HP Latex 850 Handleiding

HP Printer Latex 850

Bekijk gratis de handleiding van HP Latex 850 (115 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 109 mensen. Heb je een vraag over HP Latex 850 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/115
HP Latex 850-en 820
HP SCITEX LX850- enLX820-printers
Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: HP
Categorie: Printer
Model: Latex 850

Handleiding HP Latex 850 – volledige tekst

© Copyright 2011, 2015 HP Development Company, L.P.Eerste editieWettelijke kennisgevingenDe informatie in deze handleiding kanzonder voorafgaande kennisgeving wordengewijzigd.De enige garanties voor HP-producten en -diensten worden vermeld in de specifiekegarantieverklaring bij dergelijke productenen diensten. Niets in deze kennisgeving magworden geïnterpreteerd als een aanvullendegarantie. HP is niet aansprakelijk voor foutenvan technische of redactionele aard ofweggelaten informatie in deze handleiding.Kennisgeving over de veiligheidLees en volg alle bedienings- enveiligheidsinstructies voordat u de printerstart.HandelsmerkenMicrosoft® en Windows® zijn in deVerenigde Staten gedeponeerdehandelsmerken van Microsoft Corporation.

Inhoudsopgave1 Inleiding. 1Basisfuncties van de printer. 1Documentatie. 2Basisonderdelen. 2Het voorpaneel. 4Printersoftware. 6Veiligheidsmaatregelen. 62 Basisconfiguratieopties. 12De printer in- en uitschakelen. 12Een andere taal voor het voorpaneel selecteren. 14Een andere maateenheid selecteren. 14De zoemer in- en uitschakelen. 15Het contrast van het voorpaneel wijzigen. 15HP Internal Print Server starten. 15Een andere taal voor HP Internal Print Server selecteren. 15Voorkeuren voor HP Internal Print Server instellen. 153 Werken met substraten. 18Overzicht. 18Substraattips. 22Substraatconfiguraties. 24Positie van de wagenbalk instellen. 25Voorbereidingen voor het afdrukken. 26Randhouders van substraat. 27De inktcollectorset (alleen LX850). 28De droogplaten. 33Een rol op de as plaatsen. 34Een rol in de printer plaatsen. 39Een rol plaatsen met de substraatlader. 57Dubbelzijdig afdrukken.

4 Werken met het inktsysteem. 75Onderdelen van het inktsysteem. 75Werken met de onderdelen van het inktsysteem. 76Inktpatronen bestellen. 81Benodigdheden recyclen. 825 Afdrukopties. 83Menu's in HP Internal Print Server. 83Afdruktaken beheren. 84Indeling voor afdrukken. 88CallMe@HP. 996 Accessoires. 100Accessoires bestellen. 1007 Printerspecificaties. 101Functionele specificaties. 101Fysieke specificaties. 103Geheugenspecificaties. 103Voedingsspecificaties. 103Vereisten luchttoevoer (pneumatische as). 104Milieuspecificaties. 105Milieuspecificaties. 105Akoestische specificaties. 105Bijlage A Stroomschema voor maken voorinstellingen. 106Woordenlijst. 107Index. 110iv NLWW.

1InleidingBasisfuncties van de printerUw printer is een latexprinter die is ontworpen voor het afdrukken van afbeeldingen van hoge kwaliteitop flexibele substraten met een breedte van 914 mm (36 inch) tot 3,20 m (126 inch).

Hierna vindt u eenoverzicht van een aantal basisfuncties van de printer:● Afdrukken met de maximumsnelheid van m²/h (1432 ft²/h) voor afdrukken voor buiten, of 45 m²/h (484 ft²/h) voor afdrukken voor binnen●Milieuvriendelijke, watergedragen, geurloze latexinkt in zes kleuren●Geen chemisch afval●Inktpatronen van drie liter die tijdens het afdrukken kunnen worden verwisseld●Afdrukken op een breed scala aan substraten, inclusief de meeste goedkope, ongecoate substratendie geschikt zijn voor inkt met laag solventgehalte, en polyester stoffen inclusief vlaggen zondervoering (vlaggen zonder voering worden alleen ondersteund op de LX850).●Duurzame afdrukken met maximaal drie jaar beeldgarantie indien niet gelamineerd, en vijf jaarindien gelamineerd●Nauwkeurige en consistente kleurreproductie met automatische kleurkalibratie (ingebouwdespectrofotometer)●HP Internal Print Server, zie HP Internal Print Server starten op pagina 15, biedt eengebruiksvriendelijke interface, inclusief:◦Afdruktaakbeheer◦Volledige informatie over printerstatus◦Printermeldingen◦Kalibratie en aanpassing van de printer◦Beheer en installatie van voorinstellingen van substraten◦Upgrades van printerfirmware◦Toegang tot het online HP Printing Knowledge CenterNLWWBasisfuncties van de printer1Inleiding

DocumentatieDe volgende documenten worden geleverd bij uw printer en kunnen ook worden gedownload vanafhttp://www.hp.com/go/LX820/manuals/ of http://www.hp.com/go/LX850/manuals/.●Handleiding voor plaatsing●Gebruikershandleiding● Handleiding voor onderhoud en probleemoplossing●Wettelijke informatieGa voor meer informatie over nieuwe substraten naar de website met oplossingen ophttp://www.hp.com/go/LX820/solutions/ of http://www.hp.com/go/LX850/solutions/. Op ditmoment wordt een nieuwe, webgebaseerde Media Finder-toepassing ontwikkeld waarmee beschikbaresubstraatconfiguraties voor latexprinters worden verzameld.BasisonderdelenDe basisonderdelen worden weergegeven op het volgende voor- en achteraanzicht van de printer.Vooraanzicht1. Inktpatronen2. Toegang tot printkoppen3. Voorpaneel4.

Het heeft deze belangrijkefuncties:●Hulp bij het oplossen van problemen.● Hiermee kunt u bepaalde fysieke bewerkingen uitvoeren, zoals het omhoog brengen van dewagenbalk, verplaatsen van de assen en rollen, en onderhoud van de printer.●Het geeft korte actuele informatie weer over de status van de printer (meer informatie is beschikbaarin HP Internal Print Server).●Het geeft waarschuwingen en foutberichten weer die indien nodig worden vergezeld vangeluidssignalen.4 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWWInleiding

Het voorpaneel bestaat uit de volgende onderdelen:1. Aan/uit-toets - Hiermee zet u de printer aan of uit. Zie De printer in- en uitschakelenop pagina 12. 2. Aan/uit-lampje - Geeft aan of de printer aan of uit staat. Als het lampje niet brandt, is de printeruitgeschakeld. Als het groene lampje brandt, is de printer ingeschakeld. Als het groene lampjeknippert, wordt de printer in- of uitgeschakeld. 3. Statuslampje - Geeft de bedieningsstatus van de printer aan. Als het lampje niet brandt, is de printerniet gereed. Als het groene lampje brandt, is de printer gereed en beschikbaar. Als het groenelampje knippert, wordt de printer gebruikt voor het ontvangen, verwerken of afdrukken vangegevens. Als het oranje lampje knippert, is uw tussenkomst vereist. Als het oranje lampje brandt,heeft zich een ernstige fout voorgedaan. 4.

Voorpaneeldisplay - Hierop worden foutberichten, waarschuwingen en informatie over het gebruikvan de printer weergegeven. 5. Terug-toets - Hiermee gaat u terug naar de vorige stap in een procedure of handeling. Gebruik dezetoets om naar het bovenste niveau te gaan, een optie in het menu te sluiten of een optie te sluiten. 6. Omhoog-toets - Hiermee gaat u omhoog in een menu of optie, of verhoogt u een waarde. 7. OK-toets - Hiermee bevestigt u een actie in een procedure of handeling. Gebruik deze toets in eensubmenu van een menu. Of selecteer een waarde voor een optie. 8. Omlaag-toets - Hiermee gaat u omlaag in een menu of optie, of verlaagt u een waarde. 9. Annuleren-toets - Hiermee annuleert u een procedure of handeling. 10. Substraat doorvoeren-toets - Hiermee schuift u het geladen substraat naar voren of achteren, of roltu de hele rol terug.

Als u een item op het voorpaneel wilt markeren, drukt u op de toets Omhoog of Omlaag, totdat hetitem is gemarkeerd. Als u een item op het voorpaneel wilt selecteren, markeert u het item en drukt u op de toets OK.

Wanneer in deze handleiding een reeks voorpaneelitems wordt getoond, zoals: Item1 > Item2 >Item3, betekent dit dat u eerst Item1 moet selecteren, vervolgens Item2 en ten slotte Item3. In deze handleiding vindt u informatie over specifieke gebruikstoepassingen van het voorpaneel. NLWWHet voorpaneel5Inleiding.

PrintersoftwareU hebt de volgende software nodig voor de printer:● HP Internal Print Server wordt bij de printer geleverd en wordt uitgevoerd op een computer in deprinter. Hiermee kunt u de volgende taken uitvoeren:◦Substraten laden en verwijderen◦ Een configuratie voor het laden van substraten selecteren (online Help is beschikbaar)◦Afdruktaken beheren◦Informatie over printerstatus weergeven◦ Printermeldingen weergeven◦Printer kalibreren en aanpassen◦Voorinstellingen van substraten installeren en beheren◦De printerfirmware bijwerken◦De website met oplossingen openen voor informatie over nieuwe substraten●U moet een RIP (Raster Image Processor) uitvoeren op een afzonderlijke computer.

Deze kan nietworden geïnstalleerd op dezelfde computer als HP Internal Print Server.VeiligheidsmaatregelenGebruik de printer op een veilige manier en lees voor gebruik de volgende veiligheidsmaatregelen door.Gebruikers dienen een passende technische training te hebben gevolgd en moeten over voldoendeervaring beschikken om de gevaren bij het uitvoeren van taken te onderkennen en zij moeten de juistemaatregelen nemen om de risico's voor zichzelf en anderen zo klein mogelijk te houden.Algemene richtlijnen voor de veiligheid●Lees de installatie-instructies voordat u de printer aansluit op netvoeding.●De printer bevat geen onderdelen die door gebruikers kunnen worden onderhouden.

Het onderhouddient te worden uitbesteed aan gekwalificeerd onderhoudspersoneel.●Schakel de printer uit met behulp van de twee 2P-automaten in de verdeelkast van het gebouw enneem in de volgende gevallen contact op met uw Service Partner:◦De stroomkabel is beschadigd.◦Er is vocht in de printer gekomen.◦ Er komt rook of een ongebruikelijke geur uit de printer.◦De printer is gevallen of de droog- of uithardingsmodule is beschadigd.◦De geïntegreerde aardlekschakelaar (ook wel GFI genoemd) is herhaaldelijk uitgevallen.6 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWWInleiding

◦De zekeringen zijn doorgebrand. ◦De printer werkt niet normaal. ●Schakel in elk van de volgende gevallen de printer uit met behulp van de twee 2P-automaten:◦Tijdens onweer◦Tijdens stroomuitvalGevaar van elektrische schokkenWAARSCHUWING. De interne circuits en de droog- en uithardingsmodules werken op hoogspanningen kunnen ernstig persoonlijk letsel of zelfs de dood veroorzaken. Schakel de printer uit met behulp van de twee 2P-automaten in de verdeelkast van het gebouw voordatu de printer gaat repareren. De printer mag alleen op een geaard stopcontact worden aangesloten. Ga als volgt te werk om het risico op elektrische schokken te vermijden:●Demonteer nooit de droog- of uithardingsmodules of de elektrische schakelkast. ●Verwijder of open geen andere deksels of stoppen voor gesloten systemen. ●Steek geen voorwerpen door sleuven in de printer.

● Test elk jaar de werking van de aardlekschakelaar (zie de onderstaande procedure). OPMERKING: Een doorgebrande zekering kan wijzen op een storing van de elektrische circuits in hetsysteem. Neem contact op met een Service Partner en probeer niet zelf de zekering te vervangen. De werking van de aardlekschakelaar controlerenHet wordt aanbevolen de geïntegreerde aardlekschakelaar eenmaal per jaar te testen. De procedure isals volgt:1. Schakel de printer uit met de toets op het voorpaneel (schakel de printer niet uit met de netschakelaarof de aardlekschakelaars). 2. Nadat de printer is uitgeschakeld, drukt u op de testknop om de werking van de aardlekschakelaarte controleren. ●Als de aardlekschakelaar niet uitvalt wanneer u op de testknop drukt, geeft dit aan dat ditonderdeel niet goed werkt. Het apparaat moet uit veiligheidsoverwegingen worden vervangen.

VerbrandingsgevaarDe droog- en uithardingsmodules van de printer werken bij hoge temperaturen en kunnen bij aanrakingbrandwonden veroorzaken. Let op het volgende om persoonlijk letsel te voorkomen:●Raak de interne behuizing van de droog- en uithardingsmodules in de printer niet aan. ●Wees extra voorzichtig in de buurt van het substraatpad. NLWWVeiligheidsmaatregelen7Inleiding.

BrandgevaarDe droog- en uithardingsmodules van de printer werken bij hoge temperaturen. Neem contact op met uwService Partner als de geïntegreerde aardlekschakelaar herhaaldelijk uitvalt. Let op het volgende om de kans op brand te voorkomen:●Gebruik het netstroomvoltage dat op de naamplaat is vermeld. ●Sluit de netsnoeren aan op de toegewezen lijnen die zijn beveiligd met een installatieautomaat,zoals in de Handleiding voor plaatsing is beschreven. ●Steek geen voorwerpen door sleuven in de printer. ●Mors geen vloeistof op de printer. ● Gebruik geen spuitbussen met brandbaar gas in of rond de printer. ●Sluit of bedek de openingen van de printer niet. ●Probeer niet de droog- of uithardingsmodule of de elektrische schakelkast van de printer tedemonteren. ●Zorg dat de door de fabrikant aanbevolen bedrijfstemperatuur van het geladen substraat niet wordtoverschreden.

Als deze informatie van de fabrikant ontbreekt, kunt u het beste geen substraten ladendie niet kunnen worden gebruikt bij een bedrijfstemperatuur lager dan 125°C (257°F). ●Plaats geen substraten die ontbranden bij temperaturen lager dan 250°C (482°F). Zie de opmerkinghieronder. OPMERKING: Testmethode gebaseerd op EN ISO 6942:2002; evaluatie van materialen enmateriaalassemblages bij blootstelling aan een stralingshittebron, methode B. De testcondities voorhet bepalen van de temperatuur waarbij het substraat vlam vat (vlam of gloed) waren als volgt:warmtefluxdichtheid van 30 kW/m2, koperen calorimeter, thermokoppel type K. Mechanische gevarenDe printer heeft bewegende onderdelen die letsel kunnen veroorzaken. Let als u dicht bij de printer staatop het volgende om persoonlijk letsel te voorkomen:●Houd uw kleding en alle lichaamsdelen weg bij de bewegende delen van de printer.

●Let ook op dat mouwen of handschoenen niet in de bewegende delen van de printer vast komen tezitten. ●Ga niet te dicht bij de ventilatoren staan omdat deze letsel kunnen veroorzaken. Een onderbrokenluchtstroom heeft ook een nadelige invloed op de afdrukkwaliteit. ●Raak tijdens het afdrukken niet de tandwielen of bewegende rollen aan. 8 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWWInleiding.

Gevaar van zware substratenExtra oplettendheid is geboden wanneer u met zware substraten werkt.●Zware substraatrollen moeten altijd door twee personen worden geladen. Het gewicht kan rugpijnen/of letsel veroorzaken.●Gebruik altijd een vorkheftruck, pallettruck of ander apparaat om zware substraten te tillen.●Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals laarzen en handschoenen.Werken met inktVoor de inkt in uw printer worden geen oplosmiddelen gebruikt en de printer levert dan ook niet deproblemen op die daarmee gepaard gaan. HP raadt u echter aan om handschoenen te dragen wanneeru werkt met onderdelen voor het inktsysteem.Waarschuwingen en voorzorgenIn deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt om het juiste gebruik van de printer aan tegeven en om te voorkomen dat de printer beschadigd raakt. Volg de instructies die met deze symbolenworden aangegeven.WAARSCHUWING!

Als u de instructies bij dit symbool niet opvolgt, kan dit leiden tot ernstigpersoonlijk letsel of de dood.VOORZICHTIG: Als u de instructies bij dit symbool niet opvolgt, kan dit leiden tot licht persoonlijkletsel of schade aan de printer.WaarschuwingslabelsLabel BeschrijvingLekstroom kan hoger zijn dan 3,5 mA.Volg de installatie-instructies voordat u de printer op netstroomaansluit. Controleer of het invoervoltage in het voorgeschrevenspanningsbereik van de printer valt. Voor de printer zijn tweetoegewezen leidingen nodig die zijn beveiligd met eeninstallatieautomaat, zoals beschreven in de Handleiding voorplaatsing. De printer mag alleen op een geaard stopcontactworden aangesloten.Geeft de aardleiding aan. Deze bevindt zich in de elektrischeschakelkast.NLWWVeiligheidsmaatregelen9Inleiding

Label BeschrijvingGevaar van elektrische schokken. De printer heeft tweenetvoedingen. De printer bevat geen onderdelen die doorgebruikers kunnen worden onderhouden. Als de zekering moetworden vervangen, kunnen de onderdelen van de printer dienog onder stroom staan een gevaar opleveren. Het onderhouddient te worden uitbesteed aan gekwalificeerdonderhoudspersoneel. Schakel de printer uit met behulp van detwee 2P-automaten in de verdeelkast van het gebouw voordatu de printer gaat repareren. Volg de installatie-instructiesvoordat u de printer op netstroom aansluit.Gevaar van elektrische schokken. Als de zekering moet wordenvervangen, kunnen de onderdelen van de printer die nog onderstroom staan een gevaar opleveren. Zorg daarom dat de printervolledig uit staat voordat het onderhoud wordt uitgevoerd.Risico op brandwonden.

Raak de interne behuizing van dedroog- en uithardingsmodules in de printer niet aan.Aanbevolen wordt om handschoenen te dragen als u werkt metinktpatronen, printkopreinigingspatronen en deprintkopreiniger.Wanneer een substraat is geladen, zakt de wagen naar denormale positie. Door het gewicht kan uw hand, of iets andersdat zich onder de wagen bevindt, verbrijzeld raken.Gevaar van beknelling van handen tussen de tandwielenTijdens het afdrukken beweegt de printkopwagen heen en weerover het substraat.Let op dit bewegende onderdeel.10 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWWInleiding

NoodstopknoppenOp verschillende plaatsen op de printer zijn vier noodstopknoppen geplaatst. In noodsituaties drukt u opeen van deze noodstopknoppen om het afdrukken te stoppen. Er wordt een systeemfoutbericht op hetvoorpaneel weergegeven en de ventilatoren werken op maximumsnelheid. Laat alle noodstopknoppenlos voordat u de printer opnieuw start.NLWWVeiligheidsmaatregelen11Inleiding

Als een van deze lampjes nietbrandt, moet u op het voorpaneel controleren of zich geen systeemfout heeft voorgedaan en deHandleiding voor onderhoud en probleemoplossing raadplegen of contact opnemen met eenelektricien.12 Hoofdstuk 2 Basisconfiguratieopties NLWWPersoonlijkeinstellingen

4. Ga naar het voorpaneel. In sommige gevallen wordt het voorpaneel automatisch gestart. Als dit nietgebeurt, drukt u op de Aan/uit-toets op het voorpaneel en houdt u deze toets enkele secondeningedrukt om de elektronische onderdelen van de printer in te schakelen. 5. Wacht totdat op het voorpaneel het volgende bericht verschijnt: “Printer waiting for rearm. Press thepower button” (Printer wacht op rearm. Druk op de aan/uit-toets). 6. Zet de Aan/uit-schakelaar linksachter op de printer in de stand Aan. Hiermee schakelt u allehoogspanningssystemen van de printer in. 7. Controleer of het oranje lampje in de knop gaat branden. Bij normale werking moet dit lampje altijdbranden.

Als u merkt dat dit lampje niet brandt, moet u op het voorpaneel controleren of zich geensysteemfout heeft voorgedaan en de Handleiding voor onderhoud en probleemoplossing raadplegenof contact opnemen met een elektricien. 8. Wacht totdat op het voorpaneel wordt aangegeven dat de printer gereed is. Dit kan enkele minutenduren. Er klinkt een geluidssignaal als een probleem wordt aangetroffen. Als de initialisatie isvoltooid, wordt op het voorpaneel het bericht Ready (Gereed) weergegeven. Als eensysteemfoutbericht wordt weergegeven, raadpleegt u de Handleiding voor onderhoud enprobleemoplossing. Ga als volgt te werk om de printer en de HP Internal Print Server-computer uit te schakelen:1. Wacht totdat op het voorpaneel wordt aangegeven dat de printer gereed is. OPMERKING: Ga naar de volgende stap als de printer vanwege een fout niet de status Ready(Gereed) krijgt. 2.

Schakel de HP Internal Print Server-computer uit met de knop Start in Windows en wacht totdat eenzwart scherm verschijnt met het bericht No input signal (Geen invoersignaal). VOORZICHTIG: De computer kan beschadigd raken als deze verkeerd wordt uitgeschakeld. OPMERKING: Als op de HP Internal Print Server-computer niet het bericht No input signal(Geen invoersignaal) wordt weergegeven vanwege een fout, gaat u naar de volgende stap. 3.

Druk op de Aan/uit-toets op het voorpaneel en wacht totdat het voorpaneeldisplay zwart wordt. Ditduurt meestal een minuut. Na bepaalde fouten (bijvoorbeeld bij vastlopen van het substraat) kan hetechter wel vier minuten duren. OPMERKING: Nadat alle elektronica van de printer via het voorpaneel is uitgeschakeld, werkende ventilatoren om veiligheidsredenen op volle toeren. Dit is normaal en geen reden tot zorg. OPMERKING: Wanneer u al vijf minuten wacht en het voorpaneeldisplay vanwege een fout nogniet zwart is, gaat u naar de volgende stap. 4. Draai de grote schakelaar linksachter op de printer in de stand Uit. Als het goed is, stoppen nu deventilatoren. TIP: Als u de printer enkele dagen niet gaat gebruiken, kunt u het best alle inktpatroonaansluitingenloskoppelen. NLWWDe printer in- en uitschakelen13Persoonlijkeinstellingen.

Ga als volgt te werk om de printer uit te schakelen, maar niet de HP Internal Print Server-computer:1. Wacht totdat op het voorpaneel wordt aangegeven dat de printer gereed is. 2. Druk op de Aan/uit-toets op het voorpaneel en wacht totdat het voorpaneeldisplay zwart wordt. Ditduurt meestal een minuut. Na bepaalde fouten (bijvoorbeeld bij vastlopen van het substraat) kan hetechter wel vier minuten duren. OPMERKING: Nadat alle elektronica van de printer via het voorpaneel is uitgeschakeld, werkende ventilatoren om veiligheidsredenen op volle toeren. Dit is normaal en geen reden tot zorg. 3. Zet de aardlekschakelaars ACB-1 (eenpolig) en ACB-3 (driepolig) omlaag. Als het goed is, stoppennu de ventilatoren.

Als u wel de HP Internal Print Server-computer maar niet de printer wilt uitschakelen, klikt u in Windowsop de knop Start en wacht u totdat een zwart scherm verschijnt met het bericht No input signal (Geeninvoersignaal). Zet vervolgens de aardlekschakelaar ACB-2 omlaag. Als u de printer in een noodsituatie wilt stoppen, drukt u op een van de noodstopknoppen aan de voor-of achterkant van de printer. Er wordt een systeemfoutbericht op het voorpaneel weergegeven en deventilatoren werken op maximumsnelheid. Laat alle noodstopknoppen los voordat u de printer opnieuwstart. Een andere taal voor het voorpaneel selecterenU kunt op twee manieren een andere taal voor de menu's en berichten op het voorpaneel selecteren.

●Als u de huidige taal op het voorpaneel begrijpt, opent u het hoofdmenu, selecteert u het pictogramSetup , en kiest u Front panel options > Select language (Voorpaneelopties > Taalselecteren). ●Als u de huidige taal op het voorpaneel niet begrijpt, zet u de printer uit. Druk op de toets OK ophet voorpaneel en houd deze ingedrukt. Terwijl u de toets OK ingedrukt houdt, drukt u op de Aan/uit-toets. Houd ook deze toets ingedrukt.

Houd beide toetsen ingedrukt tot het groene lampje aan delinkerkant van het voorpaneel begint te knipperen en laat beide toetsen dan los. Een vertraging vanongeveer één seconde is normaal. Als het groene lampje onmiddellijk begint te knipperen, moet umogelijk de procedure nogmaals uitvoeren. Bij beide methoden verschijnt nu het taalselectiemenu op het voorpaneel. Markeer de gewenste taal metde toetsen Omhoog en Omlaag en druk op de toets OK. Wanneer u de gewenste taal hebt geselecteerd, schakelt u de printer uit met de Aan/uit-toets en schakeltu de printer weer in. Op het voorpaneel wordt de geselecteerde taal weergegeven. Een andere maateenheid selecterenAls u de maateenheden in HP Internal Print Server wilt wijzigen, selecteert u de optie Preferences(Voorkeuren) in het menu Tools (Extra) en klikt u op het tabblad General (Algemeen).

U kunt demaateenheid voor lengte en temperatuur wijzigen. Als u een maateenheid wilt wijzigen op het voorpaneel, selecteert u het pictogram Setup , kiest uFront panel options > Select units (Voorpaneelopties > Eenheden selecteren) , en selecteert uEnglish (Engels) of Metric (Metrisch). Maateenheden zijn standaard ingesteld op Metric (Metrisch). 14 Hoofdstuk 2 Basisconfiguratieopties NLWWPersoonlijkeinstellingen.

De zoemer in- en uitschakelenAls u de zoemer van de printer wilt in- of uitschakelen, opent u het hoofdmenu op het voorpaneel enselecteert u het pictogram Setup , kiest u Front panel options > Enable buzzer(Voorpaneelopties > Zoemer inschakelen) , markeert u de stand aan of uit en drukt u op de toets OK. Dezoemer is standaard ingeschakeld.OPMERKING: Om veiligheidsredenen gaat de zoemer altijd af als de wagenbalk omlaag of omhoogkomt.Het contrast van het voorpaneel wijzigenAls u het contrast van het voorpaneel wilt wijzigen, selecteert u het pictogram Setup , kiest u Frontpanel options > Select display contrast (Voorpaneelopties > Schermcontrast selecteren) , en voertu een waarde in met de toets Omhoog of Omlaag. Druk op de toets OK om de waarde in te stellen.

Hetschermcontrast is standaard ingesteld op 50.HP Internal Print Server startenStart HP Internal Print Server vanuit het Start-menu in Windows of dubbelklik op het programmapictogramop het bureaublad.Een andere taal voor HP Internal Print ServerselecterenWanneer u HP Internal Print Server start, wordt de taal gebruikt die is ingesteld in het Configuratieschermvan Windows. Ga als volgt te werk om een andere taal in te stellen:1. Open het Configuratiescherm via het menu Start.2. Als u de Categorieweergave van het Configuratiescherm gebruikt, opent u de categorie Klok, taalen regio.3. Klik op Land en taal.4.Selecteer op het tabblad Notaties de notatie voor de gewenste taal.5. Klik op OK.Voorkeuren voor HP Internal Print Server instellenAls u de voorkeursinstellingen van HP Internal Print Server wilt wijzigen, selecteert u de optiePreferences (Voorkeuren) in het menu Tools (Extra).

●Maximum roll length (Maximale rollengte)●Gap (Ruimte) tussen de taken●Margins (Marges):◦RIP: de marges worden ingesteld zoals gedefinieerd in de RIP.◦ Center (Centreren): de afbeelding wordt horizontaal gecentreerd op het geladen substraat.◦Default (Standaard): de standaardmarges zijn ingesteld op 5,0 mm (0,02 inch). Eenstandaardwaarde voor de linkermarge kunt u instellen in het venster Job Properties(Taakeigenschappen).De bovenstaande velden moeten worden ingevuld door uw Service Partner.NLWWVoorkeuren voor HP Internal Print Server instellen17Persoonlijkeinstellingen

3 Werken met substratenOverzichtToepassingenVoor elke afdruktoepassing is een geschikt substraattype beschikbaar.POP-toepassingen● Banieren: kunnen vrij in de ruimte worden opgehangen, horizontaal of verticaal. Meestal van vinyl,maar ook stof is mogelijk.● Met achtergrondverlichting: meestal toegepast in een lichtbak die overdag en ´s nachtszichtbaar is.● Posters: platte afbeeldingen in verschillende formaten, meestal in een frame of bevestigd op eenstevig substraat.● Borden: een stevig substraat met logo, naam, richtingaanwijzer, enzovoort. Voor lang- ofkortdurend gebruik.● Ramen: voor het beplakken van een heel raam of een deel ervan met een mededeling ofadvertentie. Meestal blootgesteld aan zonlicht.● Vloeren: worden op de vloer geplakt als richtingaanwijzer of reclame.

Bestand tegen hoge slijtage.●3D: meestal gelamineerd.Toepassingen voor voertuigen●Auto´ s: zelfklevend vinyl waarmee (een deel van) het voertuig kan worden beplakt. Diversetoepassingen, van eenvoudige belettering en vormen tot complexe grafische afbeeldingen. Kan ookvoor onregelmatige vormen worden gebruikt door het vinyl te snijden. Meestal voor één auto, somsvoor een heel wagenpark.● Vrachtwagens: voor het beplakken van (een deel van) een vrachtwagen met een bedrijfsnaamof reclame. Zelfklevend vinyl of flexibele schermen worden bevestigd op een stevige ondergrond.Meestal voor een heel vrachtwagenpark.● Treinen: zelfklevend vinyl dat op één treinstel of een hele trein wordt geplakt. Ramen wordenbeplakt met doorzichtig, geperforeerd substraat.● Bussen/taxi´ s: Sommige worden volledig beplakt, net als auto´s.

Andere toepassingen●Lichtbakken op vliegvelden: continu van binnenuit verlicht. Formaat varieert van middelgrotetot zeer grote afbeeldingen. Gebruikt voor bewegwijzering en reclame. ●Bushokjes: van binnenuit verlichte lichtbak, zichtbaar bij dag en nacht. Wordt vaak verwisseld(bijvoorbeeld elke week). ●Straatnaamborden: verschillende materialen, van BlueBlack-papier voor billboards totlichtbakken en stevige borden. Voor kortdurend of langer durend gebruik. ●Billboards: zeer grote borden bedekt met kleinere afbeeldingen, van grote afstand zichtbaar enmet lage beeldresolutie maar levendige kleuren. De laatste tijd is een verschuiving merkbaar vantegels naar banieren van vinyl of polyethyleen. ● Interieurdecoratie: wanden bedekt met afbeeldingen voor een unieke sfeer. Meestal afgedruktop BlueBlack-papier en rechtstreeks geplakt op muren of stevige borden.

Afdrukken op vinyl of stofis ook mogelijk. ●Gebouwen: delen van een gebouw worden beplakt met een substraat van vinyl of gaas, dat wordtopgespannen en bevestigd in een frame. Vaak worden repen substraat aan elkaar gelast of genaaid. ●Kunst: afbeeldingen van hoge kwaliteit, afgedrukt op canvas of een ander flexibel of stevigsubstraat. ●Richtingaanwijzers: wegwijzers voor kort- of langdurend gebruik, meestal op stevige borden. ●OEM: stickers met namen of afbeeldingen van apparatuur. Gebruikt voor huis- en tuinapparatuur,installaties, voertuigen, verkoopautomaten, geldautomaten, lichte en zware machines, enzovoort. ●Vlaggen: banieren van stof en textiel die omlaag hangen of worden vastgezet op palen. Voorgebruik binnen en buiten. Ook gebruikt als ballonnen met verschillende vormen.

Zie http://www.hp.com/recycle/ voor meer informatie.2HP PVC-free Wall Paper bedrukt met HP Latexinkten is GREENGUARD Children & Schools Certified. Ziehttp://www.greenguard.org/.3HP PVC-free Wall Paper bedrukt met HP Latex-inkten voldoen aan de AgBB-criteria voor gezondheid gerelateerde evaluatie vanVOS-uitstoot van bouwproducten voor binnen. Zie http://www.umweltbundesamt.de/produkte-e/bauprodukte/agbb.htm.De kolom Kleurkalibr. geeft voor elk substraat aan of kleurkalibratie wordt aanbevolen.OPMERKING: De printer ondersteunt geen substraten die smaller zijn dan 914 mm (36 inch).OPMERKING: Voor poreuze substraten is een inktcollectorset vereist.OPMERKING: De volgende stofspecificaties worden ondersteund: Grammage > 100 g/m²; "gaas"-stoffen met porositeit/open ruimten

SubstraattipsAlgemene tipsBehandel bedrukte en onbedrukte substraten met de grootste zorg. Gebruik bij voorkeur katoenenhandschoenen om vingerafdrukken te voorkomen. Gebruik voor zware rollen een vorkheftruck. Til altijdmet twee personen en draag veiligheidsschoenen. Voordat een rol wordt geladen:●Controleer of de temperatuur en luchtvochtigheid in de ruimte binnen de aanbevolen waarden voorde printer vallen. Zie Milieuspecificaties op pagina 105. ●Controleer of de rol en kern niet zijn verbogen of vervormd. Dit kan vastlopen van het substraat inde printer veroorzaken. ● Als de rol was opgeslagen in een ruimte zonder de aanbevolen omgevingscondities, moet u de rolenige tijd in de ruimte van de printer laten liggen zodat het substraat zich kan aanpassen aan deheersende temperatuur en luchtvochtigheid. ● Controleer wat de juiste afdrukzijde is.

Dit kunt u nalezen op het label in de kern of in debegeleidende brief in de verpakking (of zie Tips voor specifieke substraten op pagina 23). ●Controleer of het substraat goed vast zit in de invoerkern. De kwaliteit van de afdruk gaat namelijkachteruit als het substraat niet goed wordt doorgevoerd. ●Het laden van een rol gaat gemakkelijker als u de wagenbalk in de hoogste positie zet. Zorg dat bij het laden van een rol de bovenrand parallel en recht op de uitvoerkern ligt en gelijkmatig isbevestigd (plak het substraat met tape aan de kern vast, vanuit het midden naar de randen toe). Nadat een rol is geladen:●Controleer of aan beide zijden van de rol randhouders zijn geplaatst. Gebruik geen randhoudersvan een andere printer. Gebruik alleen de houders die bij deze printer zijn geleverd.

●Controleer of u de juiste voorinstelling voor het substraat gebruikt in HP Internal Print Server en hetjuiste ICC-profiel en andere instellingen in de RIP. ●HP-substraten zijn speciaal ontwikkeld voor de beste resultaten op uw printer. U kunt desgewenst deinktlimieten of het aantal doorgangen wijzigen. In dat geval moet u wel de temperatuur, het vacuümof de spanning aanpassen. U kunt een nieuwe voorinstelling voor een substraat maken door destandaardinstelling waarmee u werkt te wijzigen. ●Gebruik HP Internal Print Server om te controleren of alle vereiste kalibraties zijn uitgevoerd:kleurkalibratie, compensatie van de substraatdoorvoer en uitlijning van de printkoppen. Zie deHandleiding voor onderhoud en probleemoplossing. ●U krijgt het beste resultaat als het substraat plat ligt en niet kreukt in de afdrukzone.

Wacht na het afdrukken nog 24 uur voordat u het bedrukte substraat opstapelt, vouwt of oprolt. OPMERKING: Bij het afdrukken op poreuze substraten kan de watergedragen inkt een zichtbaredamp produceren. Meer informatie hierover kunt u vinden op internet:●Zie http://www. hp. com/go/designjet/supplies/latex/ voor de specificaties en informatie overafwerking, verwerking en garanties bij elk HP-substraat. ● Raadpleeg http://www. hp. com/go/supplies/printpermanence/ voor informatie over HP ImagePermanence. ●Er zijn diverse recycleerbare substraten verkrijgbaar, zoals HP HDPE Reinforced Banner, HP Wrinkle-free Flag with liner, HP Heavy Textile Banner, HP Photo-realistic Poster Paper en HP DuPont™ Tyvek®Banner. Niet in alle regio's bestaan echter mogelijkheden voor recycling. Neem contact op metlokale recyclingbedrijven voor informatie over recycling van deze producten.

Ga voor informatieover HP-recyclingdiensten in de Verenigde Staten naar http://www. hp. com/go/recycleLFmedia/. Tips voor specifieke substratenSubstraat Afdrukzijde AfdruktipsHP Durable Frontlit ScrimBannerBinnenzijde (gladde kant) Stel de juiste waarden in om afdrukproblemen zoals beschrevenin Tabel 3-1 Voorinstellingen substraat op pagina 65 tevoorkomen. HP Outdoor Frontlit ScrimBannerBinnenzijde (gladde kant) Stel de juiste waarden in om afdrukproblemen zoals beschrevenin Tabel 3-1 Voorinstellingen substraat op pagina 65 tevoorkomen. HP HDPE Reinforced Banner Binnenzijde (matte kant) Dit substraat is gevoelig voor hoge temperaturen. Afdruk- endroogtemperatuur wordt zo ingesteld dat de kans opvervorming van het materiaal zo klein mogelijk is. Als deomgevingstemperatuur hoog is en u merkt dat het substraat ergvervormt, moet u de wagenbalk omhoog brengen naar dehoogste positie.

Substraat Afdrukzijde AfdruktipsHP Blue Back Billboard Paper Buitenzijde (witte kant) Stel de juiste waarden in om afdrukproblemen zoals beschrevenin Tabel 3-1 Voorinstellingen substraat op pagina 65 tevoorkomen.HP Photo-realistic Poster Paper Beide zijden Dit substraat is gevoelig voor hoge temperaturen. Afdruk- endroogtemperatuur zijn zo ingesteld dat de kans op vervormingvan het materiaal wordt voorkomen.Dit substraat is recycleerbaar: u kunt het wegwerpen in depapiercontainer.HP White Satin Poster Paper BuitenzijdeHP PVC-free Wall Paper BuitenzijdeHP DuPont Tyvek Banner Binnenzijde Dit substraat is gevoelig voor hoge temperaturen.

Afdruk- endroogtemperatuur wordt zo ingesteld dat de kans opvervorming van het materiaal zo klein mogelijk is.Recycleerbaar (zie boven).HP Satin Canvas Buitenzijde (gladde kant) Stel de juiste waarden in om afdrukproblemen zoals beschrevenin Tabel 3-1 Voorinstellingen substraat op pagina 65 tevoorkomen.SubstraatconfiguratiesHet substraat kan in veel verschillende configuraties voor de gewenste toepassing worden geladen.Voordat u het substraat laadt, gaat u naar HP Internal Print Server en selecteert u Substrate > Load/Unload (Substraat > Laden/Verwijderen. Selecteer vervolgens de gewenste configuratie.24 Hoofdstuk 3 Werken met substraten NLWWWerken metsubstraten

De basisconfiguraties worden hieronder beschreven. Gebruik deze configuraties voor afdrukken met éénof twee rollen, en voor poreuze en niet-poreuze substraten. Voor poreuze substraten is een inktcollectorsetvereist: zie De inktcollectorset (alleen LX850) op pagina 28.●Rol-naar-rolconfiguratie wordt gebruikt als u een hele rol wilt bedrukken zonder te snijden,totdat de invoerrol leeg is. Het substraat kan niet halverwege worden afgesneden, tenzij udubbelzijdig afdrukt. Na het snijden moet de rol opnieuw worden geladen.● Rol-naar-vrijevalconfiguratie (alleen LX850) wordt gebruikt als u elke afdruk wilt afsnijdenen verwijderen zodra deze klaar is en uit de printer rolt. Het substraat wordt onder druk gehoudentussen de invoerrol en de spanningsrol.

Achter de spanningsrol is er geen druk meer en daar kanhet substraat worden afgesneden.● Rol-naar-vrijevalconfiguratie met collector (alleen LX850) wordt gebruikt als u hetsubstraat wilt afsnijden en de uitvoerrol wilt verwijderen voordat de invoerrol leeg is. Het substraatwordt onder druk gehouden tussen de invoerrol en de spanningsrol. Achter de spanningsrol is ergeen druk meer en daar kan het substraat worden afgesneden.Positie van de wagenbalk instellenDe positie van de wagenbalk bepaalt de verticale afstand tussen de printkoppen en de plaat. Als deafstand te groot is, vermindert de afdrukkwaliteit.

Als de afstand te klein is, bestaat het risico dat deprintkoppen in contact komen met het substraat waardoor de inkt uitloopt of het substraat beschadigt.Als u positie van de wagenbalk wilt instellen, selecteert u op het voorpaneel het menu Substrate (Substraat) en Substrate management (Substraatbeheer). Druk daarna op OK. Selecteer Carriagebeam position (Positie wagenbalk). Selecteer de hoogste, een aangepaste of de normale positie.NLWWPositie van de wagenbalk instellen25Werken metsubstraten

●De hoogste positie wordt niet gebruikt voor afdrukken, mogelijk wel voor het laden van het substraatof voor onderhoudstaken.●Een aangepaste positie wordt gebruikt voor dikke substraten of voor substraten die enigszins kreukenbij verhitting.TIP: Voorkom kreuken door alleen substraten te gebruiken die niet kunnen kreuken of door eenlangzame afdrukstand te gebruiken waarvoor een lagere droogtemperatuur kan worden ingesteld.Het is raadzaam de aangepaste positie in te stellen op de dikte van het substraat plus twee of driemillimeter. De huidige instelling wordt op het voorpaneel aangeduid met een vinkje (√).●De normale positie is geschikt voor niet-gekreukte substraten tot een dikte van 0,7 mm ( (0,03 inch)).WAARSCHUWING!

Houd voldoende afstand tot de bewegende delen van de printer totdat dewagenbalk in de nieuwe positie staat.OPMERKING: Alleen LX850: Als u de inktcollectorset hebt geïnstalleerd, worden de normale enlaagste aangepaste positie automatisch aangepast.Voorbereidingen voor het afdrukkenVoer de volgende stappen uit voordat u met afdrukken begint:1. De inktcollectorset mag wel voor poreuze substraten, maar niet voor niet-poreuze substraten wordengebruikt. Zie De inktcollectorset (alleen LX850) op pagina 28.2.Start de printer. Zie De printer in- en uitschakelen op pagina 12.3. Ga naar HP Internal Print Server en selecteer Substrate > Load/Unload (Substraat > Laden/Verwijderen) om het venster Printer Configuration (Printerconfiguratie) te openen.26 Hoofdstuk 3 Werken met substraten NLWWWerken metsubstraten

4. Selecteer de gewenste printerconfiguratie en druk op Next (Volgende) om de Help weer te geven.OPMERKING: Selecteer het vak Skip Substrate load check (Controle geladen substraatoverslaan) alleen als voor de vorige opdracht dezelfde configuratie is gebruikt (zoals hetzelfdesubstraat, profiel) en er een ernstige systeemfout is opgetreden waarna u de printer opnieuw moestopstarten.5. Laad het substraat. Aanwijzingen voor laden van het substraat worden weergegeven in HP InternalPrint Server.

Zie Een rol op de as plaatsen op pagina 34 en Een rol in de printer plaatsenop pagina 39 voor meer informatie.6.Druk in HP Internal Print Server op de knop Load (Laden) om de substraatcontrole te starten en voervervolgens het substraattype in het venster Loaded Substrate (Geladen substraat) in.TIP: Als de printer 's nachts was uitgeschakeld met geladen substraat, en is blootgesteld aan hoge oflage temperaturen, moet u het substraat 13 tot 25 cm (5 tot 10 inch) doorvoeren voordat u het afdrukkenstart om te voorkomen dat de printkop vastloopt of de inkt gaat vlekken op het substraat.Randhouders van substraatDe randhouders voorkomen dat de randen van het substraat omkrullen waardoor het substraat vastloopt.Als u voor de printer staat, ziet u de twee randhouders aan elke kant van het substraatoppervlak.

Schuifde randhouders naar de randen van het substraat, waarbij u ervoor zorgt dat ze correct zijn geplaatsten niet ombuigen (waardoor de wagen kan vastlopen).TIP: De randhouders kunnen gemakkelijk worden geplaatst als de wagenbalk in de hoogste positiestaat.NLWWRandhouders van substraat27Werken metsubstraten

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met HP Latex 850 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden