HP Laser MFP 432fdn Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van HP Laser MFP 432fdn (223 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen. Heb je een vraag over HP Laser MFP 432fdn of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | HP |
| Categorie: | Printer |
| Model: | Laser MFP 432fdn |
| Soort bediening: | Knoppen |
| Kleur van het product: | Black, White |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 16910 g |
| Breedte: | 469 mm |
| Diepte: | 444.3 mm |
| Hoogte: | 482.1 mm |
| Gewicht verpakking: | 21280 g |
| Breedte verpakking: | 589 mm |
| Diepte verpakking: | 542 mm |
| Hoogte verpakking: | 626 mm |
| Beeldscherm: | LCD |
| Frequentie van processor: | 600 MHz |
| USB-poort: | Ja |
| Ethernet LAN: | Ja |
| Meegeleverde kabels: | AC |
| Snelkiezen: | Ja |
| Garantiekaart: | Ja |
| Markt positionering: | Bedrijf |
| Land van herkomst: | China |
| Stroomverbruik (indien uit): | 0.3 W |
| Intern geheugen: | 256 MB |
| Ondersteund beeldformaat: | JPG, TIFF |
| Duurzaamheidscertificaten: | ENERGY STAR |
| Type processor: | Ja |
| Meegeleverde software: | Common Installer, V3 Print Driver with Lite SM, TWAIN/WIA Driver, HP MFP Scan, HP Scan to PC Lite |
| Ethernet LAN, data-overdrachtsnelheden: | 10,100,1000 Mbit/s |
| Bekabelingstechnologie: | 10/100/1000Base-T(X) |
| Ondersteunt Windows: | Windows 7, Windows 8, Windows 8.1 |
| Stroomverbruik (PowerSave): | 0.1 W |
| Aantal gebruikers: | 10 gebruiker(s) |
| Automatische nummerherhaling: | Ja |
| Temperatuur bij opslag: | 15 - 32 °C |
| Naleving van duurzaamheid: | Ja |
| Maximale resolutie: | 1200 x 1200 DPI |
| Aantal printcartridges: | 1 |
| Printkleuren: | Zwart |
| Papierlade mediatypen: | Bond paper, Card stock, Envelopes, Labels, Plain paper, Recycled paper, Thick paper, Thin paper |
| HP-segment: | Bedrijf |
| Opwarmtijd: | 58 s |
| Andere ondersteundende systemen: | Linux |
| Printtechnologie: | Laser |
| Modus voor dubbelzijdig afdrukken: | Auto |
| Afdrukresolutie zwart: | 1200 x 1200 DPI |
| Printsnelheid (zwart, standaardkwaliteit, A4/US Letter): | 40 ppm |
| Printen: | Zwart-wit afdrukken |
| Duplex printen: | Ja |
| Paginabeschrijving talen: | PCL 5e, PCL 6, PostScript 3 |
| Gebruiksindicatie (maximaal): | 100000 pagina's per maand |
| Digital Sender: | Ja |
| Kopieën vergroten/verkleinen: | 25 - 400 procent |
| Tijd voor eerste kopie (zwart, normaal): | 10.8 s |
| Maximale kopieerresolutie: | 600 x 600 DPI |
| Kopiëren: | Zwart-wit kopiëren |
| Scannen: | Scannen in kleur |
| Soort scanner: | Flatbed-/ADF-scanner |
| Scantechnologie: | CIS |
| Optische scanresolutie: | 1200 x 1200 DPI |
| Max. scangebied: | 216 x 297 mm |
| Ondersteunde documentformaten: | PDF, XPS |
| Modemsnelheid: | 33.6 Kbit/s |
| Faxresolutie (zwart): | 300 x 300 DPI |
| Faxgeheugen: | 500 pagina's |
| Uitgestelde faxverzending: | Ja |
| Faxen doorsturen: | Ja |
| Faxen: | Faxen in kleur |
| Totale invoercapaciteit: | 300 vel |
| Maximum invoercapaciteit: | 820 vel |
| Totale uitvoercapaciteit: | 150 vel |
| Maximale uitvoercapaciteit: | 150 vel |
| Maximale ISO A-series papierformaat: | A4 |
| ISO A-series afmetingen (A0...A9): | A4, A5, A6 |
| Slaapstand: | 0.81 W |
| Stroomverbruik (gereed): | 40 W |
| Direct printen: | Ja |
| Watermerk printen: | Ja |
| Tijdsduur tot de eerste pagina (zwart, normaal): | 6.5 s |
| Gemiddeld stroomverbruik tijdens printen: | 563 W |
| Geluidsdrukniveau (afdrukken): | 56 dB |
| Maximaal intern geheugen: | 512 MB |
| Totaal aantal invoerladen: | 2 |
| Maximumaantal invoerladen: | 3 |
| JIS B-series maten (B0...B9): | B5 |
| ISO C-series sizes (C0...C9): | C5, C6 |
| Papierlade mediagewicht: | 60 - 220 g/m² |
| Maximale printafmetingen: | 216 x 356 mm |
| Energy Star Typical Electricity Consumption (TEC): | 0.623 kWh/week |
| HP Auto-Aan/Auto-Uit: | Ja |
| ISO B-series afmetingen (B0...B9): | B5 |
| Afmetingen enveloppen: | B5, C5, C6, DL |
| Cartridge(s) meegeleverd: | Ja |
| Non-ISO print papierafmetingen: | Oficio |
| Grijsniveaus: | 256 |
| Maximum scanresolutie: | 4800 x 4800 DPI |
| Duplex scannen: | Ja |
| Maximaal aantal kopieën: | 99 kopieën |
| Dubbelzijdig kopiëren: | Ja |
| All-In-One-multitasking: | Ja |
| Aanbevolen gebruiksindicatie: | 1500 - 3500 pagina's per maand |
| Capaciteit meegeleverde cartridge (zwart): | 3000 pagina's |
| Kleurdiepte invoer: | 24 Bit |
| Multifunctionele ladecapaciteit: | 50 vel |
| Multifunctionele lade: | Ja |
| Auto reductie: | Ja |
| Ondersteunde server operating systems: | Windows Server 2008 R2, Windows Server 2012, Windows Server 2016 |
| Scan naar: | E-mail, TWAIN, WIA |
| Printsnelheid dubbelzijdig (Zwart, normale kwaliteit, A4/US Letter): | 17 ppm |
| Afmetingen pallet (B x D x H): | 1096 x 601 x 2510 mm |
| Automatische documentinvoer (ADF): | Ja |
| Capaciteit automatische documentinvoer: | 50 vel |
| Papierlade 2 invoercapaciteit: | 250 vel |
| Zuinig printen: | Ja |
| Aangepaste mediabreedte: | 76 - 216 mm |
| Aangepaste medialengte: | 127 - 356 mm |
| Aanbevolen relatieve luchtvochtigheid bij gebruik: | 30 - 70 procent |
| Scanner-drivers: | TWAIN, WIA |
| Aanbevolen systeemspecificatie: | CD-ROM or DVD drive, or Internet connection; dedicated USB or network connection or Wireless connection; 200 MB available hard disk space; for Windows |
| Pallet brutogewicht: | 170.24 g |
| Producten per pallet: | 8 stuk(s) |
| Wifi: | Nee |
| AC-ingangsspanning: | 220 V |
| Bedrijfstemperatuur (T-T): | 15 - 32 °C |
| Relatieve vochtigheid in bedrijf (V-V): | 10 - 80 procent |
| Lagen per pallet: | 4 stuk(s) |
| Aantal dozen per palletlaag: | 2 stuk(s) |
| Duplex functies: | Print, Copy, Scan |
| Geluidsdrukniveau (scannen): | 58 dB |
| N-in-1 copy function (N=): | 2, 4 |
| N-in-1 kopieerfunctie: | Ja |
| Functie voor boekkopieën: | Ja |
| N-in-1 afdrukfunctie: | Ja |
| Kopieerfunctie voor identiteitsbewijzen: | Ja |
| Beeldeenheid inbegrepen: | Ja |
| Papierlade 1 invoercapaciteit: | 50 vel |
| Functie voor rand wissen: | Ja |
| Functie voor achtergrondcorrectie: | Ja |
| Auto-fit functie: | Ja |
| Optische scanresolutie (ADF): | 600 x 600 DPI |
Handleiding HP Laser MFP 432fdn – volledige tekst
Auteursrecht en licentie | 2Auteursrecht en licentie© Copyright 2020 HP Development Company, L. P.Reproductie, aanpassing of vertaling zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is verboden, behalve zoals toegestaan onder de wetten op het auteursrecht.De informatie in dit document is onderhevig aan verandering zonder kennisgeving.De enige garanties voor HP-producten en -diensten zijn vastgelegd in de garantieverklaringen bij de betreffende producten en diensten. Niets hierin mag worden opgevat als een aanvullende garantie. HP is niet aansprakelijk voor technische of redactionele fouten of weglatingen in dit document.• Adobe®, Adobe Photoshop®, Acrobat® en PostScript® zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.• Microsoft ®en Windows® zijn in de V.S.
3InleidingBelangrijkste voordelen 7Functies per model 8Nuttig om te weten 11Informatie over deze gebruikershandleiding 12Veiligheidsinformatie 13Apparaatoverzicht 19Overzicht van het bedieningspaneel 22Het apparaat inschakelen 24De software installeren 25Menuoverzicht en basisinstellingen 26Menuoverzicht en basisinstellingenMenuoverzicht 27De standaardinstellingen van het apparaat 37Afdrukmateriaal en lade 40Een USB-geheugenapparaat gebruiken 56Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken 62Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruikenInstelling bekabeld netwerk 63Installeren van een stuurprogramma over het netwerk65HP Embedded Web Server gebruiken 66Afdrukken 69AfdrukkenStandaard afdruk 70Een afdruktaak annuleren 71Voorkeursinstellingen openen 72Voorkeursinstellingen gebruiken 73Help gebruiken 74Beveiligd afdrukken 75Afdrukfuncties 76Printer Status-programma gebruiken 83Kopiëren 85KopiërenNormaal kopiëren 86De instellingen per kopie wijzigen 87Inhoudsopgave
4Identiteitskaarten kopiëren 90Scannen 92ScannenBasisscanmethode 93Scannen vanuit het programma HP MFP Scan program94Scannen vanuit een programma voor het bewerken van afbeeldingen 95Scannen met het WIA-stuurprogramma 96Naar WSD scannen 97Faxen 99FaxenVoorbereiden om te faxen 100Een fax verzenden 101Een fax ontvangen 107Een fax doorsturen naar een ander nummer 111De documentinstellingen aanpassen 113Het faxadresboek instellen 115Menu´s met nuttige instellingen 119Menu´s met nuttige instellingenKopiëren 120Fax 125Scannen 129Afdrukken 130Directe USB 131Systeeminstallatie 132Netwerk 138Taakbeheer 140PrinterOn 141Onderhoud 142OnderhoudVerbruiksartikelen en toebehoren bestellen 143Beschikbare verbruiksartikelen 144Beschikbare accessoires 146Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 147De tonercassette bewaren 148
5Toner herverdelen 150De tonercassette vervangen 152De beeldeenheid vervangen 154Accessoires installeren 155De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 158Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 159Het apparaat reinigen 160Problemen oplossen 165Problemen oplossenTips om papierstoringen te voorkomen 166Papierstoringen verhelpen 167Informatie over de LED's 176Informatie over displaymeldingen 178Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner" wordt weergegeven in het rapport informatie over benodigheden. 184Problemen met papierinvoer 185Problemen met de voeding en het netsnoer 186Andere problemen oplossen 187Bijlage 202BijlageAlgemene specificaties 203Specificaties van de afdrukmedia 204Systeemvereisten 207
InleidingIn dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te gebruiken.• Belangrijkste voordelen 7• Functies per model8• Nuttig om te weten 11• Informatie over deze gebruikershandleiding 12• Veiligheidsinformatie 13• Apparaatoverzicht 19• Overzicht van het bedieningspaneel 22• Het apparaat inschakelen 24• De software installeren 25
Belangrijkste voordelen | 7Belangrijkste voordelenMilieuvriendelijk• Om papier te besparen kunt u meerdere pagina's printen op een enkel vel papier.• Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.• We raden aan kringlooppapier te gebruiken om energie te besparen.Gemak• Als u toegang heeft tot internet, kunt u hulp, ondersteuning, apparaatdrivers, handleidingen, en informatie van de website van HP bestellen (www.hp.com/support/laser432MFP).Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.• Ondersteunt verschillende papiermaten.• Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten voorzien van een watermerk (bijv.
"Vertrouwelijk").• Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op alle pagina's van uw document worden vergroot en afgedrukt over meerdere vellen papier, en deze kunnen vervolgens worden samengevoegd tot een poster.
Functies per model | 8Functies per modelSommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land.Besturingssysteem(●: ondersteund)Software(●: ondersteund)Besturingssysteem HP Laser MFP 432fdnWindows ●Software HP Laser MFP 432fdnPCL-printerstuurprogramma ●PS-printerstuurprogrammaaa.Download het HP UPD-printerstuurprogramma op de HP-website en installeer deze: www.hp.com/support/laser432MFP. Controleer of het besturingssysteem van uw computer de software ondersteunt voordat u met de installatie begint.●HP Embedded Web Server ●
Nuttig om te weten | 11Nuttig om te wetenHet apparaat drukt niet af.• Open de afdruklijst en verwijder het document uit de lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op pagina 71).• Verwijder het stuurprogramma en installeer deze opnieuw (zie "De software installeren" op pagina 25).• Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows.Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen kopen?• Informeer bij een HP-distributeur of uw winkelier.• Bezoek de website van HP (https://store.hp.com/).
U kunt de productservice-informatie bekijken.De status-LED knippert of blijft branden.• Schakel het apparaat uit en weer in.• Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in deze handleiding en los het probleem op (zie "Informatie over de LED's" op pagina 176).Er is papier vastgelopen.• Zoek de instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier in deze handleiding en los het probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 167).De afdrukken zijn vaag.• Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld.
Informatie over deze gebruikershandleiding | 12Informatie over deze gebruikershandleidingDeze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het gebruik van het apparaat.• Gooi deze handleiding niet weg, maar bewaar deze ter referentie.• Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt.• Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat.• De termen die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de woordenlijst.• De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat.• De schermafbeeldingen in deze gebruikershandleiding kunnen afwijken van de schermweergave van uw apparaat afhankelijk van de firmware-/stuurprogrammaversie.• De procedures in deze gebruikershandleiding zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.AfsprakenSommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn verwisselbaar:• Document is synoniem met origineel.• Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.• Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer.Algemene pictogrammenPictogram Tekst OmschrijvingWaarschuwingGebruikt om gebruikers te waarschuwen voor de mogelijkheid op persoonlijk letsel.OpgepastBiedt gebruikers informatie om het apparaat te beschermen tegen mogelijke mechanische schade of defecten.OpmerkingBiedt aanvullende informatie of gedetailleerde uitleg over een functie of voorziening van het apparaat.
Veiligheidsinformatie | 13VeiligheidsinformatieDeze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het apparaat in gebruik neemt.
Bewaar dit document goed nadat u het hebt gelezen.Belangrijke veiligheidssymbolenVerklaring van alle pictogrammen en symbolen in dit hoofdstukBedrijfsomgeving WaarschuwingWaarschuwingGevaren of onveilige praktijken die ernstig letsel of de dood kunnen veroorzaken.OpgepastGevaren of onveilige praktijken die een klein letsel of eigendomsschade kunnen veroorzaken.Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het stopcontact niet geaard is.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten, enzovoort).Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.• Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit, maakt het vreemde geluiden of verspreidt het vreemde geuren.
Schakel onmiddellijk de stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.• De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in geval van nood de stekker uit het stopcontact te kunnen trekken.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware voorwerpen op.Het trappen op of beknellen van het netsnoer door een zwaar voorwerp kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met natte handen.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie | 14 OpgepastBedieningswijze OpgepastHaal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of als u het apparaat niet gebruikt.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.U kunt brandwonden oplopen.Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd lijkt, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt uitgevoerd, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als hij er moeilijk ingaat.U riskeert een elektrische schok.
Neem contact op met een elektricien om het stopcontact te vervangen.Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de telefoonkabel of de kabel naar de computer bijten.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw huisdier verwonden.Trek het papier niet uit de printer tijdens het afdrukken.Dit kan het apparaat beschadigen.Houd uw hand niet tussen het apparaat en de papierlade.U kunt letsel oplopen.Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen papier verwijdert.Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen veroorzaken.
Houd kinderen uit de buurt.Zij kunnen brandwonden oplopen.Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen om vastgelopen papier te verwijderen.Dit kan het apparaat beschadigen.Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade.Dit kan het apparaat beschadigen.Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen in.Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand ontstaan of kan het apparaat beschadigd raken.Het gebruik van sturingen of instellingen of het uitvoeren van procedures die afwijken van deze hier vermeld kan resulteren in gevaarlijke blootstelling aan straling.Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het stopcontact.Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige ruimte of op een plek waar water lekt.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Plaats de machine in een omgeving die voldoet aan de gestelde specificaties voor werkingstemperatuur en vochtigheid.Gebruik het apparaat niet bij vriestemperaturen of nadat het pas vanuit een plaats met vriestemperaturen werd verplaatst.
Dit kan het apparaat beschadigen. Gebruik het apparaat alleen wanneer de interne apparaattemperatuur zich binnen de bedrijfstemperatuur- en vochtigheidsspecificaties bevindt.Anders kunnen er kwaliteitsproblemen voorkomen en schade aan het apparaat veroorzaken (zie "Algemene specificaties" op pagina 203).
Veiligheidsinformatie | 16 OpgepastSchakel de stroom uit en maak alle kabels los voordat u het apparaat verplaatst. De onderstaande informatie bevat slechts aanbevelingen gebaseerd op het apparaatgewicht. Wanneer u vanwege uw medische conditie niet kunt tillen, til het apparaat dan niet op. Voor veilig tillen moet u anderen vragen om u te helpen en het apparaat altijd met het juiste aantal personen optillen. Til vervolgens het apparaat op deze wijze op:• Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door één persoon worden opgetild. • een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee personen worden opgetild. • een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door vier of meer personen worden opgetild. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. Kies een locatie met een vlakke ondergrond en voldoende ventilatie voor het apparaat.
Houd ook rekening met een ruimte die nodig is voor het deksel en de laden. De ruimte moet goed geventileerd zijn en het apparaat mag niet worden blootgesteld aan direct zonlicht, hitte en vocht. Wanneer u het apparaat langdurig gebruikt of een groot aantal pagina's in een niet-geventileerde ruimte afdrukt, kan de lucht vervuild raken en schadelijk worden voor uw gezondheid. Plaats het apparaat in een goed geventileerde ruimte of open regelmatig een raam om schonen lucht binnen te laten. Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWGa of, indien nodig, een grotere telefoondraad. Zo niet kan het apparaat beschadigd raken. Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact. Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een apparaat van 110V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn.
Veiligheidsinformatie | 17Onderhoud/controle OpgepastSluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of verlengsnoer aan.Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische schok of brand veroorzaken.Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron met het spanningsniveau dat is aangegeven op het label.Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt controleren, neemt u contact op met de elektriciteitsmaatschappij.a.AWG: American Wire GaugeTrek het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact als u de binnenkant van het apparaat wilt reinigen.
Reinig uw apparaat niet met benzeen, verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water in het apparaat.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u verbruiksartikelen in het apparaat vervangt of de binnenkant schoonmaakt.U kunt letsel oplopen.Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.Kinderen kunnen letsel oplopen.U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen of weer in elkaar steken.Dit kan het apparaat beschadigen.
Neem contact op met een professioneel technicus als het apparaat gerepareerd moet worden.Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het apparaat werd meegeleverd om het apparaat te reinigen en te bedienen.Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen.Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof- en watervrij.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.• Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die vastgeschroefd zijn.• Fixeereenheden mogen alleen worden hersteld door een gekwalificeerde servicemedewerker. Reparatie door niet-gekwalificeerde technici kan brand of elektrische schokken veroorzaken.• Het apparaat mag alleen worden hersteld door een HP-servicemedewerker.
Veiligheidsinformatie | 18Gebruik van verbruiksartikelen OpgepastHaal de tonercassette niet uit elkaar.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een tonercassette of fixeereenheid.Dit kan een explosie of onbeheersbare brand veroorzaken.Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u verbruiksartikelen (bijvoorbeeld tonercassettes) bewaart.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen, zoals toner, kan het apparaat beschadigen.Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecyclede verbruiksartikelen zullen reparatiekosten in rekening worden gebracht.Volg de onderstaande instructies voor verbruiksartikelen die tonerstof bevatten (tonercartridge, cassette voor gebruikte toner, beeldeenheid, enzovoort).• Volg de instructies voor verwijdering wanneer u de verbruiksartikelen weggooit.
Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor verwijderingsinstructies.• De verbruiksartikelen mogen niet gewassen worden.• Gebruik de cassette voor gebruikte toner niet opnieuw nadat u deze hebt geleegd.Als u de bovenstaande instructies niet opvolgt, kan dit resulterende defecten in het apparaat of verontreiniging van het milieu. De garantie dekt geen kosten die zijn veroorzaakt door nalatigheid van de gebruiker.Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm water gebruiken.Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik altijd koud water.Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kledij terechtkomt bij het vervangen van de tonercassette of het verwijderen van vastgelopen papier.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
Overzicht van het bedieningspaneel | 22Overzicht van het bedieningspaneelBedieningspaneel1kopie IDHiermee kunt u beide zijden van een identiteitskaart of een rijbewijs op één zijde van een vel papier kopiëren (zie "Identiteitskaarten kopiëren" op pagina 90).2ContrastHiermee past u de helderheid aan om een kopie te verkrijgen die beter leesbaar is als het origineel onduidelijke markeringen en donkere afbeeldingen bevat.3 SchaalU kunt het formaat van een gekopieerde afbeelding verkleinen tot 25% of vergroten tot 400% wanneer u originelen kopieert via de glasplaat (zie "Verkleinde of vergrote kopie" op pagina 88).4InformatieHier vindt u gedetailleerde informatie over het apparaat.
Drukt een configuratiepagina af door op deze knop te drukken.5 weergaveschermHiermee wordt de huidige status weergegeven en worden berichten tijdens een bewerking weergegeven.6Fax Hiermee schakelt u over naar de faxmodus.7Kopiëren Hiermee schakelt u over naar de kopieermodus.8Scannen Hiermee schakelt u over naar de scanmodus.9OKHiermee bevestigt u de selectie op het scherm.U kunt ook handmatig afdrukken. Druk op deze knop om de andere kant van alle pagina’s af te drukken als u Dubbelzijdig afdrukken (handmatig) in uw stuurprogramma hebt geselecteerd.10 ArrowsHiermee bladert u door de beschikbare opties in het geselecteerde menu en verhoogt of verlaagt u waarden.
Overzicht van het bedieningspaneel | 2311 Numeriek toetsenblokHiermee kiest u een nummer of voert u alfanumerieke tekens in (zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 38).12Adresboek Hiermee kunt u vaak gekozen faxnummers opslaan of opgeslagen faxnummers zoeken (zie "Het faxadresboek instellen" op pagina 115).13Opnieuw kiezen/PauzerenHiermee kiest u het laatst verzonden faxnummer of ontvangen nummergave opnieuw, of voegt u een pauze (-) in een faxnummer in, in de bewerkingsmodus (zie"Faxnummer opnieuw kiezen" op pagina 104).14M. hoorn op haak kiezenWanneer u op deze knop drukt, kunt u een kiestoon horen. Voer vervolgens een faxnummer in.
Dit is vergelijkbaar met bellen via de telefoonluidspreker (zie "Handmatig ontvangen in telefoonmodus" op pagina 108).15 Annuleren Hiermee kunt u op elk moment een taak onderbreken.16 Aan/uitHet apparaat in- of uitschakelen of het apparaat activeren vanuit de energiebesparingsmodus. Druk langer dan drie seconden op deze knop om het apparaat uit te schakelen.17 Starten Hiermee start u een taak.18EnergiebesparingSchakelt over naar de slaapstand.19 Achterkant Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu.20 MenuHiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu's (zie "Menuoverzicht" op pagina 27).21 Status-LEDDe functie geeft de status van uw printer weer (zie "Informatie over de LED's" op pagina 176).
Het apparaat inschakelen | 24Het apparaat inschakelen1 Sluit de printer eerst op de netvoeding aan.2 Zet de aan/uit-schakelaar aan.3 De stroom wordt automatisch ingeschakeld.Of, druk op de knop (Aan/Uit) op het bedieningspaneel. Als u wilt de stroom wilt uit te schakelen, houdt de (Aan/uit)-knop ongeveer 3 seconden ingedrukt. 2
Download het stuurprogramma en gebruik vervolgens het hulpprogramma Microsoft Printer toevoegen om het te installeren.Vóór de installatie, controleer of uw computers besturingssysteem de software ondersteunt (zie "Besturingssysteem" op pagina 8).Ga naar www.hp.com/support/laser432MFP voor HP's allesomvattende hulp.Vindt de volgende ondersteuning:• Installeren en configureren• Leren en gebruiken• Problemen oplossen• Download software- en firmware-updates• Meld u aan bij ondersteuningsfora• Vindt informatie met betrekking tot garantie en regelgeving • Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten.
Als uw apparaat op een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een netwerkapparaat (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 65).• Wanneer u HP UPD gebruikt, raadt HP een netwerkverbinding aan in plaats van een USB-verbinding. Vanwege de beperking van bidirectionele USB-communicatie, biedt het stuurprogramma via USB-verbinding slechts een beperkte optie. Gebruik alleen een USB-kabel die niet langer is dan 3 meter (118 inch).
Menuoverzicht | 27MenuoverzichtHet bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor de instelling en het gebruik van het apparaat.Toegang tot het menu1 Selecteer de knop Faxen, Kopiëren of Scannen op het bedieningspaneel, afhankelijk van de functie die u wilt gebruiken.2 Selecteer (Menu) tot het gewenste menu op de onderste regel van het scherm wordt weergegeven en druk op OK.3 Druk op de pijltoetsen tot het gewenste menuonderdeel verschijnt en druk op OK.4 Herhaal stap 3 als het geselecteerde menu-item submenu’s heeft.5 Druk op OK om de selectie op te slaan.6 Druk op (Annuleren) om terug te keren naar de stand-bymodus.
Menuoverzicht | 36NetwerkTCP/IP (IPv4)DHCPBOOTPStatischTCP/IP (IPv6)IPv6-protocolDHCPv6 configEthernetEthernetpoortEthernet-snel.802.1xProtocolbeheerHTTPWINSSNMP V1/V2SNTPUPnP(SSDP)mDNSSLPNetwerkconfiguratieInstel. wissenTaakbeheer bActieve taakBeveiligde taakOpgeslagen taakGedeelde mapPrinterOnca.Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette nog een kleine hoeveelheid toner bevat.b.Deze optie is beschikbaar wanneer het optionele massaopslagapparaat, optionele geheugen of RAM-schijf is geïnstalleerd.c.Deze functie is alleen beschikbaar als PrinterOn is ingeschakeld. De submenu's die in dit menu verschijnen kunnen verschillen als uw printer wel of niet is verbonden met de PrinterOn-server.Items Opties
De standaardinstellingen van het apparaat | 37De standaardinstellingen van het apparaat U kunt de in het apparaat ingestelde apparaatinstellingen wijzigen vanaf HP Embedded Web Server. Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen vanaf HP Embedded Web Server > tabblad Settings > Machine Settings. Standaardinstellingen apparaatNadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven.Om de standaardinstellingen van het apparaat aan te passen, volgt u de volgende stappen: Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan. 1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.2 Druk op Systeeminst.
De standaardinstellingen van het apparaat | 38Verschillende tekens invoerenU zult voor verschillende taken namen en nummers moeten invoeren. Bij de installatie van uw apparaat moet u bijvoorbeeld uw naam of de naam van uw bedrijf en het faxnummer invoeren. Wanneer u faxnummers of e-mailadressen in het geheugen opslaat, kunt u ook de bijbehorende namen invoeren.Alfanumerieke tekens invoerenDruk een aantal keren op deze toets tot de gewenste letter op het display verschijnt. Om de letter O in te voeren drukt u bijvoorbeeld op cijfertoets 6 met opschrift MNO. Telkens wanneer u op cijfertoets 6 drukt, verschijnt er een andere letter op het display, M, N, O, m, n, o en ten slotte 6. Zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 38om de letter te vinden die u wilt invoeren.
• U kunt een spatie invoeren door twee keer op 1 te drukken.• Druk op de pijl naar links/rechts of de pijl-omhoog/omlaag om het laatste cijfer of teken te verwijderen. Letters en cijfers op het toetsenblok • Afhankelijk van het model en de geïnstalleerde opties kan uw apparaat andere speciale tekensets bevatten.• Enkele van de volgende sleutelwaarden verschijnen mogelijk niet afhankelijk van de taak die u uitvoert. Toets Toegewezen cijfers, letters of tekens1 @ / . ’ 12 A B C a b c 23 D E F d e f 34 G H I g h i 45 J K L j k l 56 M N O m n o 67 P Q R S p q r s 78 T U V t u v 89 W X Y Z w x y z 90 & + - , 0** % ^ _ ~ ! # $ ( ) [ ](Deze symbolen zijn beschikbaar voor het invoeren van uw netwerkidentificatiegegevens)
De standaardinstellingen van het apparaat | 39Aanpassing aan luchtdruk of hoogteDe afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waar het apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit.Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in.• Normaal: 0 ~ 1.000 m• Hoog 1: 1.000 m ~ 2.000 m• Hoog 2: 2.000 m ~ 3.000 m• Hoog 3: 3.000 m ~ 4.000 m• Hoog 4: 4.000 m ~ 5.000 m • Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen vanaf HP Embedded Web Server > tabblad Settings > Machine Settings.• U kunt de hoogte ook instellen via de optie Systeeminst. op het display van het apparaat (zie "De standaardinstellingen van het apparaat" op pagina 37). ## = | ?
Afdrukmateriaal en lade | 40Afdrukmateriaal en ladeIn dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst.Afdrukmateriaal selecterenU kunt afdrukken op verschillende afdrukmedia, zoals op gewoon papier, enveloppen, etiketten en transparanten. Gebruik uitsluitend afdrukmateriaal dat voldoet aan de in deze gebruikershandleiding vermelde richtlijnen.Richtlijnen om afdrukmedia te selecterenAfdrukmedia die niet aan de richtlijnen uit de gebruikershandleiding voldoen kunnen de volgende problemen veroorzaken:• Slechte afdrukkwaliteit.• Meer papierstoringen• Versnelde slijtage van het apparaat.De eigenschappen van het papier, zoals gewicht, samenstelling, vezel- en vochtgehalte, zijn van grote invloed op de prestaties van het apparaat en de afdrukkwaliteit.
Houd bij de keuze van afdrukmedia rekening met het volgende:• Het type, formaat en gewicht van het afdrukmateriaal voor uw apparaat worden beschreven in de specificaties van afdrukmateriaal.• Gewenst resultaat: de afdrukmedia die u kiest moeten geschikt zijn voor het doel.• Helderheid: sommige afdrukmaterialen zijn witter dan andere en leveren scherpere, helderdere en levendigere afbeeldingen op.• Gladheid van het oppervlak: de gladheid van de afdrukmedia bepaalt hoe scherp de afdrukken er uitzien op papier. • Het is mogelijk dat bepaalde afdrukmedia aan alle richtlijnen van deze gebruikershandleiding voldoen en toch geen bevredigende resultaten opleveren.
Dit kan het gevolg zijn van eigenschappen van de vellen, een onjuiste bediening, een ongewenst temperatuur- en vochtigheidsniveau of andere variabele omstandigheden waarover men geen controle heeft.• Voordat u grote hoeveelheden afdrukmedia koopt, controleert u of het papier voldoet aan de vereisten in deze handleiding.
Afdrukmateriaal en lade | 41 • Wanneer u afdrukmateriaal gebruikt dat niet voldoet aan deze specificaties, kan dit problemen veroorzaken waarvoor reparatie vereist is. Deregelijke reparaties worden niet gedekt door HP's garantie of de service-overeenkomsten.• Hoeveel papier u in de lade kunt plaatsen is afhankelijk van het gebruikte afdrukmateriaal.• Zorg ervoor dat u geen fotopapier voor inkjetprinters gebruikt. Dit kan uw apparaat beschadigen.• Gebruik van ontvlambaar afdrukmateriaal kan brand veroorzaken.• Het gebruik van ontvlambare afdrukmedia kan brand veroorzaken. Gebruik aangewezen afdrukmedia. Het gebruik van ontvlambaar materiaal of het achterblijven van vreemde materialen in de printer kan oververhitting veroorzaken en in zeldzame gevallen brand. Hoeveel papier u in de lade kunt plaatsen is afhankelijk van het gebruikte afdrukmateriaal.
Afdrukmateriaal en lade | 42Lade overzicht Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt. Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders aanpassen.De duplexeenheid is standaard ingesteld op het papierformaat Letter/LGL of A4, afhankelijk van het land waar u de printer hebt gekocht. Om het papierformaat te wijzigen past u de geleider aan zoals hieronder aangegeven.1. Geleider voor lade-uitbreiding2. Papierlengtegeleider3. Papierbreedtegeleider321
Afdrukmateriaal en lade | 442 Houd om het formaat te wijzigen de breedtegeleider en lengtegeleider ingedrukt om ze in de sleuf te plaatsen met het papierformaat dat onderaan de lade wordt aangegeven (zie "Lade overzicht" op pagina 42).3 Buig de papierstapel of waaier het papier uit, om de pagina's van elkaar te scheiden voor u het papier in het apparaat plaatst.4 Houd de breedtegeleider en lengtegeleider ingedrukt nadat u het papier in de lade heeft geplaatst.312321
Afdrukmateriaal en lade | 45 • Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.• Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de rand van het papier, omdat het papier daardoor kan buigen.• Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier vastlopen.• Gebruik geen papier waarvan de voorste rand opgekruld is. Hierdoor kan het papier vastlopen of kreukelen.
5 Plaats de lade terug in het apparaat.6 Wanneer u een document afdrukt, stel dan het papiertype en de grootte voor de lade in (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 51).Lade 1In Lade 1 kunnen speciale soorten en formaten afdrukmateriaal worden geplaatst, zoals briefkaarten, notitiekaarten en enveloppen.Tips voor het gebruik van Lade 1• Plaats slechts één type, formaat en gewicht van de afdrukmedia tegelijk in Lade 1.• Voeg tijdens het afdrukken geen papier toe als de lade nog papier bevat. Dit zou papierstoringen kunnen veroorzaken. Dit is ook van toepassing op andere typen afdrukmedia.
Afdrukmateriaal en lade | 46• Plaats alleen afdrukmedia die voldoen aan de specificaties. Zo voorkomt u papierstoringen en problemen met de afdrukkwaliteit.• Maak omgekrulde kaarten, enveloppen en etiketten vlak, voor u ze in Lade 1 plaatst.1 Houd de druk-ontgrendeling van Lade 1 vast en trek hem naar beneden om de lade te openen.2 Plaats het papier in de lade.3 Druk de papierbreedtegeleiders van Lade 1 in en stel ze in op de breedte van het papier. Oefen niet te veel druk uit. Het papier kan gaan plooien waardoor een papierstoring ontstaat of het papier scheeftrekt.
Afdrukmateriaal en lade | 47 • Volg bij het afdrukken op speciaal afdrukmateriaal de richtlijnen voor het plaatsen van afdrukmateriaal (zie "Afdrukken op speciale afdrukmedia" op pagina 47).• Als vellen overlappen bij het afdrukken via Lade 1, Lade 3, verwijdert u de overlappende vellen en probeert u opnieuw af te drukken.
4 Stel het papiertype en -formaat voor Lade 1 in als u een document wilt afdrukken.Voor informatie over het instellen van het papiertype en -formaat op het bedieningspaneel (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 51).Afdrukken op speciale afdrukmediaDe onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale afdrukmedia voor elke lade.De papierinstelling van de machine en het stuurprogramma moeten overeenkomen om af te drukken zonder dat er een foutmelding voor verkeerd papier wordt gegeven.Om de papierinstelling die op de machine is ingesteld te wijzigen, kunt u deze instellen op het bedieningspaneel.Vervolgens kunt u het papiertype instellen via het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type papier.Zie voor papiergewicht per vel.Types Lade 1 Lade 2 Lade3aNormaal papier ●●●Gemiddeld gewicht 96-110 g ●●●Karton 176-220 g ●Licht 60-74 g ●●●Bankpost ●●●Gekleurd ●Extra zwaar 121-163 g ●●●
Afdrukmateriaal en lade | 48(●: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)EnveloppenOf enveloppen goed worden bedrukt, is afhankelijk van de kwaliteit.Plaats een envelop op de volgende manier om deze te bedrukken. Als de afgedrukte enveloppen kreuken, vouwen of dikke zwarte lijnen vertonen, opent u de achterklep, verschuift u de achterste geleider aan de rechterkant ongeveer 90 graden en probeert u opnieuw af te drukken. Houd de achterklep tijdens het afdrukken geopend.1. Hendel • Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende factoren:Etiketten ●Envelop ●Voorbedrukt ●●●Birefhoofd ●●●HP LaserJet 90 g ●Kringlooppapier ●●●Gemiddeld 85-95 g ●●●a.Deze functie is beschikbaar als u de optionele lade (Lade 3) (zie "Verschillende functies" op pagina 9).Types Lade 1 Lade 2 Lade3a
Afdrukmateriaal en lade | 49- Gewicht: niet zwaarder dan 90g/m2, anders kunnen de enveloppen vastlopen.- Samenstelling: plat liggend met minder dan 6 mm opkrullende rand, zonder lucht.- Toestand: geen gekrulde, verkreukelde of beschadigde enveloppen.- Temperatuur: dienen tegen de warmte en druk van het apparaat in werking te kunnen.• Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe vouwen.• Gebruik geen afgestempelde enveloppen.• Gebruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen, vensters, gecoate binnenbekleding, zelfklevende sluitingen of andere synthetische materialen.• Gebruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van slechte kwaliteit.• Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop helemaal doorloopt tot in de hoek.1. Aanvaardbaar2.
Onaanvaardbaar• Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één zelfklevende vouwbare klep moeten van een kleefmiddel zijn voorzien dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de fixeertemperatuur van het apparaat, ongeveer 170°C. De extra kleppen en strips kunnen kreuken, scheuren en papierstoringen veroorzaken, en kunnen zelfs de fixeereenheid beschadigen.• Voor de beste afdrukkwaliteit plaatst u de marges best niet dichter dan 15mm van de rand van de envelop.• Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop samenkomen.EtikettenOm beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u uitsluitend etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.• Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren:- Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van het apparaat (circa 170°C).
Afdrukmateriaal en lade | 50- Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten loskomen van het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen tot gevolg hebben.- Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer dan 13 mm omkrullen.- Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes vertonen of loskomen van het rugvel.• Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal blootligt. Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken.• Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat.
De klevende achterzijde mag slechts een keer door het apparaat worden gevoerd.• Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen, gekreukt of anderszins beschadigd zijn.Kartonpapier/papier van een aangepast formaat• Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4mm van de zijkanten van de afdrukmedia.
Afdrukmateriaal en lade | 51Voorbedrukt papierBij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde bovenaan liggen en mag de voorzijde niet gekruld zijn. Bij invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties wat de afdrukkwaliteit betreft.• Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige inkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen uitstoot als ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat.• De inkt op het voorbedrukt papier mag niet ontvlambaar zijn en mag de printerrollen niet beschadigen.• Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of de inkt op het papier droog is.
Natte inkt kan tijdens het fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor de afdrukkwaliteit afneemt.Papierformaat en -type instellenNadat u het papier in de lade hebt geplaatst moet u het papierformaat en -type instellen met behulp van de knoppen op het bedieningspaneel.Om de ingestelde papierinstelling in de machine te wijzigen, moet u het papiertype selecteren in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type. Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan. 1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.2 Druk op Systeeminst. > Papierinstel. > Papierformaat of Type papier.3 Selecteer de gewenste lade en de gewenste optie.
Afdrukmateriaal en lade | 53Originelen voorbereiden• Plaats geen papier dat kleiner is dan 142 x 148 mm (5,6 x 14,73 cm) of groter dan 216 x 356 mm (8,5 x 14 inch).• Vermijd het gebruik van de volgende papiertypes om papierstoringen, een slechte afdrukkwaliteit en schade aan het apparaat te voorkomen.- Carbonpapier of papier met carbonrug- Gecoat papier- Licht doorschijnend of dun papier- Gekreukt of gevouwen papier- Gekruld of opgerold papier- Papier met scheuren• Verwijder alle nietjes en paperclips voor u het papier plaatst.• Controleer of eventuele lijm, inkt of correctievloeistof op het papier volledig droog is voor u het plaatst.• Plaats geen originelen van verschillend formaat of gewicht.• Plaats geen boekjes, foldertjes, transparanten of documenten met andere afwijkende eigenschappen.Originelen plaatsenU kunt de glasplaat van de scanner gebruiken om een document te kopiëren, te scannen of als fax verzenden.Op de glasplaat van de scannerVanaf de glasplaat van de scanner kunt u originele kopiëren of scannen.
Voor de beste scankwaliteit, met name bij afbeeldingen in kleur of grijstinten, doet u er goed aan de glasplaat te gebruiken. Zorg dat er zich geen originelen in de documentinvoer bevinden. Wanneer een origineel wordt gedetecteerd in de documentinvoer, krijgt deze voorrang op het origineel op de glasplaat van de scanner.1 Til het deksel van de scanner op.
Afdrukmateriaal en lade | 542 Plaats de originelen met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner. Plaats het document zorgvuldig in het verlengde van de markering linksboven op de glasplaat.3 Sluit het deksel van de scanner. • Als u het deksel van de scanner tijdens het kopiëren niet sluit, kan dat een nadelig effect hebben op de kopieerkwaliteit en het tonerverbruik.• Stof op de glasplaat kan leiden tot zwarte vlekken op de afdruk. Houd de glasplaat schoon.• Als u een pagina uit een boek of tijdschrift wilt kopiëren, opent u het deksel van de scanner tot tegen de aanslag en sluit u het daarna weer. Als het boek of tijdschrift dikker is dan 30 mm laat u het deksel van de scanner openstaan tijdens het kopiëren. • Doe dit voorzichtig om te voorkomen dat het scannerglas breekt. en u zich kwetst.• Plaats uw hand niet onder het scannerdeksel terwijl u het sluit.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met HP Laser MFP 432fdn stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer HP
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer
