikkel het snoer om het voetpedaal en leg het in deopbergdoos.4. Berg alle accessoires op in de accessoiredoos. Schuif dedoos op de naaimachine om de vrije arm heen.5.

Vrije armOm de vrije arm te gebruiken moet u de accessoiredoosverwijderen. Schuif de doos naar links om hem teverwijderen.Gebruik de vrije arm om gemakkelijker broekspijpen enmouwen te kunnen naaien.Om de accessoiredoos terug te plaatsen, schuift u de doos opde machine totdat hij goed zit.De naaimachine in een naaitafelmonterenEr zitten twee gaten in de onderkant van de naaimachinewaarmee deze in een naaitafel kan worden gemonteerd.Bevestig de naaimachine met M6-schroeven.GarenpennenUw naaimachine heeft twee garenpennen: eenhoofdgarenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijngeschikt voor alle soorten garen. De hoofdgarenpen isinstelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie(de draad wordt van het klosje afgerold) of in een verticalepositie (het klosje draait).

Gebruik de horizontale positievoor normaal garen en de verticale positie voor grote klossenof garen met speciale eigenschappen.Horizontale positiePlaats een vilten onderlegger en het klosje op de garenpen.Controleer of de draad van de voorkant van het klosje (A)wordt afgerold en schuif een garenschijf op de pen.Let op: Niet alle garenklosjes zijn op dezelfde manier gemaakt. Als uproblemen ondervindt met de draad, draai het garenklosje dan zo dat dedraad in de omgekeerde richting afrolt of plaats het garen in de verticalepositie.Draai afhankelijk van de grootte van het garenklosje derichting van de garenschijf om (B).Gebruik het kleine garenschijfje als u kruiswikkeldraadgebruikt (C).Plaats het garennetje over het klosje als het garen tegemakkelijk afrolt (D).14 2 Voorbereidingen

Verticale positieTil de garenpen op tot in verticale positie. Plaats een viltenringetje onder het garenklosje. Dit voorkomt dat het garen tesnel van het klosje wordt afgewikkeld. Plaats geen garenschijfop de garenpen omdat het klosje dan niet meer kan draaien.Extra garenpenDe extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoeltjewilt opwinden vanaf een tweede garenklosje of voor eentweede klosje wanneer u met een tweelingnaald naait. Steekde extra garenpen in het gat bovenop de naaimachine (A).Plaats een vilten ringetje onder het garenklosje.De machine inrijgenZorg ervoor dat de naaivoet omhoog staat en de naald in dehoogste stand is.1. Plaats een vilten ringetje en het garenklosje op degarenpen en plaats een garenschijf met de juisteafmetingen en richting.Let op: Houd de draad met uw beide handen vast zodat deze nietslap gaat hangen tijdens het inrijgen.

DraadinstekerMet de draadinsteker kunt u de draad automatisch in de naaldsteken. De naald moet in de hoogste positie staan om deingebouwde draadinsteker te kunnen gebruiken. Druk op detoets voor naald omhoog/omlaag om zeker te weten dat denaald helemaal omhoog is gebracht.Bovendien raden wij u aan om de naaivoet te laten zakken.1. Gebruik de hendel (A) om de draadinsteker helemaalomlaag te trekken. Er komen metalen flenzen om denaald en er gaat een haakje door het oog van de naald.2. Leg de draad vanaf de achterkant over de draadgeleider(B) en onder het haakje (C).3. Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Hethaakje trekt de draad door het oog van de naald en vormteen lus achter de naald. Trek de lus er achter de naald uit.4. Breng de naaivoet omhoog en leg de draad eronder.Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120.

Ukunt de draadinsteker niet gebruiken bij naalden van maat 60 ofdunner, zwaardnaalden of tweelingnaalden.Er zijn ook enkele optionele accessoires waarbij u de draad met de handmoet insteken.Zorg er wanneer u de draad handmatig in de naald steekt voor dat dedraad van voren naar achteren door de naald wordt gestoken.De draad afsnijdenWanneer u klaar bent met naaien, snijdt u de draden af doorde naaivoet omhoog te brengen en de draden van voren naarachteren in de draadafsnijder aan de linkerkant van demachine te trekken.16 2 Voorbereidingen

Een tweelingnaald inrijgenVervang de normale naald door een tweelingnaald. Zorgervoor dat de naaivoet omhoog staat en de naald in dehoogste stand is.1. Rijg de eerste draad in zoals staat beschreven in Demachine inrijgen, pagina 15.2. Rijg de draad van voren naar achteren door het oog vande naald.3. Breng de extra garenpen aan en schuif er eengarenschijfje op. Plaats het tweede naaigaren op degarenpen.4. Breng de draad naar links en trek de draad van achterennaar voren door de draadgeleider (A).5. Rijg de tweede draad op dezelfde manier in als de eerste.6. Zorg ervoor dat één draad door de draadgeleider bij denaald gaat en de andere draad aan de buitenkant daarvan.7.

Rijg de draad met de hand van voren naar achteren doorhet oog van de naald.Let op: De tweelingnaald wordt niet bij de machine meegeleverd.Let op: De dikte en het onregelmatige oppervlak van speciale garens,zoals metallic garens, kan de mate van wrijving op de draad verhogen.Door de spanning te verminderen, voorkomt u dat de naald breekt.Let op: Wanneer u een tweelingnaald gebruikt, kan het nodig zijn desteekbreedte te verminderen om beschadiging van de tweelingnaald, desteekplaat of naaivoet te voorkomen. Hoeveel u de steekbreedte moetverminderen hangt af van de steekpositie, de steekbreedte en/of de maatvan de tweelingnaald.Let op: Gebruik geen asymmetrische tweelingnaalden; uw naaimachinekan erdoor beschadigen.2 Voorbereidingen 17

SpoelenSpoelen vanuit horizontale positie1. Plaats het garenschijfje en het klosje op de garenpen inhorizontale positie. Schuif er een garenschijfje van hetjuiste type en met de juiste richting op.2. Plaats de draad van rechts naar links onder dedraadgeleider (A). Trek de draad naar de achterkant envan links naar rechts om de draadgeleider (B) heen, danom de draadgeleider (C) heen en in de uitsparing (D).3. Trek de draad naar rechts en dan van voren naar achterendoor de draadgeleider (E). Leid de draad met de klok meeonder de spanningsschijf (F) door.Let op: Zorg ervoor dat de draad goed in de spanningsschijf wordtgetrokken voor de juiste draadspanning.4. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje inde lege spoel (G) heen.5. Zet de spoel op de spoelas.6. Duw de spoelas naar rechts om op te spoelen.

De letters"SP" verschijnen op het LED-display, dit betekent datopspoelen actief is. Druk het voetpedaal in of druk op destart/stop-toets om het opspoelen te starten. Houd hetuiteinde van de draad goed vast wanneer u begint metspoelen.Laat het voetpedaal los of druk opnieuw op de start/stoptoets om te stoppen als de spoel vol is. Duw despoelas naar links. Verwijder de spoel en snijd de draad afmet de onderdraadafsnijder (H).Let op: Als u opspoelt vanaf de extra garenpen, haak de draad dan nietaan de geleider (C) en de uitsparing (D).18 2 Voorbereidingen

Spoelen door de naaldZorg ervoor dat de naaivoet en de naald in de hoogste standstaan.Let op: Gebruik wanneer u garen opspoelt vanaf de naald een metalennaaivoet.Trek de draad vanaf de naald onder de naaivoet door en naarrechts door de draadgeleider (A).Volg de stappen 4-6 onder Spoelen vanuit horizontale positie.Spoel plaatsenZorg ervoor dat de naald helemaal omhoog staat en dat denaaimachine is uitgeschakeld voordat u de spoel aanbrengt ofverwijdert.1. Open het spoelhuis met het ontgrendelknopje rechts (A).Verwijder het deksel (B).2. Breng de spoel aan in het spoelhuis, waarbij de draadlinksom loopt.3. Leg uw vinger op de spoel en trek de draad in de gleuf(C). Trek de draad dan bij de pijltjes in de draadgeleidervan de steekplaat van (C) naar (D). Trek de draad bij depijltjes in de draadgeleider van de steekplaat van (D) naar(E).

Trek de draad naar rechts over het mesje (E) heenom de overtollige draad af te snijden.4. Plaats het deksel weer op het spoelhuis.2 Voorbereidingen 19

DraadspanningOm de draadspanning in te stellen, draait u aan het wieltjebovenop de naaimachine. Afhankelijk van de stof,tussenvulling, draad, enz., is het mogelijk dat dedraadspanning moet worden aangepast.Zie Stekenoverzicht, pagina 9 voor aanbevelingen voor dedraadspanning.De juiste spanningVoor mooie en duurzame steken moet u controleren of debovendraadspanning goed is afgesteld; voor algemeen naaienwil dat dus zeggen dat de draden tussen de stoflagenverknopen.Spanning te hoogAls de onderdraad zichtbaar is op de bovenkant van de stof,is de bovendraadspanning te hoog. Verlaag debovendraadspanning.Spanning te laagAls de bovendraad zichtbaar is op de onderkant van de stof,is de bovendraadspanning te laag.

Verhoog debovendraadspanning.Voor decoratieve steken en knoopsgaten moet debovendraad zichtbaar zijn op de onderkant van de stof.Voer een paar testen uit op een proeflapje van de stof die ugaat gebruiken en controleer de spanning.Transporteur verzinkenDe transporteur wordt verzonken wanneer u de schakelaarop de achterkant van de vrije arm naar links brengt. Breng deschakelaar naar rechts als u de transporteur omhoog wiltbrengen. De tanden van de transporteur gaan omhoog als ubegint met naaien. De tanden van de transporteur wordenverzonken bij het aannaaien van knopen en bij het naaien uitde vrije hand.20 2 Voorbereidingen

NaaldenDe naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvolnaaien. Gebruik alleen naalden van goede kwaliteit. Wij radennaalden van systeem 130/705H aan. In het naaldendoosje datbij uw machine wordt geleverd, vindt u naalden in de meestgebruikte maten.Universele naaldUniversele naald.Universele naalden hebben een iets afgeronde punt en zijnverkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeennaaien van verschillende soorten en dikten stof.StretchnaaldStretchnaald - geel gemarkeerd.Stretchnaalden hebben een speciale las om overgeslagensteken te voorkomen wanneer er rek in de stof zit.

Voorbreisels, zwemkleding, fleece en synthetische suède en leer.DenimnaaldDenimnaald - blauw gemarkeerd.Denimnaalden hebben een scherpe punt die door dichtgeweven stoffen kan prikken zonder dat de naald verbuigt.Voor canvas, denim, microfibers.ZwaardnaaldZwaardnaald.De zwaardnaald heeft brede "vleugels" aan de zijkanten vande naald om gaten in de stof te prikken bij het naaien vanentredeux en andere ajoursteken op natuurlijke stoffen.Let op: Voor deze machine dient u zwaardnaald dikte 100 tegebruiken. De zwaardnaald wordt niet bij de machine geleverd.Belangrijke informatie over de naaldVervang de naald regelmatig. Gebruik altijd een rechte naaldmet een scherpe punt (A).Een beschadigde naald (B) kan ervoor zorgen dat er stekenworden overgeslagen, dat de naald breekt of dat de draadafbreekt.

De naald verwisselenZet de AAN/UIT-schakelaar op "O".1. Draai de naaldschroef los met de schroevendraaier.2. Verwijder de naald.3. Duw de nieuwe naald omhoog met de platte kant van uaf totdat hij niet verder kan.4. Draai de naaldschroef vast met de schroevendraaier.NaaivoetdrukDe naaivoetdruk is vooraf ingesteld op de standaardwaarde"N". In de meeste gevallen hoeft u de naaivoetdruk niet aante passen. Voor speciale technieken of bij het naaien op zeerdunne of dikke stof, kan het aanpassen van de druk hetresultaat verbeteren. Draai bij zeer dunne stoffen de knopnaar een lager getal. Draai bij dikke stoffen de knop naar eenhoger getal.PersvoetlichterABMet de persvoetlichter (A) wordt de naaivoet omlaag ofomhoog gebracht.

Als u dikke stof of meerdere lagen stofnaait, kan de naaivoet verder omhoog worden gebracht (B)om de stof makkelijker onder de naaivoet te kunnen leggen.Let op: De naaimachine start niet wanneer de naaivoet omhoog staat(behalve voor opspoelen).Naaivoet verwisselenZet de AAN/UIT-schakelaar op "O".1. Zorg ervoor dat de naaivoet omhoog staat en de naald inde hoogste stand is. Trek de naaivoet naar u toe.2. Plaats het dwarspennetje op de voet met de opening in depersvoethouder. Duw het naar achteren totdat de voetvastklikt.22 2 Voorbereidingen

Functietoetsen23456187109111. Naaldstop onder/boven metindicator2. STOP-functie3. FIX-functie4. Snelheid + en -5. Start/stop6. Achteruitnaaien7. Stekenselectietoetsen8. Steeklengte9. Steekbreedte/naaldpositie10. Horizontaal spiegelen11. Aanbeveling naaivoet bekijkenNaaldstop onder/boven Met indicatorDruk op naaldstop boven/onder om de naald omhoog of omlaag te brengen. De instelling van de naaldstoppositie wordttegelijkertijd veranderd. De LED-lampjes naast de toets geven de geselecteerde stoppositie aan. Het bovenste lampje gaatbranden als naaldstop boven is geselecteerd en het onderste als naaldstop onder is geselecteerd. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. STOP-functieSTOP wordt gebruikt om een steek te beëindigen of om slechts één onderdeel van de steek te naaien.

Uw naaimachine hecht dedraad af en stopt automatisch wanneer één steekonderdeel is voltooid. De LED naast de toets brandt wanneer STOP isingeschakeld. Om te annuleren, selecteert u STOP opnieuw of selecteert u een nieuwe steek. De STOP-functie wordtgeannuleerd wanneer de steek is voltooid. Druk opnieuw op de toets als u de functie weer wilt inschakelen. STOP wordt ook gebruikt om de stop- of trenssteek even groot te herhalen. FIX-functieFIX wordt gebruikt om een steek af te hechten. FIX wordt automatisch geactiveerd wanneer u STOP gebruikt tijdens hetnaaien. Eerst zal uw machine een paar aanhechtingssteken naaien en vervolgens gaat hij verder met de geselecteerde steek. Wanneer u tijdens het naaien op FIX drukt, naait de machine een paar afhechtingssteken en stopt daarna automatisch. De LEDnaast de toets brandt wanneer FIX is ingeschakeld.

Druk op snelheid + of snelheid – voordat u begint metnaaien. Op het display wordt dan de huidige instelling weergegeven, die loopt van “S1” tot “S5”. Wanneer u op snelheid + ofsnelheid – drukt tijdens het naaien, wijzigt de snelheid maar de nieuwe instelling wordt niet op het display weergegeven. U kunt2 Voorbereidingen 23.

geen hogere snelheid selecteren dan de standaard maximumsnelheid voor de geselecteerde steek. Wanneer u probeert om deminimum of maximum snelheid te overschrijden hoort u een pieptoon. Als u naait met metallic garens of op fijne stoffen, verlaagt u de naaisnelheid voor optimale resultaten. Start/StopDruk op deze toets om de machine te laten starten en stoppen met naaien als u het voetpedaal niet gebruikt. Druk op start/stopom te beginnen en druk er opnieuw op om te stoppen. AchteruitnaaienDruk eenmaal op de achteruitnaaitoets voordat u begint te naaien als u permanent achteruit wilt naaien. De achteruitnaai-indicator wordt verlicht en de machine naait achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt. Als u tijdens het naaien op deachteruitnaaitoets drukt, naait de machine achteruit zolang u de toets ingedrukt houdt.

De achteruitnaai-indicator gaat brandenwanneer de achteruitnaaitoets wordt ingedrukt. Achteruitnaaien wordt ook gebruikt bij het naaien van trenzen en stopsteken om tussen delen van de steek heen en weer te gaan. StekenselectietoetsenDoor op één van de toetsen van 0 tot 9 te drukken, selecteert u de steek die op die toets staat afgebeeld. Door snel achter elkaar twee cijfers in te drukken, kunt u een steek van 10 en hoger kiezen. Als het steeknummer niet bestaat,hoort u een piep en wordt de vorige steekkeuze aangehouden. SteeklengteVerklein of vergroot de steeklengte door op - of op + te drukken. Zie Steeklengte/Steekdichtheid, pagina 26. Steekbreedte/naaldpositiePas de steekbreedte/naaldpositie aan door op - of + te drukken. Zie Steekbreedte/naaldpositie, pagina 27. Horizontaal spiegelenDruk op deze toets om de geselecteerde steek horizontaal te spiegelen.

Bij een rechte steek met naald links, wordt de naaldsymmetrisch over het midden heen van links naar rechts gebracht als u op deze toets drukt. De LED naast de toets brandtwanneer deze functie is ingeschakeld.

WaarschuwingenSpoelen positieWanneer de spoelas naar rechts wordt geduwd, verschijnende letters "SP" op het LED-display. Als u op een willekeurigetoets drukt, laat een pieptoon u weten dat u de spoelas naarlinks moet duwen, in de naaipositie.Let op: Naaien is niet mogelijk in de spoelpositie.Knoopsgathendel niet omlaag en ingedruktWanneer de knoopsgathendel niet omlaag staat en ingedruktwordt tijdens het naaien van knoopsgaten, verschijnen deletters “E1” op het LED-display. Zie Knoopsgaten naaien,pagina 34.Naald omhoog brengenWanneer de naald omlaag gebracht wordt terwijl de machinewordt aangezet, verschijnen de letters “UP” op het LED-display. Draai het handwiel met de klok mee om de naaldomhoog te brengen.

Wanneer de naald helemaal omhoogstaat, gaat de machine kalibreren en kunt u beginnen metnaaien.Overbelasting hoofdmotorUw naaimachine kan overbelast raken wanneer u zware stofnaait, de draad in de war raakt of vast komt te zitten ofwanneer de as van het handwiel niet kan bewegen. De letters“E2” verschijnen op het LED-display. Raadpleeg het gedeelteProblemen oplossen om een aanbevolen oplossing te vinden.Nadat het probleem is opgelost, zal de machine verdergaanmet naaien.Let op: Als het probleem daarna nog steeds niet is opgelost, neem dancontact op met uw plaatselijke erkende HUSQVARNA VIKING®dealer.2 Voorbereidingen 25

3 NaaienWanneer de naaimachine wordt ingeschakeld, is rechte steek1 standaard geselecteerd. Een steek selecterenSteken 0-9 staan afgebeeld op de stekenselectietoetsen. Als ueenmaal op één van de stekenselectietoetsen drukt, selecteertu de steek die op die toets staat afgebeeld. Steken met een nummer vanaf 10 en hoger staan afgebeeldmet hun steeknummer aan de binnenkant van het deksel. Door snel achter elkaar twee cijfers in te drukken, kunt u eensteek van 10 en hoger kiezen. Als het steeknummer nietbestaat, hoort u een piep en wordt de vorige steekkeuzeaangehouden. Het nummer van de geselecteerde steek is te zien op hetLED-display. SteekinstellingenUw machine stelt automatisch de beste instellingen in vooriedere geselecteerde steek. U kunt uw eigen aanpassingenmaken aan de geselecteerde steek. De instelling heeft alleen invloed op de geselecteerde steek.

Uw veranderde instellingen worden teruggezet op standaardwanneer u een andere steek selecteert. De veranderdeinstellingen worden niet opgeslagen wanneer u denaaimachine uitzet. Let op: Wanneer u probeert de minimum- of maximuminstellingen teoverschrijden, hoort u een piep. Steeklengte/SteekdichtheidSteeklengte –/standaard steeklengte/steeklengte +Druk eenmaal op “–” of “+” naast het pictogram voor desteeklengte om de huidige steeklengte te bekijken. Desteeklengte wordt aangegeven op het display. Na enkeleseconden zal het display opnieuw het steeknummerweergeven. Om de steeklengte te wijzigen druk snel achter elkaar op de“–” of “+” toets terwijl de steeklengte op het display wordtweergegeven. De LED naast het pictogram voor desteeklengte gaat branden om aan te geven dat de ingesteldewaarde niet de standaardwaarde is.

Om de huidige steekdichtheid te bekijken druk eenmaal op“–” of “+” naast het pictogram voor de steeklengte. Desteekdichtheid wordt aangegeven op het display. Na enkeleseconden zal het display opnieuw het steeknummerweergeven. Om de steekdichtheid te wijzigen druk snel achter elkaarenige malen op de “–” of “+” toets terwijl de steekdichtheidop het display wordt weergegeven. De LED naast het26 3 Naaien.

pictogram voor de steeklengte gaat branden om aan te gevendat de ingestelde waarde niet de standaardwaarde is.Steekbreedte/naaldpositieSteekbreedte –/standaard steekbreedte/steekbreedte +Om de huidige steekbreedte te bekijken druk eenmaal op “–”of “+” naast het pictogram voor de steekbreedte. Desteekbreedte wordt aangegeven op het display. Na enkeleseconden zal het display opnieuw het steeknummerweergeven.Om de steekbreedte te wijzigen druk snel achter elkaar op de“–” of “+” toets terwijl de steekbreedte op het display wordtweergegeven. De LED naast het pictogram voor desteekbreedte gaat branden om aan te geven dat de ingesteldewaarde niet de standaardwaarde is.Als een rechte steek (nummer 1, 2, 3, 20, 21) wordtgeselecteerd, wordt de naaldpositie aangepast in plaats van desteekbreedte.

De toetsen “–” of “+” worden gebruikt om denaald naar links of naar rechts te brengen in 29 posities.“0.0” op het scherm is naaldpositie midden. Door op de “+”toets te drukken, beweegt de naald naar rechts. Door op de“–” toets te drukken, beweegt de naald naar links. “3.5” ophet scherm is de uiterste linker of rechter positie.Horizontaal spiegelenStandaard steek/gespiegelde steekDruk op de toets horizontaal spiegelen om de geselecteerdesteek horizontaal te spiegelen. Als u op deze toets druktwanneer er een rechte steek met naald links is geselecteerd,wordt de naaldpositie veranderd van links naar rechts. DeLED naast de toets brandt wanneer horizontaal spiegelen isingeschakeld.Let op: Als een steek niet kan worden gespiegeld, hoort u een pieptoonwanneer u op de toets horizontaal spiegelen drukt.3 Naaien 27

Naaitechnieken1. Naad: naait twee stukken stof aan elkaar.2. Afwerken: werkt de randen van de stof af om rafelen tevoorkomen en zorgt ervoor dat de stof plat blijft.3. Naaien/afwerken: naait de naad en werkt tegelijkertijdde rand af.4. Rijgen: tijdelijk in elkaar naaien voor het passen vankledingstukken, rimpelen en markeren. Gebruik demaximale steeklengte en verminder de spanning zodat dedraden eenvoudig kunnen worden verwijderd ofaangetrokken voor rimpelen.Let op: Rijgen zal permanente gaten in leer en vinyl achterlaten.5. Blinde zoom: maakt een onzichtbare zoom inkledingstukken. Niet aanbevolen voor lichte stoffen.6. Zoom: de stekengids adviseert de beste zichtbare ofdoorgestikte naad voor uw stoftype en -dikte.7. Knoopsgat: de stekengids adviseert het beste knoopsgatvoor uw stof.3 Naaien 29

Basis-naaitechniekenNaadRechte steekEen naad naait twee stukken stof aan elkaar met eennaadtoeslag die gewoonlijk wordt opengeperst. In de meestegevallen worden de randen van de naadtoeslag afgewerkt meteen afwerksteek voordat de naad wordt genaaid. Naden inelastische stof moeten met de stof mee rekken. Destretchsteek maakt een elastische naad die geschikt is voorhet aan elkaar naaien van stukken dunne elastische stof.Stof: Geweven, licht/normaal, doormidden geknipt.Selecteer: Rechte steek nummer 1.Gebruik: Naaivoet A en naald dikte 80.Stel in: Draadspanning 4–6, steeklengte 2.5, naaldpositie 0.0en naaivoetdruk N.Naai:• Vouw de stof met de goede kanten op elkaar. Leg de stofonder de naaivoet.

Leg de rand tegen de naadgeleider van15 mm.• Laat de naaivoet zakken.• Naai een naad.• Breng de naaivoet omhoog en knip de draden af enverwijder het project.Tip: De rechte steek kan ook worden gebruikt voor doorstikken. Vooreen meer zichtbare doorgestikte naad maakt u de steek langer engebruikt u dikker garen en een grotere naald.Elastische steekStof: elastisch, dun, doormidden gekniptSelecteer: Elastische steek nummer 2.Gebruik: Naaivoet A en stretchnaald dikte 75.Stel in: Draadspanning 4–5, steeklengte 2.5, naaldpositie 3.5en naaivoetdruk 2.Naai:• Vouw de stof met de goede kanten op elkaar. Leg de stofonder de naaivoet. Leg de rand tegen de naadgeleider van10 mm om een naad van 15 mm te naaien.• Laat de naaivoet zakken.• Naai een naad.• Breng de naaivoet omhoog en knip de draden af enverwijder het project.30 3 Naaien

AfwerkenWerkt de randen van de stof af om rafelen te voorkomen enzorgt ervoor dat de randen plat blijven. Het is eenvoudigerom de randen af te werken voordat u het kledingstuk inelkaar naait. Naaivoet J wordt aanbevolen voor dunne ennormale stof, om rimpelen langs de rand te voorkomen.Naaivoet B wordt gebruikt voor dikke stof.Stof: Geweven dun/normaal.Selecteer: Genaaide zigzagsteek nummer 4Gebruik: Naaivoet J en naald dikte 80.Stel in: Draadspanning 3–5, steeklengte 4.5, steekbreedte 5.0en naaivoetdruk N.Leg de rand van een enkele laag stof onder naaivoet J met degeleider langs de rand van de stof.

RijgenRijgen is tijdelijk naaien om kledingstukken in elkaar tezetten, te rimpelen en door te slaan.Stel de machine in op een lange steeklengte en verminder despanning zodat de draden eenvoudig kunnen wordenverwijderd of aangetrokken voor rimpelen.Stof: alle soorten stof.Selecteer: Steeknummer 1.Gebruik: Naaivoet A/B en een naald die geschikt is voor uwstof.Stel in: Naaivoetdruk zoals aanbevolen voor uw stof.Naai:• Vouw de stof met de goede kanten op elkaar. Leg de stofonder de naaivoet met een naadtoeslag van 15 mm.• Laat de naaivoet zakken.• Naai langs de naadlijn.• Breng de naaivoet omhoog en knip de draden af enverwijder het project.• Trek aan de onderdraad om de steken te verwijderen.BlindzoomDe blindzoom maakt een onzichtbare zoom opkledingstukken.

Er zijn twee soorten blindzomen; één wordtaanbevolen voor normale tot dikke geweven stof, de anderevoor elastische stoffen.Stof: Elastisch, normaal/dik of geweven, normaal/dik.Selecteer: Steeknummer 13 voor geweven stof.Steeknummer 14 voor elastische stof.Gebruik: Blindzoomvoet D en een naald die geschikt is vooruw stof.Stel in: Naaivoetdruk zoals aanbevolen voor uw stof.Naai:• Vouw de stof zoals is afgebeeld. Zorg ervoor dat degevouwen rand van de stof de binnenkant van de rechter"teen" van blindzoomvoet D volgt.• Laat de naaivoet zakken.• De beweging naar links van de naald moet de rand van degevouwen stof net grijpen. Stel indien nodig desteekbreedte af totdat de vouw precies wordt "opgepakt".• Naai de blindzoom.• Breng de naaivoet omhoog en knip de draden af enverwijder het project.32 3 Naaien

ZoomKijk in de stekengids om de zichtbare of doorgestikte zoomte selecteren die het beste bij uw stofdikte en -type past. Voorgeweven stoffen, selecteert u rechte steek nummer 1. Voorelastische stoffen, selecteert u steek nummer 6.JeanszoomBij het naaien over naden in zeer dikke stof of een zoom inspijkerstof, kan de voet kantelen wanneer de machine over denaad gaat. Gebruik het optionele multifunctionelegereedschap (onderdeelnummer 4131056-01) om de hoogtevan de naaivoet tijdens het naaien gelijk te houden.Stof: Denimstof.Selecteer: Steeknummer 1.Gebruik: Naaivoet B en denimnaald dikte 90.Stel in: Draadspanning 4–6, steeklengte 3.0, naaldpositie 0.0en naaivoetdruk N.Naai:Druk op naaldstop boven/onder om de stand "naaldomlaag" te selecteren. Begin de onderste zoom te naaien inof bijna in het midden van de achterkant. Stop met naaien alsu bij de naad aan de zijkant komt.

Uw machine stopt met denaald in de stof. Breng de naaivoet omhoog. Breng hetmultifunctionele gereedschap aan vanaf de achterkant.De beide zijden van het Multifunctionele gereedschap/Knopenhulpstuk zijn verhoogd. Gebruik de kant die hetdichtst bij de dikte van de zoom in de buurt komt. Breng denaaivoet omlaag en naai langzaam verder over de dikke naad.Stop weer net voor de naad met naaien (kijk hoe de naald inde stof staat). Haal het multifunctionele gereedschap weg ensteek het nu vanaf de voorkant onder de naaivoet.Naai een paar steken totdat de hele naaivoet over de zoom isgegaan en op het Multifunctionele gereedschap/Knopenhulpstuk rust. Stop weer met naaien. Beng denaaivoet omhoog met de naald in de stof. Verwijder hetmultifunctionele gereedschap. Naai de zoom verder af.3 Naaien 33

Elastische zoomFlatlocksteek om elastische stof te zomen en voor riemlussen.Selecteer elastisch normaal en de flatlocksteek 6. Volg deandere aanwijzingen van de stekengids op.Gebruik elastische naald dikte 75.Vouw een zoom naar de verkeerde kant en naai met deflatlocksteek vanaf de goede kant. Knip het teveel aan stofweg. Gebruik deze techniek ook voor riemlussen.Knoopsgaten naaienDe knoopsgaten in uw naaimachine worden speciaalaangepast voor verschillende soorten stof en kleding. Leesmeer over verschillende knoopsgaten en wanneer u die kuntgebruiken door de stekentabel in het overzichtshoofdstuk tebestuderen.Kijk in de stekengids om het beste knoopsgat ensteekinstellingen voor uw stof te selecteren. De stof moetworden verstevigd op de plaats waar de knoopsgaten wordengenaaid.34 3 Naaien

Eenstaps-knoopsgatLet op: Naai altijd een testknoopsgat op een proeflapje.1. Markeer de positie van het knoopsgat op uw werkstuk.2. Bevestig eenstaps-knoopsgatvoet C en trek deknoophouder (A) uit. Breng de knoop aan. De knoopbepaalt de lengte van het knoopsgat.3. Zorg ervoor dat de draad door het gat in de naaivoetwordt getrokken en onder de naaivoet komt te liggen.4. Leg uw werkstuk onder de naaivoet zodat de markeringop de stof gelijk ligt met het midden van deknoopsgatvoet.5. Breng de knoopsgathendel (B) helemaal omlaag.Let op: De machine start niet met naaien als de knoopsgathendelniet goed omlaag is gebracht of als het frame van de knoopsgatvoetniet helemaal naar voren is geplaatst. (De letters “E1” verschijnenop het display.)6. Houd het uiteinde van de bovendraad vast en begin tenaaien. De knoopsgaten worden vanaf de voorkant vande naaivoet naar achteren genaaid.7.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna-Viking Designer Jade 20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden