Huskystar C10 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Huskystar C10 (72 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 155 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Huskystar C10 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Huskystar |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | C10 |
Handleiding Huskystar C10 – volledige tekst
VEILIGHEIDSINSTRUCTIESDeze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.Elektrische aansluitingDeze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.Opmerkingen over de veiligheid• Laat kinderen niet spelen met de naaimachine.
Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen.• Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.• Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.• Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn.• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.• Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.• Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).Is de naaimachine versleten, houd er bij het afvoeren dan rekening mee dat het product veilig wordt gerecycled in overeenstemming met de relevante nationale wetgeving voor elektrische/elektronische apparaten. Neem in geval van twijfel contact op met uw leverancier.
8TOETSEN OP DE NAAIMACHINEA. Bedieningstoetsen 1. Achteruitnaaitoets Houd deze toets ingedrukt voor het achteruitnaaien of voor de versterkte steek bij een lage snelheid.2. Auto-lock-toets Houd deze toets ingedrukt voor het naaien van afhechtsteken of aan het einde van de gekozen steek en stop automatisch.3. Toets voor naald omhoog/omlaag Als u de naald automatisch boven of in de stof wilt laten stoppen, drukt u op deze toets.
9B. Functietoetsen4. Steeklengte Druk op deze toets om de lengte van de steek in te stellen.5. Steekbreedte Druk op deze toets om de breedte van de steek in te stellen.6. Steek spiegelen Druk op deze toets om een gespiegelde steek te naaien. 7. Modus selecteren Druk op deze toets om de directe modus, de indirecte modus (Patterns) of de alfabet modus te kiezen.C. Geheugentoetsen8. Wistoets Indien de verkeerde steek werd geselecteerd of geprogrammeerd, druk dan op deze toets om te wissen. 9. Pijltoets Druk op de “ “ toets of “ ” toets tot het gewenste steeknummer in de geprogrammeerde stekencombinatie verschijnt.10. Geheugentoets Druk op deze toets om een geprogrammeerde stekencombinatie in te voeren of in het geheugen op te slaan.D. Keuzetoetsen 11. Steekkeuze- en cijfertoetsen Direct toegang tot steken of gebruik de cijfertoetsen voor het kiezen van de gewenste steken.
11Directe modusAuto-lockAchteruitSteeknummerDirecte modusNaald omhoog SpiegelenKnoopsgathendeltjeGaren opspoelenNaaldpositieSteekbreedteIndirecte modus (Patterns)Alfabet modusAuto-stopAchteruitSteeknummerIndirecte modusAanbevolen naaivoetjeNaald omlaag SpiegelenSteekbreedteHuidige positie in het geheugenGeheugenSteeklengteAanbevolen naaivoetjeSteeknummerAuto-stopNaald omhoogSteekbreedteHuidige positie in het geheugenGeheugenSteeklengteAlfabet modusAanbevolen naaivoetjeSteeklengteINFORMATIEVENSTER - MODEL C20Totale ruimte in het geheugenTotale ruimte in het geheugen
15MACHINE AANSLUITEN OP DE VOEDINGSSPANNINGLet op: Zorg altijd dat de stekker uit het stopcontact is getrokken en de hoofdschake-laar op “O” staat als de machine niet wordt gebruikt of voordat u onderdelen bevestigt of verwijdert.Voordat u het snoer aansluit eerst controleren of de spanning en frequentie van de machine overeenkomen met uw elektrische voeding.Zet de naaimachine op een stevige tafel.1. Neem het snoer en steek de stekker met de 2 gaten in de aansluiting van de machine.2. Steek het andere uiteinde in het stopcontact.3. Zet de machine met de ON/OFF-knop aan.4. Het lampje gaat branden, zodra de schakelaar op ON is gezet.Voordat u de stekker uit het stopcontact trekt, eerst de ON/OFF-knop op OFF zetten en dan pas de stekker eruit trekken.ONOFF
16BEGINNEN MET NAAIENSnelheidsregelaarMet de snelheidsregelaar kunt u de naai-snelheid aanpassen. Schuif de regelaar naar rechts om de snelheid te verhogen. Schuif de regelaar naar links om de snelheid te verlagen.VoetpedaalZet de naaimachine eerst uit en steek dan de stekker van het voetpedaal in de aansluiting op de naaimachine. Zet de machine aan en duw het voet-pedaal vervolgens langzaam in om te beginnen met naaien. Laat u het voetpedaal los, dan stopt de naaimachine.Attentie: neem bij twijfel over de wijze van aansluiten op een voedingsbron contact op met een erkend elektricien. Trek de stekker uit het stopcontact, wanneer u de machine niet gebruikt.De machine moet worden gebruikt met het voetpedaal C-9000.
17Attentie: Zet de hoofdschakelaar op OFF (“O”), als u deze handeling uitvoert.Vervang de naald regelmatig, met name als deze tekenen van slijtage vertoont of problemen veroorzaakt.Plaats de naald overeenkomstig de afgebeelde instructies.A. Draai de naaldklemschroef los en weer vast nadat de nieuwe naald is geplaatst. De platte zijde van de naald moet naar achteren wijzen.B. Duw de naald zo ver mogelijk omhoog in de opening. Naalden moeten in uitstekende staat verkeren. Problemen ontstaan door:- verbogen naalden- botte naalden- beschadigde puntenDE NAALD VERVANGENHET NAAIVOETJE VERVANGENAttentie: Zet de hoofdschakelaar op OFF (“O”), als u deze handeling uitvoert.Breng de naaivoethouder aan (1)Breng de naaivoetstang omhoog (a).
Bevestig de naaivoethouder (b), zoals afgebeeld.Breng het naaivoetje aan (2)Breng de naaivoethouder (b) omlaag tot de uitsparing (c) precies boven de pen op het voetje (d) staat.Breng de hendel (e) omhoog.Breng de naaivoethouder (b) omlaag, zodat het naaivoetje (f) automatisch op zijn plaats valt.Naaivoetje verwijderen (3)Breng het naaivoetje omhoog.Breng de hendel (e) omhoog zodat het naaivoetje loslaat.Bevestig de naadgeleider (4)Bevestig de naadgeleider (g) in de gleuf zoals afgebeeld. Afstellen overeenkomstig het gebruik voor zomen, plooien, quilten enz.
18DRUK VAN HET NAAIVOETJE AFSTELLENDe druk van het naaivoetje van de machine is in de fabriek ingesteld en hoeft voor de meeste stoffen niet te worden gewijzigd.Indien de druk van het naaivoetje toch moet worden aangepast, draai dan de instelschroef naar links of rechts met een muntstuk.Voor het naaien van dikke stof verlaagt u de druk door de schroef tegen de klok in te draaien; voor dunne stof draait u de schroef met de klok mee.NAALD/STOF/GAREN AFSTEMMENLet op: - als vuistregel geldt dat dun garen en dunne naalden voor dunne stoffen, en dikker garen voor het naaien van dikke stoffen wordt gebruikt.- maak altijd eerst een proefl apje met het garen en de naald die u voor de stof wilt gebruiken.- gebruik hetzelfde garen als boven- en onderdraad.NAALD, STOF, GARENKEUZENAALDDIKTE STOFFEN GAREN9-11 (70-80) Dunne stoffen zoals dun katoen, voile, zijde, mousseline, interlock, gebreid katoen, tricot, jersey, crêpe, geweven polyester, overhemd- en blousestoffen.Dun garen van katoen, nylon, polyester of polyester met katoen.11-14(80-90) Normale stoffen zoals katoen, glans-zijde, canvas, dubbel gebreid, licht-gewicht wol.Het meest verkochte garen is ge-schikt voor deze stoffen en deze naalddikte.
Gebruik polyestergaren voor synthetisch materiaal en katoen op natuurlijk geweven stoffen, dat geeft het beste resultaat. Gebruik altijd hetzelfde garen als boven- en onderdraad.14 (90) Normale stoffen zoals katoen, ongeke-perd linnen, wol, dikke gebreide stof, badstof, denim.16 (100) Dikke stoffen zoals canvas, wolweefsel, buitententen en quilt stoffen, denim, stoffeermateriaal (licht tot gemiddeld).18 (110) Dik wolweefsel, jasstoffen, stoffeer-materiaal, enkele leersoorten en vinyl.Dik garen, vloerbedekkinggaren.
20GAREN OPSPOELEN1. Plaats het garen en het garenschijfje op de garenpen. Bij kleinere klosjes plaatst u het garenschijfje met de korte zijde naar het klosje of gebruik een kleiner garenschijfje.2. Plaats de draad in de draadgeleider.3. Wind het garen met de klok mee rond de schijfjes voor de spoeldraadspanning.4. Steek het uiteinde van het garen door één van de gaatjes in het spoeltje zoals afgebeeld en plaats het lege spoeltje op de spoelas.5. Houd het uiteinde van het garen vast en duw het spoeltje naar rechts.GAREN OPSPOELEN1. Plaats het garen en het garenschijfje op de garenpen. Bij kleinere klosjes plaatst u het garenschijfje met de korte zijde naar het klosje of gebruik een kleiner garenschijfje.2. Plaats de draad in de draadgeleider.3. Wind het garen met de klok mee rond de schijfjes voor de spoeldraadspanning.4.
Steek het uiteinde van het garen door één van de gaatjes in het spoeltje zoals afgebeeld en plaats het lege spoeltje op de spoelas.5. Houd het uiteinde van het garen vast en duw het spoeltje naar rechts.
216. Als de spoelas naar rechts is gedrukt, staat deze in de “opspoelpositie”, het symbool “ ” verschijnt op het informatievenster. Het verdwijnt weer van het informatievenster zodra de spoelas weer naar links, in de “naaipositie” is gezet.7. Houd het uiteinde van het garen stevig in de ene hand. 8. Duw op het voetpedaal om de naaimachine te starten.9. Nadat de eerste paar slagen zijn opgespoeld stopt u de machine en knipt het uiteinde van garen zo dicht mogelijk bij het gaatje in het spoeltje af. Ga verder met opspoelen tot het hele spoeltje vol is. De machine stopt automatisch als het spoeltje vol is. Stop de machine. Duw de spoelas naar links. 10. Knip de draad af en verwijder het spoeltje.Let op: als de spoelas naar rechts in de “opspoel-positie” staat, zal de machine niet naaien en draait het handwiel ook niet.
22HET SPOELTJE PLAATSENAttentie: Zet de hoofdschakelaar op OFF (“O”) voordat u het spoeltje plaatst of verwijdert. Bij het aanbrengen of verwijderen van het spoeltje, moet de naald helemaal omhoog staan.1. Verwijder het spoelhuisdeksel en plaats het spoeltje in het spoelhuis, waarbij het garen tegen de klok in loopt (zie pijl).2. Trek de draad door de gleuf (A).3. Trek de draad naar links en langs de binnenkant van de veer totdat het in de inkeping(B) glijdt en het garen niet meer uit de gleuf (A) slipt.4. Trek circa 15 cm draad van het spoeltje en bevestig het spoelhuisdeksel weer. (C)
23DE BOVENDRAAD INRIJGENZet eerst de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien. Breng de pers voet-lichter omhoog om de spanningsschijfjes te openen.1. Breng de garenpen omhoog. Plaats een garenklos op de garenpen zodat de draad vanaf de voorkant van de klos komt, plaats daarna het garenschijfje op de klos op het uiteinde van de garenpen.2. Trek de draad van het klosje door de bovenste draadgeleider.Let op: het is belangrijk dat het garen correct is ingeregen om problemen tijdens het naaien te vermijden.3. Geleid de draad rond de draadgeleider en door de voorspanningsveer zoals afgebeeld.
244. Trek de draad omlaag tussen de spanningsschijfjes door.5. Daarna omlaag en rond de veerhouder en terug omhoog naar de hefboom.6. Trek de draad vervolgens van rechts naar links door het oog van de draadhefboom en dan weer omlaag.7. Breng de draad achter de platte, horizontale draad-geleider langs.8. Geleid de draad door de draadlus.9. Rijg het uiteinde van de draad van voor naar achteren door de naald en trek de draad nog ca. 10 cm uit. Of gebruik de draadinsteker om de draad door de naald te steken. (Op volgende pagina).
25DRAADINSTEKERAttentie: zet de hoofdschakelaar op OFF (“O”).Zet de naald in de hoogste stand en breng de naaivoet omhoog.1. Breng de draadinsteker langzaam omlaag en trek de draad door de draad geleider zoals afgebeeld en dan naar rechts.2. De draadinsteker gaat automatisch naar de draadinsteekpositie en het kleine haakje gaat door het oog van de naald.3. Leg de draad precies voor de naald van onderen naar boven om het haakje zoals afgebeeld.4. Houd de draad losjes vast en laat de draadinsteker langzaam los. Het haakje zal draaien en zo de draad door het oog van naald trekken en een lus vormen. Trek de rest van de draad door het oog van de naald.
26BOVENDRAADSPANNINGLosStrak- Basisinstelling bovendraadspanning: “4”- Om de spanning te verhogen draait u het wieltje op het eerstvolgende hogere nummer. Om de spanning te verlagen draait u het wieltje op het eerstvolgende lagere nummer.- De juiste spanning is van groot belang voor het uiteindelijke resultaat.- Geen enkele spanning is geschikt voor iedere steek, elk garen of elke stof.- Bij 90% van al het naaiwerk zal de spanning tussen ”3” en ”5” (“4” is standaard) liggen.- Bij al uw decoratieve naaiwerk krijgt u een mooiere steek en minder pluizige stof als u de spanning van de bovendraad 1 cijfer lager zet, zodat de bovendraad net zichtbaar is aan de onderkant van de stof.1. Normale draadspanning voor het naaien van rechte steken. Boven- en onderdraad sluiten in de stof.2. Draadspanning te los voor het naaien van rechte steken. Zet het wieltje op een hoger nummer.
Bovendraad lust aan de onderkant.3. Draadspanning is te hoog voor het naaien van rechte steken. Zet het wieltje op een lager nummer. Onderdraad lust aan de bovenkant4. Normale draadspanning voor zigzag- en decoratieve steken.OnderkantBovenkantBovendraadOnderdraadOnderkantBovenkantBovendraadOnderdraadOnderkantBovenkantBovendraadOnderdraadOnderkantBovenkantBovendraadOnderdraad
27ONDERDRAAD OMHOOG BRENGEN1. Houd de bovendraad met de linker-hand vast. Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) omlaag, dan gaat de naald omhoog. 2. Trek voorzichtig aan de bovendraad zodat de onderdraad door de opening in de steekplaat verschijnt. De onder-draad komt dan als een lus omhoog.3. Trek beide draden naar achteren, onder het voetje door.DRAAD AFSNIJDENBreng het naaivoetje omhoog. Verwijder de stof, trek de draden naar de linkerkant van de afdekplaat en snijd ze af met het garenmesjeSnijd de draden op de juiste lengte af, zodat u direct met de volgende naad kunt beginnen.
28PERSVOETLICHTER1. Met de persvoetlichter brengt u het naaivoetje omhoog en omlaag.2. Bij het naaien van verschillende lagen of dikke stoffen kan het naaivoetje nog hoger worden gezet, zodat u de stof gemakkelijker kunt plaatsen.TRANSPORTEUR OMHOOG OF OMLAAG BRENGENNadat u de doos met toebehoren heeft verwijderd, ziet u de schuif van de transporteur aan de achterkant van de naaimachine.Zet de schuif naar de “ ” (b) dan gaat de transporteur omlaag, bijv. voor het aanzetten van knopen. Wilt u daarna weer normaal naaien, zet de schuif dan naar de “ ” (a), zodat de transporteur weer omhoog komt.De transporteur komt pas omhoog nadat u het handwiel heeft gedraaid of bent begonnen met naaien, zelfs met de schuif naar rechts. Maak een complete draai om de transporteur omhoog te brengen.
29BEDIENINGSTOETSENToets voor naald omhoog/omlaagAuto-lock-toetsAchteruitnaaitoetsAchteruitnaaitoetsIndien de steken 01-16, 30-60 (C10), 01-16, 30-79 (C20) zijn geselecteerd, zal de machine achteruit of een versterkte steek naaien op een lage snelheid als de toets achteruit naaien is ingedrukt. De machine naait vooruit nadat de toets is losgelaten.Een pijl “ ” op het informatievenster geeft aan dat achteruit wordt genaaid.
30Auto-lock-toetsIndien de steken 01-05 zijn geselecteerd, zal de machine onmiddellijk 3 afhechtsteken naaien als de auto-lock-toets is ingedrukt en daarna automatisch stoppen. Op het informatievenster verschijnt de afbeelding “ ” tot de machine is gestopt.Indien de steken 06-16, 30-60 (C10), 06-16, 30-79 (C20) zijn geselecteerd en u drukt op de auto-lock-toets, zal de machine 3 afhechtsteken aan het einde vande huidige steek naaien en dan automatisch stoppen. Op het informatievenster verschijnt de afbeelding “ ” tot de machine is gestopt.De functie wordt opgeheven nadat u de toets nogmaals heeft ingedrukt of een andere steek heeft gekozen.Met de toets naald omhoog/omlaag bepaalt u of de naald in de hoogste stand of in de stof moet stoppen wanneer u ophoudt met naaien.Let op: tijdens het naaien heeft de toets naald omhoog/omlaag geen functie.
31FUNCTIETOETSENSteekbreedtetoetsSteeklengtetoetsSpiegelen-toetsKeuzetoets voor modusSteekbreedtetoetsIndien u een steek selecteert, zal de machine automatisch de aanbevolen steekbreedte instellen, hetgeen wordt aangegeven door de cijfers op het informatievenster. De steekbreedte kan worden gewijzigd met de steekbreedtetoetsen. Voor een kleinere steek drukt u op de “-“ toets (links). Voor een grotere steek drukt u op de “+” toets (rechts). De steekbreedte kan tussen “0.0-7.0” worden ingesteld. Sommige steken hebben een beperkte steekbreedte.Indien de steken 01-05 zijn geselecteerd, wordt de naaldpositie gewijzigd met de steekbreed-tetoetsen. Drukt u op de “- “ toets (links, dan zal de naald naar links bewegen; drukt u op de “+”-toets (rechts), dan zal de naald naar rechts bewegen. De waarde zal veranderen van de linkerpositie “0.0” tot de uiterst rechtse positie “7.0”.
32SteeklengtetoetsMODUS keuzetoetsIndien u een steek selecteert, zal de machine automatisch de aanbevolen steekbreedte instellen, hetgeen wordt aangegeven door de cijfers op het informatievenster. De steeklengte kan worden gewijzigd met de steeklengtetoetsen. Om de steeklengte te verkleinen drukt u op de “-“ toets (links). Voor een langere steek drukt u op de “+” toets (rechts). De steeklengte kan tussen “0.0-4,5” worden ingesteld. Sommige steken hebben een beperkte steeklengte.Wanneer u de machine op “ON” zet, verschijnt de directe modus “ ” op het informatievenster. Druk op de “ ” toets om naar de “ ” modus om te schakelen; drukt u nogmaals op de toets, dan wordt “ ” weergegeven. Drukt u voor de derde keer, dan zal de machine terugkeren naar “ ”. Directe steekkeuze modus.
33Spiegelen-toetsDe steken 01-16, 30-60 (model C10), 01-16, 30-79 (model C20) kunnen worden gespiegeld met de “ ” toets. Op het informatievenster verschijnt de functie Spiegelen en de machine zal continu de gespiegelde steek naaien tot de toets nogmaals wordt ingedrukt om de functie op te heffen. Als de functie Spiegelen van het informatievenster verdwijnt, zal de machine verder naaien met de normale steek.Wanneer u een andere steek kiest, wordt de functie Spiegelen geannuleerd. Druk nogmaals op de toets Spiegelen als de steek moet worden gespiegeld.
35GEHEUGENTOETSENWistoetsPijltoetsGeheugentoetsGeheugentoetsWistoetsPijltoetsDruk op de “ ”-toets om naar de geheugen modus te gaan en combinaties van letters (Model C20) of decoratieve steken te programmeren. Druk nogmaals op de toets “ ” om de geheugen modus te verlaten en terug te keren naar de directe modus. Let op: steken en knoopsgaten in de directe modus kunnen niet worden ge programmeerd of in het geheugen worden opgeslagen.Druk op deze toets indien u een foutieve letter/steek heeft geselecteerd. Na elke keer drukken wordt één letter/steek gewist.Gebruik de pijltoetsen “ ” of “ ”, in de geheugenmodus, om de in het geheugen geprogrammeerde combinatie te controleren.
36WETENSWAARDIGHEDEN1. Stop de naaimachine wanneer u een hoek heeft bereikt.2. Zet de naald met het hand-wiel of de toets Naald omhoog/omlaag in de stof.3. Breng het naaivoetje omhoog.4. Gebruik de naald als draai-punt en draai de stof.5. Breng het naaivoetje omlaag en ga verder met naaien.Het naaien van hoekenAchteruit naaien wordt gebruikt om draad af te hechten aan het begin en einde van een naad.Druk op de toets Achteruit en naai 4-5 steken. De machine naait vooruit nadat de toets is losgelaten.AchteruitVrije armNaaien met een vrije arm is heel geschikt voor het naaien van bijv. broekspijpen.
37Naaien van dikke stofAls u op het zwarte knopje aan de rechterzijde van het naaivoetje drukt voordat het naaivoetje omlaag is gebracht, zal het naaivoetje in horizontale positie blokkeren. Dit zorgt voor een gelijkmatig begin van een naad en helpt wanneer u meerdere lagen stof moet naaien, zoals bijv. de naden van een spijker broek. Wanneer u bij een heel dik punt bent aangekomen, brengt u de naald omlaag en het naaivoetje omhoog. Druk op de teen van de voet en druk op het zwarte knopje, het voetje komt omlaag en u kunt gewoon verder naaien. Het zwarte knopje wordt na een paar steken automatisch ontspannen.U kunt zelfs een ander stukje stof met dezelfde dikte aan de achterkant van de naad aan-brengen. Of steun het naaivoetje terwijl u stof aanvoert met de hand en naai naar de gevouwen zijde.Karton of dikke stof
38RECHTE STEKEN EN NAALDPOSITIEDe naaldpositie wijzigenDeze instelling is bestemd voor de steken 01-05. De vooraf ingestelde positie is “3.5”, de middelste positie. Indien u op de toets “-“ voor de steekbreedte drukt zal de naald naar links bewegen. Indien u op de toets “+” voor de steekbreedte drukt, zal de naald naar rechts bewegen. Op hetinformatievenster geeft de afbeelding van een stip en het nummer de positie van de naald aan. De steeklengte veranderenOm de steeklengte te verkleinen drukt u op de “-“-toets voor de steeklengte. Om de steeklengte te vergroten drukt u op de “+”-toets voor de steeklengte.In het algemeen geldt, hoe dikker de stof, het garen en de naald, hoe langer de steek moet zijn.ZIGZAGSTEKENDe steekbreedte instellenDe maximale breedte voor zigzagsteken is stand “7.0”; maar de breedte kan voor elke steek worden verkleind.
Om de steekbreedte te vergroten drukt u op de “+”-toets voor de steekbreedte; instelling tussen “0.0-7.0”. De steeklengte instellenDe dichtheid van zigzagsteken wordt hoger naarmate de steeklengte dichter bij “0.2” staat.Zigzagsteken worden meestal op “1.0-2.5” genaaid.Aangesloten zigzagsteken (dicht bij elkaar) zien eruit als een cordonsteek.
39STRETCHSTEEKStretchsteken zijn sterk en fl exibel en geven mee met de stof zonder te breken. Geschikt om rafelen tegen te gaan en voor gebreide stoffen, maar ook voor duurzame stof zoals denim.Deze steken kunnen bovendien als decoratieve steken worden gebruikt.De rechte stretchsteek wordt gebruikt voor een drievoudige versterking van stretch-stoffen en ter versteviging van naden.De drievoudige stretch zigzagsteek is geschikt voor sterke stoffen zoals denim, popeline, ongekeperd linnen, enz.Rechte stretchsteekRechte steek
40AFWERKSTEKENGebruik van het overlockvoetjeGebruik van het standaard naaivoetje1. Vervang het naaivoetje door het overlockvoetje (E).2. Naai de stof met de rand van de stof tegen de geleider van het overlockvoetje.Attentie: het overlockvoetje mag alleen worden gebruikt voor de steken en en de steekbreedte mag niet kleiner zijn dan “5.0”. Bij andere steken of een andere breedte kan de naald het naaivoetje namelijk raken en daardoor breken.1. Vervang het naaivoetje door het standaard voetje (T) .2. Afwerken langs de rand van de stof zodat de naald aan de rechterzijde over de rand van de stof valt.
41BLINDZOMEN: Blindzomen voor geweven stoffen: Blindzomen voor stretchstoffenLet op: blindzomen vereist zeker enige oefening. Maak daarom eerst een proefl apje.Bevestig naaivoetje F.1. Vouw de stof zoals afgebeeld met de verkeerde kant boven.2. Leg de stof onder het naaivoetje. Draai het handwiel met de hand naar voren tot de naald helemaal links staat. De naald moet net in de vouw van de stof steken. Is dat niet het geval, stel de steekbreedte dan dienovereenkomstig in.3. Stel de geleider op het voetje (b) af door de knop (a) te draaien, zodat de geleider precies tegen de vouw rust.4. Naai langzaam en geleid de stof zorg-vuldig langs de rand van de geleider.5. Keer de stof naar de bovenkant.5 mm5 mmOnderkant Afwerksteken Onderkant
42KNOPEN AANZETTENLet op: Alleen bij model C20 wordt een voetje voor het aanzetten van knopen geleverd.2. Leg de stof onder het naaivoetje. Leg de knoop op zijn plaats en breng het knoopaanzetvoetje omlaag op de knoop.3. Selecteer de zigzagsteek. Stel de steek-breedte in op “2,0-7,0” afhankelijk van de afstand tussen de twee ogen in de knoop.4. Draai het handwiel om te controleren of de naald correct in het linker en rechter oog van de knoop gaat.5. Druk op de toets Auto-lock voordat u de knoop aanzet, zodat aan het begin en einde automatisch met hechtsteken wordt genaaid. 6 Voor knopen met 4 ogen naait u eerst de twee voorste ogen, trekt de stof naar voren en naait de twee achterste.Vervang het naaivoetje door het knoopaanzet-voetje.1. Beweeg de transporteurschuif naar “ ” om de transporteur omlaag te brengen.
43KNOOPSGATEN MAKEN : Voor dunne of normale stof : Voor horizontale knoopsgaten in blouses of shirts van dunne of normale stof : Voor dunne of normale stof : Voor horizontale knoopsgaten in blouses of shirts van dunne of normale stof : Voor horizontale knoopsgaten in dikke stof : Voor dunne of normale stof : Voor pakken of jassen : Voor dikke jassen : Voor jeans of broeken : Voor jeans of stretchstof met een grof weefsel : Voor stretchstofLet op: maak eerst een knoopsgat op een proefl apje van dezelfde soort stof voordat u het uiteindelijke knoopsgat maakt.1. Markeer de plaats van het knoopsgat op de stof. De maximale lengte van het automatische knoopsgat is 3 cm. (totale diameter + dikte van de knoop).2. Bevestig het knoopsgatvoetje, schuif dan de knoophouder naar buiten en plaats de knoop. De maat van het knoopsgat wordt bepaald door de knoop die op de knoophouder is gelegd.
443. Selecteer een knoopsgat. Stel de steekbreedte en steeklengte op de gewenste breedte en dichtheid in.4. Plaats de stof onder het naaivoetje, zodat de knoopsgatmarkering overeenkomt met het midden van het knoopsgatvoetje. Trek de knoopsgathendel omlaag en druk deze naar achteren.Let op: als u een knoopsgat selecteert, verschijnt het fi guur “ ” op het informatievenster, om u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel nog omlaag moet brengen.5. Houd het uiteinde van de bovendraad losjes vast en begin met naaien.Let op: nadat het knoopsgat is voltooid, echter voordat de machine stopt, wor den eerst automatisch enkele hechtsteken genaaid.Startpunt
456. Knoopsgaten worden vanaf de voorkant naar de achterkant van het naaivoetje genaaid, zoals afgebeeld.7. Breng het naaivoetje omhoog en snijd de draad af. Om het knoopsgat nogmaals te naaien brengt u het naaivoetje omhoog; het zal dan terugkeren naar de originele positie. Nadat u alle knoopsgaten heeft gemaakt, duwt u de knoopsgathendel tot het einde omhoog.8. Snij het midden van het knoopsgat open, maar wees voorzichtig en snij niet in de steken. Gebruik een speld als stopper bij de trens, zodat u niet te ver snijdt.
46Knoopsgat met inlegdraad in stretchstof maken1. Bevestig het knoopsgatvoetje en haak de inlegdraad aan de achterkant van het naaivoetje. Geleid de twee uiteinden van de inlegdraad naar de voorkant van het voetje, leg ze in de gleuven en bind ze daar tijdelijk vast. Breng het naaivoetje omlaag en begin met naaien. Stel de steekbreedte overeenkomstig de diameter van de inlegdraad in.2. Trek de inlegdraad strak nadat het knoops-gat is voltooid, en knip de uiteinden af.Let op: wij adviseren om versteviging aan de achterkant van de stof te gebruiken.
47VETERGAATJES : geselecteerd voor gaatjes in cein-tuurs, enz.1. Selecteer steek 28 voor de vetergaatjes. Bevestig het cordonsteekvoetje (A).2. Druk op de “-“ of “+” voor de steekbreedte om de maat van het gaatje te selecteren. Maat van het gaatje: A. groot: 7,0 mm B. normaal: 6,0 mm C. klein: 5,0 mm.3. Breng de naald omlaag in de stof aan het begin van de steken en breng dan de persvoetlichter omlaag. Nadat het naaien is beëindigd, naait de machine automatisch een paar hechtsteken en stopt daarna.4. Maak een gat in het midden met behulp van de priem.* Bij de machine wordt geen priem geleverd.Let op: als dun garen wordt gebruikt, is de steek wellicht niet dicht genoeg. Naai het knoopsgat in dat geval nog een keer, gewoon over de vorige heen.
48VERSTELSTEEK1. Rijg de bovenste stof en de onderste stof aan elkaar. Selecteer steek 29 om de verstelsteek in te stellen. Vervang het naaivoetje door het knoopsgatvoetje.2. Breng het naaivoetje omlaag over het midden van scheur. 3. Trek de knoophouder naar achteren. Stel de knoopgeleideplaat op het knoops-gatvoetje in op de gewenste lengte van de verstelsteek.4. Het formaat van slechts één verstelsteek is variabel. Alhoewel de maximale steek-lengte 2.6 cm en de maximale steek-breedte 7 mm bedraagt.a. De lengte van het naaiwerk.b. De breedte van het naaiwerk.
495. Plaats de stof zo, dat de naald zich ca. 2 mm voor het gebied bevindt dat moet worden versteld, en breng de persvoetlichter omlaag.Let op: als u het naaivoetje omlaag brengt, duw dan niet tegen de voorkant van het naaivoetje, anders wordt het verstellen niet op de gewenste maat genaaid.6. Steek de bovendraad door de opening in het naaivoetje. Trek de knoopsgathendel omlaag en duw deze naar achteren. De knoopsgathendel bevindt zich achter de steun op het knoopsgatvoetje. Houd het uiteinde van de bovendraad met de linkerhand vast en begin met naaien. Let op: als u een knoopsgat of verstelsteek selecteert, verschijnt het fi guur “ ” op het informatievenster, om u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel nog omlaag moet brengen.7. Verstelsteken worden vanaf de voorkant naar de achterkant van het naaivoetje genaaid, zoals afgebeeld.8.
50RITS INNAAIENEen gecentreerde rits innaaienAttentie: het ritsvoetje mag alleen worden gebruikt met de naald in de middelste stand en voor een rechte steek. Soms kan de naald het naaivoetje raken en zo breken tijdens het naaien.1. Rijg de opening waar de rits moet komen, dicht. 2. Vouw de naadtoeslag open. Leg de rits omgekeerd op de naadtoeslag met de tanden op de naadlijn. Rijg de rits vast.3. Bevestig het ritsvoetje. Bevestig de rech-terzijde de van de naaivoetpen op de houder wanneer u de linkerzijde van de rits naait.4. Bevestig de linkerzijde van de naaivoetpen op de houder wanneer u de rechterzijde van de rits naait. 5. Naai de linkerzijde van de rits van onderen naar boven.6. Naai overdwars over de onderkant van de rits en naai vervolgens de rechterzijde. Rijgdraad verwijderen en persen.
52NAAIEN UIT DE VRIJE HAND, VERSTELLEN, BORDUREN EN MONOGRAMMENBeweeg de transporteurschuif naar “ ” om de transporteur omlaag te brengen. Verwijder de naaivoethouder en bevestig het verstel-/borduurvoetje op de naaivoetstang. De hendel (a) moet zich achter de naaldklemschroef (b) bevinden. Druk het voetje stevig van achteren met de wijsvinger aan en draai de schroef (c) vast.VerstellenLet op: Stoppen uit de vrije hand wordt uitgevoerd zonder het transporteursysteem van de machine. De gebruiker zorgt voor het bewegen van de stof. De naaisnelheid en beweging van de stof moeten op elkaar worden afgestemd.Naai eerst langs de rand van het gat (om de rafels vast te zetten). Werk van links naar rechts, naai over het gat met een constante en gelijkmatige beweging.
Draai het werk een kwartslag en naai langzaam over de eerder genaaide steken van het gat om de draden goed te scheiden en geen al te grote gaten tussen de draden te krijgen.
53BordurenSelecteer een zigzagsteek en stel de steekbreedte naar wens in. Naai langs de omtrek van het motief door de borduurring te bewegen. Zorg dat u met een constante snelheid naait.Vul het motief daarna op, waarbij u vanaf de omtrek naar binnen werkt. Houd de steken dicht bij elkaar.Er ontstaan langere steken wanneer u de ring sneller beweegt en kortere wanneer u de ring langzamer beweegt.Aan het einde afhechten met hechtsteken door op de auto-lock-toets te drukken.MonogrammenSelecteereen zigzagsteek en stel de steekbreedte naar wens in. Naai met een constante snelheid en beweeg de ring langzaam langs de letters.Nadat de letter klaar is, aan het einde afhechten met hechtsteken door op de auto-lock-toets te drukken.* De borduurring is als extra accessoire verkrijgbaar bij uw dealer.
54SPIEGELENLet op: - knoopsgaten, verstelsteken en vetergaatjes kunnen niet worden gespiegeld.- gespiegelde steken kunnen ook worden gecombineerd met gewone steken.1. Selecteer de steek.2. Druk op de toets Spiegelen. Op het informatie-venster verschijnt de spiegelen-functie en de machine zal de steek gespiegeld naaien totdat u nogmaals op de toets Spiegelen drukt.A. Normale steek naaien.B. Gespiegelde steek naaien.
55GEHEUGEN - MODEL C10Gecombineerde steken kunnen worden opgeslagen, zodat u ze later nog eens kunt gebruiken. Omdat de opgeslagen steken niet verloren gaan als de machine wordt uitgezet, kunnen ze op elk moment weer worden gebruikt. Let op:- de machine heeft een geheugen waarin 30 steekeenheden kunnen worden opgeslagen.- alle eenheden in het geheugen kunnen worden bewerkt, d.w.z. de steeklengte c.q. –breedte, spiegelen en auto-lock.- steken en knoopsgaten in de directe modus kunnen niet worden geprogrammeerd.Steken programmeren1. Wanneer u de machine op “ON” zet, verschijnt “ ” op het informatievenster. 2. Druk op de “ ”-toets om naar de geheugen modus te gaan en decombinaties van decoratieve steken op te slaan. 3. Druk op de “ ”-toets om een gekozen steken-groep uit “ ” op het informatievenster te selecteren. Druk vervolgens op het gewenste steeknummer (bijv. 13).
(U kunt de steeklengte, -breedte wijzigen of eventueel de auto-stop of spiegelen-functie kiezen.) Herhaal stap 3 voor andere steken die in het geheugen moeten worden opgeslagen. Let op: nadat het maximum van 30 steken is geprogrammeerd, zal de machine door een piepsignaal aangeven dat het geheugen vol is.
564. Gebruik de pijl “ ” of “ ”-toets om door de steken in de combinatie te lopen en om te controleren wat u heeft geprogrammeerd.5. Druk op de toets “ ” om de geheugen modus te verlaten en terug te keren naar de directe modus.Attentie: de geselecteerde steek zal worden gewist uit het geheugen nadat u de machine heeft uitgezet en niet nogmaals op de “ ”-toets heeft gedrukt nadat u uw keuze heeft gemaakt.Steken toevoegenSteken wissenGa naar de geheugen modus en druk op de “ ”-toets of de “ ”-toets tot het steeknummer verschijnt dat u heeft gekozen, voeg dan een nieuw steeknummer toe of wijzig de steeklengte en breedte, of voeg eventueel auto-stop of spiegelen toe. Indien u een bepaalde steek uit de geheugen modus wilt wissen, gebruikt u de “ ”-toets of “ ”-toets tot het betreffende steeknummer wordt weergegeven.
57Geprogrammeerde steek oproepen en naaien1. Druk op de “ ”-toets om naar de geheugen modus te gaan. De machine zal bij de eerst geprogrammeerde steek stoppen.2. Druk op het voetpedaal. De machine begint de eerst ingevoerde steek te naaien. Op het informatievenster worden de gegevens van de steek weergegeven.3. Indien u wilt controleren wat u heeft geprogrammeerd of een paar steken in de geheugen modus wilt naaien, gebruik dan de “ ”-toets of “ ”-toets. U kunt de auto-lock “ ”-functie gebruiken nadat de naaimachine is gestopt.Let op: indien u een stekencombinatie wilt herhalen zonder dat de machine eerst stopt, druk dan op de auto-lock “ ”-toets om de auto-stop in de geheugenmodus te annuleren. De “ ” zal op het informatievenster verschijnen.4. Druk op de toets “ ” om de geheugen modus te verlaten en terug te keren naar de directe modus.
58GEHEUGEN - MODEL C20Gecombineerde letters/steken kunnen worden opgeslagen, zodat u ze later nog eens kunt gebruiken. Omdat de opgeslagen combinaties niet verloren gaan als de machine wordt uitgezet, kunnen ze op elk moment weer worden gebruikt. Dit is handig voor combinaties, zoals namen, die vaak worden gebruikt.Let op:- de machine heeft een geheugen waarin 30 steekeenheden kunnen worden opgeslagen.- meerdere steken/letters geselecteerd uit de patronenmodus “ , ” kunnen worden gecombineerd en tegelijk worden genaaid.- alle eenheden in het geheugen kunnen worden bewerkt, d.w.z. de steeklengte c.q. –breedte, spiegelen en auto-lock.- steken en knoopsgaten in de directe modus kunnen niet in het geheugen worden opgeslagen.Steken of letters programmeren1. Wanneer u de machine op “ON” zet, verschijnt “ ” op het informatievenster. 2.
Druk op de “ ”-toets om naar de geheugen modus te gaan en de combinaties van letters of decoratieve steken op te slaan. 3. Druk op de “ ”-toets om een gekozen stekengroep uit “ ” of “ ” op het informatievenster te selecteren. Druk vervolgens op het gewenste steeknummer (bijv. 13). (U kunt de steeklengte, -breedte wijzigen of eventueel de auto-stop of spiegelen-functie kiezen.) Herhaal stap 3 voor andere steken/letters die in het geheugen moeten worden opgeslagen. Let op: nadat het maximum van 30 steken is geprogrammeerd, zal de machine door een piepsignaal aangeven dat het geheugen vol is.
594. Gebruik de pijl “ ” of “ ”-toets om te controleren wat u heeft geprogrammeerd.5. Druk op de toets “ ” om de geheugen modus te verlaten en terug te keren naar de directe modus.Attentie: de geselecteerde steek/letter zal worden gewist uit het geheugen nadat u de machine heeft uitgezet en niet nogmaals op de “ ”-toets heeft gedrukt nadat u uw keuze heeft gemaakt.Steken of letters toevoegenSteken of letters wissenGa naar de geheugen modus en druk op de “ ”-toets of de “ ”-toets tot het steeknummer verschijnt dat u heeft gekozen, voeg dan een nieuw steeknummer toe of wijzig de steeklengte en breedte, of voeg eventueel auto-stop of spiegelen toe. Indien u een bepaalde steek of letter uit de geheugen moduswilt wissen, gebruikt u de “ ”-toets of “ ”-toets tot het betreffende steeknummer wordt weergegeven.
60Geprogrammeerde steek/letter oproepen en naaien1. Druk op de “ ”-toets om naar de geheugen modus te gaan. De machine zal bij de eerst geprogrammeerde steek stoppen.2. Druk op het voetpedaal. De machine begint de eerst ingevoerde steek/letter te naaien. Op het informatievenster worden de gegevens van de steek weergegeven.3. Indien u wilt controleren wat u heeft geprogrammeerd of een paar steken of letters in de geheugen modus wilt naaien, gebruik dan de “ ”-toets of “ ”-toets. U kunt de auto-lock “ ”-functie gebruiken nadat de naaimachine is gestopt.Let op: indien u een stekencombinatie wilt herhalen zonder dat de machine eerst stopt, druk dan op de auto-lock “ ”-toets om de auto-stop in de geheugen modus te annuleren. De “ ” zal op het informatievenster verschijnen.4. Druk op de toets “ ” om de geheugen modus te verlaten en terug te keren naar de directe modus.
61WAARSCHUWINGENWaarschuwing als animatiebericht op het informatievensterKnoopsgathendel niet omlaag gebrachtEen knoopsgat of verstelsteek is geselecteerd en het voetpedaal werd ingedrukt terwijl de knoops-gathendel nog omhoog stond.Garen opspoelenHet opspoelen is bezig.Instructie als animatiebericht op het informatievensterPiepgeluid als waarschuwing- Bij een correcte werking: 1 piep.- Als het geheugen vol is met 30 steken: 2 korte piepjes.- Bij een onjuiste werking: 3 korte piepjes.- Wanneer de draad in de machine is geblokkeerd en deze niet kan naaien: 8 seconden korte piepjes. Dit betekent dat de draad in de knoop of vast zit en het handwiel niet kan worden bewogen. Raadpleeg het hoofdstuk voor het verhelpen van storingen om een oplossing te vinden.
Nadat het probleem is opgelost, gaat de machine verder met naaien.Duw de spoelas in de naaipositieIndien u het spoeltje na het opspoelen niet naar links heeft geduwd en u drukt op een toets of wilt gaan naaien, zal de machine u waarschuwen d.m.v. 3 piepjes. Let op: is het probleem nog niet opgelost, neem dan contact op met uw plaatselijke dealer. Attentie: indien de draad tijdens het naaien vastzit of om het haakje is gewikkeld waardoor de naald niet meer kan bewegen, en u drukt toch op het voetpedaal, zorgt de veiligheidsschakelaar ervoor dat de machine helemaal stopt. Wanneer u verder wilt naaien, moet u eerst de draad afknippen en de machine met de ON/OFF-schakelaar uitzetten en dan weer met ON inschakelen.
62DE GLOEILAMP VERVANGENAttentie: zet de schakelaar op OFF en wacht tot het gloeilampje is afgekoeld, voordat u deze gaat vervangen. 1. Verwijder plug (a) , draai de schroef (b) aan de linkerzijde van de naaimachine los en verwijder de afdekplaat (c).2. Vervang het lampje als volgt: Vervang het lampje door eenzelfde lampje van 12V/5W. Breng het afdekplaatje weer aan en draai de schroef vast.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Huskystar C10 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Huskystar
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine