HP LaserJet 1100A Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van HP LaserJet 1100A (210 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen. Heb je een vraag over HP LaserJet 1100A of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | HP |
| Categorie: | Printer |
| Model: | LaserJet 1100A |
Handleiding HP LaserJet 1100A – volledige tekst
Hewlett-Packard Company11311 Chinden BoulevardBoise, Idaho 83714 V.S.© Copyright Hewlett-Packard Company 1998Alle rechten voorbehouden. Verveelvuldiging, bewerking en vertaling zonder voorafgaande toestemming zijn verboden, behalve voor zover toegestaan volgens de auteurswet. PublicatienummerC4218-90942Eerste druk, oktober 1998 GarantieDe informatie in dit document kan zonder kennisgeving worden veranderd. Hewlett-Packard biedt geen enkele garantie met betrekking tot deze informatie. HEWLETT-PACKARD BIEDT MET NAME GEEN IMPLI-CIETE GARANTIES VOOR VERKOOP-BAARHEID EN DE GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. Hewlett-Packard is niet aansprakelijk voor directe, indirecte, of bijkomende schade of enige andere schade, die het gevolg zou zijn van het verstrekken of het gebruiken van deze informatie of daarmee verband zou houden. HandelsmerkenAdobe is een handelsmerk van Adobe Systems Incorporated.
DUInhoud iii5 ScantakenNaar een fax scannen. 50Gebruik van de Fax-functie. 50Naar e-mail scannen. 52Gebruik van de E-mail-functie. 52Bewerken van gescande tekst (OCR). 53Gebruik van de OCR-functie. 53Gescande tekst of afbeeldingen opslaan. 55Gebruik van de functie Opslaan. 55Afbeelding inscannen. 57Contrast-gevoelige oorspronkelijke documenten. 57Toegang tot de contrastfunctie. 57Gescande afbeeldingen verbeteren. 58Toegang tot de verbeteringsfuncties van afbeeldingen. 58Aantekeningen aan gescande afbeeldingen toevoegen. 59Toegang tot functies voor aantekeningen. 59Scan- of kopieertaken annuleren. 596 KopieertakenOverzicht kopiëren. 62Snelkopieën maken. 62Snelkopie-instellingen. 63Gebruik maken van het bedieningspaneel van de kopieereenheid. 64Ga naar het bedieningspaneel van de kopieereenheid. 64Kopieertaken annuleren. 647 Toner-cassettebeheerToner-cassettes van HP. 66Beleid van HP m. b.
iv InhoudDU8 Oplossen van printerproblemenDe oplossing vinden. 72Pagina's worden niet afgedrukt. 72Pagina's worden afgedrukt, maar. 72Printer lichtjespatronen. 73Foutberichten op het scherm. 76Papierverwerkingsproblemen. 78Afgedrukte pagina is verschillend dan op het scherm. 79Kwaliteit verbeteren. 82Voorbeelden van afdrukfouten. 82Verbeteren van afdrukfouten. 84Schoonmaken van de printer. 88Schoonmaken van het toner-cassettegedeelte. 89Schoonmaken van de papierbaan. 90Papierstoringen in de printer oplossen. 91Verwijderen van een vastzittende pagina. 92Papierstoring: verwijderen van gescheurde stukken papier. 94Vervangen van de papiergrijprol. 95Schoonmaken van de papiergrijprol. 97Opnieuw instellen van de printer. 989 Oplossen van problemen in de Kopieereenheid/ScannerDe oplossing zoeken. 100Problemen met scannen. 100Problemen bij het kopiëren. 100De scanner deed niets.
101Er verscheen geen voorbeeld op het scherm. 103Het gescande beeld is van slechte kwaliteit. 104Een deel van de afbeelding werd niet gescand of er ontbreekt tekst. 106De tekst kan niet bewerkt worden. 107Het scannen duurt te lang. 108Er verschijnen foutberichten op het scherm. 109Er werd geen kopie afgedrukt of de scanner deed niets. 110De kopieën zijn leeg of vaag of er ontbreken beelden. 111De kwaliteit van scannen/kopiëren verbeteren. 113Preventieve stappen. 113Voorbeelden van afwijkende afbeeldingen. 114Scan-/kopie-afwijkingen corrigeren. 115.
DUInhoud vDe scanner kalibreren. 117Toegang verkrijgen tot het kalibratie-hulpprogramma. 117De scanner reinigen. 118Papierstoringen in de scanner opheffen. 119Papierstoringen opheffen. 120Moeilijk bereikbare papierstoringen opheffen. 121De scanner verwijderen. 12210 Service en ondersteuningBeschikbaarheid. 124Het verkrijgen van hardwareservice. 124Richtlijnen voor het opnieuw inpakken van de printer. 125Richtlijnen voor het opnieuw verpakken van de scanner. 126Service-informatieformulier. 127HP-ondersteuning. 128Klantenondersteuning en hulp bij reparatie van het product (V. S. en Canada). 128Europees Klantenondersteuningscentrum. 129Online-diensten. 132Software-hulpprogramma's en elektronische informatie verkrijgen. 133HP directe bestelling voor accessoires of toebehoren. 133HP Support Assistant CD. 133HP-service-informatie. 134HP-ondersteuningspakket. 134HP FIRST.
DUOnderdelen van de printer 5AfdrukpapierinvoerladenAchterste papierinvoerladeDe papierinvoerlade die zich het dichtst bij de achterkant van de printer bevindt, heeft ruimte voor 125 vellen van 70 g/m2 papier of voor een ruim aantal enveloppen.Voorste papierinvoerlade (losse vellen)De papierinvoerlade voor losse vellen moet worden gebruikt wanneer losse pagina's of los afdrukmateriaal zoals enveloppen worden ingevoerd. U kunt door de papierinvoerlade voor losse vellen te gebruiken de eerste pagina op verschillend afdrukmateriaal afdrukken dan de rest.OpmerkingDe printer drukt automatisch af (voorranginvoer) vanuit de papier-invoerlade voor losse vellen alvorens vanuit de papierinvoerlade af te drukken.
6 Hoofdstuk 1 De printer leren kennenDUPapiergeleidersBeide invoerladen hebben papiergeleiders. Papiergeleiders worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het papier op de juiste wijze in de printer wordt gevoerd en dat er niet scheef op wordt afgedrukt (scheve tekst op de pagina). Stel bij het laden van het papier de papiergeleiders bij zodat deze met het af te drukken papier overeenkomen. PapieruitvoerbanenPapieruitvoerbakDe papieruitvoerbak bevindt zich aan de voorkant van de printer. Afgedrukt papier wordt hier in de juiste volgorde verzameld, wanneer de papieruitvoer-hendel omhoog staat.
Gebruik de uitvoerbak wanneer er grote, geordende documenten worden afgedrukt of wanneer u documenten kopieert, zodat het oorspronkelijke document apart van de kopieën wordt gehouden.Vlakke papieruitvoerbaanDe vlakke papieruitvoerbaan komt van pas bij het afdrukken van enveloppen, transparanten, zware afdrukmaterialen en alles dat de neiging heeft tijdens het afdrukken te krullen. Afgedrukt papier stapelt zich in omgekeerde volgorde op als de papieruitvoerhendel naar beneden staat.
8 Hoofdstuk 1 De printer leren kennenDUPapier en ander afdrukmateriaal kiezenHP LaserJet Printers produceren documenten met uitstekende afdrukkwaliteit. U kunt op een keur van afdrukmaterialen afdrukken, zoals papier (met inbegrip van 100% gerecycleerd papier met vezelinhoud) enveloppen, etiketten, transparanten en afdrukmateriaal van speciale formaten. Eigenschappen zoals gewicht, korrel en vochtpercentage zijn belangrijke factoren die invloed uitoefenen op de kwaliteits- en afdrukprestatie van de printer. Gebruik voor de beste afdrukkwaliteit alleen papier van hoge kwaliteit dat voor laserprinters bestemd is. Zie "Papierspecificaties voor de printer" voor gedetailleerde papier- en afdrukmateriaalspecificaties.OpmerkingTest papier altijd eerst alvorens grote hoeveelheden te kopen.
DUPapier in de printer laden 9Papier in de printer ladenPapier moet met de bovenkant naar beneden en met de afdrukkant naar voren worden geladen. Stel de papiergeleiders altijd bij om storingen en het scheef invoeren te voorkomen.VOORZICHTIGHet afdrukken van papier dat gekreukeld, geplooid of beschadigd is, kan storingen veroorzaken. Zie "Papierspecificaties voor de printer".OpmerkingHaal al het papier altijd uit de papierinvoerlade en zet de stapel recht wanneer er nieuw papier wordt toegevoegd. Dit helpt om te voorkomen dat meer vellen papier tegelijkertijd door de printer worden gevoerd en het vermindert papierstoringen. Zie de sticker die u op de printer plaatste toen u de apparatuur installeerde.Specifieke soorten. . .●Transparanten: Laad transparanten met de bovenkant naar beneden en met de afdrukkant naar de voorkant van de printer.
10 Hoofdstuk 1 De printer leren kennenDUUitzetten van de voedingBij printers die een voeding van 100-127 V eisen moet de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact worden getrokken om de voeding uit te zetten. Printers die 220-240 V eisen kunnen worden uitgeschakeld (de schakelaar bevindt zich aan de linkerkant van de voedingsstekker) of de stekker van de voedingskabel kan uit het stopcontact worden getrokken.OpmerkingWanneer er ongeacht om welke reden binnenin de printer wordt gewerkt, wordt het aanbevolen om veiligheidshalve de stekker van de voedingskabel uit de voedingsbron te trekken.
DUVoltage-omzettingen 11Voltage-omzettingenHP LaserJet Printers worden voor verschillende landen volgens verschillende specificaties geproduceerd. Vanwege deze verschillen beveelt HP het niet aan om producten die binnen de Verenigde Staten zijn verkocht naar een ander land te vervoeren.Naast de bezorgdheden over de verschillende voltages van voedings-systemen, kan het land van uiteindelijke bestemming verschillende invoer- en uitvoerbeperkingen, voedingsfrequenties en wettelijke voorschriften hebben.OpmerkingDe serie HP LaserJet Printers moet door een erkend reparatiebedrijf of door een erkende wederverkoper worden onderhouden in het land van oorspronkelijke printeraankoop.Vanwege de verschillende specificaties en beperkingen in garantiedekking biedt Hewlett-Packard geen omzetting aan en ondersteunt geen omzetting van een V.S.
12 Hoofdstuk 1 De printer leren kennenDUToegang tot printereigenschappen (driver) en HelpDit gedeelte biedt informatie over de volgende onderwerpen:●Printereigenschappen (driver)●Online-Help van de printerPrintereigenschappen (driver)Printereigenschappen besturen de printer en stellen u in staat om standaard instellingen te veranderen, zoals het papierformaat, het aan beide kanten afdrukken van de pagina (handmatig dubbelzijdig afdrukken), het afdrukken van meer pagina's op één los vel papier (N-op-een-vel afdrukken), de resolutie, watermerken en het printergeheugen. U verkrijgt op twee manieren toegang tot printereigenschappen:●Via de softwaretoepassing van waaruit u afdrukt. (Voor het veranderen van instellingen voor het huidig gebruik van de softwaretoepassing.)●Het gebruik van het Windows® besturingssysteem.
(Voor het veranderen van de standaard instellingen voor alle toekomstige afdruktaken.)OpmerkingOmdat veel softwaretoepassingen een verschillende methode gebruiken om toegang tot printereigenschappen te verkrijgen, beschrijven wij gemeenschappelijke methoden die in Windows 9x en NT® 4.0 en Windows 3.1x worden gebruikt.
Veel van de eigenschappen in Windows NT bevinden zich ook in het menu Standaardwaarden document.Windows 3.1x●De instellingen voor de huidig gebruikte softwaretoepassing veranderen: Klik op het menu Bestand in de softwaretoepassing en op Afdrukken, klik op Printers, en vervolgens op Opties. (De te nemen stappen kunnen tussen softwaretoepassingen verschillen; dit is de meestvoorkomende methode.)●De standaard instellingen voor alle toekomstige afdruktaken veranderen: Dubbelklik in het Configuratiescherm van Windows op Printers, markeer de printer en klik vervolgens op Instelling.
DUAfdrukken van een zelftest-pagina 15Afdrukken van een zelftest-paginaEen zelftest-pagina geeft o.a. alle printerconfiguratie-instellingen, scanner-hulpstukcontrole, een voorbeeld van de afdrukkwaliteit, informatie over het aantal afgedrukte pagina's en het aantal gescande en gekopieerde pagina's. Een zelftest-pagina helpt u ook om te controleren of de printer juist afdrukt.Druk op de knop Start op het bedieningspaneel van de printer en laat deze weer los om een zelftest-pagina af te drukken terwijl de printer in de stand Klaar staat. Druk op de knop Start, indien de printer in de modus PowerSave staat en laat deze weer los om de printer aan te zetten en druk vervolgens voor de tweede keer op de knop Start en laat deze weer los.
18 Hoofdstuk 2 De Kopieereenheid/scanner leren kennenENFuncties en voordelen van de scannerScannenGebruik HP software om uw kantoortaken te vereenvoudigen:●Faxen●E-mailen●Tekst bewerken (OCR)●Documenten elektronisch opslaanKopiërenMaak snelkopieën wanneer u uw meestvoorkomende soort oorspronkelijke document kopieert. Gebruik het bedieningspaneel van de kopieereenheid om aan te passen en om vele kopieën te maken.●Eenvoudig en gemakkelijk (Snelkopie)• Laad het oorspronkelijke document en druk op een enkele knop●Krachtige kopieersoftware (Bedieningspaneel van kopieereenheid)• Maak vele kopieën• Verwijder spikkels• Rechtzetten• Stel contrast bij
20 Hoofdstuk 2 De Kopieereenheid/scanner leren kennenENDocument-assistent (Windows 9x en NT 4.0)De Document-assistent is snel en gemakkelijk en kan veel van uw routine kantoorwerkzaamheden vergemakkelijken:●Kopiëren●Opslaan en beheren van gescande tekst en afbeeldingen●Scannen naar e-mail●Scannen naar een fax●Bewerken van gescande tekst (OCR)Maak goed gebruik van de Document-assistent.OpmerkingDocument-assistent is niet beschikbaar voor Windows 3.1x besturingssystemen.Toegang tot Document-assistent1 Klik op Start, dat zich op de taakbalk bevindt.2 Klik op Programma's.3 Klik op HP LaserJet 1100.4 Klik op Document-assistent.5 Een HP pictogram verschijnt op de taakbalk. Klik op het HP pictogram om de Document-assistent op uw computerscherm weer te geven.OpmerkingKlik rechts op het HP pictogram om de Document-assistent te sluiten en klik op Sluiten Document-assistent.
de volgende taken uitvoeren:●Kopiëren●Afbeeldingen scannen (of een afbeelding verkrijgen van een apparaat dat aan de TWAIN-norm voldoet)●Gescande afbeeldingen opslaan en beheren●Gescande afbeeldingen naar een fax sturen (een faxsoftwaretoepassing moet op uw computer zijn geïnstalleerd)●Gescande afbeeldingen naar e-mail sturen (een e-mail-softwaretoepassing moet op uw computer zijn geïnstalleerd)●Gescande tekst naar een toepassing voor tekstverwerking sturen om te bewerken (OCR)●In afbeeldingen verbeteringen aanbrengen●Aantekeningen toevoegenOpmerkingU kunt vanuit elke softwaretoepassing (elektronisch) naar het LaserJet Document-bureauprogramma afdrukken.
Deze functie stelt u in staat om alle functies van het LaserJet Document-bureauprogramma op documenten te gebruiken die met uw favoriete bureaubladtoepassing voor publiceren en tekstverwerking zijn gemaakt, zodat u zich tijd bespaart en niet eerst een afdruk moet maken om vervolgens te scannen. De online-Help biedt meer informatie over het LaserJet Document-bureauprogramma. Zie "Toegang tot online-Help".Toegang tot het LaserJet Document-bureauprogramma (Windows 9x en NT 4.0)1Klik op Start, dat zich op de Windows taakbalk bevindt.2Klik op Programma's.3Klik op HP LaserJet 1100.4Klik op LaserJet Document-bureauprogramma.
22 Hoofdstuk 2 De Kopieereenheid/scanner leren kennenENToegang tot het LaserJet Document-bureauprogramma (Windows 3.1x)1 Dubbelklik vanuit Programmabeheer op het HP LaserJet 1100 pictogram.2 Dubbelklik LaserJet Document-bureauprogramma.Snelkopie-instellingenDe Snelkopie-functie stelt u in staat om constante en gemakkelijke kopieën te maken. Het is niet eens nodig dat uw computer aan staat.
Stel de instellingen bij zodat het meestvoorkomende oorspronkelijke document dat u kopieert is weergegeven; het is niet nodig deze instellingen weer te veranderen.Zie "Snelkopieën maken" voor instructies over het vlug maken van kopieën en voor het bijstellen van de standaard Snelkopie-instellingen.Bedieningspaneel van de kopieereenheidGebruik het bedieningspaneel van de kopieereenheid wanneer er volledige kopieermogelijkheden nodig zijn of wanneer uw oorspronkelijke document verschilt van uw meestvoorkomende kopieerwerk. Beschouw het bedieningspaneel van de kopieereenheid als uw persoonlijk kopieerapparaat. Met het bedieningspaneel van de kopieereenheid hebt u het kopieerapparaat bij de hand.Zie "Gebruik maken van het bedieningspaneel van de kopieereenheid" voor instructies ter verkrijging van toegang tot en het gebruik van het bedieningspaneel van de kopieereenheid.
DUDe software leren kennen 23LaserJet ToolboxDe LaserJet Toolbox stelt u in staat om uw software-oplossing aan te passen om aan uw behoeften te voldoen.●Verander de Snelkopie-instellingen●Configureer eigenschappen voor Document-assistent●Configureer eigenschappen voor het LaserJet Document-bureauprogramma●Sluit de netwerkscanner aanDe LaserJet Toolbox stelt u ook in staat om het volgende te doen:●De scanner kalibreren●Toegang verkrijgen tot de online-gebruikershandleiding (deze handleiding)●Toegang verkrijgen tot online-HelpOpmerkingDe LaserJet Toolbox is niet beschikbaar voor Windows 3.1x besturingssystemen. Er kan echter tot veel van de functies van de LaserJet Toolbox toegang worden verkregen via de HP LaserJet 1100 Programmagroep.Toegang tot de LaserJet Toolbox (Windows 9x en NT 4.0)U verkrijgt toegang tot de LaserJet Toolbox vanuit Document-assistent: Klik opExtra.
24 Hoofdstuk 2 De Kopieereenheid/scanner leren kennenENKopieer-/scanneronderdelen OpmerkingZie "De scanner verwijderen" om de scanner van de printer te verwijderen.Scannerbedieningspaneel●Kopiëren: Druk op de knop Kopiëren om Snelkopieën te maken; het is niet nodig dat uw computer aan staat.●Scannen: Druk op de knop Scannen om de software te starten. Indien deze juist geconfigureerd is, kunt u de volgende taken uitvoeren:• Naar een fax scannen• Naar e-mail scannen• Documenten elektronisch opslaan• Tekst bewerken (OCR)• Veel en aangepaste kopieën makenOpmerkingDruk beide knoppen tegelijk in om een scan- of kopieertaak te annuleren. 1. Scanner bedieningspaneel2. Papierinvoerlade3. Papiergeleiders4. Papierondersteuning5. Voorklepontgrendelknop6. Papieruitvoerbaan7. Scannerhulpstukhendel8. Voorklep van de scanner81234567KopieScan
DUKopieer-/scanneronderdelen 25Papierinvoerlade, -geleiders en -uitvoerbaan van de scannerDe papierinvoerlade van de scanner bevindt zich aan de voorkant, bovenop de scanner. De papiergeleiders bevinden zich binnenin de papierinvoerlade en worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het papier of het afdrukmateriaal juist in de scanner wordt ingevoerd en om scheef afdrukken te voorkomen (scheve afbeelding).VOORZICHTIGPapier en afdrukmateriaal kunnen papierstoringen veroorzaken indien deze niet juist worden geladen, waardoor schade aan het oorspronkelijke document wordt veroorzaakt dat u aan het scannen of kopiëren bent. Zie "Oorspronkelijke documenten in de kopieereenheid/scanner laden". Voorklep van de scannerMaak de voorklep van de scanner open om papierstoringen te verwijderen of om de scanner schoon te maken. De voorklep van de scanner bevindt zich aan de voorkant van de scanner.
Maak de voorklep van de scanner open door eerst op de knop aan de rechter bovenkant te drukken, om het veerslot los te maken,en pak vervolgens voorzichtig de voorklep vast en trek deze naar u toe. Druk de voorklep gewoon omhoog, naar de scanner toe, tot er een klik wordt gehoord, om deze te sluiten.
26 Hoofdstuk 2 De Kopieereenheid/scanner leren kennenENOndersteunde papierformaten en -soorten (afdrukmaterialen)De kopieereenheid/scanner van de HP LaserJet 1100 kan een grotere reeks papierformaten en meer soorten afdrukmaterialen verwerken dan de printer.●Grootste: 216 bij 762 mm●Kleinste: 50,8 bij 90 mmU kunt bovendien veel verschillende papiersoorten en afdrukmaterialen scannen en kopiëren die typisch niet voor het afdrukken worden gebruikt, zoals kranten, foto's, zakelijke kwitanties en visitekaartjes.OpmerkingKleine of gevoelige oorspronkelijke documenten, zoals visitekaartjes of kranten, kunnen een documenthouder nodig hebben om juist door de kopieereenheid/scanner te worden gevoerd. U kunt een documenthouder maken door de voorkant van het oorspronkelijke document met plakband aan een gewoon vel papier te hechten.Zie "Voorzorgsmaatregelen voor het kopiëren en scannen".
DUVoorzorgsmaatregelen voor het kopiëren en scannen 27Voorzorgsmaatregelen voor het kopiëren en scannenU moet niets in de kopieereenheid/scanner stoppen dat zich in het invoermechanisme zou kunnen vastzetten of het beschadigen.
Neem de volgende voorzorgsmaatregels in acht om het mogelijke vastzitten of beschadigen van het invoermechanisme zoveel mogelijk te verminderen:●Verwijder plakkertjes.●Verwijder nietjes en paperclips.●Maak alle krullen en plooien recht in het te scannen oorspronkelijke document.●Scan en kopieer geen enkel origineel document met lijm, corrigeermiddel of met natte inkt.●Scan en kopieer geen papier, etiketten en oorspronkelijke stukken die aan de achterkant van een hechtmiddel zijn voorzien.●Maak geen kopieën van, en scan geen oorspronkelijke stukken met scheuren, perforaties of defecten die een papierstoring kunnen veroorzaken.Wordt vervolgd op de volgende pagina.●Voer oorspronkelijke stukken van onregelmatige afmetingen één-voor-één in.●Scan geen oorspronkelijke stukken die groter of kleiner zijn dan het ondersteunde formaat.
Zie "Ondersteunde papierformaten en -soorten (afdrukmaterialen)".OpmerkingKleine of gevoelige oorspronkelijke stukken, zoals een visitekaartje of een krant, kunnen een documenthouder nodig hebben om juist door de kopieereenheid/scanner te worden gevoerd. U kunt een documenthouder maken door de voorkant van het oorspronkelijke document met plakband aan een gewoon vel papier te hechten.OpmerkingScannen en kopiëren met de juiste resolutie en grijsschaalinstellingen voor uw taak is belangrijk om goede resultaten te krijgen. Zie "Scannerresolutie en grijsschaal" om meer over resolutie en grijsschalen te leren.
28 Hoofdstuk 2 De Kopieereenheid/scanner leren kennenENOorspronkelijke documenten in de kopieereenheid/scanner laden1 Laad het oorspronkelijke document met de smalle kant naar beneden en met de te scannen kant naar de voorkant van de scanner.2 Stel de papiergeleiders bij.3 Druk op de knop Scannen op de scanner of druk op de knop Kopiëren om een snelkopie te maken.OpmerkingHaal altijd alle oorspronkelijke documenten uit de invoerlade en zet de stapel recht wanneer er nieuwe oorspronkelijke documenten worden toegevoegd.VOORZICHTIGKleine oorspronkelijke documenten veroorzaken een papierstoring indien deze niet juist zijn geladen. OpmerkingIndien er tekst wordt verwerkt (OCR) moet het oorspronkelijke document met de tekst horizontaal en omgekeerd worden geladen. Zie "Bewerken van gescande tekst (OCR)" voor meer informatie.
DUToegang tot online-Help 29Toegang tot online-HelpGebruik één van de drie onderstaande methoden voor het verkrijgen van toegang tot HP LaserJet 1100 Online-Help:●Programmagroep:•Windows 9x en NT 4.0: Klik op Start, op Programma's, op HP LaserJet 1100, en vervolgens op LaserJet 1100 online-Help.•Windows 3.1x: Dubbelklik vanuit Programmabeheer op het HP LaserJet 1100 pictogram en dubbelklik vervolgens LaserJet 1100 Online-Help.OpmerkingDocument-assistent is niet beschikbaar voor Windows 3.1x besturingssystemen.●Document-assistent: Klik op Extra, en klik vervolgens op Help.●LaserJet Document-bureauprogramma: Klik op Help op het hoofdmenu.
32 Hoofdstuk 3 AfdrukmateriaalDUAfdrukken van transparantenGebruik alleen transparanten die voor het gebruik in laserprinters worden aanbevolen, zoals transparanten van HP. Zie "Papierspecificaties voor de printer".VOORZICHTIGInspecteer de transparanten om er zeker van te zijn dat zij niet gekreukeld of gekruld zijn en dat zij geen gescheurde kanten hebben.1 Zet de papieruitvoerhendel in de stand naar beneden.2 Laad de transparanten met de bovenkant naar beneden en met de afdrukkant (ruwe kant) naar de voorkant van de printer. Stel de papiergeleiders bij.3 Druk de transparanten af en verwijder deze vervolgens van de voorkant van de printer om te voorkomen dat zij aan elkaar kleven. Leg de afgedrukte transparanten op een plat oppervlak.
DUAfdrukken van enveloppen 33Afdrukken van enveloppenVOORZICHTIGGebruik alleen enveloppen die voor laserprinters worden aanbevolen. Zie "Papierspecificaties voor de printer".1Zet de papieruitvoerhendel in de stand naar beneden.2Laad de enveloppen met de smalle kant, de kant van de postzegel, naar beneden en met de afdrukkant naar de voorkant van de printer. Stel de papiergeleiders bij om met de envelop overeen te komen.3Selecteer in de softwaretoepassing het juiste formaat envelop. Toegang tot deze instelling kan worden verkregen via printereigenschappen. Zie "Printereigenschappen (driver)".4Druk af.
34 Hoofdstuk 3 AfdrukmateriaalDUAfdrukken van etikettenGebruik alleen etiketten die voor laserprinters worden aanbevolen, zoals HP LaserJet etiketten. Zie "Papierspecificaties voor de printer".VOORZICHTIGGebruik geen etiketten die zich van het achterblad aan het losmaken zijn, of die op enige wijze gekreukeld of beschadigd zijn. Voer een vel etiketten niet tweemaal door de printer. Het hechtmiddel aan de achterkant is voor één doorvoer door de printer ontworpen. Gebruik ook geen etiketten met voortdurende toevoer of etiketten die vocht nodig hebben om te plakken.1 Zet de papieruitvoerhendel in de stand naar beneden.2 Laad met de bovenkant naar beneden en met de afdrukkant naar de voorkant van de printer. Stel de papiergeleiders bij op de breedte van het vel met etiketten.
DUAfdrukken van briefhoofdpapier 35Afdrukken van briefhoofdpapier1Laad het papier met de bovenkant naar beneden en met de afdrukkant naar de voorkant van de printer. Stel de papiergeleiders bij op de breedte van het papier.2Druk af.Laad het briefhoofdpapier in de papierinvoerlade voor een los vel en laad het standaard papier in de invoerlade voor meerdere vellen om briefhoofdpapier voor één vel af te drukken, gevolgd door een document van meerdere pagina's. De printer drukt standaard eerst vanuit de papierinvoerlade voor één los vel af. Briefhoofdpapier gevolgd door document. Gebruik beide invoerladen.
36 Hoofdstuk 3 AfdrukmateriaalDUAfdrukken van kaartenDe HP LaserJet 1100 ondersteunt geen papier dat kleiner is dan 76 bij 127 mm (3 bij 5 inch). Zorg vóór het laden dat de kaarten niet aan elkaar kleven.1 Zet de papieruitvoerhendel in de stand naar beneden.2 Laad de kaarten met de smalle kant naar beneden en met de afdrukkant naar de voorkant van de printer. Stel de papiergeleiders bij om met de kaarten overeen te komen. 3 Selecteer het juiste kaartformaat in de gebruikte software-toepassing. (Software-instellingen kunnen printereigenschappen tenietdoen.)4 Druk het document af.
38 Hoofdstuk 4 AfdruktakenDUAfdrukken met handinvoerGebruik handinvoer wanneer er gemengde afdrukmaterialen worden gebruikt, zoals een envelop, dan een brief, dan een envelop, enz. Laad de envelop in de papierinvoerlade voor losse vellen en laad briefhoofdpapier in de invoerlade voor meerdere vellen. Gebruik ook handinvoer om uw privacy te beschermen wanneer er naar een netwerkprinter wordt afgedrukt.Om met handinvoer af te drukken gaat u naar de printereigen-schappen of naar printersetup in uw softwaretoepassing en selecteert u Handinvoer op het rolmenu Bron. Zie "Printereigenschappen (driver)". Nadat de instelling is geactiveerd, moet u om af te drukken elke keer op de knop Start (knipperend) drukken.
Afdrukken aan beide kanten van het papier(handmatig dubbelzijdig afdrukken)39DU Afdrukken aan beide kanten van het papier (handmatig dubbelzijdig afdrukken)Om aan beide kanten van het papier af te drukken (handmatig dubbelzijdig afdrukken) moet u het papier twee keer door de printer voeren. U kunt afdrukken door de papieruitvoerbak of de vlakke papieruitvoerbaan te gebruiken. HP beveelt aan om de papieruitvoerbak voor lichtgewicht papier te gebruiken.
Gebruik de vlakke papieruitvoerbaan voor alle zware afdrukmaterialen of voor afdrukmaterialen die de neiging hebben tijdens het afdrukken te krullen, zoals enveloppen en kaarten.●Handmatig dubbelzijdig afdrukken met de papieruitvoerbak (standaard)●Handmatig dubbelzijdig afdrukken (speciaal) zwaar afdrukmateriaal, kaartenOpmerkingHandmatig dubbelzijdig afdrukken kan ertoe bijdragen dat de printer sneller vuil wordt en de afdrukkwaliteit vermindert. Zie "Schoonmaken van de printer" als de printer vuil wordt.
40 Hoofdstuk 4 AfdruktakenDUHandmatig dubbelzijdig afdrukken met de papieruitvoerbak (standaard) 1 Zet de papieruitvoerhendel in de stand omhoog.2 Ga naar printereigenschappen. Zie "Printereigenschappen (driver)". Klik op de Afwerking tab op Handmatig dubbelzijdig afdrukken (standaard), en klik vervolgens op OK. Druk het document af. 3 Haal na het afdrukken van kant één het overgebleven papier uit de papierinvoerlade en leg het opzij tot u klaar bent met de afdruktaak die handmatig dubbelzijdig afgedrukt moet worden. 4 Verzamel de aan één kant afgedrukte pagina's, draai de stapel met de klok mee en zet de stapel recht alvorens deze weer in de papierinvoerlade terug te zetten. Wanneer er opnieuw is geladen, moet pagina één omgekeerd naar beneden zijn gericht en zich het dichtst bij de achterkant van de printer bevinden.
(De afgedrukte kant moet naar de achterkant van de printer zijn gericht.)Klik op OK (op het scherm) en wacht vervolgens op het afdrukken van de pagina's.1234
Afdrukken aan beide kanten van het papier(handmatig dubbelzijdig afdrukken)41DU Handmatig dubbelzijdig afdrukken (speciaal) zwaar afdrukmateriaal, kaarten Gebruik de vlakke papieruitvoerbaan voor zwaar afdrukmateriaal (kaarten, enz.).1 Zet de papieruitvoerhendel in de stand omlaag.2 Ga naar printereigenschappen. Zie "Printereigenschappen (driver)". Klik op de Afwerking tab op Handmatig dubbelzijdig afdrukken (speciaal), en klik vervolgens op OK. Druk het document af. 3 Haal nadat kant één is afgedrukt het overgebleven papier uit de papierinvoerlade en leg het opzij tot u klaar bent met uw werk voor het handmatig dubbelzijdig afdrukken. 4 Verzamel de aan één kant afgedrukte pagina's, draai de stapel en zet de stapel recht alvorens deze weer terug te leggen in de papierinvoerlade.
Wanneer er opnieuw is geladen, moet pagina één omgekeerd naar beneden zijn gericht en zich het dichtst bij de voorkant van de printer bevinden. (De afgedrukte kant moet naar de achterkant van de printer zijn gericht.)Klik op OK (op het scherm) en wacht vervolgens op het afdrukken van de pagina's. 1234
42 Hoofdstuk 4 AfdruktakenDUAfdrukken van watermerkenDe watermerkoptie stelt u in staat om tekst "onder" (op de achtergrond) van een bestaand document af te drukken. U kunt bijvoorbeeld grote grijze letters met de tekst "klad" of "vertrouwelijk" willen hebben, die diagonaal over de eerste pagina of over alle pagina's van een document worden afgedrukt. Toegang tot de watermerkfunctie1 Ga vanuit uw softwaretoepassing naar de printereigenschappen. Zie "Printereigenschappen (driver)".2 U kunt op de Afwerking tab het type watermerk specificeren dat u op uw document wilt afdrukken.
DUMeerdere pagina's op één vel papier afdrukken (N-per-vel) 43Meerdere pagina's op één vel papier afdrukken (N-per-vel)U kunt het aantal pagina's selecteren dat u op één vel papier wilt afdrukken. Indien u besluit om meer dan één pagina per vel af te drukken, verschijnen de pagina's in verkleind formaat en worden ze op het vel in zodanige volgorde gearrangeerd zoals zij anders zouden zijn afgedrukt. Geef maximaal 9 pagina's per vel papier aan. Toegang tot de functie voor meer pagina's per vel1Ga vanuit uw softwaretoepassing naar printereigenschappen. Zie "Printereigenschappen (driver)".2Op de Afwerking tab en op Documentopties kunt u het aantal pagina’s per vel specificeren die u wilt afdrukken.
44 Hoofdstuk 4 AfdruktakenDUAfdrukken van boekjes U kunt boekjes op briefpapier-, Legal-, Executive- of op papier van A4-formaat afdrukken.1 Laad het papier en zet vervolgens de papieruitvoerhendel in de stand omhoog.2 Ga vanuit uw softwaretoepassing naar de printereigenschappen. Zie "Printereigenschappen (driver)". Klik op de Afwerking tab op Boekje afdrukken en klik vervolgens op OK. Druk het document af.3 Haal het overgebleven papier uit de invoerlade nadat kant één is afgedrukt, en leg het opzij tot uw werk met het boekje is voltooid.4 Verzamel de pagina's met kant één, draai deze met de klok mee en zet de papierstapel recht.Wordt vervolgd op de volgende pagina. 1234
46 Hoofdstuk 4 AfdruktakenDUAnnuleren van de afdruktaakEen afdruktaak kan vanuit een softwaretoepassing of vanuit een afdrukwachtrij worden geannuleerd:●Haal het overgebleven papier uit de printer: Dit stopt de printer onmiddellijk. Gebruik één van de volgende twee opties nadat de printer is gestopt.●Softwaretoepassing: Er verschijnt kort een dialoogvenster op uw scherm dat u de optie geeft om de afdruktaak te annuleren.●Afdrukwachtrij: Indien een afdruktaak in een wachtrij staat om afgedrukt te worden (computergeheugen) of in een afdruk-spooler, annuleert u daar de taak. Ga naar uw Printer scherm óf via het Configuratiescherm van Windows (Windows 3.1x) óf via Start, Instellingen, Printers in Windows 9x en NT 4.0.
Dubbelklik op het HP LaserJet 1100 pictogram om het venster te openen, selecteer uw afdruktaak, en druk vervolgens op Verwijderen.Indien de lichtjes op het bedieningspaneel voortdurend blijven knipperen nadat een afdruktaak is geannuleerd, is de computer nog steeds bezig met het sturen van de taak naar de printer. Verwijder óf de taak uit de afdrukwachtrij óf wacht tot de computer klaar is met het sturen van data. De printer gaat terug naar de stand Klaar.
DUVeranderen van afdrukkwaliteitsinstellingen 47Veranderen van afdrukkwaliteitsinstellingenAfdrukkwaliteitsinstellingen hebben invloed op bijvoorbeeld de hoeveelheid licht of donker in de afdruk op de pagina en de stijl waarin u illustraties wilt afdrukken.U kunt de instellingen in printereigenschappen veranderen om deze overeen te doen komen met de taken die u aan het afdrukken bent. De mogelijke instellingen zijn als volgt:●Beste kwaliteit●Sneller afdrukken●LaserJet III-compatibiliteit●Aangepast●EconoMode (toner-besparing)U hebt toegang tot deze instellingen via de Afwerking tab onder Afdrukkwaliteit in printereigenschappen.OpmerkingGa naar eigenschappen via het menu Start op de taakbalk om de afdrukkwaliteitsinstellingen voor alle toekomstige afdruktaken te veranderen.
Ga naar eigenschappen via het menu Afdrukinstelling in de toepassing van waaruit u aan het afdrukken bent om alleen de afdrukkwaliteitsinstellingen voor de huidige in gebruik zijnde software-toepassing te veranderen. Zie "Printereigenschappen (driver)".
50 Hoofdstuk 5 ScantakenENNaar een fax scannenMet Document-assistent of het LaserJet Document-bureauprogramma naar fax scannen. U kunt de eigenschappen voor deze functie binnen de LaserJet Toolbox veranderen. Zie "LaserJet Toolbox".Gebruik van de Fax-functie1 Laad het oorspronkelijke document met de smalle kant naar beneden en met de te scannen kant naar de voorkant van de scanner.2 Stel de papiergeleiders bij.3 Druk op de knop Scannen op de scanner.Windows 9x en NT 4.0De Document-assistent start automatisch nadat de knop Scannen is ingedrukt.1 Klik op Fax in de Document-assistent.2 Het oorspronkelijke document wordt gescand en de faxsoftwaretoepassing op uw computer wordt automatisch gestart en u wordt om een adres gevraagd. Als dit eenmaal is opgegeven, drukt de faxsoftwaretoepassing (elektronisch) het document naar de faxpoort op uw computer af.
DUNaar een fax scannen 51Windows 3.1xNadat de knop Scannen is ingedrukt, start het LaserJet Document-bureauprogramma automatisch en wordt het oorspronkelijke document gescand.1Verander de afbeelding, waar nodig, door: bij te snijden, aan te passen, aantekeningen toe te voegen, enz.2Klik op de afbeelding en sleep deze naar het fax pictogram of klik op Bestand, op Verzenden naar, en vervolgens op Fax. Uw faxsoftwaretoepassing start en vraagt om een adres. Als dit eenmaal is opgegeven, drukt de faxsoftwaretoepassing (elektronisch) het document naar de faxpoort op uw computer af.OpmerkingIndien het fax-pictogram niet aanwezig is of non-actief is, hebt u óf geen faxsoftwaretoepassing op uw computer geïnstalleerd óf de toepassing werd tijdens de installatie niet door de scannersoftware herkend.
52 Hoofdstuk 5 ScantakenENNaar e-mail scannenScan naar e-mail, met de Document-assistent of het LaserJet Document-bureauprogramma. U kunt de eigenschappen voor deze functie in de LaserJet Toolbox veranderen.
Zie "LaserJet Toolbox".Gebruik van de E-mail-functie1 Laad het oorspronkelijke document met de smalle kant naar beneden en met de te scannen kant naar de voorkant van de scanner.2 Stel de papiergeleiders bij.3 Druk op de knop Scannen op de scanner.Windows 9x en NT 4.0De Document-assistent start automatisch nadat de knop Scannen is ingedrukt.1 Klik op E-mail in de Document-assistent.2 Het oorspronkelijke document wordt gescand en de e-mail-softwaretoepassing van uw computer start met de gescande afbeelding automatisch als bestand verbonden.Windows 3.1xNadat de knop Scannen is ingedrukt, start het LaserJet Document-bureauprogramma automatisch en wordt het oorspronkelijke document gescand.1 Verander de afbeelding, waar nodig, door: bij te snijden, aan te passen, aantekeningen toe te voegen, enz.2 Klik op de afbeelding en sleep deze naar het e-mail pictogram of klik op Bestand, op Verzenden naar en vervolgens op E-mail.
Uw-e-mail-softwaretoepassing wordt gestart met de gescande afbeelding automatisch als een bestand aan een bericht verbonden.OpmerkingIndien het e-mail-pictogram niet aanwezig is of non-actief is, hebt u óf geen e-mail-softwaretoepassing op uw computer geïnstalleerd óf de toepassing is tijdens de installatie niet door de scannersoftware herkend. Zie online-Help om een verbinding naar uw e-mail-softwaretoepassing te maken: "Toegang tot online-Help".
DUBewerken van gescande tekst (OCR) 53Bewerken van gescande tekst (OCR)Gebruik de functie "Bewerken" om tekst te bewerken. U kunt faxen, brieven, notities van vergaderingen, krantenknipsels en veel andere documenten bewerken. Wanneer er gescande tekst wordt bewerkt, leest een OCR-toepassing (Optical Character Recognition) de tekst en deze toepassing stelt u in staat om de gescande tekst in een tekstverwerkingsprogramma te importeren waar u uw bewerkingen kunt uitvoeren. U kunt de eigenschappen voor deze functie in de LaserJet Toolbox veranderen. Zie "LaserJet Toolbox".Gebruik van de OCR-functie1Laad het oorspronkelijke document met de smalle kant naar beneden en met de te scannen kant naar de voorkant van de scanner.
54 Hoofdstuk 5 ScantakenENWindows 3.1xNadat de knop Scannen is ingedrukt, start het LaserJet Document-bureauprogramma automatisch en wordt het oorspronkelijke document gescand.1 Draai de afbeelding, waar nodig.2 Klik op de afbeelding en sleep het naar het pictogram van uw tekstverwerker en klik op Bestand, op Verzenden naar en klik vervolgens op de naam van uw tekstverwerkingsprogramma. Uw softwaretoepassing voor uw tekstverwerker start met de gescande, optisch gelezen afbeelding klaar om te bewerken.3 Controleer de spelling van uw document.OpmerkingIndien het pictogram voor tekstverwerking niet aanwezig is of non-actief is, hebt u óf geen softwaretoepassing voor tekstverwerking op uw computer geïnstalleerd óf de toepassing werd tijdens de installatie niet door de scannersoftware herkend.
DUGescande tekst of afbeeldingen opslaan 55Gescande tekst of afbeeldingen opslaanUw HP software stelt u in staat om snel gescande afbeeldingen in een gekozen directory op te slaan; dit bespaart u tijd doordat u rechtstreeks toegang tot uw bestandsbeheersysteem hebt. Sla gescande afbeeldingen met Document-assistent of met het HP LaserJet Document-bureauprogramma op. U kunt de eigenschappen van deze functie in de LaserJet Toolbox veranderen.
Zie "LaserJet Toolbox".Gebruik van de functie Opslaan1Laad het oorspronkelijke document met de smalle kant naar beneden en met de te scannen kant naar de voorkant van de scanner.2Stel de papiergeleiders bij.3Druk op de knop Scannen op de scanner.Windows 9x en NT 4.0De Document-assistent start automatisch nadat de knop Scannen is ingedrukt.1Klik op Opslaan in de Document-assistent.2Het oorspronkelijke document wordt gescand en uw softwaretoepassing voor tekstverwerking start automatisch met de gescande afbeelding opgeslagen op uw bureaublad.3Verander de afbeelding, waar nodig, door: bij te snijden, aan te passen, aantekeningen toe te voegen, enz. 4Sleep de afbeelding naar de door u gekozen directory die zich aan de linkerkant van het LaserJet Document-bureauprogramma bevindt of klik op Bestand, op Verplaatsen, en selecteer vervolgens een directory om het bestand in op te slaan.
56 Hoofdstuk 5 ScantakenENWindows 3.1xNadat de knop Scannen is ingedrukt, start het LaserJet Document-bureauprogramma automatisch en wordt het oorspronkelijke document gescand.1 Verander de afbeelding, waar nodig, door: bij te snijden, aan te passen, aantekeningen toe te voegen, enz.2 Klik op de afbeelding en sleep deze naar een door u gekozen directory die zich aan de linkerkant van het LaserJet Document-bureauprogramma bevindt of klik op Bestand, op Verplaatsen, en selecteer vervolgens een directory om het bestand in op te slaan.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met HP LaserJet 1100A stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer HP
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer