HP Latex 360 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van HP Latex 360 (196 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen. Heb je een vraag over HP Latex 360 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | HP |
| Categorie: | Printer |
| Model: | Latex 360 |
| Merkcompatibiliteit: | HP |
| Compatibiliteit: | Latex 360/370 |
| OEM-code: | D8J24A |
| Type product: | Upgradeset |
Handleiding HP Latex 360 – volledige tekst
Uitgave 1© 2014 Hewlett-Packard DevelopmentCompany, L.P.Wettelijke kennisgevingenDe informatie in dit document kan zondervoorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.De enige garanties voor HP-producten en -diensten worden vermeld in de specifiekegarantieverklaring bij dergelijke producten endiensten. Geen enkele bepaling in ditdocument mag worden geïnterpreteerd als eenaanvullende garantie. HP is niet aansprakelijkvoor fouten van technische of redactioneleaard of voor weggelaten informatie in dezehandleiding.HandelsmerkenMicrosoft® en Windows® zijn in de VerenigdeStaten gedeponeerde handelsmerken vanMicrosoft Corporation.
Het substraat opslaan. 85Het substraat wordt niet geladen. 85Het substraat is verkeerd geplaatst. 86Het substraat is vastgelopen. 86Het substraat is vervormd of gekreukt. 89Het substraat is gekrompen of uitgezet. 89Het substraat vervormt in een boog. 90De automatische snijder werkt niet (alleen 360). 91Het substraat loopt vast op opvangspoel. 91Opvangspoel draait niet. 914 Substraatinstellingen. 93Voorinstellingen substraat. 94Online zoeken. 94HP Medialocator. 96Generieke voorinstellingen. 97Een substraatvoorinstelling klonen. 97Een substraatvoorinstelling wijzigen. 98Een nieuw substraat toevoegen. 99Een substraatvoorinstelling verwijderen. 104Sneller afdrukken. 104Kleurkalibratie. 104Kleurconsistentie tussen verschillende printers (alleen 360). 109ICC-profielen. 1095 Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen. 112Algemeen advies bij afdrukken. 113Afdrukkwaliteit verbeteren.
113Meest voorkomende afdrukkwaliteitsproblemen. 1206 Het inktsysteem. 128Inktpatronen. 128Printkoppen. 129Onderhoudscartridge. 129Veilige modus. 1307 Hardware-onderhoud. 131Tips voor het inktsysteem. 132De inktpatronen onderhouden. 132Inktpatroon vervangen. 132Kan inktpatroon niet plaatsen. 136De printkoppen reinigen (herstellen). 136Printkoppen uitlijnen. 137iv NLWW.
Een printkop opnieuw installeren of vervangen op basis van frontpaneel. 139Een printkop vervangen. 139Kan printkop niet plaatsen. 145Elektrische contacten van een printkop reinigen. 146Vervang de onderhoudscartridge. 150Kan onderhoudscartridge niet plaatsen. 153De wagenstang reinigen en smeren. 153Codeerstrook reinigen. 156De plaat reinigen. 156Het venster van de substraatdoorvoersensor reinigen (alleen 360). 159De buitenkant van de printer reinigen. 159De printer verplaatsen of opslaan. 160Service-onderhoud. 1608 Firmware-update. 162Firmware-update die een USB-flashstation gebruikt. 162Firmware-update met gebruik van de geïntegreerde webserver. 163Automatische firmware-updates. 1649 Accessoires. 165Inktbenodigdheden bestellen. 165Accessoires bestellen. 16610 Overige problemen oplossen. 167De printer krijgt geen IP-adres. 168Geen toegang tot geïntegreerde webserver.
168De printer drukt niet af. 168Het softwareprogramma werkt langzamer of blijft hangen wanneer er een afdruktaak wordtgegenereerd. 169De printer lijkt langzaam. 169Communicatieproblemen tussen de computer en de printer. 170Kan geen verbinding maken met diensten zoals firmware-update, online zoeken of hetklantbetrokkenheidsprogramma. 170Foutmeldingen op het frontpaneel. 17111 Specificaties van de printer. 178Functionele specificaties. 178Fysieke specificaties. 180Geheugenspecificaties. 180Voedingsspecificaties. 180Milieuspecificaties. 180Milieuspecificaties. 181Akoestische specificaties. 181NLWW v.
Hieronder vindt u een aantal belangrijke functies van de printer:●Milieuvriendelijke, geurloze, waterachtige latexinkten in zes kleuren met optimalisator●Geen speciale ventilatie vereist, geen gevaarlijk afval●775 ml inktpatronen●Scherpste afdrukkwaliteit, vloeiende overgangen en fijne details met een werkelijke resolutie van 1.200dpi●Consistente en herhaalbare afdrukkwaliteit bij elke afdruksnelheid●Afdrukken zijn volledig droog en klaar voor afwerking en levering●Afdrukken op een breed scala aan substraten – inclusief de meeste goedkope, niet gecoate, solvent-compatibele substraten●Er is een hele reeks HP herbruikbare substraten beschikbaar●Overweeg ongelamineerd gebruik met een krasbestendigheid die vergelijkbaar is met die van hardsolvent-inkt op sav- en pvc-banner3●Duurzame afdrukken met outdoor-displaybestendigheid tot drie jaar voor ongelamineerd en tot vijf jaarvoor gelamineerd●Honderden kant-en-klare substraatvoorinstellingen die gemakkelijk beschikbaar zijnWanneer u afdruktaken naar de printer wilt verzenden, hebt u Raster Image Processor (RIP) software nodigdie op een afzonderlijke computer wordt uitgevoerd.
DocumentatieU kunt de volgende documenten downloaden van http://www. hp. com/go/latex300/manuals/:●Inleidende informatie●Gebruikershandleiding●Juridische informatie●Beperkte garantieDe Quick Response (QR)-codeafbeeldingen die in sommige delen van deze gebruikershandleidingvoorkomen, bieden koppelingen naar extra video-uitleg over bepaalde onderwerpen. Zie Belangrijksteprinteronderdelen op pagina 9 voor een voorbeeld van zulk een afbeeldingVeiligheidsmaatregelenLees de volgende veiligheidsmaatregelen alvorens de printer te gebruiken om er zeker van te zijn dat u deapparatuur op een veilige manier gebruikt. U wordt verwacht de juiste technische opleiding en ervaring te hebben die nodig zijn om bekend te zijn met degevaren waaraan u kunt blootstaan bij het uitvoeren van een taak, en de juiste maatregelen te treffen om derisico's voor uzelf en anderen te minimaliseren.
Algemene veiligheidsrichtlijnen●Er zijn geen door de bediener te onderhouden onderdelen in de printer behalve die aan de orde komen inhet reparatieprogramma voor klanten van HP (zie http://www. hp. com/go/selfrepair/). Raadpleeg vooronderhoud aan andere onderdelen gekwalificeerde onderhoudsmedewerkers. ●Schakel de printer uit en neem contact op met de servicevertegenwoordiger in de volgende gevallen:◦Het netsnoer of de stekker is beschadigd. ◦De hardingsbehuizingen zijn beschadigd. ◦De printer is beschadigd door een klap. ◦Er is mechanische schade of schade aan de behuizing. ◦Er is vloeistof in de printer gekomen. ◦Er komt rook of een ongewone lucht uit de printer. ◦De printer is gevallen of de hardingsmodule is beschadigd. ◦De printer functioneert niet als normaal.
De printer gebruikt twee netsnoeren. Ontkoppel beide netsnoeren alvorens onderhoud aan de printer uit tevoeren. Ter vermijding van een elektrische schok:●De printer mag alleen op geaarde stopcontacten worden aangesloten. ●Probeer de hardingsmodules niet te demonteren. ●De afgesloten systeemkappen of -pluggen niet verwijderen of openen. ●Steek geen voorwerpen door sleuven in de printer. HittegevaarDe hardingssubsystemen van de printer werken op hoge temperaturen en kunnen bij aanrakingbrandwonden veroorzaken. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om persoonlijk letsel tevoorkomen. ●Raak de interne ruimtes van de hardingszones van de printer niet aan. ●Laat in het geval van een substraatstoring de printer eerst afkoelen voordat u toegang probeert tekrijgen tot de interne hardingszone en de uitvoerplaat. ●Laat de printer afkoelen alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
BrandgevaarDe hardingssubsystemen van de printer werken op hoge temperaturen. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen om het risico op brand te vermijden. ●Het is de verantwoordelijkheid van de klant om te voldoen aan de printervereisten en aan deplaatselijke elektrische regelgeving van het land waar de apparatuur wordt geïnstalleerd. Gebruik destroomspanning die op het typeplaatje staat vermeld. ●Sluit de netsnoeren aan op de toegewezen lijnen die zijn beveiligd met een stroomonderbreker, zoals inde Handleiding voor plaatsing is beschreven. Gebruik geen verdeeldoos (verlengsnoer) om denetsnoeren aan te sluiten. ●Gebruik alleen netsnoeren die door HP met de printer zijn geleverd. Gebruik geen beschadigd netsnoer. Gebruik de netsnoeren niet met andere producten. ●Steek geen voorwerpen door sleuven in de printer. ●Mors geen vloeistof op de printer.
Gebruik deprinter niet in een omgeving met explosiegevaar. ●Blokkeer of bedek de openingen van de printer niet. ●Probeer de hardingsmodules niet te demonteren of te wijzigen. ●Zorg ervoor dat de door de fabrikant aanbevolen bedrijfstemperatuur van het substraat niet wordtoverschreden. Raadpleeg de fabrikant indien deze informatie niet beschikbaar is. Laad geen substratendie niet kunnen worden gebruikt bij een werkingstemperatuur boven 125°C. ●Plaats geen substraten die ontbranden bij temperaturen lager dan 250°C (482°F). Als deze informatieniet beschikbaar is, moet het afdrukken permanent gecontroleerd worden. Zie opmerking hieronder. NLWW Veiligheidsmaatregelen 5.
OPMERKING: Testmethode gebaseerd op EN ISO 6942:2002; Evaluatie van materialen enmateriaalsamenstellingen bij blootstelling aan een stralingshittebron, methode B. De testcondities om detemperatuur te bepalen waarop het substraat begint met ontsteken (vlam of gloed) waren:Warmtefluxdichtheid 30 kW/m², kopercalorimeter, K type thermokoppel. Mechanisch gevaarDe printer heeft bewegende delen die persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. Neem de volgendevoorzorgsmaatregelen om persoonlijk letsel te voorkomen wanneer u dicht bij de printer werkt. ●Houd kleding en alle lichaamsdelen uit de buurt van bewegende delen van de printer. ●Draag geen halskettingen, armbanden en andere hangende voorwerpen. ●Als uw haar lang is, probeer dit dan vast te zetten zodat het niet in de printer terecht kan komen. ●Zorg ervoor dat mouwen of handschoenen niet vast komen te zitten in de bewegende delen van deprinter.
●Sta niet te dicht bij ventilatoren, dit kan persoonlijk letsel veroorzaken en de afdrukkwaliteitbeïnvloeden (door blokkeren van de luchtstroom). ●Raak aandrijvingen of bewegende rollen niet aan tijdens het afdrukken. ●Gebruik de printer niet zonder kleppen. Gevaar van lichtstralingLichtstraling wordt uitgezonden vanuit de verlichting van de afdrukzone. Deze verlichting is inovereenstemming is met de eisen van de risicogroep IEC 62471:2006: Fotobiologische veiligheid van lampenen lampsystemen. Het wordt echter aanbevolen niet direct naar de leds te kijken wanneer deze branden. Wijzig de module niet. Gevaar bij zware substratenSpeciale aandacht is vereist om persoonlijk letsel te voorkomen bij het hanteren van zware substraten. ●Bij het hanteren van zware substraten kunnen meerdere personen nodig zijn. Let erop dat de rug niet teveel wordt belast en dat letsel wordt voorkomen.
●Draag persoonlijke beschermingsmiddelen, inclusief schoenen en handschoenen bij het hanteren vanzware substraatrollen. Omgaan met inktHP beveelt het dragen van handschoenen aan bij het hanteren van inktsysteemcomponenten. WaarschuwingenDe volgende symbolen worden in deze handleiding gebruikt om een correct gebruik van de printer tewaarborgen en om te voorkomen dat de printer wordt beschadigd. Volg de instructies die met deze symbolenzijn gemarkeerd. WAARSCHUWING. Het niet opvolgen van deze richtlijnen die met dit symbool zijn gemarkeerd, kan leidentot ernstig letsel of overlijden. VOORZICHTIG: Het niet opvolgen van deze richtlijnen die met dit symbool zijn gemarkeerd, kan leiden totlicht letsel of schade aan de printer. 6 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWW.
WaarschuwingslabelsLabel ToelichtingPrinterlabel. Voor de identificatie van het netsnoer van de printer.Hardingslabel. Voor de identificatie van het netsnoer van dedroging.Gevaar van elektrische schok. Verwarmingsmodules werken metgevaarlijke spanningen. Ontkoppel alle stroombronnen alvorensonderhoud uit te voeren.VOORZICHTIG: Tweepolig. Neutrale zekering.Apparatuur mag alleen op een geaard stopcontact wordenaangesloten. Raadpleeg voor onderhoud gekwalificeerdeonderhoudsmedewerkers. Ontkoppel alle netsnoeren alvorensonderhoud uit te voeren. Er zijn geen door de bediener teonderhouden onderdelen in de printer.Voordat u begint, leest en volgt u de bedienings- enveiligheidsinstructies. Controleer of in invoerspanning binnen hetspanningsbereik van de printer is. De printer heeft maximaaltwee toegewezen lijnen.Dit label bevindt zich op de e-box.Risico van brandwonden.
Raak de hardingszone en deuitvoerplaat van de printer niet aan: ze kunnen heet worden.Dit label bevindt zich aan de voorkant van de hardingsmodule.Risico van beklemd raken van vingers. Raak geen bewegendeaandrijvingsonderdelen aan.Deze labels bevinden zich aan de achterkant van de printer, éénop de ingangsaandrijving van het substraat en één op deaandrijving van de opwikkelspoel (alleen 330 en 360).Bewegend deel. Weg houden van bewegende printkopwagen.Tijdens het afdrukken beweegt de printkopwagen heen en weerover het substraat.Dit label bevindt zich aan de achterkant van het wagenvenster,achter het kunststof.NLWW Veiligheidsmaatregelen 7
Draaiende ventilatorbladen.Houd uw handen weg.Deze labels bevinden zich aan de binnenkant, dicht bij deverwarmingsventilatoren van de afdrukzone (alleen voor 360),één dicht bij de vacuüm- en één dicht bij de aërosolventilator.Alleen voor onderhoudspersoneel.Gevaarlijke zone. Verwarmingsmodules werken met gevaarlijkespanningen.Gevaar van elektrische schok. Het apparaat gebruikt tweenetsnoeren. Ontkoppel alle netsnoeren alvorens onderhoud uit tevoeren. Voedingen werken met gevaarlijke spanningenDubbelpolig, neutrale zekering.Apparatuur mag alleen op een geaard stopcontact wordenaangesloten.Dit label bevindt zich in de behuizing van het scangedeelte en inde behuizing van de besturing van de scan- enluchtgordijnverwarming (alleen de 360).
Belangrijkste printeronderdelenDe bovenstaande afbeelding is een QR-code met een koppeling naar een video; zie Documentatieop pagina 4.De basisonderdelen van de printer worden op de volgende afbeeldingen weergegeven.Vooraanzicht1. Inktcartridge 2. Plaat 3. Printkop 4. Printkopwagen 5. Voorpaneel 6. Onderhoudscartridge 7. Substraatdrukhendel 8. Asvergrendelingshendel 9. Opwikkelspoelmotor 10. Draagijzer NLWW Belangrijkste printeronderdelen 9
Opwikkelspoelmotor1. Wikkelrichtingschakelaar2. Knoppen handmatig wikkelen3. OpwikkelspoelhendelLaadaccessoireMet het laadaccessoire kunt u sommige substraatsoorten laden die moeilijk te laden zijn. Zie Hetlaadaccessoire (alleen 360) op pagina 63.VoorpaneelInleiding tot het voorpaneelHet voorpaneel is een aanraakgevoelig scherm met een grafische gebruikersinterface; het bevindt zich rechtsop de voorzijde van de printer. Het geeft u volledige controle over uw printer: vanuit het voorpaneel kunt uinformatie bekijken over de printer, printerinstellingen wijzigen, kalibraties en tests uitvoeren, enzovoort.Het voorpaneel toont ook waarschuwings- en foutmeldingen wanneer dat nodig is.NLWW Voorpaneel 11
Er is een alternatief beginscherm dat u kunt zien door uw vinger over het scherm naar links te bewegen. Hetgeeft de status van de inktcartridges, het substraat en de huidige afdruktaak weer.Het voorpaneel heeft een groot centraal gedeelte om dynamische informatie en pictogrammen te tonen. Aande linkerkant kunt u tot zes vaste pictogrammen zien op verschillende momenten. Normaal gesprokenworden deze niet allemaal op hetzelfde moment getoond.Vaste pictogrammen die u links en rechts hebt vastgezet●Druk op (Start) om terug te gaan naar het beginscherm.●Druk op (Vraagteken) om help over het huidige scherm te bekijken.●Druk op (Linkerdriehoekje) om naar het vorige item te gaan.●Druk op (Rechterdriehoekje) om naar het volgende item te gaan.●Druk op (Terug) om naar het laatst bezochte scherm te gaan.
Hierdoor worden wijzigingenaangebracht in het huidige scherm niet verwijderd.●Druk op (Rode x) om het huidige proces te annuleren.12 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWW
Dynamische pictogrammen beginschermDe volgende items worden alleen op het beginscherm weergegeven. ●In de linkerbovenhoek van het scherm staat het bericht met de status van de printer of de belangrijkstehuidige waarschuwing. Druk op dit bericht om een lijst met alle huidige waarschuwingen te zien, meteen pictogram dat de ernst van elke waarschuwing aanduidt. U kunt op de waarschuwingsknop drukkenvoor hulp bij het oplossen van het probleem. ●In de rechterbovenhoek, drukt u op om de verlichting van de afdrukzone in- of uit te schakelen. ●Druk op (Substraat) om de substraatstatus te bekijken en substraatbehandelingen uit tevoeren. ●Druk op (Bibliotheek) om de Substraatbibliotheek te openen en toegang te krijgen tot deuitgebreide online bibliotheek van substraatvoorinstellingen. ●Druk op (Afdrukken printer) om informatie over de momenteel afgedrukte taak te bekijken.
●Druk op (Inkt) om de inktstatus te bekijken en handelingen aan de inktcartridge en de prinktop uitte voeren. ●Druk op (Connectiviteit) om de netwerk- en internetstatus te bekijken en aanverwanteinstellingen te wijzigen. ●Druk op om informatie over de printer te bekijken. ●Druk op (Documentatie) voor hulp. ●Druk op om printerinstellingen in het algemeen te bekijken en te wijzigen. Als de printer enige tijd niet actief is, wordt de slaapstand geactiveerd en wordt het voorpaneeluitgeschakeld. Wanneer u de tijd wilt wijzigen die verstrijkt voordat de slaapmodus actief wordt, drukt u op , vervolgens op Setup > Front panel options > Sleep mode wait time (Instellingen > Installatie >Frontpaneelopties > Wachttijd slaapmodus). U kunt een tijd instellen tussen 5 en 240 minuten; destandaardinstelling is 25 minuten.
De printer ontwaakt uit slaapstand en schakelt het display van het voorpaneel in wanneer er externeinteractie is. Op verschillende plaatsen in deze handleiding vindt u informatie over specifieke gebruikstoepassingen vanhet voorpaneel.
●Als u de huidige taal op het frontpaneel begrijpt, gaat u naar het frontpaneel en drukt u op ,daarna Setup > Front panel options > Language (Instellingen > Installatie > Frontpaneelopties > Taal). ●Als u de huidige taal op het frontpaneel niet begrijpt, schakelt u de printer uit. Schakel deze in. Zodrahet pictogram (Start) verschijnt, houdt u deze enkele seconden ingedrukt. Wanneer allepictogrammen verschenen zijn op het frontpaneel, drukt u op (Start), gevolgd door (Vorige). Het frontpaneel knippert even. Bij beide methoden verschijnt nu het taalselectiemenu op het voorpaneel. Druk op uw gewenste taal. De datum en tijd weergeven of instellenAls u de datum en tijd van de printer wilt weergeven, gaat u naar het frontpaneel en drukt u op , daarnaop Setup > Front panel options > Date and time options (Instellingen > Frontpaneelopties > Opties datumen tijd).
Hoogte instellenAls uw printer werkt op een hoogte van meer dan 500 m boven het zeepeil, gaat u naar het frontpaneel endrukt u op , daarna op Setup > Select altitude (Instellingen > Installatie > Hoogte selecteren) om dewerkhoogte van de printer op te geven. Tijd voor stand-by instellenWanneer er geen afdruktaken meer zijn of u de printer van tevoren wilt opwarmen (de optie Prepare printing(Afdrukken voorbereiden) in de RIP), blijven de hardingsverwamers van de printer ingeschakeld gedurende deopgegeven tijd en temperatuur indien er een andere taak wordt ingesteld of indien u eenafdrukkwaliteitsprobleem moet omzeilen dat mogelijk wordt veroorzaakt door een onjuiste temperatuur inde afdrukzone.
Om te kiezen hoe lang de verwarming blijft ingeschakeld in deze situatie, gaat u naar hetfrontpaneel en drukt u op , daarna op Substrate > Substrate handling options > Curing standbyduration (Instellingen > Substraat > Opties voor substraatbehandeling > Stand-byduur harding). U kunt eentijd selecteren tussen 5 en 120 minuten. De hardingstemperatuur tijdens de stand-byperiode wordt automatisch door de printer ingesteld.
voor het activeren van de slaapstand wilt wijzigen, gaat u naar het frontpaneel en drukt u op , daarnaop Setup > Front panel options > Sleep mode wait time (Instellingen > Installatie > Frontpaneelopties >Wachttijd slaapmodus). Voer de gewenste wachttijd in minuten in en druk op OK. Het luidsprekervolume instellenAls u het volume van de luidspreker van de printer wilt wijzigen, gaat u naar het frontpaneel en drukt u op , daarna op Setup > Front panel options > Speaker volume en vervolgens selecteert u Off, Low ofHigh (Instellingen > Installatie > Frontpaneelopties > Luidsprekervolume > Uit, Zacht, Hard).
Audiowaarschuwingen in- of uitschakelenWanneer u de audiowaarschuwingen wilt in- of uitschakelen, gaat u naar het frontpaneel en drukt u op , daarna op Setup > Front panel options > Enable audio alert of Disable audio alert (Instellingen >Installatie > Frontpaneelopties > Audiowaarschuwing inschakelen of Audiowaarschuwing uitschakelen). Alleaudiowaarschuwingen zijn standaard ingeschakeld. De helderheid van het frontpaneeldisplay wijzigenWanneer u de helderheid van het frontpaneeldisplay wilt wijzigen, drukt u op , daarna op Setup > Frontpanel options > Display brightness (Instellingen > Installatie > Frontpaneelopties > Helderheid display) enselecteert u een waarde door de schuifbalk te verplaatsen. Druk op OK om de waarde op te slaan.
De maateenheden wijzigenAls u andere maateenheden wilt weergeven op het frontpaneel, drukt u op , daarna op Setup > Frontpanel options > Unit selection en vervolgens op English or Metric (Instellingen > Installatie >Frontpaneelopties > Eenheidselectie > Engels of Metrisch). U kunt de maateenheid ook wijzigen in de geïntegreerde webserver. Zie Toegang tot de geïntegreerdewebserver op pagina 22.
Fabrieksinstellingen herstellenWanneer u de printerinstellingen wilt terugzetten naar de oorspronkelijke fabriekswaarden, gaat u naar hetfrontpaneel en drukt u op , daarna op Setup > Resets > Restore factory settings (Instellingen >Installatie > Herstellen > Fabrieksinstellingen herstellen). Met deze optie worden alle printerinstellingen,behalve de Gigabit Ethernet- en de substraatvoorinstellingen, hersteld. Printerstatus controlerenHet frontpaneel en de geïntegreerde webserver geven beide de status van de printer, het geladen substraaten het inktsysteem weer. De status van de inktpatronen controlerenU kunt de inktniveaus van de inktpatronen bekijken door op (Inkt) te drukken op het beginscherm vanhet frontpaneel. NLWW Voorpaneel 15.
Voor meer informatie over een bepaalde inktcartridge, drukt u op de rechthoek die deze cartridge voorstelt.De volgende informatie wordt weergegeven.●Status●Geschat inktniveau●Capaciteit●Productnaam●Productnummer●Serienummer●Verloopdatum●Garantiestatus●Fabrikant●Ondersteunde inktcartridgesDit zijn de mogelijke statusberichten van de inktcartridge die u kunt zien op het frontpaneel:●OK: De patroon werkt normaal, er treden geen bekende problemen op.●Missing (Ontbreekt): Er is geen patroon aanwezig of de patroon is niet goed in de printer geïnstalleerd.●Low (Laag): De inkt is bijna op.●Very low (Kritiek): Het inktniveau is zeer laag.●Empty (Leeg): De inktpatroon is leeg●Reseat (Installeer opnieuw): U wordt aangeraden de patroon te verwijderen en opnieuw te plaatsen.●Replace (Vervangen): U wordt aangeraden de lege patroon te vervangen door een nieuwe patroon.●Expired (Verlopen): De vervaldatum van de cartridge is verstreken.●Incorrect (Niet geschikt): De patroon is niet geschikt voor deze printer.
Het bericht bevat een lijst metcompatibele patronen.●Non-HP (Niet-HP): De patroon is gebruikt, bijgevuld of illegaal.U kunt de status van de inktpatronen ook weergeven in de geïntegreerde webserver. Zie Toegang tot degeïntegreerde webserver op pagina 22.16 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWW
De status van een inktkop controlerenDe printer controleert na iedere afdruk automatisch de printkoppen en voert een servicebeurt uit. Volgonderstaande stappen voor meer informatie over de printkoppen.1.Op het frontpaneel van het beginscherm, drukt u op (Inkt) (HP Latex 360) of op het pictogram vande printkop (HP Latex 310 en 330).2. Selecteer de printkop waarvan u de informatie wilt weergeven.3.
Het voorpaneel geeft de volgende informatie weer:●Status●Productnaam●Productnummer●Serienummer●Afgevuurde inkt●Garantiestatus●InstallatiedatumDit zijn de mogelijke statusberichten van de printkop die u kunt zien op het frontpaneel:●OK: De printkop werkt normaal, er treden geen bekende problemen op.●Missing (Ontbreekt): Er is geen printkop aanwezig of de printkop is niet goed in de printergeïnstalleerd.●Reseat (Installeer opnieuw): U wordt aangeraden de printkop te verwijderen en opnieuw te plaatsen.Als dat niet lukt, maakt u de elektrische verbindingen schoon (zie Elektrische contacten van eenprintkop reinigen op pagina 146). Als dat niet lukt, vervangt u de printkop door een nieuwe printkop(zie Een printkop vervangen op pagina 139).●Replace (Vervangen): De printkop doet het niet meer.
Vervang de printkop met een werkende printkop(zie Een printkop vervangen op pagina 139).●Replacement incomplete (Vervanging niet compleet): Het vervangproces van de printkop is nietvoltooid. start het vervangproces van de printkop opnieuw en laat het volledig voltooien.●Remove (Verwijderen): Het type printkop is niet geschikt voor gebruik met uw printer.●Non-HP inkt (Niet-HP inkt): Inkt van een gebruikte, bijgevulde of illegaal inktpatroon is door deprintkop gegaan. Zie het beperkte garantiedocument dat wordt geleverd met uw printer voor detailsover de implicaties van de garantie.NLWW Voorpaneel 17
U kunt de printkopstatus en de garantiestatus ook raadplegen in de geïntegreerde webserver. Zie Toegangtot de geïntegreerde webserver op pagina 22.Het bestandssysteem controlerenHet is mogelijk om de integriteit van het bestandssysteem op de harde schijf van de printer te controleren eneventuele fouten automatisch te herstellen. Wij raden u aan dit ongeveer elke zes maanden te doen ofwanneer u problemen ondervindt bij de toegang tot bestanden op de harde schijf.Wanneer u een bestandssysteemcontrole wilt uitvoeren, gaat u naar het frontpaneel en drukt u op ,daarna op Preventive maint. tasks > File system check (Instellingen > Preventieve onderhoudstaken >Controle bestandssysteem).Wanneer de printer schade bemerkt aan het bestandssysteem, bijvoorbeeld na een ernstigsoftwareprobleem, start er automatisch een bestandssysteemcontrole.
Dit kan ongeveer 10 minuten duren.PrintermeldingenDe printer kan twee soorten meldingen weergeven:●Fouten: wanneer de printer niet kan afdrukken.●Waarschuwingen: Wanneer er een wijziging moet worden uitgevoerd op de printer, zoals kalibratie,preventief onderhoud of vervanging van een inktcartridge●Advies: Als er een firmware-update beschikbaar is of als de gedownloade firmware klaar is omgeïnstalleerd te worden.Printermeldingen verschijnen op het voorpaneel en in de geïntegreerde webserver.●Voorpaneeldisplay: Het voorpaneel toont de waarschuwingen in de linkerbovenhoek van het scherm(meldingsbalk).Er wordt tegelijk slechts één waarschuwing weergegeven. Als u op de meldingsbalk drukt, worden allehuidige printerwaarschuwingen weergegeven. De waarschuwingslijst kan teruggevouwen worden doorop de onderste rij van de lijst te drukken of deze omhoog te schuiven.18 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWW
Als u op een waarschuwing klikt, wordt de applicatie geopend die het probleem kan verhelpen. Adviesover de firmware-update wordt genegeerd wanneer u de printerapplicatie opent. Zodra het adviesgenegeerd is, wordt er later geen herinnering meer weergegeven over hetzelfde advies (in het geval vanfirmware-updates verschijnt er een nieuwe melding wanneer een nieuwe firmwareversie beschikbaaris). ●Geïntegreerde webserver: De geïntegreerde webserver geeft maar één melding tegelijk weer, namelijkdegene die het meest belangrijk wordt geacht. Na een melding, moet u mogelijk een onderhoudshandeling uitvoeren; zie Hardware-onderhoudop pagina 131. Bij de volgende meldingen moet er een onderhoudstechnicus langskomen:●Service-onderhoudsset 1●Service-onderhoudsset 2●Service-onderhoudsset 3PrinterstatussenDe printer kan in een van de volgende statussen zijn; voor sommige ervan moet worden gewacht.
●Klaar (koud): De printer is ingeschakeld maar heeft nog niet afgedrukt en de verwarmers zijn nog nietaangezet. ●Voorbereiden op afdrukken: De verwarmers van de printer worden opgewarmd en de printkoppenworden voorbereid op het afdrukken. Dit duurt 1 tot 6 min. ●Klaar voor substraat●Klaar voor zijde A/B●Printing●Afdrukken zijde A/B●Drying (Drogen): Dit duurt 1,5 tot 5 min. ●Finishing (Afwerken): De printer koelt af en wordt voorbereid voor stand-by. Dit duurt 0,5 tot 5 min. Als taken van dezelfde afdrukmodus als het al afgedrukte bestand worden verzonden terwijl de printer bezigis met Drying (Drogen) (als de snijder niet is ingeschakeld) of Finishing (Afwerken), gaat de printer naarPreparing to print (Voorbereiden voor afdrukken).
Om tijd tussen de afdrukken te besparen, kunt u taken met dezelfde afdrukmodus (zelfde aantal passages)samenvoegen en de snijder uitschakelen om de Drying (Drogings-) en Finishing(Afwerkings-)fasen over teslaan. Voor een betere doorvoer wordt u aangeraden om nesten te gebruiken om verschillende taken indezelfde workflow af te drukken.
Zelfs als de snijder is ingeschakeld of als achtereenvolgende taken verschillende afdrukmodi gebruiken, ishet beter om ze allemaal af te drukken zonder oponthoud om de tijd voor Preparing to print (Voorbereidenvoor afdrukken) te minimaliseren. Marges wijzigenDe printermarges bepalen de ruimte tussen de randen van de afbeelding en de randen van het substraat. De360-printer met inktverzamelaar kan afdrukken zonder zijmarges (full-bleed). De zijmarges voor een specifieke afdruktaak worden in de RIP-software geselecteerd; als de taak desubstraatbreedte overschrijft, wordt er afgekapt. Het frontpaneel biedt aanvullende instellingen voor de boven- en ondermarges: zie Tabel 11-6 Margesop pagina 179. Deze instellingen gelden alleen voor enkele afdrukken wanneer de snijder niet in gebruik is. De boven- en ondermarges worden niet toegepast tijdens dubbelzijdig afdrukken.
Wanneer u de bovenmarge op het frontpaneel wilt instellen, drukt u op , daarna op Substrate >Substrate handling options > Extra top margin (Instellingen > Substraat > Opties voorsubstraatbehandeling > Extra bovenmarge). Wanneer u de bovenmarge op het frontpaneel wilt instellen, drukt u op , daarna Substrate > Substratehandling options > Extra bottom margin (Instellingen > Substraat > Opties voor substraatbehandeling >Extra ondermarge). OPMERKING: De extra boven- of ondermarge die in het voorpaneel is ingesteld wordt toegepast naast deboven- of ondermarge die in de RIP is geselecteerd. OPMERKING: De zijmarges kunnen worden aangepast in de RIP. De interne afdrukken van de printer aanvragenDe interne afdrukken bieden verschillende soorten informatie over de printer. U kunt deze afdrukkenopvragen via het voorpaneel van de printer. Hiervoor hoeft u geen computer te gebruiken.
Voordat u een interne afdruk opvraagt, moet u controleren of het substraat is geplaatst en dat het berichtReady (Klaar) op het voorpaneel wordt weergegeven.
Als u een interne afdruk wilt afdrukken, drukt u op , daarna op Setup > Internal prints (Instellingen >Installatie > Interne afdrukken) en vervolgens selecteert u het gewenste type interne afdruk. De volgende interne afdrukken zijn beschikbaar:●Usage report (Gebruiksrapport): geeft een schatting weer van het totale aantal afdrukken, het aantalafdrukken per type substraat, het aantal afdrukken per afdrukkwaliteitsoptie en de totale hoeveelheidinktverbruik per kleur. De nauwkeurigheid van deze schattingen is niet gegarandeerd. ●Service information (Service-informatie): biedt informatie voor de onderhoudstechnici. Gebruiksstatistieken van de levensduur controlerenEr zijn twee manieren om de gebruiksstatistieken van uw printer te controleren. OPMERKING: De nauwkeurigheid van de gebruiksstatistieken is niet gegarandeerd. 20 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWW.
●In de geïntegreerde webserver gaat u naar het tabblad Main (Hoofd) en selecteert u History(Geschiedenis) > Usage (Gebruik). Zie Geïntegreerde webserver op pagina 21.●Vanuit het frontpaneel drukt u op , daarna op Setup > Internal prints > User information prints >Print usage report (Instellingen > Installatie > Interne afdrukken > Afdrukken gebruikersinformatie >Gebruiksrapport afdrukken).Geïntegreerde webserverInleiding tot de geïntegreerde webserver:De geïntegreerde webserver is een webserver die in de printer actief is. U kunt deze gebruiken omprinterinformatie te verkrijgen, instellingen en voorinstellingen te beheren, printkoppen uit te lijnen, nieuwefirmware te uploaden en problemen op te lossen.
Onderhoudstechnici kunnen het gebruiken om internegegevens op te halen waarmee ze printerproblemen kunnen vaststellen.U kunt de geïntegreerde webserver op afstand openen via een gewone webbrowser die op een computeraanwezig is. Zie Toegang tot de geïntegreerde webserver op pagina 22.Op het venster van de geïntegreerde webserver worden drie afzonderlijke tabbladen getoond. Knoppen aande bovenkant van iedere pagina bieden toegang tot online hulp en het nabestellen van benodigdheden.HoofdtabbladHet Hoofd-tabblad biedt informatie over de volgende items.NLWW Geïntegreerde webserver 21
●Substraat, inkt, printkop en onderhoudsstatus●Temperatuur van de hardingsmodule●Substraat- en inktgebruik en telgegevensTabblad SetupMet het tabblad Setup kunt u de volgende taken uitvoeren.●Printerinstellingen opgeven zoals maateenheden en vernieuwingsdatum●Netwerk- en beveiligingsinstellingen opgeven●Datum en tijd instellen●Firmware bijwerken●Printkoppen uitlijnen●Substraatvoorinstellingen uploaden●E-mailmeldingen configurerenTabblad OndersteuningMet het tabblad Ondersteuning krijgt u allerlei hulp voor uw printer.●Bladeren door nuttige informatie uit diverse bronnen●Problemen oplossen●HP Designjet-koppelingen voor technische ondersteuning voor uw printer en accessoires●Toegang tot serviceondersteuningspagina's die actuele en historische gegevens van het gebruik van deprinter tonenTabblad NetwerkenVia het tabblad Netwerken kunt u de netwerkconfiguratie van de printer wijzigen.Tabblad Customer Involvement Program (klantbetrokkenheidsprogramma)Via het tabblad Customer Involvement Program kunt u zich aanmelden voor hetklantbetrokkenheidsprogramma en uw deelname configureren.Toegang tot de geïntegreerde webserverGebruik de geïntegreerde webserver om op afstand printerinformatie weer te geven via een gewonewebserver op een computer.De volgende browsers zijn getest op compatibiliteit met de geïntegreerde webserver:●Internet Explorer 7 of hoger voor Windows●Safari 3 of hoger voor Mac OS X●Mozilla Firefox 3,6 en hoger●Google Chrome 7 of later22 Hoofdstuk 1 Inleiding NLWW
Wanneer u de geïntegreerde webserver op een willekeurige computer wilt gebruiken, opent u de webbrowseren typt u het IP-adres van de printer in de adresbalk van de browser. Nadat u op het pictogram (Connectiviteit) hebt gedrukt, verschijnt het IP-adres van de printer op het frontpaneel. Als u deze instructies volgt maar de geïntegreerde webserver niet kunt openen, raadpleegt u Geen toegangtot geïntegreerde webserver op pagina 168. De taal voor de geïntegreerde webserver wijzigenDe geïntegreerde webserver werkt in de volgende talen: Engels, Portugees, Spaans, Catalaans, Frans,Italiaans, Duits, vereenvoudigd Chinees, traditioneel Chinees, Koreaans en Japans. De server gebruikt de taaldie u opgeeft in de webbrowseropties. Als u een niet-ondersteunde taal hebt opgegeven, wordt het Engelsgeselecteerd. Als u een andere taal wilt selecteren, moet u de taalinstelling in uw webbrowser wijzigen.
Als u bijvoorbeeldChrome gebruikt, gaat u naar Instellingen, Taal (in de weergave geavanceerde instellingen). Zorg ervoor datde gewenste taal bovenaan staat in de lijst van het dialoogvenster. of als u Internet Explorer versie 8gebruikt, gaat u naar het menu Extra en selecteert u Internet-opties > Talen. Controleer of de taal die u wiltgebruiken, boven aan de lijst in het dialoogvenster staat. Sluit de webbrowser en open deze opnieuw om de wijziging door te voeren. Toegang tot de printer beperkenIn de geïntegreerde webserver kunt u Setup > Security (Installatie > Beveiliging) selecteren om eenbeheerderswachtwoord in te stellen. Als dit is ingesteld moeten het wachtwoord worden gegeven om devolgende printerfuncties uit te voeren. ●Telgegevens wissen. ●Werk de firmware van de printer bij. ●Wijzig de beveiligingsinstellingen. ●Bekijk beschermde printerinformatie.
Ga voor meer informatie naar de online hulp van de geïntegreerde webserver. Als u het beheerderswachtwoord bent vergeten, kunt u het huidige wachtwoord wissen vanaf hetvoorpaneel: druk op , daarna op Setup > Connectivity > Advanced > Embedded Web Server > ResetEWS password (Instellingen > Installatie > Connectiviteit > Geavanceerd > Geïntegreerde webserver >Wachtwoord opnieuw instellen). Meedoen aan het klantbetrokkenheidsprogrammaU kunt het klantbetrokkenheidsprogramma activeren of deactiveren vanuit de geïntegreerde webserver ofvanuit het frontpaneel van de printer. OPMERKING: Vanuit het frontpaneel, drukt u op , daarna op Setup > Customer Involvement Program(Instellingen > Installatie > Klantbetrokkenheidsprogramma). NLWW Geïntegreerde webserver 23.
Het klantbetrokkenheidsprogramma is een statistisch volgsysteem voor het printergebruik. Het kan ookworden gebruikt om de geschiktheid te bepalen voor sommige op gebruik-gebaseerdebeloningsprogramma's of om het apparaat te controleren dat in verbinding staat met optionele services,zoals proactieve cartridgevervangingen, pay-per-use-contracten of ondersteuningsovereenkomsten(beschikbaarheid verschilt per product, regio en land). Zie het tabblad Klantbetrokkenheidsprogramma vande geïntegreerde webserver voor meer informatie over de verzamelde gegevens of over het gebruik vangegevens door HP. Zodra het klantbetrokkenheidsprogramma wordt geactiveerd, zal uw printer eenmaal perweek automatisch 'momentopnames van het gebruik' via het internet naar HP verzenden en dit zolang hetklantbetrokkenheidsprogramma is geactiveerd.
De momentopnamebestanden worden verzameld op eenopslagserver en worden daarna automatisch verwerkt om relevante gegevens te extraheren die in eengebruikersdatabase zijn opgeslagen Het verzenden van de gegevens interfereert niet met de normalewerking van de printer en vereist geen aandacht van welke aard dan ook. U kunt uw deelname op elk momentbeëindigen, in welk geval de gegevensoverdracht onmiddellijk wordt stopgezet. Op de pagina CIP configuration (CIP-configuratie) van het tabblad Customer Involvement Program(Klantbetrokkenheidsprogramma) kunt u uw deelname aan het klantbetrokkenheidsprogramma starten,beëindigen of wijzigen. Standaard worden alleen anonieme gebruiksgegevens naar HP verzonden, maar ubeschikt over de optie om het serienummer van de printer toe te voegen.
Dit kan nodig zijn voor bepaaldeprogramma's of services, en het kan ons in staat stellen om u te voorzien van een betere productservice enproductondersteuning. Zodra u wijzigingen hebt aangebracht in de instellingen, klikt u op de knop Apply(Toepassen) om deze toe te passen.
Als de test met succes is voltooid, hebt u de configuratie voltooid en kunt u naar een andere geïntegreerdewebserver gaan of het browservenster sluiten. Als de test is mislukt, volgt u de instructies om het probleemte identificeren en te verhelpen.De pagina CIP status and test (Status en test CIP) van het tabblad Customer Involvement Program(Klantbetrokkenheidsprogramma) kan worden gebruikt om de huidige status (geactiveerd of niet, anoniemegegevens of niet) te controleren en een connectiviteitstest uit te voeren om te controleren of de gegevensvan het klantbetrokkenheidsprogramma met succes worden verzonden naar HP.Printerstatus controlerenHet frontpaneel en de geïntegreerde webserver geven beide de status van de printer, het geladen substraaten het inktsysteem weer.Status van het inktsysteem controleren1.
Voor meer informatie klikt u op Click to view details (Klik hier om details te bekijken). Een e-mailbericht over specifieke foutcondities aanvragen1. Ga in de geïntegreerde webserver (zie Toegang tot de geïntegreerde webserver op pagina 22) via hettabblad Setup (Installatie) naar de pagina E-mail server en controleer of de volgende velden correct zijningevuld:●SMTP server (SMTP-server). Dit is het IP-adres van de uitgaande mailserver (Simple Mail TransferProtocol [SMTP]) die alle e-mailberichten van de printer verwerkt. Als de mailserver verificatievereist, kunt u geen e-mailmeldingen instellen. ●Printer E-mail address (Het e-mailadres van de printer). Ieder e-mailbericht dat de printerverzendt, moet een antwoordadres hebben.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met HP Latex 360 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer HP
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer