HP t510 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van HP t510 (189 pagina’s), behorend tot de categorie Thin client. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen. Heb je een vraag over HP t510 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/189
HP ThinPro 5.2
Beheerdershandleiding

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: HP
Categorie: Thin client
Model: t510
Kleur van het product: Zwart
Gewicht: 1490 g
Breedte: 58.4 mm
Diepte: 215.9 mm
Hoogte: 209 mm
Frequentie van processor: 1 GHz
Processorfamilie: VIA Eden
Processormodel: U4200
Aantal processorkernen: 2
Wi-Fi-standaarden: 802.11a, 802.11b, 802.11g
Grafische adapter: Chromotion HD 2.0
Ethernet LAN: Ja
Geïntegreerde geheugenkaartlezer: Nee
Audiosysteem: 24-bit
Land van herkomst: China
Aantal USB 2.0-poorten: 6
Microfoon, line-in ingang: Ja
Aantal Ethernet LAN (RJ-45)-poorten: 1
Ingebouwde luidsprekers: Ja
Aantal ingebouwde luidsprekers: 1
Hoofdtelefoonuitgangen: 1
Netvoeding: 65 W
Aansluiting voor netstroomadapter: Ja
Intern geheugen: 2 GB
Opslagmedia: Flash
Intern geheugentype: DDR3-SDRAM
DVI-D poorten: 1
Duurzaamheidscertificaten: ENERGY STAR
Bekabelingstechnologie: 10/100/1000Base-T(X)
Totale opslagcapaciteit: 1 GB
Netwerkfuncties: Gigabit Ethernet
Kloksnelheid geheugen: 1066 MHz
DVI-I poorten: 1
Chipset moederbord: VIA VX900
Inclusief monitor: Nee
Grafische adapter-familie: VIA
PS/2 poort(en): 2
Seriële poort(en): 1
Afmetingen (B x D x H) met voet: 58.4 x 215.9 x 219.7 mm
Parallelle poort(en): 1
Wifi: Ja
AC-ingangsspanning: 100-240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 - 60 Hz

Handleiding HP t510 – volledige tekst

© Copyright 2015 Hewlett-Packard Development Company, L.P.Citrix en XenDesktop zijn handelsmerken van Citrix Systems, Inc. en/of een van de dochterondernemingen en kunnen zijn geregistreerd bij het Patent and Trademark Oce (Octrooi Raad of Bureau van de Industriële Eigendom) in de Verenigde Staten en andere landen. Linux® is een gedeponeerd handelsmerk van Linus Torvalds in de Verenigde Staten en andere landen. Microsoft, Windows, Windows Vista en Windows Server zijn handelsmerken van de Microsoft-bedrijvengroep. UNIX is een gedeponeerd handelsmerk van The Open Group. VMware en Horizon View zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van VMware, Inc. in de Verenigde Staten en/of andere jurisdicties.Vertrouwelijke computersoftware. Voor het bezit, gebruik of kopiëren hiervan is een geldige licentie van HP vereist.

In overeenstemming met FAR 12.211 en 12.212 worden commerciële computersoftware, documentatie voor computersoftware en technische gegevens voor commerciële items gelicentieerd aan de Amerikaanse overheid volgens de standaard commerciële licenties van de leverancier.De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten en diensten staan vermeld in de expres garantieverklaringen die bij de producten en diensten geleverd worden. Niets hierin kan worden opgevat als een aanvullende garantie. HP aanvaardt geen aansprakelijkheid voor technische fouten, drukfouten of weglatingen in deze publicatie.Eerste editie: mei 2015Artikelnummer van document: 824313-331

Open source-softwareDit product bevat software die is uitgegeven onder een open source-softwarelicentie, zoals de GNU General Public License en de GNU Lesser General Public License of een andere open source-licentie. Voor zover HP een verplichting heeft of, naar eigen goeddunken, ervoor kiest de broncode voor dergelijke software beschikbaar te maken onder de van toepassing zijnde open source-softwarelicentie, kan de broncode voor de software worden verkregen van de FTP-server: ftp://ftp.hp.com/pub/tcdebian/pool/thinpro52/source/.iii

Over deze handleidingDeze handleiding maakt gebruik van de volgende stijlen om elementen van tekst te onderscheiden:Stijl BetekenisVariabelen of tijdelijke aanduidingen zijn ingesloten in punthaken. Vervang bijvoorbeeld door het juiste pad, zoals C:\Windows\System. Laat de haken weg als u de werkelijke waarde voor de variabele typt.[optionele parameters]Optionele parameters zijn ingesloten in vierkante haken. Laat de haken weg als u de parameters opgeeft.“letterlijke waarde”Opdrachtregeltekst die tussen aanhalingstekens verschijnt moet precies zo worden getypt als is weergegeven, inclusief de aanhalingstekens.v

HP ThinState. 21HP ThinPro-installatiekopie beheren. 21HP ThinPro-installatiekopie op een FTP-server vastleggen. 21HP ThinPro-installatiekopie implementeren via FTP of HTTP. 22Een HP ThinPro-installatiekopie op een USB-ashstation vastleggen. 22Een HP ThinPro-installatiekopie met een USB-ashstation implementeren. 23Een ThinPro-proel beheren. 23Een ThinPro-proel opslaan op een FTP-server. 23Een ThinPro-proel herstellen via FTP of HTTP. 23Een ThinPro-proel opslaan op een USB-ashstation. 24Een ThinPro-proel herstellen vanaf een USB-ashstation. 24VNC-schaduwkopie maken. 24Certicaten. 25Certicaatbeheer. 26SCEP-beheer. 26DHCP Options (AMT-opties). 265 Algemene verbindingsconguraties. 28Algemene verbindingsinstellingen. 28Kiosk-modus. 296 Citrix-verbindingen. 31Citrix Receiver-functies. 31HDX MediaStream. 32HP True Graphics. 33Vereisten voor HP True Graphics-server.

HP Smart Client Services verkrijgen. 65Website Automatic Update weergeven. 65Een proel voor automatische updates maken. 65Thin clients bijwerken. 65Via broadcastupdates. 66Via DHCP-tagupdates. 66Voorbeeld van DHCP-tagging. 66Via DNS-aliasupdates. 67Handmatig. 67Een handmatige update uitvoeren. 6712 De Prole Editor. 68De Prole Editor openen. 68Een ThinPro-proel laden. 68Een ThinPro-proel aanpassen. 68Het platform van een ThinPro-proel selecteren. 69Een standaardverbinding voor een ThinPro-proel congureren. 69De registerinstellingen van een ThinPro-proel wijzigen. 69Bestanden toevoegen aan een ThinPro-proel. 69Een conguratiebestand toevoegen aan een ThinPro-proel. 70Certicaten aan een ThinPro-proel toevoegen. 70Een symbolische koppeling toevoegen aan een ThinPro-proel. 71Het ThinPro-proel opslaan. 71Een seriële of parallelle printer congureren.

71Printerinstellingen verkrijgen. 71Printerpoorten instellen. 72Printers op de server installeren. 7213 Problemen oplossen. 74Problemen met netwerkverbindingen. 74Problemen met beschadigde rmware oplossen. 75Nieuwe installatiekopie van rmware van thin client maken. 75Problemen met een verlopen Citrix-wachtwoord oplossen. 75Problemen oplossen met System Diagnostics (Systeemdiagnose). 75Diagnostische gegevens van het systeem opslaan. 76De diagnostische bestanden van het systeem decomprimeren. 76De diagnostische bestanden op Windows-systemen decomprimeren. 76De diagnostische bestanden van het systeem decomprimeren in Linux- of Unix-systemen. 76De diagnostische bestanden van het systeem weergeven. 76Bestanden weergeven in de map Commands. 76x.

Aangenomen wordt dat u de meest recente installatiekopie gebruikt die door HP is geleverd en dat u zich aanmeldt als beheerder als u conguraties uitvoert of beheerhulpprogramma's opent.Meer bronnen zoekenBron InhoudWebsite van HP ondersteuninghttp://www.hp.com/supportUpdates van installatiekopieën en invoegtoepassingenDocumentatie voor software van HP die niet in detail wordt beschreven in deze handleidingTIP: Als u de gezochte software niet kunt vinden, zoekt u in plaats daarvan naar het thin client-model.Website voor ondersteuning van Microsofthttp://support.microsoft.comDocumentatie voor software van Microsoft die niet in detail wordt beschreven in deze handleidingWebsite voor ondersteuning van Citrixhttp://www.citrix.com/support Documentatie voor software van Citrix die niet in detail wordt beschreven in deze handleidingWebsite voor ondersteuning van VMwarehttp://www.vmware.com/supportDocumentatie voor software van VMware die niet in detail wordt beschreven in deze handleidingVergelijking van ThinPro en Smart ZeroOm te beginnen met HP ThinPro 5.0 zijn ThinPro en Smart Zero twee verschillende conguraties van dezelfde installatiekopie van het besturingssysteem.

U kunt met behulp van een optie in het Conguratiescherm eenvoudig schakelen tussen de twee conguraties. Raadpleeg de volgende tabel voor een vergelijking van ThinPro en Smart Zero. ThinPro Smart ZeroStandaard beschikbare verbindingstypenOPMERKING: Met de registersleutel priorityInConnectionLists voor elk verbindingstype kunt u bepalen wat de beschikbare verbindingstypen zijn. Raadpleeg root > ConnectionType op pagina 92 voor aanvullende informatie.●Citrix●RDP●VMware Horizon View●Web Browser (Firefox)●TeemTalk●XDMCP●SSH●Telnet●Aangepast●Citrix●RDP●VMware Horizon View●Web Browser (Firefox)Meer bronnen zoeken 1

Aantal tegelijkertijd ondersteunde verbindingen veelvoud EénStandaard gecongureerd voor de Kiosk-modus Nee JaDocumentindelingDeze handleiding is onderverdeeld in de volgende hoofdstukken en bijlagen:●Aan de slag op pagina 3: beschrijft de basisstappen voor het gebruiken van een thin client waarop HP ThinPro actief is. ●Navigeren in de interface op pagina 5: biedt een overzicht van de verschillende onderdelen van de interface. ●Conguraties conguratiescherm op pagina 8: beschrijft de verbindingsgerelateerde instellingen en conguraties in het Conguratiescherm en geef informatie over enkele geavanceerdere conguraties. ●Algemene verbindingsconguraties op pagina 28: beschrijft de algemene instellingen voor alle verbindingstypen en het congureren van een thin client voor de Kiosk-modus.

●Citrix-verbindingen op pagina 31: beschrijft de instellingen en conguraties voor het Citrix-verbindingstype. ●RDP-aansluitingen op pagina 40: beschrijft de instellingen en conguraties voor het RDP-verbindingstype. ●VMware Horizon View-verbindingen op pagina 49: beschrijft de instellingen en conguraties voor het VMware Horizon View-verbindingstype. ●Verbindingen in Web Browser op pagina 57: beschrijft de instellingen voor het Web Browser-verbindingstype. ●Aanvullende verbindingstypen (alleen in ThinPro-conguratie) op pagina 59: beschrijft de instellingen voor de TeemTalk-, XDMCP-, SSH-, Telnet- en aangepaste verbinding. ●HP Smart Client Services op pagina 64: beschrijft hoe u HP Smart Client Services moet gebruiken voor het op afstand beheren van grote aantallen thin clients met Automatische updates.

●De Prole Editor op pagina 68: beschrijft hoe u ThinPro-proelen kunt instellen en bewerken met de Prole Editor. Deze proelen bevatten verbindingsinformatie, -instellingen en -bestanden die zijn gebruikt in het zelfconguratieproces. ●Problemen oplossen op pagina 74: beschrijft gebruikelijke problemen en oplossingen.

●USB-updates op pagina 78: beschrijft hoe u invoegtoepassingen en proelupdates moet installeren vanaf een USB-ashstation. ●BIOS-hulpprogramma's op pagina 79: beschrijft hoe u BIOS-instellingen kunt weergeven en bijwerken en een nieuwe ashupgrade van het BIOS kunt uitvoeren. ●Partitiegrootte van ashstation wijzigen op pagina 80: beschrijft hoe u de grootte van de ashstationspartitie kunt vergroten. ●Het Smart Zero-aanmeldingsscherm aanpassen op pagina 81: beschrijft de algemene kenmerken en elementen die worden gebruikt bij het aanpassen van het Smart Zero-aanmeldingsscherm. ●Registersleutels op pagina 90: vermeldt de paden, functies en opties voor de HP ThinPro-registersleutels. 2 Hoofdstuk 1 Welkom.

2 Aan de slagEen beheerservice kiezenThin clients met HP ThinPro kunnen worden beheerd met HP Smart Client Services of met HP Device Manager (HPDM). Gebruik de beheerservice die het beste bij uw implementatie past. HP Smart Client Services is geoptimaliseerd voor gebruik met Smart Zero. U hoeft dus zelf niets te congureren. HPDM is ideaal voor grote omgevingen die thin clients bevatten met verschillende besturingssystemen. Deze optie biedt meer inzicht in thin clients en een groter aantal verschillende beheeropties. HP ThinPro voor het eerst opstartenWanneer u voor het eerst een nieuwe thin client inschakelt waarop HP ThinPro actief is, wordt er een installatieprogramma uitgevoerd. Eerst controleert het installatieprogramma of er een netwerkverbinding is.

Als er specieke netwerkinstellingen zijn vereist, klikt u op de knop Network Settings (Netwerkinstellingen) om Netwerkbeheer te openen (zie Netwerkinstellingen op pagina 16 voor meer informatie). Het installatieprogramma controleert vervolgens of de thin client wordt beheerd door ofwel HP Smart Client Services of HP Device Manager (HPDM). Als de thin client wordt beheerd door een van beide programma's, wordt het installatieprogramma afgesloten en voert het beheerprogramma vooraf gedenieerde conguraties uit op de thin client. OPMERKING: Raadpleeg HP Smart Client Services op pagina 64 voor meer informatie over HP Smart Client Services. Ga naar http://www. hp. com/go/hpdm voor meer informatie over HPDM. Als de thin client niet door HP Smart Client Services of HPDM wordt beheerd, controleert het hulpprogramma of er een update van de installatiekopie verkrijgbaar is bij HP.

TIP: Als u uw eigen interne site wilt behouden voor updates van installatiekopieën, kunt u instellen waar het besturingssysteem zoekt naar updates door de volgende registersleutel te wijzigen:root/config-wizard/FirmwareUpdate/firmwareUpdateURLAls u wilt controleren of er servicepacks of updates van pakketten beschikbaar zijn, klikt u op Easy Update (Eenvoudige update) om HP Easy Tools te starten. Als u de HPDM-agent of de instellingen voor automatische updates voor HP Smart Client Services handmatig moet congureren, klikt u op het tabblad Device Management (Apparaatbeheer) van het installatieprogramma en kiest u de juiste optie. TIP: Als u telkens wanneer de thin client wordt gestart wilt controleren op software-updates, schakelt u de optie Check for software updates every boot (Bij het opstarten controleren op software-updates).

Als u uw thin client-conguratie wilt behouden bij het upgraden van uw versie van de installatiekopie, schakelt u de optie Preserve thin client conguration (Thin client-conguratie behouden) in. Nadat u het installatieprogramma hebt afgesloten, wordt u gevraagd een verbinding te congureren als er geen verbindingen zijn gecongureerd. Een beheerservice kiezen 3.

OPMERKING: Deze eerste verbindingswizard biedt een sneller installatieproces dan de standaardwizard voor verbindingsbeheer.Als u een enkele thin client wilt congureren en daarna de conguraties op andere thin clients wilt kopiëren en implementeren met HP ThinState (zie HP ThinState op pagina 21), gebruikt u het Conguratiescherm om eerst alle gewenste conguraties uit te voeren. Raadpleeg Navigeren in de interface op pagina 5 en Conguraties conguratiescherm op pagina 8 voor meer informatie.4 Hoofdstuk 2 Aan de slag

3 Navigeren in de interfaceDe volgende onderwerpen wordt in dit hoofdstuk besproken:●De taakbalk gebruiken●Bediening van Verbindingsbeheer gebruiken●Systeeminformatie weergevenDe taakbalk gebruikenTabel 3-1 Onderdelen van de taakbalk1 Zoeken: hiermee kunt u gecongureerde verbindingen, Verbindingsbeheer, hulpprogramma's voor het conguratiescherm en functies voor energiebeheer zoeken en uitvoeren. 2 Verbindingsbeheer: hiermee kunt u verbindingen starten, stoppen, toevoegen, bewerken en verwijderen. Zie Bediening van Verbindingsbeheer gebruiken op pagina 6 voor meer informatie. 3 Conguratiescherm: hiermee kunt u de thin client congureren, schakelen tussen de beheerdersmodus en gebruikersmodus en controleren op software-updates. Zie Overzicht conguratiescherm op pagina 8 voor meer informatie.

4 Systeeminformatie: hiermee kunt u systeem-, netwerk- en software-informatie over de thin client weergeven. Zie Systeeminformatie weergeven op pagina 7 voor meer informatie. 5 Gebied voor toepassingen: hiermee geeft u de pictogrammen weer voor de momenteel geopende toepassingen. TIP: U kunt Ctrl+Alt ingedrukt houden en herhaaldelijk op Tab drukken om een toepassing te selecteren en deze naar de voorgrond te brengen. 6 Systeemvak—Biedt snelle toegang tot of informatie over bepaalde hulpprogramma's, toepassingen en functies. Het systeemvak kan de volgende items bevatten; afhankelijk van de systeemconguratie worden sommige items mogelijk niet weergegeven:●Audiomixer●Virtueel toetsenbord●Netwerkstatus●Status voor automatische updates: een groen pictogram met een vinkje geeft aan dat de automatische update is voltooid.

Een geel pictogram met een uitroepteken geeft aan dat de server voor automatische updates niet is gevonden of dat er problemen zijn met de instellingen aan de kant van de server. Een rood pictogram met een X geeft aan dat de automatische update is mislukt, bijvoorbeeld door een ongeldig pakket of proel.

Klik hierop om toegang te krijgen tot de datum- en tijdinstellingen.8 Aan/uit-knop: hiermee kunt u zich bij de thin client afmelden of de thin client opnieuw opstarten of afsluiten.Bediening van Verbindingsbeheer gebruiken1 Start (Starten): hiermee start u de geselecteerde verbinding.2 Stop (Stoppen): hiermee stopt u de geselecteerde verbinding.3 Edit (Bewerken): hiermee opent u het verbindingsbeheerprogramma voor het geselecteerde verbindingstype (zoals Citrix-verbindingsbeheer), zodat u instellingen kunt bewerken die speciek zijn voor de geselecteerde verbinding.4 Delete (Verwijderen): hiermee verwijdert u de geselecteerde verbinding.5 Add (Toevoegen): hiermee kunt u een nieuwe verbinding toevoegen.OPMERKING: Zie Vergelijking van ThinPro en Smart Zero op pagina 1 voor een lijst met de beschikbare verbindingstypen.6 Settings (Instellingen): hiermee kunt u algemene instellingen voor Citrix-, RDP- of Web Browser-verbindingen bewerken.

Deze instellingen zijn van toepassing op alle verbindingen van dat type.Raadpleeg het volgende voor meer informatie over het congureren van verbindingen:●Algemene verbindingsconguraties op pagina 28●Citrix-verbindingen op pagina 31●RDP-aansluitingen op pagina 40●VMware Horizon View-verbindingen op pagina 49●Verbindingen in Web Browser op pagina 57●Aanvullende verbindingstypen (alleen in ThinPro-conguratie) op pagina 596 Hoofdstuk 3 Navigeren in de interface

Systeeminformatie weergevenKlik op de knop System Information (Systeeminformatie) op de taakbalk om systeem-, netwerk- en software-informatie over de thin client weer te geven. In de volgende tabel wordt de informatie beschreven die op ieder tabblad wordt weergegeven. Tabel 3-2 Tabbladen System Information (Systeeminformatie)Tabblad BeschrijvingGeneral (Algemeen) Hiermee geeft u informatie weer over het BIOS, het besturingssysteem, de CPU en het geheugen. Network (Netwerk) Hiermee geeft u informatie weer over de netwerkinterface, de gateway en DNS-instellingen. Net Tools (Netprogramma's) Biedt de volgende hulpprogramma's voor het bewaken en oplossen van problemen:●Ping: geef een IP-adres op van een ander apparaat in het netwerk om te proberen contact te maken. ●DNS Lookup (DNS-zoekopdracht): met dit hulpprogramma kunt u een domeinnaam omzetten in een IP-adres.

●Trace Route (Route volgen): met dit hulpprogramma kunt u de route van een netwerkpakket van het ene naar het andere apparaat volgen. Software-informatie Geeft een lijst weer van geïnstalleerde add-ons op het tabblad Service Packs (Servicepacks) en informatie over de softwareversie op het tabblad Software Installed (Geïnstalleerde software). TIP: U kunt vanuit dit venster ook de beheerdershandleiding (dit document) openen. Systeemlogboeken Hiermee geeft u de volgende logboeken weer:●Netwerkbeheer●Smart Client Services●Bekabelde DHCP-leases●Draadloze DHCP-leases●Kernel●X-server●Connection Manager (Verbindingsbeheer)Het foutopsporingsniveau kan worden gewijzigd om aanvullende informatie weer te geven waar HP ondersteuning mogelijk om kan vragen voor het oplossen van problemen. Klik op Diagnostic (Diagnose) om een diagnostisch bestand op te slaan.

In de gebruikersmodus zijn alleen de hulpprogramma's toegankelijk die door de beheerder zijn ingeschakeld voor gebruik door gebruikers.Schakelen tussen beheerdersmodus en gebruikersmodus:▲Selecteer Administrator/User Mode Switch (Schakelen tussen beheerders-/gebruikersmodus) in het conguratiescherm.De eerste keer dat u overschakelt naar de beheerdersmodus wordt u gevraagd een beheerderswachtwoord in te stellen.

Het beheerderswachtwoord moet iedere volgende keer worden ingevoerd om naar de beheerdersmodus om te schakelen.TIP: In de beheerdersmodus wordt het scherm omgeven door een rode rand.In de volgende tabellen worden de hulpprogramma's van het conguratiescherm beschreven die in iedere menucategorie beschikbaar zijn.TIP: Om op te geven tot welke hulpprogramma's standaardgebruikers toegang hebben, selecteert u Setup > Customization Center (Installatie > Aanpassingscentrum) in het conguratiescherm en selecteert u of deselecteert u hulpprogramma's in de lijst Applications (Toepassingen).Tabel 4-1 Conguratiescherm > RandapparatuurMenuoptie BeschrijvingClientaggregatie Hiermee kunt u thin clients combineren als u aanvullende schermruimte nodig hebt.8 Hoofdstuk 4 Conguraties conguratiescherm

Tabel 4-1 Conguratiescherm > Randapparatuur (vervolg)Menuoptie BeschrijvingZie Clientaggregatie op pagina 12 voor meer informatie. Schermvoorkeuren Hiermee kunt u opties congureren en testen voor een primair en secundair beeldscherm. Raadpleeg Schermvoorkeuren op pagina 14 voor meer informatie. Toetsenbordindeling Hiermee kunt u de toetsenbordindeling wijzigen om aan te passen aan de door het toetsenbord gebruikte taal. Geluid Hiermee kunt u het geluidsniveau voor het afspelen en de invoer bedienen. muis Hiermee kunt u de muissnelheid congureren en of de muisinvoer rechtshandig of linkshandig is. Printers Hiermee kunt u lokale en netwerkprinters instellen. Lokale printers kunnen over het netwerk worden gedeeld. Raadpleeg Printers congureren op pagina 15 voor meer informatie. Aanraakscherm Hiermee kunt u opties voor het aanraakscherm congureren.

USB-beheer Hiermee kunt u de omleidingsopties voor USB-apparaten congureren. Raadpleeg USB-apparaten omleiden op pagina 15 voor meer informatie. Installatie SCIM-invoermethode Hiermee kunt u de SCIM (Smart Common Input Method) congureren voor invoer in het Chinees, Japans en Koreaans. Ga naar http://sourceforge. net/apps/mediawiki/scim/index. php. title=Main_Page voor meer informatie over dit open source-programma. Tabel 4-2 Conguratiescherm > InstallatieMenuoptie BeschrijvingAchtergrondbeheer Hiermee kunt u het achtergrondthema congureren. Datum en tijd Hiermee kunt u de tijdzone en de datum- en tijdopties congureren. Taal Hiermee kunt u de HP ThinPro-interface in een andere taal weergeven. Netwerk Hiermee kunt u netwerkinstellingen congureren. Raadpleeg Netwerkinstellingen op pagina 16 voor meer informatie. Schermbeveiliging Hiermee kunt u de schermbeveiliging congureren.

Tabel 4-2 Conguratiescherm > Installatie (vervolg)Menuoptie Beschrijving●Bureaublad- en taakbalkopties congureren●Selecteren tot welke verbindingstypen en hulpprogramma's van het conguratiescherm standaardgebruikers toegang hebbenRaadpleeg Aanpassingscentrum op pagina 20 voor meer informatie. Tabel 4-3 Conguratiescherm > BeheerMenuoptie BeschrijvingAD/DDNS-beheer Hiermee kunt u de thin client toevoegen aan een organisatie-eenheid van de Active Directory-server en automatische dynamische DNS-updates van de naam van de thin client en de IP-adreskoppeling inschakelen. OPMERKING: Met dit hulpprogramma kunt u geen vericatie met de Active Directory-database inschakelen. HPDM-agent Hiermee kunt u de HPDM-agent (HP Device Manager) congureren. Zie de Beheerdershandleiding van HP Device Manager voor meer informatie over HP Device Manager.

Automatische update Hiermee kunt u de server voor automatische updates handmatig congureren. Zie HP Smart Client Services op pagina 64 voor meer informatie. Component Manager (Onderdeelbeheer) Hiermee kunt u onderdelen van het systeem verwijderen. Raadpleeg Component Manager (Onderdeelbeheer) op pagina 19 voor meer informatie. Easy Update Hiermee opent u de wizard Easy Update. Easy Update is een onderdeel van HP Easy Tools waarmee u de nieuwste software-updates voor de thin client kunt installeren. TIP: Wanneer u tijdens het uitvoeren van een installatiekopie-update Preserve thin client conguration (Thin client-conguratie behouden) selecteert, blijven alle eerder gecongureerde instellingen behouden. Zie de Beheerdershandleiding van HP Easy Tools voor meer informatie over HP Easy Tools.

Fabrieksinstellingen Hiermee kunt u de thin client opnieuw instellen op de standaardfabrieksconguratie. Momentopnamen Hiermee kunt u de thin client opnieuw instellen op een vorige toestand of de standaardfabrieksconguratie. SSHD-beheer Hiermee krijgt u toegang via een beveiligde shell.

Tabel 4-3 Conguratiescherm > Beheer (vervolg)Menuoptie BeschrijvingVNC-schaduw Hiermee kunt u VNC-schaduwopties congureren.Raadpleeg VNC-schaduwkopie maken op pagina 24 voor meer informatie.Draadloze statistieken Hiermee kunt u informatie over draadloze toegangspunten weergeven.Tabel 4-4 Conguratiescherm > GeavanceerdMenuoptie BeschrijvingCerticaten Hiermee opent u Certicaatbeheer, waarmee u eenvoudig certicaten kunt importeren, weergeven of verwijderen.Raadpleeg Certicaatbeheer op pagina 26 voor meer informatie.CPU-beheer Hiermee kunt u kiezen tussen Balanced (gebalanceerde) en High Performance (hoog presterende) CPU-prestaties.DHCP Options (AMT-opties) Hiermee kunt u DHCP-opties congureren.Raadpleeg DHCP Options (AMT-opties) op pagina 26 voor meer informatie.SCEP-beheer Hiermee wordt netwerkgebaseerd certicaatbeheer mogelijk.Seriebeheer Hiermee kunt u serieapparaten congureren.Sneltoetsen Hiermee kunt u sneltoetsen maken, aanpassen en verwijderen.Taakbeheer Hiermee kunt u het CPU-gebruik en de geschiedenis van het CPU-gebruik voor de thin client bijhouden.Teksteditor Hiermee opent u een basisteksteditor voor het weergeven en bewerken van tekstbestanden.X-terminal Hiermee kunt u Linux-opdrachten uitvoeren.Tabel 4-5 Conguratiescherm > DiversenMenuoptie BeschrijvingKnipprogramma Hiermee kunt u een schermopname van een rechthoekige selectie van het scherm, een speciek venster of het volledige scherm maken.Overzicht conguratiescherm 11

ClientaggregatieThin clients met HP ThinPro ondersteunen maximaal vier monitoren, afhankelijk van het hardwaremodel. Als u aanvullende schermruimte nodig hebt, kunnen met clientaggregatie maximaal 4 thin clients worden gecombineerd. Hierdoor is het mogelijk in totaal 16 beeldschermen te bedienen met één toetsenbord en één muis, zonder dat u extra hardware of software nodig heeft.Stel dat u vier thin clients hebt, elk met vier beeldschermen die zijn gecongureerd in een opstelling van 2 bij 2, zoals hieronder is weergegeven.Met clientaggregatie kunt u de vier thin clients rangschikken in een opstelling van 4 bij 4. De volgende afbeelding geeft een mogelijk opstelling weer.Als u de muisaanwijzer bijvoorbeeld vanaf de rechterkant van de beeldschermen van thin client A verplaatst, verschijnt de aanwijzer aan de linkerkant van de beeldschermen van thin client C.

Als u de muisaanwijzer in deze conguratie vanaf de rechterkant van de beeldschermen van thin client A verplaatst, verschijnt de aanwijzer in het bovenste derde deel aan de linkerkant van de beeldschermen van thin client D. Als u de muisaanwijzer vanaf de rechterkant van de beeldschermen van thin client B verplaatst, verschijnt de aanwijzer in het middelste derde deel aan de linkerkant van de beeldschermen van thin client D. Als u de muisaanwijzer vanaf de rechterkant van de beeldschermen van thin client C verplaatst, verschijnt de aanwijzer in het onderste derde deel aan de linkerkant van de beeldschermen van thin client D. OPMERKING: Bureaubladvensters kunnen niet worden gebruikt of verplaatst tussen meerdere thin clients.

Doorgaans maakt elke thin client vensters op basis van de verbinding met een bijbehorende externe computer en hoeven er geen vensters tussen thin clients gewisseld te worden. De thin client die fysiek aangesloten is op het toetsenbord en de muis wordt de aggregatieserver genoemd. De andere thin clients worden aggregatieclients genoemd. Wanneer de muisaanwijzer op een van de aggregatieclients wordt weergegeven, worden de invoerwaarden van de muis en het toetsenbord (vanaf de aggregatieserver) gecodeerd en via het netwerk naar deze aggregatieclient gestuurd. De aggregatieclient ontsleutelt de invoerwaarden van de muis en het toetsenbord en stuurt deze door naar het lokale bureaublad van de aggregatieclient. Clientaggregatie is gebaseerd op het open source-softwarepakket Synergy, waarbij de codering wordt uitgevoerd door een pakket met de naam stunnel.

Clientaggregatie congurerenClientaggregatie wordt gecongureerd in twee stappen:1. De aggregatieclients congureren op pagina 132. De aggregatieserver congureren op pagina 14De aggregatieclients congurerenVoer deze procedure uit op elke aggregatieclient:1. Selecteer Peripherals > Client Aggregation (Randapparatuur > Clientaggregatie) in het conguratiescherm. 2. Klik op Client.

3. Typ de serverhostnaam of het IP-adres van de aggregatieserver in het veld. 4. Klik op Apply (Toepassen). De aggregatieserver congurerenGa als volgt te werk om de aggregatieserver te congureren:1. Selecteer Peripherals > Client Aggregation (Randapparatuur > Clientaggregatie) in het conguratiescherm. 2. Klik op Server. 3. De aggregatieserver wordt weergegeven in een blauw vakje met de hostnaam. Klik en sleep de aggregatieserver naar de gewenste positie in de opstelling van 4 bij 4. 4. Klik op de positie in de opstelling van 4 bij 4 waarin u de eerste aggregatieclient wilt plaatsen, typ de hostnaam of het IP-adres en druk op Enter. De aggregatieclient wordt weergegeven in een groen vak. 5. Voeg desgewenst tot twee extra aggregatieclients toe aan de opstelling van 4 bij 4.

De plaatsing van de aggregatieserver en de aggregatieclients in de opstelling van 4 bij 4 kan op elk gewenst moment worden gewijzigd door op het bijbehorende vak te klikken en het naar een nieuwe locatie te slepen. Als de aggregatieclients en de aggregatieserver eenmaal zijn gecongureerd, wordt automatisch geprobeerd gecodeerde communicatie daartussen tot stand te brengen. Klik op Status om de verbindingsstatus tussen twee computers weer te geven. SchermvoorkeurenMet HP ThinPro kunt u proelen voor schermvoorkeuren maken en verschillende proelen toepassen op verschillende beeldschermen. Een proel bevat de resolutie, vernieuwingssnelheid, bitdiepte en oriëntatie. Schermproelen congureren:1. Selecteer Peripherals > Display Preferences (Randapparatuur > Schermvoorkeuren) in het conguratiescherm. 2. Congureer de benodigde opties en klik op Apply (Toepassen).

OPMERKING: De opties kunnen per hardwaremodel verschillen. Raadpleeg de volgende tips over het nut van het aanpassen van beeldschermproelen:●Sommige toepassingen hebben mogelijk een specieke resolutie of bitdiepte nodig om goed te kunnen werken.

●Bij sommige toepassingen moet het beeldscherm mogelijk gedraaid worden. ●Als u een kleurdiepte van 16-bits gebruikt, presteert de Citrix- en RDP-verbinding beter omdat er minder gegevens via het netwerk of naar de grasche chip moeten worden verzonden. ●AMD-platformen (t520, t610, t620) bieden alleen een 32-bits kleurdiepte. De platformen t505 en t510 bieden beide een 16-bits of 32-bits kleurdiepte. In alle gevallen is de 32-bits kleurdiepte in feite 24-bits. ●Mogelijk wil de administrator één beeldschermproel standaardiseren, ook al zijn er veel verschillende beeldschermen binnen de organisatie. 14 Hoofdstuk 4 Conguraties conguratiescherm.

Printers congurerenEen printer congureren:1. Selecteer Peripherals > Printers (Randapparatuur > Printers) in het conguratiescherm. 2. Klik in het dialoogvenster Printing (Afdrukken) op Add (Toevoegen). 3. Selecteer de printer die u wilt congureren in het dialoogvenster New Printer (Nieuwe printer) en klik op Forward (Vooruit). OPMERKING: Als u een seriële printer selecteert, voert u de juiste instellingen in aan de rechterkant van het dialoogvenster. De printer werkt anders niet goed. 4. Selecteer het merk van de printer. Als u niet zeker bent, selecteert u de optie Generic (recommended) (Algemeen (aanbevolen)) en klikt u op Forward (Vooruit). 5. Selecteer het printermodel en -stuurprogramma en klik op Forward (Vooruit).

OPMERKING: Als het printermodel niet wordt genoemd of als u niet weet wat het printermodel is of welk stuurprogramma u moet gebruiken, klikt u op Back (Terug) en gebruikt u de optie Generic (recommended) (Algemeen (aanbevolen)) voor het merk printer. Als u Generic (recommended) (Algemeen (aanbevolen)) voor het merk gebruikt, selecteert u text-only (recommended) (alleen tekst (aanbevolen)) voor het model en Generic text-only printer [en] (recommended) (Algemeen alleen tekst printer [en] (aanbevolen)) voor het stuurprogramma. 6. Vul optionele printergegevens in zoals de naam en de locatie. OPMERKING: HP raadt u aan om de naam van het juiste stuurprogramma in het vak Windows Driver (Windows-stuurprogramma) in te voeren. Als er bij het verbinding maken met de externe sessie geen map toegewezen wordt, gebruikt Windows mogelijk niet het juiste stuurprogramma en kan er niet afgedrukt worden.

De print werkt alleen als het stuurprogramma op de Windows-server geïnstalleerd wordt. 7. Klik op Apply (Toepassen) en druk zo nodig een testpagina af. Als u meerdere printers wilt congureren, herhaalt u deze procedure. TIP: Het komt vaak voor dat het verkeerde stuurprogramma wordt gebruikt voor de printer.

Als u een ander stuurprogramma wilt gebruiken, klikt u met de rechtermuisknop op de printer, selecteert u Properties (Eigenschappen) en wijzigt u het merk en het model. USB-apparaten omleidenUSB-apparaten omleiden:1. Selecteer Peripherals > USB Manager (Randapparatuur > USB-beheer) in het conguratiescherm. 2. Selecteer een extern protocol op de pagina Protocol. Als de instelling Local (Lokaal) is, kunt u ook de opties allow devices to be mounted (apparaten koppelen toestaan) en mount devices read-only (apparaten koppelen alleen-lezen) opgeven. 3. Zo nodig kunt u de omleidingsopties voor afzonderlijke apparaten op de pagina Devices (Apparaten) in- of uitschakelen. Printers congureren 15.

4. Op de pagina Classes (Klassen) kunt u selecteren welke specieke klassen moeten worden omgeleid naar externe sessies. 5. Klik op OK als u klaar bent. NetwerkinstellingenU kunt de netwerkinstellingen congureren in Netwerkbeheer. U opent Netwerkbeheer als volgt:▲Selecteer Setup > Network (Setup > Netwerk) in het conguratiescherm. Lees de volgende paragrafen voor meer informatie over de verschillende tabbladen in Netwerkbeheer:●Instellingen van het bekabelde netwerk●Instellingen voor draadloze netwerken●DNS-instellingen●IPSec-regels●VPN-instellingen congureren●HP Velocity congurerenInstellingen van het bekabelde netwerkDe volgende tabel bevat informatie over de opties in het tabblad Wired (Bekabeld) van Netwerkbeheer. Optie BeschrijvingIPv6 inschakelen Schakelt IPv6 in. Standaard wordt IPv4 gebruikt. Ze kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt.

Ethernet-snelheid Hiermee kunt u de Ethernet-snelheid instellen. Als de schakelaar of hub geen speciale vereisten heeft, laat u deze standaard staan op Automatic (Automatisch). Verbindingsmethode Hiermee kunt u kiezen tussen Automatic (Automatisch) en Static (Statisch). Als uw netwerkomgeving DHCP gebruikt, zal de optie Automatic (Automatisch) gewoon werken en hoeft u verder geen conguraties uit te voeren. Als u Static (Statisch) selecteert, komen de instellingen Static Address Conguration (Conguratie statisch adres) beschikbaar. Stel de waarden in die gelden voor IPv4 of IPv6. MTU (maximum transmission unit)Hiermee kunt u de MTU in bytes invoeren. Beveiligingsinstellingen Hiermee kunt u een van de volgende opties voor de vericatie-instelling kiezen:●None●802. 1X-TTLS●802. 1X-PEAP●802.

1X-TLSHoud bij TTLS en PEAP rekening met het volgende:●Stel de optie Inner Authentication (Interne vericatie) zo in dat deze ondersteund wordt door uw server. ●De instelling CA Certicate (CA-certicaat) moet verwijzen naar het servercerticaat op de lokale thin client.

Optie BeschrijvingHoud bij TLS rekening met het volgende:●De instelling CA Certicate (CA-certicaat) moet verwijzen naar het servercerticaat op de lokale thin client. ●Als de Private Key (Persoonlijke sleutel) een. p12 of. pfx-bestand is, kunt u de instelling User Certicate (Gebruikerscerticaat) leeg laten. ●De instelling Identity (Identiteit) moet de gebruikersnaam zijn die overeenkomt met het gebruikerscerticaat. ●De instelling Private Key Password (Wachtwoord voor persoonlijke sleutel) is het wachtwoord van het persoonlijke sleutelbestand van de gebruiker. Instellingen voor draadloze netwerkenDe volgende tabel bevat meer informatie over de beschikbare opties in het tabblad Wireless (Draadloze communicatie) in Netwerkbeheer. OPMERKING: Dit tabblad is alleen beschikbaar als de thin client een adapter voor draadloze communicatie heeft.

Optie BeschrijvingAP scannen Zoekt naar beschikbare draadloze netwerken. SSID Gebruik deze optie om de SSID van het draadloze netwerk handmatig in te voeren als deze niet door de scan gevonden is. SSID verborgen Schakel deze optie in als de SSID van het draadloze netwerk is ingesteld op verborgen (niet verzenden). IPv6 inschakelen Schakelt IPv6 in. Standaard wordt IPv4 gebruikt. Ze kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. Energiebeheer inschakelen Schakelt de functie Energiebeheer van de draadloze adapter in. Verbindingsmethode Hiermee kunt u selecteren tussen Automatisch en Static (Statisch). Als uw netwerkomgeving DHCP gebruikt, zal de optie Automatic (Automatisch) gewoon werken en hoeft u verder geen conguraties uit te voeren. Als u Static (Statisch) selecteert, komen de instellingen Static Address Conguration (Conguratie statisch adres) beschikbaar.

Optie BeschrijvingZie Instellingen van het bekabelde netwerk op pagina 16 voor meer informatie over TTLS, PEAP en TLS. DNS-instellingenDe volgende tabel bevat informatie over de opties in het tabblad DNS van Netwerkbeheer. Optie BeschrijvingHostnaam Dit wordt automatisch gegenereerd volgens het MAC-adres van de thin client. U kunt ook een aangepaste hostnaam instellen. DNS-servers Gebruik dit vak om aangepaste DNS-serverinformatie in te stellen. Zoekdomeinen Gebruik dit vak om de domeinen te beperken die worden doorzocht. HTTP-proxyFTP-proxyHTTPs-proxyGebruik deze vakken voor het instellen van proxyserverinformatie met de volgende indeling:http://:HP adviseert om het voorvoegsel http:// te gebruiken voor alle drie proxy-instellingen omdat deze beter wordt ondersteund.

OPMERKING: De proxy-instellingen zijn ingesteld op de omgevingsvariabelen http_proxy, ftp_proxy en https_proxy voor het systeem. IPSec-regelsGebruik dit tabblad om IPSec-regels toe te voegen, te bewerken en te verwijderen. Een IPSec-regel moet dezelfde zijn voor ieder systeem dat gebruikmaakt van IPSec om te communiceren. Gebruik tijdens het instellen van een IPSec-regel het tabblad General (Algemeen) voor het instellen van de informatie, adressen en vericatiemethode van de regel. Het Source Address (Bronadres) is het IP-adres van de thin client en het Bestemmingsadres is het IP-adres van het systeem waarmee de thin client gaat communiceren. OPMERKING: Alleen de vericatietypen PSK en Certicate (Certicaat) worden ondersteund. Kerberos-vericatie wordt niet ondersteund. Gebruik het tabblad Tunnel voor het congureren van instellingen voor de tunnelmodus.

Gebruik de tabbladen Phase I (Fase I) en Phase II (Fase II) voor het congureren van geavanceerde beveiligingsinstellingen. De instellingen moeten dezelfde zijn voor alle peersystemen die met elkaar communiceren. OPMERKING: Een IPSec-regel kan ook gebruikt worden om te communiceren met een computer met Windows.

Houd rekening met het volgende over het maken van een VPN met behulp van Cisco:●De Gateway is het IP-adres of de hostnaam van de gateway. ●De Group name (Groepsnaam) en het Group password (Groepswachtwoord) zijn de IPSec-id en het IPSec-wachtwoord. ●De instelling Domain (Domein) is optioneel. ●De User name (Gebruikersnaam) en het User password (Gebruikerswachtwoord) zijn de gebruikersreferenties die rechten hebben voor het maken van een VPN-verbinding aan de serverkant. ●Het Security Type (Beveiligingstype) moet hetzelfde worden ingesteld als aan de serverkant. Houd rekening met het volgende over het maken van een VPN met behulp van PPTP:●De Gateway is het IP-adres of de hostnaam van de gateway. ●De instelling NT Domain (NT-domein) is optioneel.

●De User name (Gebruikersnaam) en het User password (Gebruikerswachtwoord) zijn de gebruikersreferenties die rechten hebben voor het maken van een VPN-verbinding aan de serverkant. HP Velocity congurerenGebruik het tabblad HP Velocity om de instellingen van HP Velocity te congureren. Ga naar http://www. hp. com/go/velocity voor meer informatie over de HP Velocity-modi. Component Manager (Onderdeelbeheer)Hiermee kunt u systeemonderdelen die niet in uw omgeving gebruikt gaan worden, verwijderen. Dit kan wenselijk zijn om de grootte van de reservekopie te beperken. Als u bijvoorbeeld nooit Citrix-verbindingen in uw omgeving gebruikt, kunt u het Citrix-onderdeel verwijderen. Wanneer u een of meer onderdelen hebt verwijderd, kunt u de nieuwe conguratie testen voordat u de wijzigingen denitief toepast.

Ook kunt u aangebrachte wijzigingen ongedaan maken als de wijzigingen niet nog denitief toegepast zijn. BELANGRIJK: Nadat de nieuwe conguratie denitief is toegepast, worden alle momentopnamen verwijderd en wordt een nieuwe fabrieksmomentopname gemaakt. Verwijderde onderdelen kunnen niet worden hersteld na dit punt.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met HP t510 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Thin client HP

Hp

HP t620 PLUS Handleiding

1 Februari 2026
Hp

HP t310 Handleiding

1 Februari 2026
Hp

HP t410 Handleiding

31 Januari 2026
Hp

HP t200 Handleiding

7 Januari 2026
Hp

HP t510 Handleiding

3 Januari 2026
Hp

HP t628 Handleiding

2 April 2023
Hp

HP t820 Handleiding

6 Maart 2023
Hp

HP T620 Handleiding

26 Oktober 2021

Handleiding Thin client

Nieuwste handleidingen voor Thin client