Honda Vision 110 (2022) Handleiding

Honda Motor Vision 110 (2022)

Bekijk gratis de handleiding van Honda Vision 110 (2022) (140 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen. Heb je een vraag over Honda Vision 110 (2022) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

XXX.XXXX.XX.M
PRINTED IN XXXXX
VISION 110
(
NSC110
)
VISION 110
(
NSC110
)
Online Owner’s Manual
https://www.hondamotopub.com/
NL
INSTRUCTIEBOEKJE
39K2CA00
00X39-K2C-A000

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Honda
Categorie: Motor
Model: Vision 110 (2022)

Handleiding Honda Vision 110 (2022) – volledige tekst

Deze handleiding dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2020 Honda Motor Co., Ltd.

WelkomVan harte gefeliciteerd met de aanschaf vanuw nieuwe Honda-voertuig. Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in deze handleidingzijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in deze handleidingen op het voertuig.● De volgende codes in deze handleidingduiden de landen aan.● De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type NSC110 ED.LandcodesCode LandNSC110ED Directe verkoop EuropaE VKTU Turkije*De specificaties kunnen van land tot landverschillen.

Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuig iseen belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerdeveiligheidsbeslissingen te nemen, hebben wijbedieningsprocedures en andere informatie in dezehandleiding en op veiligheidslabels verstrekt. Dezeinformatie maakt u attent op potentiële gevarenwaardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of nietmogelijk om u te waarschuwen voor alle gevarendie kunnen optreden bij het rijden op enonderhouden van een voertuig.

U moet dan ookuw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:● Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan door eenwaarschuwingssymbool en een van de driewaarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging van uwvoertuig, andere eigendommen of hetmilieu te voorkomen.

VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in deze handleiding zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.● Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxide inuitlaatgassen is giftig en kan uw dood veroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermende kleding hetaantal en de ernst van hoofdletsel en ander letsel aanzienlijkkunnen verminderen. Draag dus altijd een goedgekeurdehelm en beschermende kleding. 2 BLZ. 10Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditie bent,geconcentreerd bent en niet onder de invloed van alcoholof drugs verkeert. Zorg ervoor dat u en uw duopassagierallebei een goedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.

Draag duopassagiers op om zich aan deachterdrager of aan uw middel vast te houden, met u meete leunen tijdens het schuinleggen van het voertuig inbochten en hun voeten altijd op de voetsteunen tehouden, zelfs wanneer het voertuig stilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien.

Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral's avonds, door heldere reflecterende kleding tedragen, te rijden op plaatsen waar anderebestuurders u kunnen zien, uw richting aan tegeven voordat u afslaat of van rijstrook veranderten uw claxon te gebruiken indien nodig.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg

Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcoholof drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen.Zelfs één alcoholisch drankje kan uw vermogen omop wisselende omstandigheden te reagerenverminderen en uw reactiesnelheid wordt minder naelk aanvullend drankje. Hetzelfde geldt voor hetgebruik van drugs. Rijd niet onder de invloed vanalcohol of drugs en laat uw vrienden dit ook nietdoen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ.

16), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 15).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig. Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is.

Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas. Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheid koolmonoxi-de bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5

WaarschuwingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangingslabel.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.

Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig6

ACCULABELGEVAAR• Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu.Accu's produceren gas dat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenenbij het hanteren van de accu, anders kunt ubrandwonden oplopen of uw gezichtsvermogenverliezen door het elektrolyt van de accu.• Laat kinderen en andere personen geen accuaanraken tenzij ze op de hoogte zijn van devoorschriften voor het hanteren van accu's en dehieraan verbonden gevaren.• Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van deaccuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur bevat.Contact met uw huid of ogen kan brandwondenveroorzaken of leiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.• Lees deze handleiding aandachtig door en zorg ervoordat u de inhoud begrijpt voordat u de accu hanteert.Het niet opvolgen van de instructies kan lichamelijk letselen beschadiging van het voertuig veroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje.

WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGType ED, EACCESSOIRES EN BELADING• De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnennadelig worden beïnvloed door de toevoeging van accessoires enbagage.•Lees de instructies in de gebruikers- en montagehandleidingaandachtig door voordat u een accessoire monteert.• Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 170 kg, oftewelde maximale gewichtscapaciteit.• Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 15 kg onder alleomstandigheden.• Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordtniet aanbevolen.WAARSCHUWINGSLABEL CBSHet afstellen van de kabel moet worden uitgevoerd door een Honda-dealer.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig8

LABEL BANDENINFORMATIE & BELADINGSLIMIETDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oogop uw veiligheid.Bandenspanning in koudetoestand:[Alleen bestuurder]Voor 200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter 225 kPa (2,25 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]Voor 200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter 225 kPa (2,25 kgf/cm2)Beladingslimiet:Tassenhaak enbinnenvak1,5 kgMiddencompartiment 10 kgAchterdrager 3 kgBRANDSTOFLABELUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentWaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig9

Veiligheidsmaatregelen● Rijd voorzichtig met uw beide handen aan hetstuur en uw voeten op de vloer.● Passagiers moeten zich aan de achterdrager of aanuw middel vasthouden, en hun voeten moeten zichtijdens het rijden op de voetsteunen bevinden.●Denk altijd aan de veiligheid van uw passagier enandere bestuurders en rijders.Beschermende uitrustingZorg ervoor dat u en uw duopassagier eengoedgekeurde motorfietshelm, beschermbril enduidelijk zichtbare beschermende kleding dragen.Draag geen loshangende kleding om het gevaar dater iets tussen de bewegende delen van het voertuigkomt, te voorkomen.

Rijd defensief en houd altijdrekening met de weers- en wegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijk zichtbaarzijn en de juiste afmetingen voor uw hoofd hebben● De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt.● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen en enkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig10

Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd abrupt remmen.● Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:● Vermijd sterk afremmen.u Door plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.u Ga waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.● Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.u De banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.● Vermijd continu remmen.u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.#Combi-remUw voertuig is uitgerust met een remsysteem datde remkracht verdeelt tussen de voorwiel- en deachterwielrem.De verdeling van de remkracht tussen de voor- en deachterrem verschilt wanneer u uitsluitend devoorremhendel of de achterremhendel bedient.Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijd voorde meest efficiënte remwerking.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig11Vervolg

#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren● Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.●Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.●Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.●Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Type TUVergrendel altijd het stuur, verwijder de sleutelen sluit de afdekking als u het voertuigonbewaakt achterlaat om de kans op diefstal teverminderen.Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Type ED, EOm de kans op diefstal te verkleinen, moet ualtijd het stuur en de contactschakelaarvergrendelen (2 BLZ.

37) en de Honda SMARTKey meenemen als u uw voertuig achterlaat.Deactiveer het Honda SMART Key-systeemindien nodig. 2 BLZ. 32Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig12

#Parkeren op de zijstandaard of demiddenbok1.Zet de motor uit.2.Zijstandaard gebruikenKlap de zijstandaard omlaag.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.Middenbok gebruikenGa voor het neerklappen van de middenbokaan de linkerkant van het voertuig staan.Houd de linker stuurgreep en de achterdragervast.Duw met uw rechtervoet op het uiteinde vande middenbok en trek tegelijkertijd omhoog ennaar achteren.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig13VervolgLinker stuurgreepAchter‐dragerMiddenbok

3.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.4.Type TUZet de contactschakelaar in de stand (Lock)(2 BLZ. 28), verwijder de sleutel en sluit deafdekking (2 BLZ. 30).Type ED, EZet de contactschakelaar in de stand (Lock)(2 BLZ. 28) en vergrendel de contactschakelaar(2 BLZ. 37).Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.● Gebruik benzine met het aanbevolenoctaangetal. Het gebruik van benzine met eenlager octaangetal heeft een verminderdemotorprestatie tot gevolg.● Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ.

128● Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig14

Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuigte installeren, moet u nagaan of dit veilig en legaalis.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.

Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig15

Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid die isafgestemd op de belading.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/maximaalbagagegewicht 2 BLZ. 130● Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in deze handleiding.BeladenVeiligheid van het voertuig16

BasishandelingenBedieningshandleiding18#Inspectie voor het rijden (BLZ.62)Voor een veilige rit dient u uw voertuigeerst zorgvuldig te inspecteren.#Accelereren (BLZ.48)Draai het gas geleidelijk open.Houd u aan de snelheidslimiet.Het gebruik van basisfuncties.• Instrumenten (BLZ.22)• Controlelampjes (BLZ.24)• Schakelaars (BLZ.26)• Stuurslot (BLZ.28)#Motor starten (BLZ.45)Start de motor en laat dezewarmdraaien.Drijf het toerental niet op.#Voertuig starten(BLZ.48)Geef, voor u wegrijdt, uw richtingaan met derichtingaanwijzerschakelaar encontroleer of er ander verkeer is.•Type TU•Type ED, EResponssysteem (BLZ.39)•Type ED, E Honda SMART Key-systeem (BLZ.31)•Stop-/startsysteem (BLZ.42)Afdekking contactschakelaar (BLZ.30)

Bedieningshandleiding19#Remmen (BLZ.49)Draai de gashendel dicht enbedien de voor- en achterremtegelijk.u Het remlicht geeft aan dat uremt.#Parkeren (BLZ.12)#StoppenGeef, als u de weg gaat verlaten,tijdig richting aan en sla niet abruptaf.#Bochten nemenRem voordat ueen bochtneemt.Draai de gashendel geleidelijk weeropen zodra u de bocht uit bent.#Tanken (BLZ.50)Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond. Gebruik de standaard,vergrendel het stuurslot.Type TU Sluit de afdekking.

InstrumentenBedieningshandleiding22Deze toont uw snelheid inkilometer per uur (km/h)en/of mijl per uur (mph),afhankelijk van de uitvoering.SnelheidsmeterDisplaycontroleWanneer de contactschakelaar op (On) wordt gezet, slaat de naald van de snelheidsmeteréén keer uit naar de maximale stand op de wijzerplaat en wordt de opstartanimatieweergegeven. Als een deel van deze displays niet wordt weergegeven zoals het hoort, laatdan uw dealer controleren op problemen.

IndicatorenBedieningshandleiding24PGM-FI-storingslampje (elektronischgeregelde brandstofinspuiting) (MIL)Gaat kort branden als de contactschakelaar inde stand (On) wordt gezet.Als dit gaat branden terwijl de motordraait: (BLZ.92)Als één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealercontroleren op problemen. Richtingaanwijzer Indicator grootlicht Honda SMART Key-indicatorType ED, EGaat branden wanneer de verificatie van het voertuig en Honda SMARTKey is voltooid en de contactschakelaar kan worden gebruikt. Gaat uit alsde contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.Als de Honda SMART Key-indicator knippert: (BLZ.93)

SchakelaarsBedieningshandleiding26Stop-/startschakelaarDimlichtschakelaar• : Grootlicht• : DimlichtStartknopRichtingaanwijzerschakelaaru Door op de schakelaar te drukken, wordtde richtingaanwijzer uitgeschakeld.ClaxonknopStop-/startsysteem: (BLZ.42)Schakelt het stop-/startsysteemin/uit.• : het stop-/startsysteem isaan.• : het stop-/startsysteem isuit.

PUSHBedieningshandleiding27Vervolg ContactschakelaarSchakelt het elektrische systeem in/uit, vergrendelt het stuur enbedient de schakelaar voor het openen van het zadel. (On)Schakelt het elektrische systeemin voor het starten/rijden.SEATBedient de schakelaar voorhet openen van het zadel. (Lock)Vergrendelt het stuur. (Off)Schakelt de motor uit.u De sleutel kan in de stand (Off) of (Lock) wordenverwijderd.Schakelt de motor uit. (Off)Vergrendelt het stuur. (Lock)Schakelt het elektrische systeemin voor het starten/rijden. (On)Bedient de schakelaar voorhet openen van het zadel.SEATType TUType ED, Eu Contactschakelaar ontgrendelen. (BLZ.36)Type TU Type ED, E

PUSHStuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links of rechts.bType TUDuw de sleutel omlaag en zet decontactschakelaar in de stand (Lock).u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.Type ED, EDuw de contactschakelaar omlaag en zetdeze in de stand (Lock).u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.u Contactschakelaar ontgrendelen(BLZ.36)cType TUVerwijder de sleutel.Type ED, EVergrendel de contactschakelaar.(BLZ.37)Bedieningshandleiding28Schakelaars (Vervolg)ContactsleutelDuwenDraaienDraaienDuwenType TUType ED, E

Afdekking contactschakelaarType TUDe contactschakelaar voor dit voertuig is uitgerust meteen afdekking. Sluit na het parkeren van het voertuigde afdekking om de kans op diefstal te verminderen.#SluitenaNeem de contactsleutel uit decontactschakelaar.bLijn de verdikking van de sleutel van deafdekking uit met de sleuf van de afdekking endraai de sleutel van de afdekking naar links.u U kunt de afdekking ook sluiten door deknop naar boven te schuiven zonder desleutel van de afdekking.cVerwijder de contactsleutel.#OpenenLijn de verdikking van de sleutel van deafdekking uit met de sleuf van de afdekking endraai de sleutel van de afdekking naar rechts.Bedieningshandleiding30Schakelaars (Vervolg)KnopSluitenSluitenOpenenAfdekkingssleutelContactsleutelVerdikkingSleuf

Honda SMART Key-systeemType ED, EMet het Honda SMART Key-systeem kunt u dehoofdschakelaar bedienen zonder een sleutel ineen sleutelgat te steken.Het systeem voert een identificatiecontrole inbeide richtingen uit tussen het voertuig en deHonda SMART Key om na te gaan of het eengeregistreerde Honda SMART Key betreft.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Deze kunnenmedische apparatuur beïnvloeden, zoals eenpacemaker.Bedieningshandleiding31Vervolg

Het Honda SMART Key-systeem in- ofuitschakelen#Het Honda SMART Key-systeemactiveren of deactiverenHoud de AAN/UIT-knop ingedrukt totdat deLED van de Honda SMART Key van kleurverandert.#De status van het Honda SMART Key-systeem controlerenDruk licht op de AAN/UIT-knop. De LED van deHonda SMART Key toont de status.Als de LED van de Honda SMART Key devolgende kleur heeft:Groen: (actief) Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanworden uitgevoerd.Rood:(inactief)Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanniet worden uitgevoerd.Bedieningshandleiding32Honda SMART Key-systeem (Vervolg)LEDAAN/UIT-knopResponsknop

WerkbereikHet werkbereik varieert wanneer de contactschakelaarwordt vergrendeld of ontgrendeld.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Daarom kan hetwerkbereik groter of kleiner worden of werkthet Honda SMART Key-systeem mogelijk nietgoed in de volgende situaties:•Als de batterij van de Honda SMART Key leeg is.•Als er voorzieningen in de buurt zijn die sterkeradiogolven of geluid genereren zoals tv-torens,krachtcentrales, radiostations of luchthavens.• Als u de Honda SMART Key bij u hebt met eenlaptop of draadloos communicatie-apparaat zoalseen radio of mobiele telefoon.• Als de Honda SMART Key in contact komt met ofwordt afgedekt door metalen voorwerpen.#Als de contactschakelaar ontgrendeldis:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Bedieningshandleiding33Vervolg

#Als de contactschakelaar vergrendeldis:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Iedereen kan de contactschakelaarontgrendelen en de motor starten als de HondaSMART Key binnen het werkbereik van uwvoertuig is, ook al bevindt u zich aan de anderekant van een muur of raam. Als u bij uwvoertuig vandaan bent maar de Honda SMARTKey nog wel binnen het werkbereik is, zet danhet Honda SMART Key-systeem uit.Het Honda SMART Key-systeem in- ofuitschakelen (BLZ.32)Bedieningshandleiding34Honda SMART Key-systeem (Vervolg)Ongeveer 2 m

Iedereen die in bezit is van de Honda SMARTKey kan de volgende zaken uitvoeren als deHonda SMART Key binnen het werkbereik is:• Motor starten•Contactschakelaar ontgrendelen• Zadelslot ontgrendelen• Stuurslot ontgrendelenDraag de Honda SMART Key altijd bij uwanneer u op en van het voertuig stapt ofwanneer u rijdt.Bewaar de Honda SMART Key niet in eencompartiment.Als de contactschakelaar in de stand (On)staat, kan het voertuig ook worden bedienddoor een persoon die niet beschikt over eengeverifieerde Honda SMART Key.Als u uw voertuig hebt geparkeerd, vergrendeldan de stuurinrichting en de contactschakelaar.(BLZ.37)Controleer of alle richtingaanwijzers één keerknipperen.Bedieningshandleiding35Vervolg

PUSHContactschakelaar omzetten#Contactschakelaar ontgrendelenaZorg ervoor dat het Honda SMART Key-systeem is geactiveerd. (BLZ.32)bDruk de contactschakelaar in om het HondaSMART Key-systeem te verifiëren.u Nadat het systeem is geverifieerd en decontactschakelaar is ontgrendeld, gaat deindicator van de Honda SMART Keybranden.cZet de contactschakelaar in de stand (On) alsde indicator van de Honda SMART Key gaatbranden.u Als de contactschakelaar niet binnen 20seconden nadat deze is ingedrukt in destand (On) wordt gezet, gaat de indicatorvan de Honda SMART Key uit, knipperende richtingaanwijzers één keer en wordt decontactschakelaar vergrendeld.Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.98)Wanneer iemand zonder Honda SMART Key decontactschakelaar probeert te verdraaien, zal decontactschakelaar vrij ronddraaien.

PUSH#Contactschakelaar vergrendelenaZet de contactschakelaar in de stand SEAT, (Off) of (Lock).bVergrendel de contactschakelaar door hetvolgende te doen:• Verlaat het werkbereik met de HondaSMART Key. (BLZ.33)•Druk de contactschakelaar in.• Wacht ongeveer 20 seconden nadat decontactschakelaar van (On) naar SEAT, (Off) of (Lock) is gezet.•Schakel het Honda SMART Key-systeemnaar inactief. (BLZ.32)cControleer of de indicator van de HondaSMART Key uit gaat en de richtingaanwijzerseenmaal knipperen. Dit geeft aan dat decontactschakelaar is vergrendeld.Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.98)Bedieningshandleiding37VervolgContactschakelaar (On)SEAT (Lock) (Off)

Zorg er altijd voor dat de contactschakelaar inde stand (Off) of (Lock) staat als u hetvoertuig parkeert.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand SEAT, kan deze slechts eenmaal op (Off) worden gezet.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand (Off), kan de stuurinrichting nietworden vergrendeld. Ontgrendel decontactschakelaar om het stuur te vergrendelen.Bedieningshandleiding38Honda SMART Key-systeem (Vervolg)

ResponssysteemType ED, EHet responssysteem is een mechanisme om delocatie van uw voertuig te bepalen.Wanneer de startblokkering is ingeschakeld enu op de responsknop van de Honda SMARTKey drukt met de contactschakelaar in de stand (Off) of (Lock), knipperen derichtingaanwijzers om u te informeren over delocatie van uw voertuig.Het responssysteem maakt gebruik van zwakkeradiogolven. Deze kunnen medische apparatuurbeïnvloeden, zoals een pacemaker.Bedieningshandleiding39VervolgResponsknop

#WerkingDruk op de responsknop van de Honda SMARTKey.uHet responssysteem werkt niet als decontactschakelaar in de stand (On) staat.Als de contactschakelaar langer dan 10 dagen inde stand (Off) of (Lock) staat, werkt hetresponssysteem niet meer. Wanneer het systeemactief is en het voertuig een signaal ontvangt doorop de responsknop te drukken, blijft het systeem10 dagen langer actief. Om het systeem teresetten, zet u de contactschakelaar eenmaal in destand (On).u Contactschakelaar ontgrendelen (BLZ.36)Als de accu van het voertuig bijna leeg is, werkthet responssysteem mogelijk niet.Bedieningshandleiding40Responssysteem (Vervolg)

AchterremblokkeringZorg ervoor dat de achterremblokkering isingeschakeld bij het starten en het warmdraaienvan de motor.#VergrendelenKnijp de achterremhendel in en stel deblokkeerhendel van de achterrem af.uDe achterremblokkering werkt niet als deachterrem niet juist is afgesteld. (BLZ.82)#OntgrendelenKnijp de achterremhendel in.u Controleer voordat u gaat rijden of deachterremblokkering volledig is vrijgezet, zodathet achterwiel niet aanloopt.Bedieningshandleiding41BlokkeerhendelachterremAchterremhendelAchterremhendelBlokkeerhendelachterrem

Stop-/startsysteemHet stop-/startsysteem is ontwikkeld om hetbrandstofverbruik en het lawaai te verminderen,door de motor te stoppen tijdens stationairdraaien wanneer u bijvoorbeeld moet wachtenbij een kruispunt.#Het stop-/startsysteem in- enuitschakelenHet stop-/startsysteem wordt in- ofuitgeschakeld met de stop-/startschakelaar.• AAN: (Idling Stop)uDe stop-/startindicator gaat brandenwanneer het stop-/startsysteem klaar is omde motor te stoppen tijdens het rijden.

Destop-/startindicator knippert wanneer demotor is gestopt door het stop-/startsysteem.• UIT: (Idling)uDe stop-/startindicator gaat niet brandenwanneer het stop-/startsysteemuitgeschakeld is.Het stop-/startsysteem activerenHet stop-/startsysteem is klaar om de motor testoppen en de stop-/startindicator gaatbranden wanneer aan de volgendevoorwaarden is voldaan met de stop-/startschakelaar in de stand (Idling Stop):•start de motor door op de startknop tedrukken• warm de motor voldoende op•rijd met het voertuig harder dan 10 km/h#De stop-/startindicator gaat nietbranden: (BLZ.95)Bedieningshandleiding42Stop-/startschakelaarStop-/startindicator

De motor stoppen met het stop-/startsysteemDe motor stopt en de stop-/startindicatorbegint te knipperen nadat u de gashendelvolledig hebt gesloten en het voertuig totstilstand hebt gebracht terwijl de stop-/startindicator brandt.uDe koplamp wordt gedimd als de motor isgestopt door het stop-/startsysteem.uAls de motor is gestopt door het stop-/startsysteem en u de stop-/startschakelaar op (Idling) zet, wordt het stop-/startsysteemuitgeschakeld. De motor wordt niet opnieuwgestart, ook niet bij het openen van degashendel.Veiligheidsmaatregelen voor het stop-/startsysteemLoop niet weg van het voertuig als de stop-/startindicator knippert.

Zet de contactschakelaaraltijd in de stand (Off) als u bij het voertuigwegloopt.uDe motor kan onverwacht starten als degashendel wordt geopend.#Motor wordt niet gestopt door stop-/startsysteem als indicator brandt:(BLZ.96)LET OPLangdurig stoppen via het stop-/startsysteem kaneen lege accu tot gevolg hebben.Bedieningshandleiding43VervolgStop-/startindicator

Motor opnieuw startenControleer of de indicator van het stop-/startsysteem knippert en open vervolgens degashendel.u Als de indicator niet knippert, kunt u de motorniet opnieuw starten met het stop-/startsysteem, zelfs niet als u de gashendelopent.u Wanneer de motor is gestopt door het stop-/startsysteem en u de zijstandaard bedient, gaatde knipperende stop-/startindicator uit of stoptdeze met knipperen en blijft deze branden; demotor wordt niet opnieuw gestart, ook niet bijhet openen van de gashendel.#Motor start niet, zelfs niet dooropenen gashendel: (BLZ.97)LET OPDe koplamp blijft aan nadat de motor is gestoptdoor het stop-/startsysteem. De accu kan leeglopenen u kunt de motor waarschijnlijk niet opnieuwstarten.Zet, als de accu zwak is, de stop-/startschakelaar inde stand (Idling) en gebruik het stop-/startsysteem niet.

Motor startenStart de motor volgens de volgende procedure,ongeacht of de motor koud of warm is.Dit voertuig is uitgerust met eenzijstandaardbeveiliging metontstekingsblokkering.uAls de zijstandaard omlaag is geklapt, kan demotor niet worden gestart.uAls u de zijstandaard omlaag klapt terwijl demotor draait, slaat de motor automatisch af.Type ED, EDit voertuig is voorzien van een Honda SMARTKey-systeem. Houd de Honda SMART Key altijd biju tijdens het rijden. (BLZ.33)Als de motor van dit voertuig wordtuitgeschakeld terwijl de contactschakelaar in destand (On) staat, wordt de verificatie na eenbepaalde tijd uitgeschakeld of als u hetverificatiebereik verlaat.

Start de motor opnieuwdoor stap b & c van de startprocedure uit tevoeren.u Als de motor van dit voertuig wordt gestoptdoor het stop-/startsysteem, wordt deverificatie niet uitgeschakeld.LET OP• Als de motor niet binnen 5 seconden start,moet u de contactschakelaar in de stand (Off) zetten en 10 seconden wachten voordat ude motor opnieuw probeert te starten om deaccuspanning te verhogen.•Het langdurig versneld stationair draaien en hetverhogen van het toerental kunnen de motor en hetuitlaatsysteem beschadigen.•Zet, als het voertuig is omgevallen, eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer het voertuig vervolgens nauwkeurig.Bedieningshandleiding45Vervolg

PUSHaZet het voertuig op de middenbok.bVergrendel het achterwiel door deachterremhendel in te knijpen en deblokkeerhendel van de achterrem af te stellen.u De startmotor werkt uitsluitend wanneer deremhendel is ingeknepen en dezijstandaard omhoog is geklapt.cZet de contactschakelaar in de stand (On).Type ED, Eu Contactschakelaar ontgrendelen.(BLZ.36)Controleer het volgende:• Het storingslampje (MIL) voor het PGM-FI-systeem is uit.Bedieningshandleiding46Motor starten (Vervolg)BlokkeerhendelachterremAchterremhendelType TU Type E, ED

dDruk met volledig gesloten gashendel op destartknop.Laat de startknop los zodra de motor start.Als u de motor niet kunt starten:Draai de gashendel iets open (ongeveer 3 mm,zonder speling).Als de motor niet start:aOpen de gashendel volledig en drukgedurende 5 seconden op de startknop.bVolg de normale startprocedure.cAls de motor aanslaat maar onregelmatigstationair draait, draai de gasgreep dan iets open.dAls de motor niet aanslaat, wacht dan 10 secondenen voer vervolgens stap a - c opnieuw uit.#Als de motor niet start (BLZ.91)Bedieningshandleiding47Circa 3 mm, zonder speling

TankenType brandstof: Uitsluitend loodvrije benzineBrandstof-octaangetal: Uw voertuig isontworpen voor het gebruik van een research-octaangetal (RON) van 91 of hoger.Tankinhoud: 4,9 L#Richtlijnen voor tanken en brandstof(BLZ.14)Brandstofvuldop openenaOpen het zadel. (BLZ.52)bDraai de brandstofvuldop naar links tot in deuiterste stand en verwijder de dop.Vul geen brandstof bij tot voorbij de ondersterand van de vulhals.Bedieningshandleiding50Onderste randvan vulhalsPijlmarkeringenBrandstofvuldop

OpberguitrustingPUSHZadel openenaDraai het stuur tot het recht vooruit staat.bType TUSteek de contactsleutel in het slot en draaihem naar de stand SEAT.Type ED, EZet de contactschakelaar in de stand SEAT.u Contactschakelaar ontgrendelen(BLZ.36)cDruk op de SEAT-zijde van de schakelaar voorhet openen van het zadel.dOpen het zadel.Zadel sluitenSluit het zadel en duw de achterkant van hetzadel naar beneden totdat dit vastklikt.Controleer of het zadel goed is vergrendelddoor het licht omhoog te trekken.Pas op dat u uw sleutel niet in hetopbergcompartiment onder het zadel opbergt.Bedieningshandleiding52Type TUSEATType ED, ESchakelaarvooropenenzadelSEATSchakelaarvooropenenzadelSEATSEATContactsleutelContact-schakelaarZadel

HelmhouderDe helmhouders bevinden zich onder het zadel.u Gebruik de helmhouders uitsluitend bij hetparkeren.3WAARSCHUWINGRijden met een helm die aan de houderis bevestigd, kan invloed hebben op hetveilige gebruik van uw voertuig enleiden tot een ongeval waarbij u ernstigof dodelijk letsel kunt oplopen.Gebruik de helmhouder uitsluitend bijhet parkeren. Rijd niet met een helmdie aan de helmhouder hangt.Bedieningshandleiding53VervolgHelmhoudersHelm

Een helm kan worden bewaard in hetmiddencompartiment.Plaats de voorkant van de helm naar voren.u Sommige helmen passen mogelijk niet in hetcompartiment vanwege hun afmetingen of vorm.MiddencompartimentOverschrijd nooit de maximale gewichtslimiet.Maximum gewicht: 10 kgu Berg geen brandbare of warmtegevoeligeartikelen op.u Berg geen waardevolle of breekbare artikelen op.DocumentzakjeHet documentzakje bevindt zich in hetdocumentenvak onder het zadel.Bedieningshandleiding54Opberguitrusting (Vervolg)HelmMiddencompartimentDocumentzakje

GereedschapHet gereedschap bevindt zich in hetmiddencompartiment.TassenhaakDe tassenhaak bevindt zich onder het stuur.u Bevestig aan deze haak geen grote stukkenbagage die onder het voertuig uit zoudenkomen en/of het verplaatsen van uw voetenbelemmeren.Bedieningshandleiding55VervolgHandgreep voorschroevendraaierBougiesleutelAlleen type TUStandaard-/kruiskopschroevendraaierTassenhaak

Het belang van onderhoudHet belang van onderhoudHet goed onderhouden van uw voertuig is absoluutessentieel voor uw veiligheid en het beschermen vanuw investering, optimale prestaties, het voorkomenvan pech en het reduceren van luchtverontreiniging.De eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud.Inspecteer uw voertuig voor elke rit, en voer deperiodieke controles uit die in hetonderhoudsschema zijn vermeld. 2 BLZ.

593WAARSCHUWINGHet niet goed onderhouden van uwvoertuig of het niet repareren van eendefect voordat u gaat rijden kan eenbotsing veroorzaken waarbij u ernstigof dodelijk letsel kunt oplopen.Volg altijd de aanwijzingen voorinspectie en onderhoud volgens deschema's die in dit instructieboekjestaan vermeld.OnderhoudsveiligheidLees altijd de onderhoudsvoorschriften voordat uonderhoud uitvoert en zorg ervoor dat u over debenodigde gereedschappen, onderdelen envakkundigheid beschikt.Wij kunnen u niet waarschuwen voor alle denkbarerisico's die zich kunnen voordoen tijdens het uitvoerenvan onderhoud.

Alleen u kunt beslissen of u eenbepaalde taak wel of niet zou moeten uitvoeren.Volg deze richtlijnen tijdens het uitvoeren van onderhoud.●Type TUZet de motor uit en verwijder de sleutel.Type ED, ESchakel de motor uit en draai decontactschakelaar in de stand (Off).●Plaats uw voertuig op een stevige, vlakkeondergrond met behulp van de zijstandaard, demiddenbok of een onderhoudsbok voor steun.●Laat de motor, geluiddemper, remmen en anderehete onderdelen afkoelen voor het uitvoeren van eenservicebeurt, anders kunt u brandwonden oplopen.●Laat de motor uitsluitend draaien wanneer dit wordtaangegeven en alleen in een goed geventileerde ruimte.Onderhoud58

OnderhoudsschemaHet onderhoudsschema vermeldt deonderhoudsprocedures die vereist zijn voor veilige,betrouwbare prestaties en een goed werkendeemissieregeling.De onderhoudswerkzaamheden moeten wordenuitgevoerd overeenkomstig de normen enspecificaties van Honda door geschoolde enbevoegde monteurs. Uw dealer voldoet aan dezevereisten. Het bijhouden van een nauwkeurigonderhoudsrapport zorgt ervoor dat uw voertuiggoed wordt onderhouden.Zorg ervoor dat de monteur die het onderhouduitvoert dit onderhoudsrapport invult.Het periodieke onderhoud wordt beschouwd alsnormale onderhoudskosten voor de eigenaar diedoor uw dealer in rekening zullen wordengebracht. Bewaar alle facturen.

Deze facturenmoeten aan de nieuwe eigenaar worden verstrektwanneer u het voertuig verkoopt.Honda raadt aan om uw dealer een proefrit metuw voertuig te laten maken na het uitvoeren vanhet periodieke onderhoud.Onderhoud59Vervolg

ItemsInspectievoor hetrijden2 BLZ. 62Frequentie *1JaarlijksecontroleRegel-matigvervan-genZiepagina× 1000 km 1 6 12 18 24 30 36× 1000 mijl 0,6 4 8 12 16 20 24Brandstofleiding –Brandstofniveau 50Werking van degashendel86Luchtfilter *2–Carterontluchting *3–Bougie –Klepspeling –Motorolie –Motoroliefiltergaasje–Stationair motortoerental –Benzinedampafzuigsysteem –Aandrijfriem –Olie eindaandrijving *42 jaar –Accu 64Onderhoudsniveau Onderhoudslegenda: Tussenniveau. Wij raden u aan het onderhoud uit te laten voerendoor uw dealer, tenzij u over het benodigde gereedschap en demechanische vakkundigheid beschikt.De procedures zijn vermeld in een officiële werkplaatshandleidingvan Honda.:::Inspecteren (reinigen, afstellen, smeren of vervangen, indien nodig)VervangenReinigen: Technisch.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Honda Vision 110 (2022) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden