HP OfficeJet Pro 9720e Handleiding

HP Printer OfficeJet Pro 9720e

Bekijk gratis de handleiding van HP OfficeJet Pro 9720e (88 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 106 mensen. Heb je een vraag over HP OfficeJet Pro 9720e of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
HP OiceJetPro 9720e Wide Format All-in-One series

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: HP
Categorie: Printer
Model: OfficeJet Pro 9720e

Handleiding HP OfficeJet Pro 9720e – volledige tekst

Mac, OS X, macOS, en AirPrint zijn in de Verenigde Staten en andere landen gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. ENERGY STAR en het ENERGY STAR logo zijn gedeponeerde handelsmerken van het Amerikaanse Environmental Protection Agency. Android en Chromebook zijn handelsmerken van Google LLC. iOS is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Cisco in de VS en andere landen en wordt onder licentie gebruikt. VeiligheidsinformatieVolg altijd de standaard veiligheidsvoorschriften bij het gebruik van dit product. Op deze manier beperkt u het risico van verwondingen door brand of elektrische schokken. - Lees en begrijp alle instructies in de documentatie bij uw printer. - Neem alle op dit product vermelde waarschuwingen en instructies in acht. - Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voordat u dit product reinigt.

- Zet het product op een veilige plaats waar niemand op het netsnoer kan trappen of erover kan struikelen en waar het netsnoer niet kan worden beschadigd. - Als het product niet normaal werkt, raadpleegt u Een probleem oplossen in deze handleiding. - U mag zelf geen onderdelen repareren. Voor reparatie- of onderhoudswerkzaamheden dient u contact op te nemen met een bevoegd technicus.

Inhoudsopgave1Aan de slag. 1Afbeeldingen van de printer. 1Voorzijde. 1Ruimte voor printerbenodigdheden. 2Achteraanzicht. 2Kenmerken van het bedieningspaneel. 3Het bedieningspaneel kantelen. 3Display van het bedieningspaneel. 4Functieknoppen. 4De printerinstellingen wijzigen. 5HP software gebruiken. 5Printer uitschakelen. 62Uw printer verbinden. 7Vereisten voor HP+ printers. 7Verbinding maken met een Wi-Fi-netwerk. 7Wi-Fi-status controleren. 8Wi-Fi inschakelen. 8Met de HP software verbinding maken met een Wi-Fi-netwerk. 8Uw printer met een Wi-Fi-netwerk verbinden via het bedieningspaneel. 9Aansluiten op een Ethernet-netwerk. 9Verbinding maken met een USB-kabel. 9Verbindingsmethode wijzigen. 10USB naar Wi-Fi. 10Wi-Fi naar USB. 103Afdrukmateriaal laden. 11Papier met standaardformaat plaatsen. 11Plaats papier van B-formaat. 13Een envelop plaatsen. 17Kaarten en fotopapier plaatsen.

20Een origineel op de glasplaat leggen. 23Plaats een origineel in de documentinvoer. 24Standaardpapierinstellingen wijzigen. 25Elementaire informatie over papier. 25Tips voor de keuze en het gebruik van papier. 264Uw printer congureren. 27iii.

Congureren via het bedieningspaneel. 27Congureren met de embedded web server (EWS). 27Open de embedded web server (EWS). 27IP-adres van printer zoeken. 28Netwerkinstellingen weergeven of wijzigen. 28IPv4 en IPv6 TCP/IP-parameters handmatig wijzigen. 28Het systeemwachtwoord toewijzen of wijzigen. 28Energie-instellingen wijzigen. 29Printer bijwerken. 29Printer bijwerken via het bedieningspaneel. 29Printer bijwerken met de embedded web server (EWS). 295Afdrukken. 31Afdrukken via een computer met Windows. 31Afdrukken vanaf een Mac-computer. 31Afdrukken vanaf mobiele apparaten. 31Afdrukken met Wi-Fi Direct. 32Tips voor succesvol afdrukken. 32Inkttips. 32Tips voor het plaatsen van papier. 336Kopiëren, scannen en Mobile Fax. 34Kopiëren van printer. 34Kopiëren of scannen vanaf een mobiel apparaat. 34Bestanden scannen en delen met de printer. 35Scannen naar een USB-apparaat vanaf de printer.

Mogelijke storingslocaties. 44Vastgelopen papier verwijderen. 45Reset de printer. 51Ontdek hoe u papierstoringen kunt vermijden. 51Problemen met de papieraanvoer oplossen. 52Printer kan niet afdrukken. 53Problemen met afdrukken. 53Problemen oplossen met HP+ printers die niet afdrukken. 53Problemen oplossen met pagina's die niet worden afgedrukt (kan niet afdrukken). 54Problemen met afdrukkwaliteit oplossen. 55Kopieer- en scanproblemen. 56Netwerk- en verbindingsproblemen. 56Wi-Fi-verbinding herstellen. 56Wi-Fi Direct-verbinding herstellen. 56Ethernet-aansluiting herstellen. 57Originele netwerkinstellingen herstellen. 57Hardwareproblemen printer. 58De printer schakelt onverwachts uit. 58Uitlijning printkop ontbreekt. 58Een printerfout oplossen. 58Printerrapporten begrijpen. 58Een printerrapport afdrukken. 59Printeronderhoud. 59De glasplaat van de scanner reinigen. 59De buitenkant reinigen.

60De documentinvoer schoonmaken. 60Onherdoud de printkop en cartridges. 62Instellingen herstellen. 63HP ondersteuning. 63Neem contact op met HP. 649HP EcoSolutions (HP en het milieu). 66Energiebeheer. 66Stille modus. 66Printerbenodigdheden optimaliseren. 67Bijlage ATechnische informatie. 68Specicaties. 68Kennisgevingen betreende wet- en regelgeving. 70Voorgeschreven modelnummer. 70FCC-verklaring. 70Kennisgeving voor gebruikers in Korea. 70VCCI (Klasse B) conformiteitsverklaring voor gebruikers in Japan. 71Instructies betreende het netsnoer. 71Kennisgeving aan gebruikers in Japan over het netsnoer. 71Verklaring inzake ruisonderdrukking voor Duitsland. 71v.

Ruimte voor printerbenodigdhedenOnderdelen in het gebied voor afdrukbenodigdheden.Tabel 1-2 Ruimte voor printerbenodigdhedenFunctie Beschrijving1 Printkop2 Cartridges3 Toegangsklep cartridge4 PIN-labelOPMERKING: De cartridges moeten in de printer blijven om mogelijke problemen met de afdrukkwaliteit of schade aan de printkop te voorkomen. Verwijder de supplies niet voor langere tijd. Schakel de printer niet uit wanneer een cartridge ontbreekt.AchteraanzichtPrinteronderdelen aan de achterkant.2 Hoofdstuk 1Aan de slag

Tabel 1-3 AchterzijdeSl. No. Beschrijving1 Ethernet-netwerkpoort2 USB-poort aan de achterkantAls u alle beschikbare functies van deze printer wilt kunnen gebruiken, voltooit u de installatie met behulp van de HP software en een internetverbinding. Na het instellen kunt u indien nodig afdrukken via een USB-kabel.3 Aansluiting van netsnoer4 AchterklepKenmerken van het bedieningspaneelHet bedieningspaneel biedt interactie via het bedieningspad om de status, fouten en meer aan te geven.Het bedieningspaneel kantelenKantel het bedieningspaneel voor een betere weergave. Trek vanuit de linkerbenedenhoek van het bedieningspaneel om de positie te wijzigen.Kenmerken van het bedieningspaneel 3

Display van het bedieningspaneelPrinterstatus controleren, printertaken uitvoeren en printerinstellingen wijzigen.Tabel 1-4 Display van het bedieningspaneelFunctie Pictogram Beschrijving1 Wi-Fi-lampje Geeft de Wi-Fi-verbindingsstatus van de printer aan.● Een blauw lampje dat constant brandt geeft aan dat de Wi-Fi-verbinding tot stand is gebracht en dat u kunt afdrukken.● Een langzaam knipperend lampje met pauzes geeft aan dat Wi-Fi is ingeschakeld, maar niet is gecongureerd.Zie Verbinding maken met een Wi-Fi-netwerk.● Een langzaam knipperend lampje geeft aan dat Wi-Fi is ingeschakeld, maar de printer niet is aangesloten op een netwerk. Zorg ervoor dat uw printer binnen bereik is van het Wi-Fi-signaal.● Een snel knipperend lampje geeft een fout met de Wi-Fi-netwerkverbinding aan.

U ziet het bericht op het bedieningspaneel van de printer.● Als het Wi-Fi-lampje uit is, is Wi-Fi uitgeschakeld.2 Statuscentrum Druk hierop om de printerstatus weer te geven.3 Widget kopiëren Snelle toegang om documenten te kopiëren en kopieerinstellingen.4 Functieknoppen Druk hierop op om veelvoorkomende taken uit te voeren.FunctieknoppenPrintertaken uitvoeren.Tabel 1-5FunctieknoppenFunctieknop BeschrijvingMenu Toegang tot printerfuncties, printerinstellingen weergeven en wijzigen, rapporten afdrukken en helpinformatie opvragen.Kopiëren Een document, identiteitskaart of foto kopiëren.4 Hoofdstuk 1Aan de slag

Tabel 1-5 Functieknoppen (vervolg)Functieknop BeschrijvingScannen Een document scannen.Afdrukken Afdrukken vanaf een USB-apparaat of opgeslagen taken.USB Scannen naar of afdrukken vanaf een USB-apparaat.Laden Controleer het geplaatste papierformaat en -type en wijzig zo nodig de papierinstellingen.Benodigdheden Controleer de geschatte inktniveaus en cartridgegegevens.Taken Controleer de opgeslagen afdruktaken in het printergeheugen op om op een later moment af te drukken.Help Controleer de contextuele helpinhoud als deze beschikbaar is voor de huidige bewerking.De printerinstellingen wijzigenGebruik het bedieningspaneel om printerinstellingen weer te geven of te wijzigen. U kunt printerinstellingen ook wijzigen met de HP software of de embedded web server (EWS).1. Druk op het beginscherm van het bedieningspaneel op Menu.2. Scrol naar Hulpprogramma's en druk op Instellingen.3.

Druk op de gewenste optie om de nodige wijzigingen aan te brengen.TIP: Druk op Home om terug te keren naar het hoofdscherm.HP software gebruikenHP software helpt u bij het uitvoeren van printertaken vanaf een mobiel apparaat of een computer.● Het instellen en verbinden van uw printer● Het afdrukken en scannen van documenten en foto'sDe printerinstellingen wijzigen5

● Het delen van documenten via e-mail en andere applicaties● Het beheren van printerinstellingen, het controleren van de printerstatus, het afdrukken van rapporten en het bestellen van suppliesOPMERKING:● U kunt HP software downloaden vanuit de app store voor uw apparaat.● HP software ondersteunt mobiele apparaten en computers met bepaalde versies van iOS, Android, Windows en macOS.Ga naar hp.com/support voor meer informatie over systeemvereisten.● HP software is alleen beschikbaar in bepaalde talen en ondersteunt enkel bepaalde bestandsindelingen. Sommige functies zijn alleen beschikbaar op bepaalde printers of rmodellen.Installeer HP software en maak een HP account aan:1. Ga naar 123.hp.com om HP software te downloaden en op uw apparaat te installeren.2. Open het HP software.Maak een HP account aan of meld u aan en registreer de printer als u daarom wordt gevraagd.3.

Uw printer verbinden2Informatie over verschillende manieren om uw printer te verbinden.Vereisten voor HP+ printersControleer de vereisten voordat u de printer aansluit.Houd de printer verbonden met internetHP+ printers zijn cloudapparaten die verbonden moeten blijven met internet om te kunnen functioneren. Via de internetverbinding kan de printer specieke app-functies en rmware-updates voor HP+ leveren.Tijdens de installatie moet u de printer verbinden met internet via een ondersteunde netwerkverbinding. Na het installeren kunt u indien gewenst afdrukken via een USB-kabelverbinding, maar de printer moet ook verbonden blijven met internet.Gebruik originele HP cartridgesOriginele HP cartridges zijn cartridges die worden geproduceerd door HP en die worden verkocht in oiciële HP verpakkingen.

Als er niet-originele HP supplies of hervulde cartridges zijn geïnstalleerd, werken HP+ printers niet zoals verwacht.Maak een HP accountMaak een HP account of meld u aan met uw HP account om uw printer te beheren.Verbinding maken met een Wi-Fi-netwerkControleer of uw netwerk gereed is voordat u de printer aansluit op een Wi-Fi netwerk.● De printer is via een Ethernet-kabel verbonden met het netwerk.● De Wi-Fi printer is ingeschakeld en het Wi-Fi netwerk is ingesteld en functioneert naar behoren. Het blauwe Wi-Fi lampje op het bedieningspaneel van de printer brandt wanneer Wi-Fi is ingeschakeld.● De printer en de apparaten die de printer gebruiken, moeten op hetzelfde netwerk worden aangesloten (subnet).

Tijdens het maken van verbinding met de printer wordt u mogelijk gevraagd de naam van het Wi-Fi netwerk (SSID) en een Wi-Fi wachtwoord in te voeren.TIP:● Ga naar hpsmart.com/wirelessprinting voor meer informatie over het instellen en draadloos gebruiken van de printer.● Raadpleeg Originele netwerkinstellingen herstellen als u tegen een probleem aanloopt met uw Wi-Fi-verbinding.Uw printer verbinden7

Wi-Fi-status controlerenU kunt de status van de Wi-Fi-verbinding met de printer bekijken via het bedieningspaneel van de printer. 1. Druk op het beginscherm van het bedieningspaneel op Menu. 2. Scrol naar Hulpprogramma's en druk op Instellingen. 3. Druk op Netwerk en druk vervolgens op Wi-Fi. 4. Druk op Details weergeven. Wi-Fi inschakelenU kunt Wi-Fi inschakelen vanaf het bedieningspaneel van de printer. 1. Druk op het beginscherm van het bedieningspaneel op Menu. 2. Scrol naar Hulpprogramma's en druk op Instellingen. 3. Druk op Netwerk en druk vervolgens op Wi-Fi. 4. Druk op de wisselknop naast Wi-Fi om de Wi-Fi modus in te schakelen. OPMERKING:● Het blauwe Wi-Fi lampje op het bedieningspaneel van de printer brandt wanneer Wi-Fi is ingeschakeld.

● Als de printer nog nooit is ingesteld om verbinding te maken met een Wi-Fi netwerk, zal de wizard Wi-Fi-installatie automatisch worden gestart wanneer de Wi-Fi modus wordt ingeschakeld. Met de HP software verbinding maken met een Wi-Fi-netwerkInstalleer de HP software op uw computer of mobiele apparaat om de printer te installeren of te verbinden met uw Wi-Fi-netwerk. Zie HP software gebruiken. OPMERKING:● HP software maakt gebruik van Bluetooth voor het installeren van de printer. Afdrukken via Bluetooth wordt niet ondersteund. ● Schakel Bluetooth en locatieservices in op uw mobiele apparaat. ● Zorg ervoor dat het Wi-Fi-netwerk van de printer is ingeschakeld en dat de printer in de Wi-Fi-installatiemodus staat. ● Controleer of uw computer of mobiele apparaat is aangesloten op hetzelfde Wi-Fi netwerk als de printer. 1. Open de HP software op uw apparaat.

Maak een HP account aan of meld u aan en registreer de printer als u daarom wordt gevraagd. 2. In de software, volg de aanwijzingen op het scherm om de printer toe te voegen of te verbinden. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voert u de standaard-PIN van de printer in die op het label achter de toegangsklep van de printer staat.

Wanneer de printer verbonden is, stopt het Wi-Fi lampje met knipperen en blijft het branden. Uw printer met een Wi-Fi-netwerk verbinden via het bedieningspaneelGebruik de wizard Wi-Fi-installatie of Wi-Fi Protected Setup vanaf het scherm van het bedieningspaneel van de printer om de printer draadloos in te stellen. OPMERKING: Als de printer nog nooit is ingesteld om verbinding te maken met een Wi-Fi netwerk, zal de wizard Wi-Fi-installatie automatisch worden gestart wanneer de Wi-Fi functie wordt ingeschakeld. 1. Druk op het beginscherm van het bedieningspaneel op Menu. 2. Scrol naar Hulpprogramma's en druk op Instellingen. 3. Druk op Netwerk en druk vervolgens op Wi-Fi. 4. Druk op de wisselknop naast Wi-Fi om de Wi-Fi modus in te schakelen. 5.

Druk op wizard Wi-Fiinstallatie of Wi-Fi Protected Setup en vervolgens volg de aanwijzingen op het scherm om de printer toe te voegen aan uw netwerk. Het blauwe Wi-Fi lampje op het bedieningspaneel van de printer brandt wanneer Wi-Fi is ingeschakeld. Ga nadat u de printer draadloos hebt verbonden naar 123. hp. com om de HP software te downloaden en op uw apparaat te installeren. Aansluiten op een Ethernet-netwerkU kunt uw printer aansluiten op een Ethernet-netwerkOPMERKING: De Wi-Fi-verbinding wordt automatisch uitgeschakeld wanneer u de Ethernet-kabel aansluit. 1. Sluit uw computer aan op de router. 2. Sluit de printer met een Ethernet-kabel aan op de router. 3. Open de HP software op uw computer. Maak een HP account aan of meld u aan en registreer de printer als u daarom wordt gevraagd. 4.

Voeg de printer in de HP software toe en volg de aanwijzingen op het scherm om de printer toe te voegen of te verbinden. Verbinding maken met een USB-kabelU kunt uw printer aansluiten met een USB-kabelOPMERKING: Terwijl u de printer voor de eerste keer instelt en als u alle beschikbare functies van deze printer wilt kunnen gebruiken, voltooit u de installatie met behulp van HP software en een internetverbinding.

Na het instellen kunt u indien nodig afdrukken via een USB-kabel. 1. Verbind de printer en de computer met een USB-kabel. 2. Open de HP software op uw computer. Maak een HP account aan of meld u aan en registreer de printer als u daarom wordt gevraagd. Uw printer met een Wi-Fi-netwerk verbinden via het bedieningspaneel9.

3. Voeg de printer in de HP software toe en volg de aanwijzingen op het scherm om de printer toe te voegen of te verbinden.Verbindingsmethode wijzigenAls u de printer al hebt aangesloten, kunt u de verbinding wijzigen van USB naar Wi-Fi of van Wi-Fi naar USB.USB naar Wi-FiKoppel de USB-kabel los van de printer en sluit de printer aan op het netwerk.Zie Verbinding maken met een Wi-Fi-netwerk.Wi-Fi naar USBWijzig de printerverbinding van Wi-Fi naar USB.OPMERKING: Verwijder indien nodig het label van de USB-poort aan de achterzijde van de printer.1. Verbind de printer en de computer met een USB-kabel.2. Open de HP software op uw computer.Maak een HP account aan of meld u aan en registreer de printer als u daarom wordt gevraagd.3. Voeg de printer in de HP software toe en volg de aanwijzingen op het scherm om de printer toe te voegen of te verbinden.10 Hoofdstuk 2Uw printer verbinden

Afdrukmateriaal laden3Informatie over het plaatsen van papier en het wijzigen van media-instellingen.Papier met standaardformaat plaatsenVul de lade met een stapel papier.OPMERKING:● Verwijder eventueel papier voordat u een andere papiersoort of ander papierformaat plaatst.● Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is.1. Trek de invoerlade uit.2. Klap de afdekking van de lade naar buiten.Afdrukmateriaal laden 11

5. Keer de afdekking van de lade om om te sluiten.6. Duw de lade weer terug in de printer.7. Wijzig of behoud de papierinstellingen op het bedieningspaneel. Zorg ervoor dat de instellingen overeenkomen met het geplaatste papiertype en -formaat.8. Trek het verlengstuk van de uitvoerlade naar buiten.Plaats papier van B-formaatVul de lade met een stapel papier.Plaats papier van B-formaat13

OPMERKING:● Verwijder eventueel papier voordat u een andere papiersoort of ander papierformaat plaatst.● Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is.1. Trek de invoerlade uit.2. Druk op de knop bij het uiteinde van de lade om de invoerlade te verlengen.3. Klap de afdekking van de lade naar buiten.14 Hoofdstuk 3Afdrukmateriaal laden

9. Wijzig of behoud de papierinstellingen op het bedieningspaneel. Zorg ervoor dat de instellingen overeenkomen met het geplaatste papiertype en -formaat.10. Trek het verlengstuk van de uitvoerlade naar buiten.Een envelop plaatsenPlaats enveloppen in de lade.OPMERKING:● Verwijder eventueel papier voordat u een andere papiersoort of ander papierformaat plaatst.● Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is.Een envelop plaatsen 17

6. Duw de lade weer terug in de printer.7. Trek het verlengstuk van de uitvoerlade naar buiten.Kaarten en fotopapier plaatsenPlaats kaarten en fotopapier in de lade.OPMERKING:● Verwijder eventueel papier voordat u een andere papiersoort of ander papierformaat plaatst.● Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is.20 Hoofdstuk 3Afdrukmateriaal laden

6. Duw de lade weer terug in de printer.7. Trek het verlengstuk van de uitvoerlade naar buiten.Een origineel op de glasplaat leggenKopieer of scan een origineel door het op de glasplaat van de scanner te plaatsen.OPMERKING:● Deze scanner werkt mogelijk niet juist als de glasplaat en klep niet schoon zijn.Zie Printeronderhoud.● Verwijder alle originelen uit de documentinvoerlade voordat u de klep van de printer optilt.Een origineel op de glasplaat leggen 23

1. Open het deksel van de scanner.2. Plaats het origineel met de afdrukzijde omlaag op de glasplaat van de scanner. Lijn het origineel uit met de aangegeven hoek en de gedrukte richtlijnen langs de randen van de scannerglasplaat.3. Sluit het deksel.Plaats een origineel in de documentinvoerU kunt een document kopiëren of scannen door het in de doumentinvoer te plaatsen.VOORZICHTIG: Plaats nooit foto's in de documentinvoer; uw foto's kunnen dan beschadigd raken. Gebruik enkel papier dat door de documentinvoer wordt ondersteund.OPMERKING: Bepaalde functies, zoals de kopieerfunctie Aan pagina aanpassen, werken niet wanneer u originelen in de documentinvoer legt. Om deze functies te laten werken, moet u uw originelen op de glasplaat van de scanner plaatsen.1. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer.24Hoofdstuk 3Afdrukmateriaal laden

a. Wanneer u een origineel document in staande afdrukstand plaatst, plaats de pagina's dan zodanig dat de bovenrand van het document eerst wordt ingevoerd. Wanneer u een origineel document in liggende afdrukstand plaatst, plaats de pagina's dan zodanig dat de linkerrand van het document eerst wordt ingevoerd. b. Schuif het papier in de documentinvoer tot u een geluid hoort of tot er op het scherm van het bedieningspaneel een bericht verschijnt dat aangeeft dat de geplaatste pagina's zijn gedetecteerd. TIP: Raadpleeg het diagram in de documentinvoerlade voor hulp bij het plaatsen van originelen in de documentinvoer. 2. Pas de papierbreedtegeleiders aan tot ze de rand van de stapel papier raken. Standaardpapierinstellingen wijzigenDe printer kan automatisch detecteren of de invoerlade met papier werd beladen en detecteert of de het papier breed, smal of middelbreed is.

U kunt het standaard brede, middelbrede of smalle papierformaat, gedetecteerd door de printer, veranderen. 1. Veeg op het beginscherm van het bedieningspaneel naar rechts en druk op Lades. 2. Selecteer de lade en druk op Wijzigen om de gewenste wijzigingen aan te brengen. 3. Tik op Gereed. Elementaire informatie over papierDe printer is ontwikkeld voor het correct verwerken van de meeste afdrukmaterialen voor kantoorgebruik. U kunt het beste een verscheidenheid aan papiersoorten testen voordat u grote hoeveelheden koopt. Gebruik HP afdrukmateriaal voor de beste afdrukkwaliteit. Ga naar hp. com voor meer informatie over HP papier. HP beveelt gewoon papier met het ColorLok-logo aan voor het afdrukken van alledaagse documenten.

Al het papier met het ColorLok-logo is onafhankelijk getest om aan de hoogste standaarden van betrouwbaarheid en afdrukkwaliteit te voldoen, en documenten te produceren met heldere, levendige kleuren, scherper zwart en die sneller drogen dan normaal papier. Zoek naar papier met het ColorLok-logo in verschillende gewichten en formaten van grote papierfabrikanten.

Tips voor de keuze en het gebruik van papierVolg voor de beste resultaten de richtlijnen wanneer u papier in een lade of documentinvoer plaatst.● Plaats slechts een papiersoort en een maat papier tegelijkertijd.● Controleer of het papier op de juiste manier is geladen.● Plaats niet te veel papier in de lade.● Zorg dat u het volgende papier niet plaatst om storingen en een slechte afdrukkwaliteit te voorkomen:– Formulieren die uit meerdere delen bestaan– Afdrukmateriaal dat is beschadigd, gekruld of verkreukeld– Afdrukmateriaal met inkepingen of perforaties– Afdrukmateriaal met een zware textuur of reliëf of afdrukmateriaal dat inkt niet goed absorbeert– Afdrukmateriaal dat te dun is of gemakkelijk kan worden uitgerekt– Afdrukmateriaal met nietjes of paperclips26 Hoofdstuk 3Afdrukmateriaal laden

Uw printer congureren4Informatie over het congureren van uw printer met het bedieningspaneel van de printer en de embedded web server (EWS).Congureren via het bedieningspaneelU kunt instellingen wijzigen met behulp van het bedieningspaneel:1. Druk op het beginscherm van het bedieningspaneel op Menu.2. Scrol naar Hulpprogramma's en druk op Instellingen.3. Selecteer de functie en wijzig de gewenste instellingen.Congureren met de embedded web server (EWS)De EWS is de startpagina van de printer die u via een webbrowser opent.

Gebruik de EWS om printerfuncties en -instellingen te beheren vanaf uw computer of mobiele apparaat.● Bekijk de printerstatusinformatie.● Controleer de gegevens en status van de printerbenodigdheden.● Ontvang meldingen over gebeurtenissen met betrekking tot de printer en de benodigdheden.● Bekijk en wijzig de netwerk- en printerinstellingen.Opmerkingen bij het gebruik van de EWS.● Als de webbrowser een bericht weergeeft dat de website onveilig is, selecteert u de optie om door te gaan. Het openen van de website beschadigt uw apparaat niet.● Afhankelijk van de manier waarop de printer is aangesloten, zijn sommige functies mogelijk niet beschikbaar in de EWS.● Voor uw beveiliging zijn bepaalde instellingen in de EWS beveiligd met een wachtwoord.Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voert u de standaard-PIN van de printer in die op het label achter de toegangsklep van de printer staat.

Als u het wachtwoord hebt gewijzigd, voert u uw nieuwe wachtwoord in.● De EWS is niet toegankelijk buiten de netwerkrewall.Gebruik de EWS om de IP-conguratie-instellingen weer te geven of te wijzigen en stel handmatig een IPv4-adres, subnetmasker en standaardgateway in.Open de embedded web server (EWS)Open een webbrowser en typ het IP-adres of de hostnaam van de printer.Zie IP-adres van printer zoeken.Uw printer congureren 27

Als u het wachtwoord hebt gewijzigd, voert u uw nieuwe wachtwoord in.OPMERKING: U kunt de EWS ook openen via de HP software.IP-adres van printer zoekenHet IP-adres van uw printer is een uniek adres op het netwerk dat wordt gebruikt om verbinding te maken met andere apparaten.● Gebruik dit IP-adres voor de printer die via de Wi-Fi Direct verbinding is aangesloten: 192.168.223.1● Voor een printer die via de Wi-Fi verbinding is aangesloten, drukt u op het Statuscentrum op het bedieningspaneel van de printer om het IP-adres weer te geven.U kunt ook op het beginscherm van het bedieningspaneel op Menu drukken, naar Hulpprogramma's bladeren en achtereenvolgens op Instellingen, Netwerk, Wi-Fi en Details weergeven drukken.Netwerkinstellingen weergeven of wijzigenAls u problemen met uw printer wilt oplossen of deze wilt instellen, moet u mogelijk de netwerkinstellingen bekijken of bewerken.1.

Open EWS.2. Klik in het linkermenu op Netwerk:● Klik op Netwerkoverzicht om netwerkinformatie weer te geven.● Klik op Netwerkinstellingen om de netwerkinstellingen te wijzigen.IPv4 en IPv6 TCP/IP-parameters handmatig wijzigenAls de printer niet in het netwerk wordt gedetecteerd, moet u mogelijk het IP-adres van de printer handmatig congureren.1. Open EWS.2. Klik in het linkermenu op het tabblad Netwerk en klik vervolgens op het tabblad Netwerkinstellingen.3. Klik op IP-instellingen.4. Klik op de pagina IP-instellingen op het vervolgkeuzemenu Protocollen en selecteer een van de volgende opties:● Enkel IPv4● Enkel IPv6● Zowel IPv4 als IPv6Het systeemwachtwoord toewijzen of wijzigenWijs een beheerderswachtwoord toe met de embedded web server (EWS) om te voorkomen dat onbevoegde gebruikers de printerinstellingen kunnen wijzigen.1. Open EWS.28Hoofdstuk 4Uw printer congureren

2. Klik in het linkermenu op Beveiliging en klik vervolgens op Wachtwoordinstellingen. 3. Voer op de pagina Wachtwoord beheerdersaccount in het veld Nieuw wachtwoord* het wachtwoord in. 4. Voer het wachtwoord nogmaals in het veld Wachtwoord bevestigen in. 5. Klik op Toepassen. OPMERKING: Schrijf het wachtwoord op en bewaar het op een veilige plaats. Energie-instellingen wijzigenDe printer heeft verschillende functies voor zuinig verbruik van energie en benodigdheden. Zie Energiebeheer voor meer informatie over de instellingen voor energiebesparing van de printer. Printer bijwerkenHP brengt regelmatig rmware-updates uit om de productfunctionaliteit te verbeteren en problemen op te lossen. Als de printer verbonden is met internet, controleert de printer standaard automatisch op updates.

U kunt de standaardinstelling voor automatische updates wijzigen of handmatig onmiddellijk op updates controleren. Printer bijwerken via het bedieningspaneelU kunt de rmware van uw printer handmatig bijwerken via het bedieningspaneel. 1. Druk op het beginscherm van het bedieningspaneel op Menu. 2. Scrol naar Hulpprogramma's en druk op Instellingen. 3. Druk op Firmware-update, druk op Volgende en selecteer een van de gewenste opties:● Automatische update (aanbevolen): De printer controleert automatisch op nieuwe rmware-updates en installeert deze. ● Melden: De printer controleert automatisch op nieuwe rmware-updates en geeft een melding op het bedieningspaneel weer wanneer er een update beschikbaar is. ● Niet controleren: De printer controleert niet automatisch of er updates zijn. Printer bijwerken met de embedded web server (EWS)U kunt de rmware van uw printer bijwerken met de EWS. 1.

Open EWS. Zie Open de embedded web server (EWS). Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voert u de standaard-PIN van de printer in die op het label achter de toegangsklep van de printer staat. Als u het wachtwoord hebt gewijzigd, voert u uw nieuwe wachtwoord in. 2.

Als er een printerupdate beschikbaar is, zal de printer de update installeren en vervolgens opnieuw opstarten.OPMERKING: Als u wordt gevraagd naar proxy-instellingen, volgt u de instructies op het scherm om een proxyserver in te stellen. Als u niet beschikt over de details, neem dan contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die het netwerk heeft ingesteld.30 Hoofdstuk 4Uw printer congureren

Afdrukken5Informatie over het afdrukken vanaf uw computer of mobiele apparaat.Installeer HP software op een smartphone, laptop, desktopcomputer of andere apparaten om af te drukken, te scannen en uw printer te beheren.Afdrukken via een computer met WindowsU kunt afdrukken via het bestandsmenu van de meeste apps.Zorg ervoor dat u de HP software hebt geïnstalleerd. Zie HP software gebruiken.1. Open het document dat u wilt afdrukken.2. Klik in uw softwaretoepassing in het menu Bestand op Afdrukken.OPMERKING: Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd in de lijst met beschikbare printers.3. Klik op de knop waarmee u het dialoogvenster Eigenschappen opent.Afhankelijk van uw softwaretoepassing heeft deze knop de naam Eigenschappen, Opties, Instellingen of Voorkeuren.4. Wijzig zo nodig afdrukinstellingen en klik op OK.5.

Klik op Afdrukken of OK om af te drukken.Afdrukken vanaf een Mac-computerGebruik de opdracht Afdrukken vanuit elk geopend bestand.1. Voer de volgende stappen uit als u voor de eerste keer afdrukt.a. Open Systeemvoorkeuren en selecteer Printers en scanners.b. Klik op de knop/het pictogram Toevoegen , selecteer de printer in de lijst en klik op Toevoegen.2. Open het document dat u wilt afdrukken en gebruik de opdracht Afdrukken.Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd in de lijst met beschikbare printers.3. Pas de afdrukinstellingen zo nodig aan.4. Klik op Afdrukken om af te drukken.Afdrukken vanaf mobiele apparatenU kunt documenten en foto's afdrukken vanaf uw mobiele apparaten met HP software, AirPrint of de HP Print Service Plugin.● HP software: Ga naar hp.com/mobileprinting voor meer informatie over mobiel afdrukken.Afdrukken31

● iOS: Op apparaten met iOS 4. 2 of hoger is AirPrint vooraf geïnstalleerd. ● Android: Download de HP Print Service Plugin (ondersteund door de meeste Android apparaten) uit de Google Play Store. Afdrukken met Wi-Fi DirectMet Wi-Fi Direct kunt u uw computer of mobiele apparaat rechtstreeks aansluiten op de printer en draadloos afdrukken. U hoeft geen verbinding te maken met een bestaand draadloos netwerk. OPMERKING:● Er kunnen maximaal 5 computers en mobiele apparaten verbonden zijn met de printer via een Wi-Fi Direct verbinding. ● Schakel Wi-Fi Direct op uw de printer in voordat u afdrukt vanaf uw apparaat. U kunt Wi-Fi Direct inschakelen via het bedieningspaneel van de printer of de embedded web server (EWS). 1. Druk op het beginscherm van het bedieningspaneel op Menu. 2. Scrol naar Hulpprogramma's en druk op Instellingen. 3. Druk op Netwerk en druk vervolgens op Wi-Fi Direct. 4.

Druk op de wisselknop naast Wi-Fi Direct om het in te schakelen. Ga naar hp. com/go/widirectprinting voor informatie over het gebruik van Wi-Fi Direct en voor informatie over het oplossen van problemen. Tips voor succesvol afdrukkenOm succesvol af te drukken, controleert u of u de juiste printerinstellingen hebt ingesteld, of er voldoende toner zit in de HP cartridges en of het papier op de juiste manier in de lades is geplaatst. U kunt de printerinstellingen controleren in de HP software, de embedded web server (EWS) en uw softwaretoepassingen. InkttipsHieronder volgen enkele inkttips voor afdrukken:● Raadpleeg Problemen met afdrukken als de afdrukkwaliteit niet acceptabel is. ● Gebruik originele HP cartridges. Originele HP cartridges zijn ontworpen voor en getest op HP printers en HP papier, zodat u altijd bent verzekerd van fantastische resultaten.

● Zorg ervoor dat alle cartridges correct zijn geïnstalleerd.Zie Cartridges vervangen.● Controleer de geschatte inktniveaus in de cartridges om er zeker van te zijn dat er voldoende inkt is.Zie De geschatte inktniveaus controleren.OPMERKING: Waarschuwingen en indicatorlampjes voor het inktniveau bieden uitsluitend schattingen om te kunnen plannen. Houd een vervangende cartridge binnen handbereik om mogelijke afdrukvertragingen te vermijden wanneer een indicator op lage inktniveaus wijst. U hoeft de cartridges pas te vervangen als de printer hierom vraagt.Tips voor het plaatsen van papierHieronder volgen enkele inkttips in papier te plaatsen voor het afdrukken:● Zorg ervoor dat het papier correct in de lade is geplaast en stel de correcte grootte en het correcte type van het materiaal in.

Als u papier in de lade plaatst, wordt u gevraagd de grootte en het type van het materiaal in te stellen vanaf het conguratiescherm.Zie Afdrukmateriaal laden.● Plaats een stapel papier (niet slechts een pagina). Al het papier in de stapel moet van hetzelfde formaat en dezelfde soort zijn om een papierstoring te voorkomen.● Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden.● Zorg ervoor dat het papier in de lade plat ligt en dat de randen niet omgevouwen of gescheurd zijn.● Verschuif de papierbreedtegeleider in de lade totdat deze vlak tegen het papier aanligt. Zorg ervoor dat de geleiders het papier niet buigen in de lade.Tips voor het plaatsen van papier 33

Kopiëren, scannen en Mobile Fax6Informatie over het gebruik van de functies voor kopiëren, scannen en mobiel faxen. Kopiëren van printerGebruik het bedieningspaneel van de printer om een document of ID-kaart te kopiëren vanaf de printer. 1. Plaats papier in de invoerlade. Zie Afdrukmateriaal laden. 2. Druk in het beginscherm van het bedieningspaneel op Kopiëren. 3. Druk op Document kopiëren of ID-kaart kopiëren. 4. Hier kunt u het aantal kopieën instellen of de standaardkopieerinstellingen wijzigen. OPMERKING: Standaard maakt de printer kopieën in kleur. Druk op Opslaan om de huidige instellingen als standaard op te slaan. 5. Druk op Kopiëren om een document plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. te kopiëren.

Als u een ID-kaart wilt kopiëren, plaatst u uw originele ID-kaart op de glasplaat van de scanner en drukt u op Kopiëren en volg de aanwijzingen op het scherm om uw ID-kaat of een volledige kopie op de glasplaat te plaatsen. Kopiëren of scannen vanaf een mobiel apparaatAls uw mobiele apparaat een camera heeft, kunt u de HP software gebruiken om een afgedrukt document of een afgedrukte foto te kopiëren of te scannen. TIP: U kunt HP software gebruiken om de gekopieerde of gescande afbeelding te bewerken, op te slaan, af te drukken of te delen. 1. Open de HP software op uw mobiele apparaat. 2. Druk op het Plus-pictogram of op de optie Printer toevoegen. 3. Tik op Kopiëren, Camerascan of Printerscan. 4.

Plaats een document of foto voor de camera, selecteer een formaatoptie om het formaat van het origineel te helpen bepalen en tik vervolgens op de ronde knop onderin het scherm om een foto te maken. TIP: Pas voor het beste resultaat de camerapositie aan zodat het origineel zich binnen het kader op het voorbeeldscherm bevindt. 5. Geef andere instellingen op en volg de instructies op het scherm om de kopie of scan te voltooien.

Bestanden scannen en delen met de printerU kunt uw documenten scannen en delen in de cloud, naar e-mailadressen, netwerkmappen, een computer of Microsoft SharePoint-sites. Als u deze functies wilt instellen en gebruiken, moet de printer verbinding hebben met hetzelfde netwerk. Volg de instructies op het bedieningspaneel van de printer voor meer informatie. 1. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. Zie Een origineel op de glasplaat leggen of Plaats een origineel in de documentinvoer. 2. Druk in het beginscherm van het bedieningspaneel op Scannen en druk op de gewenste optie. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien. Scannen naar een USB-apparaat vanaf de printerVia het bedieningspaneel van de printer kunt u een bestand driect scannen naar een USB-apparaat.

OPMERKING: U kunt ook de embedded web server (EWS) gebruiken om naar een USB-apparaat te scannen. 1. Sluit het USB-apparaat aan op de USB-poort van de printer. 2. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. Zie Een origineel op de glasplaat leggen of Plaats een origineel in de documentinvoer. 3. Druk in het beginscherm van het bedieningspaneel op Scannen. 4. Druk op Scannen naar USB en selecteer vervolgens de locatie op het USB-apparaat waar u het gescande bestand wilt opslaan. 5. Druk op het veld Bestandsnaam en typ de bestandsnaam in. 6. Druk om in elke vervolgkeuzelijst andere bestandsopties zoals Zijden origineel, Bestandstype, Resolutie en Kleurmodus in te stellen. 7. Druk op Opties om instellingen te wijzigen. 8.

Druk op Voorbeeldweergave als u een voorbeeld van de gescande foto of het gescande document wilt zien. Druk vervolgens op Verzenden om het document te scannen en op te slaan op het USB-apparaat.

Scannen met webscanWebscan is een functie van de embedded web server (EWS) waarmee u foto's en documenten kunt scannen van uw printer naar uw computer met een webbrowser. Deze functie is zelfs beschikbaar als u de printersoftware niet op uw computer hebt geïnstalleerd. OPMERKING: Standaard staat Webscan uit. U kunt deze functie vanaf de EWS activeren. Als u Webscan in de EWS niet kunt openen, is dit door uw netwerkbeheerder mogelijk uitgeschakeld. Neem contact op met uw netwerkbeheerder of met de persoon die uw netwerk heeft ingesteld voor meer informatie. Bestanden scannen en delen met de printer35.

Webscan inschakelenU moet Webscan inschakelen voordat u vanuit een browser scant. 1. Open het embedded web server (EWS). 2. Klik in het linkermenu op Netwerk en klik vervolgens op Geavanceerde instellingen. 3. Klik op de pagina Geavanceerde instellingen op Externe scan en klik vervolgens op de wisselknop naast WS-Scan om Webscan in te schakelen. Als Webscan niet is ingeschakeld, klikt u op Netwerk en Geavanceerde instellingen in het linkermenu, klikt u op Webservices (Microsoft) op de pagina Geavanceerde instellingen en klikt u vervolgens op de wisselknop naast WS-Scan om Webscan in te schakelen. Scannen met WebscanWebscan stelt basisscanopties voor. Voor meer scanopties of -functies moet u de HP software gebruiken. 1. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. 2.

Open het embedded web server (EWS). 3. Klik in het linkermenu op Scannen. 4. Klik op Webscan, wijzig instellingen en klik op Scannen starten. Tips voor geslaagd kopiëren en scannenGebruik de volgende tips om geslaagd te kopiëren en scannen:● Houd de glasplaat en de achterkant van de klep schoon. De scanner interpreteert alles wat hij op de glasplaat detecteert als een onderdeel van de afbeelding. ● Plaats uw origineel met de afdrukzijde naar beneden op de glasplaat van de scanner tot het de rand links achterin van het glas raakt. ● Om een grote kopie te maken van een klein origineel, scant u het origineel naar de computer, vergroot u de afbeelding in de scansoftware en drukt u vervolgens een kopie af van de vergrote afbeelding. ● Als u het scanformaat, het uitvoertype, de scanresolutie of de bestandsindeling enz. wilt aanpassen, start u het scannen vanaf de HP software.

● Als u een document van meerdere pagina's wilt scannen in een bestand in plaats van in meerdere bestanden, start u het scannen met de HP software in plaats van Scannen te selecteren vanaf het printerbeeldscherm of u kunt de documentinvoer gebruiken om te scannen. ● Zorg bij het scannen vanaf een mobiele camera dat u scant op een goed verlichte plek, zodat het origineel goed contrast heeft met het oppervlak waar het op ligt. 36Hoofdstuk 6Kopiëren, scannen en Mobile Fax.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met HP OfficeJet Pro 9720e stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden