HP Laser 408dn Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van HP Laser 408dn (145 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen. Heb je een vraag over HP Laser 408dn of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | HP |
| Categorie: | Printer |
| Model: | Laser 408dn |
Handleiding HP Laser 408dn – volledige tekst
Auteursrecht en licentie | 2Auteursrecht en licentie© Copyright 2020 HP Development Company, L. P.Reproductie, aanpassing of vertaling zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is verboden, behalve zoals toegestaan onder de wetten op het auteursrecht.De informatie in dit document is onderhevig aan verandering zonder kennisgeving.De enige garanties voor HP-producten en -diensten zijn vastgelegd in de garantieverklaringen bij de betreffende producten en diensten. Niets hierin mag worden opgevat als een aanvullende garantie. HP is niet aansprakelijk voor technische of redactionele fouten of weglatingen in dit document.• Adobe®, Adobe Photoshop®, Acrobat® en PostScript® zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.• Microsoft ®en Windows® zijn in de V.S.
3InleidingBelangrijkste voordelen 6Functies per model 7Nuttig om te weten 9Informatie over deze gebruikershandleiding 10Veiligheidsinformatie 11Apparaatoverzicht 17Overzicht van het bedieningspaneel 20Het apparaat inschakelen 22De software installeren 23Menuoverzicht en basisinstellingenMenuoverzicht 25De standaardinstellingen van het apparaat 27Afdrukmateriaal en lade 29Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruikenInstelling bekabeld netwerk 44Installeren van een stuurprogramma over het netwerk46HP Embedded Web Server gebruiken 47AfdrukkenStandaard afdruk 51Een afdruktaak annuleren 52Voorkeursinstellingen openen 53Voorkeursinstellingen gebruiken 54Help gebruiken 55Beveiligd afdrukken 56Afdrukfuncties 58Printerstatus-programma's gebruiken 65OnderhoudVerbruiksartikelen en toebehoren bestellen 79Beschikbare verbruiksartikelen 80Beschikbare accessoires 82De tonercassette bewaren 83Toner herverdelen 85De tonercassette vervangen 86BASIS
4De beeldeenheid vervangen 87Accessoires installeren 88De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 91Instellen van de waarschuwing toner/beeldeenheid bijna op 92Het apparaat reinigen 93Problemen oplossenTips om papierstoringen te voorkomen 98Papierstoringen verhelpen 99Informatie over de LED's 104Informatie over displaymeldingen 106Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner" wordt weergegeven in het rapport informatie over benodigheden. 111Problemen met papierinvoer 112Problemen met de voeding en het netsnoer 113Andere problemen oplossen 114BijlageAlgemene specificaties 126Specificaties van de afdrukmedia 127Systeemvereisten 130
InleidingIn dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te gebruiken.• Belangrijkste voordelen 6• Functies per model7• Nuttig om te weten 9• Informatie over deze gebruikershandleiding 10• Veiligheidsinformatie 11• Apparaatoverzicht 17• Overzicht van het bedieningspaneel 20• Het apparaat inschakelen 22• De software installeren 23
Belangrijkste voordelen | 6Belangrijkste voordelenMilieuvriendelijk• U kunt meerdere pagina’s op één vel afdrukken om papier te besparen.• Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.• We raden aan kringlooppapier te gebruiken om energie te besparen.Gemak• Als u toegang heeft tot internet, kunt u hulp, ondersteuning, apparaatdrivers, handleidingen, en informatie van de website van HP bestellen (www.hp.com/support/laser408).Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.• Ondersteuning voor verschillende papierformaten (zie "Algemene specificaties" op pagina 126).• Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten voorzien van een watermerk (bijv.
"Vertrouwelijk").• Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op alle pagina's van uw document worden vergroot en afgedrukt over meerdere vellen papier, en deze kunnen vervolgens worden samengevoegd tot een poster.
Functies per model | 7Functies per modelSommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land.Besturingssysteem(●: ondersteund)Software(●: ondersteund)Besturingssysteem HP Laser 408dnWindows ●Software HP Laser 408dnPCL-printerstuurprogramma ●PS-printerstuurprogramma11.Download het HP UPD-printerstuurprogramma op de HP-website en installeer deze: www.hp.com/support/laser408. Controleer of het besturingssysteem van uw computer de software ondersteunt voordat u met de installatie begint.●HP Embedded Web Server ●
Nuttig om te weten | 9Nuttig om te wetenHet apparaat drukt niet af.• Open de afdruklijst en verwijder het document uit de lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op pagina 52).• Verwijder het stuurprogramma en installeer deze opnieuw (zie "De software installeren" op pagina 23).• Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows.Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen kopen?• Informeer bij een HP-distributeur of uw winkelier.• Bezoek de website van HP (https://store.hp.com/).
U kunt de productservice-informatie bekijken.De status-LED knippert of blijft branden.• Schakel het apparaat uit en weer in.• Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in deze handleiding en los het probleem op (zie "Informatie over de LED's" op pagina 104).Er is papier vastgelopen.• Zoek de instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier in deze handleiding en los het probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 99).De afdrukken zijn vaag.• Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld.
Informatie over deze gebruikershandleiding | 10Informatie over deze gebruikershandleidingDeze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het gebruik van het apparaat.• Gooi deze handleiding niet weg, maar bewaar deze ter referentie.• Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt.• Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat.• De termen die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de woordenlijst.• De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat.• De schermafbeeldingen in deze gebruikershandleiding kunnen afwijken van de schermweergave van uw apparaat afhankelijk van de firmware-/stuurprogrammaversie.• De procedures in deze gebruikershandleiding zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.AfsprakenSommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn verwisselbaar:• Document is synoniem met origineel.• Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.• Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer.Algemene pictogrammenPictogram Tekst OmschrijvingWaarschuwingGebruikt om gebruikers te waarschuwen voor de mogelijkheid op persoonlijk letsel.OpgepastBiedt gebruikers informatie om het apparaat te beschermen tegen mogelijke mechanische schade of defecten.OpmerkingBiedt aanvullende informatie of gedetailleerde uitleg over een functie of voorziening van het apparaat.
Veiligheidsinformatie | 11VeiligheidsinformatieDeze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het apparaat in gebruik neemt.
Bewaar dit document goed nadat u het hebt gelezen.Belangrijke veiligheidssymbolenVerklaring van alle pictogrammen en symbolen in dit hoofdstukBedrijfsomgeving WaarschuwingWaarschuwingGevaren of onveilige praktijken die ernstig letsel of de dood kunnen veroorzaken.OpgepastGevaren of onveilige praktijken die een klein letsel of eigendomsschade kunnen veroorzaken.Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het stopcontact niet geaard is.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten, enzovoort).Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.• Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit, maakt het vreemde geluiden of verspreidt het vreemde geuren.
Schakel onmiddellijk de stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.• De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in geval van nood de stekker uit het stopcontact te kunnen trekken.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware voorwerpen op.Het trappen op of beknellen van het netsnoer door een zwaar voorwerp kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met natte handen.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie | 12 OpgepastBedieningswijze OpgepastHaal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of als u het apparaat niet gebruikt.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.U kunt brandwonden oplopen.Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd lijkt, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt uitgevoerd, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als hij er moeilijk ingaat.U riskeert een elektrische schok.
Neem contact op met een elektricien om het stopcontact te vervangen.Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de telefoonkabel of de kabel naar de computer bijten.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw huisdier verwonden.Trek het papier niet uit de printer tijdens het afdrukken.Dit kan het apparaat beschadigen.Houd uw hand niet tussen het apparaat en de papierlade.U kunt letsel oplopen.Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen papier verwijdert.Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen veroorzaken.
Houd kinderen uit de buurt.Zij kunnen brandwonden oplopen.Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen om vastgelopen papier te verwijderen.Dit kan het apparaat beschadigen.Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade.Dit kan het apparaat beschadigen.Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen in.Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand ontstaan of kan het apparaat beschadigd raken.Het gebruik van sturingen of instellingen of het uitvoeren van procedures die afwijken van deze hier vermeld kan resulteren in gevaarlijke blootstelling aan straling.Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het stopcontact.Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige ruimte of op een plek waar water lekt.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Plaats de machine in een omgeving die voldoet aan de gestelde specificaties voor werkingstemperatuur en vochtigheid.Gebruik het apparaat niet bij vriestemperaturen of nadat het pas vanuit een plaats met vriestemperaturen werd verplaatst.
Dit kan het apparaat beschadigen. Gebruik het apparaat alleen wanneer de interne apparaattemperatuur zich binnen de bedrijfstemperatuur- en vochtigheidsspecificaties bevindt.Anders kunnen er kwaliteitsproblemen voorkomen en schade aan het apparaat veroorzaken (zie "Algemene specificaties" op pagina 126).
Veiligheidsinformatie | 14 OpgepastSchakel de stroom uit en maak alle kabels los voordat u het apparaat verplaatst. De onderstaande informatie bevat slechts aanbevelingen gebaseerd op het apparaatgewicht. Wanneer u vanwege uw medische conditie niet kunt tillen, til het apparaat dan niet op. Voor veilig tillen moet u anderen vragen om u te helpen en het apparaat altijd met het juiste aantal personen optillen. Til vervolgens het apparaat op deze wijze op:• Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door één persoon worden opgetild. • een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee personen worden opgetild. • een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door vier of meer personen worden opgetild. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. Kies een locatie met een vlakke ondergrond en voldoende ventilatie voor het apparaat.
Houd ook rekening met een ruimte die nodig is voor het deksel en de laden. De ruimte moet goed geventileerd zijn en het apparaat mag niet worden blootgesteld aan direct zonlicht, hitte en vocht. Wanneer u het apparaat langdurig gebruikt of een groot aantal pagina's in een niet-geventileerde ruimte afdrukt, kan de lucht vervuild raken en schadelijk worden voor uw gezondheid. Plaats het apparaat in een goed geventileerde ruimte of open regelmatig een raam om schonen lucht binnen te laten. Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWG1 of, indien nodig, een grotere telefoondraad. Zo niet kan het apparaat beschadigd raken. Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact. Zo niet, dan kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een apparaat van 110V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn.
Veiligheidsinformatie | 15Onderhoud/controle OpgepastSluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of verlengsnoer aan.Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische schok of brand veroorzaken.Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron met het spanningsniveau dat is aangegeven op het label.Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt controleren, neemt u contact op met de elektriciteitsmaatschappij.1.AWG: American Wire GaugeTrek het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact als u de binnenkant van het apparaat wilt reinigen.
Reinig uw apparaat niet met benzeen, verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water in het apparaat.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u verbruiksartikelen in het apparaat vervangt of de binnenkant schoonmaakt.U kunt letsel oplopen.Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.Kinderen kunnen letsel oplopen.U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen of weer in elkaar steken.Dit kan het apparaat beschadigen.
Neem contact op met een professioneel technicus als het apparaat gerepareerd moet worden.Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het apparaat werd meegeleverd om het apparaat te reinigen en te bedienen.Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen.Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof- en watervrij.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.• Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die vastgeschroefd zijn.• Fixeereenheden mogen alleen worden hersteld door een gekwalificeerde servicemedewerker. Reparatie door niet-gekwalificeerde technici kan brand of elektrische schokken veroorzaken.• Het apparaat mag alleen worden hersteld door een HP-servicemedewerker.
Veiligheidsinformatie | 16Gebruik van verbruiksartikelen OpgepastHaal de tonercassette niet uit elkaar.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een tonercassette of fixeereenheid.Dit kan een explosie of onbeheersbare brand veroorzaken.Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u verbruiksartikelen (bijvoorbeeld tonercassettes) bewaart.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen, zoals toner, kan het apparaat beschadigen.Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecyclede verbruiksartikelen zullen reparatiekosten in rekening worden gebracht.Volg de onderstaande instructies voor verbruiksartikelen die tonerstof bevatten (tonercartridge, cassette voor gebruikte toner, beeldeenheid, enzovoort).• Volg de instructies voor verwijdering wanneer u de verbruiksartikelen weggooit.
Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor verwijderingsinstructies.• De verbruiksartikelen mogen niet gewassen worden.• Gebruik de cassette voor gebruikte toner niet opnieuw nadat u deze hebt geleegd.Als u de bovenstaande instructies niet opvolgt, kan dit resulterende defecten in het apparaat of verontreiniging van het milieu. De garantie dekt geen kosten die zijn veroorzaakt door nalatigheid van de gebruiker.Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm water gebruiken.Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik altijd koud water.Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kledij terechtkomt bij het vervangen van de tonercassette of het verwijderen van vastgelopen papier.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
Overzicht van het bedieningspaneel | 20Overzicht van het bedieningspaneel1 weergaveschermToont de huidige status en geeft meldingen weer tijdens het gebruik.2MenuHiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu's (zie "Menuoverzicht" op pagina 25).3Pijlen-links/rechtsHiermee bladert u door de beschikbare opties in het geselecteerde menu en verhoogt of verlaagt u waarden.4 Numeriek toetsenblokHiermee kiest u een nummer of voert u alfanumerieke tekens in.5EnergiebesparingSchakelt over naar de slaapstand.6InformatieHier vindt u gedetailleerde informatie over het apparaat. Drukt een configuratiepagina af door op deze knop te drukken.7 Status-LEDDe functie geeft de status van uw printer weer (zie "Informatie over de LED's" op pagina 104).
Overzicht van het bedieningspaneel | 218OK Hiermee bevestigt u de selectie op het scherm.9Terug Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu.10 Annuleren Hiermee onderbreekt u een taak die wordt uitgevoerd.11 Aan/uitHet apparaat in- of uitschakelen of het apparaat activeren vanuit de energiebesparingsmodus. Druk langer dan drie seconden op deze knop om het apparaat uit te schakelen.
Het apparaat inschakelen | 22Het apparaat inschakelen1 Sluit de printer eerst op de netvoeding aan.2 Zet de schakelaar aan.3 De stroom wordt automatisch ingeschakeld.Of, druk op de knop (Aan/Uit) op het bedieningspaneel. Als u wilt de stroom wilt uit te schakelen, houdt de (Aan/uit)-knop ongeveer 3 seconden ingedrukt.
De software installeren | 23De software installerenInstalleer de printersoftware nadat u de printer hebt geïnstalleerd en op uw computer hebt aangesloten. Het PCL 6-printerstuurprogramma kan worden gedownload van de website voor printerondersteuning. Download het stuurprogramma en gebruik vervolgens het hulpprogramma Microsoft Printer toevoegen om het te installeren.Vóór de installatie, controleer of uw computers besturingssysteem de software ondersteunt (zie "Besturingssysteem" op pagina 7).Ga naar www.hp.com/support/laser408 voor HP's allesomvattende hulp.Vindt de volgende ondersteuning:• Installeren en configureren• Leren en gebruiken• Problemen oplossen• Download software- en firmware-updates• Meld u aan bij ondersteuningsfora• Vindt informatie met betrekking tot garantie en regelgeving • Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten.
Als uw apparaat aan een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een netwerkapparaat (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 46).• Wanneer u HP UPD gebruikt, raadt HP een netwerkverbinding aan in plaats van een USB-verbinding. Vanwege de beperking van bidirectionele USB-communicatie, biedt het stuurprogramma via USB-verbinding slechts een beperkte optie. Gebruik alleen een USB-kabel die niet langer is dan 3 meter (118 inch).
Menuoverzicht | 25MenuoverzichtHet bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor de instelling en het gebruik van het apparaat. • Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.• Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
Toegang tot het menu1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.2 Druk op de pijltoetsen tot het gewenste menuonderdeel verschijnt en druk op OK.3 Herhaal stap 2 als het geselecteerde menu-item submenu’s heeft.4 Druk op OK om de selectie op te slaan.5 Druk op (Annuleren) om terug te keren naar de gereedmodus.Informatie(Zie "Informatie" op pagina 68.)Lay-out(Zie "Lay-out" op pagina 69.)Papier(Zie "Papier" op pagina 70.)Grafisch(Zie "Grafisch" op pagina 71.)MenuoverzichtConfiguratieDemopaginaInfo verb.art.GebruikstellerPCL-lettertypeEPSON-lettert.Foutinformatie.AfdrukstandStaandLiggendMargeAlgemene margeLade 1EmulatiemargeDubbelzijdigUitLange zijdeKorte zijdeExemplarenLade PapierformaatType papierPapierinvoerLade 1Lade 2Lade 31AutoResolutieStandaardHoge resolutieDuid. TekstUitMinimumNormaalMaximumAuto CR
Menuoverzicht | 261.Deze optie wordt alleen weergegeven wanneer een optionele lade (lade 3) is geïnstalleerd.Systeeminst.(Zie "Systeeminst." op pagina 72.)Emulatie(Zie "Emulatie" op pagina 74.)TaalStandrdpapierEnerg.spaarst.Ontw.gebeurt.Time-out taakLuchtdrukcorr.NormaalHoog 1Hoog 2Hoog 3Hoog 4Aut. doorgaanAuto lade wis.Verv. papierLade bescherm.Blanco pagina’s overslaanOnderhoudToner Op wis.1GebruiksduurBeeldmgr.Ws tr bijna opBldeenh bn lgRamschijfTonerbesparingAutom. uitsch.1.Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette nog een kleine hoeveelheid toner bevat.Type emulatieInstellingenNetwerk(Zie "Netwerk" op pagina 75.)Taakbeheer1(Zie "Taakbeheer" op pagina 76.)1.Deze optie is beschikbaar als het optionele geheugen is geïnstalleerd of de ramschijf is gecontroleerd.PrinterOn2(Zie "PrinterOn" op pagina 77.)2.Deze functie is alleen beschikbaar als PrinterOn is ingeschakeld.
De standaardinstellingen van het apparaat | 27De standaardinstellingen van het apparaat U kunt de in het apparaat ingestelde apparaatinstellingen wijzigen vanaf HP Embedded Web Server. Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen vanaf HP Embedded Web Server > tabblad Settings > Machine Settings (zie "HP Embedded Web Server gebruiken" op pagina 47). Standaardinstellingen apparaatNadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven.Om de standaardinstellingen van het apparaat aan te passen, volgt u de volgende stappen: Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan. 1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.2 Druk op Systeeminst.
De standaardinstellingen van het apparaat | 28Aanpassing aan luchtdruk of hoogteDe afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waar het apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit.Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in.• Normaal: 0 ~ 1.000 m• Hoog 1: 1.000 m ~ 2.000 m• Hoog 2: 2.000 m ~ 3.000 m• Hoog 3: 3.000 m ~ 4.000 m• Hoog 4: 4.000 m ~ 5.000 m • Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen vanaf HP Embedded Web Server > tabblad Settings > Machine Settings (zie "HP Embedded Web Server gebruiken" op pagina 47).• U kunt de hoogte ook instellen via de optie Systeeminstellingen op het display van het apparaat.
Afdrukmateriaal en lade | 29Afdrukmateriaal en ladeIn dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst.Afdrukmateriaal selecterenU kunt afdrukken op verschillende afdrukmedia, zoals op gewoon papier, enveloppen, etiketten en transparanten. Gebruik altijd afdrukmedia die voldoen aan de richtlijnen voor gebruik met uw machine.Richtlijnen om afdrukmedia te selecterenAfdrukmedia die niet aan de richtlijnen uit de gebruikershandleiding voldoen kunnen de volgende problemen veroorzaken:• Slechte afdrukkwaliteit.• Meer papierstoringen• Versnelde slijtage van het apparaat.De eigenschappen van het papier, zoals gewicht, samenstelling, vezel- en vochtgehalte, zijn van grote invloed op de prestaties van het apparaat en de afdrukkwaliteit.
Houd bij de keuze van afdrukmedia rekening met het volgende:• Het type, formaat en gewicht van het afdrukmateriaal voor uw apparaat worden beschreven in de specificaties van afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 127).• Gewenst resultaat: de afdrukmedia die u kiest moeten geschikt zijn voor het doel.• Helderheid: sommige afdrukmaterialen zijn witter dan andere en leveren scherpere, helderdere en levendigere afbeeldingen op.• Gladheid van het oppervlak: de gladheid van de afdrukmedia bepaalt hoe scherp de afdrukken er uitzien op papier. • Het is mogelijk dat bepaalde afdrukmedia aan alle richtlijnen van deze gebruikershandleiding voldoen en toch geen bevredigende resultaten opleveren.
Dit kan het gevolg zijn van eigenschappen van de vellen, een onjuiste bediening, een ongewenst temperatuur- en vochtigheidsniveau of andere variabele omstandigheden waarover men geen controle heeft.• Voordat u grote hoeveelheden afdrukmedia koopt, controleert u of het papier voldoet aan de vereisten in deze handleiding.
Afdrukmateriaal en lade | 30 • Wanneer u afdrukmateriaal gebruikt dat niet voldoet aan deze specificaties, kan dit problemen veroorzaken waarvoor reparatie vereist is. Deregelijke reparaties worden niet gedekt door HP's garantie of de service-overeenkomsten.• Hoeveel papier u in de lade kunt plaatsen is afhankelijk van het gebruikte afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 127).• Zorg ervoor dat u geen fotopapier voor inkjetprinters gebruikt. Dit kan uw apparaat beschadigen.• Gebruik van ontvlambaar afdrukmateriaal kan brand veroorzaken.• Gebruik aangegeven afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 127). Het gebruik van ontvlambaar materiaal of het achterblijven van vreemde materialen in de printer kan oververhitting veroorzaken en in zeldzame gevallen brand.
Afdrukmateriaal en lade | 31Lade overzicht Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt. Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders aanpassen.De duplexeenheid is standaard ingesteld op het papierformaat Letter/LGL of A4, afhankelijk van het land waar u de printer hebt gekocht. Om het papierformaat te wijzigen past u de geleider aan zoals hieronder aangegeven.1. Geleider voor lade-uitbreiding2. Papierlengtegeleider3. PapierbreedtegeleiderA4
Afdrukmateriaal en lade | 332 Houd om het formaat te wijzigen de breedtegeleider en lengtegeleider ingedrukt om ze in de sleuf te plaatsen met het papierformaat dat onderaan de lade wordt aangegeven (zie "Lade overzicht" op pagina 31).3 Buig de papierstapel of waaier het papier uit, om de pagina’s van elkaar te scheiden voor u het papier in het apparaat plaatst.4 Houd de breedtegeleider en lengtegeleider ingedrukt nadat u het papier in de lade heeft geplaatst.
Afdrukmateriaal en lade | 34 • Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.• Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de rand van het papier, omdat het papier daardoor kan buigen.• Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier vastlopen.• Gebruik geen papier waarvan de voorste rand opgekruld is. Hierdoor kan het papier vastlopen of kreukelen. 5 Plaats de lade terug in het apparaat.6 Stel het papiertype en -formaat voor de lade in als u een document wilt afdrukken (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 42).
Afdrukmateriaal en lade | 35Lade 1In Lade 1 kunnen speciale soorten en formaten afdrukmateriaal worden geplaatst, zoals briefkaarten, notitiekaarten en enveloppen (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 127).Tips voor het gebruik van Lade 1• Plaats slechts één type, formaat en gewicht van de afdrukmedia tegelijk in Lade 1.• Voeg tijdens het afdrukken geen papier toe als de lade nog papier bevat. Dit zou papierstoringen kunnen veroorzaken. Dit is ook van toepassing op andere typen afdrukmedia.• Plaats alleen afdrukmedia die voldoen aan de specificaties. Zo voorkomt u papierstoringen en problemen met de afdrukkwaliteit (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 127).• Maak omgekrulde kaarten, enveloppen en etiketten vlak, voor u ze in Lade 1 plaatst.1 Houd de druk-ontgrendeling van Lade 1 om deze te openen.2 Plaats het papier in de lade.12
Afdrukmateriaal en lade | 363 Druk de papierbreedtegeleiders van Lade 1 in en stel ze in op de breedte van het papier. Oefen niet te veel druk uit. Het papier kan gaan plooien waardoor een papierstoring ontstaat of het papier scheeftrekt. • Volg bij het afdrukken op speciaal afdrukmateriaal de richtlijnen voor het plaatsen van afdrukmateriaal (zie "Afdrukken op speciale afdrukmedia" op pagina 37).• Als vellen overlappen bij het afdrukken via Lade 1, Lade 3, verwijdert u de overlappende vellen en probeert u opnieuw af te drukken. 4 Stel het papiertype en -formaat voor Lade 1 in als u een document wilt afdrukken (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 42).
Afdrukmateriaal en lade | 37Afdrukken op speciale afdrukmediaDe onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale afdrukmedia voor elke lade.De papierinstelling van de machine en het stuurprogramma moeten overeenkomen om af te drukken zonder dat er een foutmelding voor verkeerd papier wordt gegeven.Om de papierinstelling die op de machine is ingesteld te wijzigen, kunt u deze instellen op het bedieningspaneel.Vervolgens kunt u het papiertype instellen via het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type papier (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 53).Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 127voor papiergewicht per vel.(●: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)Types Lade 1 Lade 2 Lade311.Deze functie is beschikbaar als u de optionele lade (Lade 3) (zie "Verschillende functies" op pagina 8).Normaal papier ●●●Gemiddeld gewicht 96-110 g ●●●Karton 176-220 g ●Licht 60-74 g ●●●Bankpost ●●●Gekleurd ●Extra zwaar 121-163 g ●●●Etiketten ●Envelop ●Voorbedrukt ●●●Birefhoofd ●●●HP LaserJet 90 g ●Kringlooppapier ●●●Gemiddeld 85-95 g ●●●
Afdrukmateriaal en lade | 38EnveloppenOf enveloppen goed worden bedrukt, is afhankelijk van de kwaliteit.Plaats een envelop op de volgende manier om deze te bedrukken. • Als de afgedrukte enveloppen kreuken, vouwen of dikke zwarte lijnen vertonen, opent u de achterklep, verschuift u de achterste geleider aan de rechterkant ongeveer 90 graden en probeert u opnieuw af te drukken. Houd de achterklep tijdens het afdrukken geopend.1. Hendel• Als u op een envelop afdrukt, moet u de uitvoersteun sluiten. Anders kan er een papierstoring optreden.1. Papieruitvoersteun 1
Afdrukmateriaal en lade | 39• Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende factoren:- Gewicht: niet zwaarder dan 90g/m2, anders kunnen de enveloppen vastlopen.- Samenstelling: plat liggend met minder dan 6 mm opkrullende rand, zonder lucht.- Toestand: geen gekrulde, verkreukelde of beschadigde enveloppen.- Temperatuur: dienen tegen de warmte en druk van het apparaat in werking te kunnen.• Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe vouwen.• Gebruik geen afgestempelde enveloppen.• Gebruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen, vensters, gecoate binnenbekleding, zelfklevende sluitingen of andere synthetische materialen.• Gebruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van slechte kwaliteit.• Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop helemaal doorloopt tot in de hoek.1. Aanvaardbaar2.
Onaanvaardbaar• Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één zelfklevende vouwbare klep moeten van een kleefmiddel zijn voorzien dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de fixeertemperatuur van het apparaat, ongeveer 170°C. De extra kleppen en strips kunnen kreuken, scheuren en papierstoringen veroorzaken, en kunnen zelfs de fixeereenheid beschadigen.• Voor de beste afdrukkwaliteit plaatst u de marges best niet dichter dan 15mm van de rand van de envelop.• Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop samenkomen.
Afdrukmateriaal en lade | 40EtikettenOm beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u uitsluitend etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.• Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren:- Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van het apparaat (circa 170°C).- Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten loskomen van het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen tot gevolg hebben.- Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer dan 13 mm omkrullen.- Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes vertonen of loskomen van het rugvel.• Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal blootligt.
Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken.• Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De klevende achterzijde mag slechts een keer door het apparaat worden gevoerd.• Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen, gekreukt of anderszins beschadigd zijn.Kartonpapier/papier van een aangepast formaat
Afdrukmateriaal en lade | 41• Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4mm van de zijkanten van de afdrukmedia.Voorbedrukt papierBij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde bovenaan liggen en mag de voorzijde niet gekruld zijn. Bij invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties wat de afdrukkwaliteit betreft.• Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige inkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen uitstoot als ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat.• De inkt op het voorbedrukt papier mag niet ontvlambaar zijn en mag de printerrollen niet beschadigen.• Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of de inkt op het papier droog is.
Afdrukmateriaal en lade | 42Papierformaat en -type instellenNadat u het papier in de lade hebt geplaatst moet u het papierformaat en -type instellen met behulp van de knoppen op het bedieningspaneel.De papierinstelling van de machine en het stuurprogramma moeten overeenkomen om af te drukken zonder dat er een foutmelding voor verkeerd papier wordt gegeven.Om de papierinstelling die op de machine is ingesteld te wijzigen, kunt u deze instellen op het bedieningspaneel.Vervolgens kunt u het papiertype instellen via het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type papier (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 53). Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruikenIn dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt dat via het netwerk aangesloten is en hoe u de software instelt.• Instelling bekabeld netwerk 44• Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 46• HP Embedded Web Server gebruiken 47
Instelling bekabeld netwerk | 44Instelling bekabeld netwerkEen netwerkconfiguratierapport afdrukkenU kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat, waarin de huidige netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit zal u helpen bij de installatie van een netwerk.Druk op de (Menu)-knop op het bedieningspaneel en selecteer Netwerk > Netwerkconf..In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IP-adres van uw apparaat vinden.Voorbeeld:• MAC-adres: 00:15:99:41:A2:78• IP-adres: 169.254.192.192Het IP-adres instellenEerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en afdrukken via het netwerk. In de meeste gevallen wordt een IP-adres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk bevindt.
Als u het printerstuurprogramma installeert, moet u niet zowel IPv4 als IPv6 configureren. We raden u aan IPv4 óf IPv6 te configureren (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 46). IPv4-configuratieOok kunt u de TCP/IPv4 vanaf Embedded Web Server instellen.
Wanneer het venster Embedded Web Server wordt geopend, verplaatst u de muiscursor over de Settings van de bovenste menubalk, en klik vervolgens op Network Settings ("Het tabblad Settings" op pagina 48).IPv6-configuratieIPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of latere versies.Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het afdrukken vanaf het netwerk en voor netwerkbeheer.• Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-adressen (adres begint met FE80).• Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres.• Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres.• Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres.Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om het IPv6-adres te gebruiken.
Instelling bekabeld netwerk | 45IPv6 activeren1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.2 Als u voor de eerste keer inlogt op HP Embedded Web Server, moet u zich aanmelden als beheerder. Typ de standaard ID (admin) in. Het standaardwachtwoord is ‘none’. Wij raden u aan om het standaard wachtwoord in te stellen vanwege veiligheidsredenen.
U kunt uw ID en wachtwoord wijzigen via Security > System Security > System Administrator.3 Wanneer het venster Embedded Web Server wordt geopend, verplaatst u de muiscursor over de Settings van de bovenste menubalk, en klik vervolgens op Network Settings.4 Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website.5 Schakel het selectievakje IPv6 Protocol in om IPv6 te activeren.6 Klik op de knop Apply.7 Zet het apparaat uit en weer aan. • U kunt ook DHCPv6 instellen.• Ga als volgt te werk om het IPv6-adres handmatig in te stellen:Schakel het selectievakje Manual Address in. Vervolgens wordt het tekstvak Address/Prefix geactiveerd. Voer de rest van het adres in (bijv. 3FFE:10:88:194::AAAA. "A" is de hexadecimaal 0 tot 9, A tot F).
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk | 46Installeren van een stuurprogramma over het netwerk • Vóór de installatie, controleer of uw computers besturingssysteem de software ondersteunt (zie "Besturingssysteem" op pagina 7).• Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 19).• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de printersoftware te installeren. Ga naar www.hp.com/support/laser408 voor HP's allesomvattende hulp. Windows De firewallsoftware blokkeert mogelijk de netwerkcommunicatie. Voordat u het apparaat aansluit op het netwerk, schakel de firewall van de computer uit. 1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is.
Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 44).2 Download het printerstuurprogramma van de HP website (www.hp.com/support/laser408).3 Schakel het apparaat in.4 Pak het stuurprogrammapakket uit en voer de installatie van het stuurprogramma uit.5 Volg de instructies in het installatievenster.
HP Embedded Web Server gebruiken | 47HP Embedded Web Server gebruikenEr zijn verschillende programma’s voorhanden om in een netwerkomgeving de netwerkinstellingen op een eenvoudige manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder diverse apparaten in het netwerk beheren. • Internet Explorer 8.0 of hoger is de minimale eis voor HP Embedded Web Server.• Voordat u onderstaande programma’s gaat gebruiken moet u het IP-adres instellen.• Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Verschillende functies" op pagina 8).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met HP Laser 408dn stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer HP
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer
